aflevering 242 * 6 juni 2004 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële
bijdragen zijn nodig *
kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service
Gedichten
ze heeft haar morgen witgeverfd
ze heeft haar morgen witgeverfd
dungekleed schaakt ze
met de dienaars van het verdriet
stampvoet in rimpels van sneeuw
als een ongeneeslijke ziekte sluipt ze door het huis
neuriet en wiegt in haar armen
hun onzichtbaar kind
kamt denkbeeldig haar
soms rust ze op een zwerfsteen uit
rilt vruchtloos haar dagen leeg
ze is een acrobate uit balans
op de glazen draden van de ontgoocheling
voortaan vraagt ze de avond
haar deuren te sluiten
niemand binnen te laten
al haar nachten zijn geschrapt
Astrid Dewancker
auteurspagina Astrid Dewancker
geef commentaar op dit gedicht
Bovenstaand gedicht
van Astrid Dewancker,
is Meanders Gedicht van de maand juni 2004, zie Uitgelicht
IJskonijn
op een verjaardag
over kluiten aarde waadden we
het brakke water tegemoet
als broze insecten onze klauwen
om het blote zwerk geslagen
geboeid zongen we luider
dan het kikkergeboefte
in het vingergewas
je brandde een lusachtig teken
in het vuile sop we stegen op en
streken neer langs versgesneden lis
je droeg je verjaardag op
aan de paarden die droevig
maar nieuwsgierig staarden
naar hun lotgenoten achter glas
de zon sloeg
vijf voor twaalf
Peter Wullen
auteurspagina Peter Wullen
geef commentaar op dit gedicht
sternen, kok- en kapmeeuwen
bedrukten met pijlpuntige sporen
als vingerwijzing
rul wit zand
tot inheems tapijt
wij lezen,
hun fijnzinnig spijkerschrift
gaan, tekens volgend.
hun gangen na
zij kijken ingetogen
deinen gedachtenloos
hun tekst vergeten
Jeannette Coppens
auteurspagina Jeannette Coppens
geef commentaar op dit gedicht
De actrice (regen op mijn witte broek)
"Geurende lelie, zwaar verwond
nog diep in slaap sneed men haar af
en nu haar kelk neigt naar de grond
opent de bloem zich voor het graf."
Vanavond schittert madame R
terwijl het buiten zachtjes druilt
draagt madame voor uit Baudelaire
de reden dat een weerwolf huilt
ze blikt de vlinders in je vrij
en kringelt lijntjes rond haar mond
ze lijkt te stammen uit een tij
van toen de wereld niet bestond
in schmink en tekst proeft zij haar rol
dan vormt zich langzaam het gezicht
(van een jong ding of oude snol)
dat zij verweest tot een gedicht
soms is ze hard en uit op macht
als dat een rol van haar verlangt
ze speelt de sterren van de nacht
waarvoor de zaal haar luidkeels dankt
en bij het zwijgen van haar lier
valt als een eeuwenoude vloek
na twee martini's en een bier
de regen op mijn witte broek.
Kees Godefrooij
auteurspagina Kees Godefrooij
geef commentaar op dit gedicht
sjerpen (paars)
De drie prelaten lopen de berg op,
gemaksschoeisel en voorjaar,
rododendrons, de paarse sjerpen
strak om het lijf.
Boven zetten zij zich ieder aan de
voet van een opgericht kruis,
betekenen zich met handgebaren,
spreken de woorden en eten hun
boterhammen met vis.
Zij wijzen achterzich omhoog
waar het al hoofdstukken lang
verlaten is en onweersachtig.
Wel spreken deze mannen nog
over het nieuwe touwwerk en het
verse hout alvorens op te stappen.
Thom Schrijer
auteurspagina Thom Schrijer
geef commentaar op dit gedicht
mijn land
waar de hemel hoger is
en het licht de scherpe
tonen kiest
de aarde anders ruikt
anders voelt
en het anders loopt
daar is mijn land
waar de mensen buiten zijn
leven met luide stemmen
en grote gebaren
de klanken het lichaam
binnengaan
ogen vlammen
en het hart huilt
daar is mijn land
Hennie van Ee
auteurspagina Hennie van Ee
geef commentaar op dit gedicht
advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij
WRITERS
@T
HOME
thuis in literatuurworkshops
klik
hier
voor meer informatie
|
Uitgelicht
Het gedicht van de maand
besproken door Joop Leibbrand
ze heeft haar morgen witgeverfd
ze heeft haar morgen witgeverfd
dungekleed schaakt ze
met de dienaars van het verdriet
stampvoet
in rimpels van sneeuw
als een ongeneeslijke ziekte sluipt ze door het huis
neuriet en wiegt in haar armen
hun onzichtbaar kind
kamt denkbeeldig
haar
soms rust ze op een zwerfsteen uit
rilt vruchtloos haar dagen
leeg
ze is een acrobate uit balans
op de glazen draden van de ontgoocheling
voortaan vraagt ze de avond
haar deuren te sluiten
niemand binnen
te laten
al haar nachten zijn geschrapt
Astrid Dewancker
Dit gedicht heb ik eind maart 2004 geschreven in het Franse Courchevel, deelt Astrid Dewancker mee, alleen in mijn kamer op de eerste dag van een wintersportreis; mijn echtgenoot was aan het skiën met vrienden en ik bleef wegens een lichamelijk ongemak
achter. Het gevoel van eenzaamheid in combinatie met het witte landschap 'katapulteerde' me naar een vroegere periode waarin ik heel verdrietig was om mijn kinderloosheid, een tijd waarin ik mezelf dagelijks een masker van lichtheid moest opzetten om met
mijn leven verder te kunnen gaan.
De eerste strofe was vlug af en de rest van het gedicht is geheel door associaties ontstaan.
Boos ('rimpels', 'stamvoet') en kwetsbaar
('dungekleed') is 'ze' in de eerste regels tijdens een wandeling (verbeeld in de realiteit en als terugblik), vruchteloos in gesprek ('schaakt') met zichzelf, waarbij 'wit' door de gedachte aan leegheid en steriliteit vooruitloopt op het 'vruchtloos' te moeten
blijven. Hoe dat besef haar nog altijd bezighoudt, blijkt uit de gehele derde strofe, waar vooral de 'glazen draden' opvallen als beeld voor een dreigende, gevaarvolle labiliteit. Na de val afgewend te hebben, lijkt ze in de laatste strofe het leven zoals het is te aanvaarden en in de onmogelijkheid van haar eerdere verlangens te
berusten.
De strakke indeling in vier keer vier regels is duidelijk bedoeld om greep op de emotievolle inhoud te houden: er is structuur nodig. De ongelijke regellengtes laten zien hoe moeilijk dat is. Dat de laatste strofe de meest regelmatige is, klopt dan weer mooi.
Astrid Dewancker (1949, Oostende) volgde diverse cursussen schrijftraining en is sinds een aantal jaren leerlinge van de Literaire Creatie Academie te Ieper, waar zij o.a. feedback krijgt van Roel Richelieu Van Londerzele. Haar doel is het schrijven van een roman, maar daarnaast dient zich in bescheiden mate poëzie
aan, meestal tijdens het schrijven aan romanfragmenten, en soms daaraan parallel lopend.
(advertentie)
Lees. Schrijf. Lees Schrijven. Het nieuwe nummer ligt nu in de winkel. Deze keer: Publishing on demand, Schrijfstad Den Haag, Workshop levensverhalen en meer... |
|
www.schrijven.org |
|
Anderstalig
28 dichters uit 20 landen, 8 slammers, 10 webredacteuren, 22 beeldend kunstenaars, 9 organisatoren, 5 stagiairs en 40 vrijwilligers zullen meewerken aan het 35e Poetry International Festival, dat van 12 t/m 18 juni in Rotterdam wordt gehouden.
Het centrale thema is dit jaar 'Het Heilige Boek'. Er staat, zo menen de organisatoren, prachtige poëzie in de bijbel, de Koran, in veda's en in vele andere heilige teksten. Tijdens dit festival wordt op diverse manieren de relatie tussen poëzie en heilige teksten belicht.
