Meander
http://meander.italics.net
literair magazine
aflevering 249 * 12 september 2004 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service


uitgelicht * recensies * interview * podium * proza * nieuws * colofon 
Gedichten


Wondervogel

Wij zeulen met een lichaam door de stad
maar het is warm, en bij een restaurant
kan ik niet meer. Wij leggen u op tafel neer,

buiten, op het terras. Zonder te wachten
op de bediening gaan we weg. Met lege handen
gaan wij hier uit elkaar. Zonder iets tussen ons.

Ik ben een twijfelaar, en quasi onverschillig
kijk ik een half uur later of u er nog ligt

maar u bent weg. En ook het restaurant is dicht;
op tafel zwerft een oude krant vol grappige berichten

zoals het nieuws dat Churchills papagaai nog leeft
en woorden uit de grote tijd onthouden heeft.


Menno van der Beek

auteurspagina Menno van der Beek
reageer op dit gedicht


Bovenstaand gedicht van Menno van der Beek, is
Meanders Gedicht van de maand september 2004.
Zie Uitgelicht




het licht

het licht
de fręle douairičre
het weduwenlicht
bespeelt de julibomen
haar meisjesschaduw buigt de lanen krom
boomtoppen roezelen de namiddagzon
maar op de hengsels van de wind
draaien de deuren naar het donker open
achter de avond vindt
de wichelroedeloper dorpen
achter de dorpen is de poldermist te horen
schrijft het koren lange golven
slaapt de wei verhooid en moe
het licht
de fręle douairičre
het weduwenlicht
klom uit het dal vandaan
ligt op het rouwkleed van de nacht
doodsbleke verrelmaan


gerrit pleiter

auteurspagina gerrit pleiter
reageer op dit gedicht




No made

nomade moest ik zo nodig
maar vreemd ontheemd
is het wonen in Wenen
als ze is verdwenen

veel te gauw veel te heet
breekt zuur zweet me op
en uit dan schreeuw ik luid
haar naam naar de maan
schaaf en schaam me

haar afwezigheid vreet
gaten in dagen holle
nachten van wachten lege
uren die uren duren lang

vervloek ik die made


Carl de Strycker

auteurspagina Carl de Strycker
reageer op dit gedicht




Stroomopwaarts

ik verdroom
mijn tijd
in tegendraadse
verdichtsels

altijd weer
dat trekken
stroomopwaarts
van waar we
nu staan

alsof daar
te ontdekken valt
wat nog niet
hier is aangekomen


Ruud Offermans

auteurspagina Ruud Offermans
reageer op dit gedicht




vader

hij heeft zijn jas aan touw verhangen
huis en huid verkocht voor kostbaar diamant
loepzuiver van het eerste water

als dagelijks brood eet hij groen gif
een rubberen slang tussen zijn metalen lippen
ademt solderend gas in keel en longen binnen
zijn mond een gleuf vol stof en zand

nu is mijn vaders loden hoofd gezonken
tussen opgebokste kussenslopen
als vloeibaar goud in koningswater opgelost
tinnen schilfers strooit hij op de tegelvloer

ik kon je val niet breken vader
ik kauw je zinnen als verfrommeld bruin papier
rauw en hees versnipperd draag ik je voor

je stem hoor ik niet wenen
je stiltes zijn verzilverd
ons zwijgen was nooit namaakgoud


Astrid Dewancker

auteurspagina Astrid Dewancker
reageer op dit gedicht




de badkamer

Ik vermoed mijn naakte lichaam
In de bedampte spiegel naast het bad
Daar moet het dus ergens zijn
Daar zal het straks te voorschijn komen
Langzaam,wazig,uiteengevallen
Voorzichtig weer bijeengeplaatst
Een hoofd met negentien gezichten
Een vroeger platte buik maar nu gerond en zacht
Van pak me hier en pak me daar
Stukjes,wolkjes,zeepjes,gaatjes
Die nu beginnen met verdwijnen
Neen gaatjes die blijven en groter worden
Die aaneen groeien tot wat een spiegel steeds zou moeten zijn
Een heldere weerspiegeling van onszelf
een gedicht


lisette waterschoot

auteurspagina lisette waterschoot
reageer op dit gedicht




HET GEHEUGEN VAN TIJD

Oktober. Zondag. Ochtend
is in grijs gekleed en wilde
kastanjes vallen maar raak.

Hun boom een kerel, zijn dos
propvol groene stekelbollen.
Als dobbelstenen rollen ze weg,
hun hoop gericht op boomhoog.

Onweerstaanbare pralines. Rap
door kleine handen opgeraapt,
binnen als schat verloren gelegd:
dood in minder dan een winter.

Als de weerga schiet een vogel
in het holst van de boom. Weg
in een oogwenk, tussen mat loof.

Veilig, in samenhang vervat - io vivat.
Schept de A. Hippocastanum straks
als eerste nieuw blad. Lentekanjer -


Inge Boulonois

auteurspagina Inge Boulonois
reageer op dit gedicht




Luister naar gedichten




advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie




gedichten * recensies * interview * podium * proza * nieuws * colofon 
Uitgelicht


Wondervogel

Wij zeulen met een lichaam door de stad
maar het is warm, en bij een restaurant
kan ik niet meer. Wij leggen u op tafel neer,

buiten, op het terras. Zonder te wachten
op de bediening gaan we weg. Met lege handen
gaan wij hier uit elkaar. Zonder iets tussen ons.

Ik ben een twijfelaar, en quasi onverschillig
kijk ik een half uur later of u er nog ligt

maar u bent weg. En ook het restaurant is dicht;
op tafel zwerft een oude krant vol grappige berichten

zoals het nieuws dat Churchills papagaai nog leeft
en woorden uit de grote tijd onthouden heeft.

Menno van der Beek


'Fuck Hitler!' Charlie is inmiddels 104 jaar oud, maar bijna veertig jaar na Churchills dood scheldt de papegaai die waarschijnlijk Engelands oudste vogel is, er nog altijd vrolijk op los. 'Fuck the Nazis!', en het is of je de grote man die eens zijn baas was, zelf hoort. 'Papagaai', schrijft Van der Beek, en op de voorzichtige veronderstelling dat dit misschien een spelfout betreft, antwoordt hij: 'Quod scrpsi (sic!, J.L .), scripsi. Ofwel: laat maar staan.' Speelse, haast pesterige onverschilligheid, of een serieuze aanwijzing voor een interpretatiemogelijkheid van dit uitdagende gedicht?

'Quod scripsi, scripsi', 'Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven', zegt Pilatus in Johannes 19:22. Hij had op het kruis de tekst laten plaatsen Jezus, de Nazarener, de Koning der Joden en was niet van plan naar de Overpriesters der Joden te luisteren, die vonden dat dit er alleen mocht staan als een bewering van Jezus zélf. Maar niets van wat hij heeft gezegd, neemt hij terug: zijn woorden zijn en blijven waar. De dichter als Pilatus dus?

Het is opvallend hoeveel woorden in dit gedicht een religieuze connotatie hebben: het met 'u' aangesproken lichaam, tafel (vgl.altaar), bediening (associaties met de rooms-katholieke mis dringen zich op), restaurant daardoor ook (als een soort openbare offerplaats), twijfelaar natuurlijk. Het neergelegde lichaam blijkt wonderbaarlijk verdwenen; als het een mens was, is hij kennelijk 'opgestaan', als het een 'wondervogel' was, een feniks (klassiek eeuwigheidssymbool en voor de vroege christenen beeld voor Christus' opstanding), is hij 'gevlogen', wat zowel kan inhouden dat er niets (het restaurant is immers gesloten) of juist – het wáre wonder - álles gebeurd is.
Door zo nadrukkelijk de papa-gaai te noemen die de woorden kent uit 'de grote tijd', zou je hier bijna gaan denken aan een (God de) Vader-Zoonrelatie, die door de F***-woorden dan wel in een cynisch daglicht wordt gesteld!

