aflevering 224 * 12 oktober 2003 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële
bijdragen zijn nodig *
kopij is welkom,
reacties ook
Vooraf
Als u wilt meedoen aan de Meander workshop, zondag 23 november in het
gebouw van de Haagse Hogeschool, en u zich nog niet heeft ingeschreven:
het kan nog. Zie
www.schrijfdag.nl
Of u nu wel of niet wilt meedoen: kijk eens op
meander.italics.net/workshop
en vertel wat u vindt van de gedichten die de deelnemers tot nu toe op de site plaatsten.
*
Vanaf deze Meander vindt u in het nieuws elke keer de actuele 'Literaire Boeken Top 10', beschikbaar gesteld
door boekhandel
'Het Verboden Rijk'
te Roosendaal.
Gedichten
aan de oever van het eerste jaargetij
de ochtend trok plotsklaps sandalen aan
het licht drapeerde zich door lamellen
en door mijn hoofd
het joeg mijn bloed zigeunerblauw de ijle hoogte in
was het mei geweest, had ik gewacht
had ik toegekeken hoe de avond
Bengaals rood onderging
zouden dagen zich tussen de bladeren haken
en had ik in rust genoten van het neervlijen op het mos
maar het was pril februari
gesmolten sneeuw spoorde nog de schoenenkast
en tot vorige avond rilde kou door mijn slaap
het was het soort voorjaar dat frontaal aansloeg
me meezoog uit bestofte voorkamers
het soort dat wees naar iets dat moest gebeuren
naar het plukken van vruchten voordat
bloesems groeiden
ik priemde de paarlemoeren lucht
volgde de lijn van vogels
hun gezang was hevig begonnen
ik zocht
stond met naakte voeten op versteende grond
de dood hield bomen nog uitgekleed
en geen lied
geen verlangen
hoe weelderig het uit me sloeg
deed leven uit zijn slapen springen
er gebeurde ondraaglijk niets
Ann Tronquo
auteurspagina Ann Tronquo
geef commentaar op dit gedicht
Bovenstaand gedicht van Ann Tronquo is Meanders Gedicht van de maand oktober 2003,
zie Uitgelicht
een sterk verhaal
en op de achtste dag
besloot ik mezelf te scheppen
uit de kuil waarin ik als kind gevallen was
ik had een groen schepje
onbreekbaar plastic
van het merk madeintaiwan
eenmaal uitgegraven
beviel ik mezelf zo goed
dat ik jou schiep
ik droeg een paarse cape
met gouden epauletten
en blauwe kwastjes
waarmee ik de lucht schilderde
en ik was verbaasd
want je borst ging op en neer
ik zuchtte wat wolken
om samen op weg te drijven
en aldus geschiedde
jij mocht me god noemen
of erwin. dat is het dus geworden
Erwin Vogelezang
auteurspagina Erwin Vogelezang
geef commentaar op dit gedicht
In de appelboomgaard
In hooggras zijn we op zoek naar verloren
vormen, niemand ziet wat wij kunnen zien,
niemand ziet wat wij al langer zagen
Onze zondagse kleren liggen in het gras,
niet begraven onder verse aarde willen we
worden als mollen, alle vlees is gras
ten slotte - We blijven roerloos als appels
onder een boom liggen, te hooi en te gras
wellicht, te worm liggen voor later
Wat ik bewaar voor de dorst, neigt naar
een herinnering of ongeschreven gedicht,
niet naar een grond om op te staan
Herbert Mouwen
auteurspagina Herbert Mouwen
geef commentaar op dit gedicht
dode haas
Er ligt
Een dode haas
In het gras
Zijn vachtje nat
Van regen
Het midden plat
En hoe alleen,
Hoe nat dat was
Ik ben er naast
Gaan liggen
Hedwig Selles
auteurspagina Hedwig Selles
geef commentaar op dit gedicht
Etnische alliantie
de etnische alliantie in mijn lichaam spreekt
van Jood en katholiek zo Indisch en ook Duitser
al mijn genen liggen bloot getekend op mijn huid
in Jakarta in Berlijn van Buitenzorg Fasanenstrasse
hoor ik de ooms hoor ik de tantes praten uit het fotoboek
over jungles stille krachten oh Kabbala levensmacht
zie ik mijn opa’s kort gebroekt belachen en zo zorgeloos
de tijd koloniaal verstrengeld in mijn haar en oogopslag
mijn moeders baboe zorgvermogen vaders doel zijn zielenheil
ik hoor de tropenbuien in mijn bloed zo ook de Thora jammerklachten
mazzeltov en tempo doeloe maken mij tot wat ik ben
duizend mijl iets meer iets minder overbrugd de taal voorbij
lucas laherto hirsch
auteurspagina lucas laherto hirsch
geef commentaar op dit gedicht
advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij
WRITERS
@T
HOME
thuis in literatuurworkshops
klik
hier
voor meer informatie
|
Uitgelicht
Het gedicht van de maand
besproken door Annette van den Bosch
aan de oever van het eerste jaargetij
de ochtend trok plotsklaps sandalen aan
het licht drapeerde zich door lamellen
en door mijn hoofd
het joeg mijn bloed zigeunerblauw de ijle hoogte in
was het mei geweest, had ik gewacht
had ik toegekeken hoe de avond
Bengaals rood onderging
zouden dagen zich tussen de bladeren haken
en had ik in rust genoten van het neervlijen op het mos
maar het was pril februari
gesmolten sneeuw spoorde nog de schoenenkast
en tot vorige avond rilde kou door mijn slaap
het was het soort voorjaar dat frontaal aansloeg
me meezoog uit bestofte voorkamers
het soort dat wees naar iets dat moest gebeuren
naar het plukken van vruchten voordat
bloesems groeiden
ik priemde de paarlemoeren lucht
volgde de lijn van vogels
hun gezang was hevig begonnen
ik zocht
stond met naakte voeten op versteende grond
de dood hield bomen nog uitgekleed
en geen lied
geen verlangen
hoe weelderig het uit me sloeg
deed leven uit zijn slapen springen
er gebeurde ondraaglijk niets
Ann Tronquo
Een gedicht met een prachtige titel, die vooruitloopt op wat komen gaat. Ann Tronquo laat ons meebeleven hoe het is om te wachten op iets wat niet komt. Overal lijkt het of de lente in aantocht is, maar het is nog maar pril februari. Nog sporen van sneeuw in de kast en kou in de slaap. Maar ook de eerste zonnestralen door de ramen. Warmte alsof sandalen nodig zijn. Een plotseling inslag van het mooie weer van beloftes. Van wat? Van verboden genoegens, van vruchten die geplukt kunnen worden zelfs voordat er bloesem was?
