aflevering 252 * 24 oktober 2004 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële
bijdragen zijn nodig *
kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service
Gedichten
Doemdag
je hebt teveel wit gezien
juist nu het voorjaar wordt
kleurt je spoor bloed
als je eigen onheilsbode
rijd je in bordeaux metallic
weg van de residentie
na het schatten van tijd
en de afgeslagen koffie
trok je de schuld aan
als een luchtig vestje
met paarlemoeren knoopjes
of dat jou precies past
omhelzen zou een afscheid zijn
dus heb ik je nagekeken
tot het geluid stierf.
Miranda Mei
auteurspagina Miranda Mei
reageer op dit gedicht
gratiën
als één der gratiën zit ze op het paard
kaarsrecht; met roze t-shirt, witte rijbroek
stevige laarzen in de beugels
ze stijgt mijn vensterraam voorbij
veert telkens met het kloppen van de hoef
muziek die mij naar hen doet kijken
terwijl ik zelf me dansend recht
neuriënd langs de gordijnen schuif
wil ik ze helemaal bezien, van kop tot hoef
zonder hindernissen, die twee-eenheid
voor goed in mijn geheugen slaan
in deze woorden mij niet vergalopperen
Lisette Waterschoot
auteurspagina Lisette Waterschoot
reageer op dit gedicht
da capo
de tijd stil zetten
de tijd met woorden stil zetten
met woorden foto's maken
foto's waarop de tijd is stil gezet
dat deze rinzige morgen
deze rinzige mistige morgen
met spinrag van voorjaar
het voorjaar kan worden opgeborgen
in een woordenalbum opgeborgen
om de woorden te bekijken
fotowoorden bekijken
als de tijd wordt ingekort
als de tijd wordt opgeschort
als het nooit meer voorjaar wordt
Gerrit Pleiter
auteurspagina Gerrit Pleiter
reageer op dit gedicht
Stadsleegloop
Hier, waar de stad klein is en de boom niet talrijk, wordt
mij een stadsuitleg en een stamboom aangemeten
alsof ik die nooit eerder had. Maar ik kom al
uit huis en ik heb al een wortel. Kijk: ik loop heen en weer
in mijn hok en lijk wel een tweevoeter, zo met die handen
om de tralies geklauwd als het voer komt.
Jacob Edo
auteurspagina Jacob Edo
reageer op dit gedicht
Avenue Parmentier
Terwijl ik over de dessertkaart heen
kijk naar de schoonheid die opnieuw
zich vangen laat in Modigliani's blik
smijt iemand die rolt met zijn ogen
alle tafelgesprekken aan flarden, balt
een bevende vuist, zwaait een arm
zonder vuur, geen mes in een buik of
bloed op de muur, halfbakken terrorist
die niets achterlaat dan stilte,
een klinkend gat in het glas.
De schilder zwijgt, de serveerster
ruimt scherven en herstelt de orde. Heeft u
een keuze kunnen maken?
Koos Hagen
auteurspagina Koos Hagen
reageer op dit gedicht
Ik weet alleen
ik weet alleen
ze is ermee geboren
met in haar ogen al
dat blauw
zo gauw ze woorden wist
was zij ze al vergeten
maar weten doet ze wel
ze vouwt de lakens op
schudt dekens uit ze
zegt ik ben een
poosje weggeweest
meer woorden zijn er niet
en ook de zin ontbreekt
de zin om woorden
in te zetten
want om te zeggen
wat haar overkomen is
heeft ze het zwijgen en
ze huilt als ze hoort wat
ze met die stilte zegt
Henriette Faas
auteurspagina Henriette Faas
reageer op dit gedicht
advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij
WRITERS
@T
HOME
thuis in literatuurworkshops
klik
hier
voor meer informatie
|
Wedstrijd
Feest bijna afgelopen
Ter gelegenheid van het 250e nummer organiseerde Meander een gedichtenwedstrijd, met als prijs boekenbonnen en wijn.
Inzenden kan nog een week.
Zie
meander.italics.net/feest
(advertentie)
Handboek voor schrijvers het complete schrijftraject in vijf stappen gouden-gids-gedeelte: uitgebreide adreslijsten |
|
bestellen en informatie: www.schrijven.org |
|
Recensies
'What do you deal in? Waiting.'
Joris Lenstra las Callahan en Andere
Gedaanten van Onno Kosters.
In zijn interessante, uit vier afdelingen
bestaande debuut
Callahan en Andere Gedaanten manifesteert Onno Kosters
(1962), al geruime actief als schrijver, redacteur en vertaler (o.a.
van het werk van Samuel Beckett) en in 1999 gepromoveerd op het werk
van James Joyce, zich duidelijk als een intellectuele dichter.
