Menno, je bent een oude bekende van Meander. Je auteurspagina
verwijst naar elf gedichten. Maar dat overzicht is niet volledig (de
auteurspagina's vermelden alleen wat de laatste jaren in Meander is
gepubliceerd), want al in
april 1998
stond er een gedicht van je op de site.
Dat
is wel een beetje opmerkelijk. Als je kijkt wie er nog meer rond die
tijd in Meander publiceerden zul je zien dat het grootste deel van
die mensen nu nooit meer in Meander staan. Misschien publiceren ze
elders, maar waarschijnlijker is toch dat ze inmiddels geen gedichten
meer schrijven.
Waarom ben jij doorgegaan?
Waarschijnlijk is het
zo - ik ken wel wat lieden die dat gebeurd is - dat men, de afhakers,
de gedichten om een eigenaardige reden schreef, een mengeling van romantiek
en ongefocuste existentiele wanhoop, of maag en darmbezwaren, en niet,
omdat het moest. Dat is niet vol te houden. Daarnaast: lieden die
met alle geweld, ondanks het uitblijven van vraag in de markt, gedichten
blijven schrijven, vinden vaak ook andere podia. En hebben Meander
niet meer nodig. Die twee effecten zullen samen ervoor zorgen, dat
langlopende meanderdichters weinig voorkomen. Ook ik heb bundels gemaakt,
bloemlezingen gehaald en andere versjes laten slingeren, maar Meander
is een vroege liefde. En ik ben pathologisch trouw. Waarom, dat is
geheim.
Eigenlijk is Meander een debutantenplatform, zeg je. Met
een enkele verstokte zijkmatras, dus. Een rol die me ligt.
Meander,
dus. Af en toe. Ook al ben ik eigenlijk achterdochtig betreffende het
elektrisch verspreiden van gedichten. Ik raad iedereen ernstig aan
Meander te printen, dan te lezen, en om milieu-redenen vervolgens de
achterkant te gebruiken als kladpapier.
Zie je een ontwikkeling
in je werk in de loop van de tijd? Zou je zo'n gedicht als uit april
1998 nu nog kunnen schrijven? Zou je het nu nog inzenden naar Meander?
Natuurlijk
ben ik aardig opgeschoven sinds 1998. Strenger in de vormenleer, losser
in de rijmerij, en ik wil subtielere dingen vertellen. Zo een gedicht
als dat van 1998 zou me nu als veel te makkelijk, niet eerlijk genoeg,
en te sentimenteel voorkomen. Maar, het heeft me wel van dat sentiment
afgeholpen. Immer voorwaarts. Tenslotte Ik hoop, als ik uitgepraat
ben, ergens de moed vandaan te halen mijn bek te gaan houden. Al zou
ik als ik jelui was, nergens op rekenen. Radiostilte is niet mijn fort.
Heb
je Meander (inhoudelijk) zien veranderen in de loop der jaren?
Het
ziet er beter uit, maar dat bedoel je niet, denk ik. Ik scan eigenlijk
al jaren de gedichten, en als mijn oog blijft hangen, dan lees ik het
grondig. Voor mijn idee gebeurt dat laatste ongeveer even vaak als
voeger. Als men 1998 vroeger noemen mag.
Henk van Zuiden geeft
op zijn site, www.henkvanzuiden.com, een overzicht van dichters
die volgens hem in "de dikke Komrij" hadden moeten staan.
Jij bent er een van. Is dat een genoegen of een schrale troost? Welk
gedicht zou Komrij zeker van je hebben moeten opnemen?
Hmm. Ik bewonder
Henk van Zuiden, omdat het mij een lieve, vriendelijke man lijkt, en
dat is eigenaardig, want ik heb misschien 4 mails met hem gewisseld
voor een tweetal andere bloemlezingen, en wat ken ik hem dus eigenlijk.
Maar ik heb ontzettend gelachen om dingen die in zijn recente "Alles
voor de Liefde" bloemlezing stonden. Van prachtig naar ranzig.
Wat een boek. En dus, toen hij vroeg, of een gedicht van mij op de
miskende dichter-site mocht, vond ik dat uitstekend, want hij heeft
vaak een gelukkige hand. En de rol van Miskende Dichter, die speel
ik in familiekring ook graag, als een feestje dreigt in te kakken.
Het
ontbreken in het dikke K-boek van een Rotterdamse doorzetter acht ik
geen groot probleem: er zijn zoveel boeken waar ik niet insta, ik sta
niet eens in het telefoonboek. Ik mag graag in een bloemlezing staan,
maar zo niet, dan even goede vrienden. Een beetje miskenning is nuttig
voor den dichter. Overigens, neemt hij me per ongeluk ooit wel op,
dan verander ik ogenblikkelijk van mening en vind dan iedereen, die
er niet in staat, betreurenswaardig.
Enkele dagen na de dood van
Pim Fortuyn schreef je een aan hem gewijd kwatrijn. Zou poëzie zich meer met de politiek
moeten bemoeien dan ze nu doet?
Dat kwatrijn zou ik liever verwijderd
zien: een vingeroefening van matige kwaliteit. En omdat het in een
opwelling geschreven werd, omdat ik die dode kale mijnheer met al zijn
plannen zo triest vond. Maar het staat op de Site van Bert van Weenen,
en die gooit nooit wat weg. Waar iets voor te zeggen valt. Quod scripsi
scripsi, of zo.
Wat heb je met postmodernisme?
Aardig is, dat
het postmodernisme niet meer in de grote verhalen gelooft, en dan zelf
zo een groot verhaal wordt, lastig, om in te geloven. Een uitstekende
ontwikkeling: er zijn veel grote verhalen, die geloofd dienen te worden.
Don Quichotte, bijvoorbeeld, voelde dat haarfijn aan.
Quijote
De ridder van de droevige figuur
heeft op zijn sterfbed spijt van wat
hij heeft gelezen:
hij laat een boekenkast vol onzin achter
en
nu hij weet dat het niet lang zal duren
voor hij zijn ogen dicht gaat
doen is er nog tijd
voor één gedicht. Hij ligt op mij
te wachten.
Dus dit is lastig. Ik moet iets proberen
en pak op
ooghoogte een willekeurig boek
en blader glimlachend wat heen en
weer. Ik knik,
wek sterk de indruk dat ik sta te zoeken,
totdat
het niet meer uitmaakt wat ik voorlees
en zeg: 'Het is mij nog niet
vreemd genoeg geweest.'
Hoe zou je liever worden beschouwd: als
een goede vader of als een goede dichter?
Zo gauw zich een menigte
voor de deur verzameld, in het kader van de rondrit door Rotterdam
langs de huizen van de laatste drie zielepieten die niet in de Dikke
Komrij staan, en men begint in groepsverband voor mijn deur te twijfelen
hoe mij het beste te beschouwen, als vader, of als dichter, dan zal
ik mij van mijn meest luidruchtige en onredelijke kant laten zien,
zodat bovenstaande vraag als vanzelf vervalt. Men weet dan, wat men
aan mij heeft. Daarna begin ik, onder een schuilnaam, opnieuw. Wellicht,en
met enig fortuin, bij Meander.