De dichteres staat er open voor, staat met 'naakte voeten op versteende grond' in een landschap dat nog in de winter leeft. Maar zijzelf is er klaar voor, wil iets, zoals spreekt uit 'hoe weelderig het uit mij sloeg'. Maar hoe triest klinkt dan: 'Er gebeurde ondraaglijk niets'. Het hele gedicht is gebaseerd op verwachting, de lezer wordt meegesleept naar een verwacht hoogtepunt. Naar een luide jubelzang van de natuur. Maar die komt niet, er gebeurt niets. De mens heeft het niet voor het zeggen, kan niet bepalen wat er gebeurt. Onvermijdelijk is dat dit gedicht doet denken aan het gedicht Mei van Gorter. De schoonheid van de lente en van het nieuwe leven. Veel dichters hebben zich op dit onderwerp gestort op meer of minder geslaagde wijze. Wat hier in het gedicht van Ann Tronquo is gepresteerd vind ik bijzonder knap. Ze zet met veel overtuiging en op originele wijze de tegenstellingn winter/lente – dood/leven – oud/nieuw neer. Met een aantal prachtige
poëtische zinnen zoals 'de ochtend trok plotsklaps sandalen aan', 'het joeg mijn bloed
zigeunerblauw de ijle hoogte in', 'hoe de avond / Bengaals rood onderging', 'zouden dagen zich
tussen de bladeren haken', 'rilde kou door mijn slaap' en 'het soort voorjaar dat frontaal
aansloeg'. Ze bewijst hier een dichteres van de eerste orde te zijn. En in haar regels een
sfeer van verwachting te kunnen scheppen, zodanig dat de lezer met haar samen diep teleurgesteld
achterblijft over het uitblijven van wat beloofd leek. We staan met haar aan de oever en kijken
met haar wat er gebeurt. Wordt het lente, de eerste van ons nieuwe leven?
Hertz in een OOG OP SLAG
Een recensie door Yvonne Broekmans
Een debuut toegestuurd krijgen is een feestje: gedichten lezen
die voor zichzelf mogen spreken, zonder biografische ruis,
zonder vergelijkingen met eerder werk of verwante dichters.
De dichteres
Hertz maakt het haar lezers echter niet
zo gemakkelijk om blanco te lezen. Ten eerste blikt ze iedereen
vol in de ogen vanaf de voorkaft van haar bundel
OOG OP SLAG
en zien we op de achterkant een mri-scan van de hersens van de
auteur. Ten tweede dringt zich onontkoombaar de associatie met
de grote Vlaamse experimentelen op bij het zien van wat Paul
van Ostaijen misschien 'rhythmisch-typografische poëzie'
genoemd zou hebben.
Hertz, en de verschillende interpretaties die mogelijk zijn bij
het pseudoniem dat zij kiest geven het al aan, zoekt naar woorden
en zinsdelen die zo ruim mogelijk in hun betekenissen zitten. Zij
werkt er hard aan om die brede invulbaarheid nog te vergroten
door bijvoorbeeld het toepassen van grafische vormen en het weglaten
van interpunctie.
De belangrijke rol van de typografie in deze bundel brengt je op
het terrein van de beeldende kunst. Aan de visuele kenmerken van
een gedicht hecht Hertz kennelijk een even groot belang als aan
de inhoud. Niet zo verwonderlijk als je in de beknopte biografie
leest dat Annette Palstra (1961) beeldend kunstenaar is en o.a.
ruimtelijke installaties maakt die uit taaltekens bestaan. Dat
deze manier van zetten van invloed is op de beleving van wat er
staat, mag duidelijk zijn. Minder voor de hand ligt het antwoord
op de vraag of het ook altijd iets toevoegt.
Als voorbeeld de beschrijving van naar beneden dwarrelende sneeuwvlokken op blz. 17:
'BE VOEL T DEELT JE S MENSEN '
Als er had gestaan 'bevoelt deeltjes mensen', dan zou ik direct gepakt
zijn door de rake omschrijving. Nu is daar eerst een tussenstation van
spellen en is voor mij de directe inslag van de beschrijving voorbij.
Natuurlijk zie je daarna in de gebroken woorden het beeld van de sneeuwvlokken
en de mogelijkheden van nieuwe interpretaties, maar de beleving ervan
speelt alleen nog aan de oppervlakte.
Vaak ligt de keuze van de vorm nogal voor de hand, zoals bij het
gedicht 'MELK'. Klik
hier voor dit gedicht.
Een paar van deze 'plaatjes' en voor je het weet, groeperen je
eigen teksten zich in allerlei figuren, een spel dat zich hardnekkig
in je vastbijt, als een melodie die dagenlang in het hoofd zeurt en
maar niet verdwijnen wil.
'Hertz lezen is de Nederlandse taal als delicatesse' roept de
achterkant van dit debuut in fel rood. Inderdaad, voor verschillende
soorten fijnproevers is er rijkelijk gedekt. De uitgave oogt smakelijk,
de presentatie is origineel, de onderwerpen buitengewoon afwisselend,
de vormgeving van de gedichten appelleert aan je gevoel voor humor
en de keuze voor alleen maar kapitalen, maar dan in verschillende
uitvoeringen, doet de esthetiek zeker geen geweld aan. Ook intellectueel
hoeft de lezer geen hongerdood te sterven.
Maar, voel ik mij ook poëtisch aangesproken of ontroerd? Mijn
persoonlijke antwoord vind ik in het gedicht 'NACHT LICHT'. Klik
hier voor dit gedicht.
De laatste tekstpagina, getiteld OOGOPSLAG 2002, houdt het midden
tussen een index van het voorafgaande en een op zichzelf staand
gedicht, dat suggereert waarom de auteur zich 'Hertz' noemt. De
laatste vijf regels zijn:
GETUIGE VAN
EEN VALK UIL
IN DE TUSSENTIJD WORDT ZICHTBAAR
IN HET BREIN
HAAR STOF
IS LOUTER TRILLING
Ruimte genoeg voor interpretatie.
Hertz - OOG OP SLAG
Uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem 2003
Paperback 96 blz.; € 15,-
IBSN 90-6265-558-0
Meer informatie:
apalstra@xs4all.nl
indeknipscheer@planet.nl
Ik ben de blauwbilgorgel
Joop Leibbrand las
Alle Gorgelrijmen van C. Buddingh'
Cornelis (Cees) Buddingh' (1918 - 1985) was een veelschrijver.
Positiever gezegd: hij heeft een van veelzijdigheid getuigend
oeuvre op zijn naam staan. Hij werkte mee aan een handvol
onderling zeer uiteenlopende literaire tijdschriften, schreef
romans, novellen en verhalen, publiceerde dagboeknotities,
waagde zich aan een kinderboek, een detective en een toneelstuk,
verzorgde vele bloemlezingen, stelde citatenboeken samen, schreef
essays, kritieken en boekrecensies, was vertaler en tekende voor
een veel gebruikt poëzielexicon. Hij leefde voor de pen en
sinds 1950 ook ván de pen.
Als dichter (hij debuteerde in 1940) verkende hij diverse genres
en stijlen (zodanig dat hij door Jan van der Vegt 'een literair
verkleurmannetje' werd genoemd), om uiteindelijk erkenning te
krijgen voor gedichten waaruit zijn gefixeerdheid op het ongewone
van het alledaagse bleek: 'informatieve', rechtstreeks aan de
dagelijkse werkelijkheid ontleende observaties en anekdoten;
vaak geïsoleerde brokjes realiteit, objets trouvés,
ready mades, bijna kant en klaar, die alleen de ironische blik
van een speelse waarnemer behoefden om verrassende poëzie
te worden. Het was de aanpak van Gard Sivik, De Nieuwe Stijl en
Barbarber, waar Buddingh' iets heel eigens van maakte, zoals in
zijn succesnummer 'Pluk de dag', waarmee hij in de legendarische
eerste Nacht van de Poëzie (Carré 1966) zijn publiek verraste.