Het
eerste wat zijn bundel bij mij oproept, is dan ook een literair-wetenschappelijke
term: het Postmodernisme. Op vergelijkbare wijze als bijvoorbeeld Peter
Verhelst is hij bezig met taal; alleen is Verhelst romantischer in
zijn beeld- en onderwerpkeuze. Kosters heeft wat dat betreft meer een
hang naar het Modernisme met zijn grotestadsproblematiek ('NS zet bussen
in') en de emotionele eenzaamheid van de stadsmens ('Callahan').
Callahan
en Andere Gedaanten trapt af met het lange prozagedicht 'De man in
de Muur'. Dit gedicht is een uitweiding van een anekdotisch krantenbericht
over een man die zichzelf daadwerkelijk in een muur opgesloten heeft.
Wordt het gedicht vanuit dit oogpunt gelezen, dan komt er af en toe
een glimlach op de lippen, maar niet meer dan dat. Wat verder opvalt,
is het grote aantal verwijzingen en citaten dat Kosters hierin verwerkt
heeft. Op dit punt verraadt zich al zijn grote belezenheid. Hij doet
dit volgens mij niet om te imponeren met zijn kennis, maar om zijn
visie op de literaire traditie weer te geven. Kort samengevat komt
het neer op het gegeven dat de woorden die we gebruiken van onze voorouders
zijn. Dat we aan de hand van hun boeken hebben leren lezen. En dat
alles wat we veronderstellen en denken geleerd te hebben, van hen afkomstig
is. Dientengevolge is ieder woord dat we zeggen niet alleen van ons
maar ook van hen. En ieder boek dat we schrijven of lezen, gaat direct
een relatie aan met het Pantheon aan werken van onze voorouders. Verderop
in 'Polaroids' wordt dit thema aangestipt, op een wijze die ook doet
denken aan een passage uit Elliot's The Waste Land. We lopen letterlijk
op het verleden dat tot onze geboorte geleid heeft:
Er lopen doden
onder ons.
In de volte van de stad
valt dat bijna niemand op.
Het
plaveisel is dooraderd
maar ons lopen ongewis
van de doden onder
ons,
zij aan zij - zool aan zool.
Onder asfalt, onder klinkers,
soul
to soul, samen uit en
schouder aan schouder
spelen we Gezelschapsspel.
Drukbezochte
zebrapaden.
Vetgeverfde knekelvelden.
('Polaroids', p.33)
'De
NS zet bussen in' is een deel met een verwarrende titel. Het eerste
effect ervan is een korte glimlach van herkenning. Wat moet een treinmaatschappij
met bussen als vervoersmiddel? Dit komische gegeven komt echter niet
in de gedichten terug. Zij gaan vooral over wachten. En het deel is
een uitgesponnen herhaling van het romantische thema van die ene, cruciale,
onbestemde fractie van een ontmoeting tijdens een reis.
Hierna wordt
de bundel echter een flink stuk beter en interessanter. 'Polaroids'
bevat enkele interessante passages en mooie beelden, zoals het eerder
aangehaalde citaat. Of de volgende passage over een tijger in gevangenschap,
met een knipoog naar Rilke's gedicht over een panter in een dierentuinkooi:
Onraad,
de kop van de tijger
deint tot op een haar
van de slijtende aarde,
waaronder
beton soms
pokdalig zichtbaar wordt,
oppasser.
('Polaroids', p.34)
Het
laatste woord draagt hier mooi alle spanning in zich. Het is het afsluitende,
samenvattende woord. Het woord 'oppassen' roept associaties op van
gevaar. En de langgerekte dubbele s versterkt op klankniveau de spanning
van het beeld.
De bundel komt echter volledig tot leven bij het laatste,
naamgevende deel: 'Callahan'. Hierin wordt de hoofdrol gespeeld door
Harry Callahan, beter bekend als de filmfiguur Dirty Harry, die ook
in het gedicht zelf kwistig zijn filmengelse oneliners rondstrooit:
What's
a girl gotta do
to go to bed with you?
Try knocking on the
door?
('Callahan', p.60)
Het cynische Engels doet mij ook aan
enkele romans van William S. Burroughs denken, waarin een hoofdpersoon
met een soortgelijke instelling rondwaart. Het deel 'Callahan' is geheel
onverwachts ingedeeld in vijf onderdelen, genoemd naar de vijf Dirty
Harry films die er zijn gemaakt: Sudden Impact, Dirty Harry, Magnum
Force, The Dead Pool en The Enforcer. Hier geeft Kosters zijn stijl
het meest de vrije hand, en het is dan ook daarom dat dit deel het
meest interessant is. De tekst ontspint zich als een lange 'monologue
intérieur', waarin een veertiger, in een soort midlife crisis,
zijn leven overziet. In collagevorm zijn de overpeinzingen van de hoofdpersoon,
zijn filmengelse oneliners, en zijn gebeurtenissen gerangschikt. Het
resultaat is een lang gedicht in de vrije vorm, waarbij de spanning
vooral zit in de samenhang tussen de verschillende elementen. Kosters
slaagt er niet volledig in om deze spanning consequent te handhaven
ten einde constant een meeslepende 'flow' in zijn gedichten neer te
leggen. Desalniettemin bevat het deel veel leuke en goed geschreven
stukken:
Hij
benadert de vraagstellingen
die het complexe speelveld genereert
integraal
vanuit verschillende
disciplines.
