Meanders wedstrijd voor erotische verhalen en gedichten, klik hier

Meander
 http://meander.italics.net
 literair e-zine
 aflevering 207 * 16 februari 2003 * verschijnt om de twee weken op zondag 
 meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom, reacties ook 


artikel * recensies * proza * nieuws * colofon 
Gedichten



Rubensvrouw

zie toch eens mijn weelderige lijf
dat, zo lijkt het, vanzelfsprekend wacht
om gestreeld te worden dag en nacht
mannen inviteert tot speels verblijf

het lijkt misschien of ik nu overdrijf
zou ik mij moeten schamen voor mijn pracht
zie toch eens mijn weelderige lijf
dat, zo lijkt het, vanzelfsprekend wacht

ik ben niet bang dat ik straks overblijf
word altijd weer door schilders opgewacht
al is 't sinds Rubens nooit meer volbracht
ik blijf 't model, een rond en mollig wijf
zie toch eens mijn weelderige lijf


Car

auteurspagina Car
geef commentaar op dit gedicht




Foto

Ze stond daar met haar volle veertien jaar
beneden aan de steiger mooi te wezen.
Nog in zwart-wit, dat wel, maar met benen
die glansden in de spiegelende haven.

Middeleeuwse huizen bogen zich
over haar Britse blankheid,
waarin van later grijs
nog weinig te vermoeden viel.

Omstrengeld door schuchtere afstand
liepen wij in gedachten de kade af.
Het was een herfst met mist
en met doordringend zwijgen.

Nog steeds in zwart-wit keerde zij terug
naar haar reusachtig eiland,
met misschien wel de herinnering
aan hoe ze van de foto lachte:

oneindig kuis en zo oneindig veelbelovend,
met in het water een verkrampte rimpeling.


Kees Klok

auteurspagina Kees Klok
geef commentaar op dit gedicht




nadagen

de zon doet ongelofelijk haar best
smijt onbaatzuchtig met de laatste krachten
- de kou laat nu niet lang meer op zich wachten -
zij strooit de levensvreugd die haar nog rest

de zomergasten zijn nog niet vertrokken
ze wachten op het teken voor de vlucht
de stilte wordt verbroken door gerucht
vanuit de verte roepen zacht de klokken

je strompelt op pantoffels stil naar buiten
gebroken door de slapeloze nachten
het kost je moeite om je vest te sluiten

na maanden zie ik weer een prille lach
zijn het de spuiten die de pijn verzachten
of is het doodgewoon die mooie dag


Daan de Ligt

auteurspagina Daan de Ligt
geef commentaar op dit gedicht




Vader

Het is mijn vader die boert,
het is mijn vader die zijn hoofd
stut met beide handen, het is
mijn vader die ik zie

kijken met een blik van hout -
jaar na jaar zijn ringen
smedend rond wat was -, het is
mijn vader die ik voel

strompelen in mijn hoofd.
Gedachte na gedachte struikelen
wij samen door het leven - ik

begrijp zijn pijn in de mijne en vrees
de hoop in het kind dat hij voedt
van zoon op zoon op zoon.


Koen Artman

auteurspagina Koen Artman
geef commentaar op dit gedicht




Tussen donker en volle maan

Zo zaten we bij elkaar
zo los van ons hoofd als
op hol geslagen paarden

En de tijd schroeide
in het wachten. De nacht
was uren gevallen en
slaap puilde met zakken uit

Dan plooiden zich onze handen
Ze lazen wegen gegrift langs
knobbels en beken
Ze vielen samen


Ann Tronquo

auteurspagina Ann Tronquo
geef commentaar op dit gedicht
Ann Tronquo leest het gedicht voor




Moeder Natuur

Je hebt je levensbronnen meegedragen
van kwetsbaar prilgroen af, met wild geluid
zijn ze onstuitbaar van je weggeslagen
vuilrood en bittergeel, ze vlogen uit

Je voelt de paddestoelen aan je knagen
als kinderen die snoepen van hun buit
ze knabbelen en zuigen, onbehagen
trilt langs de witte splinters in je huid

Je kent het lot van wie bij ons verwijlen
het is je sterven niet dat je ontstelt
dat is tenslotte niemands eigen feilen

Je zucht onder de wreedheid die je kwelt:
het waren geen houthongerige bijlen
maar 't is je moeder die je heeft geveld


Maarten Nauta

auteurspagina Maarten Nauta
geef commentaar op dit gedicht








advertentie

verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie






gedichten * recensies * proza * nieuws * colofon 
Artikel


"Ik leef drie levens - of zijn het er meer?"

Een schets van Thierry Deleu

door Jan Van Herreweghe


Thierry Deleu heb ik beter leren kennen vanaf 1984 toen ik bij hem op bezoek kwam om zijn aandeel in een happening te bespreken. Een korte babbel en een vlug akkoord: hij zou in een panel zitten met Willy Spillebeen, Lionel Deflo, Joris Denoo en André Velghe. The day after hoorde ik dat hij de 'stille' medewerker was van senator en toen ook burgemeester Eric Pinoie. In 1987 zou hij trouwens uit de schaduw komen en parlementair secretaris van de senator worden, belast met enig politiek denkwerk, toespraken en andere teksten.
Vanaf de publicatie van het essay over de poëzie van Thierry, geschreven door de Antwerpse criticus en auteur Guy van Hoof in 1986, met als titel Aan wat overblijft heb ik genoeg, merkten wij dat wij, hoewel wij in leeftijd erg verschillen, compagnons waren, vrienden voor het leven. Ik organiseerde de voorstelling van het boek in het stedelijk ontmoetingscentrum te Harelbeke. Mark Braet en wijlen Mark Dangin kwamen er spreken over kleine uitgeverijen en grote poëten.

In 1994 rolde zijn Memoires van de Paradox Pers te Antwerpen, de dertiende publicatie, een bloemlezing van enkele liefdesgedichten, geïllustreerd door zoon Henk. In 1997 verscheen Val der Engelen, ongetwijfeld de gaafste bundel van deze dichter. Met deze gedichten plaatst hij zich zeker onder de vijf beste liefdespoëten in Vlaanderen. Nieuw in deze bundel is de mystieke sfeer die de meeste gedichten kleurt, vooral de reisgedichten met als decor de Bourgogne en de Auvergne. De liefde is het uitgangspunt, maar het mysticisme symboliseert een gevoel van ingetogenheid. Anderzijds wordt dit mystieke gevoel dan weer met opzet doorbroken door erotiek 'in portieken en portalen'. Deze poëzie, of beter het religieuze in deze gedichten, heeft menig voor- en tegenstander verrast. Het is een slecht bewaard geheim dat Deleu vrijmetselaar is.
Een gesprek met hem kun je bovendien niet voeren zonder dat je het hebt over liefde, dood en erotiek: "De dichter in mijn poëzie is een man die pas laat de gloed van de liefde heeft gekend. Als hij de vrouw ontmoet - hij is ouder geworden - heeft hij het gevoel dat het hier om een unieke ontmoeting gaat, een gevoel dat later door de dood zal worden bezegeld. Genot, Liefde en Dood".
Tijdens de voorstelling van Val der Engelen zei cultuurschepen Willy Vandemeulebroucke uit Harelbeke: "Zijn engagement is periodiek en wisselvallig: de ene periode is hij met poëzie bezig, de andere periode houdt hij het bij proza en schrijft de meest uiteenlopende teksten voor inleidingen van exposities, tijdschriften, politici; in die laatste periode komt hij soms onverwacht op de proppen met een eigenzinnig essay of een nieuwe biografie". De schepen duidde onbewust de drie levens van Thierry Deleu: als schrijver en cultuurmens, als onderwijsverstrekker, als politiek geëngageerde.

Hoe typeer ik Thierry Deleu het best? Enerzijds etaleert hij graag zijn taalvaardigheid (vroeger, op het toneel, nu nog op vernissages, of als gastspreker, of bij het leiden van een vergadering), maar anderzijds leent hij zich graag tot het inspireren van kiescampagnes of het redigeren van een boek. Evenzeer kan hij na een of andere activiteit blijven hangen om een pint te drinken aan de toog. Je beseft opeens dat je naast een begenadigd schrijver staat, én uitgever én schooldirecteur én recent kabinetsattaché Onderwijs.
Zijn voortdurende rusteloosheid (het steeds plannen maken voor nieuwe projecten), dwingt hem soms tot een 'vlucht'. Dan loopt hij het land uit; een ander zou zeggen dat hij op reis gaat, een reis die enerzijds moet zorgen voor enige ontspanning, maar die hem anderzijds dan weer inspireert tot nieuwe gedichten, nieuwe inzichten, nieuwe projecten.

