Meander
log
Meander >

Meander Magazine >

Klassiekers >

 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Marina Tsvetajeva
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=399
door Kees Godefrooij op 25-02-2005
'Hoe zal de kamer eruitzien waar we elkaar zullen ontmoeten?', schreef Rilke aan de dichteres Tsvetajeva.
Nog nooit hadden ze elkaar getroffen maar in hun correspondentie was de inkt gaan gloeien. In augustus 1926 stopte Rilke plotseling met het beantwoorden van haar brieven. Begin november stuurde Tsvetajeva hem een briefkaart met haar nieuwe adres en alleen de woorden: 'Hou je nog steeds van mij?' Ze ontving geen antwoord. Ze wist dat zijn gezondheid te wensen overliet, maar kon zich niet voorstellen dat hij doodziek was. Op 29 december 1926 stierf Rilke en op 31 december vernam Tsvetajeva dat hij dood was.

Het leven ontwikkelt zich voor Tsvetajeva als een hinderlaag. Ze debuteert op achttienjarige leeftijd en trouwt twee jaar later met de een jaar jongere Sergej Efron, hij is mooi, beďnvloedbaar en tuberculeus.
Ze zal hem, naast haar escapades met minnaars en minnaressen, altijd trouw blijven.
In hetzelfde jaar wordt hun eerste dochter Alja geboren. Efron vecht aan diverse fronten terwijl moeder en dochter in Moskou verblijven. In 1920 sterft haar tweede dochter, drie jaar oud, in een kindertehuis de hongersdood. Na Berlijn en Praag komt het gezin in Parijs terecht. Haar dichterscarričre komt er niet van de grond, voornamelijk omdat Efron publiekelijk zeer betrokken is bij de communistische zaak. Nadat hij ontmaskerd is als sovjetspion (in Zwitserland is hij medeplichtig aan de moord op een overgelopen agent van Stalin) wordt Efron op last van de sovjetautoriteiten teruggehaald. De Russische literaire kolonie in Parijs wil niets meer weten van Tsvetajeva, alle kans op publiceren is verkeken. In 1939 verruilt ze met haar dan veertienjarige zoon Frankrijk voor Moskou, nadat dochter Alja al eerder was vertrokken.
In Rusland laten oude vrienden het afweten, ze heeft geen publicatiemogelijkheid en doet onbevredigend vertaalwerk. Alja krijgt - wegens spionage - acht jaar kamp, Efron wordt in 1941 gefusilleerd en op 31 augustus van dat jaar hangt Tsvetajeva zich op.

Goed dat u niet bezeten bent van mij,
Goed dat ik ook van u niet ben bezeten,
Dat wij op aarde blijven en dat wij
Niet wegzweven naar andere planeten.
Goed dat ik gek mag doen - losbandig, vrij,
Dat ik mijn woorden niet hoef af te meten,
En dat een aanraking van uw kledij
Geen wild, benauwend vuur in mij ontketent.

Goed dat u in mijn bijzijn ook gerust
Liefkozingen van anderen kunt krijgen,
En dat u, als een ander mí j eens kust,
Mij niet met hel en vagevuur zult dreigen.
Goed dat u steeds, bewust of onbewust,
Mijn lieve naam, o lieve, zult verzwijgen...
Dat nooit in 't godshuis, in gewijde rust
een halleluja voor ons op zal stijgen.

Ik dank u voor dat alles; ik ben blij
Dat u, zonder er zelf iets van te weten,
Zo van mij houdt: dank voor de zon die wij
Niet samen zien, de niet met u gesleten
Verstilde nacht; dat wij elkander bij
Zonsondergang en maneschijn vergeten,
Dat u niet - ach! - bezeten bent van mij,
En dat ik - ach! - van u niet ben bezeten.

Marina Tsvetajeva, 3 mei 1915
(vert. Anne Stoffel)

Marina Tsvetajeva 1892 – 1941
Rainer Maria Rilke 1875 – 1926

Literatuur:
- Tsvetajeva, Het uur van de ziel, Leiden 1990
- Viktoria Schweitzer, Tsvetajeva, Amsterdam 1996
- Tsvetajeva, Werken, Amsterdam 1999
De bovenstaande tekst bestaat voor een deel uit citaten uit de genoemde werken.