I am the police.
Vervolgens worden via een combinatie
van onderzoek en ontwerp
de meest adequate oplossingen,
nieuwe
concepten en strategieën aangedragen:
You're gonna
play this creep's game?
[Pauze]
('Callahan', p.54)
Ook
op zinniveau houdt Kosters ervan om verschillende elementen in een
associatieve collagevorm bij elkaar te brengen. Zulke constructies
hebben een kortstondig verwarrend effect:
Hij volgt het spoor terug.
Erover
valt de schaduw van een hoge
luchtballon. Je ziet ze veel.
Ze
kleuren de hemel. Ze schijnen.
Ze vallen op en men kijkt neer:
ruimteschip
in notendop
('NS zet bussen in', p.17; mijn cursivering)
Dit
is geen levensles meer,
dit is doodzonde
('Callahan',
p.57; mijn cursivering)
Op andere manieren gebruikt Kosters eveneens
meer dan de alleen de betekenis van de taal. Hij werkt met het geluid
van woorden ten einde de betekenis te verrijken. In: 'Kolereherrie
dendert voorbij' ('NS zet bussen in', p.15), snelt een trein voorbij
een perron. En in: 'Holderdebolder, onverschrokken tuimelaar' ('Polaroids',
p.30), wordt een rennende hond beschreven. Het lijkt erop dat Kosters
juist het bewegende in zijn taal vast wil leggen. Ik vind deze bevindingen
geslaagder dan bijvoorbeeld de eerder aangehaalde constructie.
Tot
slot gebruikt Kosters veel herhalingen. Hierbij mist hij volgens mij
teveel het spanningselement om ze interessant te laten zijn voor de
lezer. De herhalingen voegen als stijlfiguur weinig toe aan de boodschap
van de tekst:
Callahan in de wetenschap, kortom.
In de wetenschap
dat de wereld alleen van binnenuit
ontmantelt kan
worden, in de wetenschap,
in de wetenschap dat dode muzen
hem
meer zeggen dan levende muizen,
in de wetenschap,
('Callahan',
p.61)
De maatschappijkritiek en verontwaardiging over de gang van
de wereld ontstijgt in deze bundel niet het niveau van Callahan:
Some
nights I wake up
and wonder where the hell
the
world is going to.
( 'Callahan', p.63)
En hij mijmert over zijn
werk:
Zijn afdeling bestaat (uit) het
zichzelf in stand (te)
houden,
Met (autotekst) de meeste hoogachtig,
praatjes.
De Baas
zijn tanden flakkeren
als hij de praatjes
houdt.
De praatjes worden verlucht
middels plaatjes middels
Microsofts machtswoord.
('Callahan', p.48)
Kortom,
Callahan en Andere Gedaanten van Onno Kosters is een interessante
en leuke bundel. Vooral de experimentele kant van zijn gedichten kan
op mijn sympathie rekenen. Het had wat mij betreft zelfs wat radicaler
gemogen. Jammer van deze bundel vind ik echter dat de spanningsboog
hier en daar verslapt, wat ik wijt aan de niet gelukte taalconstructies
en aan de afstandelijke, observerende toonzetting van zijn gedichten.
Maar ook zo is de bundel zeker de moeite waard.
Onno Kosters Callahan
en Andere Gedaanten
Uitg. Contact, Amsterdam, 2004
80 blz.; €
15,=
ISBN 90 244 1897 X
Zie ook
www.doelverdediger.nl
Literair Kort
door Joop Leibbrand
Dat 2004 het
Pablo Neruda-jaar
is omdat Pablo Neruda (Nobelprijs Literatuur 1971) honderd jaar geleden
werd geboren (12 juli 1904) zal de Meanderlezer niet ontgaan zijn.
In Meander 248, 249 en 250 besprak Yves Joris onlangs
Canto General
(Rainbowpocket),
Honderd liefdessonnetten en
Verblijf op aarde (beide
uitg. P). In de Knipscheer kwam deze maand met
Boek der vragen, een
vertaling door Stefaan van den Bremt van
Libro de las preguntas, een
dichtbundel waarmee Neruda in 1974 zijn 70ste verjaardag had willen
vieren - Neruda had er een traditie van gemaakt om, van decennium tot
decennium, zijn geboortedag te gedenken met een nieuwe publicatie -
maar die uiteindelijk in dat jaar postuum in Buenos Aires verscheen.