Zijn beroepsloopbaan vertoont het beeld van een gedreven onderwijsmens als leraar Nederlands en leraar niet-confessionele moraal aan de Rijksmiddenschool te Harelbeke. In 1989 werd hij directeur van de Middenschool van het Gemeenschapsonderwijs te Tielt. In 1995 werd hij hoofdmedewerker, daarna attaché op het kabinet Onderwijs.
In samenwerking met C. Devos publiceerde hij twee leerboeken Nederlands voor het beroepsonderwijs, een onderwijsvorm die hem na aan het hart lag.
In 1966 stichtte hij met Lionel Deflo het tijdschrift Kreatief dat hij verliet om bovenvermelde leerboeken te schrijven. In 1970 richtte hij, samen met kunstschilder Marcel Coolsaet, het tijdschrift Boulevard op. Een samenwerking die na tien jaar bruusk eindigde met het ontslag van Coolsaet. In 1981 richtte Deleu, samen met Guy van Hoof, de uitgeverij Het Schaap op. Onder hun redactie verschenen een 25-tal gedichtenbundels, bloemlezingen en monografieën, onder de reeksnaam Schaap Boeken.

Ook als prozaschrijver had Deleu meteen al zijn verdienste. Ik denk hier aan de omvangrijke biografie over Marc Bourry, man van het volk (1968) en het originele essay over stadgenoot André Velghe, Verslag van een literaire ontmoeting met André Velghe.

In zijn poëzie roept hij herkenning op, identificatie, gevoeligheid die herkenning evoceert. Als lezer word je soms in de rol van voyeur geduwd. Je voelt er je onwennig bij. Moet je lachen of huilen? Is het cynisch of is het triestig? Deleu is een ironicus en zoals het een goed ironicus past, weet je nooit echt wat sneer is en wat als verbloeming is bedoeld. Wat grap is, en wat droefgeestigheid.
De teksten in Ik zou liegen als ik het anders zei geven meer dan enkel informatie over Deleu of over de standpunten die hij deelde of waarmee hij uniek was. Ze vertellen veel over de samenleving zelf, over de evolutie die zich voltrokken heeft tussen de jaren '60 en de jaren '90. Deleu heeft zeker een invloed uitgeoefend op de mensen met wie hij omging.
Vanaf 1970 begon hij vaker tentoonstellingen in te leiden. Met een zekere mildheid - zijn manier van strelen en geselen - moedigde hij jonge kunstenaars aan; een aandachtige luisteraar kon toch duidelijk de kritiek horen die hij verbloemde, mooi verpakte, maar duidelijk formuleerde. Altijd maakte hij van zijn inleiding ook een educatief exposé: hij lichtte de toehoorders in over het medium kunst, over de beeldende kunsten, over de kunstenaar, over de wijze waarop het werk beoordeeld kon worden. Hij bracht bouwstenen aan om de beschouwer te helpen bij het vormen van een waardeoordeel. Hij gaf les in de hoop dat zij de leerstof zouden gebruiken om de werken te bekijken en te evalueren.

Deleu trok zich na 2000 uit het actieve leven terug, zette een stap opzij, ging reizen met zijn favoriete muze (zijn vrouw), schrijven, de helft van het jaar in Frankrijk wonen, genieten, proberen te overleven.
Daar schreef hij drie romans. Zijn debuutroman Eindterm (2002) is het relaas van een passioneel drama aan de top van het Vlaamse onderwijs. Op 22 september 1992 maakt een pistoolschot, afgevuurd door Joris Dekunst, secretaris-generaal van het departement onderwijs, abrupt een einde aan het leven van Sabine du Tertre, waarnemend directeur-generaal van het secundair onderwijs. De dag voordien heeft ze haar nieuwe minnaar Peter Deforge beloofd om haar amoureuze relatie met haar baas, Joris Dekunst, af te breken. Het tragische einde van een femme fatale op Onderwijs. Eindterm is het eerste deel van een trilogie, die de uitgever de naam De Creuse Trilogie heeft meegegeven, omdat met name het tweede en derde deel zich voornamelijk afspelen in de Creuse (Frankrijk). In elke roman is Peter Deforge (als het alter ego van de schrijver) sterk aanwezig als sleutelfiguur. In Eindterm is hij de laatste minnaar van (de vermoorde) Sabine du Tertre, in Amélie Laforêt is hij de oudere man van (de verongelukte) Amélie en in Arsène du Frêne, heer van La Vallade is hij de vader van Belle. Deze derde roman is een historische roman die zich afspeelt in de middeleeuwen, eerste helft van de 14de eeuw, op het landgoed La Vallade waar de schrijver verblijft.

De periode waarin Deleu graag had geleefd is die van de middeleeuwen, te midden van mystieke onrust. Hij is - hoewel agnosticus - altijd gevoelig geweest voor mystieke intuïties, voor het religieuze, in de betekenis van 'verbinden'. Als kind reeds voelde hij aan, zij het op een naïeve manier, dat daar een onzichtbare en intens geladen wereld was. "Mijn religieuze opvoeding is gestopt na mijn collegetijd," zegt hij hierover, "maar ik prijs me gelukkig dat ik die heb gehad, want dat is een toegangsweg naar het onzichtbare, naar het 'innerlijke'. Anderen zijn gesloten gebleven voor mythische waarheden of het heilige van het alledaagse."
In het verlengde hiervan ligt zijn betrokkenheid bij de Vrijmetselarij, waarover hij ooit opmerkte: "Ik heb altijd gestreefd naar openheid met de profane wereld: de maçonnerie en de vrijmetselaar moeten zich laten horen in belangrijke maatschappelijke debatten. De Vrijmetselarij is een initiatieke Orde, zij wijdt in, heeft ritualen en ceremonieën. Maar wat vooral belangrijk is: de Vrijmetselarij wil een wereld bouwen waarin de mens de maatstaf van alle dingen is, vandaar dat zij een fervente verdedigster is van de principes van de Franse Revolutie, met name gelijkheid, broederlijkheid, vrijheid. Wie deze principes wil beknotten of beheersen is haar erfvijand."
Deleu waagt zich vaak op de rand van wat kan, van wat is toegelaten, van wat kan worden gedoogd. Complex, maar o zo boeiend.


Memoires - Gedichten 1974-1980. Paradox Pers, Antwerpen, 1993
Val der Engelen - Tekeningen Henk Deleu. Het Schaap, Harelbeke, 1997.
Marc Bourry, man van het volk - Geschiedenis van een beweging, kroniek van een stad, verhaal van een leven. Stad Harelbeke, 1986.
Verslag van een literaire ontmoeting met André Velghe - De Gebeten Hond, Harelbeke, 1998
Ik zou liegen als ik het anders zei - Teksten 1965-2000. De Gebeten Hond, Harelbeke, 2001
Guy van Hoof, dichter zonder kroon - De Gebeten Hond, Harelbeke, 2001
Eindterm (roman) - De Gebeten Hond, Harelbeke, 2002


In voorbereiding:
Amélie Laforêt (roman).
Arsène Dufresne, heer van La Vallade (historische roman).
Zie auteurspagina Thierry Deleu







(advertentie)
Bestel nu een professioneel schrijfpakket Proza of Poëzie voor slechts Euro 20,00!

www.writersathome.nl/Schrijvenvoorauteurs.htm




gedichten * artikel * proza * nieuws * colofon 
Recensies


Over Toeschouw van L. Th. Lehmann

door Peter Jongsma


Louis Th. Lehmann zit niet stil, zelfs niet na de publicatie van de verzamelbundel Gedichten 1939-1998 in 2000. Lehmann, geboren te Rotterdam in 1920, is prozaïst, vertaler, meester in de rechten, archeoloog, doctor in de letteren en elke vrijdag d.j. voor de VPRO op Radio 5. Maar bovenal is hij dichter en met zijn nieuwste bundel Toeschouw bewijst hij dat eens te meer.
Lehmann begint zijn dichtersloopbaan in 1939 wanneer hij een aantal verzen publiceert in Werk, het tijdschrift van ondermeer Ed. Hoornik en Johan Daisne. In datzelfde jaar verschijnt zijn werk reeds tweemaal in een bloemlezing: in Dichters van dezen tijd (13de druk) en in In aanbouw, een gebruik waar hij zich later uitgesproken tegen afzet, getuige zijn beroemde uitspraak 'Gij zult niet bloemlezen'. Lehmann: "Bloemlezen, had ik indertijd het idee, was een manier om van dichters te profiteren zonder er veel voor te betalen, en in het geval van schoolbloemlezingen zelfs zonder er toestemming voor te vragen. Met mijn gebod hoopte ik een massa-beweging te ontketenen, maar ik had slechts één volgeling: Lucebert." (de Volkskrant, 15-12-2000).
Vanaf 1940 tot aan 1966 verschijnen er twaalf bundels van Lehmann, waarna het een aantal jaren stil is rond de dichter. Hij publiceert her en der nog wel wat, maar het duurt tot 1996 voordat er weer een serieuze publicatie in de boekhandel ligt. Hierna publiceert Lehmann tot aan de dag van vandaag weer met een gezonde regelmaat.

