Dit jaar vond 'Spraakmakers'
plaats in de Stadsschouwburg. De kleine zaal in Vredenburg werd te
klein voor het evenement dat steeds wat verder uitgroeit. In de foyer
bij de Blauwe zaal werden we onthaald met een glas (felgroene) absint.
Deze anijslikeur met een alcoholpercentage tussen 45 en 80 procent
is sinds 23 juli dit jaar weer vrij verkrijgbaar in Nederland. Een
aantal kunstenaars zoals Van Vincent van Gogh, Oscar Wilde, Arthur
Rimbaud en Paul Verlaine stond bekend om hun gebruik van deze destijds
in Frankrijk bij kunstenaars populaire drank. Tijdgenoot en dichter
Alfred de Musset schreef een ode aan de absint en overleed ten gevolge
van alcoholmisbruik op 47-jarige leeftijd. De absint bracht de schouwburgbezoekers
al voor het begin in een lichte beneveling.
Het spits van de avond
werd afgebeten door cabaretier/dichter Frank van Pamelen die de eerste
twee rijen van de zaal handenschuddend welkom heette.
Ondertussen polste
hij de sfeer en de verwachtingen van het publiek. Vervolgens verzorgde
hij een act waarin het publiek werd betrokken door meeklappen en 'waven'.
Flauwe rijmpjes werden afgewisseld met interessanter werk, zoals een
lang gedicht waarin Van Pamelen de meest op het toneel gebrachte dichter
William Shakespeare en Hiëronymus van Alphen door een numerieke
rekentruc met elkaar in verband bracht. Kandidaat voor het Dichter
des Vaderlandsschap Driek van Wissen kreeg een rijmelaarsveegje uit
de dichterspan, evenals Prins Bernhard. De voordracht was snedig en
humoristisch, maar een tikkeltje te weinig ingaand op de literaire
actualiteit van het afgelopen jaar. Een niet geheel gelukte aftrap.
Daarna konden de bezoekers door het pand zwerven. Er waren
interviews met Geert Mak, Marja Brouwers en Kees 't Hart. Er werd gemusiceerd
en er werden jaaroverzichten gegeven met de beste en de slechtste boeken.
Pieter Steinz (NRC, auteur van
Lezen etcetera en
Lezen op locatie)
leidde een literaire quiz, waarvoor minder belangstelling was dan verwacht.
Slechts de helft van de stoelen werd bezet. Helaas waren er weinig
vragen bij over de literaire actualiteit, hetgeen volgens mij een gemiste
kans was. Steinz kondigde vooraf aan dat hij wat zou vertellen over
de onderwerpen bij de beantwoording, maar dat kwam niet erg uit de
verf.
In de pauzes was er gelegenheid te verpozen bij een tweetal
boekenstands en bij de kraampjes van de tijdschriften Vooys en Lava.
Ik scoorde een tweedehandsbundel van Chris van Geel en spotte Ingmar
Heytze, Frouwkje Tuinman en F. Starik in het publiek.
Op de Literaire
afwerkplek (een wederkerend en leuk item tijdens Spraakmakers) waren
dit keer te beluisteren Chatherina Blauwendraad en Paul Janssen. Beide
dichters debuteerden onlangs in de eerste nieuwe serie van de Windroos.
Verder in de afwerkplaats: de slammer Maarten Das en de dichter Ruben
van Gogh.
In de foyer op de begane grond werden Maria Barnas (dichtbundel
Twee Zonnen) en Tjtiske Jansen (van
Het moest maar eens gaan sneeuwen
verschenen inmiddels zeven drukken) geïnterviewd door Maarten
Das. Een ongelukkige keuze. Maarten Das, leerling van de School voor
Journalistiek, was de kunst van het interviewen nog niet meester. Meer
dan de helft van de vragen kon met ja of nee worden beantwoord. Daardoor
kwam, niettegenstaande de bereidwilligheid van beide dichteressen om
te vertellen over hun werk, weinig interessants boven tafel. Bovendien
werden de sprekers regelmatig overstemd door het publiek bij de boekenstands.
Desondanks imponeerde de winnares van de C. Buddingh'-prijs voor nieuwe
Nederlandstalige poëzie 2004, Maria Barnas, met haar indringende
voordracht. Zij maakte mijn avond goed.