Boek der vragen, dat als een van Neruda's origineelste en vernieuwendste
bundels wordt beschouwd, bestaat uit een reeks van 74 gedichten die
uitsluitend vragen bevatten, regel na regel, strofe na strofe. Ze zijn
in het algemeen bondig verwoord, lijken van de hak op de tak te springen,
zijn speels, buitenissig, soms bijna nonsensicaal en absurdistisch.
IV
Hoeveel kerken heeft de hemel?
Waarom waagt de haai
geen aanval
op de onverschrokken sirenen?
Smoezelt de rook met
de wolken?
Is het waar dat alle hoop
besproeid moet worden met
dauw?
Verborgen in het hart van de bundel (35 t/m 39) zit het
thematische vertrekpunt van het boek: een dichter die zijn einde voelt
naderen en met een tomeloze scheppingsdrift afscheid wil nemen van
het leven:
XXXV
Is ons leven niet een tunnel
tussen twee vage
klaarten?
Of is het niet een klaarte
tussen twee donkere driehoeken?
Of
is het leven niet een vis,
klaar voor een bestaan als vogel?
Bestaat
de dood uit niet-bestaan
of uit een gevaarlijke massa?
Una pregunta
trae otra. De ene vraag lokt de andere uit, 314 vragen in totaal, en
op geen enkele past een antwoord. Duidelijker kon Neruda de absurditeit
van het leven niet verwoorden.
Pablo Neruda - Boek der vragen
Vertaling
en nawoord Stefaan van den Bremt
Uitg. In de Knipscheer, Haarlem 2004
96
blz.; € 15,75
ISBN 90 6265 567 X
www.indeknipscheer.com
****
Het
Vlaamse literair kwartaalschrift
Kruispunt wijdt de afleveringen van
juni, september en december in een keer geheel aan Cyprus. Onder de
titel
Wij wonen in een taal geven samenstellers Kees Klok en Stella
Timonidou in een kloek boekwerk een overzicht van de hedendaagse literatuur
en cultuur van dit kosmopolitische eiland. Nadat in inleidende hoofdstukken
is ingegaan op zaken als de historische achtergronden van de kwestie-Cyprus,
de positie van het christendom, de ontwikkeling van het Grieks-Cypriotische
onderwijs en een algemeen beeld gegeven wordt van de Cypriotische dichtkunst,
is verreweg het grootste deel gereserveerd voor het oorspronkelijke
werk van een groot aantal dichters en prozaïsten. De meeste
aandacht gaat daarbij uit naar de Grieks-Cyprioten, maar de Turkstaligen
ontbreken niet. Van alle gedichten is naast de vertaling ook het origineel
opgenomen, vrij uniek voor deze talen. Het feit dat de uitgave mede
tot stand kon komen door steun van de ambassade van de Republiek Cyprus,
is daar wellicht mede debet aan. Er gaat met dit boek haast letterlijk
een nieuwe wereld open, want van alle opgenomen auteurs geniet eigenlijk
alleen Kyriakos Charalambidis ruime bekendheid. Voor de (literaire)
Cyprusganger is het boek zeker een aanrader.
Cyprus | Kypros | Kibris
Wij wonen in een taal
Kruispunt 197, Brugge 2004
472 blz.; tot
1 dec. € 19,50, daarna € 24,50, excl. porto.Voor
Nederland bij boekhandel Het Griekse Eiland, Westerstraat, Amsterdam,
Xwinkel@griekse-eiland.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!).
Xkruispunt@pandora.beX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
*****
Om
hart en vurigheid. Over schrijvers en kunstenaars van tijdschrift en
uitgeverij De Gemeenschap 1925-1941 van
Lex van de Haterd biedt precies
wat de titel belooft: een gedreven, haast met een zekere overgave geschreven
overzicht van alles wat de Nederlandse variant van het Vlaamse
Ruimte
in die hectische periode van het interbellum te bieden had. In zijn
voorwoord zegt Van de Haterd dat eerdere studies geen aandacht hadden
voor de uitgeverij en zich bovendien uitsluitend richtten op de inhoud
van het progressief-katholieke maandblad dat zijn wortels had in Utrecht.
Hij stelde zich ten doel met name het artistieke aspect (typografie,
omslagontwerpen en de illustraties passen binnen het figuratieve expressionisme
en het abstracte constructivisme van De Stijl en De Nieuwe Zakelijkheid)
systematisch te onderzoeken en het blad aldus een plaats in de kunstgeschiedenis
te geven.