Op een ander niveau – dit 'open' gedicht laat er alle ruimte toe – gaat het om 'wij' die iets moeten dragen dat voor beiden zeer belastend is, voor de ik zelfs duidelijk te zwaar. Wie of wat die 'u', dat 'lichaam' is, wordt niet duidelijk, maar het kan de als een dood gewicht voorgestelde, zeer levende ('het is warm' kan ook op het lichaam slaan) herinnering zijn aan een familielid (vader?) of een verbroken relatie. Als de 'u' wordt achtergelaten, is er meteen niets meer tussen de personen die de 'wij' vormden. Het 'lichaam' was blijkbaar hetgene wat hen bond, een weg terug naar elkaar blijkt niet mogelijk. Als de ik toch teruggaat, want zo gemakkelijk laat je iets niet achter, is er inderdaad niets meer, alleen deze verraderlijke confrontatie met 'de grote tijd' van het verleden: Fuck you!.

Over de dichtvorm schreef Van der Beek: 'Wat de vorm betreft is dit, in mijn beleving althans, nog steeds een sonnet, mijn oude liefde, compleet met opbouw en volta. De vorm van mijn sonnetten begint tegenwoordig flink te versplinteren, maar aan één Jacques Perk hadden we dan ook al meer dan genoeg. Vooral de kwatrijnen, waarvan Vestdijk al schreef dat ze vaak te lang duren en te saai zijn, moeten het ontgelden, en het eindrijm is in de aanloop van dit gedicht onnadrukkelijk. Pas aan het einde, als de frappe er in gehamerd moet worden, gaan de eindrijmen weer luidruchtig doen.'

Menno van der Beek (Rotterdam, 1967) is dichter en parttime computerprogrammeur. In 1992 bracht hij in eigen beheer een bundel uit met vrije verzen, naar eigen zeggen een te haastige uitgave; sinds 1997 verschijnen van hem sonnetten. Hij publiceerde ze o.a. in de bundels Vergezocht (Boekencentrum 1999) en Waterdicht (Mozaïek, 2002). Gedichten van hem staan in de bloemlezingen 100 beste gedichten 1999 (Arbeiderspers 2000), Symbolen & Cimbalen (Boekencentrum 2000), Hier lonkt een spiegel (Bureau Interim 2001) en 100 beste gedichten 2002 (Arbeiderspers 2003).
Auteurspagina Menno van der Beek

Zie voor het verhaal over Churchills papegaai deze pagina.


Joop Leibbrand





(advertentie)

Handboek voor schrijvers

het complete schrijftraject in vijf stappen
gouden-gids-gedeelte: uitgebreide adreslijsten

bestellen en informatie:
www.schrijven.org





gedichten * uitgelicht * interview * podium * proza * nieuws * colofon 
Recensies


Gedichten vol aardse mystiek
Bert van Weenen over Ode aan de ooievaar van Anton Ent


Ik moet deze bespreking beginnen met een teleurstellende mededeling: Ode aan de ooievaar is niet een van Anton Ents beste bundels. De negenenveertig gedichten in deze bundel vormen een hechte eenheid. Op zich geen minpunt natuurlijk, als dit maar niet gepaard gaat met eenzijdigheid wat betreft het taalgebruik en een te expliciete boodschap, en dat is bij de nieuwe Ent wel het geval.

Je kunt Ode aan de ooievaar beschouwen als het poëtische complement bij het grote essay Het vierde land – Houvast van een agnosticus, dat Henk van der Ent in 1999 onder eigen naam publiceerde bij uitgeverij Meinema. In dit essay bepaalde Van der Ent zijn positie ten opzichte van het christelijk geloof. Uiteindelijk komt hij, mede aan de hand van allerlei mijmeringen over poëzie, tot de conclusie dat hij het liefst een agnosticus wil zijn, die God niet expliciet verwoordt en die zich toelegt op de rechtstreekse waarneming en beleving van het hier en nu.

In Ode aan de ooievaar uit Anton Ent op veel plekken zijn bewondering voor de natuur, waarbij zijn visie tegen de achtergrond van het overlijden van dierbaren iets mystieks, iets religieus krijgt. Op momenten zit hij daarmee dicht tegen de poëzie van J.A. dèr Mouw aan.

De zeven verzen van de cyclus 'De imker is dood', waarin de ik nadenkt over de dood van zijn vader (Van der Ents vader overleed in 2002), vormen het hoogtepunt van Anton Ents dertiende bundel. Heel mooi weet hij hier de zorg voor het bijenvolk te combineren met de zorg van de ik voor zijn aftakelende vader. Dat levert een aangrijpende serie gedichten op die de emotie van het onvermijdelijke afscheid voelbaar maken. Het vijfde vers luidt:

Hij staart me aan. Wat wil je weten?
Hoeveel kasten jij hebt gebouwd raten
geplaatst potten met honing gevuld?

Of hoeveel verzen ik heb geschreven
komma's gezet regels waterpas gemaakt?

Of wil je vragen waarom je wachten moet?
Het is maar goed dat ik geen spuit hanteer
Dan had je mij geen inzicht kunnen geven


Religie is bij Anton Ent een erg aardse variant van de 'verbinding met het hogere'. (In filosofische bewoordingen: het transcendente is bij Ent immanent geworden, opgenomen in het 'lagere', maakt onderdeel uit van de concrete werkelijkheid zelf.) Waar de dichter in het openingsgedicht 'Kleine ode' vanaf de dijk aanvankelijk witte engelen aanschouwt, blijken dat aan het slot gewoon 'witte ooievaars / die met lange uithalen en brede bewegingen/ boven de koningsblauwe rivier uitwaaieren'. De hogere symboliek valt weg. Maar dat is iets waar de dichter nota bene zelf om heeft gevraagd: 'Ik vraag de storm dit visioen weg te vegen/ smeek om helderheid en doorzicht/ niets meer dan het waaien van wind'.

Terecht merkt Harmen Wind in zijn bespreking van Ode aan de ooievaar in het literaire tijdschrift Liter op, dat 'bijbeltaal en christelijke connotaties in [Ents] poëtisch register onverminderd de hoofdrol spelen' (Liter 33, juli 2004, blz. 70-74). Ik denk dat het gedicht 'In een duinpan' daarvan een mooi voorbeeld is. Hier laat Ent duidelijk zien, dat het christendom van oorsprong niet voor niets een woestijnreligie is.

IN EEN DUINPAN

Wat moet ik op dit eiland met het woord
'woestijn'? Op een zandplaat ligt het
voor de hand maar hier in deze duinpan

waarin ik Jesaja lees? Ah, het welig
bloeien van de narcis! Jaloezie steekt
de kop op want ik ben dor land. Hier klinkt

de belofte dat het gloeiende zand
een waterplas wordt en ik veranderen
zal in een bron van inspiratie


Behalve deze sterke, nu bijna monomane nadruk op de aardse unio mystica verschilt Ode aan de ooievaar ook op andere punten van vorige bundels van Anton Ent. Bundels als 'Zwart zilver' (1989), 'Domein van meidoorn' (1992) en 'Kootwijkerzand' (1999) zijn qua idioom en onderwerpskeuze gevarieerder, waardoor er meer in te beleven en te ontdekken valt, vind ik. En in Ode aan de ooievaar laat Ent opeens veel leestekens weg, wat ik bij het lezen niet ervoer als een verbetering. Zet alsjeblieft gewoon een punt waar een punt hoort en suggereer geen diepzinnigheid door soms wel en soms niet punten en komma's weg te laten.

Naast essays over literatuur (vaak toegespitst op de religieuze kant van de zaak) publiceerde Henk van der Ent ook proza, waaronder in 1998 bij uitgeverij G.A. van Oorschot de roman Waterlelies. Ik moest even aan dit boek denken bij het lezen van Ents gedicht 'IJsselrestaurant': een verhalend gedicht waarin een man en een vrouw net zo langs elkaar heen praten als de hoofdpersonen in Waterlelies.

Het werk van Van der Ent verschijnt niet alleen onder drie verschillende namen, maar het zit bovendien bij verschillende uitgeverijen: Kok, De Arbeiderspers, Van Oorschot en nu bij het Sliedrechtse Wagner & Van Santen. De voor de beoordeling van Ents dichterschap zo belangrijke bundel Entiteiten verscheen in 2000 zelfs in eigen beheer (zie Chroom Digitaal Weblog 17 september).
Misschien is dit mede debet aan de relatieve onbekendheid van Anton Ent als dichter. Kan een uitgever niet een keer al die her en der verspreide uitgaven bij elkaar vegen en uitbrengen in de vorm van één kloeke verzamelbundel?