Toeschouw is de 19de bundel van Lehmann. De gedichten onthullen de veelzijdigheid van de dichter, een eigenschap die als vanzelfsprekend voortvloeit uit de jarenlange ervaring en het sterk veranderende literaire klimaat sinds zijn debuut. Toch is Lehmann, voor wie goed leest en herleest, bijzonder consistent in zijn verzen, al lijken de gedichten qua vorm en inhoud mijlenver uiteen te lopen.
Wat opvalt is zijn vrolijke, soms haast ironische toon. Of, zoals P.G.J. Korteweg in 1941 schreef, "het zou van slecht-hoorendheid getuigen, wanneer men niet in vele van deze gedichten getroffen werd door een stem die weliswaar vaak kolder praat, maar niettemin een stem is, een dichterlijk geluid."

Poëzie

Poëzie scheert langs alles
wat mensen aangaat
en raakt niets,

net als politiek,
maar zonder kwade bedoelingen.

Arie van den Berg, recensent van het NRC, noemt Lehmann naar aanleiding van Gedichten 1939-1998 een 'chroniqueur van het Amsterdamse stads- en straatleven' ( NRC, 12-01-2001) en ook in Toeschouw doet Lehmann deze naam eer aan. De bundel opent met de cyclus 'Tijdelijk eindeloos' (in de eerste druk staat abusievelijk 'Tiijdelijk') waarin Lehmann in zeven korte gedichten terugblikt op zijn jeugd, over de 'rechthoekige bruine buurt', over zijn leeservaringen met Couperus, de geluiden van de stad, de bomen in de straat en de dromen over verre steden aan de kust. Het is een prachtig hermetisch geheel dat bol staat van sentiment zonder dat Lehmann zichzelf door dat sentiment laat meesleuren.
Zijn huidige woonplaats Amsterdam speelt zeker een hoofdrol in Toeschouw, maar het is niet de enige stad die de dichter in zijn verzen aandoet. De stadsmens, zoals hij zich in 'Stedeling op reis' noemt, komt in exotische oorden als Florida en Buenos Aires, en de wat minder exotische plaatsen Maastricht, Rotterdam en Den Haag. De laatste brengt de lezer weer terug bij Couperus: Men liet iets dat Couperus heeft gekend; / straatwanden strak, met sierlijke moulure / aan menig raam, haast renaissance allure, / op kluwen binnenstad vloeiend geënt, / waar de straatnamen tempo doeloe rekten. ('Den Haag', fragment). Zijn terloopse fascinatie voor Couperus in Toeschouw bereikt zijn hoogtepunt in het haast surrealistische gedicht 'Couperisch taalgebruik'.

Couperisch taalgebruik

Couperus lag graag in het bedde.
Maar ging hij ook vaak in het badde?
Dat weten wij niet, maar men wedde
gewis niet voor niets, als hem hadde
het noodlot gegeven een heden
waarin 'business as usual' deden
Romeinse baden nog alla,
bijvoorbeeld die van Caracalla,
dat hij daarheen zou zijn geraced
wellicht op een ezelebeest.

Een plezierige kenmerk van de bundel Toeschouw is de gedoseerde mate waarin Lehmann zich bedient van allerlei versvormen. Van stug rijm tot het korte, vrije vers; van een (toneel)dialoog tot het zuivere sonnet. En altijd met dezelfde diepzinnige lichtvoetigheid en vervreemdend perspectief. Het geeft de bundel een krachtige vitaliteit mee, alsof de dichter wil zeggen: 'kijk eens wat ik allemaal kan!'

En ja, hij kan het ook allemaal.


L. Th. Lehmann - Toeschouw
Uitgeverij De Bezige Bij, 2003
54 blz.; EUR 15,00
ISBN 9023410114



Peter Jongsma




Van P en dingen die voorbijgaan

Milla van der Have over de poëzie
van Heytze en Hoorne




Hieronder volgt een bekentenis. Ik ben nooit een fan geweest van Ingmar Heytze. Dat is op zich geen wezensvreemde eigenschap voor literaire critici, die Heytze nogal eens afwillen doen als een toegankelijke en dus verderfelijke en misschien zelfs wel commerciële dichter. Mijn eigen antipathie daarentegen was gebaseerd op wat ik, jaren geleden alweer, vond van zijn gedichten. Die vond ik namelijk niet mooi en zoals dat gaat met jonge, idealistische dichters (of jonge idealisten in het algemeen) besloot ik vervolgens dat Heytze voor alles stond waar ik poëtisch tegen was en dat idee hield ik jaren in stand, uiteraard gevoed door critici die Heytze uitmaakten voor 'crowd pleaser'. In mijn belevingswereld bevond Heytze zich aan de ene kant van het poëtisch spectrum, in de spotlights, en ik in het donkere hoekje aan de andere kant en the twain shall never meet.

Zoals aan alle mooie sprookjes kwam ook aan dit sprookje een eind en wel al bij het openslaan van de Heytze-verzamelaar Het ging over rozen. Uw recensent is namelijk in de vrije uren ook een verstokt, licht obsessief fan van de tv-serie Buffy the Vampire Slayer en laat nu juist Heytzes bundel vergezeld gaan van maar liefst twee quotes uit Buffy. Zouden Heytze en ik dan toch meer gemeen hebben dan ik geneigd was te geloven, al was het maar een voorkeur voor gothisch getinte tv-series? Of wij als dichters iets gemeen hebben is een vraag die de knappe koppen later maar eens moeten beantwoorden, maar ik kan u nu al wel vast vertellen dat degenen die Heytze afschilderen als een commerciële crowd pleaser hem onrecht aandoen. En niet alleen om die Buffy-quotes, al zijn die in zekere zin exemplarisch voor het werk van Heytze. Afkomstig uit een fantasy-serie waar niemand, ook de meest afgestompte fan niet, enige diepgang aan toe zou willen kennen, kenmerken ze zich door een speelsheid met taal, die op zijn minst een glimlach oproept en in ieder geval iets zegt over de taalvaardigheid van de makers. Die speelsheid, die vaardigheid zijn symbolisch voor Heytzes poëzie, evenals de al te makkelijke aanname dat het slechts vermaak is. Maar er is meer aan de hand, want speelsheid en glimlachen alleen zijn misschien genoeg voor een tv-serie, maar goede poëzie behoeft meer dan dat.

Waardoor kenmerkt goede poëzie zich dan wel? Het is een vraag waar de knappe koppen al jaren op broeden, zonder ooit tot een bevredigend antwoord te komen. Wel op iets wat in de buurt komt. Poëzie kenmerkt zich, aldus één der knappe koppen, door naast onze gewone grammaticale (spreek) taal, kortweg G, ook gebruik te maken van een poëtische code, P, die het een dichter bijvoorbeeld toestaat te zeggen: Om mijn oud woonhuis peppels staan, een inversie die in het dagelijks leven ongrammaticaal is. In poëzie mag de taal dingen die hij normaal eigenlijk niet mag. Wat nu precies mooie P is en wat niet, is uiteindelijk voor iedereen verschillend.
Het 'probleem' van Heytze is dat hij bijzonder veel gebruikt maakt van G, de gewone code. Daardoor doet zijn werk ook toegankelijk, makkelijk aan en het is ongetwijfeld een verklaring, zij het geen sluitende, voor zijn populariteit. Zelfs in gedichten die meer 'poëtisch' zijn, staat vaak een laatste regel garant voor een lach, voor een terugkeer in de gewone wereld:

Million dollar baby

Mijn tante had een bomscherf
in haar voet, waaraan ze voelde
of het zou gaan sneeuwen.
Het was, nu ik dit overdenk,
een gaatje in haar hoofd,
maar toch, het lijkt erop:

je bent mijn million dollar wound.
Ik draag je in een fotoboek.
Uit onze oorlog weggevlucht,
heen en weer geslingerd tussen
vreemd bedroefd en opgelucht,
bleef ik in het midden staan.

Laatst kreeg ik een kaartje
met een roze ooievaar erop
en een cadeautip: envelop.