Zo zullen tijdens het festival oude en nieuwe psalmen klinken. Dichters als Julius Chingono uit Zimbabwe, Rutger Kopland, Mario Montalbetti (Peru, zie het vorige Meander Magazine), Ramsey Nasr en Tonnus Oosterhoff zullen eigentijdse versies van het genre voordragen.
Maar er is nog veel meer te doen. Zo is er het 'Poetry International World Slampionship'. Acht kampioenen uit acht landen strijden om de titel van de eerste officiële 'World Slampion'.
Tijdens het festival wordt werk van hedendaagse beeldend kunstenaars getoond dat een sterke relatie met poëzie heeft.
Tien webredacteuren, uit heel de wereld afkomstig, die meewerken aan http://www.poetryinternational.org, zullen op het festival aanwezig zijn.
Poetry International heeft dit jaar een aantal dichters uit Azië uitgenodigd. Verspreid over de festivalweek lezen dichters uit onder andere Vietnam (Thanh Thao), Zuid-Korea (Yi Won), de Filippijnen (Alfred A. Yuson), Japan (Yoko Tawada) en China (Zhang Zao). Naar aanleiding van deze bijzondere aandacht voor Azië wordt op 14 juni de film Visions of Asia vertoond. Deze film werd in 1910 gemaakt door westerse filmers die voor het eerst voet op Aziatische bodem zetten.
In deze Meander twee gedichten uit Azië, van dichters die aan het festival van dit jaar zullen deelnemen.
Yi Won [Zuid-Korea]
Omdat we geen Koreaans kunnen afdrukken in Meander, kunt u het originele gedicht van Yi Won lezen, nou ja zien, op deze
afbeelding.
Hieronder de vertaling door Lucas Hüsgen.
Zelfportret
ik pak het mobieltje mijn gezicht was kapot gevallen ik tilde een kapot stukje op en streek ermee langs mijn rechterpols één verwrongen ader barst en de zon valt pardoes op aarde neer
ik wacht op de bus ik verrimpelde met één hand mijn gezicht ik hoefde het maar als een blikje in de vuilnisbak te smijten of het raakt de rand het springt er weer uit een lichte klank
ik liet mijn gezicht in het aquarium vallen olie drijft boven en sidderalen komen in rijen de ogen binnen de tijd gaat gekleed in een zwart plastic tasje
ik lees een boek raakte verveeld plukte aan neus en mond smeet ze in de spiegel als Tetris-blokjes hebben ze elkaar de westelijke hoek in gedreven de letters verstellen het lichaam als letters onder elkaar
ik had de computer nauwelijks aangezet of de 17 inch monitor kwam om mijn gezicht te wassen als een stofzuiger recht op mij af ogen neus en mond gingen mee naar binnen en alleen de huid stroomde omlaag over de rand ik tilde de lauwwarme huid op hing haar naast de kalender voor het nieuwe jaar
Vertaling: Lucas Hüsgen
Meer
informatie over Yi Won.
Dichters die te gast zijn op het festival zullen met behulp van werkvertalingen in het Engels tijdens een viertal ochtendsessies proberen gedichten te vertalen van de Zuid-Koreaanse dichteres Yi Won. Dit vertaalproject staat onder leiding van dichter en vertaler Lucas Hüsgen. Op de laatste festivaldag wordt het resultaat van het vertaalproject door de deelnemende dichters gepresenteerd tijdens een gratis toegankelijk middagprogramma in de benedenfoyer van de Schouwburg.
Yoko Tawada [Japan]
Zie de
afbeelding van het orginele gedicht van Yoko Tawada.
Hieronder de vertaling van Ivo Smits.
ADV-dag voor dichters
het allersaaiste ter wereld
zou ik je één keer willen zeggen
jij wordt vuurrood
met water uit de Noordzee verkoel je je voorhoofd
de zee lacht verlegen
kietelt een haai in zijn oksels
de haai wordt boos en bijt een zwemmende politicus
radio’s beginnen allemaal tegelijk met geouwehoer
elektrische golven slingeren zich om regendruppels heen
en verstoren het ritme waarmee die tegen het keukenraam tikken
en laten de hand uitschieten van de moeder die net het brood wilde snijden
het was geen vooropgezet plan
maar toevallig
snijdt haar keukenmes
de literatuurgeschiedenis de kop af
Vertaling: Ivo Smits
Poetry International
Zie de site van Meander voor een interview van Annette van den Bosch met
Erik Menkveld, die vijf jaar als programmamaker voor Poetry werkte en dit jaar een van de presentatoren zal zijn en met
Marcel Möring die ook een van de presentatoren is.
Interview
Een teken om verder te doen
Tine Moniek in gesprek met Patrick Lateur
De naam Patrick Lateur [zie foto] kan wel eens een belletje doen rinkelen. Wellicht had u al
een gevierde vertaling van hem in handen. Of een originele bloemlezing. Of een mooie
dichtbundel. Kortom, eigenlijk is het een schande als de naam geen belletje doet
rinkelen. Als pootje uit dezelfde aarde, Beveren-Leie, had ik een gesprek met
hem.
Eerst en vooral een nogal overbodige vraag, maar die wellicht op vele lippen
brandt: Bent u verwant met Frank Lateur (Stijn Streuvels)?
We komen uit dezelfde streek en stam en het zou wel leuk zijn de precieze verwantschap
te kennen, maar eigenlijk vind ik dat op zich niet zo belangrijk.
De straat waar u vroeger woonde heeft een nogal poëtische achtergrond. Voor u
woonden er nog 2 dichters: Deken De Bo en André G. Christiaens. Wanneer hebt u
voor het eerst gevoeld dat u ook in een poëtische bodem aardde?
Ik droomde al van boeken schrijven toen ik 16-17 was, alleen wist ik toen nog niet
welk soort boeken. Het viel me toen op dat ik een andere kijk had op de dingen dan mijn
leeftijdsgenoten. Maar het kwam er niet van. Als classicus en leraar was ik een bezige bij. Toen ik
ongeveer 40 was, was ik de drukte beu. Tijd om mijn langgekoesterde droom waar te maken. Veel
van mijn zomervakanties in de jaren ’70 had ik doorgebracht in Italië, o.m. in de Romeinse
catacomben. Die hielden me zo in de ban, dat ik toen al onbewust moet hebben beslist mijn
ervaringen in de catacomben neer te schrijven. Ruim een decennium later was het zover. Ik
schreef in alle stilte mijn eerste gedichten. Niemand wist er iets van. Ik stuurde ze in 1988 in voor
de Basiel de Craeneprijs, de debuutprijs van de Vlaamse Poëziedagen, en ze werden bekroond.
Voor mij was dat een teken om verder te doen. Een waardering door een onbekend objectief
publiek was voor mij een zeer sterk signaal. Iets gelijkaardigs overkwam me met het vertaalwerk.
In 1991 maakte ik een vertaling van een opgelegd stuk uit de
Pharsalia van Lucanus n.a.v. een
jubileum van het tijdschrift
Kleio (het tijdschrift voor oude talen en antieke
cultuur van de KU Leuven). Ook dat stuk werd bekroond en ook dat was voor mij een signaal. Allerlei
omstandigheiden zorgden ervoor dat de bal plotseling heel snel aan het rollen ging. In 1991
verscheen mijn eerste dichtbundel
Catacomben bij het Poëziecentrum. Inmiddels werkte ik aan een
bloemlezing Griekse literatuur (1993) en begon ik aarzelend aan de vertaling van Pindaros, die
vele jaren later zou verschijnen (1999). Mijn eerste vertaling, het anonieme Pervigilium Veneris,
verscheen in 1996 bij uitgeverij P. Maar zonder die twee kleine bekroningen was ik wellicht niet
naar buiten getreden met mijn werk.
"Ik schrijf geen poëzie die gensters slaat, ik wil op een rustige manier af en toe iets
zeggen en dat doe ik het liefst in een klassieke vorm. Ik ervaar die trouwens niet als een
keurslijf: het is geen dwang maar een drang.”" (Poëziekrant, september-oktober 2001)
Ervaart u dit nog steeds?