Hoe dan ook, ondanks een wat mindere nieuwe dichtbundel blijft Anton Ent voor mij toch een van de intrigerendste dichters van dit moment. Dat Gerrit Komrij hem heeft geschrapt uit de standaardbloemlezing Nederlandse poëzie, vind ik daarom jammer, al treedt Henk van der Ent er nog wel in op achter het feminiene masker van Marieke Jonkman. Komrij houdt juist van maskerades en niet van religie, dus de keuze voor Marieke Jonkman ten nadele van Anton Ent zal daar wel uit voort zijn gevloeid. Maar de mannelijke persona van Henk van der Ent verdient evengoed vermelding. En lezers, veel lezers.


Anton Ent - Ode aan de ooievaar
Uitg. Wagner & Van Santen, Sliedrecht 2003
76 blz.; € 15,95
ISBN 90 765 6941 X


Bert van Weenen



Poëzie Kort
door Joop Leibbrand

Ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Jules Deelder verschijnt in november bij De Bezige Bij van de Rotterdamse nachtburgemeester zowel een nieuwe verhalenbundel (Leert uw vogels kennen ) als een uitgave van Vrijwel alle gedichten. Er is nu eerst het bundeltje Zonder dollen, een nieuwe selectie Deelder-poëzie, 'bijtend, humoristisch, satirisch en ijzersterk' zoals de uitgever aanprijst. Dat kan best waar zijn, maar dan alleen voor de dragers van een speciale Deelderbril waarmee al het flauw-leukige de onweerstaanbare glans van spitsheid en scherpte krijgt. 'Ans Beentjes/ kan weer lopen'; 'Barak bezoekt/ concentratiekamp'; 'Dow Jones/ marcheert// Jan Lul/ krepeert'. De bundel bevat veel van dergelijke snel gemaakte makkelijke grapjes en 'waarheden', maar een enkele keer laat toch ook de dichter Deelder zich horen, en dan meteen zoals niemand anders dat in Nederland kan:

Het was de blues
Het is de blues
Het blijft de blues

om je met al je ge-
breken vol spijt en
onvervulde wensen

in te wentelen tot
je zwart ziet en
je kloten achterin

je keel zitten te
klaverjassen.

***

Twee jaar geleden bundelde Elly de Waard in Als ik niet aan je denk of raak een uitgebreide keuze uit haar erotische gedichten; enige tijd geleden verscheen De hemel van Toulouse, met 65 gedichten waarin Frankrijk op de een of andere manier onderwerp of decor is. In haar nawoord zegt ze De hemel van Toulouse niet als een bloemlezing te zien, maar als een zelfstandige, samenhangende bundel met een eigen dynamiek, hetgeen haar meteen het alibi verschafte tal van gedichten te herzien. Over haar poëticale intenties deelt zij mee: 'Zoals altijd in mijn bundels is het mijn streven geweest een zo breed mogelijk register te bespelen, door een vlechtwerk van veranderingen uit te zetten: van opposities, bevestigingen, draden, plaatsen, landschappen en stadsgezichten, geschiedenis en heden, vaart en stilstand.'
Op één vroegere uitzondering na en een eerder ongebundeld gebleven gedicht, zijn alle gedichten afkomstig uit de bundels na Onvoltooiing, dus uit Eenzang (1992) en Eenzang Twee (1993), Het zij (1995), Anderling (1998) en Van cadmium lekken de bossen (2002), waaruit de meeste gedichten (achttien) afkomstig zijn.
Omdat vrijwel alle gedichten een topografische titel hebben zou de inhoudsopgave in een ANWB-gidsje niet misstaan. Inderdaad laat de bundel zich goed lezen als een 'reisgids', maar dan wel een die op geen enkele manier 'toeristisch' is en waarin de auteur op de bezochte plaatsen meestal meer aandacht heeft voor de eigen innerlijke wereld dan voor wat aan zichtbaars beschreven moet worden, hoe fraai zij dat laatste ook doet. Het gaat wellicht te ver om van een 'innerlijke reis' te spreken, maar Elly de Waard is een reizigster die zichzelf nadrukkelijk meeneemt, ook niet buiten zichzelf kán: 'Ik hoopte dat/ mijn verste blik van daar/ mijn verste blik van hier/ zou kunnen raken// als een schakel/ in een ketting van kijken/ naar het elkaar/ van jezelf in diverse// situaties en tijden' schrijft zij dan ook in 'Tussen Hérault en Gard' (Van cadmium lekken de bossen).
Voor wie – moeilijk voor te stellen - deze dichteres, die vooral ook een 'vakvrouw' is, eerder 'gemist' heeft, is deze rijke bundel een ideale kennismaking met haar werk.


***

De onder redactie van Gerrit Komrij staande Sandwich-reeks van uitgeverij 521 is tot nu toe opmerkelijk succesvol. Nr. 1 (Niets met jou van Philip Hoorne) werd genomineerd voor de Vlaamse Debuutprijs, nr. 2 (Nu nog volop ventilatoren van Bas Belleman) werd genomineerd voor de C.Buddingh'-prijs 2003 en nr. 5 (Gedichten voor de zomer van Abdelkader Benali) werd uitgeroepen tot Het Best Verzorgde Boek 2003. Inmiddels verschenen al weer de deeltjes 7 en 8.
Eenvoudig schedellichten is het debuut van de Amsterdamse arts Erik Solvanger (1976). In drie afdelingen ("Algenritme', 'Geen vlagvertoon', 'Onomkeerbaar banaal') wordt in sterk lichamelijk gerichte poëzie het turbulente verloop van een liefdesrelatie beschreven en is er de reflectie op de eigen positie in de wereld, waarbij nogal wat gedichten tegelijk ook te lezen zijn als beschrijvingen van het dichtproces ('je scrotum harsen met vreemde talen') zelf. Het is energieke, indringende poëzie, vol dwarse invalshoeken en verrassende beelden ('Ze nestelt zich/ op de sofa// strekt zich uit/ speelt dokter bibber/ in haar schaamhaar'). De bundel opent met 'Als je me ontkleedt', en dat zet de situatie in Solvangers wereld direct op zijn kop: 'draai de zaak maar om' luidt de slotregel van dat gedicht, en dat had het motto voor de hele bundel kunnen zijn. 'Deze dichter is geen dorpsdokter', zegt hij zelf, en al helemaal geen dorpsdichter. Wel, in alle betekenissen van het woord, een 'voyeur', maar dan wel een die zich in het leven dat hij ziet als 'even opdringerig als de dood' bij voortduring afvraagt: 'wie beloert nu wie?'
Een ijzersterk debuut.
Voor het aan de vergetelheid ontrukken van een onbekende dichter kwam Komrij dit keer uit bij de Deventer dichter Thomas Werndly (1830-1868), die als Didymus tijdens zijn Utrechtse studentenperiode (1855-1862) zo veelbelovend was geweest, dat literaire autoriteit Jan ten Brink het dertig jaar na diens dood nog betreurde dat zijn in allerlei Almanakken verschenen gedichten nooit gebundeld waren. Met de publicatie van Gedichten voltrekt Komrij dus zijn zoveelste daad van eenvoudige rechtvaardigheid, en er moet gezegd dat dit curieuze werk, dat in de traditie staat van de arcadische poëzie van Hooft en Staring - met daarbij af en toe Bilderdijksiaanse nieuwvormingen - qua vorm en taal beslist kan wedijveren met dat van Haverschmidts alter ego Piet Paaltjens, die in exact dezelfde tijd actief was in Leiden. Maar waar je in de klassiek geworden gedichten van de laatste voortdurend het levenslot van de dichter zelf herkent, is wat Werndly schrijft altijd alleen maar 'Spielerei'. Een van de aardigste gedichten is 'Gevoelswurmen', waarin hij de onbeholpen navolgers van Poot en Helmers ('keurpoëten!') bespot:
'Maar dat nuchtre rijmgegaggel/ Van een troep klaarwaterganzen,/ Zeeziek wordt me hart en oor/ bij hun laffe maatcadansen.// [...] Zeus! verlos ons van den Boze,/ Maar het eerst van Menestrelen/ Wier godvruchte gorgel ons/ Zo onchristlik durft vervelen.'
Vervelend is Didymus, die zijn studententijd afsloot met het schrijven van het treurspel De markies van Poza, een navolging van Schillers Don Carlos, later schaakgedichten schreef en misschien ook schilder was en in ieder geval rentenier van professie, zeker niet. Waar het pseudoniem vandaan komt, meldt Komrij niet. Misschien van de Griekse filoloog Didymos van Alexandrië (310-395), compilator van Alexandrijnse geleerdheid, alhoewel blind een van de grootste geesten van zijn tijd?