Pluk de dag
vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje heinz sandwich spread
natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich spread-dekseltje
ook op het marmite-potje paste
en jawel hoor: het paste eveneens
(Uit: Gedichten 1938 – 1970, De Bezige Bij 1971)
Daarnaast schreef Buddingh' gedurende zijn hele leven de
zogenaamde 'Gorgelrijmen', absurde gedichten die gesitueerd
zijn in Gorgelland, daar waar de Drab stroomt en de Drabse
venen bevolkt worden door imaginaire dieren als de kangoeroek,
de chefkokmeeuw, de kantnochwalrus, 't laattiefijnzijnzwijn,
de wassenneushoorn en de drommeldaris (die trouwens 'net zo
lief een drommelhieris' is). Voor de 77 gorgelrijmen die hij
in totaal schreef – waarvan liefst dertig in zijn laatste
levensjaar – verzon hij bijna evenzoveel dieren.
In zijn informatieve nawoord vertelt Wim Huijser dat Buddingh'
z'n eerste vier nonsensgedichten schreef in 1943, tijdens een
sanatoriumopname, en dat hij daarbij sterk beïnvloed werd
door de
Galgenlieder van Christian Morgenstern, het werk
van Edward Lear en natuurlijk Lewis Carroll en ook door de Engelse
'nursery rhymes'. Het oergorgelrijm 'De blauwbilgorgel' ("Ik ben
de blauwbilgorgel, / Mijn vader was een porgel, / Mijn moeder was
een porulan, / daar komen vreemde kind'ren van. / Raban! Raban!
Raban!", door W. ter Burg later onweerstaanbaar op muziek gezet)
blijkt zijn hoofdpersoon te danken te hebben aan de
kinderboekenschrijfster Nesbit, die in een van haar verhalen
'the bluebillgurgle' liet voorkomen; het inspireerde hem direct
ook tot de gringergoriaan, de bozbezbozzel en de vogel Kraps.
Humor is een moeilijk genre, en niets verveelt sneller dan
voorspelbaar leuk. Aan de gedichten die het alleen van vreemde
eigengemaakte woorden en gemakkelijke woordspelingen moeten
hebben, valt bij herlezing weinig te beleven, en als Buddingh'
een keer iets Kees Stipachtigs probeert (een uitzondering),
haalt hij niet het niveau van de meester:
Gorgelgenese
Een mustang en een tangmus
die trouwden met elkaar.
Het was, als zich laat denken,
een wat merkwaardig paar.
En toen ze een tweeling kregen
(en dat duurde niet lang!),
was een ervan een musmus
en de ander een tangtang.
In het overgrote deel van de in het algemeen strak vormgegeven
gedichten bereikt hij echter een geslaagde synthese tussen ernst
en absurditeit, zoals in 'De wems' (die niet in God gelovende
kruising tussen gems en mens) en vooral 'Het moeraspaard'.
Het moeraspaard
Het moeraspaard stapt tevreden
door zijn zompig territoor.
'Wie content is zonder reden
komt het leven 't beste door,'
hield zijn moeder hem, lang geleden,
elke dag een paar maal voor.
'Gras groeit nergens fijngesneden,
knoop, mijn zoon, dat in je oor.'
En als later in zijn leven
angst of weemoed hem bekroop,
dacht hij vliegensvlug weer even
aan die Freudiaanse knoop.
Nimmer heeft die hem begeven,
steeds gaf die hem nieuwe hoop;
wat 'n verdriet heeft die verdreven!
O, waar is zo'n knoop te koop?
De gorgelrijmen behoren inmiddels zo'n beetje tot ons cultuurgoed.
Het zou dan ook geen gek idee zijn ze tot verplichte lesstof van
iedere inburgeringcursus te maken. Wie de humor inziet van "Ik ben
de blauwbilgorgel, / Eens sterf ik aan de schorgel, / En schrompel
als een kriks ineen / En word een blauwe kiezelsteen. / Ga heen!
Ga heen! Ga heen!" mag blijven.
Kopen, deze fraai geïllustreerde uitgave.
C. Buddingh' – Alle Gorgelrijmen. Met tekeningen van Wim Hofman
en een nawoord van Wim Huijser
Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2003
96 blz.; € 16,50
ISBN 90 234 1187 0
Zie www.dichterbijdebezigebij.nl
Een Griek tot aan zijn tepels in het verleden
Milla van der Have over
Dansen met Kaváfis van Steven Membrecht
Sommige liefdes ontdek je zelf, op andere word je gewezen.
Zo ontdekte ik mijn Grote Favoriete Dichter door een film
en twee boeken. De film,
Il Postino, maakte daarbij
uiteindelijk nog de minste indruk, al zijn er ongetwijfeld
meer mensen die Neruda dankzij deze rolprent leerden kennen.
Veel meer liefde voor deze dichter werd mij bijgebracht door
het boek van Antonio Skarmeta, dat de basis was voor
Il
Postino en door de vervolgens gelezen memoires van Neruda's
vrouw. Pas toen ging ik zijn gedichten lezen, maar ik was al
voor de grote Chileen gewonnen nog voor ik één
compleet vers van hem gelezen had.
De vraag bij boeken die volledig aan een andere kunstenaar
zijn gewijd, is altijd of je goed bekend moet zijn met het
onderwerp om het te kunnen waarderen. Skarmeta bewijst echter
dat het andersom ook werkt en dat sommige 'odes' met zo een
grote liefde gebracht kunnen worden, dat deze besmettelijk
werkt en overgedragen wordt op de lezer.
Steven Membrechts nieuwste bundel heet
Dansen met
Kaváfis en is voor een groot gedeelte gewijd aan
deze moderne Griekse dichter (1863 – 1933), wiens naam mij
bekender was dan zijn verzen. In tegenstelling tot Membrechts
eerder verschenen
Lessen van Licht, dat een uitwaaierende,
aan velerlei personen en thema's refererende bundel is, is
Dansen met Kaváfis strak gecomponeerd rondom
een stralend middelpunt, dat in het eerste gedicht omzichtig
uit zijn slaap gewekt wordt:
Vergeef me Kaváfis
Dit keer heb ik je oud en
Onherkenbaar afgetakeld
Uit je slaap gewekt -
Schaamteloos
Maar net als jij
Over mijn uiterlijk ontzet
Wil ik je vragen of ik mij
Eerder argeloos gewonnen gaf
Aan de natuur of aan de tijd
Die in ons immers om de voorrang strijden
(p. 5)
In het eerste gedicht komt al een belangrijke, aan
Kaváfis gerelateerde topos naar voren, die door
de hele bundel zal blijven verschijnen: het verleden dat
tot leven gewekt wordt, maar dat nooit meer wordt dan een
geestverschijning. De eens zo schone Griekse jongelingen
worden gekenmerkt door uiterlijk verval. De dichter gaat
ertegen in verweer:
Langs de lijn vanuit mijn navel
Naar het dodenrijk
Het rijk van louter vreugden
waar de vogel Phoenix heerst
Die mij daar leerde voort te leven
In de dichterlijke as
En echo van zijn naam
(p.34)
Zoals wel vaker, hebben gedichten hier mede de functie de
erosie van de tijd tegen te gaan, moet de poëzie
datgene bewaren wat anders onherroepelijk verloren zou gaan.
