Noem mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte naam voor een
sprookjesfiguur. Niet dat ik een rol in een vertelling van Grimm ambieer,
het is dat wildvreemden wel eens de neiging schijnen te hebben om in
die of vergelijkbare termen over mij te keuvelen. Ik neem die wildvreemden
dat niet kwalijk. Kind of kabouter, we moeten allemaal een naam hebben.
Deze kabouter heet Barwoutswaerder. Aangenaam.
Barwoutswaerder
kon een klein opgewonden kreetje niet onderdrukken, toen hij onlangs
zijn e-mail checkte. De redactie van kOrt Literair liet hem weten dat
hij hun verhalenwedstrijd Onbekommerd kort gewonnen had. Omdat de jury
enigszins besluiteloos geweest bleek te zijn, moet Barwoutswaerder
die prijs met
Joop van Duin delen. De winnende verhalen en het bijbehorende
juryverslag zullen in kOrt 5 verschijnen dat eind maart in de winkels
ligt.
Een iets kleiner kreetje, zeg maar een kabouterkreetje, slaakte
Barwoutswaerder toen hem niet veel later via dezelfde elektronische
weg het bericht bereikte dat hij een vrijkaart voor de Nekkanacht in
zijn brievenbus mocht verwachten.
Die vrijkaart had hij te danken aan
zijn deelname aan de liedjeswedstrijd Het nieuwe lied van Radio 1.
Bij die wedstrijd mochten luisteraars van de Vlaamse radiozender
twee eigenhandig geschreven liedjesteksten inzenden. Honderd teksten
zouden een eerste selectie overleven, daarna zouden drie zangers evenveel
nummers uitkiezen om de teksten op muziek te zetten. Die van Barwoutswaerder
was daar niet bij, overleefde zelfs de eerste selectie niet.
Toch
stond Barwoutswaerder op woensdag 16 maart omstreeks 19u in het Antwerpse
Sportpaleis. Veel te vroeg, zowat anderhalf uur voordat feestvarken
Herman van Veen vioolspelend het podium zou opwandelen, maar
dat deerde niet. Het gaf hem de tijd om rustig verder te lezen in
De
geschiedenis van mijn kaalheid van
Marek van der Jagt.
De eerste
sporen van beginnende kaalheid zijn stilaan ook bij Barwoutswaerder
te zien. Al is het nog lang niet zo erg als bij de alweer zestigjarige
Van Veen. Niet dat die pensioensgerechtigde leeftijd aan de zanger
te merken was. Zo stond hij bijvoorbeeld bijzonder opgewekt en erg
uitgelaten ter plaatse te trappelen tijdens
Opzij, opzij.
Niet alle
melodietjes die Van Veen bracht, wist Barwoutswaerder te herkennen,
laat staan mee te lippen. Maar
Hilversum 3,
Zo vrolijk,
Rozengeur en
maneschijn, ja, die nummers had hij wel eens gehoord. Meer, hier en
daar kende hij zelfs een tekstflard.
Toch kon Barwoutswaerder het
niet nalaten op een bepaald moment te denken: "Allemaal mooi en wel,
meneer Van Veen, maar
Bram Vermeulen ben je niet." Immers, de betreurde
Vermeulen schrijft Barwoutswaerder nog net dat tikkeltje hoger aan.
Enkele nummers na zijn gedachte slaakte Barwoutswaerder weer eens één
van zijn kabouterkreetjes toen Van Veen een korte ode aan Vermeulen
aankondigde. Een minuut kippenvel. Een minuut ontroering.
Wellicht
is die minuut wat Barwoutswaerder zich het langst van de Nekkanacht
zal herinneren. Ondanks andere hoogtepunten. Want, ja, die waren er.
Bijvoorbeeld
Paul van Vliet die zijn liefde aan Vlaanderen verklaarde.
Of de broers van
Kommil Foo die een nieuw lied, een toepasselijk verjaardagsliedje,
brachten.
Niet zozeer voor verjaardagsliedjes, wel voor de drie nieuwe
lieden, ja, daarvoor kwam Barwoutswaerder toch ook een beetje. Hij
wou immers wel eens weten hoe de winnende lieden van de Radio 1 wedstrijd
zouden klinken. Vooral de tekst die
Dirk Blanchart uitgekozen had,
Van te sterven ga je dood van
Guido Laurent, viel best bij Barwoutswaerder
in de smaak. De teksten die
Pieter Embrechts (
Liefde half om half van
Bert Vereycken) en
Eva De Roovere (
Maandagochtend van
Wietske
Loebis) op de microfoon loslieten, deden dat iets minder. Die zal hij
toch nog iets vaker moeten horen om er eventueel voor te zwichten.
Na een helse week waarin hij alleen maar in zijn riant rijtjeshuis
was om te slapen en te ontbijten, kon Barwoutswaerder wel een avond
thuis gebruiken. Hij was er dan ook niet rouwig om dat hij op zaterdag
19 maart op het laatste moment dan toch niet met vrienden zou doorzakken
in Beveren. En dat hij in plaats daarvan naar de rechtstreekse uitzending
op Canvas van De Gouden Uil kon kijken.
Van de vijf auteurs die een
nominatie voor de Gouden Uil jeugdliteratuurprijs in de wacht hadden
gesleept, had Barwoutswaerder enkel al wat van
Joke Van Leeuwen gelezen.
Geen jeugdboek weliswaar, maar haar allerminst onaardige dichtbundel
Vier manieren om op iemand te wachten. Van de andere namen op de
shortlist deed
Guus Kuijer, die zou winnen met zijn
Het boek van alle
dingen, bij Barwoutswaerder ook nog wel een belletje rinkelen. Maar
de namen
Harm De Jonge,
Martha Heesen en
Paul Verrept, die zegden hem
niet zo gauw wat.
Zelfs op de lijst voor De Gouden Uil literatuurprijs
prijkten twee namen die Barwoutswaerder niet meteen kende:
Paul Verhaeghen
en
Frank Westerman. Dat één van hen uiteindelijk de vette
prijzenpot van 25.000 euro zou winnen, Westerman met
El Negro en ik,
het deed Barwoutswaerder wel even duizelen. Dat zou het hem ook gedaan
hebben als
Het grote baggerboek van
Ilja Leonard Pfeifer,
Het onverwachte
antwoord van
Patricia De Martelaere of
De Joodse Messias van
Arnon
Grunberg uitverkoren was geweest.
Alleen met dat laatste boek had
Barwoutswaerder al eens in de plaatselijke bibliotheek in zijn handen
gestaan, maar omwille van de dikte had hij het weer netjes teruggezet.
Dat zou op de reeds ellenlange lijst komen met boeken die hij ooit
eens zou kopen om later eens rustig te lezen. U kent dat.
pst: Meneer
Van Veen, Barwoutswaerder laat nog weten dat het niet altijd zo vrolijk
hoefde en u best Barwoutswaerders lievelingsnummer, de fijnbesnaarde
ballade De man die zelfmoord wilde plegen
, het Sportpaleis in had mogen
jagen.