Meander
log
Meander >

Meander Magazine >

Klassiekers >

 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Barwoutswaerder * Kabouterkreetjes
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=436
door David Troch op 24-03-2005
Noem mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte naam voor een sprookjesfiguur. Niet dat ik een rol in een vertelling van Grimm ambieer, het is dat wildvreemden wel eens de neiging schijnen te hebben om in die of vergelijkbare termen over mij te keuvelen. Ik neem die wildvreemden dat niet kwalijk. Kind of kabouter, we moeten allemaal een naam hebben. Deze kabouter heet Barwoutswaerder. Aangenaam.

Barwoutswaerder kon een klein opgewonden kreetje niet onderdrukken, toen hij onlangs zijn e-mail checkte. De redactie van kOrt Literair liet hem weten dat hij hun verhalenwedstrijd Onbekommerd kort gewonnen had. Omdat de jury enigszins besluiteloos geweest bleek te zijn, moet Barwoutswaerder die prijs met Joop van Duin delen. De winnende verhalen en het bijbehorende juryverslag zullen in kOrt 5 verschijnen dat eind maart in de winkels ligt.
Een iets kleiner kreetje, zeg maar een kabouterkreetje, slaakte Barwoutswaerder toen hem niet veel later via dezelfde elektronische weg het bericht bereikte dat hij een vrijkaart voor de Nekkanacht in zijn brievenbus mocht verwachten. Die vrijkaart had hij te danken aan zijn deelname aan de liedjeswedstrijd Het nieuwe lied van Radio 1.
Bij die wedstrijd mochten luisteraars van de Vlaamse radiozender twee eigenhandig geschreven liedjesteksten inzenden. Honderd teksten zouden een eerste selectie overleven, daarna zouden drie zangers evenveel nummers uitkiezen om de teksten op muziek te zetten. Die van Barwoutswaerder was daar niet bij, overleefde zelfs de eerste selectie niet.
Toch stond Barwoutswaerder op woensdag 16 maart omstreeks 19u in het Antwerpse Sportpaleis. Veel te vroeg, zowat anderhalf uur voordat feestvarken Herman van Veen vioolspelend het podium zou opwandelen, maar dat deerde niet. Het gaf hem de tijd om rustig verder te lezen in De geschiedenis van mijn kaalheid van Marek van der Jagt.
De eerste sporen van beginnende kaalheid zijn stilaan ook bij Barwoutswaerder te zien. Al is het nog lang niet zo erg als bij de alweer zestigjarige Van Veen. Niet dat die pensioensgerechtigde leeftijd aan de zanger te merken was. Zo stond hij bijvoorbeeld bijzonder opgewekt en erg uitgelaten ter plaatse te trappelen tijdens Opzij, opzij.
Niet alle melodietjes die Van Veen bracht, wist Barwoutswaerder te herkennen, laat staan mee te lippen. Maar Hilversum 3, Zo vrolijk, Rozengeur en maneschijn, ja, die nummers had hij wel eens gehoord. Meer, hier en daar kende hij zelfs een tekstflard.
Toch kon Barwoutswaerder het niet nalaten op een bepaald moment te denken: "Allemaal mooi en wel, meneer Van Veen, maar Bram Vermeulen ben je niet." Immers, de betreurde Vermeulen schrijft Barwoutswaerder nog net dat tikkeltje hoger aan. Enkele nummers na zijn gedachte slaakte Barwoutswaerder weer eens één van zijn kabouterkreetjes toen Van Veen een korte ode aan Vermeulen aankondigde. Een minuut kippenvel. Een minuut ontroering.
Wellicht is die minuut wat Barwoutswaerder zich het langst van de Nekkanacht zal herinneren. Ondanks andere hoogtepunten. Want, ja, die waren er. Bijvoorbeeld Paul van Vliet die zijn liefde aan Vlaanderen verklaarde. Of de broers van Kommil Foo die een nieuw lied, een toepasselijk verjaardagsliedje, brachten.
Niet zozeer voor verjaardagsliedjes, wel voor de drie nieuwe lieden, ja, daarvoor kwam Barwoutswaerder toch ook een beetje. Hij wou immers wel eens weten hoe de winnende lieden van de Radio 1 wedstrijd zouden klinken. Vooral de tekst die Dirk Blanchart uitgekozen had, Van te sterven ga je dood van Guido Laurent, viel best bij Barwoutswaerder in de smaak. De teksten die Pieter Embrechts (Liefde half om half van Bert Vereycken) en Eva De Roovere (Maandagochtend van Wietske Loebis) op de microfoon loslieten, deden dat iets minder. Die zal hij toch nog iets vaker moeten horen om er eventueel voor te zwichten.

Na een helse week waarin hij alleen maar in zijn riant rijtjeshuis was om te slapen en te ontbijten, kon Barwoutswaerder wel een avond thuis gebruiken. Hij was er dan ook niet rouwig om dat hij op zaterdag 19 maart op het laatste moment dan toch niet met vrienden zou doorzakken in Beveren. En dat hij in plaats daarvan naar de rechtstreekse uitzending op Canvas van De Gouden Uil kon kijken.
Van de vijf auteurs die een nominatie voor de Gouden Uil jeugdliteratuurprijs in de wacht hadden gesleept, had Barwoutswaerder enkel al wat van Joke Van Leeuwen gelezen. Geen jeugdboek weliswaar, maar haar allerminst onaardige dichtbundel Vier manieren om op iemand te wachten. Van de andere namen op de shortlist deed Guus Kuijer, die zou winnen met zijn Het boek van alle dingen, bij Barwoutswaerder ook nog wel een belletje rinkelen. Maar de namen Harm De Jonge, Martha Heesen en Paul Verrept, die zegden hem niet zo gauw wat.
Zelfs op de lijst voor De Gouden Uil literatuurprijs prijkten twee namen die Barwoutswaerder niet meteen kende: Paul Verhaeghen en Frank Westerman. Dat één van hen uiteindelijk de vette prijzenpot van 25.000 euro zou winnen, Westerman met El Negro en ik, het deed Barwoutswaerder wel even duizelen. Dat zou het hem ook gedaan hebben als Het grote baggerboek van Ilja Leonard Pfeifer, Het onverwachte antwoord van Patricia De Martelaere of De Joodse Messias van Arnon Grunberg uitverkoren was geweest.
Alleen met dat laatste boek had Barwoutswaerder al eens in de plaatselijke bibliotheek in zijn handen gestaan, maar omwille van de dikte had hij het weer netjes teruggezet. Dat zou op de reeds ellenlange lijst komen met boeken die hij ooit eens zou kopen om later eens rustig te lezen. U kent dat.

pst: Meneer Van Veen, Barwoutswaerder laat nog weten dat het niet altijd zo vrolijk hoefde en u best Barwoutswaerders lievelingsnummer, de fijnbesnaarde ballade De man die zelfmoord wilde plegen, het Sportpaleis in had mogen jagen.