Om dat te doen, roept Membrecht de ultieme dichter van het
uiterlijk verval op, maakt hem wakker uit zijn dodenslaap,
waarmee meer nog dan de schoonheid zelf, het verval een
centrale plek krijgt toebedeeld. Daarmee wordt de bundel
aangenaam paradoxaal, versterkt door de verwarring die het
met enige regelmaat opduikende motief van 'het spel met
maskers', weet te zaaien.
Met Konstantinos Kaváfis verschijnen ook de door hem
zo bewonderde schone Griekse adonissen in beeld. Ook hun
schoonheid is echter veelal schone schijn. Ze bevinden zich
in het verleden, als schimmen die de dichter zich herinnert.
Al die mannenliefde geeft de bundel bij tijd en wijle iets
zinnelijks, al blijft de poëzie over het algemeen koel,
beredeneerd en zelfs ietwat afstandelijk.
Kaváfis!
Heel wat mannen heb ik ontkleed
Opgezweept gekromd gestrekt
Over mij heen gehad – bereden
Afgetast bevredigd – strelend
in en uit hun diepste slaap gebracht
[...]
Heel wat mannen – vriend Kaváfis
Werden door mij ontleed om ingekeerd
En dichterlijk te kunnen overleven
Maar hun voorraad maskers
Hun geruilde en geroofde
En geleende en verzonnen
Maskers breken of
Ontvreemden kon ik niet
(p.17)
Door Membrechts identificatie met Kaváfis krijgen
de gedichten haast een intellectualistisch aura, wat met
name geldt voor de wat kortere gedichten in de bundel, die
soms te zwaar op de
pointe aan het einde leunen.
Daarnaast zijn er echter ook zinsneden en hele gedichten,
waar, in de woorden van Membrecht zelf "Elk woord toenemend /
Recht van spreken krijgt // Die ene regel die zijn woorden /
Tijdloos diep ontroert" (
p.25). Zoals in een gedicht
over vaders en zonen:
Ik zag een vader die onvindbaar was
En ik hoorde van een zoon die
Onherkenbaar schuilging in zijn vader
Ik zag een zoon zingend op het bed
Van zijn ongeboren vader
En ik hoorde van een vader die
Zijn zoon verleidde om een zoon
Ik zag een zoon scherp luisteren naar
Het roepen van zijn vader om zichzelf
En ik hoorde hoe een vader
In de spiegel van de dood de schaduw
Van zijn onbekende zoon aanbad
Ik zag een zoon – verwekt uit
Hartstocht van een zoon voor zijn vader
En ik hoorde hoe een vader
Zich voorgoed te slapen had gelegd
In de zachte ogen van zijn zoon
Ik zag een zoon – te mooi te goed
Te sterk te wijs om man te zijn
Van een door god bedachte vader
En ik hoorde
(Als ik me tenminste niet vergis)
Van een vader die er onverschrokken
Tot veler opluchting en vreugde
Na niet te tellen generaties
Nog altijd is
(p. 19)
De vraag, tot slot, of je nauw onderlegd moet zijn in
Kaváfis om Membrechts bundel te kunnen waarderen,
laat zich makkelijk beantwoorden. Misschien dat Kaváfis-
kenners iedere verwijzing kunnen plaatsen en misschien dat zij
het intellectueel en contextueel spel dat de dichter speelt
continu kunnen volgen, maar wie Kaváfis niet kent,
leert hem in deze bundel kennen zoals de dichter hem blijkbaar
ook kent: als vriend, als geliefde, als liefste Kaváfis.
Wie daarna meer wil met schone jongelingen en uiterlijk verval,
weet tot wie hij zich moet wenden.
Steven Membrecht – Dansen met Kaváfis
Uitg. De Beuk, Amsterdam 2003
59 blz.; € 14,-
ISBN 90 6975 439 8
Zie literatuurlinks.net
Impressie
Een mals konijn ziet het avondlicht
Annette van den Bosch
Er is een jonkie. Een nieuw, nog vetter, konijn zag op 6 oktober het avondlicht. Onder de
schijnwerpers in de Brakke Grond te Amsterdam werd door samensteller/redacteur Jozef Deleu
het tweede nummer van
Het Liegend Konijn geïntroduceerd. Deleu las als inleiding
de tekst van Paul Ostaijen over het verwonderde konijn, die als motto dient voor het tijdschrift
en daarop afgedrukt zal worden zolang Deleu leeft. De dichters Geert Buelens, K Michel,
Miriam Van hee, David van Reybrouck en Menno Wigman droegen voor uit eigen werk. Verrassend
presteerde hier de nieuwkomer op dichtgebied David van Reybrouck. Zijn dictie is prima en zijn
gedichten verrassend, vooral het werk dat over ouderwetse groenten zoals
Witloof en
Schorseneren handelt. Hij was debutant in het eerste nummer van
Het Liegend Konijn, een nummer dat inmiddels bijna is uitverkocht; reden
voor de uitgever op de oplage van het tweede nummer van 2000 naar 2250 te verhogen. Debutant in
het oktobernummer is Filip Rogiers uit Gent. Daarnaast is 'uit het nest geroofd' nieuw werk te
lezen van de dichters Ter Balkt, Brassinga, Buelens, Gerlach, Gerbrandy, Komrij, Mortier, Van
hee en Vroman. Er is weer veel moois te lezen in het nu 103 bladzijden tellende hedendaagse
poëzietijdschrift. Gerrit Komrij wil ik er uitlichten. Zijn gedichten vallen op door
hun melancholieke tederheid. Een bijna onherkenbare stijl, zonder het gebruikelijke
cynisme, die ik erg waardeer. Zoals in de tweede strofe van het gedicht 'Solo':
"Ik roep een zin. Het klinkt te schraal / in het omringende gewelf - / ik heb geen schim
of filiaal - / ik ben vandaag alleen me zelf."
Het lijkt me dat hij daarin precies beschrijft wat de redacteur van
Het Liegend Konijn
beoogt: dat elke dichter in en buiten het nest zo veel mogelijk zichzelf is.
www.hetliegendkonijn.nl
Artikel
'Antibiografieën' van R.A. Cornets de Groot (1)
Rutger H. Cornets de Groot
In twee afleveringen vertelt Rutger H. Cornets de Groot over de
pogingen van zijn vader, schrijver en
essayist R.A. (Rudy) Cornets de Groot (1929-1991), om het werk
van Mulisch, Vestdijk en Koos Speenhoff aan de hand van hun biografieën
in kaart te brengen. En passant biedt het artikel een klein
overzicht van Cornets de Groots eigen biografie. In deze Meander
de eerste aflevering.