Ook zijn er gedichten bij die uiteindelijk niets anders voor je doen dan je laten lachen. Grappig als intermezzo op een loodzware poëzieavond, maar niet om te herlezen in eenzaamheid. Ze beklijven niet. Sommige gedichten, zoals het volgende, zijn vol belofte, maar lossen uiteindelijk weinig in:

Rietveldzit

Ken je het gevoel dat je gaat zitten
op een stoel die er niet staat,

de sensatie dat iets plotseling niet is
waar je het zonder twijfel had verwacht,
een onzichtbare duw van voren.

Verbaasde berichten naar alle spieren:
Mayday! Mayday! We zweven! We vallen!
Uitklapreflex van beide armen.

Daarom zit de Rietveldstoel zoals hij zit,
zo laag en blauw en rood en goed,

als om er op te wijzen dat men af en toe
eens moet gaan zitten op een stoel
die er niet staat.

Dankzij Heytzes enorme taalvaardigheid, waardoor alles zo gesmeerd en klinkend loopt, zijn ook die mindere gedichten aangenaam om te lezen. Toch is daarmee het 'geheim Heytze' niet ontrafeld. Want Heytze gebruikt wel degelijk P, alleen ligt die verstopt onder de grote hoeveelheid naadloos in elkaar overlopende G. Zo schrijft podiumdichter Heytze bijvoorbeeld, in een tijd waarin iedereen roept om engagement en niemand het heeft, een gedicht over de Twin Towers, dat niet alleen het mooiste gedicht is dat ik tot op heden ken over de ramp, maar tevens een gedicht dat wat mij betreft bol staat van P:

In ieder leven valt een vliegtuig

Vergis u niet - de wereld snijdt men
sneller stuk met stanleymessen
dan met top-notch stealth-techniek

een slinger en een steen volstaan
één korrel zand en gans het raderwerk
loopt vast of zakt verbijsterd naar de vlakte

bent u opgekweekt tussen de mijnen
onder lenteregens van raketten
u danst bij dit bericht op straat

wat kan een dans voor kwaad dus dans
u wachten twintig maagden dans
de twintig maagden buitenkans

laat mannen zwemmen in zeeën van vuur
laat vrouwen baden in vijvers van bloed
verzin een god van wie het moet

in ieder leven valt een vliegtuig

Hoewel dit het roerendste, 'rakendste' gedicht is uit Het ging over rozen, staan er nog veel meer poëtische hoogstandjes in, zoals Voor de liefste onbekende, dat een nominatie kreeg voor 'het mooiste gedicht van 2002'. Deze bundel met Heytzes beste werk sinds Alle goeds (2001) kwam uit in een topoplage van liefst 130.000 exemplaren en dat is maar goed ook, want er kunnen niet genoeg mensen kennis nemen van P, of het nu toegankelijke P is of zware, hermetische P. P is P is P.

Van amper durven en de liefde, natuurlijk

"Ik ken Ingmar Heytze alleen maar van heel sporadisch gemail maar hij schrijft best leuk, promoot zichzelf heel goed en heeft naar het schijnt nogal wat succes bij de vrouwen. Hé, ik moet hem dringend als voorbeeld nemen, want mijn promotie, die kan nog stukken beter", aldus Philip Hoorne, in een met toestemming van de schrijver overgenomen citaat.
Feit is dat Hoorne vooralsnog minder bekend is dan Heytze, maar daar kan verandering in komen. Hoornes poëzie laat zich net zo goed gebruiken voor het versieren van vrouwen (welke poëzie uiteindelijk niet?) en net als Heytze vindt Hoorne, zij het zonder Heytzes branie, onderwerpen voor gedichten vooral in alledaagse, dicht bij ons staande gebeurtenissen. En dan vooral de liefde, natuurlijk. Het debuut van de Vlaamse Hoorne, Niets met jou, is, anders dan de titel wellicht doet vermoeden, bovenal een lofzang op de liefde en dan met name de 'gewone' liefde tussen man en vrouw, de soms ijzige stemming in het huwelijksbed bij ruzie, en vooral de kleine dingen die een liefde maken. Of breken. Het is de poëzie van het aarzelen, het 'amper durven', zoals zo mooi naar voren komt in 'Ballotage':

Ballotage

Het zijn niet de kleurrijk verpakte dromen
die hij je schenkt met je verjaardag
niet het bloemenabonnement
de half toegestoken hand

een slap om je middel geslagen arm
of zakken vol poen

maar heel eenvoudige woorden
nauwelijks verstaanbaar gefluister
een half gemiste zoen
kleine bekentenissen in het duister
zachtjes likken aan je ene tepel
zoeken naar de andere.

Dit amper durven.

Er is een theorie over poëzie die zegt dat gedichten het bijzondere algemeen maken. Een persoonlijke ervaring wordt getransponeerd tot iets hogers, met een algemene geldigheid. Hoornes poëzie maakt het algemene bijzonder. We kennen allemaal de liefde, in meer of mindere mate, en de beslommeringen ervan. We zijn evengoed allemaal jong geweest (of zijn het nog) en dat wat we niet persoonlijk hebben meegemaakt, laat zich door de gedichten in Niets met jou levendig verbeelden. Hoornes gedichten vormen, naar het lijkt, een raam op het gevoelsleven van de dichter. Haast heb je het gevoel over de schouder van de dichter mee te lezen met 'based on a true story'-gedichten. Dat is waarschijnlijk niet écht zo, maar desalniettemin voelen de gedichten verdraaid echt aan.

In een andere recensie werd Hoorne het verwijt van huiselijkheid gemaakt, mede door zijn onderwerpskeuze, maar misschien ook wel door het gevoel de dichter zo dicht op de huid te zitten. Hoornes gedichten zijn ook huiselijk, maar ik betwijfel of dat érg is. Niet alle poëzie hoeft groots en meeslepend te zijn en wie goed leest, vindt voldoende groots en meeslepends in het kleine. Bij Hoorne wordt elk klein moment uitvergroot en wint daardoor een nieuwe, ongekende waarde:

Zandsculptuur in motion

Er is een grammetje ons
nu ik van op de dijk toekijk
hoe je langs de waterlijn
naar een onbestemd punt
in de verte schrijdt als een priesteres,
blootsvoets afdrukken achterlaat
tussen korrels en golven,
alleen de wind als bondgenoot.

De rode oktoberzon glijdt
in de spaarpot van God,
vliegers blijven aan de grond,
een hond ruikt aan een hond.

Je blijft af en toe staan,
stapt dan weer weg
van de plek waar je stond
- schoenen in de hand.

Alsmaar verder en vager:
Een vrouw, de zee en het strand.

Het moeilijke van dichten als Hoorne, is dat hij, met al zijn ontroerende gedichten, een dunne scheidslijn bewandelt, de grens tussen ontroering en melodrama.
Het kan niet anders dan dat die grenslijn hier en daar overschreden wordt en een gedicht een teveel aan effect probeert te sorteren, met name als de dichter kiest voor een te gemakkelijk rijm. Dat gebeurt dan ook in Niets met jou, maar de bundel kent ook even zovele sterke gedichten en blijft daardoor als geheel zeker overeind.

Vlaamse dichters hebben het niet makkelijk in Nederland, waar de vergelijking met de Vlaamse opperpoëet De Coninck immer op de loer ligt. Die vergelijking zal ik hier niet maken. Ik durf echter wel te stellen dat Hoornes poëzie het in zich heeft een even grote schare lezers te krijgen als die van Heytze. En met evenveel reden.


