Wat voor nieuwe ontwikkelingen zie jij op dit moment plaatsvinden in de podiumpoëzie?
Sven Ariaans: Ik zie een paar dingen. Ten eerste dat de podiumpoëzie zo langzamerhand volwassen
geworden is. Podiumdichters van het eerste uur, zoals Erik-Jan Harmens en
Tjitske Jansen, hebben bij gerespecteerde uitgeverijen bundels gepubliceerd
die door zowel recensenten als het publiek goed zijn ontvangen. Tegelijkertijd
schieten nieuwe slampodia als paddestoelen uit de grond en is de aanwas
van nieuw talent groter dan ooit. Vroeger kwam je in het slamcircuit telkens
dezelfde dichters tegen. Op zich is dat gezellig. Je leert elkaar kennen
en met sommigen raak je ook daadwerkelijk bevriend. Het had echter ook een
nadeel om telkens weer met elkaar op te treden. Ik ben zo'n dichter die,
net als veel podiumdichters van de "oude garde", erg lang doet over het
schrijven van een nieuw gedicht en daarbij heb ik ook nog eens de neiging
om tijdens "belangrijke" optredens te vertrouwen op mijn greatest hits,
met als gevolg dat ik me soms doodschaamde [...]
voor mijn collega's als ik voor
de zoveelste keer dezelfde gedichten voordroeg. Het leuke van de nieuwe
stroming podiumdichters is dat het over het algemeen veelschrijvers zijn.
En ze hebben meer lef. Durven zichzelf te vernieuwen. Een andere ontwikkeling
die ik zie is dat er grofweg twee categorieën aan het ontstaan zijn van
podiumdichters. De eerste groep richt zich met name op het schrijven, heeft
als diepste wens om ooit gepubliceerd te worden en gebruikt het podium als
middel om zichzelf in de kijker te spelen bij uitgeverijen, of in ieder
geval om een soort dichterlijk CV op te bouwen. De andere groep bestaat
uit podiumdichters pur sang. Zij schrijven ook echt met het oog op het publiek
en kicken op het optreden zelf, op het contact met de zaal. Ik spreek geen
voorkeur uit voor een van deze categorieën. Beide groepen bevatten zowel
interessante representanten als mindere geesten. Het is een hardnekkig vooroordeel
dat poëzie bedoeld voor papier niet overeind blijft op het podium of andersom.
Niet alles hoeft je smaak te zijn, maar kwaliteit redt het naar mijn mening
altijd. En dat vind ik persoonlijk misschien wel de allerinteressantste
ontwikkeling : dat het podiumpoeziepubliek door de jaren heen een stuk wijzer
is geworden. Het weet wat er te koop is en valt niet meer voor de gek te
houden, het prikt tegenwoordig door zowel hoogdravende onzin als ordinair
effectbejag heen maar kan ook oprecht genieten van werkelijke talent. In
Festina Lente, de oudste poetryslam van Nederland, is het trouwe publiek
vaak bekwamer dan de vakkundige jury. En daar lijkt mij de poëzie voor te
zijn bedoeld; niet voor de dichter, niet voor recensenten of jury's, maar
voor het publiek. Ongeacht of ze nu vanaf papier komt of van het podium.