***

Atlas en Lannoo bouwen aan een mooiste serie tweetalige uitgaven van oudere en modernere 'klassieken'. In de reeks De mooiste van verschenen al gedichten van o.a. Goethe, Tagore, Heine, Brecht, Neruda, Yeats, Petrarca, Hesse, Dickinson en Stevens. Mooi, uniform uitgegeven (harde kaft met omslag, leeslint), degelijk ingeleid en toegelicht, voor zover te beoordelen uitstekend vertaald. De nieuwe deeltjes (waarmee het totaal op vijftien komt) zijn gewijd aan Wordsworth (1770-1850), vertaling Ivo van Strijtem, inleiding prof. dr. Ortwin de Graef, en Quasimodo (1901-1968), vertaling Erik Derycke en Bart van den Bossche, inleiding prof. dr. Franco Musarra. Is William Wordsworth, immers behorend tot de romantische canon, dankzij de middelbare schoolbloemlezingen waarin altijd wel een van zijn Lyrical Ballads staat, overbekend, Salvatore Quasimodo (Nobelprijs 1959) zal voor velen toch niet meer dan een naam zijn – en naar te vrezen valt dan ook nog met heel verkeerde associaties, zoals de vertalers zelf ook al opmerken. Maar wat een ontdekking:

Oude winter

Verlangen naar jouw klare handen
in de schemer van de vlam:
ze smaakten naar eik en rozen;
naar dood. Oude winter.

Naar gierst speurden de vogels
en plots waren ze van sneeuw;
zo ook de woorden.
Een beetje zon, een stralenkrans van een engel,
en dan de mist; en de bomen,
en wij, geheel uit lucht in de ochtend.

Zelf kopen. En lezen, lezen. Voor het winter wordt en daarna.


J.A. Deelder - Zonder dollen
Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2004
50 blz.; € 10,-
ISBN 90 234 1342 3

Elly de Waard - De hemel van Toulouse
Uitg. De Harmonie, Amsterdam 2004
92 blz.; € 15,90
ISBN 90 6169 720 4

Erik Solvanger - Eenvoudig schedellichten
Uitg. 521, Amsterdam 2004
48 blz.; € 12,50
ISBN 90 76927 35 9

Didymus - Gedichten
Uitg. 521, Amsterdam 2004
48 blz.; € 12,50
ISBN 90 76927 36 7

De mooiste van Wordsworth - vertaald door Ivo van Strijtem
De mooiste van Quasimodo - vertaald door Erik Derycke en Bart van den Bossche
Uitg. Atlas, Amsterdam 2004
160 blz.; € 16,50
ISBN resp. 90 774 4121 2 en 90 774 4131 X


Joop Leibbrand


'Suramérica, ˇsoy yo !'
Yves Joris verbleef met Neruda op aarde

Hier rust onze lieveling Malva Marina Reyes; geb. te Madrid 18 aug. 1934, overl. te Gouda 2 mrt. 1943 staat er te lezen op een verweerde grafsteen op de Algemene Begraafplaats aan de Vorstmanstraat te Gouda. (zie www.groenehartarchieven.nl/aln0302.pdf). Een vergeten grafsteen voor een vergeten kind, dat dit jaar door haar vader uit de anonimiteit gerukt werd. Malva Marina was de dochter van Marita Hagenaar en Pablo Neruda, de beroemde Chileense dichter die honderd jaar geleden werd geboren. (Zie www.neruda.nl of www.neruda.be voor een mooi overzicht van leven en werk van de dichter.)

Na de behandeling van Honderd Liefdessonnetten in Meander 248, wil ik nu ingaan op Residencia en la tierra, in de (eerste) Nederlandstalige vertaling van Bart Vonck Verblijf op aarde getiteld. Persoonlijk draagt deze bundel mijn voorkeur weg. De meeste lezers zijn immers wel bekend met Neruda als politiek dichter, grasduinden door zijn oden en sonnetten, maar Neruda als surrealistisch dichter is voor velen een illustere onbekende. In het volgende wil ik een beeld schetsen van het leven van de dichter en de context waarin Verblijf op aarde tot stand kwam.

De jonge dichter wilde de armoede en eenzaamheid ontvluchten waarin hij leefde in Chili. Zijn bundel Twintig liefdesgedichten en een wanhoopslied mocht dan wel een succes zijn, financieel werd Neruda er weinig beter van. De dichter maakte op dat moment een crisis door: moest hij kiezen voor een vaste baan die geld in het laatje zou brengen, of voor de muze van de poëzie?

Lees verder op de site van Meander.



(advertentie)

nieuw: Meander huiswijn - drink for thought

heerlijke rode en witte wijnen
speciaal voor Meander-lezers scherp geprijsd!
Ga voor informatie naar www.grooteiland.nl en bestel.



gedichten * uitgelicht * recensies * podium * proza * nieuws * colofon 
Interview


Woorden die leven
Tine Moniek op bezoek bij Katelijn Vijncke

Poëzie is haar leven. Dat zie je ook als je haar appartement binnenloopt. Een groot rek vol dichtbundels. Overal staan en liggen mappen waar ze alles in bewaart wat te maken heeft met haar eigen poëzie. Alleen vind je er geen pennen. Logisch ook, Katelijn Vijncke [zie foto]schrijft niet op papier, ze schrijft haar gedichten met heel veel geduld via een speciaal aangepaste computer. Ze is zwaar fysiek gehandicapt, maar bovenal dichteres. Ze glundert als ze dat vertelt. Sinds kort is ze geregistreerd bij SABAM (Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers)

Proficiat met die erkenning van Sabam, Katelijn. Was dat zo'n lange strijd?
Ja, na zeven bundels is het uiteindelijk gelukt om officiëel erkenning te krijgen. Voor mij betekent dat heel wat. Ik schrijf reeds vanaf veertienjarige leeftijd. Toen had ik nog geen computer zoals nu, maar tikte ik de letters één voor één in. Nu gaat dat makkelijker. Ik doe zo ongeveer één week over een gedicht.
Poëzie is mijn leven. Ik kan me moeilijk mondeling uitdrukken, maar in mijn gedichten kan ik heel veel dingen kwijt. Ik neem dan ook geen blad voor de mond in poëzie. Nu het mij gelukt is om 'dichteres' te worden in de ogen van de auteursrechtenorganisatie, hoop ik ook dat dit een teken is voor andere gehandicapten. Het is dus wel degelijk mogelijk om officiële erkenning te krijgen in de artistieke wereld!

Als je één dichter zou mogen uitnodigen hier, om het even wie, wie zou dat zijn?
Herman de Coninck, al gaat dat natuurlijk niet meer.

Waarover zou je het dan met hem hebben?
Ik zou hem mijn gedichten laten lezen en vragen wat hij ervan vindt. In 1991 ontmoette ik hem in Watou en ik gaf hem een bundel van me. Hij beloofde me om hem grondig te lezen en te schrijven wat hij ervan vond. Dat heeft hij ook gedaan. Zijn brief is één van de kostbaarste dingen die ik bezit. Ook de bundel met zijn aantekeningen daarin is heel bijzonder. Nu al die jaren later, zou ik hem vragen of mijn stijl gunstig geëvolueerd is en of ik zijn raad goed opgevolgd heb.