Ja, ik voel me prima in mijn manier van dichten. Toen ik bezig was met de vertaling van
Pindaros, voelde ik het strakke metrum dat ik me had opgelegd, eerder aan als dwang. Maar dat kan
men met vertalingen wel eens meer hebben. Bij Pindaros voelde ik aan dat het beter was om het
vrije vers te hanteren. Dat paste me toen beter, vooral omdat Pindaros zoveel verschillende metra
gebruikt. Even dacht ik er op dat moment aan om ook in mijn eigen werk los te komen van de
klassieke vorm. Maar uiteindelijk voel ik me nog steeds het best in mijn oorspronkelijke dichtvorm.
U schrijft klassieke gedichten, u vertaalt klassieke gedichten en u maakte al
verschillende bloemlezingen. Zijn die dingen ook los van elkaar mogelijk?
Nee, helemaal niet. Ik ervaar het vertalen en het schrijven als een wisselwerking. Een vertaling
inspireert me ook in mijn omgang met taal in mijn eigen werk. Het ene staat niet los van het
ander. Die complementariteit vind ik erg belangrijk. Ook voor classici als Piet Gerbrandy en Paul
Claes is dat het geval, denk ik. Het bloemlezen is een geval apart: het overvalt me soms. Op reis
heb ik altijd veel boeken in mijn koffer. Ik vind het ontzettend boeiend om dan gedichten, proza of
essays te lezen die plaatsen waar ik rondloop, als inspiratiebron gebruikten. Zo krijgen mijn
bloemlezingen langzaam vorm. In alles wat ik doe, het schrijven, het vertalen en het bloemlezen,
vind ik het noodzakelijk dat ik er iets van mezelf kan instoppen. Als men mij ooit vraagt om een
bloemlezing te maken van bijvoorbeeld verzen over bloemen, dan zal ik dat niet doen. Ook
gedichten in opdracht, gelegenheidsgedichten dus, zijn niet écht aan mij besteed, tenzij ikzelf een
band heb met die gelegenheid.
Als je vertaalt, kom je dan wel eens werk tegen waarvan je denkt:"Ik wou dat ik het
zelf had geschreven?"
Ja, de eerste vertaling die ik in boekvorm publiceerde. Het refrein van het Pervigilium Veneris
blijft zo hangen:
Cras amet qui numquam amavit,
quique amavit cras amet!
Ik heb die woorden toen bewust heel breed vertaald om te breken met vroegere versies:
Morgen moet de liefde komen
bij wie nooit heeft liefgehad,
bij wie ooit heeft liefgehad
moet de liefde morgen komen.
In de vernieuwde bloemlezing van Komrij zijn enorm veel nieuwe dichters
opgenomen die helemaal geen link meer maken met de klassieke poëzie. Kan u ook
daarvan genieten?
Natuurlijk. Ik zie het zo: in het huis van de poëzie zijn vele kamers… Van de zolder tot de
kelder. Ik kan bijvoorbeeld enorm genieten van een dichter als Ilja Leonard Pfeijffer. Een
boodschap zoeken doe ik niet: wel hou ik heel veel van het taalspel van die man. Ook een
podiumdichteres als Eva Cox vind ik geweldig. En ook hermetische poëzie weet ik te waarderen.
Je kunt het vergelijken met het binnenstappen in één of ander museum voor actuele kunst. Ook in
beeldend werk moet je met geduld inkomen.
U gaat me toch niet vertellen dat u alles wat als ‘poëzie’ verkocht wordt ook waarlijk Poëzie noemt?
Er zijn een paar minimale eisen waar iets moet aan voldoen om als poëzie beschouwd te worden:
krachtige taal, een mooie vorm (vrij of vast), een ritme, muzikaliteit en uiteraard verdichting: een
gedicht moet dicht zijn, condens. En voor mij persoonlijk blijft het evenwicht tussen inhoud en
vorm heel belangrijk.
U bent deze zomermaanden gastdichter in Beauvoorde. Vijftien kalligrafisch
uitgeschreven gedichten van u zullen opgehangen worden in het dorp. Maakt u
hiervoor een selectie uit uw bundels?
Nee, ikzelf maakte geen selectie. Beauvoorde heeft andere dichters uitgenodigd om één gedicht
van mij te kiezen. Hun verantwoording is terug te vinden in de poëziebrochure die je als
routeplanner van de poëziewandeling meekrijgt. Ze selecteerden uit mijn gebundelde en
verspreide gedichten.
De lezers van Meander zijn Vlamingen en Nederlanders. Velen van hen kennen de
poëziezomer van Watou, maar slechts weinigen kennen de zomer in Beauvoorde,
terwijl de twee dorpjes eigenlijk vrij dicht bij elkaar liggen. Wat maakt Beauvoorde
de moeite om ook even die richting uit te gaan?
Beauvoorde gaat voor de dertigste (!) keer poëtisch. Gastdichters in de laatste drie jaren waren
achtereenvolgens Hubert van Herreweghen, Jozef Deleu en Miriam Van hee. Maar het dorp is ook
een prachtig, landelijk en oervlaams plekje met een mooi kasteel en bovendien een verrassend
culinair aanbod. Natuurlijk is het concept van het Beauvoorde-festival aan te bevelen. Naast de
poëziewandeling is er ook een expositie in de kerk van Vinkem. Ideaal is van je zomers bezoek aan
Beauvoorde een daguitstap te maken. Op zondag valt er ook wel een artiestenmis mee te pikken of
tijdens de week een of andere lezing in de poëzieschuur.
Dit jaar verschijnt bij Athenaeum-Polak & Van Gennep uw vertaling van een ruime selectie
uit de notities van Leonardo da Vinci. Dit wordt een eerste grote verzameling van vertaalde
fragmenten van Da Vinci in ons taalgebied. Met 'aantekeningen' zal u een
totaalbeeld geven van hem als schrijver, denker, schilder, wetenschapper en
uitvinder. De homo universalis dus. Welke kunst zou u als schrijver graag nog
willen beoefenen?
Muziek: piano, orgel of clavecimbel, maar de tijd ontbreekt me. Ik hou me bij mijn schrijven. De
gedachte nooit alles te kunnen doen wat ik zo graag zou doen, knaagt niet in mijn hoofd. Ik voel me
momenteel in een fauteuil: alles wat ik droomde krijgt langzaam vorm. Jaren geleden nam ik me
voor ooit Lucretius te vertalen. Van een uitgever kwam twee jaar geleden de vraag om dat ook
effectief te doen. Een heel bijzonder vooruitzicht is dat. Ik ben een epicurist, maar als het ooit zover
komt dat ik niet meer kan schrijven, word ik wellicht stoïcijn: "wat geweest is, is geweest…"
zie bijbehorende afbeelding
GISLEBERTUS TE FECIT
Eva, 12de eeuw. Musée Rolin, Autun
De koude noorder heeft je eeuwen in een kil
portaal gepijnigd en de breuklijn van de tijd
sneed ijzig door je frêle lijf. Nu hang je stil
tussen de lovers als een kat die zich vermeit.
Want in de stroomlijn van je haren plukt je hand
nog steeds de vrucht der kennis die de slang je wees.
Je weet je naakt en mooi en teder in dit land
van Eden. Uit je ogen bijt de onrust in je vlees.
Wie kijk jij na? Wie heeft je schoonheid mogen raken?
Toen Gislebertus jou versteende, lag een schijn
van vrede in de groeven van zijn oud gelaat en
zijn handen beefden. Nu wil ik je Adam zijn.
Patrick Lateur
in: Vlaanderen 44 (1995), 3, p. 27.
Meer info over deze schrijver en het Beauvoordefestival zijn terug te vinden op
www.patricklateur.be
Recensies
Paul Brondeel - De berg van de dag
Kees Blokland - Afwegen
Atze van Wieren
Bij het lezen van Brondeels
De berg van de dag speelde een zin uit de eerste elegie van
Rilke (
Duineser Elegien) door mijn hoofd: 'dass wir nicht sehr verlässlich zu Haus sind in der gedeuteten Welt.'
Wij zijn niet zo thuis en vertrouwd in onze
verklaarde wereld. Zelfs het eigen huis kan ons raadselachtig zijn. In de eerste van
de zeven onderafdelingen van de bundel, getiteld 'Het zal mijn huis wel zijn' wordt
dit op verschillende manieren verwoord, zoals bijvoorbeeld aan het slot van het gelijknamige
gedicht:
Het zal mijn huis wel zijn, waarin ik alles heb
bewaard, verdriet vooral,
dat ongezien in lange
halen hier bleef opgespaard, mijn taal, mijn tekens
aan de
wand, mijn wonderjaren en mijn diepe val,
ik weet niet voor hoelang, dit huis mij
nog bevelen zal.