In deel I schetst hij uitgebreid het literair- en kunsthistorisch
kader. Hij gaat binnen de specifieke politieke en sociaal-economische
context van die dagen in op het culturele klimaat, behandelt de belangrijkste
'concurrenten' (
De Gemeenschap haalde ooit 1700 abonnees,
Forum kwam
nooit tot meer dan 400) en gaat nauwkeurig de receptiegeschiedenis
na.
De formule van het door Jan Engelman, Willem Maas en de broers
Henk en Louis Kuitenbrouwer (de laatste alias Albert Kuyle) opgerichte
blad was gebaseerd op het evenwicht tussen artistieke vrijheid en literaire
esthetiek enerzijds en een radicaal sociaal engagement vanuit een katholieke
levensvisie anderzijds.
De titel blijkt gebaseerd te zijn op een
citaat van Anton van Duinkerken, uit de brochure
Wij en de politiek
uit 1930, een pamflet tegen de compromissenpolitiek en de beginselloosheid
van de Rooms-Katholieke Staats Partij, waarbij het
hart stond voor
de rechtvaardige, liefdevolle samenleving en de
vurigheid voor een
geestdriftige beleving van de kracht van het geloof.
De Gemeenschap
beleed een ideaal, streed daartoe eensgezind tegen bisschoppelijke
censuur, maar nauwelijks latente fascistische en anti-joodse gevoelens
brachten een deel van de redactie in 1934 tot de oprichting van
De
Nieuwe Gemeenschap, een blad dat drie jaar zou bestaan.
De Gemeenschap
zelf werd in 1941 door de bezetter verboden.
Deel II bestaat uit
21 portretten van de belangrijkste medewerkers. Zowel van de toonaangevende
redacteuren en auteurs als Jan Engelman, Albert Kuyle en Anton van
Duinkerken, als van de belangrijkste vormgevers en illustrators is
er een compleet overzicht van leven en werk, toegespitst op hun belang
voor
De Gemeenschap. Zeer lezenswaardig is het uitgebreide portret van
de Gentse graficus en beeldhouwer Jozef Cantré. Van sommige
van deze kunstenaars is het de eerste keer dat een dergelijk portret
in boekvorm verschijnt: van de verrassend moderne ontwerper en typograaf
Andries Oosterbaan bijvoorbeeld of van de architect Willem Maas. Maar
ook over Gerrit Rietveld en Sybold van Ravesteyn is informatie opgenomen
die nergens anders te vinden is.
Vanaf eind 1925 geeft
De Gemeenschap
ook boeken uit. In deel III wordt de complete fondslijst gepubliceerd,
waaruit blijkt dat ook niet-katholieken als Bordewijk, Marsman en Van
Ostaijen werden uitgegeven. Toegevoegd is nog een 'encyclopedie' met
korte beschrijvingen van de overige medewerkers van het tijdschrift.
Alhoewel Van de Haterd neerlandicus is, afficheert hij zich
helaas soms wat al te nadrukkelijk als de liefhebber, de verzamelaar,
die hij zegt te zijn. Zelfs de futielste feiten vinden een plaats en
werkelijk alles wordt verklaard en toegelicht in een neiging tot encyclopedische
volledigheid die soms amateuristisch aandoet. Maar plezierig is dan
weer wel dat het uitgebreide notenapparaat van aantekeningen, toelichtingen
en verwijzingen is opgenomen in de marges, waardoor dit een integraal
onderdeel van de tekst uitmaakt en de lezer veel bladerwerk bespaard
blijft. Het boek is schitterend vormgegeven, waarbij omslag en illustraties
geheel in 'stijl' zijn.
----
Lex van de Haterd (1954) studeerde
Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam
en schreef eerder artikelen in diverse boeken en tijdschriften over
auteurs en kunstenaars uit het interbellum. In 2000 publiceerde hij
bij In de Knipscheer
Bloemen in het zand, een monografie over de beeldend
kunstenaar Pieter Wiegersma.
Lex van den Haterd - Om hart en vurigheid
Omslag
en vormgeving Anders Kilian
Uitg. In de Knipscheer, Haarlem 2004
352
blz. met 200 illustraties waarvan 19 in kleur
Prijs tot en met 20
november a.s. 24,50; daarna € 29,50
ISBN 90 6265 566 1
indeknipscheer.com
www.staalkaart.nl/degemeenschap
(advertentie)
nieuw: Meander huiswijn - drink for thought heerlijke rode en witte wijnen speciaal voor Meander-lezers scherp geprijsd!
Ga voor informatie naar www.grooteiland.nl en bestel. |
Hugo Claus - In geval van nood
Een knipoog naar Calvino
door
Annette van den Bosch
Op 5 april 2004 werd Hugo Claus 75 jaar
en dat liet de uitgever niet onopgemerkt voorbijgaan. Er verschenen
mooie uitgaven van de Verzamelde Gedichten en van alle romans, Mark
Schaevers maakte een uitvoerige keuze uit vijftig jaar interviews en
Claus zelf droeg een nieuwe bundel bij,
In geval van nood, dat binnen
een maand al toe was aan een tweede druk.