Wat maakt iets tot poëzie?
Poëzie moet gevoelens verwoorden. Momenteel lees ik in De Dikke Komrij - Editie 2004. Daarin staat veel poëzie. Maar er zijn ook gedichten die te makkelijk zijn. Gedichten die gemaakt zijn met de bedoeling om ze op muziek te zetten. Voor mij is dat meestal geen poëzie. Het is noodzakelijk om in gedichten iets diepers te leggen. Aandacht moet opgeëist worden. Mijn lievelingsgedicht is 'Oote Oote Boe' van Jan Hanlo. Ik lees heel graag Paul van Ostaijen en Neeltje Maria Min. Zij leggen meer in de tekst dan wat er staat.

Ga je dikwijls naar poëzie-avonden?
Het is voor mij heel moeilijk om naar evenementen te gaan, omdat ik altijd afhankelijk ben van anderen, of omdat de locatie meestal niet aangepast is voor rolstoelgebruikers. Dat vind ik heel jammer. Het laatste poëzie-uitstapje dat ik maakte was in 1991 in Watou. Ik wil bij deze dan ook een oproep doen aan mensen die me willen vergezellen. Héél graag! Neem gerust contact met me op. Ook word ik soms gevraagd om mijn gedichten voor te dragen, maar meestal gebeurt dit dan in het kader van mijn handicap. Liever zou ik alleen gevraagd worden als dichteres om mijn gedichten voor te dragen.

Hoe doe jij dat dan? (Katelijn is namelijk heel moeilijk te verstaan .)
Aan de organisatie vraag ik om voor een scherm te zorgen. Ik heb zelf een projector. Terwijl ik voordraag, verschijnt mijn tekst op het scherm, zodat het publiek die kan volgen. Ik leer mijn teksten uit het hoofd, zo kan ik ze beter voordragen. Poëzie moet leven. Dichters die hun poëzie vlak voorlezen, interesseren me niet.
Het allerbelangrijkste in een gedicht is de juiste klemtoon en intonatie leggen en wie kan dat beter dan de dichter zelf? En hoeveel inspanning dat ook vraagt van iemand die als gehandicapte beperkt is in haar mogelijkheden, toch wil ik dat blijven waarmaken. Door zelf voor te dragen tracht ik een 'zelfstandige' en vooral een evenwaardige plaats te bevechten in de samenleving. Ik zoek trouwens nog mensen die me bij mijn voordracht muzikaal willen begeleiden.

In een interview moeten beelden niet worden weergegeven. Maar in dit geval maak ik een uitzondering. Als ik Katelijn vraag om een gedicht voor me voor te dragen, licht ze helemaal op. Ze doet dat met pretlichtjes in de ogen en vooral met heel haar lichaam. Ze maakt haar woorden levend.
Ik heb een handicap maar dat kan me niet schelen, poëzie is veel belangrijker en dit doe ik op mijn manier.

Als afsluiter, Katelijn. Weet jij een anwoord op de vraag die Paul van Ostaijen zich stelde in het gedicht Boerencharleston? 'Wie heeft er de kleine Bugel gezien?'
Ik heb hem in bomen zien zweven, hij heeft mij veel dromen gegeven

Katelijns gedichten zijn verspreid in zeven dichtbundels. Haar laatste bundel is Broze werkelijkheid. Meer van haar woorden zijn te lezen op haar website: www.katelijnvijncke.tk/ . Daar is ook haar e-mailadres te vinden.
Op de virtuele werkplaatsen Poetry Alive, Zevenblad en Het Schrijvertje is werk van haar te lezen.
Zelfs op de planken zijn haar teksten te horen en wel in producties van het reizend speeltheater Kip van Troje.


In een rieten mand vervoer ik
kleine zilveren belletjes
en eet ik zoete aardbeien,
terwijl ik, liggend op mijn zij, die ballon opgooi.

Als ik een mier was
zou ik wachten tot het regent
en vallende sterren vangen
met mijn tong.

Een knalrode auto besturen
die ik in het weekend tevoorschijn tover
en zwaaien naar alle, alle kinderen.

Ik poeder mijn neus met haar ei
en leer de kip
mijn veters goed te strikken.


DE MAN DIE DE VOGELS MEET

Wat heerlijk om dromen te meten,
gewoon met een lengte uit je hoofd.
Een beetje apart misschien,
maar wel een kunst te blijven verzinnen,
terwijl anderen hem telkens wakker schudden.
Hoeveel vogels zijn er zo al niet gevlogen!

Houvast,
kan een gedachte zonder handvat zijn.
Hoog in de lucht,
blij en zonder handgreep.
Stil en vooral Niets.

Niets heeft alle leegte meegenomen.
Niets kan bijzonder deugd doen
en zomaar een deuntje zingen
dat in de wind zo onhoorbaar is.

De man die vogels meet,
heeft altijd een houvast.
Hij koestert zich in zijn dromen.


Tine Moniek


(advertentie)

 kOrt   
NIEUW

De nieuwste kOrt in huis?
Word nu abonnee. Lees meer op: www.kortliterair.nl


gedichten * uitgelicht * recensies * interview * proza * nieuws * colofon 
Podium


A.C.G. Vianen
"Inkt is puur vergif"

In de eerste aflevering van deze rubriek over/met vernieuwende poëzie werd Mohs Volke door Lucas Laherto Hirsch aangewezen als degene aan wie we volgens hem een aflevering zouden moeten wijden. Volke reageerde echter niet. Lucas koos daarom de dichter A.C.G. Vianen als zijn opvolger in deze rubriek.
Van A.C.G. Vianen (1972) dus deze keer twee gedichten en antwoorden op een paar vragen.
Eerst maar een gedicht.


In de wereld werd het stil
Er kan alles komen
Nooit blijft het langer
Het zal gaan regenen
Kletter neer
Ik wil doornat
Doordrongen en stil
Laat het horen
Dagen aaneen
Zal er worden gezegd
Hoe ik wil en des te meer
Ik lach haar uit
Het idee allen al
Dat zij en ....
Hoe ik

Is stil
Kan komen
Het langer
Regen
Neer
Doornat
Stil
Hoor
Aaneen
Gezegd
Des te meer
Al
....
Ik

Stil
Komen
Langer
Nat
Meer.



Op de site van het Brabants Dagblad staat een kort videofragment van een optreden van A.C.G. Vianen.
Op een site met het programma van Literair Café Eindhoven valt te lezen: De poëzie van A.C.G. Vianen is een abstract taalspel waarin de woordverdraaiing en betekenisverandering centraal staan. In de keuze van zijn onderwerpen komen belicht hij zijn problemen, die worden omlijst met een cynische vorm van blijdschap. Deze weet hij op het podium, door middel van zijn enorme stemgeluid, zo naar voren te brengen dat het publiek wel gedwongen is om te luisteren.
Op de Poëziekamer staat: De volgende dichter, A.C.G. Vianen, klonk in de tweede ronde als een onderzees beest dat bezeten de in de zee gedumpte zware metalen uit zijn keel probeerde te schrapen. Een soort heavy metal poëzie. Hij gromde "de wegen zijn van asfalt" en ook kon ik verstaan dat we weer naar gas terug gingen. Het onderzeebeest begon zich te verheugen op "bubbels", het had "behoefte aan lucht". Mooi gevonden. De performance zelf moest daarnaast blijkbaar het gedicht zijn.
Verder staat ergens een citaat van Vianen: Álles is gedicht, inkt is puur vergif.


Twee vragen aan A.C.G. Vianen.
Alles wat er over je te lezen valt, geeft aan dat je vooral een podiumdichter bent. Komt je poëzie op papier of beeldscherm ook tot zijn recht, denk je? Het feit dat ik bekender ben vanaf het podium ligt vooral aan feit dat ik tot op heden zeer weinig heb opgestuurd naar bladen en dat het beeldscherm niet altijd het juiste medium is voor poëzie en literatuur.
De bijdrage, mijns inziens, van een tekst op papier of beeldscherm is de contemplatie. Het belangrijkste is dat er wat betreft de structuur beter kan worden gelezen dan dat men luistert naar de vlucht van woorden (of letters) die voorbij komt tijdens een podiumvoordracht.
Naar mijn eigen werk gekeken betekent het voor een lezer dat hij hier een andere structuur tegenkomt dan hij of zij in eerste instantie van uit zijn eigen vooroordeel zou verwachten. Dit is meteen het euvel voor menig poëzielezer die naar een podium voordracht komt luisteren. De snelheid van het gesproken woord is een anderssoortige bijdrage aan de poëzie dan de bijdrage die het papier heeft.
Voor de poëzielezer ligt het primaat van de taal in de letters op papier en hij geeft daarmee geen rekenschap aan de orale traditie.