Van alle motieven die een biograaf ertoe kunnen brengen
een biografie te schrijven, is de behoefte om zich tegen
de vergankelijkheid te weer te stellen allicht de voornaamste.
Maar is de biografie eenmaal verschenen, dan blijkt niet zelden
juist het tegendeel het resultaat: de held wordt gecanoniseerd,
bijgezet in een eindeloze rij onsterfelijke, maar morsdode grootheden.
De schande die wordt geroepen wanneer van een bepaalde schrijver
nog altijd maar geen biografie is verschenen, duidt daarom
misschien vooral op het onbehaaglijke gevoel dat die dode
eigenlijk nog leeft, mèt de boeken die tijdens zijn
leven verschenen. Voor ons, nablijvers, is dat een onverdraaglijke
situatie. En wanneer het al niet de taak is van de biograaf, dan
lijkt het toch zijn lot te moeten zijn dat hij in plaats van zijn
held in dit leven terug te roepen, zijn dood alleen maar kan bevestigen.
Natuurlijk betekent dit niet dat die biografieën dan maar
niet geschreven zouden moeten worden. Integendeel: de biograaf
begraaft niet alleen, hij richt ook een monument op. Zijn boek
vervangt, in de meest letterlijke, fysieke zin, de mens van vlees
en bloed, die is heengegaan. En of wij er nog naar omkijken of
niet, doet er dan niet meer toe: daar staat hij, in de kast -
niet een van zijn boeken, maar de man zelf. Hij is er nog steeds.
Kunnen we ons dus met enig succes tegen de vergankelijkheid
te weer stellen, het is natuurlijk ook mogelijk haar te vriend
te houden. Mijn vader, essayist Rudy Cornets de Groot, legde
zich vooral toe op het laatste.
Hoewel in kleine kring bekend en gewaardeerd om zijn essays
over een uiteenlopend gezelschap Nederlandstalige auteurs -
van Cornelis Crul tot Jan Elburg, en van Rhijnvis Feith tot
Lucebert – bleef zijn bekendheid ook hoegenaamd beperkt
tot die kleine kring. Hij ging niet uit van vooropgezette
ideeën, maar schreef veeleer naar ideeën toe;
anders gezegd gaven zijn essays blijk van een stevig
wantrouwen tegen eeuwige en algemene waarheden, vooropgezette
methodes en systemen, en dat was in een cultureel klimaat dat
gedomineerd werd door literatuurwetenschappers en zogenaamde
close readers ('close reading is: net doen of je de auteur niet kent')
helaas geen aanbeveling.
Binnen het gezelschap auteurs aan wie Cornets de Groot zijn
essays wijdde, heeft Simon Vestdijk altijd een prominente
plaats ingenomen. Vaak wordt Cornets de Groots ontdekking van
het belang van de astrologie voor Vestdijks werk als zijn
belangrijkste verdienste gezien, maar het is bepaald niet
alleen deze astrologie geweest die hem door de jaren heen
telkens weer tot Vestdijk heeft doen terugkeren. Vestdijks
spreekwoordelijke veelzijdigheid, zich uitend in poëzie,
romans, verhalen, en essays waarin hij zijn kennis en inzicht
van historische, kunsthistorische, literaire, muzikale,
psychologische, godsdienstpsychologische en filosofische
vraagstukken verwerkte, was daarvoor te fascinerend. Op
een of andere manier moest het mogelijk zijn om in deze
onwaarschijnlijke veelheid, zo wonderlijk bijeengehouden
door dat ene woordje 'Vestdijk', een algemeen en structureel
principe aan te wijzen.
Maar hoe tot een dergelijke alomvattende visie te komen? Natuurlijk
zou een biografie daartoe de bouwstenen hebben kunnen aandragen,
maar in het schrijven daarvan was Cornets de Groot niet geïnteresseerd.
"Naar aanleiding van een bijeenkomst van de Vestdijkkring in de
afgelopen winter (die van '76/'77) noemde Martin Ros in zijn
rubriek in
De Tijd naast voor de hand liggende namen
als die van Martin Hartkamp en Nol Gregoor ook die van mij
als mogelijke biograaf van Vestdijk. Natuurlijk doet het je
plezier als men je in de buurt plaatst van zulke kenners van
Vestdijks werk, maar de bescheidenheid gebiedt mij zonder
terughouding melding te maken van het feit, dat hoe ik me
ook verdiepte in Vestdijks werk en met hoeveel genoegen,
ik toch altijd afgebleven ben van zijn autobiografisch werk.
Ik noem wel es een van die acht (of negen) romans [de Anton
Wachter-cyclus, RH] en zelfs citeer ik vaak genoeg uit zijn
brieven aan Theun de Vries, maar niet om de biografie."
(1)
Het schrijven van een biografie, zozeer gebonden aan de feitelijke,
maar daarmee ook zo toevallige gebeurtenissen in een leven,
kwam onvoldoende tegemoet aan zijn behoefte de 'hele' Vestdijk
in het oog te vatten: "Mij gaat het om het beeld van de schrijver
in zijn werk [...]. Aangezien een mensenleven altijd beneden de maat
blijft van de doelstellingen in dat leven, mag onze verbeelding zo
stout zijn als de biografie het toelaat. Het gaat ons niet om de
becijfering van de waarde van dit 'ik', maar om die van 't
meer ik dan ik."
(2)
Geen biografie dus. Maar waar een biografie aan dit
'meer ik dan ik' geen recht kon doen, daar kon het aanleggen
van een 'kalender' bij het werk dit mogelijk wel. Het ging
er dan om Vestdijks opeenvolgende romanpersonages op te vatten
als evenzovele, door Vestdijk zelf in zijn leven niet benutte
mogelijkheden, zogenaamd 'gemiste kansen', waar Vestdijk hen
dan, ter compensatie of bij wijze van experiment, alsnog voor
op had laten draaien.
Het idee voor deze aanpak was van Vestdijk zelf afkomstig.
In zijn essay
Historische contingentie (uit
Essays
in duodecimo), had hij gewezen op de mogelijkheden van een
zogenaamde 'leer van gemiste kansen' als alternatief voor de
traditionele geschiedschrijving. Een op het eerste gezicht
weinig zinvolle vraag als 'Wat zou er gebeurd zijn, indien
Napoleon in de wieg was gesmoord?', voerde Vestdijk in dit
essay naar een hoogst originele visie op het lot van het individu:
"Een menselijk leven, dat zich op de duur niet met tien,
twintig andere levens vermenigvuldigt, - levens die geen
vorm hebben aangenomen, maar daarom nog geen doodgeboren
levens, - verdient de naam van 'leven' ternauwernood; het
is een leven zonder diepte, zonder ruimtelijkheid, zonder
licht en schaduw. Hoe ouder de mens wordt, des te meer wordt
zijn verleden van werkelijke gebeurlijkheden geschaduwd door
een verleden van gemiste of althans niet benutte kansen. Iedere
minuut kunnen wij een andere richting uit dan wij in feite
inslaan; en deze andere richting wordt door het geheugen niet
als iets negatiefs afgedaan, maar haakt er zich in vast, keert
terug in onze dromen, kwelt ons geweten of tergt ons verlangen
naar geluk. Op ieder keerpunt van ons leven hadden wij een
handeling kunnen nalaten, of aan een andere handeling de
voorkeur kunnen geven; en vergeefs vragen wij ons af welke
invloed de realisering der verworpen mogelijkheid op onze
biografie zou hebben gehad."
