Wat was het uitgangspunt bij het samenstellen/schrijven
van De Volksverheffing?
De Volksverheffing is een jaarboek voor poëzie.
Dichtbij de poëzie. Voor lezers. Voor liefhebbers van poëzie.
Wij hebben geen vooraf bepaald dogmatisch standpunt over poëzie.
Geen in- en vooral geen uitsluitingen. Natuurlijk laten wij ons bij
onze keuzes voor dichters en essayisten leiden door wat wij goed, mooi,
belangrijk en interessant vinden in poëzie. Als daar een poëtica
uit te destilleren valt moeten anderen dat maar proberen; wij zijn
benieuwd!
Hoe is De Volksverheffing ontstaan?
Koen Vergeer:
De
Volksverheffing is eigenlijk ontstaan uit bezorgdheid. Wij zien, in
een tijd dat de Nederlandstalige poëzie rijkelijk bloeit, het
denken over poëzie nogal verschralen. Poëzierecensies worden
korter, essays schaarser. Bekende poëziebladen, maar ook kranten,
nemen steeds meer hun toevlucht tot het gemakkelijker genre van het
interview of laten het bij eenvoudige aankondigingen waar de dichters
gaan optreden. Of poëziebladen storten slechts ladingen poëzie
over hun lezers uit.
Ons streven kun je samenvatten als: inhoud èn
reflectie. Wij willen poëzie brengen, maar ook essays over poëzie.
Essays die dicht bij de poëzie blijven. Liever geen interviews
of literaire geschiedschrijving of rubricering, maar inleving.
Vragen
als hoe werkt een gedicht en waarom precies zo. Liefst laten we ook
dichters schrijven over poëzie. Wat drijft hen? Aanstekelijke
essays. Essays waardoor mensen meer zin in poëzie zouden kunnen
krijgen en vinden.
Waarbij Yves T'Sjoen aanvult: Ik onderschrijf
wat Koen zegt.
De Volksverheffing is inderdaad een antwoord op de steeds
groter wordende geringschatting van poëzie, en dus ook op het
tekort aan reflectie over die poëzie. Alleen, het wil niet programmatisch
zijn, niet zo affirmatief als uit dit metaverhaal mag blijken. Poëzie
en essayistiek gaan er een soort inspirerende kruisbestuiving in aan.
Het jaarboek wil vooral een blad over en voor poëzie zijn, dicht
bij de dichters, dicht bij het volk...
De titel De Volksverheffing
doet mij zo Vlaams aan. Ik neem aan dat dit een vooropgezet doel
heeft. Gaat het om het ouderwetse socialistische ideaal om het volk
wijzer te maken en dan in dit geval met name over de poëzie? Is
het eigenlijk ook een politiek statement?
Nee, wij willen niet het
volk verheffen. Wij zijn geen ingenieurs van de ziel. Geen socialisten
van het oude stempel. Maar: men mag de titel ook niet ironisch lezen!
Wij geloven absoluut dat poëzie de wereld verbetert, maar
we kennen ook de beperkte armslag van de poëzie in deze. De titel
legt natuurlijk een link met een beweging die rond de één-na-laatste
eeuwwisseling bestond. De overeenkomst is dat wij net als zij destijds
geloven in de kracht van de cultuur en die ook koesteren, het verschil
is dat wij ruim een eeuw 'wijzer' zijn. We zien
De Volksverheffing
daarom als van wijn een druppel in de vervuilde oceaan van het dagelijks
bestaan. Een heldere schim in een duistere wereld.
Onlangs interviewde
ik Ivo van Strijtem; hij gaf aan dat hij probeert meer poëzie
onder het volk te brengen. Is dat ook uw streven?
Koen Vergeer: Ik
ken Ivo van Strijtem goed, en ik denk dat ik weet wat hij bedoelt als
hij zegt dat hij de poëzie onder het volk wil brengen. Hij wil
poëzie toegankelijk houden en laten gaan over zaken die veel mensen
zullen herkennen. Ivo wil zich daarmee afzetten tegen de literair-theoretische
en filosofische abstracties die veel Vlaamse poëzie in hun greep
houden.
Zo, echter, hebben wij
De Volksverheffing niet bedoeld. Toegankelijkheid
vinden wij geen vies woord, maar het is evenmin een vereiste. Wat ons
betreft hoef je poëzie niet meteen te begrijpen, als die poëzie
je maar wat
doet. Lees Lampe, lees Ouwens, Van Haren - lees ze zonder
het onmiddellijk allemaal te willen snappen, en je zult merken dat
het je niet onberoerd laat, dáár begint poëzie.