Waarom zijn jouw teksten naar jouw mening poëzie?
De poëzie van mijn hand is niet de vraag naar een verhaal. Het is direct gekoppeld aan de betekenis van het woord. Het woord zelf als een direct uitgangspunt voor de poëzie. Hierin worden we geconfronteerd met de meervoudige betekenissen waardoor de directe betekenis moeten worden begrepen.
Het bevraagt daarnaast vastgelegde structuurvormen. Niet door structuurloosheid te bepleiten, maar door structuur aan te brengen in het woord en onderwerp. We moeten ten aanzien van de poëzie, door het beperkte aantal beoefenaars, waken de poëzieregels te laten vastroesten.
Taal is levend, en daarmee is zij veranderlijk.


Hieronder het in een van bovenstaande citaten al genoemde gedicht 'Bubbels:'

Bubbels

We hebben behoefte aan lucht
Het geeft niet wat er gebeurt
We zijn in staat om in te delen
Te creëren
De delen die wij zelf zijn
We hoeven niet af te wachten op een order
Laat niets je in de weg staan
Zolang het staal op staal weerklinkt
De mannen hun arbeid verrichten
Zijn we instaat onszelf te overwinnen

Simpele waterweerspiegeling:
              Vergeet wat het steen weg neemt
              Zie wat het tot stand brengt

Eromheendraaiend dacht de man
"Ik weet dat mijn hart ligt bij zuurstof"

Bubbels
Bubbels
Bubbels
Bubbels
Bubbels

De ziel als een Bubbel met een behoeft aan zuurstof
Valt de stof neer
Blijven de lastige vragen
Waar zie je schoonheid
Wil ik de stad
Het hart van de industrie
De pompende machinen malen zich een gat in de tijd
Draaien ze op Bubbels

Ik snak adem
Mijn adem wordt me ontnomen
Hoe denk je dat ik kan leven tussen kolossen
Mannen & Maschinen die zich in beelden dat ze de heerschappij in handen hebben

Neer gevallen draaien er woorden in mijn hoofd
Alba
Alpine
Amand
Liebherr
Wittstock
Robotrac
Roth
Wat is het toch
Wat moeten zij van ons
Zij nemen deel aan de openhartoperatie die mij verlamt

Ik wil dit niet meer
Antwoorden om overleven
Meer gezichten afgewend
Laveloos opgekropt, zonder gevallen, probeer ik te formuleren dat niet ik maar zij

Dan wordt mijn woordenstroom gestopt
De geigerteller slaat uit

62
25

AAAAAAAAAAAAAAAAAAAACH

Er wordt geschreeuwd
De ziel overhoop geschopt
Wat blijft er over

Is dit de hand die mij deed leven
Hij verdwijnt
Is niet langer geïnteresseerd
Ik ben niet belangrijk
Alleen nog maar

Bubbels
Bubbels
Bubbels
Bubbels

Lucht.


A.C.G. Vianen studeert aan de Technische Universiteit Eindhoven aan de faculteit Bouwkunde bij de capaciteitsgroep Architectuur, waar hij afstudeert op een onderwerp uit de architectuurtheorie. Zie ook.

A.C.G. Vianen kiest voor de volgende aflevering van 'Podium' Sven Ariaans.



gedichten * uitgelicht * recensies * interview * podium * nieuws * colofon 
Proza


Barbanconne
Jeroen Dera


'Ik wilde graag een tafeltje voor twee reserveren. Is dat mogelijk?'
'Ja, dat is mogelijk, meneer. Mits u geen bezwaar maakt tegen een diner in de niet-rokersruimte.'
De receptioniste aan de andere kant van de lijn voegde die voorwaarde met een zacht stemmetje aan haar bevestiging toe, alsof ze bang was dat Louis zijn tanden in haar nek zou zetten, omdat er geen ruimte voor hem was in de rokersruimte. Natuurlijk was er totaal geen reden tot huiverig zijn, want hoewel Louis een forse roker met een opvliegend karakter was, bevond hij zich in een bungalow die zich op veilige afstand van het restaurant in kwestie bevond.
'Een niet-rokersruimte? Nou, dat moet dan maar,' antwoordde hij.
'Uw naam?'
'De la Barbanconne. Met dubbel 'n' en een 'e' aan het einde.'
Hij hoorde hoe ze zijn naam hard op het toetsenbord rammend intikte.
'Prima, meneer. We verwachten u om zeven uur in ons restaurant. Wanneer u om kwart over zeven nog niet gearriveerd bent, wordt de reservering gecanceld. Tot vanavond.'
'Ja, tot vanavond.'

Louis smeet de hoorn van zijn ouderwetse telefoon op de haak, nam hem er weer af en draaide het nummer van zijn vriendin, die hij vrijwel onmiddellijk aan de lijn kreeg.
'Goedemiddag, met Patricia Koster.'
Koster. Een leuke achternaam, hoewel 'De la Barbanconne' Patricia ook niet zou misstaan. Hij glimlachte.
'Hoi snoepje, Louis hier. Heb je zin om vanavond mee een hapje te gaan eten in de Gouden Leeuw?'
Het bleef stil aan de andere kant van de lijn, wat Louis geïrriteerd in de hoorn deed knijpen. Geduld kwam in zijn woordenboek niet voor.
'Ik vroeg je wat, honnepon!'
'Ja, dat hoorde ik, schat. Ik vraag me alleen af ... of ik wel tijd heb vanavond,' zei ze zuchtend.
Louis sloot zijn ogen na het horen van die mededeling. De boodschap was duidelijk: ze had geen zin. Dan moest ze maar zin maken; hij had haar immers iets belangrijks te vragen.
'Liefje, ik heb al gereserveerd voor vanavond. Ik vrees dat ik dat niet meer terug kan draaien.'
Patricia was goedgelovig. Louis was ervan overtuigd dat ze nu wel een gaatje in haar agenda kon vinden, en inderdaad antwoordde zijn geliefde:
'Oh, dat is vervelend... Nou ja, dan ga ik morgenochtend wel met de collectebus langs de huizen.'
Ze klonk licht gehumeurd, wat voor Louis overduidelijk maakte dat ze geen idee had van wat haar vanavond gevraagd ging worden. Welke vrouw zou immers niet een aanzoek van hem willen krijgen?
'Je bent een schat, duifje! Ik pik je zo rond half zeven vanavond op, is dat goed?'
Ze zuchtte.
'Dat is goed. Tot vanavond, Louis.'
'Tot dan, lieveling!'

Opnieuw smeet hij de hoorn op de haak, zij het minder hard dan na het gesprek met de receptioniste. Ze zou met hem meegaan en dus was vanavond het grote moment. Met een licht tintelend gevoel in zijn buik pakte Louis het vierkante doosje dat hij vanmiddag had laten inpakken en controleerde of het meisje achter de toonbank haar werk netjes had gedaan. Het rode papier bevatte geen enkel kreukeltje en glansde in het zonlicht dat de huiskamer binnenviel. Perfect. Vanavond zou hij het Patricia aanbieden en zou hij haar die ene vraag stellen, die hij haar nooit had durven stellen. De tijd was er rijp voor: hij en Patricia hadden immers al negen jaar een vaste relatie. Louis vroeg zich af of een aanzoek tijdens een romantisch etentje niet clichématig zou overkomen, maar hij was te zenuwachtig om zich er druk om te maken. Dat was misschien maar beter ook, want Louis smeet vaak met spullen wanneer hij zich ergens over opwond.
Hij wierp een snelle blik op de klok en haastte zich naar de badkamer. Nog drie uur te gaan en hij zou Patricia naar het restaurant rijden. Fluitend kleedde hij zich uit en stapte onder een hete douche.