Paul Brondeel schrijft geen poëzie die je eerst tien
keer moet lezen om er enigszins vat op te krijgen, maar ook geen gedichten waarbij
je denkt: ja, dat heb ik al duizend keer zo gelezen. Hij schrijft in heldere taal
en mooie beelden over het menselijk tekort.
De berg van de dag
De ochtend
is een holte
waarin de stilte ligt.
De wind is een hond
die ons bijt tot op het
bot.
De straten liggen met verstijfde
vingers tussen de huizen.
We kijken om
en wuiven:
een gebaar voor de duizendste keer.
De dag is een berg waarover we
klauteren
tot de avond valt.
De maan tekent rechthoeken op de vloer,
geometrie van geruisloosheid
en dood licht.
We kijken strak voor ons uit om te ontsnappen
aan het vermoeden van
een ontroering.
Wie is Paul Brondeel? Hij schreef, volgens de flaptekst, tien romans,
een novelle, een verhalenbundel, alsmede gedichten in diverse literaire tijdschriften.
Een Vlaming, geboren in 1927. Zijn ervaring lees je aan de gedichten af. Toch heb
ik bij het lezen van de bundel geen moment het idee gehad hier met een bijna tachtigjarige
van doen te hebben. De poëzie is absoluut niet gedateerd of bovenmatig beschouwend.
Ik heb genoten van deze bundel met zesentwintig gedichten. Eenvoudig, maar
zeer verzorgd uitgegeven door de Beuk.
De bundel eindigt met het prachtige 'Blind'.
Daarvan citeer ik de eerste en de laatste strofe:
De euforie is voorbij.
Hij
had zijn hoop op beterschap steeds verplaatst
naar verdere bestemmingen die onbestaande
bleken.
Nu is het licht voorgoed gedoofd.
[...]
Later zal hij uit je leven
verdwijnen,
uit het tastende, snuivende, snuffelende bestaan
van irritatie en verwarring,
maar met de schitterende
herinnering aan je handen, waarvan hij nooit genas.
Afwegen
is de derde bundel van Kees Blokland (1947). De auteur is personeelsdirecteur en dat
komt in de bundel duidelijk tot uiting, bijvoorbeeld in het gedicht 'Onderhandelaar':
gekwetst
en murw gepraat
vermaalt hij broodjes kaas
na vele rondes overleg
vermoeit de bond
de baas
de eisen zijn onredelijk
en achterban vraagt vuur
geen millimeter ruimte
van
Raden van Bestuur
laatste resten sfeer kapot
hij stuurt de helpers heen
dit wordt
zijn laatste bod
zijn hoofd is leeg, alleen
De bundel bevat zesenveertig gedichten,
verdeeld over zeven onderafdelingen. Het bovenstaande komt uit 'Werken'. Blokland
is een goede waarnemer en hij vindt blijkbaar dat het door hem waargenomene ook interessant
voor ons is. Dat is niet altijd zo. Dan stijgt het gedicht niet uit boven een aardig
verwoorde gedachte, zoals bijvoorbeeld 'dokters in de zaal':
zeven artsen
voeren
een doodzieke man af
en bekloppen hem
in de lege foyer
halverwege
de tragikomedie
wacht
het publiek
onwillig
Ik vind de gedichten in deze bundel niet 'spannend'. De taal
en de beelden zijn mij te gewoon. Ik proef ook te weinig innerlijke noodzaak in deze
gedichten. Soms echter raakt mij iets, zoals bijvoorbeeld het gedicht 'mijn zoon',
waarin hij in eenvoudige, maar treffende, taal zijn verdriet verwoordt over zijn bij
de geboorte gestorven zoon. Ik citeer de eerste twee strofen:
je sliep zo vast,
je zou
het leven nog beginnen
de dag een jaar of weken
ik heb je ogen toegedaan
gekust
je mond je hoofd
je handen weer bekeken
De bundel is geïllustreerd met
tekeningen van Famke Hajonides van der Meulen. Ook dit boek is een uitgave van de
Beuk. Hier is duidelijk meer geld tegenaan gegooid dan bij de bundel van Brondeel.
Stevig papier, formaat, omslag - het ademt alles een zekere welstand. Toch komt het
altijd weer op inhoud aan.
Paul Brondeel – De berg van de dag
De Beuk, Amsterdam,
2004
50 blz.; € 12,-
ISBN 90 6975 450 9
Kees Blokland – Afwegen
De Beuk, Amsterdam,
2004
69 blz.; € 12,50
ISBN 90 6975 451 7
Een ontdekkingsreis
De waaier van het hart van Paul Claes
door Yvonne Broekmans
Wie,
zoals ik, de gewoonte heeft om een nieuwe dichtbundel eerst uitgebreid te betasten
en dan de achterflap, inhoud en verantwoording te lezen, ontneemt zichzelf soms het
genoegen van de ontdekking en een beetje speurwerk. Zo staat op de achterkant van
De waaier van het hart van Paul Claes de verklaring aangeboden van de titel (de
waaier van het hart is de long, die het hart verkoelt, zoals ook de lyriek) en een
gedetailleerde beschrijving en uitleg van de onderdelen waaruit de bundel bestaat.
Vier waaiers namelijk, met ieder een eigen techniek en betekenis, in een strakke regie,
die ook de gedichten lijkt te regeren.
De eerste afdeling, met zeven metamorfosen
van de dichter, zoals ziener, klager, zoeker, dromer enz. eindigt met de verbeelder:
HET
BEELD
De vinger van de dageraad
ontblootte mijn sidderend hart.
O pluk mijn
bottelroze knop
en druk hem aan uw blanke borst.
Binnen het Perzische prieel
bezong
de nachtegaal mijn blos.
Eén etmaal ademden mijn geur
Horatius, Omar
en Ronsard.
De onzichtbare vlinderrups
besliep mijn purperrode bed.
Een avondbries
ontbladerde
het boek van Rilke en Celan.
De roos die voor uw oog verwelkt
bloeit
in de eeuwigheid voor God.
De tweede waaier ontplooit de tijd; het is een decaloog
die bestaat uit tien dizijnen, gedichten van tien versregels die ieder uit tien lettergrepen bestaan en waarin slechts twee rijmklanken gebruikt worden. Ze vormen een meditatie over de geschiedenis als overtreding
van de tien geboden. De titels benoemen de beschreven onderwerpen, zoals Fortuna,
Horus, Sfinx, Phallos of Boeddha.
In het derde gedeelte, Atlantis, beschrijven
twintig Nederlandse kwatrijnen en Latijnse disticha het leven als een rondreis in
de Middellandse Zee op weg naar het verzonken Atlantis. Voor de lezer bij wie de mythologische
verhalen niet op een rijtje in de boekenkast staan, is achter in de bundel een overzichtelijke
uitleg te vinden. Bij het gedicht 'Fragment' bijvoorbeeld: 'het museum van Paros
bewaart een deel van het Marmor Parium, een chronologische namenlijst.'
FRAGMENT
Murmelen
anderen morgen
nog onze marmeren namen:
mannen en vrouwen
van vlees
letters van schaduw en licht?
MARMOR
PARIUM
Murmure marmoreo revocantes nomina nostra
vir
mulierque umbra et lumine mixta legent.
De vierde afdeling, Urne, bewaart de as
van de herinnering. De onderwerpen lijken willekeurig gekozen, wat opvallend is in
zo'n streng geconstrueerde bundel. Een jeugdgedicht over het leven, liefdespoëzie,
een grafschrift en een vertaling wisselen elkaar af. Dat juist in dit kleine gedeelte
de gedichten staan die het meest aanspreken, komt door het persoonlijke karakter ervan.
Ze zijn minder afstandelijk dan de gedichten uit de andere hoofdstukken, die toch
in eerste instantie aan het intellect appelleren.
