Noem mij Barwoutswaerder. Het is een geschikte naam voor
een sprookjesfiguur. Niet dat ik een rol in een vertelling van Grimm
ambieer, het is dat wildvreemden wel eens de neiging schijnen te hebben
om in die of vergelijkbare termen over mij te keuvelen. Ik neem die
wildvreemden dat niet kwalijk. Kind of kabouter, we moeten allemaal
een naam hebben. Deze kabouter heet Barwoutswaerder. Aangenaam.
Jaren
was het geleden, dat Barwoutswaerder nog eens een aanmaning van de
plaatselijke bibliotheek in de brievenbus van zijn riant rijtjeshuis
gevonden had. Onlangs was het weer van dat. De bibliothecaris verzocht
hem met de nodige aandrang om drie boeken terug te brengen:
Hond bijt
hond van
Edward Bunker,
De geschiedenis van mijn kaalheid van
Marek
van der Jagt en
Terug naar Killary Harbour van
Guido van Heulendonck.
Hond
bijt hond had Barwoutswaerder al enige tijd met de spreekwoordelijke
smaak achter de spreekwoordelijke kiezen gepropt.
De geschiedenis van
mijn kaalheid had hij definitief dichtgeslagen de avond voor hij de
aanmaning ontving. Over dat laatste boek had hij wel bijzonder lang
gedaan.
Ondanks het feit dat het allemaal best aardig weg las. En dat
dankzij een snedige vertelstijl en een aardig uitgestippelde verhaallijn.
Barwoutswaerder
was dan ook nog niet aan één letter uit de nieuwste roman
van Van Heulendonck gekomen. Van die auteur herinnerde hij zich vaagweg
Paarden zijn ook varkens. In die zin dat de titel een spreekwoordelijk
belletje deed rinkelen, maar verder dan dat kwam hij niet. Ja, hij
had de bewuste roman gelezen, maar hem navertellen? Om de dooie donder
niet.
Omdat Barwoutswaerder wel eens wou weten wat hij van die Van
Heulendonck precies moest vinden, liet hij
Terug naar Killary Harbour
maar verlengen. Ondertussen zit de bladwijzer echter nog steeds niet
verder dan één vijfde van het boek. Barwoutswaerder las
al wel de dichtbundel
Nietzsche schrijft een laatste vers van
Ingmar
Heytze volledig uit en verorberde een handvol gedichten uit
Dat het
zo hoorde van
Tsjead Bruinja en
Rode vlam van
Frank Starik. Maar een
uurtje de tijd om zich voor proza rustig in de zetel te zetten? Nee,
die tijd had hij niet gehad. Daarvoor was het een te waanzinnige tweeweekse
geweest.
Die tweeweekse was begonnen met de stadsderby tussen Racing
Mechelen en KV Mechelen. Zo is dat, het hoeft voor Barwoutswaerder
niet altijd cultuur te zijn. Ook een potje voetbal wil er al eens in.
Niet dat onze kabouter van waar hij stond veel van de wedstrijd kon
zien, maar daar maalde hij niet om. De sfeer bij zo'n derby, daar deed
hij het om. En dat hij nauwelijks een speler van zijn geel rode lievelingsclub
bij naam kende, ach, wat zou het. Barwoutswaerder heeft niet de ambitie
een kloon van
Jan Mulder of
Herman Brusselmans te worden. Daar volgt
hij het spelletje toch te weinig voor.
Ook de carrière van
Metallica had hij blijkbaar niet zo nauwgezet gevolgd als de
wonderlijke jongedame die naast hem zat in de Kinepolis van Gent toen
daar de dvd
Some Kind of Monster exclusief op groot scherm werd geprojecteerd.
Of Barwoutswaerder zich kleiner dan wel groter maakte toen de presentator
van dienst hem bedankte dat hij die voorstelling en de latere voorstellingen
in Leuven en Kortrijk mogelijk gemaakt had, was niet meteen duidelijk.
Los daarvan, Barwoutswaerder zat niet alleen omwille van het gezelschap
een dikke twee uur te genieten. Het was ook amusant om zien welke spreekwoordelijke
hindernissen de rockgroep over moest bij het maken van het nieuwste
album
St. Anger.
Barwoutswaerder prees zichzelf gelukkig dat hij
op zulke grote hindernissen als Metallica nog niet gebotst was bij
de repetities van het toneelstuk
Een doosje dolle dialogen. Er waren
wel al noodgedwongen twee acteurs vervangen, maar nu Barwoutswaerder
al weken repeteerde met de acterende dichters of de dichtende acteurs
Joke Depouvre,
Tine Ducatteeuw en
Xavier Roelens hadden er zich
geen noemenswaardige crisissen meer voorgedaan. Ook aan de verkeerde
spelling op de posters van één van de zalen waar het
toneelstuk te zien zal zijn, tilde Barwoutswaerder niet bepaald zwaar.
Om zich daar druk over te maken, daarvoor zat Barwoutswaerder wellicht
te stuk. Spreekwoordelijk stuk uiteraard.
Gek genoeg voelde Barwoutswaerder
zich nog niet zo toen hij in Leuven in 't Stuk aan een Poetry Slam
deelnam. Twee nobele onbekenden proefden voor het eerst van het podium.
Xavier Roelens bracht iets op de wijze van Barwoutswaerder, wat die
wijze ook moge zijn. En
Joost Stockx palmde de meeste zieltjes uit
het publiek voor zich in. Winnen heet dat.
Al een stuk meer stuk zat
Barwoutswaerder toen hij zeven dagen daarna wegreed van het verrassingsverjaardagsfeestje
in Gent dat Tine Ducatteeuw voor haar vriend
Olaf Risee in elkaar gestoken
had. Aan de hand van ooit door hem geschreven citaten moest Risee raden
of hij
Eva Cox,
Jelle Meander,
Roop,
Pom Wolff,
Arnaud Richter, Xavier
Roelens of Barwoutswaerder naar het podium moest vragen. Bevriende
dichters als
Erik Jan Harmens,
Danny Degenaar en
Peter Holvoet-Hansen
die niet aanwezig konden zijn, hadden vooraf een gedicht op het antwoordapparaat
achtergelaten. En bij dat alles blafte de hond. En na dat alles speelde
er nog iemand sax. Bij gebrek aan een man met een tuba.
pst : Barwoutswaerder
mag volgens een enkeling dan misschien wel een pitbullmentaliteit hebben,
hij laat nog weten dat ook dat allemaal maar spreekwoordelijk is.