Hoe is het je vergaan na het winnen van de poetryslam. Ik
heb het idee dat alles opeens heel snel ging. Je stond bij Poetry international
en op de nacht van de Poëzie, wat gebeurde er allemaal?
Sommige
dingen gebeurden dankzij het winnen van de nationale slamtitel, zoals
het optreden bij Poetry tijdens de International All Star Slam (deze
naam verzin ik, hij was anders) en andere dingen gebeurden ondánks
de slam, zoals de uitgave van 'In Menigten' bij Nijgh & Van
Ditmar en het optreden op de Nacht van de Poëzie. Ik geloof dat
men uiteindelijk toch naar de gedichten heeft gekeken. Een nieuw geluid.
Andere taal. En dan gaat de trein rijden en begint de moeilijkste fase
en dat is goede nieuwe gedichten schrijven en goed optreden. Altijd
weer geconcentreerd, gefocust, en niet aan je belastingaangifte denken
als je achter de microfoon gaat staan.
Je kwam opeens met een bundel.
Hoe is die ontvangen, is er iets veranderd voor je in je schrijven/je
leven?
Een bundel was de droom. Ik steeg ooit, tien jaar terug, op
in een vliegtuig van Royal Jordan Airlines vanaf JFK Airport in New
York en de motor aan één van de vleugels ontplofte en
vloog even in brand. Het vliegtuig maakte een kleine duikvlucht en
de stewardessen prevelden in het Arabisch een gebed.
Ik weet nog zo
goed dat ik toen toch vooral dacht aan het feit dat er geen bundel
van mij gepubliceerd was en ook nooit gepubliceerd zou worden als we
nu zouden neerstorten. Het is zoveel meer dan 56 pagina's in een kaft
met lijmlaag, gedistribueerd door het Centraal Boekhuis.
De bundel
is verder erg goed ontvangen door Het Parool en NRC Handelsblad, met
name. Ik was er erg blij mee maar ben tegelijkertijd vrij vlot begonnen
met het schrijven van de tweede bundel, die nu net uit is: 'Underperformer'.
Hoe
was het om met een tweede bundel bezig te zijn en zelfs met een roman?
Voel
je je gesteund door je uitgever? Heb je tijd kunnen nemen om er aan
te werken?
Het werken aan de tweede bundel was zowel zwaar als bevrijdend.
Zwaar in die zin dat er allemaal mensen doodgingen en mijn zoon veel
ziek was, en ik besloot die gebeurtenissen een plek in het boek te
gaan geven, maar dan niet op de manier zoals P.F. Thomése of
Anna Enquist dat deden, wat ik maar even wil samenvatten onder de noemer
'puur', nee: ik wilde het bruut, provocerend, rollercoasterig. Dat
de woorden als uppercut op uppercut van het papier af spatten. Ik wilde
niet zozeer het verdriet laten zien over ziekte en dood, maar de woede.
En de ontroering toch vooral aan de verbeelding van de lezer overlaten.
Daarbij wilde ik ook per se dat 'Underperformer' een poëziebundel
zou worden en niet een bekentenis of een dagboek. Het bevrijdende zat
'm in het feit dat 'In Menigten' een soort van 'best of'-collectie
was van alles wat ik in de voorgaande jaren had geschreven, terwijl
'Underperformer' van de fundering af is opgebouwd, en ik daarmee volledig
in control was.
Mijn redacteur, Jasper Henderson van Nijgh &
Van Ditmar, is van zeer grote waarde geweest. Op de juiste momenten
pakte hij de marker, maar vooral toch gingen onze gesprekken niet eens
over de gedichten maar gewoon over hoe ik de dingen ervaarde. Of ik
nog op mijn benen kon blijven staan. Bij die gesprekken werd ook dapper
gedronken. En uiteindelijk kwamen we dan wel weer bij de gedichten
uit, maar nooit vanuit een uitgeverijfocus.
Tijd om gedichten te schrijven
heb ik natuurlijk niet. Ik werk 4 dagen in de week op een communicatieadviesbureau.
Ik ben getrouwd en heb twee kinderen. Ik moet de grijze bak op tijd
bij de weg zetten. Ik heb een behoorlijk aantal goede vrienden met
dorst. Ik treed veel op. En af en toe slaap ik. Het is gekkenwerk.
Kan
je inmiddels leven van je gedichten?
Als ik alle optredens en opdrachten
zou aannemen, zou ik op dit moment van de poëzie kunnen leven.
Maar ik wil niet alle optredens en opdrachten aannemen.
De toon
in je tweede bundel vind ik minder heftig. Klopt dat? Hoe zou jij zelf
deze bundel omschrijven?
Ik kan op dit moment echt niet beoordelen
welke bundel nu heftiger is. Het is ook een te vaag begrip. Het is
ook in geen geval een doel, om 'heftig' te zijn. 'Ik vond mijn eigen
taal uit/en haalde alle woorden door', is een regel in de bundel. Da's
een rechtstreekse verwijzing naar de poëziekritiek van Ilja Leonard
Pfeijffer. En een uiterst hoopvolle zin.
Niet voor niets heeft het
derde hoofstuk in de bundel ('Outperformer') als ondertitel: 'Een Gospel'.
De bundel is een aaneengeregen reeks van opdekopgezette taal, zo geformuleerd
dat de lezer zich niet eens meer herinnert dat er ooit andere taal
was. Het is pitbullpoëzie, het laat je niet meer los. Althans,
dat is de bedoeling. Als ik de hele bundel bij mekaar trek vind ik
'gospel' overigens de lading wel het beste dekken. Ik zie het negerkoor
in gedachten al het podium op gaan.
Wie zijn jouw voorbeelden/idolen
(in dichten, kunst, muziek)?
In de literatuur: Kafka, Céline,
Camus, Dostojewski, Agejew, Kerouac, Marnix Gijsen, Willem Elsschot.
In de poëzie heb ik geen voorbeelden of idolen. Wel dichters die
ik ijzersterk vind: Jan Arends, Johan Joos, Paul Beatty, Atilla Joszef.
En meer recent: Maria Barnas, Erik Lindner, Ilja Pfeijffer, Hans Verhagen,
Joost Zwagerman. Helden in de muziek: The Smiths, Tuxedomoon, John
Coltrane, Ol' Dirty Bastard, Bach, Frans Halsema, Eddie Christiani
en Serge Gainsbourg.
Met wie zou je wel eens een hartig woordje
willen wisselen qua dichten?
Met Ingmar Heytze. Ik begrijp niet waarom
hij de gedichten schrijft die hij schrijft.
Wanneer komt je roman
uit?
Eind 2006. Of later.
Wat zou jij aankomende dichters beslist
willen afraden?
Zelfoverschatting. Wees nederig. Haal je gedichten
door de gehaktmolen. De eerste versie is kut. De tweede ook. Vanaf
de tiende kan het wat worden.