HET HUWELIJK
In deze kamer
zonder ramen
waar zij zich met een blind gebaar
in de gespreide armen namen
raadden
de spiegels slechts elkaar
tot wij hun onder ogen kwamen
en in het overspelig
paar
veranderden dat wij te zamen
ontmaskerden voor hem en haar
die als hun beider
evenbeelden
zich in ons dubbele duel
vermenigvuldigden en deelden
en spiegels
werden van het spel
dat zij met zoveel slapers speelden
in dit versplinterend Hotel.
De
toelichting die onder de naam 'Scholiën' achter in de bundel te vinden is,
zal voor de meeste lezers allesbehalve overbodig blijken. En zo wordt de ontdekkingsreis
die je in deze bundel kunt maken ook (of juist) na het lezen van alle uitleg nog avontuurlijk
genoeg.
Paul Claes – De waaier van het hart
Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam
2004
70 blz.; € 16,50
IBSN 90 234 1340 7
Zon in het haar
Verrassende debuutroman van Inge Bak
Joop Leibbrand
In
Zon
in het haar volgen we drie jaar van het leven van de dertigjarige Linn Overzee; omdat
dat gebeurt in 32 hoofdstukken en een epiloog komen aan het eind van het boek vorm
en inhoud niet toevallig samen in het getal 33: de leeftijd van de aardse voleinding,
het getal dus dat bij uitstek de afronding, de geslotenheid vertegenwoordigt. Het
is één voorbeeld uit vele hoe in dit boek alles met alles samenhangt.
Linn is een vrouw met een duidelijk alternatieve levensstijl, wat o.a. blijkt
uit de inrichting van haar huis, haar eetgewoontes, haar eigenzinnige dansen, haar
hobby's - ze maakt van noten etc. bijzondere poppetjes, zogenaamde 'geloofssymbolen'
- en haar uiterlijk: ze heeft opmerkelijke vlechten en draagt meestal een poncho.
Ze leeft alleen met haar hond, Mesties, en geeft als vrijwilligster les aan allochtone
vrouwen. Zorgvuldig wordt in de loop van het verhaal haar achtergrond geschetst: DES-dochter,
kind van gescheiden ouders; vader een dominante man, een antropoloog die haar indianenverhalen
vertelde, moeder zwaar diabeet en vaardig in weefkunst. Al als klein kind had ze een
grote fantasie, min of meer in samenhang met een sterke angst voor de dood. Ze is
een kwetsbare persoonlijkheid, met een grote mate van authenticiteit.
Tijdens het
uitlaten van haar hond komt ze in contact met een zekere Kit, een industrieel vormgever.
Tegen de man (drager van een paardenstaart!) en zijn hond Carson (!) waarschuwt Mesties
tot ongeluk van beiden vergeefs, het verhaal moet zijn beloop krijgen. De relatie
die ontstaat blijkt in geen enkel opzicht gelijkwaardig en vooral in seksueel opzicht
wordt zij geïntimideerd.
Naarmate zij haar eigen leven meer en meer verliest,
gaan passages in het boek die verhalen over ingrijpende gebeurtenissen die honderd
jaar geleden bij een Navajovolk plaatsvonden, een steeds belangrijkere rol spelen
en wordt het duidelijk dat de personages uit beide verhaallijnen op een mysterieuze
wijze verbonden zijn, dat de gebeurtenissen elkaar zonder de beperkingen van plaats
en tijd spiegelen. Opvallend is daarbij de aandacht die besteed wordt aan de viering
van de 'kinaalda', de menarche; het is een van de kernmotieven in het boek.
Als
de verhouding met Kit, die haar alles afneemt en geestelijk en lichamelijk kapot maakt,
haar noodlottige ontknoping dreigt te krijgen, nemen de verhalen over het Diné-volk
steeds meer de vorm aan van hallucinaties en wordt de lezer als het ware voor de keuze
gesteld Linn te zien als iemand die psychotisch is, in ieder geval een schijnwereld
opbouwt, of als iemand voor wie regressieve ervaringen uit een vorig leven werkelijkheid
worden. Het is knap hoe het boek beide mogelijkheden openhoudt en de lezer zelf laat
kiezen hoe hij het dramatische slot en Linns uiteindelijke 'bevrijding' moet zien.
Inge
Bak heeft het zichzelf met deze roman over een 'dubbelleven' niet gemakkelijk gemaakt,
maar ze slaagt erin om ook de meer rationeel ingestelde lezer mee te trekken in een
beslist vlot en onderhoudend geschreven verhaal. Aanvankelijk lijkt ze in haar drang
alles in parallellen en spiegelingen 'kloppend' te maken sterk te overdrijven, maar
daarmee zet ze de lezer ook bewust op het verkeerde been. Of het goede, want het is
een intrigerend boek.
Inge Bak - Zon in het haar
Uitg. In de Knipscheer, Haarlem
2004
224 blz.; € 15,-
ISBN 90 6265 544 0
www.ingebak.nl
Proza
Dromen is belangrijk
Jelke Terpstra
Het is de zwaarste storm die Maarten ooit heeft meegemaakt in zijn korte leventje. Zijn moeder had hem nog aangeboden om hem te komen halen met de auto, maar hij had gezegd dat het niet nodig was. Het was goed voor zijn conditie om te fietsen in deze wind. Nu het ook nog begon te regenen en soms zelfs te hagelen, kreeg hij er echter toch spijt van dat hij haar aanbod had afgeslagen. Hij was nu al meer dan een uur onderweg en nog niet eens halverwege! De regen lijkt ook niet af te gaan nemen, ziet hij wanneer hij naar de donkere wolken boven zich kijkt en hij besluit te gaan schuilen.
Gelukkig is hij vlakbij een grote eik. Hij plaatst zijn fiets tegen de enorme stam aan. De stam is breed genoeg om hem uit de wind te houden en het bladerdek is dicht genoeg om een bijna waterdicht dak te vormen. Maarten weet dat het nog een tijdje kan gaan duren voordat hij verder kan; het heeft geen zin om ziek te worden in dit weer. Hij baalt. Hij heeft nog zoveel te doen! Hij heeft morgen twee proefwerken en moet nog een opstel schrijven.
"Is het goed als ik bij je kom staan om te schuilen?"
Maarten schrikt op uit zijn dagdromen en kijkt op. Een grote man, geheel in het zwart gekleed, staat vlak naast hem onder de boom. Lange, zwarte haren golven over zijn schouders heen. Het enige dat niet zwart is, is het gezicht van de man. Dat is ongezond spierwit, alsof de man ziek is. Zelfs zijn ogen zijn donkerzwart, behalve het oogwit natuurlijk. Maarten had hem niet zien aankomen en had hem ook niet gehoord. Aarzelend knikt Maarten, hoewel hij liever had gehad dat de man was doorgelopen. Hij ziet eruit als een junk. Een vuile junk, hoewel deze niet stinkt, bemerkt Maarten als hij voorzichtig
de lucht heeft opgesnoven. Ook zijn kleren zien er niet onverzorgd uit; maar de man blijft een ziekelijke uitstraling houden. Zoveel mogelijk de man negerend blijft hij voor zich uit staren, de verte in, hoewel hij die niet echt ziet. Nog steeds denkt hij aan de dingen die hij vanavond nog moet doen.
"Je bent een druk mannetje, of niet?" doorbreekt de man de stilte. Maarten reageert niet.
"Ik kan het aan je gezicht zien. Zorgen, zorgen, zorgen. Je hebt zelfs al denkrimpels! Hoe oud ben je? Twaalf, dertien? Zou je niet moeten spelen in plaats van je zorgen te maken?"
Maarten twijfelt of hij niet de regen in zal stappen om van zijn gezeur af te zijn. Het regent echter nog veel te hard en de junk heeft nog niets dreigends gedaan.
"Het leven is te kort om te druk te zijn, hebben je ouders je dat niet verteld?" Even is de man stil. Maarten hoopt dat hij dat blijft want hij krijgt er genoeg van nu. Maar helaas, na een minuut stilte begint hij weer te spreken.
"Het einde kan zo onverwacht komen, zo plotseling en zo snel. Weinigen beseffen dat tegenwoordig, nu er zo weinig mensen sterven. Doodgaan is bijna een curiositeit geworden. Iets dat abnormaal is. En er zijn nog weinig mensen die echt leven. Iedereen is bezig met de toekomst, niet met het
heden. Vreemd hè? Zo paradoxaal."
Maarten schudt zijn hoofd.