Ingmar Heytze - Het ging over rozen
Uitgeverij Podium, 2002
48 blz.; EUR 12,50
ISBN 9057590654


Philip Hoorne - Niets met jou
Uitgeverij 521, 2002
47 blz; EUR 12,50
ISBN 9076927294
Zie auteurspagina Philip Hoorne




Milla van der Have



Spannend proza

De fietser - Frank Alexander

door Yves Joris


Stel je eens voor! Je opent het portier van je wagen zonder te kijken of er fietsers aankomen en enkele seconden later word je afgemaakt door een koelbloedige vigilante. GSM tijdens het rijden? Onherroepelijk de doodstraf. Men kan zich al voorstellen dat het fileprobleem zich snel zal oplossen, maar dan wel ten koste van het aantal levende chauffeurs. Nochtans is dit het beeld dat Frank Alexander schetst in zijn debuutroman.
De onbekende fietser moordt in Den Haag. Zijn rechtvaardiging? Verkeersovertreders zijn potentiële moordenaars. Het is gewoon een kwestie van snelrecht in het overdrukke Den Haag.
De sensatiekrant Het Spuigat krijgt van de moordenaar een primeur. Het boulevardblad zal zijn spreekbuis worden. Hoofdredacteur Harm Sythof en journalist Claus Blansjaar grijpen de gelegenheid aan om de oplage van hun slabakkende verkoop op te drijven. Of de dader uiteindelijk ontmaskerd wordt en uit de handen kan blijven van de politie, blijft tot op het einde een verrassing. Helaas maakt de auteur er zich op het einde iets te gemakkelijk van af waardoor de lezer een beetje verweesd achterblijft en zich weer moet wentelen in het oordeel dat de politie incompetent is.
Het verhaal zelf is een zoveelste variatie op 'het recht in eigen handen nemen'. Het is dus ook niet verwonderlijk dat op een gegeven ogenblik de dader door het leven gaat met het hoofd van Charles Bronson in Death Wish. Zerotolerance wordt ten top gedreven, maar echte antwoorden op het waarom van de dader krijgt de lezer niet aangereikt.
Wel leuk is dat de auteur alle personages van zijn korte roman met elkaar weet te verweven. Blansjaar houdt het met de vrouw van Sythof. Sythof heeft op zijn beurt een seksuele relatie met de nymfomane dochter van de inspecteur die het onderzoek leidt...
Combineer deze gegevens met een leuke beschrijving van Den Haag, en je bent klaar voor een tweetal uurtjes leesplezier.



De adviseur - Frank Milfort


Begin jaren tachtig dreigt de wereldeconomie te worden getroffen door het faillissement van een Midden-Amerikaans land. De autoriteiten roepen de hulp in van de Nederlandse econoom Peter Helderwijck, die als adviseur zal optreden voor de president van de Nationale bank, Martha Freire. Freire is er voorstander van de noodlijdende industrie te privatiseren en land ter beschikking te stellen aan landbouwers om plattelandsvlucht tegen te gaan. Dat deze presidente dezelfde achternaam draagt als een bekende Braziliaanse econoom, doet vermoeden dat de auteur zijn huiswerk goed gedaan heeft. Haar tegenstander is de corrupte minister, Basto Cabral, die deze plannen wil dwarsbomen om zoveel mogelijk overheidsgeld te laten wegvloeien in de zakken van vrienden. (...) Hij viel haar fel aan. 'Ik vraag me af of de president van de Centrale Bank nog weet wat vaderlandsliefde is. Denkt mevrouw soms dat het volk de uitverkoop van zijn trotse industrieën zal gedogen?' (...) Toen Basto Cabral zweeg vroeg ze op haar vlakke toon: 'Wat vindt u dan van lieden die hun geld het land uitsmokkelen om in het buitenland effecten en huizen te kopen'.(...) De problemen worden natuurlijk opgelost, een wereldcrisis afgewend en onze econoom trekt verder naar de volgende opdracht. Tot hier loopt het verhaal als een trein. We krijgen vlotte dialogen waarbij de auteur uit zijn kennis van de financiële markten put, waarbij de recente crisissen ongetwijfeld een goede bron van informatie geweest zijn.
Op het tweede verhaalniveau loopt het echter mis. Milfort heeft een magisch-realistische dimensie willen toevoegen, maar hij is geen Marquez. De verkrachting van Martha, haar extreme vorm van geloofsbelijdenis, de nacht samen met Peter: het mag dan wel mooi ogen, maar het draagt niets bij tot het verhaal. De auteur bedient zich ook een aantal malen van flashbacks om een beter inzicht te geven in de leefwereld van de econoom, maar die anekdotes remmen het verhaal alleen maar af.
Frank Milfort studeerde economie in Amsterdam en volgde postdoctorale cursussen in Salzburg, Lausanne en Fontainebleau. Door zijn beroepsverleden als econoom in de industrie en het bankwezen doet hij in potentie niet onder voor gerenommeerde financial-thriller-auteurs als Michael Ridpath, Linda Davies en dichter bij huis Ed Sanders. Ook de dialogen zijn vlot geschreven en geven het geheel vaart. Spijtig genoeg heeft de auteur zijn verhaal willen uitbreiden met enkele nevenplots die te weinig uitgewerkt zijn om meerwaarde te bieden.


Frank Alexander - De fietser
119 blz.; EUR 9,05
ISBN 9076249474


Frank Milfort - De adviseur
82 blz.; EUR 7,94
ISBN 907695349X

Gopher Publishers tekent voor beide uitgaven.
www.gopher.nl



Yves Joris







advertentie

tijdschrift
SCHRIJVEN
tussen fascinatie en publicatie
Diamonds r 4 ever
klik hier




gedichten * artikel * recensies * nieuws * colofon 
Proza




Rolex

'Time is on my side'

door Joris Denoo


Meneer

U neukte mij in de nacht van vrijdag op zondag. Ik vond het heel fijn. Deze liefdesdaad vormde zelfs even een bron van vermaak, gedurende enkele seconden. Maar nu zit ik met een probleem. We zullen samen een kind hebben, na mijn quarantaine van de gebruikelijke dracht. Uw horloge ligt hier nog (u was zo attent dat af te leggen teneinde me niet te verwonden tijdens het liefdesspel), maar u heb ik sindsdien niet meer gezien. Daarom neem ik even de laptop ter hand om u te schrijven. Hierbij volg ik slechts gedeeltelijk de BIN-normen van de briefschrijverij. Die zijn, zoals u weet, opgelegd door het Belgisch Instituut dat alles wil 'normaliseren', zeg maar: beveiligen. Nou, ik bied u alvast een platte tekst, zonder veel plichtplegingen. Wat ik verder met mijn gevoelens aanvang, daar zijn in geen enkel instituut woorden voor. En ik mag alvast hopen dat onze nakomeling nooit ofte nimmer een uniform of apenpakje zal dragen. Denk nu niet onmiddellijk dat ik driftkikkerig te werk ga!

Nee. De lengte van deze brief bewijst het tegendeel. Wil u eventueel de ándere metaforische richting uit: ik voel me momenteel zo koel als, nou, een kikker dus. De associatie met 'kikkerdril' laat ik hierbij in het midden van onze vijver. Allerlei vormen van humor zijn hier misplaatst. Toch brengt die onvermijdelijke associatie me bij mijn volgende bedenking. Lees maar: overtuiging. Het kind dat u en ik samen hebben uitgelokt, wil ik wel degelijk geboren laten worden. Dat is, na de dans van de miljoenen waterkansen, een van de twee mogelijkheden. Het is leven of niet-leven. Wat is de mens toch een vrij wezen, nietwaar? Het wordt een mooie herinnering, die alsmaar groeien zal. De gedachten aan een universitaire opleiding voor onze uk zet ik vooralsnog even opzij. Maar ondertussen zullen zich het komende anderhalve decennium diverse onkosten voordoen. Het mag onze verse wereldburger aan niets ontbreken, voorwaar.

Terwijl ik naar uw horloge zit te kijken, zie ik de tijd voorbij tikken. Dure tijd. Time is money, honey. Uw polsslag zit er zelfs nog in. Hoe onachtzaam en toch zo symbolisch van u dat voorwerpje mij hier na te laten! Of kwam u graag nog eens terug naar de plaats van de moord? Beschikt u eventueel nog over het garantiebewijs?

Tja, dat u nu, net voor de herfst van uw leven aanbreekt, ik bedoel wel degelijk uw levensherfst, nog een nakomeling scoort! Het moet zoiets zijn als het plotse opduiken van een vliegtuig in het mariablauwe zomerzwerk van de vijftiende eeuw. Dat had u nooit verwacht, hè? U hield er totaal geen rekening mee. U liet alle profylactische bekommernissen gemakshalve aan mij over. U bent immers een man. Nou, weest u verder maar eens flink man. Ook bij u begon het ooit met een ijverige zaadcel. Iets substantieels van uzelf zal nu binnenkort mee de aarde helpen bevolken, deze blauwe plek in het heelal. Bidden we samen om body & soul, gevoel & rede. Een ietsje meer mag best.