Het is een forse bundel
van 197 pagina's, waaruit ik een aantal thema's belicht: het thema
schrijven en het thema liefde. Het openingsgedicht begint zo:
Woorden?
Grondeloos
Leestekens? Noordeloos
(p. 7)
De tekst geeft al aan
dat woorden mogen rondgaan zonder vaste grond en dat er minder punten
en komma's gebruikt hoeven te worden. Zij zijn zonder Noorden.
Vervolgens
spreekt hij over het gedicht als nest. Een verwijzing naar Jozef Deleu's
literaire tijdschrift
Het liegend konijn waarin de gedichten 'uit het
nest geroofd' zijn?
Het eerste gedicht eindigt met de woorden:
Ach,
wat nog rest
na het gemiddelde van de jaren
is een steeds minder
bibberend
springplankje
(p. 7)
De springplank bibbert minder,
maar is wel gereduceerd tot een plankje, in de loop der jaren. Zijn
dit de woorden waarmee een 75-jarige terugkijkt op een lange, bevlogen
en vooral bijzonder productieve carrière als schrijver en
regisseur met gedichten, boeken, toneelstukken en films op zijn naam?
Weinigen zullen hem na kunnen volgen. Zo'n brede blik, zo'n groot interesseveld
en zoveel productie op zo'n immens terrein. Het motto van de bundel
luidt: 'Con leggerezza pensosa' (met nadenkende licht[voetig]heid).
Deze woorden zijn waarschijnlijk ontleend aan de Italiaanse schrijver
Italo Calvino. De Amerikaanse componist Elliot Carter (1909), de man
die op 90-jarige leeftijd zijn eerste opera schreef, componeerde in
1990 een stuk voor klarinet, viool en cello met de titel 'Con leggerezza
pensosa', opgedragen aan Italo Calvino. Hugo Claus ontmoette Calvino
in 1959 waar zij samen meededen aan het Young Artists Project; hij
heeft de schrijver dus van nabij meegemaakt.
Nadenkende licht[voetig]heid
is een goed motto voor een schrijver die niet van dogma's houdt en
de verwondering nastreeft en vereert. Zijn gedichten variëren
binnen deze bundel sterk van kwaliteit, van goed geschreven verhalende
gedichten tot matige rijmwerk op het niveau 'het is in het Bargoens/
dat ik loens'. Claus voelt in deze variatie ongetwijfeld verwantschap
met de opvattingen van Calvino (1923 - 1985), voor wie lichtheid, snelheid,
precisie, duidelijkheid en veelvormigheid de kenmerken van goede fictie
waren.
In
In geval van nood zijn opgenomen
Made in Belgium, dat
al eerder verscheen als zelfstandige uitgave onder die titel met foto's
van Harry Gruyaert,
Zeezucht dat verscheen onder die titel met schilderingen
van Jan Vanriet en dat in 2003 in een oplage van 76.000 exemplaren
werd verspreid in België en
Groeten, de bundel die verscheen
ter gelegenheid van Gedichtendag 2002.
lees
verder
op site van Meander
(advertentie)
Een boek publiceren begint met een plan ...
Uitgeverij Boekenplan
Publiceer professioneel
klik
hier voor meer informatie
Proza
De pijnlijke warmte van een Cor Ria Leeman
Philip Hoorne
Toen ik de wonderlijke
vaardigheid die lezen heet onder de knie begon te krijgen, zocht ik
rusteloos naar voer om mijn immer knagende leeshonger te stillen. Thuis
viel er op dat vlak weinig te rapen en mijn schoolboekjes waren niet
echt spannende lectuur. Op zekere dag in het tweede leerjaar kregen
alle leerlingen van de directeur een oranje kaart. Bovenaan stond in
grote drukletters 'GEMEENTELIJKE OPENBARE BIBLIOTHEEK WEVELGEM', eronder
'naam', 'voornaam', 'adres' en 'lidnummer'. Het onderste luik van de
kaart en de gehele ommezijde waren in kleine vakjes verdeeld. De gegevens
op de voorzijde werden door mijnheer Vandevenne, de immer ernstig boven
zijn bril loensende bibliothecaris, bij het eerste bibliotheekbezoek
op de lidkaart ingevuld. Telkens je boeken ontleende, sloeg hij op
de kaart een datumstempel, rij na rij. Helemaal onderaan op de voorkant
stond in schuine letters vermeld dat de maximale uitleentermijn één
maand bedroeg. Ik kon me moeilijk voorstellen dat iemand maar één
keer per maand de bibliotheek bezocht. Minstens tweemaal in de week,
meestal op woensdag en zaterdag, trok ik naar het statige herenhuis
in de Hoogstraat, waar de bib was ondergebracht, om er een verse stapel
Rode Ridders, Arendsogen en Pietje Pukken bijeen te zoeken. Heerlijk
vond ik het de rijen af te lopen en me enkel baserend op titel of kaft
te beslissen welke boeken ik mee naar huis zou nemen en welke nog even
moesten wachten, want je mocht niet meer dan acht titels tegelijkertijd
ontlenen. Al gauw werd het moeilijk om avonturen van mijn helden te
vinden die ik nog niet had verslonden. Bijzonder groot was dan ook
het alsmaar zeldzamer wordende genot te stuiten op een aflevering die
ik al zo lang wilde bemachtigen, maar telkens aan andere kinderen bleek
uitgeleend.
