Meander
log
Meander >

Meander Magazine >

Klassiekers >

 
  Publiceer je gedicht in Meander en bereik duizenden lezers
 
Een Rotterdamse doorzetter
alle bijdragen
reageer!
directe link voor dit item:
meandermagazine.net/l/?txt=477
door Rob de Vos op 08-04-2005
Menno, je bent een oude bekende van Meander. Je auteurspagina verwijst naar elf gedichten. Maar dat overzicht is niet volledig (de auteurspagina's vermelden alleen wat de laatste jaren in Meander is gepubliceerd), want al in april 1998 stond er een gedicht van je op de site.
Dat is wel een beetje opmerkelijk. Als je kijkt wie er nog meer rond die tijd in Meander publiceerden zul je zien dat het grootste deel van die mensen nu nooit meer in Meander staan. Misschien publiceren ze elders, maar waarschijnlijker is toch dat ze inmiddels geen gedichten meer schrijven.


Waarom ben jij doorgegaan?
Waarschijnlijk is het zo - ik ken wel wat lieden die dat gebeurd is - dat men, de afhakers, de gedichten om een eigenaardige reden schreef, een mengeling van romantiek en ongefocuste existentiele wanhoop, of maag en darmbezwaren, en niet, omdat het moest. Dat is niet vol te houden. Daarnaast: lieden die met alle geweld, ondanks het uitblijven van vraag in de markt, gedichten blijven schrijven, vinden vaak ook andere podia. En hebben Meander niet meer nodig. Die twee effecten zullen samen ervoor zorgen, dat langlopende meanderdichters weinig voorkomen. Ook ik heb bundels gemaakt, bloemlezingen gehaald en andere versjes laten slingeren, maar Meander is een vroege liefde. En ik ben pathologisch trouw. Waarom, dat is geheim.

Eigenlijk is Meander een debutantenplatform, zeg je. Met een enkele verstokte zijkmatras, dus. Een rol die me ligt.

Meander, dus. Af en toe. Ook al ben ik eigenlijk achterdochtig betreffende het elektrisch verspreiden van gedichten. Ik raad iedereen ernstig aan Meander te printen, dan te lezen, en om milieu-redenen vervolgens de achterkant te gebruiken als kladpapier.

Zie je een ontwikkeling in je werk in de loop van de tijd? Zou je zo'n gedicht als uit april 1998 nu nog kunnen schrijven? Zou je het nu nog inzenden naar Meander?
Natuurlijk ben ik aardig opgeschoven sinds 1998. Strenger in de vormenleer, losser in de rijmerij, en ik wil subtielere dingen vertellen. Zo een gedicht als dat van 1998 zou me nu als veel te makkelijk, niet eerlijk genoeg, en te sentimenteel voorkomen. Maar, het heeft me wel van dat sentiment afgeholpen. Immer voorwaarts. Tenslotte Ik hoop, als ik uitgepraat ben, ergens de moed vandaan te halen mijn bek te gaan houden. Al zou ik als ik jelui was, nergens op rekenen. Radiostilte is niet mijn fort.

Heb je Meander (inhoudelijk) zien veranderen in de loop der jaren?
Het ziet er beter uit, maar dat bedoel je niet, denk ik. Ik scan eigenlijk al jaren de gedichten, en als mijn oog blijft hangen, dan lees ik het grondig. Voor mijn idee gebeurt dat laatste ongeveer even vaak als voeger. Als men 1998 vroeger noemen mag.

Henk van Zuiden geeft op zijn site, www.henkvanzuiden.com, een overzicht van dichters die volgens hem in "de dikke Komrij" hadden moeten staan. Jij bent er een van. Is dat een genoegen of een schrale troost? Welk gedicht zou Komrij zeker van je hebben moeten opnemen?
Hmm. Ik bewonder Henk van Zuiden, omdat het mij een lieve, vriendelijke man lijkt, en dat is eigenaardig, want ik heb misschien 4 mails met hem gewisseld voor een tweetal andere bloemlezingen, en wat ken ik hem dus eigenlijk. Maar ik heb ontzettend gelachen om dingen die in zijn recente "Alles voor de Liefde" bloemlezing stonden. Van prachtig naar ranzig. Wat een boek. En dus, toen hij vroeg, of een gedicht van mij op de miskende dichter-site mocht, vond ik dat uitstekend, want hij heeft vaak een gelukkige hand. En de rol van Miskende Dichter, die speel ik in familiekring ook graag, als een feestje dreigt in te kakken.
Het ontbreken in het dikke K-boek van een Rotterdamse doorzetter acht ik geen groot probleem: er zijn zoveel boeken waar ik niet insta, ik sta niet eens in het telefoonboek. Ik mag graag in een bloemlezing staan, maar zo niet, dan even goede vrienden. Een beetje miskenning is nuttig voor den dichter. Overigens, neemt hij me per ongeluk ooit wel op, dan verander ik ogenblikkelijk van mening en vind dan iedereen, die er niet in staat, betreurenswaardig.

Enkele dagen na de dood van Pim Fortuyn schreef je een aan hem gewijd kwatrijn. Zou poëzie zich meer met de politiek moeten bemoeien dan ze nu doet?
Dat kwatrijn zou ik liever verwijderd zien: een vingeroefening van matige kwaliteit. En omdat het in een opwelling geschreven werd, omdat ik die dode kale mijnheer met al zijn plannen zo triest vond. Maar het staat op de Site van Bert van Weenen, en die gooit nooit wat weg. Waar iets voor te zeggen valt. Quod scripsi scripsi, of zo.

Wat heb je met postmodernisme?
Aardig is, dat het postmodernisme niet meer in de grote verhalen gelooft, en dan zelf zo een groot verhaal wordt, lastig, om in te geloven. Een uitstekende ontwikkeling: er zijn veel grote verhalen, die geloofd dienen te worden. Don Quichotte, bijvoorbeeld, voelde dat haarfijn aan.


Quijote

De ridder van de droevige figuur
heeft op zijn sterfbed spijt van wat hij heeft gelezen:
hij laat een boekenkast vol onzin achter

en nu hij weet dat het niet lang zal duren
voor hij zijn ogen dicht gaat doen is er nog tijd
voor één gedicht. Hij ligt op mij te wachten.

Dus dit is lastig. Ik moet iets proberen
en pak op ooghoogte een willekeurig boek

en blader glimlachend wat heen en weer. Ik knik,
wek sterk de indruk dat ik sta te zoeken,

totdat het niet meer uitmaakt wat ik voorlees
en zeg: 'Het is mij nog niet vreemd genoeg geweest.'


Hoe zou je liever worden beschouwd: als een goede vader of als een goede dichter?
Zo gauw zich een menigte voor de deur verzameld, in het kader van de rondrit door Rotterdam langs de huizen van de laatste drie zielepieten die niet in de Dikke Komrij staan, en men begint in groepsverband voor mijn deur te twijfelen hoe mij het beste te beschouwen, als vader, of als dichter, dan zal ik mij van mijn meest luidruchtige en onredelijke kant laten zien, zodat bovenstaande vraag als vanzelf vervalt. Men weet dan, wat men aan mij heeft. Daarna begin ik, onder een schuilnaam, opnieuw. Wellicht,en met enig fortuin, bij Meander.