"Ben je het niet met me eens?" vraagt de man.
Maarten aarzelt, begint dan met tegenzin te spreken.
"Ouwe koek. Allemaal gelul. Leef voor het moment. Carpe diem. Bla, bla, bla," zegt Maarten vals. Hij heeft zijn geduld verloren met de junk. "Gezeur van mensen die mislukt
zijn in het leven."
"En jij weet het beter dan al die andere mensen?" vraagt de man met een geamuseerde blik in zijn donkere ogen.
Maarten schudt langzaam zijn hoofd, niet zeker wetend of hij het eigenlijk
wel wil vertellen.
"Ik heb een droom!"
"O ja? Vertel me dan eens? Welke droom heb je dan?"
Maarten sluit zijn ogen en brengt zijn hoofd een beetje naar achteren zodat hij naar de lucht boven hem zou kijken als zijn ogen nog geopend zouden zijn. Ondanks zijn gesloten oogleden en de wolken boven hem ziet hij nog steeds datgene waar hij al jaren van droomt.
"De sterren! Ik wil naar de sterren toe!" Ondanks de kou begint zijn gezicht opeens te stralen.
"De sterren? Waarom zou je daar naar toe willen gaan?"
"Ik wil ze zien, van dichtbij. Ik wil het heelal ontdekken."
"Het is koud in het heelal. Heel koud en vooral heel leeg," spreekt de man, met een flauwe glimlach op zijn gezicht. Heftig schudt Maarten zijn hoofd, zijn ogen nog steeds gesloten.
"Nee! Er zijn sterren, kometen en planeten. Zwarte gaten en supernova's. En er is leven, ik weet het zeker."
De man knikt.
"Er is inderdaad leven. Niet veel, maar het is er wel." De
toon waarop de man het zegt verbaast Maarten en hij doet zijn ogen open om de man aan te kijken. Zijn ogen schitteren nog steeds. De man kijkt hem nog steeds aan, de glimlach is nu echter verdwenen.
"Werk je daarom zo hard?"
Maarten knikt heftig. "Mijn vader zei dat dat de enige manier zou zijn: hard
studeren. Misschien, heel misschien zou het dan lukken. Alleen de besten
mogen de ruimte in."
"Dus je wilt astronaut worden?"
"Ja!"
"Ja. Dat is inderdaad een droom om voor te leven." Dan schudt hij zijn
hoofd. "Had je maar meer tijd gehad, misschien was het je dan wel gelukt."
Maarten weet even niets te zeggen en schudt dan weer zijn hoofd.
"Ik ben nog
jong. Heel erg jong. En ik ben de beste van mijn klas. Alleen Jantien is beter met wiskunde, maar gemiddeld doe ik het beter, en Jantien is niet goed in sport. Dat is ook belangrijk voor een astronaut."
De man antwoordt niet en wendt zijn blik af om zwijgend in de verte te kijken. Terwijl Maarten naar de man kijkt vliegt er iets vlak langs hem heen. Verschrikt deinst hij terug. Het is een kraai die nu rondjes om hem en de man heen vliegt. Twee, drie keer cirkelt hij om hen heen dan landt hij op de schouder van de man. Het is geen kraai ziet Maarten dan. De vogel is te groot om een kraai te zijn. Het is een raaf. Het dier krast een keer, hard en scherp.
"Ja, is het leven niet droevig?" hoort Maarten de man zeggen. "Zo jong nog
en vol met dromen. Voor sommigen tikt de tijd veel te snel." Nogmaals krast de raaf en vliegt dan weer op. De man schudt langzaam zijn hoofd, bijna bedachtzaam. Dan begint hij plotseling breeduit te lachen.
"Waarom ook niet?! Waarom zal ik niet een keer een uitzondering maken?"
roept hij uit en wendt zich tot Maarten.
"Beloof me een ding: hou vast aan die droom! Vergeet hem nooit! Voor
sommigen is een droom het enige wat ze hebben in het leven. Het is wat jou nu ook in leven houdt!"
Verbaasd kijkt Maarten de man aan. Dan knikt hij.
Tevreden gesteld glimlacht de man. "Het is bijna tijd. Kom. Nu." De man loopt vanonder het beschermende bladerdek vandaan de storm in, waar regen en wind vrijspel hebben. Verbaasd kijkt Maarten hem na en hij maakt geen aanstalten om te volgen. Wanneer de man een aantal passen van de boom verwijderd is, draait hij zich naar Maarten om, zonder zijn pas te vertragen.
"Je hebt geen tijd te verliezen. Kom nu," roept hij Maarten toe. De stem van de man heeft opeens een dwingende, bevelende toon en heeft geen enkele moeite om boven de storm uit te komen. Zonder na te denken zet Maarten een stap naar voren. Dan aarzelt hij en kijkt naar zijn fiets. Hij kan hem niet zomaar achterlaten!
"Laat hem staan, er is geen tijd!"
Zonder verdere aarzeling volgt Maarten de man die nog steeds van de boom vandaan loopt. Binnen een paar tellen is Maarten geheel doorweekt. De wind waait ongenadig door zijn natte kleren en hij begint te trillen van de kou. Maar hij blijft door lopen, achter de man aan. Op ongeveer honderd meter afstand van de boom vandaan blijft de man staan. Hij wenkt naar Maarten die het nu op een rennen zet. Wanneer Maarten de man bereikt heeft, ziet hij tot zijn verbazing dat deze nog steeds droog is. Zijn lange haren wapperen
ongehinderd door de regen in de wind.
"Hoe...?" Wil Maarten verbaasd vragen. Maar hij krijgt de kans niet. De man kijkt hem niet aan en wijst naar de richting vanwaar ze net vandaan kwamen.
"Kijk!" fluistert de man. "Aanschouw de natuur!"
Vol ontzag kijkt Maarten naar het schouwspel voor zich. Het wolkenfront heeft hen bereikt en lijkt nu bewegingsloos boven hen te hangen, wat onmogelijk zou moeten zijn in deze storm. Recht boven de eik is het front het donkerst, bijna even donker als een sterrenloze nacht. De duisternis wordt nog donkerder, nu nog meer wolken het zwart in worden gezogen. De zwartste wolken gaan lager bij de aarde hangen, alsof ze te zwaar zijn om nog te kunnen zweven. Op datzelfde moment slaat de bliksem in de boom. De schicht is groter en feller dan Maarten ooit eerder heeft gezien en lijkt zijn kracht uit meerdere wolken te halen. Eerst langzaam, dan steeds sneller
en sneller, rolt de bliksem als een vuurbal naar de aarde toe. Met een oorverdovende klap slaat de bliksemschicht in de boom. Onwillekeurig zet Maarten een stap naar achteren en brengt zijn handen voor zijn gezicht om zich te beschermen. Hij is echter te ver van de boom verwijderd om geraakt te worden door de verkoolde houtsplinters die rondgeslingerd worden. Een aantal seconden na de klap van de inslag rolt het gebulder van de donder over hen heen. Dan is het plotseling weer stil. Het enige geluid dat nog hoorbaar is, is het vallen van de regen en het bulderen van de wind. Voorzichtig haalt Maarten zijn handen voor zijn gezicht vandaan en kijkt naar de boom. Van de trotse eik rest slechts een smeulende stomp hout, omzaaid met grotere en kleinere splinters. Als het niet zo hard geregend had, zouden de resten van de boom en de directe omgeving waarschijnlijk in lichterlaaie hebben gestaan. Er glinstert iets vlak naast de stomp. Het duurt even voordat Maarten durft te vermoeden wat het zou kunnen zijn. Snel rent hij naar voren en dan blijkt het inderdaad te zijn wat hij dacht dat het was. Zijn fiets. Tenminste, wat er van over is. Zijn nieuwe fiets. Het frame is gesmolten. Alles wat niet van metaal was gemaakt is simpelweg
verdwenen. Van zijn tas met boeken rest slechts een hoopje as.
"Het is maar een fiets," hoort Maarten achter zich spreken.
"Wie bent u?" fluistert Maarten, zich omdraaiend naar de man, die nog steeds in de regen staat. De man lijkt hem niet te horen en lijkt alleen aandacht te hebben voor het natuurgeweld dat zich nu van hen verwijdert.