Ach, bibliotheken, die kathedralen van intellectueel
genot. Mocht de Minister van Cultuur morgen beslissen alle kerken om
te bouwen tot openbare bibliotheken, ik zou met veel plezier mijn werkmansplunje
aantrekken en een trommeltje cement helpen draaien. Eens de verbouwingen
voltooid, start de overheid toch maar best met een grootscheepse voorlichtingscampagne
om het nut van deze instellingen toe te lichten, want er zijn nog altijd
lui die niet snappen waar ze toe dienen. Dit ervoer ik vorige week
toen ik Mario Vandaele tegen het lijf liep net op het moment dat hij
twee vuilniszakken van voor mijn gevel weggriste. Niet dat Mario in
mijn afval snuistert, helemaal niet. Hij werkt bij de huisvuilophaaldienst,
halftime, alleen de onpare huisnummers.
“Weet je nog, Phil, hoe we
vroeger in dat oude herenhuis met al die boekenrekken, afspraakjes
regelden met de grietjes van de meisjesschool?” begon Mario een eind
nostalgisch weg te zeiken.
“En of, Mario, en of. Wist je trouwens
dat men enkele jaren geleden de bibliotheek heeft overgebracht naar
een paviljoen in het park? Naar het schijnt speelt het geflikflooi
zich nu niet meer af tussen de boekenrekken, maar in het struikgewas.”
“Wist
ik niet, het park ligt niet op mijn route. Man, dat waren nog eens
tijden. Ik nam de meiden altijd mee naar de afdeling met de blauwe
stip, voor kinderen van 8 tot 12 jaar, ha, alsof broekventjes van die
leeftijd al verstand hebben van zo'n dingen. Ooit stond ik daar wat
aan Marleentje, de dochter van de melkboer, te prutsen toen mijn buurjongetje
wat tussen de rekken kwam lummelen met een papiertje in zijn hand.
Wat moet je, Lode, snauwde ik hem toe. Een boek, zei hij met een angstig
stemmetje. Ik nam het eerste het beste boek van achter Marleentjes
rug en keilde het naar zijn kop, recht boven zijn oog. Daar heb je
je boek, en nu wegwezen, jij viespeuk, schreeuwde ik. Nooit meer last
gehad van die geperverteerde gluurder. Om naar die apen te gooien,
daar waren die boeken uitermate geschikt voor, maar voor de rest heb
ik nooit begrepen wat die daar stonden te doen. Een stevige volle wand,
daar hadden we nog eens kunnen tegen leunen met zo'n mokkel in onze
armen, hadden we tenminste wat steun gehad, maar die muffe, stinkende
boeken, neen, handig was anders.”
Mario sprong achter op de vuilniswagen
en salueerde in mijn richting. Heel even moest ik de neiging onderdrukken
deze exponent van het klootjesvolk een zetje te geven zodat hij door
het wegrijdende gevaarte verzwolgen zou worden.
Het klootjesvolk,
leer het mij kennen. Wist u, geachte lezer, dat ik zelf uit een milieu
kom waar men denkt dat cultuur niet verder reikt dan het smoelwerk
van Jacques Vermeire of de toogzweer van André Hazes. Nog
nooit heb ik mijn vader of moeder met een boek in hun pollen gezien,
als ik hun spaarboekje en de telefoongids even buiten beschouwing laat.
Meer zelfs, mijn ouders waren exquise boekenhaters. Voor mijn eerste
communie kreeg ik van mijn suikertante een prachtig geïllustreerd
naslagwerk cadeau. 'De 100 grootste uitvindingen van de 20ste eeuw',
luidde de titel. Toen ik op een middag thuis kwam van school stelde
ik tot mijn afgrijzen vast dat mijn moeder het tot een negentigtal
uitvindingen had gereduceerd. De middelste bladen lagen opengevouwen
op de keukentafel onder een berg aardappelschillen.
“Er was even
niets anders”, zei ze toen ik haar huilend toeschreeuwde wat dit te
betekenen had.
“Ma,” riep ik uit, “had dan een oude krant of het
reclamedrukwerk genomen.”