(3)
Cornets de Groots 'kalender' nu was een poging om van dit
schaduwleven dat schrijvers als literair spoor nalaten de
biografie te geven. Weliswaar kwam niet iedere schrijver
voor die aanpak in aanmerking, eenvoudig omdat niet iedere
schrijver de 'gemiste kansen' in zijn leven als materiaal
voor zijn proza of poëzie benut:
"Ik denk dat het maken van een 'kalender' het beste kan bij
zulke schrijvers, die [een] breuk in hun jeugd - Beatrice,
Ina Damman, een vader, een moeder - later moeten helen,
'op afbetaling', om Vestdijk te citeren."
(4)
Mogelijk was dit de reden dat Cornets de Groot het aanleggen
van zulke kalenders toch als een werk van een voorlopig en
min of meer additioneel karakter beschouwde, als iets dat
men 'in afwachting van de biografie'
(5) kon doen. Hoe dit zij,
het maken van een dergelijke kalender probeerde hij na Vestdijk
op nog maar éen andere schrijver uit, en wel op de schrijver
van wie de term 'meer ik dan ik' afkomstig was: Harry Mulisch.
"Mulisch vertikte het zijn leven in de waagschaal te zetten.
Met zijn problemen knapte hij archibald strohalm op. [...] Zijn
roman [...] is ontstaan uit 'therapeutische noodzaak', zoals hij
schrijft. Hij experimenteert hierin met mogelijkheden die in
zijn leven liever niet gerealiseerd moesten worden. Strohalm
is een plaatsvervangende Mulisch, een Mulisch van de gemiste
kans. Zijn nieuwsgierigheid naar uitkomsten in de werkelijkheid
op zulke vragen als: 'Wat zou er gebeurd zijn, indien...' [...]
is de kern van zijn schrijven, van zijn therapie."
(6)
Inderdaad lijkt Mulisch zelf voor deze zienswijze op voorhand
voldoende reden te hebben gegeven, waar hij in
archiblad
strohalm de schilder Boris Bronislaw de volgende woorden
in de mond legt:
"Een kunstenaar [...] drukt zich niet uit in het leven, maar in
zijn werk. In zijn werk is hij in staat tot een oneindig aantal
levens, maar in zijn leven tot geen enkel. Hij staat er alleen
maar zo'n beetje van opzij naar te koekeloeren, al maakt hij ik
weet niet wat mee. Een normaal mens, je weet wel, een normaal
mens leeft tijdens zijn leven en is dood na zijn dood.
Een kunstenaar is dood tijdens zijn leven."
(7)
Terug naar Vestdijk. Ten aanzien van zijn oorspronkelijke doel -
het komen tot een alomvattende visie op Vestdijks werk - bereikte
Cornets de Groot in zijn in 1972 verschenen monografie
Vestdijk
op de weegschaal tenslotte nagenoeg volledig resultaat. In dit
uiterst sympathieke boekje, dat mede voor het onderwijs was bestemd,
geeft hij niet alleen in krap honderd pagina's een chronologisch
overzicht van Vestdijk als dichter, romancier, novellist, essayist
en criticus, maar ook wijst hij daarin Vestdijks veranderlijke,
'weegschaal'-karakter als het samenbindende element in zijn schrijverschap
aan.
"Steeds wanneer de schaal naar een kant doorslaat, springt Vestdijk
op de andere over. Of een van zijn mensen doet dat. Het centrale
idee in Vestdijks probleemgevoeligheid berust op het mechaniek van de
weegschaal."
(8)
En met deze conclusie lijkt Cornets de Groots belangstelling voor
Vestdijks biografie een eindpunt te hebben bereikt. Inzicht in het
leven van een schrijver had alleen zin wanneer
dit bijdroeg aan meer inzicht in diens werk, en hoezeer de kalender
'in afwachting van de biografie' mocht zijn ontworpen, hij zag het
niet als zijn taak om die biografie daadwerkelijk te schrijven.
Dit artikel verscheen eerder in 'Biografie Bulletin' nr. 95/3 (december 1995).
Een ruime keuze uit het werk van Rudy Cornets de Groot is samengebracht
op het adres www.xs4all.nl/~cornets/deopenruimte.
NOTEN:
1. Cornets de Groot,
De kunst van het falen, Den Haag, 1978, p. 56. (
terug)
2. Ibidem, p. 55. (
terug)
3. S. Vestdijk,
Essays in duodecimo, Amsterdam, 1952, p. 27. (
terug)
4. Cornets de Groot,
De kunst van het falen, p. 68. (
terug)
5. Ibidem, p. 56. (
terug)
6. Ibidem, p. 57-58/68. (
terug)
7. Harry Mulisch,
archibald strohalm, Amsterdam, 1951, p. 160. (
terug)
8.
Intieme optiek, Den Haag, Rotterdam, 1973, p. 65. (
terug)
De 'kalender' kwam er tenslotte als volgt uit te zien:
1934-1940 individualistisch gericht
1940-1945 sociale bewustwording
1945-1951 beide standpunten met elkaar in evenwicht.
Zie voor de kalender bij Mulisch' werk
De kunst van het falen, p. 56-68.
Proza
Prozarecensie
Marie Melai - Stenen in het water
Een bespreking door Elly Woltjes
Stenen in het water van Marie Melai lijkt in eerste
instantie op een streekroman. De hoeveelheid namen is verwarrend,
een familiebijeenkomst lijkt wel erg gewoontjes, maar je leest
toch door omdat het lichte kost is. Gaandeweg krijgt de roman
veel meer diepte, zonder dat dit aan de leesbaarheid afbreuk
doet. Integendeel zelfs.
De hoofdpersoon is Marta, een vrouw in de tweede helft van de
veertig, die na het overlijden van haar moeder ook haar man
verliest. Ze heeft niet veel om handen, mede omdat ze altijd
de steunpilaar voor iedereen was, vooral voor haar moeder. Af
en toe bezoekt ze familie, haar broers. Soms maakt ze een
wandeling met een vriendin. Met die vriendin gaat ze ook een
avondje uit, maar dat is niet zo'n succes. Er is ook een jongere
minnaar. Na verloop van tijd ontmoet ze een man met wie ze het
goed kan vinden. Ze gaat bij die man wonen en legt haar hart in
het tuinieren, terwijl ook het schilderen een belangrijke plaats
inneemt: "Zonder vooraf te kijken naar het doek, mengt ze de
kleuren, de kwast tussen haar tanden geklemd. Een onzichtbare
macht laat haar de streken zetten. Krachtige tonen, als bronzen
klokken. De klokken in haar hoofd. Donkerrood als geronnen bloed
dat wonden bedekt. De hogingen, stralend witte lichten hoog
in het doek."
