Jetteke van Wijk heeft al acht gedichten in Meander gepubliceerd.
Dat is op zich al heel wat, maar wat me vooral opvalt is haar beroep:
Midden-Oostencorrespondent.
Jetteke schrijft over het algemeen lichte
gedichten:
fata morgana
en opeens was je daar
met je zachtgrijze sjaal
en het licht speelde eventjes
over je haar
je zei nog: hallo
en ik,
ik stond daar maar.
En met zo'n baan zou ik juist zware verzen
of cynische versjes verwachten. Het is tenslotte geen lolletje in het
Midden-Oosten en daar middenin te zitten en er dan ook nog eens over
moeten schrijven en praten (op de radio)!
Ik zal het haar eens vragen.
Ha,
Jetteke. Hoe gaat het?
Uitstekend, dank je. Ik ben momenteel even
in Nederland en geniet dus van het rijke leven hier: lekker eten, de
bioscoop, de overvolle boekhandels. Alleen dat weer, hè? Vlak
voor ik wegging, stond ik nog in mijn t-shirt op de tennisbaan. Nu
heb ik mijn handschoenen voor het eerst sinds jaren maar weer eens
opgesnord. Brrrr!
Ik merk het niet eens joh!
Zoals gezegd kan ik
de luchtigheid van de meeste van je gedichten niet zo goed rijmen met
de zwaarte van het leven in het Midden-Oosten. Wat vind je van die
redenering? Beetje onnozel?
Ik schrijf natuurlijk weleens zwaardere
gedichten, maar niet alles komt altijd door de selectie heen. Daarnaast
denk ik niet dat de wereld zit te wachten op een gedichtenreeks die
louter bestaat uit poëtisch beschrijvingen van afgerukte ledematen,
opgeblazen bussen, checkpointdrama's en weggeveegde huizen.
De Palestijnse
en Israëlische dichters kunnen dat bovendien veel beter, omdat
het bij hen van binnen komt. Ik bekijk het Midden-Oosten als correspondent
toch meer van buitenaf. Het is mijn werk, niet mijn leven of mijn persoonlijke
geschiedenis. Als ik daarop teveel zou meeliften, zou ik me al snel
een charlatan voelen.
Maar soms dringt de harde werkelijkheid waarmee
je in je werk te maken hebt wel duidelijk door in je gedichten:
Struisvogeljournalistiek
De
regen deukte
putjes
in de zandgrond van Ramallah
waarover het
leger
gevangenen
schopte
richting haar dampende, ronkende trucks
geboeid bij de voeten
geketende handen
geblinddoekt
balansloos
verwrongen gelaat toch
onhoorbaar van stem
en ik
journalist
besprak met collegae
betrokken
de glooiingen van het landschap
en
de onmenselijkheden in Jeruzalem
Is het andersom
ook zo dat er wel eens wat poëzie doordringt in je journalistieke
stukken?
Tjonge!
Ja, ik bedenk soms moeilijke vragen hoor.
Ik
zou het eerlijk gezegd niet weten; heb daar ook nooit bewust over nagedacht.
Wel denk ik dat je uit mijn geschreven journalistieke stukken kunt
ontwaren dat ik veel geef om taal, om beschrijvingen, om details, om
het vinden van de juiste woorden en de juiste toon en het juiste ritme
van de zinnen. Als je dat poëzie wilt noemen, dan vind je het
daar misschien terug.
In Nederland bloeit de poëzie als nooit
tevoren. Hoe is dat in Israël?
Grappig is dat. Ik zeg in Israël
juist altijd (nee: klaag!) dat in Nederland maar weinig leeft wat betreft
de poëzie - tenzij op internet. Misschien blijkt daaruit wel hoe
lang ik inmiddels weg ben.
Vooral de podiumpoëzie bloeit in
Nederland.
In Israël is poëzie een van de belangrijkste
literaire uitingen; heel populair, heel hoog gewaardeerd, goed verkocht
en goed bezocht. Dichters treden regelmatig op in cafés en dergelijke.
Ook aan Palestijnse kant is het gedicht overigens een geliefd medium
voor het beschrijven van de dagelijkse realiteit. Palestijnse en Israëlische
dichters hebben wat dat betreft natuurlijk ook wel heel intensieve
thema's voorhanden die zich bij uitstek lenen voor poëzie.
Ik
had het laatst met Alfred Schaffer over de groeiende overeenkomst tussen
Nederland en Zuid-Afrika. Zie jij Nederland meer op Israël gaan
lijken de laatste tijd nu men zich zo opwindt over onder ons wonende
terroristen?