Ze was net haar lippen aan het stiften, toen Patricia drie uur later de claxon van Louis' Volvo hoorde. Ze keek goedkeurend naar het gezicht dat haar in de spiegel toelachte en streek even met haar tong langs haar lippen. Zo kon ze de deur wel uit. Ze rende naar de bank in de woonkamer, griste haar handtasje van de zitting en haastte zich naar de deur. Toen ze buitenkwam, zag ze dat Louis in de auto in zijn stoel heen en weer aan het schuiven was. Ze slaakte een diepe zucht en liep naar de auto.
'Waarom heb je nou weer zo lang werk, Patries?' brieste hij.
'Louis, je weet dat ik zonder mijn tas de deur niet uitga. Een beetje geduld kan toch geen kwaad?'
Hij maakte een snuivend geluid en startte met een wild gebaar de motor van de Volvo.
'Schat, je kunt op zijn minst probéren jezelf te beheersen. Je nadert de veertig en ik vind dat je moet oppassen voor je hart.'
'Ja, is goed.'
Patricia betwijfelde of hij had geluisterd naar wat ze zojuist tegen hem had gezegd en bekeek hem aandachtig door de glazen van haar vierkante brilletje. Af en toe, als Louis weer een van zijn buien had, vroeg ze zich af waarom ze in godsnaam op zo'n druktemaker was gevallen, maar een blik op zijn zwarte krullen en diepbruine ogen was dan voldoende om haar eraan te herinneren waarom ze haar hart aan hem verloren had. Hoewel Louis soms dagenlang op haar kon mopperen, omdat hij een partijtje schaken op internet had verloren, was hij een lieve vriend en kon ze op hem bouwen als ze het moeilijk had. Patricia had wel eens overwogen om hem ten huwelijk te vragen, maar diep in haar hart beviel het haar wel dat ze geen gouden ring om haar ringvinger hoefde te dragen. Ze vond het heerlijk om een relatie met Louis te hebben, maar zelfs na negen jaar was trouwen niet aan haar besteed.

Louis plaatste zijn auto op het parkeerterrein van De Gouden Leeuw en keek op zijn horloge. Vijf voor zeven; ze waren keurig op tijd. Met een onaangenaam gevoel in zijn buik stapte hij uit de auto en controleerde of het vierkante doosje nog in de binnenzak van zijn pak zat. Hij voelde het naast zijn pakje Marlboro zitten en ademde diep uit.
'Zo, je sigaretten niet vergeten, zie ik?' zei Patricia, die zijn opgeluchte reactie blijkbaar had gadegeslagen. Hij knikte.
'Prima, laten we dan snel naar binnen gaan. Ik vind het maar koud buiten.'

Ze bestelden beiden een gerookte zalm en een glas rode wijn. Patricia luisterde verveeld naar het getier van Louis, die een zeker meisje van de receptie van het restaurant woedende verwensingen toeschreeuwde.
'Wat is dat nou voor een service hier? Ik heb goed gezegd dat je 'De la Barbanconne' met dubbel 'n' en een 'e' aan het einde spelt! En wat denk je dat ik hier op mijn tafeltje aantref? Een standaard met 'De la Barbacon' erop, met een enkele 'n' en géén 'e' aan het einde! Het is een schande, werkelijk! Je hebt geluk dat ik hier de leiding niet heb, want ik had je meteen weggebonjourd!'
Verschillende gasten keken Louis afkeurend aan, die als reactie hierop woedend zijn vuist balde.
'Louis, wind je niet zo op. Denk nou aan je hart,' suste Patricia.
'Je weet goed hoe gevoelig mijn naam ligt, Patries. En waarom schieten ze verdomme niet op met dat verrekte eten?'

Het eten werd een half uur later geserveerd. Louis had dat half uur besteed om kritiek te leveren op het meubilair in het restaurant en de kleding van de aanwezige gasten. Hij wilde net een snerende opmerking maken over de jurk van een bejaarde vrouw die met haar dochter en kleinkinderen aan het eten was, toen zijn zalm voor zijn neus werd gezet.
'Zo, dat werd tijd!'
'Trekt u zich niets van hem aan. Hij heeft niet zo'n goede zin vanavond,' hoorde hij Patricia zeggen, en Louis hoopte dat hij zijn kansen op een positief antwoord op zijn aanzoek niet tot nul had gereduceerd. Het was beter om haar nu te vragen, voordat zijn gedrag zou escaleren en hij het restaurant geheel op zijn kop zou zetten.
Toen de serveerster hun tafel verlaten had, haalde hij zenuwachtig het pakje tevoorschijn.
'Patricia, ik wil je wat vragen.'
Haar ogen werden groot bij het zien van het vierkante doosje, maar Louis bespeurde geen enkele vreugde in haar helderblauwe kijkers.
'Louis, ik...'
'Open het nou maar.'
Jachtig ademend scheurde ze het rode papier van het doosje af.

Patricia maakte een propje van het cadeaupapier en staarde naar het doosje dat ze in haar handen hield. Ze voelde hoe Louis haar bekeek en probeerde niet in huilen uit te barsten. Dit was het laatste dat ze had verwacht. Louis, die opvliegende stresskip, die haar een aanzoek deed. Louis, die nooit een woord over trouwen had gerept, die een ring voor haar had gekocht en haar iets wilde vragen. Wat moest ze zometeen zeggen? Dat ze graag wilde trouwen, terwijl dat helemaal niet was wat ze wilde? Ze zou er een woedeaanval mee voorkomen, dat in ieder geval.
'Open je het nou nog?'
Een dove zou de irritatie in zijn stem hebben kunnen horen. Uit angst voor een woede-uitbarsting van haar vriend opende Patricia het doosje, en haar hart sprong op. Breed lachend keek ze Louis aan.
'Ja, ik wil!' riep ze. Ze stond op en kuste hem smakkend op zijn mond.
'Het werd toch eens tijd, niet?' zei hij stralend.
Patricia knikte, haalde het condoom (naar de kleur te oordelen met aardbeiensmaak) uit het doosje en stopte het giechelend in haar handtasje.
'Smakelijk eten, schat.'


Jeroen Dera





gedichten * uitgelicht * recensies * interview * podium * proza * colofon 
Nieuws



Literaire Boeken Top 10
  1. Nora, dochter van Eva - M. Fredriksson
  2. Een schitterend gebrek - A. Japin
  3. Grijze zielen - P. Claudell
  4. Lotte Weeda - M. 't Hart
  5. Door de knieen - F. de Jonge
  6. In Europa - G. Mak
  7. De Quincunx - C. Palliser
  8. De lijfarts - M. Stahlie
  9. Celestien - M. van Paemel
  10. Lelieblank, scharlaken rood - M. Faber
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel
'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 25 augustus t/m 7 september 2004.

De zwarte met het witte hart
Woensdag 15 september om 20.00 uur is Arthur Japin de gast van het literaire genootschap 'eindig laagland' en Cultureel Centrum Corrosia. De lezing heet De zwarte met het witte hart en gaat over de achtergronden van zijn gelijknamige roman en Ghana. De zwarte met het witte hart is wereldwijd vertaald en bewerkt tot een opera op muziek van Louis Andriessen. Het is het verhaal van twee Afrikaanse prinsjes die in het negentiende-eeuwse Nederland werden opgevoed. Na tien jaar onderzoek publiceerde Japin dit historische noodlotsdrama. Op 27 april j.l. ontving de auteur de Libris Literatuurprijs 2004 voor zijn roman Een schitterend gebrek. De zaal is open vanaf 19.30 uur. De toegang bedraagt vijf euro. Kaarten zijn verkrijgbaar bij de boekhandels De Ark (Almere Stad) en Dekter (Almere Haven) en 's avonds aan de zaal. Voor meer informatie kan contact worden opgenomen met Xeindiglaagland@hotmail.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!) of kijk op www.corrosia.nl en www.samenwerk.nl


Het Hoge Woord
Op maandag 20 september begint in Winkel van Sinkel aan de Oudegracht 158 te Utrecht weer een nieuw seizoen van literair café Het Hoge Woord. Te gast is dan de schrijver Thomas Rosenboom. In 1985 verscheen zijn eerste roman Vriend van verdienste. Dit jaar schreef hij het boekenweekgeschenk getiteld Spitzen. De toegang is gratis en aanvangstijd 20.30 uur. Zie www.slau.nl


Expositie over Willem Wilmink
Van 18 september tot en met 10 april 2005 wordt in het Letterkundig Museum/Kinderboekenmuseum in Den Haag een tentoonstelling gehouden over de in 2003 overleden Willem Wilmink. De auteur is van groot belang geweest voor de Nederlandse jeugdliteratuur. Hij maakte zich verdienstelijk voor televisieprogramma's, cabaretteksten en zijn naam is verbonden aan diverse liedteksten. Het Letterkundig Museum/Kinderboekenmuseum is gevestigd aan de Prins Willem Alexanderhof 5 te Den Haag. Website: www.letterkundigmuseum.nl


In de prijzen
Willem G. van Maanen wordt voor zijn gehele oeuvre van romans en verhalen bekroond met de Constantijn Huygensprijs ter waarde van negenduizend euro. Arnon Grunberg is de winnaar van de F. Borderwijkprijs voor verhalend proza. Grunberg wint deze prijs voor zijn vierde roman getiteld De asielzoeker. Een essayprijs, de J. Greshoffprijs, is de bekroning voor Ingenieurs van de ziel van Frank Westerman. Mustafa Stitou krijgt de Jan Campertprijs voor zijn derde gedichtenbundel Varkensroze ansichten. De prijzen worden op vrijdag 17 december in Den Haag uitgereikt.