Maar de innerlijke onrust blijft, waardoor ze veel aan vroeger
denkt. Of komt de onrust dóórdat ze veel aan
vroeger denkt? In elk geval levert het een paar mooie flashbacks
op in de roman. Ze wil loskomen van het verleden, van alle banden
die ze heeft en probeert te kiezen voor een ander leven.
De sfeer van het boek is een beetje melancholiek, maar doordat de
hoofdpersoon krachtig is, heeft het boek ook een optimistische
kant. Marie Melai laat zien hoe bijzonder het gewone is in
mensenlevens, hoeveel beweging er is als kleine stenen scheren
over het wateroppervlak.
Marie Melai is in Den Haag geboren in 1930 en woont sinds 1977
in Ommen, na omzwervingen door Nederland en de Verenigde Staten.
Ze schreef jarenlang voor haar plezier verhalen en schaakcolumns,
en wisselde die activiteit af met schilderen. Ze won een
schrijfwedstrijd van het Overijssels Dagblad, maar pas onlangs
besloot ze zich serieus op het schrijven toe te leggen.
Marie Melai - Stenen in het water
Uitgeverij Bellevue, Noordwijk 2003
246 blz.; €15,-
ISBN 9080620475
gedichten *
uitgelicht *
artikel *
recensies *
impressie *
colofon
Nieuws
Literaire Boeken Top 10
- De verborgen glimlach - N. French
- De kleine vriend - D. Tartt
- Jongensjaren - J. Coetzee
- Schaduwkind - P.F. Thomése
- Een schitterend gebrek - A. Japin
- Wie scheep gaat - R. Peper
- Het duister dat ons scheidt - R. Dorrestein
- De tweeling - T. de Loo
- Het zwijgen van Maria Zachea - J. Koelemeijer
- Herinnering aan mijn Chili - I. Allende
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel
'Het Verboden Rijk' te Roosendaal
in de periode 24 september t/m 7 oktober 2003.
Beeldrijk Groningen
Donderdag 16 oktober wordt om 20.30 uur in Athena's Boekhandel,
Oude Kijk in 't Jatstaat 42 te Groningen de bundel poëzie
op sokkels gepresenteerd, 34 gedichten bij 27 beelden
(en een beuk) in de stad Groningen. De acht auteurs, die deel
uitmaakten van een poëziewerkgroep onder leiding van Remco
Ekkers (hij schreef ook het voorwoord), overhandigen de eerste
exemplaren van hun fraai uitgevoerde bundel aan Albertina
Soepboer en aan een vertegenwoordigster van het Centrum
voor Beeldende Kunst Groningen. Nina Werkman, Liesbeth
Cavé, Janneke Lueks, Erik Raven, Matty de Vries,
Atze van Wieren, Anna van der Laan en Arthur la Fèber
lezen voor uit hun bundel, uitgever Martin Scholma presenteert.
Info www.profiel.nl of info@profiel.nl.
Cd-presentatie Frans Lodewijk
Op zondag 19 oktober vindt om 14.00 uur in café
't Kont van het paard, Kaatsbaan 1 te Brielle
de presentatie plaats van de cd Oase achter industrie,
van de Hoogvlietse troubadour Frans Lodewijk. Op deze cd is
een aantal gedichten over Voorne en Putten te beluisteren
van aldaar wonende dichters, te weten Dick Gebuys, Hannie
van der Lecq, Corrie van de Linden, Lydia van Staveren,
Jan Bontje, Henk van Setten en George Suur die allen
ook bij deze presentatie aanwezig zijn. Inlichtingen
via e-mail jkabb@hetnet.nl
of f.lodewijk1@chello.nl.
Het Hoge Woord
In de tweede aflevering van Het Hoge Woord van
Stichting Literaire Activiteiten Utrecht op maandag 20
oktober staat zowel proza als poëzie centraal. Te gast
zijn Maria Stahlie, van wie in 1987 haar eerste roman
Unisono verscheen gevolgd door verschillende
verhalenbundels en romans, en Tjitske Jansen die in
september debuteerde met haar dichtbundel Het moest
maar eens gaan sneeuwen. Plaats: De Winkel van Sinkel,
Oudegracht 158, Utrecht. Aanvang 20.30 uur. De toegang is
gratis. Zie: www.slau.nl.
Bijeenkomst Louis Paul Boongenootschap
Op zaterdag 25 oktober wordt in het Kasteel/Stadsarchief,
Kasteelhof 1 te Born van 14.00 tot 17.00 uur de
najaarsbijeenkomst gehouden van het Louis Paul Boongenootschap.
Gasten zijn de Belgische schrijver/vertaler Geert van Istendael,
hoofdredacteur van de Arbeiderspers Peter Nijssen en Karel
Darley van het project Kunstmaten. Zij zullen
onder leiding van journalist Hans van den Broek een discussie
voeren over De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon,
dat dit jaar precies vijftig jaar geleden verscheen.
Tijdens
deze bijeenkomst wordt ook de Isengrimusprijs uitgereikt aan
een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het
laten voortleven van het werk van Boon.
Onbederf'lijk vers
Op woensdag 29 oktober vindt in Nijmegen op diverse locaties,
waaronder de Bibliotheek Mariënburg, Boekhandel Dekker
v.d. Vegt en Café Sterre, het poëziefestival
Onbederf'lijk Vers plaats, waarbij dertig dichters
uit eigen werk zullen voorlezen. Aan het festival doen niet
alleen bekende dichters als Jean Pierre Rawie, Simon
Vinkenoog, Gerrit Kouwenaar en Remco Campert mee, maar ook
talentvolle onbekende dichters krijgen de kans zich aan het
publiek te presenteren. De toegang is overal gratis.
Daarnaast wordt nog een groot feest georganiseerd in Diogenes met
optredens van Wilfried de Jong en de band Krang. De entree
hiervoor is € 4,-.
Meer informatie is te vinden op www.onbederflijkvers.nl. Mailen kan naar publiciteit@onbederflijkvers.nl.
Schrijversoptreden
Hans Hagen en Philip Hopman
Het Letterkundig Museum/Kinderboekenmuseum organiseert,
voor kinderen vanaf acht jaar, op woensdag 15 oktober om
14.00 uur een schrijversoptreden van Hans Hagen en Philip
Hopman, bekend van de Jubelientje-boeken. Reserveren kan
via het telefoonnummer 070 333 96 66. Toegangsprijzen
kinderen t/m 12 jaar € 3,-, volwassenen € 6,-. Het museum
is gevestigd aan de Prins Willem-Alexanderhof 5 in Den Haag.
Max Velthuijs-tentoonstelling
Tot 1 augustus 2004 is in hetzelfde museum een Max
Velthuijs-tentoonstelling te zien. Er is een zaal voor
kinderen van vier tot en met zeven jaar waarin zes speciaal
ontworpen eilanden met verschillende speelelementen aandacht
geven aan thema's uit de Kikker-verhalen. In een zaal
ingericht voor volwassenen staat Velthuijs' loopbaan
als kunstenaar centraal. De ontwikkeling van cartoonist
en reclametekenaar tot auteur en illustrator is daar te
zien aan de hand van schilderijen, houtskooltekeningen,
reclamewerk, spotprenten en omslagen van romans. Deze zaal
is geopend tot 1 maart 2004.