"Wie bent u?" vraagt Maarten nogmaals. Dan lijkt de man hem toch te horen. Met een vriendelijke glimlach op zijn gezicht draait hij zich naar Maarten toe.
"Het is niet belangrijk wie ik ben. Ik moet nu gaan. Mijn aanwezigheid is ergens anders vereist." Zonder Maarten nog verder aan te kijken loopt hij weg, de storm in, nagestaard door Maarten. Al snel is de man niet meer zichtbaar. Maarten knippert even met zijn ogen. Zo slecht is het zicht nu ook weer niet. Hij wil de man achterna rennen, maar dan hoort hij een stem.
"Heb geduld. We zullen elkaar weer eens ontmoeten. Je zult dan weten wie ik ben." Dan is het stil. Pas wanneer Maarten doorheeft hoe koud hij het eigenlijk heeft, begint hij aan de weg terug naar huis. Het begint weer harder te regenen en de wind neemt nog meer in kracht toe. Maarten moet zijn arm voor zijn gezicht brengen om de striemende buien uit zijn ogen te houden, zodat hij tenminste nog kan zien waar hij zijn voeten neer zet.
Na bijna een half uur lopen bereikt hij een dijk waar de wind geheel vrij spel heeft. Golven beuken op de stenen aan de meerkant van de dijk. Verbaasd kijkt Maarten naar het meer. De hoogste golven komen bijna tot aan de bovenkant van de dijk, misschien een halve meter beneden Maarten
zijn voeten. Nog nooit heeft hij het water zo hoog zien staan. Snel loopt hij door, nog steeds half verblind door de wind en regen. Misschien dat hij in betere weersomstandigheden het gat in de dijk eerder had gezien. Misschien. Nu ziet Maarten de dijkdoorbraak pas als hij er tien meter van verwijderd is. Hij wil zich omdraaien en wegrennen, maar het is te laat. De dijk begint het op meerdere plekken te begeven en het gat wordt snel groter en groter. Bijna lukt het Maarten om met de wind in de rug de dijkbreuk te snel af te zijn, maar dan voelt hij dat de vaste grond onder zijn voeten is
verdwenen. Wanhopig graaien zijn handen in de rondte naar houvast, maar losse aarde en stenen is het enige dat ze vinden. Dan voelen ze alleen het water dat Maarten snelstromend meesleurt, het kanaal in aan de andere kant van de dijk. Wild trappelend met benen en armen probeert hij boven water te blijven en te vechten tegen de stroming. Hij draait zich om, om te kijken welke kant van het kanaal het dichtst bij is. Hij ligt precies in het midden van het kanaal. Vijftig meter naar beide kanten. Hij begint te zwemmen naar
de kant die het verst verwijderd is van de dijk. Maar na twintig meter beseft hij dat hij het niet gaat halen. De kou en vermoeidheid maken het zwemmen bijna onmogelijk. Zijn verkrampte spieren zijn niet sterk genoeg om zijn door natte kleren verzwaarde lichaam boven water te houden. Hij wil echter niet opgeven en blijft doorzwemmen. Tien meter van de kant. Zo ver komt hij. Dan geeft zijn lichaam het op en verdwijnt langzaam zijn hoofd onder water. Verdrinken is pijnloos. Dat hebben ze hem op school geleerd, denkt hij nog. Toch? Het blijkt inderdaad zo te zijn. De kou heeft Maarten verdoofd en hij raakt nauwelijks in paniek wanneer het water zijn longen
vult en hij langzaam naar de bodem zinkt.
De raaf landt als eerste bij de waterkant en krast eenmaal. Een tel later verschijnt ook de man in het zwart. Samen kijken ze naar het wateroppervlak waaronder Maarten is verdwenen.
"Ik dacht: ik geef hem een tweede kans. Voor het eerst. De allereerste keer." Langzaam schudt de man zijn hoofd. "Zelden had ik iemand gezien met zo'n sterke droom en passie voor het leven. Zeker zo'n jong iemand. En kijk nu eens: zelfs ik kon hem niet redden." De man lijkt aangedaan en vergeet zelfs even zijn taak. De ziel van Maarten zwemt doelloos om het lichaam, zonder te weten waar heen het moet gaan. De raaf krast hem vermanend toe.
"Ja. Ik zal hem meenemen. Kom, we gaan."
Nieuws
Literaire Boeken Top 10
- In Europa - G. Mak
- Een schitterend gebrek - A. Japin
- Het woud van de pygmeeën - I. Allende
- Sleuteloog - H. Haasse
- Een liefde in Parijs - R. Campert
- Lelieblank, scharlaken rood - M. Faber
- Decamerone - G. Boccaccio
- Het dieptelood van de herinnering - H. Haasse
- Schaduwkind - P.F. Thomése
- Buiten is het maandag - Bernlef
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel
'Het Verboden Rijk' te Roosendaal
in de periode 19 mei t/m 2 juni 2004.
35ste Poetry International Festival
Van 12 tot en met 18 juni vindt in de Rotterdamse Schouwburg het 35ste Poetry International Festival plaats. Uit alle windstreken komen tientallen dichters naar Rotterdam om hun werk voor te dragen. De programma’s vinden zowel overdag als ’s avonds plaats in de verschillende zalen van de Schouwburg. Centraal thema is dit jaar Het Heilige Boek, naar aanleiding van de verschijning van de nieuwe bijbelvertaling in oktober 2004. Zo opent het festival met een parade van gedichten over oorsprong, geboorte, schepping. De slotavond staat in het teken van persoonlijke heilige boeken. Aan het festival is dit jaar voor het eerst het wereldkampioenschap Poetry Slam verbonden. Slamorganisaties uit verschillende landen vaardigen een kandidaat af. Naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag dit jaar herdenkt Poetry Internationaal ook de grootse Chilleense dichter Pablo Neruda. Kijk voor meer informatie op de website www.poetry.nl.
Zie ook de site van Meander voor interviews van Annette van den Bosch met de presentatoren Erik Menkveld en Marcel Möring
Gouden Strop
De jury van de Gouden Strop heeft onlangs de vijf nominaties bekendgemaakt voor de prijs van de beste Nederlandstalige misdaadroman. Dat zijn Saskia Noort met De eetclub, Strop-winnaar René Appel met Misbruik wordt gestraft, de Vlaming Patrick de Bruyn met Verminkt en twee debuten Groene vrijdag van Elvin Post en Onrust van Esther Verhoef. Nu de KRO zich heeft teruggetrokken als geldschieter heeft een aantal uitgeverijen van spannende boeken dit jaar het prijsbedrag van 10.000 euro bij elkaar gebracht. De bekendmaking van de winnaar is op 23 juni live in het tv-programma TV3.
Clash of Slammers
Op donderdag 24 juni brengt Dicht-Slam-Rap Boxtel met De Residentie en De Slag in café Begijn aan de Markt 34 te Boxtel een slamavond onder de noemer Clash of Slammers. Aanvang van de avond is om 20.00 uur en de toegang bedraagt drie euro.
Roman Gene en Waardigheid verschenen
Wilde Aardbeien is een samenwerkingsverband van het Scandinavisch Vertaal- en Informatiebureau Nederland en Skanderbeg book- en webpublishing en zet zich in om literatuur uit Scandinavië in Nederlandse vertaling uit te geven. Het gaat om gerenommeerde of veelbelovende auteurs die niet door de gevestigde Nederlandse uitgeverijen worden uitgegeven omdat de auteur te onbekend of het genre te onbemind is. De roman Gene en Waardigheid van de Noorse auteur Dag Solstad is inmiddels de derde uitgave. In deze roman borduurt Dag Solstad voort op een thema dat als een rode draad door zijn oeuvre loopt; de positie van de intellectueel in de westerse samenleving.
Het boek vertelt het verhaal van de drieënvijftigjarige Elias Rukla, een leraar Noors die verwacht dat zijn hele werkzame leven te blijven totdat hij op een maandag in oktober, na een mislukte les over een toneelstuk van Ibsen, een rel schopt op het schoolplein. Wat moet hij verder met zijn leven? Zijn vrouw?
