Noem
mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte naam voor een sprookjesfiguur.
Niet dat ik een rol in een vertelling van Grimm ambieer, het is dat
wildvreemden wel eens de neiging schijnen te hebben om in die of vergelijkbare
termen over mij te keuvelen. Ik neem die wildvreemden dat niet kwalijk.
Kind of kabouter, we moeten allemaal een naam hebben. Deze kabouter
heet Barwoutswaerder. Aangenaam.
Ondertussen heeft Barwoutswaerder
met Het nijlpaard van
Stephen Fry alweer zijn eerste roman van het
jaar opgepeuzeld. Dat oppeuzelen gebeurde overigens met de nodige smaak.
Vooral het eerste deel waarin één van de hoofdpersonages
zowat alles en iedereen verrot scheldt, wist de gekende miniglimlachjes
om de lippen van Barwoutswaerder te leggen.
Hij maakte dan ook een
vreugdesprongetje van ruwweg geschat twee millimeter toen hij bij de
televisietips in het weekblad
Humo las dat hij voor diezelfde Fry op
zaterdagavond 15 januari maar beter thuis kon blijven. Barwoutswaerder
deed dat, al was het maar omdat hij die avond toch geen literaire uitspattingen
gepland had. Omstreeks 23u30 nestelde hij zich dan ook in zijn luilekkerzetel
om onderuit te zakken voor
Cold Comfort Farm op Nederland 3.
Niet
alleen Fry was de reden dat Barwoutswaerder zijn voeten onder een warm
gezelligheidsdekentje stopte. Zo vond hij zijn zelfverkozen zetelballingschap
geen zetelballingschap omdat hij gelezen had dat de televisiekomedie
door
John Schlesinger was geregisseerd, de man die ook tekende voor
een golden classic als
Marathon Man met
Dustin Hoffman.
Bovendien
had de
Humo-recensent voorspeld dat Barwoutswaerder gegarandeerd zou
moeten zwijmelen door toedoen van
Kate Beckinsale, meer bepaald door
haar borsten en andere aanverwanten.
En een dergelijke boude voorspelling
wil Barwoutswaerder nu eenmaal altijd aan de waarheid toetsten. Temeer
omdat hij de attributen van La Beckinsale noch in
Underworld noch in
Van Helsing al aan het werk had gezien. Dat zou een fijne filmavond
worden.
Niet in het minst omdat Barwoutswaerder zich maar goed genoeg
het samenvattende zinnetje voor de geest kon halen dat onder de synopsis
in zijn favoriete weekblad prijkte: Eccentrieke, vederlichte en zeer
geestige satire op het
Jane Austen-genre. Zelfs de foutieve schrijfwijze
van het woordje excentrieke, zou hij hebben kunnen naspellen als iemand
hem op dat moment gedwongen had te doen.
Niet dat Barwoutswaerder
zulk verzoek als dwang zou hebben ervaren. Dat zou eerder het geval
geweest zijn als iemand hem nog eens een boek van Austen in handen
had gedrukt. Barwoutswaerder had van haar ooit wel wat gelezen, dat
is, hij daar een poging toe gedaan. Als hij het zich allemaal goed
en wel herinnerde had hij dat boek niet helemaal uitgelezen. Dat boek,
inderdaad. Want, welk boek het precies ook alweer geweest was, dat
had hij, zoals dat wel eens gebeurt met traumatische ervaringen, uit
zijn geheugen gewist.
Sense and Sensibility was wellicht de boosdoener,
al durfde Barwoutswaerder daar de hand, of welke innig gekoesterde
lichaamsdelen dan ook, niet voor in het vuur steken.
Het duurde
niet al te lang of daar had je de miniglimlachjes al. Barwoutswaerder
verkneukelde zich zichtbaar hoe Beckinsale in haar rol van het waanwijze
weeskind Flora Poste ontzettend verwaand stond en zat te wezen. Als
die intrekt bij een verpauperd gezin, vaagweg familie, was het hek
voor Barwoutswaerder pas goed van de dam.
Jammer maar helaas. Van
een deel van de film, daarvan kan Barwoutswaerder niet alle details
navertellen. Barwoutswaerder deed wat hij zichzelf nooit bij een film
zag doen, Barwoutswaerder viel in slaap. Dat had nauwelijks wat met
de kwaliteit van de film te maken, daar was hij wel zeker van.
Zo
prijkte er een miniglimlachje om zijn lippen elke keer Fry door beeld
huppelde toen die enigszins vruchteloos naar de hand van Beckinsale
dong. Alleszeggend was ook dat Barwoutswaerder vergat op de borsten
van diezelfde Beckinsale te letten.
Toen Barwoutswaerder weer wakker
werd, zag hij nog net een familiekiekje vooraleer de aftiteling over
het scherm begon te rollen. Zuchtend schudde hij het gezelligheidsdekentje
van zich af, schakelde het televisietoestel uit en doofde alle kaarsen.
Enkele
dagen na zijn gênante indommelactie, wou Barwoutswaerder wel eens meer
weten over die Stephen Fry. Want, acteurs die ook auteurs of vice versa
zijn, wekken zijn interesse wel. Dus begon Barwoutswaerder het internet
af te schuimen.
Zo ontdekte hij dat Fry niet alleen te zien was in
De ontdekking van de hemel, maar in de kortfilm
Sylvia Hates Sam
ook een keertje de rol van God mocht spelen. Al dan niet toeval, want
in Het nijlpaard is de associatie met de alom geprezen enige zoon van
die al dan niet bebaarde meneer nooit ver weg.
Omdat Barwoutswaerder
daarmee misschien al teveel heeft verklapt, doet hij over dat boek
er verder het zwijgen toe en raadt hij de liefhebbers van miniglimlachjes
aan het eigenhandig te verorberen.
Op het leeslijstje van Barwoutswaerder
staan de twee andere romans van Fry,
Speelbal en
De leugenaar, alvast
met stip aangeduid.
Speelbal zou het verhaal zijn van de jonge student
Ned Maddstone, die op het punt staat uit te vinden wat het is om een
speelbal te zijn van machten die hij niet kent. In
De leugenaar zou
dan weer de poseur en pathologische leugenaar Adrian Healey jagen op
elke argeloze jongeling die zich aandient.
En zo heeft Barwoutswaerder
weer wat om lezen. Echt, een kabouterhand is nooit gevuld.
pst:
Barwoutswaerder laat nog weten dat hij altijd bereid is om in goed
gezelschap te gaan kijken naar hoe de borsten van Beckinsale het doen
in The Aviator.