Zie de website: www.letterkundigmuseum.nl.
|
Opmerkelijk!
Aoccdrnig to a rscheearch at an Elingsh uinervtisy, it deosn't mttaer in
waht oredr the ltteers in a wrod are, the olny iprmoetnt tihng is taht the
frist and lsat ltteer is at the rghit pclae. The rset can be a toatl mses
and you can sitll raed it wouthit porbelm. Tihs is bcuseae we do not raed
ervey lteter by it slef but the wrod as a wlohe.
Het wrekt ehct!!
Vlgones een oznrdeeok op een Eglnese uvinretsiet
mkaat het neit uit in wlkee vloogdre de ltteers in een wrood saatn,
het einge wat blegnaijrk is is dat de eretse en de ltaatse ltteer op
de jiutse patals saatn.
De rset van de ltteers mgoen wllikueirg gpletaast
wdoren en je knut vrelvogens gwoeon lzeen wat er saatt. Dit kmot
odmat we neit ekle ltteer op zcih lzeen maar het wrood als gheeel.
(Gevonden op internet)
Anders!
Als het tennisverslaggever Theo Bakker ( Langs de lijn )
duizelt van de ballen, verzet hij zijn zinnen. Publiceerde hij
twee jaar geleden de dichtbundel Toch daagt het weer
(uitg. De Beuk, besproken in Meander 158), nu is er de cd
Anders met twaalf eigengemaakte en zelfgezongen
liedjes. Info theobakker@wxs.nl.
Gesignaleerd
Bas Vlugt (1965) schreef 'Koken met één arm. Een introductie
tot het vaderschap'. Het boek wil een hart onder de riem zijn
voor jonge vaders die zich soms vertwijfeld afvragen hoe ze
zich kunnen handhaven in het eigen gezin. Een verlaat, maar
hilarisch antwoord op Heleen van Royen. Uitg. 521, 96 blz.; € 9,90.
Alle literaire prijzen
Het Letterkundig Museum heeft op www.literaireprijzen.nl een overzicht
samengesteld van alle Nederlandse en Friese literaire prijzen
die sinds 1880 zijn toegekend. Het zijn er heel wat, want
115 uitreikingen per jaar is geen uitzondering. Prijs,
winnaar, titel van het bekroonde werk, prijsbedrag,
juryleden, alles is terug te vinden.
Griekse poëzie en muziek
Op zondagmiddag 2 november zal er in de Statenzaal van
het Hof te Dordrecht een poëtisch-muzikaal optreden
plaatsvinden door het ensemble Palio-Parëa in
samenwerking met dichters en vertalers Kees Klok en
Stella Timonidou, die poëzie voorlezen van de
Griekse dichter Nikiforos Vrettakos. Nikoforos Vrettakos
(1912-1991) was een van de belangrijkste Griekse dichters
van de twintigste eeuw. Hij debuteerde in 1932 met de
bundel Katevainondas sti sigi ton eonon
( Lopend naar de stilte van eeuwen ). Hij publiceerde
daarna zo'n vijftig dichtbundels. Na de Tweede Wereldoorlog
was hij ook actief als literair criticus, columnist en
schrijver van proza. Hij won driemaal de Griekse staatsprijs
voor poëzie en diverse buitenlandse prijzen. Zie de site:
www.palioparea.nl.
Gedichtennacht
Op 28 januari 2004, de vooravond van Gedichtendag,
organiseren de Poëzieclub en Poetry International
een Gedichtennacht ter opening van het eerste lustrum
van Gedichtendag. De ingrediënten van deze Gedichtennacht:
een gevarieerd avondprogramma vol poëzie, om klokslag
twaalf de officiële opening van de vijfde Gedichtendag
en een swingend feest.
Het jaar 2004 is het laatste jaar waarin Gerrit Komrij de
functie van Dichter des Vaderlands bekleedt. Tijdens de
Gedichtennacht wordt daarom ook het startsein gegeven voor
de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands. Naast
Komrij zullen verder Rutger Kopland, Pieter Boksma, Menno
Wigman, Ilja Leonard Pfeijffer en de winnaars van de
Gedichtendagprijzen 2004 te gast zijn.
Dichter bij de Zorg
Dichter bij de Zorg is een samenwerkingsproject
van drie partijen: Dichter bij Zeist, Stichting Poëzieslag
en de PGGM. In het kader hiervan is Patty Scholten, bekend
van dichtbundels als Het dagjesdier en Een
tuil zeeanemonen, gevraagd huisdichter te worden van
het Woonzorgcentrum Heerewegen in Zeist. Het project heeft
inmiddels toestemming gekregen om door te gaan en wordt
gefinancierd door PGGM.
Kunst in de Kerk
Op zondag 26 oktober vindt van 14.00 tot plm. 16.30 uur in
de Waalse Kerk, Breestraat 62 te Leiden Kunst in de Kerk
plaats, waaraan onder meer Frans Terken en Annette van den Bosch
medewerking verlenen. Muziek is er van Lucas Stam. Zie de site:
www.annettevandenbosch.nl.
Poëzie in de Consul
Vanmiddag, 12 oktober, organiseert Stichting Weerwoord het
maandelijks poëziepodium Poëzie in de Consul op
de Westersingel 28 te Rotterdam. Optredende dichters zijn
Josien van Barlo, Nafiss Nia, Benne van der Velde en Herman
Verweij en er is muziek van de gitarist/fluitist Ronald
André. Daarnaast is er een open podium waar drie
dichters een korte proeve van hun werk kunnen laten horen.
De presentatie van de middag is in handen van Harold de Boer.
Aanvang om 13.45 uur en de entree bedraagt € 2,50.
Informatie: tel. 015 214 10 08.
E-mail: hetweerwoord@hotmail.com.
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Yves Joris.
Nieuwsberichten voor Meander 223 van zondag 26 oktober
dienen uiterlijk dinsdag 21 oktober
in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan
Xnieuws@Xmeandermagazine.net (de letters X uit dit adres verwijderen!)
|
gedichten *
uitgelicht *
artikel *
recensies *
impressie *
nieuws
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Redactie:
Adelheid Bekaert,
Yves Joris,
Gerard Kool,
Joop Leibbrand,
Margo Verbiest,
Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra,
Annette van den Bosch,
Yvonne Broekmans,
Hans Hamburger,
Milla van der Have,
Remi van Trijp,
Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Edith de Gilde,
Rutger H. Cornets de Groot,
Peter Jongsma,
Bert van Weenen.
De gedichten worden beoordeeld door:
Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have en Joop Leibbrand.
De verhalen worden beoordeeld door:
Annette van den Bosch, Remi van Trijp, Yves Joris, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro
8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van
Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Mailinglist:
Zie
http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander
Abonneren door een mail aan
Xmeander-request@Xlists.nl
met als onderwerp: subscribe
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan
Xmeander-request@Xlists.nl
met als onderwerp: unsubscribe
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Kopij is welkom bij Meander. Zie
http://meander.italics.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen
teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en
uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site:
gedichten *
verhalen *
artikelen *
recensies *
links *
klassiekers *
archief