Nu je langzaam in vloeistof overgaat
je rustig uitstrekt, oprekt, afglijdt
van de graat. Ogen eerst, vingers volgen,
de grens aftast en steeds verlegt
tot waar jij reikt en voelbaar bent
Besef ik te laat
als om regen te vergeten
ik in plassen stamp en spring
dat jij juist in dit water
was opgeweld, mij nu doorweekt.
Sporen modder op tapijt.
Drink ik jou, zuig je op
in waterhoofd met drijfverstand
en als je mij dan hebt doortrokken
ik je eindelijk pissen kan
hoor ik toch weer
jouw gezeik.
Het land zompt en plonst
ik loop over water
zoals de zoon betaamt.
Casper Fioole
Stilte staat
als een muur in ons bed.
Vol groot gelijk bid ik
dat jij dit zwijgen
pijnlijker vindt dan ik.
Dat je het haat.
Dat het je misselijk maakt.
En vooral,
dat je sorry zeggen gaat,
en tegen me aan komt liggen.
Nu.
Op dit moment.
Alsjeblieft.
Eén seconde eerder dan ik.
Casper Fioole