Noem mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte naam
voor een sprookjesfiguur. Niet dat ik een rol in een vertelling van
Grimm ambieer, het is dat wildvreemden wel eens de neiging schijnen
te hebben om in die of vergelijkbare termen over mij te keuvelen. Ik
neem die wildvreemden dat niet kwalijk. Kind of kabouter, we moeten
allemaal een naam hebben. Deze kabouter heet Barwoutswaerder. Aangenaam.
Al
is Barwoutswaerder een kabouter, zonder koffie is hij geen mens. Of
dat medisch verantwoord is of niet, liters lust hij ervan. Bovendien
gelooft hij graag dat het een remedie is tegen allerlei kwaaltjes.
Bijvoorbeeld tegen keelpijn.
En keelpijn had hij, de avond voor en
de ochtend van zaterdag 18 december. Die dag was het Winterwoordennacht
in de met prachtige lusters behangen Mustang te Waregem. Als hij daar
alleen maar meubilair had moeten zijn, viel er met dat Gestapogekriebel
in zijn keel nog te leven. Maar, omdat hij tijdens de Poetry Slam die
's middags plaatsvond ook zelf woorden in de microfoon zou moeten spuwen,
zocht Barwoutswaerder naar een bondgenoot om de hinderlijke kriebelkereltjes
te verdrijven.
Die bondgenoot vond hij in het zwarte vocht. In enkele
uren tijd klokte hij zowat een halve kan naar binnen. Een guerrillaoffensief
dat bleek te werken, klokslag middag sprong Barwoutswaerder enigszins
genezen in zijn flashy Kia Pride.
Dat de keelpijnklerelijer en diens
trouwste trawanten ook een heleboel andere dichters te pakken had,
bleek toen van de 29 ingeschrevenen voor de eerste Waregemse Poetry
Slam slechts tien titaantjes opdoemden.
Of het in samenspraak met
de juryleden
Philip Cottenie,
Jorge Dewinter,
Jo Noreille,
Dacha Van
Eeckhoutte en juryvoorzitster
Eva Cox gebeurde of niet, presentatoren
van dienst,
Tine Moniek en
Olaf Risee, kondigden doodleuk aan dat iedereen
de drie minuten van de eerste ronde mocht overleven en evenveel minuten
in de tweede ronde mocht weglullen. Bij die blijde boodschap viel stress
tegelijkertijd van tien lichamen. Of haakte er zich net nog meer in
vast, dat was Barwoutswaerder niet meteen duidelijk.
Voor de
Frank
Zappa lookalike
Dennis Deblaere spitsten de aanwezigen eerst de oren.
Daarna smolt Barwoustwaerder kerstwensen in de stratosfeer, knuppelde
Peter Kluppels van zich af met licht filosofische twoliners,
vond
Xavier Roelens het geen tijd voor droeve gedichten, noemde
Peter
Wullen een kut een kut, verdeelde
Sieger Baljon vakkundig bomen in
rijtjes, hoefde
An Vandesompele zich niet te schamen voor de woorden
die ze zachtjes voorbij blies, wist
Katelijn Vijncke met heel haar
streven te imponeren, zette
Katrijn Jonckheere met vaste stem lijnen
uit en sprokkelde
Joke Depouvre inktvissen en vogelspinnen bij elkaar.
De
winterwoordenaars klommen ook in de tweede ronde in die volgorde het
podium op. Alleen Vijncke liet niet meer van zich horen. Maar kijk,
daar had je nog een laatkomer, een vreemd sollicitatiegesprek had
Thomas
Logghe even opgehouden.
Daarna trok de jury zich een half uurtje
in de coulissen terug. Misschien omdat daar wel koffie was te vinden.
Barwoutswaerder begreep maar niet dat zijn drug niet op de kaart stond
en begon al aardig wat afkickverschijnselen te vertonen.
Uit monde
van Eva Cox loofde de jury terecht alle deelnemers, toch waren slechts
vijf individuen een finaleplaats gegund. En wel Thomas Logghe, Peter
Kluppels, Sieger Baljon, Katrijn Jonckheere en Barwoutswaerder.
Na
dat verdict trok Barwoutswaerder in het zog van een half dozijn dichters
naar de plaatselijke kerstmarkt. Om de maan tussen de takken van de
bomen te vangen. Om een rondje te draaien op een rode loper. Om te
verkleumen en zich warmte in te denken.
Zo dacht Barwoutswaerder aan
het oeverloze geren dat hij die week weer achter de rug had. Zijn bezoek
aan het
Louis Paul Boon-museum in Aalst. De verkiezing van Mensen van
het Jaar volgens de lezers van het weekblad Knack. Het theaterstuk
Het licht in de ogen met
Chris Lomme en de van de planken afscheid
nemende
Jaak van Assche die na de voorstelling aan Barwoutswaerder
verklapte al jaren een fervente Meanderabonnee te zijn.
Barwoutswaerder
is een trage denker, nog voordat hij door al zijn herinneringen was,
zat hij weer op zijn kruk voor het avondgedeelte van Winterwoordennacht.
Die begon met de winnaar van Poëzie 2004,
Stijn Vrancken, die
zich meesterlijk afvroeg of zij het was. Of misschien zij. Wie weet
doelde hij wel op
Eva Cox. De juryvoorzitster en winnares van de allereerste
Vlaamse Poetry Slam toonde haar volgelingen hoe het moest.
In de
al genoemde volgorde dongen de vijf finalisten van de Winterwoordenslam
naar de liefde van het publiek. Uiteindelijk was het Thomas Logghe
die het meest geliefd bleek te zijn en met een boekenbon ter waarde
van 200 euro in een Standaard Boekhandel naar keuze mag staan zwaaien.
Daarna waaide en zwaaide
Luuk Gruwez het podium op. Voor Barwoutswaerder
was het een hartelijk weerzien. En ook de rest van het publiek bleef
duidelijk niet onbewogen bij zijn voordracht. Er werd luidop gelachen
om de humor die Gruwez als geen ander in zijn poëzie weet te weven.
Ondanks een gebrek aan koffie bleef Barwoutswaerder traditiegetrouw
nog een tijdje nakaarten. Aan Sieger Baljon en Peter Kluppels die zich
uren later in zijn flashy Kia Pride wrongen, vroeg hij om hem wakker
te houden. Met een van de alliteraties bol staande krantenkop wou Barwoutswaerder
een bijzonder fijne poëziedag liever niet afsluiten:
Drie dichters
dood door drugsgebrek.
pst: Barwoutswaerder laat nog weten dat
u ook in 2005 nergens veilig voor hem zult zijn en wenst u dan ook
een nooit gezien literair jaar toe, zeker als u hem met koffie verwelkomt.