Ik ben van plan binnenkort ochtendmisselijk te worden. In vroege treinen zal ik bijvoorbeeld onverwacht overgeven. Bedienden en scholieren zullen een halte te vroeg doen alsof ze ter bestemming zijn en een ander compartiment opzoeken. Een ietsepietsie uw schuld, vindt u niet? Ook zal ik een niet te onderdrukken neiging vertonen om ononderbroken bananen te vreten. Waarschijnlijk neem ik tevens grote hoeveelheden avocado's tot mij. De vrouw van de Vivo om de hoek zal misschien als allereerste wat langer in mijn ogen kijken, dan naar mijn buik, daarna naar haar weegschaal voor gezond fruit en gezonde groenten. Opzwellen zal ik ondertussen gestaag. Bij de eerste prenatale penalty's wil ik evenmin nalaten u even op te bellen, weze het dag, weze het nacht. Dan wil ik geen voetbaltermen van u te horen krijgen. 'Ze schoppen hem misschien half-do-od', weet u wel. Het kan zich natuurlijk ook zo voordoen dat u mij af en toe frequenteert met lieflijkheden zoals daar zijn tulpen, pralines, oorbellen of een kijkboek met textielmotieven betreffende de wieg. Allerhande versnaperingen zullen te allen tijde in dank worden aanvaard. Allemaal kleine onkosten voor u en uw firma. Misschien rekent u zelfs kilometervergoeding aan, aan uzelf. À propos: u die naar eigen zeggen zo vlekkeloos en zo vlotjes eurogeconverteerd was tot ver na de komma: enig eurobenul van geboortepremie? Sojagedoe? Pamperaanschaf? Nadat uw komma in mijn staathuishoudkunde juichend huishield, zijn ook die getalletjes beduidend hoor! Sigaretten, ten slotte, laat u bij visitatie echter maar beter achterwege: de allerlaatste heb ik gerookt toen u aan mijn wastafel uw lulletje met mijn rozenwater besprenkelde. Rozenwater dient om de ogen uit te wrijven, meneer. En blijft u verder maar van die verwijfde Dunhills af; u bewijst ook zonder dat het u voor de wind gaat. Overigens rookte ik die eigenlijk maar uit beleefdheid. U had ze me opgedrongen omdat u vond dat een vrouw die zelf haar sigaretjes piert ook andere stuff tot zich neemt, dus voor iedereen open staat en gezwind andermans koffer in duikt.
Zo ging de breedheid in uw denken vaak de breeveertien op. U dacht als een douanier. (Tiens, dat u dat halve pakje toch niet liet liggen, naast uw rolex!)

Misschien vindt u het nu jammer dat ik niet tot de zovelen behoor die hun lijf als een kathedraal beschouwen. Ik zou (en dat hoopt u), in het licht daarvan, kunnen overgaan tot het wegmaken van mijn, pardon: ons vruchtvlees. Tot meerdere glorie van mijn lichaam, dat ongeschonden zou blijven. Ik verkies echter het totale leven, met zijn lusten en zijn lasten. Niet omdat het voor een stukje van u komt; wel omdat ik er aan toe ben. Hedendaagse vrouwen kopen onderweg wel eens een kind, weet u. Zelfs in het immer groter wordende holebi- compartiment van de samenleving speelt men meer en meer met gedachten aan wat jong bloed in de gelederen. Op dat lijfelijke vlak, meneer, kunt u dus op uw beide oren slapen. De beide ezeloren der gemoedsrust. En ik op mijn linker- of rechterzij, mettertijd, als onze liefdesvrucht wat meer ruimte behoeft in mijn middenbeuk. Ach, een man weet vaak niet waarom.

Tiens: nooit hebben we samen gedanst en wellicht zullen we dat ook nimmer doen, meneer, die rechthoek van afgrijzen mee bevolken die 'dansvloer' heet. Nooit zult u in dat verband met uw kleffe vingers mijn monnikskapspier verkennen, noch mijn kont. Dat zag ik in den beginne wel eens zitten, nochtans, zonder kil gepotel dan natuurlijk. Misschien zag u me ooit als Assepoestertje? Had u mij met wat meer tijd beter willen leren kennen dan alleen maar de binnenkant van mijn kut? Dat kon: u had uw rolex, ik beschikte over tijd. (Nu heb ik alleen nog uw rolex). Maar met uw haastzaad in de pijplijn verliep het vaak anders; vooral ná de lozing kon u niet vlug genoeg wegwezen. De tijd drong plotseling vreselijk. U struikelde dan gewoonlijk over uw eigen ondergoed en de lift kon niet snel genoeg weer uw veilige plattegrond bereiken. Nou, ondertussen zit ik dus wel met een portie kindervlees in mijn pijplijn. Yes, I put on weight, Esquire. Mijn schoentje begint te knellen.
Negen maanden lang draag ik uw soortelijk gewicht. De tijd zal er een publiek geheim van maken. Het staat me dan vrij tot bekentenissen over te gaan, midden de kletstantes bijvoorbeeld tussen de groente- en fruitbakken. Hebt u dat ooit voorgehad, iets wat u zelf veroorzaakte maar waar u niet langer de hand in had?

Nee, ook uw sponsorpraat in verband met de ijshockeyclub van uw zoon - wie speelt nu godverdomme ijshockey in dit godgenagelde regenland? - liet me al zo koud als het ijs waarvan ik hoop dat het te gelegener tijd de vier ledematen van uw wettelijk geregeld nageslacht zal breken. Evenmin kon ik medeleven betonen bij het heengaan van uw oude moeder, die ondanks uw geboorte nog lange jaren het levenslicht aanschouwen mocht, weliswaar aan bed gekluisterd. Neen, dat verscheiden deed me niets. Op moederleed van mannen staat gewoonlijk een vervaldatum. Ze rochelen even als een oude apotheker en verkopen daarna weer hun placebo's als vanouds. Kan het ook zijn, meneer, dat u, die keren dat u vluchtig mijn boekenplank doorbladerde, u eigenlijk op zoek was naar eventuele perversiteiten van mijn kant? U beperkte zich daarbij vaak tot de flapteksten. Vooral die serie goedkoop uitgegeven romannetjes trok uw bellettristische aandacht. Was u op zoek naar mijn vreemde of geheime voorkeuren?!
Hoopte u mettertijd en metterdaad misschien eens, om maar een voorbeeld te geven, aan weerskanten van mijn bilspleet een oog te tekenen, en dwars over diezelfde spleet een dik aangezette rode mond? Waarin dan uw purperen kardinaal - mits de nodige sterkte (à propos: neemt u nog ginseng?) - duchtig huis in zou houden? Vermoedde u een dergelijke passage ergens in een van mijn romannetjes, flauwtjes met een potlood aangevinkt? U vond die niet? Jammer. Ik moet u daarover helaas in het ongewisse laten, bij ontstentenis van uzelf hier ter plekke en in mijn verdere leven. Misschien moet u in dat verband te rade bij mijn leenvideoboer. (Ik hoop nu echt, tussen twee haakjes, dat deze brief u niet al te zeer opwindt. Sommige niet-vrouwen krijgen namelijk al copulatielust bij het simpele aanschouwen van een pannetje kikkerbillen).

Ik herinner me nog een scène, meneer. Niet in de dramatische betekenis van het woord - wees gerust, get on with your Life. Die speelde zich af enkele weken voor de zoveelste consummatie annex conceptie. We dronken iets in kaffaat De Blinde Fotograaf (: fake-treincompartimenten, easylisteningmuzak, schaarse lichtplassen, namiddagsfeertje vooraleer Mannen Als U des avonds het algehele woeden der wereld weer zouden ondergaan, nou, kortom: wat gestolen en verstolen overspelige eilanderigheid, we hadden even de tijd, nietwaar, om wat bij te praten en eens niét in elkaar te schuiven. I apologize for this overloaded sentence, Esquire). U zette en nam voortdurend uw overbodige leesbrilletje op en van uw neus. U kon niet beslissen wat we zouden drinken. Met de kleinere letters op de menukaart ondervond u de grootste moeite. U wou zelfs even iets eten, godgenageld, iets eten op dat unheimliche uur, tot het u te binnen schoot dat u al gegeten had.
(Ik niet: ik zat al drie koffies lang op u te wachten, I skipped the part about food). Ik merkte dat u zag dat ik het doorhad: dat u uw ogen niet af kon houden van dat andere Verboden Koppel dat daar handenwriemelend aan elkaar zat te frunniken in naam van de liefde. Het Geheime Leger der Verliefden vindt een gedroomde drenkplaats in De Blinde Fotograaf. Het is een gigantisch groot leger, en toch denkt u, dacht u, daar een uitzonderlijk onderdeel van te zijn. U vergeleek voortdurend. U was verblind door de aanwezigheid van die andere deerne. Daardoor hebt u me toen gedegradeerd. En toen, meneer, toen lijfde u zichzelf in het Leger van de Voorspelbare Mannen in: zij die menen dat eender welke schuinsmarcherende vrouw ook voor hén schuinsmarcheren wil. En dat is niet waar. Dat moet ik met een hevig stilzwijgen tegenspreken. Wat meer is: op de man die zich in het gezelschap van die mooie vrouw mocht verheugen, was u stikjaloers. Ik zag het. En u zag dat ik het zag. Daarom wou u weg en wou u ook blijven. Daarom wou u naar mijn appartement en wou u tevens ter plekke krampachtig zitten praten. U wou alles. U wou misschien het liefst eerst die vrouw een vlugge beurt in de toiletten geven, dan het mannetje vermoorden, daarna mij met uw overbevolking teisteren, en dan te horen krijgen, van mij: 'Jij bent de beste. It was wonderful'. Ja, ook dat is een gigantisch groot leger. Nou, dat speelde zich dus af in De Blinde Fotograaf, enkele weken voor... Herinnert u zich dat nog, meneer? Sedert die namiddag heb ik geen koffie meer gedronken. Ik kan niet meer, nooit meer, zelfs niet in het mekka van de mokka, ooit, met een volgende kerel als een kraan, neen. Ik voel me als Anna O., de bekende theetante die bij Sigmund Freud op de sofa ging liggen. What's on a woman's mind?

