Noem mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte naam voor een
sprookjesfiguur. Niet dat ik een rol in een vertelling van Grimm ambieer,
het is dat wildvreemden wel eens de neiging schijnen te hebben om in
die of vergelijkbare termen over mij te keuvelen. Ik neem die wildvreemden
dat niet kwalijk. Kind of kabouter, we moeten allemaal een naam hebben.
Deze kabouter heet Barwoutswaerder. Aangenaam.
Hij smeekt op zijn
kabouterknieën om vergiffenis, maar het overkomt ook Barwoutswaerder
wel eens dat hij in de eerste plaats aan
Kristien Hemmerechts denkt
als weduwe van
Herman de Coninck. Liefhebbers van de betreurde dichter
zouden haast vergeten dat Hemmerechts ook zelf schrijft. En dat wat
ze schrijft ook nog eens meer dan te pruimen is, daar herinnerde ze
Barwoutswaerder en alle andere aanwezigen aan toen ze uit eigen werk
voorlas op 6 februari tijdens
Cuba op zondag.
Die exotische zondagochtenden
vinden plaats in de Cogels Osylei, dankzij de statige herenhuizen wellicht
niet alleen volgens Barwoutswaerder één van de prachtigste
straten in Antwerpen. Tijdens de ochtenden komen inwoners van Berchem
aan het woord die in de culturele wereld en andere werelden door de
jaren heen naam en faam hebben opgebouwd. Zo ook Kristien Hemmerechts.
Al
is ze een volbloed Brusselse, de liefde en De Coninck brachten haar
naar Antwerpen. En ze lijkt niet van plan om daar meteen weer weg te
gaan. Daarvoor vertelde ze te liefdevol over het huis in de befaamde
straat waar ze na de dood van De Coninck nog steeds woont.
Zo houdt
ze ervan om vanuit dat huis te kijken naar de mensen in de tram en
naar hoe die mensen in die tram terugkijken.
Barwoutswaerder is er
niet helemaal zeker van of ook die situatie voorkomt in de roman waar
de buurt rond het station van Berchem dienst doet als decor. Of was
dat niet in een roman maar in een verhaal? Barwoutswaerder is het ondertussen
al vergeten en vraagt alweer hem te vergeven.
Waar Barwoutswaerder
wel nog zeker van is, is dat Hemmerechts vroeger zulke werkelijkheden
steevast naar haar hand zette en naar fictie omboog. En dat het door
De Coninck komt dat ze zich ook aan het schaamteloos neerpennen van
non-fictie begon te wagen, bijvoorbeeld onder de vorm van dagboekschrijven.
Niet dat de publicatie van dagboekfragmenten haar altijd in dank wordt
afgenomen. Het gebeurt, zo zei ze, dat mensen die zichzelf in het één
of andere fragment herkennen, haar dat enigszins verwijten omdat ze
Hemmerechts in dat geval beschouwen als een indringer op privé-terrein.
Waarop ze een dagboekfragment voorlas over een oud-professor van haar
die ze na jaren nog eens in de Delhaize tegen het lijf botste.
De
Delhaize. Barwoutswaerder herinnerde zich nog dat die supermarkt een
grappige rol speelde in de relatie tussen Hemmerechts en De Coninck.
Zo hadden ze elk hun eigen Delhaize. En als De Coninck haar vroeg:
“Naar jouw Delhaize of de mijne?”, het meestal de hare werd. Barwoutswaerder
herinnert zich dat allemaal van de voorstelling
Taal zonder mij met
actrice
Tania Vandesande in de huid van Hemmerechts, een voorstelling
naar het gelijknamige boek waarin Hemmerechts het verlies van De Coninck
van zich af schrijft.
Aan het eind van de ochtend merkte ze overig
fijntjes op dat ze erg goed is in het schrijven over de dood. Wat ze
treffend illustreerde door een zeer recent verhaal voor te lezen over
een vriendin die ze al zowat haar hele leven kende en die net de strijd
met kanker verloren had.
Maar, het ging er af en toe ook wat vrolijker
aan toe, daar in de Cogels Osylei. Bijvoorbeeld toen Hemmerechts een
vergelijking maakte tussen de toneelopleiding Dora (genoemd naar de
oprichtster, de actrice
Dora Van der Groen), waar ze momenteel nog
steeds les geeft, en de studio
Herman Teirlinck, waar ze ooit les gegeven
heeft. Die vergelijking vond Barwoutswaerder best boeiend.
Misschien
waren wel enkele van Hemmerechts leerlingen of ex-leerlingen aanwezig
op de lancering van
Met Andere Zinnen, op vrijdag 18 februari in de
Statiestraat te, jawel, Berchem. De initiatiefnemers van dat nieuwe
literaire magazine willen immers een platform voor jonge schrijvers
zijn. In het eerste nummer staan dan ook uitsluitend inzendingen van
jongelui tussen de 17 en de 27 die meededen aan de poëzie- en
prozawedstrijd voorafgaand aan de lancering.
Barwoutswaerder moet
zich met het tijdschrift nog eens rustig zetten om een oordeel over
die inzendingen te vellen, maar wat en voornamelijk de manier waarop
sommige laureaten tijdens de literaire avond voorlazen, vond hij alvast
niet altijd even sterk. Net zo min als de muzikale intermezzi van
Syndon.
Sterk
was wel hoe sommige juryleden hun werk brachten. Neem
Annelieke van
Mens, neem
Serge van Duijnhoven, neem
Bart F.M. Droog. Met daar nog
een stukje boven
Peter Holvoet-Hansen. Al droeg die laatste eigenlijk
nauwelijks een letter uit eigen werk voor. Nee, hij hield het liever
bij bijvoorbeeld
The Passenger van
Iggy Pop, wat Holvoet-Hansen ondergewaardeerde
poëzie noemde. Toen hij bij het lalalagedeelte kwam, gaf hij ruiterlijk
toe dat er nog werk aan was. Hilarisch! En zo ontlokte hij Barwoutswaerder
toch nog een miniglimlachje.
pst: Mevrouw Hemmerechts, Barwoutswaerder
laat nog weten dat hij u een abonnement op Meander warm kan aanbevelen,
maar dat hij te verbouwereerd was toen u zei dat u het magazine niet
kende.