Niet in het dagelijks leven. Als ik hier de supermarkt
binnenloop, hoef ik niet mijn tas te laten controleren of door een
metaaldetectorpoort. Idem dito bij de bioscoop, de parkeergarage, de
luchthaven of bij het treinstation; in Israël moet je dan een
hele procedure door, variërend van wachten tot je aan de beurt
bent voor het laten zien van je identiteitsbewijs of het doorzoeken
van je auto op bommen totaan een kruisverhoor. Wat ik wel herken, is
het beknotten van burgervrijheden onder het mom van terrorismebestrijding
en veiligheid. Misschien noodzakelijk, maar dit is niet langer nog
het Nederland waarover ik in het buitenland zo trots te vertellen placht.
Daar
kan ik me wat bij voorstellen ...
Ik lees dat je ook hebt gepubliceerd
in 'Studia Rosenthaliana' (" the world's only scholarly journal
on the history, culture and heritage of the Jews in the Netherlands").
Wat heb je daarvoor geschreven?
Ik schreef een wetenschappelijk artikel
over een joodse messias uit de 17de eeuw, genaamd Shabtai Tsvi. Die
wist in 1665-1666 heel Europa en de Oriënt, zowel joods als soms
ook christelijk, met zijn ideëen op z'n kop te zetten. Hij kwam
zelf uit Smirna (nu Izmir, in Turkije), belandde uiteindelijk in Egypte
en de Palestijnse provincie van het Ottomaanse Rijk, was waarschijnlijk
manisch-depressief en wist dankzij een uitstekende en buitengewoon
ijverige woordvoerder, de rabbijn Nathan van Gaza, zijn zaak goed te
verkopen: joodse kooplieden gaven de handel op en deden slechts nog
boete, anderen trokken massaal richting Jeruzalem met boten of verkochten
hun bezittingen en wachtten op de wolk die het naar het Heilige Land
vervoeren zou. De wildste verhalen deden de ronde, van kerken die verzwolgen
werden door de aarde tot vreemde legers van verloren joodse stammen
die marcheerden naar de plaats van het Laatste Oordeel en die zich
zelfs door de Turkse heerschare niet lieten stuiten; de afgeschoten
pijlen maakten halverwege in de lucht rechtsomkeert en doodden de soldaten
uit wier wapens ze afkomstig waren.
Nounou!
Ik bestudeerde hoe
de (voornamelijk Nederlandse) kranten hierover berichtten en hoe dit
de hype wellicht nog eens extra voedde. Bedenk wel: door het wegvallen
van de joodse kooplieden, die belangrijke tussenpersonen waren, stagneerde
de hele Europese handel!
Shabtai Tsvi is overigens uiteindelijk gevangen
genomen door de Turkse sultan en mocht kiezen tussen een soort martelarendood
of bekering tot de Islam. Hij koos tot veler ontsteltenis voor het
laatste, en dat was grotendeels het einde van de beweging.
Wat een
prachtige geschiedenis, alhoewel ook wel een beetje treurig eigenlijk.
En tegenwoordig zou zo'n man nog steeds aanhangers trekken, vrees ik.
Hé,
ik ben nu al een tijdje journalistiek bezig bij Meander naast mijn
kantinebaan. Ik zou eigenlijk wel verder willen in de journalistiek.
Denk je dat ik talent heb?
Je weet wat ze zeggen: als je faalt in
al het andere, kun je altijd nog journalist worden. In elk geval ben
je al wel goed bezig naam te maken en een CV te creëeren. Ik hoop
dus maar dat mijn bazen je niet in het vizier krijgen; anders ben ik
straks mijn baan kwijt en nemen ze jou! En niemand heeft me ooit verteld
wat je nog kunt worden als je gefaald hebt in de journalistiek...
Je
kan dan altijd nog mijn baan als kantinejuffrouw overnemen natuurlijk.
Nee gekheid hoor!
Buitenlandcorrespondent lijkt me wel wat, maar dan
niet in een gevaarlijk land. Kan je me een mooi en rustig land aanraden?
Kun
je goed tegen de kou?
Behoorlijk goed. Ik groeide op in een huis
met maar een kolenkachel.
Dan moet je misschien eens denken aan een
post op Groenland of Antartica; ik vermoed dat je daar niet snel in
een intifada of oorlog zult belanden. Al hoor ik dan wel weer dat ijsberen
dol zijn op malse kantinejuffrouwen, vooral die uit Nederland. Dat
is daar heel exquis. Zo zie je maar weer: er is altijd wel wat. Het
paradijs bestaat alleen in dromen.
Gelijk heb je. Nou, Jetteke,
nog veel plezier in Nederland en vat geen kou!