En toch liet ik me enkele weken later alweer door u voltanken, met A Lovin' Spoonful vanuit uw lendenen vertrekkend. Lovin'? Nou, eerder Lustful. De gevolgen zijn u ondertussen bekend, dankzij deze epistolaire inspanning van mijnentwege. (U laat toch elk woord goed tot u doordringen? Zoals uw zaad in mijn schoot uitwaaierde en vrucht begon te worden?)

Ja, dat kind van ons, m/v. Laten we hopen dat het gelukkig wordt. U zal daar maar voor een heel klein stukje tussen gezeten hebben. Op zijn echte vaders zal het misschien vele winters en lentes moeten wachten. Nog iets: hoe zullen we het noemen? Ik bedoel: het kind, met name. Daar moeten we samen over beslissen, vind ik. Dat is het minste maar ook het enige wat ik kan doen. Voor wat, hoort wat. Wat mij betreft, voor u zich dingen in het hoofd haalt: mail me geen bijbelse namen, geen mythische namen, geen namen uit teeveefeuilletons, geen hypermoderne namen, geen retronamen, geen drie- of meerlettergrepige namen. Doodgewoon Jan bijvoorbeeld. Of Elke. Pam en Kim kunnen ook. Desnoods Maaike. Een kort sms'je volstaat; uitvoeriger overleg is mogelijk aan een neutrale onderhandelingstafel, maar dan wel voor de zesde maand van de dracht. ( Niét in de liefdesafspanning De Blinde Fotograaf, graag!) Mocht zich een meerlinggeval voordoen, dan wil ik zeker geen gelijkluidende benamingen voor de diverse eenheden. Ongerijmdheid, graag. Zelfs geen assonanties, begrijpt u? Er zijn grenzen aan bepaalde herinneringen. Gedeelde vreugd is dubbele vreugd. De achternaam van mijn eerstgeboren uk vormt natuurlijk geen enkel probleem. Dat wordt door mij geregeld. Nou, u merkt, meneer: een nachtje neuken doe je nooit alleen. Wie de trein neemt, komt gewoonlijk ergens aan. Kwestie van het goeie perron te nemen. Ik hoop op uw rolex geen al te grote vertraging af te moeten lezen. Vlucht u maar niet ijlings naar een van uw zwitserlanden, bijvoorbeeld. Precisie, graag. Schoon volk eerst. De tijd dringt, maar niet echt. Het getuigt overigens van een ongehoorde pretentie de tijd om uw pols vast te binden teneinde die aan banden te leggen en ondergeschikt te maken. Ik leg het onding ergens waar ik er niet elke dag mee geconfronteerd word. Zo wordt het geen paardje van Troje dat alsnog begint te galopperen in de hoop me op te winden en overhaaste besluiten te doen nemen. Het blinkt overigens zo opvallend dat ik u er van verdenk het al vaker op vele andere plaatsen een tijdlang niét gedragen te hebben, klopt het? Zoals uw rolex hier tikt, zo tikte hij volgens mij op andere plaatsen. U kunt me ondertussen altijd bereiken op het nummer 000-0894929-07. Wij verblijven inmiddels, geheel de uwe:

Familiale groeten

Bärbel Vandermeeren en de baby in spe


Joris Denoo




gedichten * artikel * recensies * proza * colofon 
Nieuws



Culturele Zondag Turks Fruit
Op zondagmiddag 16 februari wordt in Hofman Café in Utrecht een Turks literair café georganiseerd door Stichting Troya (bekend van o.a. het Turks Nederlands Poëziefestival) met Turkse literatuur en poëzie. De middag staat dus niet in het teken van Jan Wolkers, maar sluit aan bij het Köprü Turkije Festival in de Stadsschouwburg te Utrecht. Inleidingen door Erhan Gürer (turkoloog) en Sytske Sotemaan (vertaalster). Aanwezig zijn de schrijvers Sadik Aslankara, Yegim Eyüboglu en de dichters Nesan Erdogan, Seran Dalkran en Bejan Matur. De gedichten worden in het Turks en Nederlands voorgedragen. Tussen de voordrachten door is er live-muziek van Yaren.
Zie www.culturelezondagen.nl of voor info over het Köprü Turkije Festival www.stadsschouwburg-utrecht.nl .


West-Friese Skroiversgroep in Winkel
Culturele Stichting Niedorp heeft vanavond, 16 februari, een optreden staan van de West-Friese Skroiversgroep Hoogwoud. De groep brengt een avondvullend programma dat om 20.00 uur begint in de kerk van Winkel aan de Dorpsstraat 177. Er worden verhalen en gedichten voorgelezen en liedjes ten gehore gebracht. Onder auspiciën van het Westfries Genootschap zijn er vijf Skroifgroepen die ten doel hebben het streekdialect levendig te houden en te bewaren. De Hoogwoudse groep komt elke maand bij elkaar en men treedt vaak op in West-Friesland.
Kaarten voor de avond kosten EUR 7,00.
Voor meer informatie 0224-542119 of 0224-542147.


Gedichtendagprijzen
De Gedichtendagprijzen voor de drie beste gedichten van 2002 zijn bekendgemaakt. De jury, bestaande uit Jana Beranová, Betty Mellaerts en Jabik Veenbaas, koos voor 'Voor de liefste onbekende' van Ingmar Heytze uit de bundel 'Het ging over rozen', 'Maaltijd met afwezige' van Rien Vroegindeweij uit de bundel 'Deze middag is een eeuwig heden' en 'Cara' van Elly de Waard uit de bundel 'Van cadmium lekken de bossen'. De drie gedichten handelen over de liefde. Aan de Gedichtendagprijs is een geldbedrag van EUR 900,00 verbonden, aangevuld met EUR 200,00 aan boekenbonnen. De winnende gedichten zijn afgedrukt op ansichtkaarten.
Zie www.gedichtendag.nl.


Aldichter
Dichtersvereniging Aldichter organiseert op woensdag 26 februari om 20.00 uur een literaire avond in cultureel centrum Corrosia, Markt 5-7, Almere Haven. De avond staat in het teken van Vasalis (1909-1998), die in 1982 de P.C. Hooftprijs voor haar oeuvre ontving. De Aldichters hebben zich door haar poëzie laten inspireren. Alle bezoekers krijgen een boekje waarin alle gedichten staan. Er is ook ruimte voor discussie, vragen en uitleg van de gedichten. De toegang is gratis.
Info: Hein Walter, 036-5321588, of www.aldichter.nl


Poëzie in de Plataan
Literair café Jambe presenteert elke derde zondag van de maand 'Poëzie in de Plataan' in Hotel de Plataan, Doelenplein 10, Delft. Dichters die vanmiddag, 16 februari van 14.00 tot 16.30 uur, optreden zijn Quirien van Haelen, Frans Bruijns, Anne Borsboom en Ian Horn. Muziek is van het Duo Lodewijk Bondje. Open podium voor dichters/muzikanten uit het publiek. De toegang is EUR 4,00.


Plantage Poëzieprijs 2003
De Vereniging Vrienden van de Plantage organiseert voor de twaalfde keer de strijd om de Plantage Poëzieprijs. Het thema is deze keer Avontuur. Er kunnen maximaal twee gedichten, uitsluitend per post, worden ingezonden naar het adres: Vereniging Vrienden van de Plantage, Plantage Parklaan 6, 1018 SP Amsterdam. De sluitingsdatum is op 1 juni a.s. en de winnaar ontvangt een beeldend kunstwerk van Elly Booy.
Info bij Ko van Geemert (Vereniging Vrienden van de Plantage), 020-5524552 of 020-6254262, plantage@worldonline.nl.