Dag Solstad heeft in Noorwegen een nationale literaire status verworven. Gene en Waardigheid werd in 2000 bewerkt tot toneelstuk en de roman heeft in Noorwegen de status van cultboek bereikt. Eerder verscheen van Solstad in Nederlandse vertaling de roman Leraar Pedersens verslag van de invloedrijke politieke beweging die een bezoeking voor ons land is geweest. Zie de website www.wildeaardbeien.nl.
Wassend verleden
In mei 2004 is de debuutbundel Wassend verleden van dichter Peter Jansen verschenen. De bundel bevat 55 gedichten en is verkrijgbaar voor twaalf euro (exclusief verzendkosten). Het ISBN-nummer is 90-77668-02-0. Zie de website www.peterjansen.net.
Poëzie in Bossche binnenstad
Sinds 1998 zoekt de stichting met de naam Poëzie op straat elk jaar drie of vier gedichten uit. Grafisch kunstenaar André Megens maakt daarvan een ontwerp waarmee gevels in de binnenstad van Den Bosch zijn verrijkt met poëtische teksten van onder meer Franz Kafka, M. Vasalis, K. Schippers, Bernlef en Lucebert. Dit jaar is op initiatief van de stichting een gedicht van Willem Hussem gegraveerd op een glasplaat over de Binnendieze, de stadsrivier die onder het stadskantoor haar loop heeft. Passagiers in rondvaartboten kunnen het gedicht lezen, omdat het in spiegelschrift is herhaald. Voor deze zomer heeft men de keus laten vallen op Marc groet ’s morgens de dingen van Paul van Ostaijen, Vogel van Chr.J. van Geel en Minimal van Roland Jooris. Het secretariaat van de stichting Poëzie op straat is gevestigd Vendelierstraat 13, 5241 TT Rosmalen.
|
Gerrit Kouwenaar schrijft Gedichtendagbundel
De organisatie van Gedichtendag die op 27 januari 2005 wordt gehouden heeft bekendgemaakt dat Gerrit Kouwenaar de Gedichtendagbundel zal schrijven. De bundel bevat tien gedichten. Op Gedichtendag worden onder meer de prijzen uitgereikt voor de drie mooiste gedichten van 2004. Tijdens de zesde Gedichtendag wordt ook een definitieve opvolger gekozen voor Gerrit Komrij, nu ad interim Simon Vinkenoog, als Dichter des Vaderlands. Website: www.gedichtendag.nl.
Bezoek literaire stad Gent
De stad Gent en de Stedelijke Openbare Bibliotheek Gent promoten de literatuur in Gent en Gent in de literatuur wel op een zeer speciale manier. Op 28 mei lanceerden ze http://www.literair.gent.be : een uitgebreide databank over Gentse auteurs, literaire verenigingen en evenementen en niet-Gentse auteurs die in Gent inspiratie opdeden. Bovendien mikt de site ook op literaire toeristen. Of andere steden volgen? Hopelijk wel…
Houdt toren zich aan de regel?
Er is wat heibel ontstaan over het gedicht van Tom Lanoye op de Antwerpse KBC-toren.
De organisatoren van ABC2004 ontvingen heel wat brieven met daarin de vraag of de dichter zich wel hield aan de dt-regel.
"aanvaardt mij NEEMT mij
ziet mij STAAT begint met
mij zo dag zo nacht uw
PRACHT van voor af aan oh
kijkt dan HOUDT van mij
bezwijkt HOUDT u niet in."
Ze gingen uiteindelijk te rade bij Jan Nuyts, professor Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij zag geen graten in de taal van Lanoye. "Het is perfect Nederlands. En uiteindelijk doet dit allemaal niet ter zake: een dichter speelt met de taal en dus ook met de regels van de taal." Leve de dichterlijke vrijheid!?
Snelnieuws
David Troch heeft de poëziewedstrijd Dichter bij het stadspark in Poperinge gewonnen. Aan de winnaar werd een geldprijs van 300 euro uitgereikt. Hij ontving de prijs in het plaatselijke Burggraaf Frimoutpark. Na de eervolle vermelding in de poëzieprijs van de stad Blankenberge in september 2003 is dit de eerste wedstrijd die op het palmares van David prijkt.
Agenda-tips
Donderdag 10 juni: De Muzeval met als gast de dichter en Karel van de
Woestijne-kenner Peter Theunynck. Inleiding door Marc Tiefenthal. Café
De Muziekdoos, Verschansingstraat 63, Antwerpen-Zuid., toegang gratis.
Nadien Vrij Poëziepodium. Org. Stichting Pipelines vzw.
Vrijdag 11 juni: De CD "Kom es wat dichter" met "Liedjes en mijmeringen" van
het duo Stef & Staf wordt om 20 u. 30 gepresenteerd in café De Muziekdoos, Verschansingstraat 63, Antwerpen-Zuid. Het is de neerslag van hun muzikale optredens op basis van eigen en andermans teksten, waaronder Café des Arts Blues van
Herman J. Claeys.
Donderdag 17 juni: In Literair Café Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24,
Antwerpen-centrum brengt August Thiry om 20 u. 30 zijn Reisindrukken. Deze hoogleraar slavistiek en wereldreiziger is de auteur van o.m. Mechelen aan de Tigris en Byzantijns blauw. Toegang gratis.
Zaterdag 19 juni: Op het De Coninckplein is er in het kader van Antwerpen Boekenstad een
Afrikaans cultuurfeest van 15 u. tot 22 u. In de namiddag treden naast Afrikaanse dichters ook volgende inboorlingen op: Vitalski, Herman J. Claeys, De Antistresspoweet en Angelo.
Boek.be onder vertrouwde vleugels
Dorian Van der Brempt is de nieuwe directeur van Boek.be, de koepelorganisatie van boekhandelaars, uitgevers en importeurs. Hij bekleedde eerder al die functie, maar stapte eind 2002 op om kabinetsadviseur te worden bij de toenmalige cultuurminister Anciaux. Sinds 2001 kreeg de belangenvereniging van het boekenvak al vier verschillende directeurs.
Huur je dandy!
Ogen open! Antwerpen eert met Robodandy de literaire dandy’s van weleer.
Via Glamour is Undead kan wie dat wil een dandy bestellen die uw gewenst gedicht of stukje proza naar voor brengt op een Antwerpse locatie die u verkiest… Zes maanden op rij kan u daarvoor terecht in het forum van de Modenatie.
Met champagnebar en elektronische muziek ziet u de resultaten op het scherm.
Haal uw hoed en puntschoenen maar weer uit de kast!
Tenminste houdbaar tot
Voor de vierentwintigste editie van de Soetendaellepoëziewedstrijd kan iedereen die na 1973 geboren is nog inzenden tot uiterlijk 15 juni. Zie voor meer informatie en het reglement: www.jeugdenpoezie.be/desite/basis.html.
Gebeurd
Tine Moniek bezocht het evenement 'Koningsblauw' en sleepte, een naar achteraf bleek overbodig, extra-zacht donskussen mee. Soms vallen poëzieavonden dus mee. Lees maar
Annette van den Bosch had even tijd over en bezocht 'Op zoek naar Laura' en was bij de presentatie van 'Geen hand voor ogen', de nieuwe bundel van Alfred Schaffer. Allemaal te lezen op de voorpagina van Meander.
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.
Nieuwsberichten voor Meander 243 van zondag 20 juni dienen uiterlijk dinsdag 15 juni in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee. Berichten kunnen worden gestuurd aan
Xnieuws@Xmeandermagazine.net (de letters X uit dit adres verwijderen!)
|
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Redactie:
Adelheid Bekaert,
Yves Joris,
Gerard Kool,
Joop Leibbrand,
Margo Verbiest,
Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra,
Annette van den Bosch,
Yvonne Broekmans,
Hans Hamburger,
Milla van der Have,
Tine Moniek,
Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Chris Coolsma,
Rutger H. Cornets de Groot,
Joris Lenstra,
Bert van Weenen,
Atze van Wieren.
De gedichten worden beoordeeld door:
Adelheid Bekaert, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris en Joop Leibbrand.
De verhalen worden beoordeeld door:
Yves Joris, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro
8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van
Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres:
http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan
Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan
Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)
Kopij is welkom bij Meander. Zie
http://meandermagazine.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen
teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en
uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site:
gedichten *
verhalen *
artikelen *
recensies *
interviews *
links *
klassiekers *
archief