Oeroeg
Uitgeverij Querido brengt in november een facsimile uitgave uit van het handgeschreven Oeroeg van schrijfster Hella Haasse. In het boekwerkje wordt ook het opstel, waar Haasse haar novelle op baseerde, opgenomen. De schrijfster brak in 1948 door met Oeroeg. In november van dit jaar krijgt ze uit handen van Koningin Beatrix de Prijs der Nederlandse Letteren.


Kees Ouwens overleden
In Heemstede is op dinsdag 24 augustus de zestigjarige dichter en schrijver Kees Ouwens overleden. Ouwens debuteerde in 1968 met de poëziebundel Arcadia en de roman De Strategie. Achtereenvolgens in 2002 en 2003 bracht hij nog verzamelde werken uit met zijn poëzie en proza. Ouwens won in 2002 de Constantijn Huygensprijs.


BruggePoésie 2004
Van 23 tot 25 september vindt in Brugge het internationaal poëziefestival 'BruggePoésie 2004' plaats, een vervolg op de eerste editie twee jaar geleden, toen Brugge culturele hoofdstad was. Aan dit festival zullen dichters deelnemen met West-Vlaamse wortels (o.a. Luuk Gruwez, Hugo Claus, Peter Verhelst,...). Uit hun werk wordt een tweetalige bloemlezing samengesteld. Er komen ook een paar gerenommeerde Franse en Italiaanse dichters naar Brugge (o.a. Breyten Breytenbach). Meer info op www.west-vlaanderen.be/cultuur&vrijetijd/bruggepoesie2004/index.htm” target=”blank”>hier


David van Reybrouck wint de Taalunie Toneelschrijfprijs
De Taalunie Toneelschrijfprijs 2004 is toegekend aan de Vlaming David Van Reybrouck voor zijn toneeltekst Die Siel van die Mier. De cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver kreeg hiervoor een bedrag van 10.000 euro.


Workshop scenarioschrijven
Wie wil leren hoe je een verhaal op een efficiëntere manier kan vertellen en analyseren, kan zich inschrijven voor een seminarie van de Vlaamse Script Academie.De klemtoon ligt op visueel en dramatisch vertellen. Docent Dr. Patrick Cattrysse leidt deze workshop van veertien sessies van ieder drie uur. Geïnteresseerden kunnen een kijkje nemen op de website van de Vlaamse Script Academie (www.vsa-fsa.org/index.do?lang=1) .


Poessay
Een van de kenmerken van de Japanse cultuur is het uitdrukken van gedachten op een vrij beknopte manier. Wanneer dit gebeurt in de vorm van een gedicht, heeft John Pereira hiervoor de term poessay bedacht. Een Vlaming, Jan Theuninck, heeft aan deze nieuwe literaire vorm enkele bijdragen geleverd, die te lezen zijn op:
poessay.fc2web.com/p-ists/jan.html
www.cipherjournal.com/html/theuninck.html


Snelnieuws:
14/09/04: Antwerpen - Schriftgeleerden: Benno Barnard praat met Joke van Leeuwen, Marcel Möring en Willem Jan Otten over de invloed van religie op hun werk – 20.00 uur – 5/4 euro – Protestantse Kerk 'De Brabantse Olijfberg' – Lange Winkelstraat 5 – meer info: www.abc2004.be
19/09/04: Antwerpen - Zuiderzinnen: Festival van het Woord: heel uitgebreid programma terug te vinden op www.zuiderzinnen.be
19/09/04: Velaines - ]ve[r]laine[s] poètes-mots-dits[ : poetry slam (met Anthony Parmentier, David Troch, Xavier Roelens, Katrijn Jonckheere, Olaf Risee, Tom Zinger, Peter van Synghel) onder het professionele oog van Guido Lauwaert en Didi de Paris - 14.30 uur - place 3, Velaines (tussen Ronse en Doornik) – 12 euro (drankjes en hapjes inbegrepen en ook toegang tot andere activiteiten) – meer info: www.marcelnet.be
19/09/04: Antwerpen – Voorstelling van de letter F: 'het eetbare boek' gemaakt door Hanneke Paauwe en Tony Le Duc - vanaf 14.30 uur, bij Villanella: Verviersstraat 15 – meer info: www.abc2004.be
23/09/04: Beernem - Poëzie on stage: met Cabaret Rauw Vlees “Liefde en Lust”, “Goesting” (door Joke Lootens, Stefan Soens & Els Van Thuyne), De Sjarzebuzen breng humoristische poëzie en tenslotte Jan Vandenabeele met Hospitalfood. – 20.00 uur – niet-leden betalen twee euro – JH The Nooddle - meer info: www.thenooddle.be
25/09/04: Antwerpen – Voorstelling van de letter V: V-uur van het Strandbeest met Theo Jansen en Peter Holvoet-Hanssen – vanaf 14.00 uur tot héél erg laat - Strand van Sint-Anneke - meer info: www.abc2004.be
25/09/04: Antwerpen – Robodandy – Part V: Robodandies: immer bevallige jongens en kerels die op verzoek van het publiek een performance doen op een welbepaalde plaats in de stad – 14.00 uur – Forum ModeNatie – meer info: www.glamorisundead.be/
26/09/04: Wilrijk– 23ste Haiku-dag: liefhebbers van haiku-poëzie kunnen samen werken en studeren aan en over de haiku. Hens Reddinius en Julien Tahon zijn te gast. Verder zijn er ook workshops – gratis – reservering verplicht – cc Kasteel Steytelinck, Sint-Bavostraat 20 - meer info: www.haiku.be


Ten minste houdbaar tot:
18/09/04: 13de poëzieprijs van de stad Izegem: Drie Nederlandstalige, ongepubliceerde en onbekroonde gedichten inzenden, telkens in vijfvoud getikt op A4-formaat, naar vzw De Leest, Cultuurdienst Stad Izegem, Stadhuis, Korenmarkt 10, 8870 Izegem (B). Onder ieder gedicht komt een kenspreuk of schuilnaam. In de envelop komt een fiche met kenspreuk of schuilnaam, echte naam, adres, geboortedatum en telefoonnummer. De beste deelnemer krijgt 1000 euro. De prijzen zijn cumuleerbaar


Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.

Nieuwsberichten voor Meander 250 van zondag 26 september dienen uiterlijk dinsdag 21 september in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan Xnieuws@meandermagazine.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)



gedichten * uitgelicht * recensies * interview * podium * proza * nieuws *
Colofon




Site: meander.italics.net

E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Redactie:
Adelheid Bekaert, Annette van den Bosch, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos

Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Milla van der Have, Tine Moniek, Elly Woltjes.

Verder werken mee:
Chris Coolsma, Rutger H. Cornets de Groot, Edith de Gilde, Joris Lenstra, Bert van Weenen, Atze van Wieren.

De gedichten worden beoordeeld door: Adelheid Bekaert, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris en Joop Leibbrand.
De verhalen worden beoordeeld door: Tine Moniek, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.


Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.


Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres: http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meandermagazine.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * interviews * links * klassiekers * archief

naar begin van deze krant