Vers
De VSPA, de studievereniging psychologie van de Universiteit van Amsterdam, organiseert op 12 maart 'Vers', een dichtavond in Poëzieboekhandel Zoot in Amsterdam. Wie zijn of haar gedichten hier ten gehore wil brengen, dient zich in te schrijven voor 20 februari.
Dichters en belangstellenden kunnen zich voor meer informatie wenden tot judith.conijn@student.uva.nl


Poëzie in de Consul
Iedere tweede zondagmiddag van de maand organiseert Stichting Weerwoord 'Poëzie in de Consul'. Er treden dichters op en er is muziek. Bij een open podium worden drie dichters in de gelegenheid gesteld om een korte proeve van hun werk te laten horen. De middagen vinden plaats op de Westersingel 28 te Rotterdam. Aanvang 13.45 uur, de toegang is EUR 2,50.
Info 015-2141008 of hetweerwoord@hotmail.com.


Een noot een woord
In de Rode Hoed in Amsterdam wordt een serie poëzieavonden gehouden. De tweede avond uit de reeks 'Een noot een woord' vond vrijdagavond 14 februari plaats met medewerking van o.a. Elly de Waard. Volgende bijeenkomsten, steeds op vrijdag om 20.30 uur, zijn op 11 april en 16 mei.
De Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam.
Zie www.rodehoed.nl.


Tentoonstelling op de Schelde
De schrijversvereniging Pennevreugd stelt gedichten tentoon op de veerboten van de P.S.D. Het onderwerp van de gedichten is de Schelde en de bootdiensten op de Schelde. De bootdiensten op de Schelde worden voor (vracht)auto's per 15 maart beëindigd vanwege de opening van de tunnel.
Info tdijk.3@hccnet.nl.


Website over internet en literatuur
Ter gelegenheid van de Landelijke Gedichtendag heeft het Fonds voor de Letteren een informatieve website over internet en literatuur gelanceerd.
De website biedt een overzicht van wat literatuur op het internet zoal kan betekenen.
Zie www.fondsvoordeletteren.nl/secure/
fonds/trace/home.html#top
.


Poëzie op Kennisnet
In het kader van Kennisnet heeft de Zeeuwse Bibliotheek de website 'Poëzie op Kennisnet' ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs. De website bevat een fulltext-presentatie van honderd gedichten, waarvan er ongeveer 25 te beluisteren zijn.
Zie www.zeeuwsebibliotheek.nl (ga naar catalogi/collecties en vervolgens naar poëzie).


Van Ostaijenmiddag in Eindhoven
Stichting Man in de Maan organiseert op zondag 23 februari om 14.00 uur een Van Ostaijenmiddag in Côté Nord, Hoogstraat 6 te Eindhoven. Uitgangspunt is 'Van Ostaijen tot heden, zijn invloed op de Vlaamse poëzie', zoals beschreven in de lijvige dissertatie die Geert Buelen uitgaf in 2001. Buelen zelf zal na een inleiding samen met drie jonge Vlaamse dichters ( Paul Bogaert, Miguel Declerq en Bart Meuleman) voordragen uit eigen werk. Toegang EUR 5,00.
Info joslinssen@planet.nl.


Visuele poëzie van Adriaan de Roover
Nog tot eind februari kunnen geïnteresseerden in de Stadsbibliotheek, Hendrik Consciënceplein 4, Antwerpen, terecht voor een overzichtstentoonstelling naar aanleiding van de tachtigste verjaardag van deze legendarische Antwerpse jazzpoeet.
Info bij Christine Mässer, 03- 206 87 33.


Eindelijk! Lanoye genaaid, gebonden & in leer
In het AMVC-letterenhuis in Antwerpen loopt tot 4 mei een tentoonstelling over zowel dichter, theaterschrijver als all-round artiest Tom Lanoye.
Locatie AMVC-Letterenhuis, Minderbroedersrui 22, Antwerpen.
Info op 03-222 93 20.
Zie museum.antwerpen.be/amvc_letterenhuis.


Nederlandse Dialectendag
Op zaterdag 22 maart organiseert de Stichting Nederlandse Dialecten (SND) voor de zevende keer haar tweejaarlijkse dialectendag. Er vindt een gevarieerd programma plaats met toegankelijke en informatieve lezingen, workshops, een café-chantant en een boekenmarkt. Eén van de sprekers bij de manifestatie is Driek van Wissen. Deze keer staat beeldvorming rond dialecten centraal. Dat is ook het thema van het dialectenboek dat naar aanleiding van deze dag wordt samengesteld.
De dialectendag is van 10.00 tot 17.00 uur in de Stadsschouwburg te Middelburg.


Mooiste boekomslag
Nederlandse boekverkopers hebben uit twaalf omslagen het mooiste boekomslag van 2002 gekozen. Winnaar is 'Het boek van Gould' van Richard Flanagan. Ook de tweede plaats werd ingenomen door een titel van de winnende uitgeverij Anthos/Manteau. Het omslag van 'Het boek van Gould' is bijna identiek aan de Engelse editie en voor de Nederlandse uitgave bewerkt door Marry van Baar. Uitgeverij Anthos ontving een wisseltrofee.
Zie www.boekblad.nl.


Wat lezen we vandaag?
Literair Nederland presenteert De Online Leesclub! Wat wordt er gelezen? Men kan kiezen uit 'Hardboiled Wonderland en het einde van de wereld' van Haruki Murakami, 'Dagboek van een krankzinnige' van Nikolaj Gogol, of 'Het putje van Milete' van Stefan Hertmans. Discussies over Murakami en Gogol over een maand (10 maart), discussie over Hertmans begint iets later, op 24 maart. Menno Hartman, LN-redacteur en moderator van de Murakamigroep heeft nu alvast wat te melden. Kijk maar bij forumdiscussies op www.literairnederland.nl.


Verhaal halen
Op zondag 27 april ontmoeten 25 columnisten en prozaschrijvers hun lezers tijdens de manifestatie 'Verhaal halen'. Iedere auteur is een middag te gast in een particulier woonhuis, woonark, salonboot of vergelijkbare locatie in Amsterdam. Het aantal kaarten voor 'Verhaal halen' is beperkt, dus vroegtijdig bestellen is raadzaam.
Kaarten kunnen alleen schriftelijk besteld worden door het bestelformulier in de folder in te vullen. Die is aan te vragen via e-mail. 'Verhaal halen' wordt georganiseerd door de Stichting Dichter aan huis, Denneweg 64, 2514 CJ Den Haag, 070-3465786 (tel), 070-3656643 (fax).
festival@dichteraanhuis.nl
Zie www.dichteraanhuis.nl.


Dichtersmarathon
Op zondagmiddag 16 maart wordt het eerste deel gehouden van de dichtersmarathon Dordrecht, Zeeland. Vijf dichters uit Zeeland en zes leden van de Dordtse dichterskring brengen een programma met eigen poëzie en vertalingen. Er is muziek van the Oldtime City Slickers.
De dichtersmarathon wordt georganiseerd door Theo Raats, redacteur van het Zeeuws literair tijdschrift 'Ballustrada', en de Dordtse dichter Kees Klok, redacteur van het Vlaams literair kwartaalschrift 'Kruispunt' en ondersteund door het initiatief ' De letterenspreken' van de stichting Perspektief. In het najaar volgt het tweede deel van de marathon, die dan plaatsvindt in Middelburg.
Deelnemers zijn Jan J.B. Kuipers, Johanna Kruit, Cees Maas, Theo Raats en René Verhaar uit Zeeland en Klaas Blokhuis, Pieter Breman, Jan Eijkelboom, Kees Klok, Marieke van Leeuwen en Jacqueline Uittenbogaert uit Dordrecht.
De dichtersmarathon wordt gehouden in theaterrestaurant Sybold aan het Willem Kesplein 1 te Dordrecht en begint om 15.00 uur. De toegang is gratis.


Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Yves Joris.

Nieuwsberichten voor Meander 207 van zondag 2 maart a.s. dienen uiterlijk dinsdag 25 februari in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan nieuws@meander.italics.net




gedichten * artikel * recensies * proza * nieuws 
Colofon


Site: meander.italics.net

E-mailadres: info@meander.italics.net

Redactie:
Adelheid Bekaert, Jan Boonstra, Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Vincent Scholze, Margo Verbiest, Rob de Vos, Elly Woltjes.

Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Mailinglist:
Zie http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander
Abonneren door een mail aan meander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe
Opzeggen door een mail aan meander-request@lists.nl met als onderwerp: unsubscribe

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meander.italics.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * links * klassiekers * archief

naar begin van deze krant




Zoek
naar