“Die oude kranten verkopen we aan de voddenhandelaar,
dat weet je maar al te goed. Denk je misschien dat het geld op onze
rug groeit. En uit de reclamedrukwerken moet ik nog kortingbonnen knippen,”
gilde ze opgewonden.
Neen, het leven als kleine intellectueel was
geen pretje. Ik kon nooit zomaar een boek in huis laten rondslingeren.
Zonder verpinken knipte mijn vader het tot velletjes wc-papier of gebruikte
hij het als vloerbedekking in zijn volière. Maar het liefst
van al stak hij er de kachel mee aan. Daar kon mijn vader enorm van
genieten. Het mocht zomer zijn en 35 graden warm, speciaal om van een
boek af te zijn ontstak mijn vader dan de stoof.
“35 graden of 40,
what difference does it make,” zei hij, maar dan wel in 't West-Vlaams,
want mijn vader kent geen gebenedijd woord Engels. Zowat de halve jeugdboekenverzameling
van de Wevelgemse bibliotheek moet door onze schoorsteen zijn gepasseerd.
Op een dag gebeurde het onvermijdelijke. Ik werd bij Vandevenne
geroepen die er mij op wees dat ik nog stapels boeken moest terugbrengen.
Gespeeld vriendelijk zei de rijzige bibliothecaris dat hij mijn leesdrift
en hang naar kennis wist te appreciëren, maar dat er behalve
mezelf nog andere kinderen in de gemeente waren die zich ook wel eens
in een boekje wilden verdiepen.
“Drie dagen krijg je, mijn beste
vriend, om al die ontleende boeken terug te brengen,” klonk het plots
iets grimmiger. “Vraag desnoods aan je vader dat hij een lichte bestelwagen
huurt, dan is de klus met enkele keren heen en weer rijden zo geklaard.
Als je dit met je fiets moet afhandelen, duurt het nog eeuwen voor
de rekken van de jeugdafdeling terug gevuld zijn. Begrepen joch? Eruit
nu, en onthoud wat ik je gezegd heb, drie dagen, geen minuut langer.
“
Even wou ik hem alles vertellen, maar de schaamte was zo groot dat
ik geen woord over mijn lippen kreeg. Ik had met het grootste gemak
kunnen vertellen dat mijn vader dronk, dat hij er een half dozijn minnaressen
op na hield, dat hij blauw ondergoed droeg - was ook zo - maar niet
dat mijn bloedeigen pa boeken scheurde en verbrandde. Dat leek mij
in de tijd dat incest en pedofilie nog heel obscure begrippen waren
zowat het ergste misdrijf dat een mens kon plegen.
De vierde dag na
Vandevennes ultimatum ontving ik thuis een brief waarin stond dat een
schadeclaim zou worden opgemaakt en dat ik voor onbepaalde duur de
toegang tot de Gemeentelijke Openbare Bibliotheek Wevelgem werd ontzegd,
en dat deze maatregel met onmiddellijke ingang werd uitgebreid tot
alle andere koninklijke, gewestelijke, provinciale, regionale, stedelijke
en gemeentelijke openbare bibliotheken binnen de Europese Unie, toen
nog de E.E.G., gelukkig met minder lidstaten dan tegenwoordig, alhoewel,
wat donderde het, wij gingen toch nooit op reis. Hoe had ik ooit een
boek kunnen bemachtigen uit een Sloveense bibliotheek, een Nederlands
boek dan nog? Tot overmaat van ramp hingen binnen de kortste keren
in alle bibliotheken van Vlaanderen reuzengrote posters met mijn beeltenis
en daaronder de volgende tekst: 'Leen een boek uit aan een blinde,
leen een boek uit aan een pitbullterriër, maar leen nooit
een boek uit aan deze jongen.'
Indien ik kort daarop Tamara niet
had leren kennen, was ik waarschijnlijk voor de rest van mijn leven
van boeken verstoken gebleven. Tamara werkte deeltijds in de bibliotheek.
Ze was de dochter van de gemeentesecretaris en heel wat ouder dan ik.
Elke namiddag zat ze aan de balie van de audiovisuele afdeling die
toen nog discotheek heette. Het audiovisueel bestand bevatte twee LP's
van de Beatles, één van de Rolling Stones en
alle platen van James Last. De hiërarchie in de popmuziek
moet gerespecteerd worden, zei Vandevenne altijd. Die stelling huldigde
hij ook voor de literatuur, vandaar dat er in de hele bib geen enkel
boek van Hugo Claus te vinden was. Druk had Tamara het niet met die
twintig platen, en de zaak van de niet teruggebrachte boeken intrigeerde
haar. Ze begon zich warempel voor mij te interesseren en we begonnen
een heuse relatie. Meisjes met zo'n exotische naam waren zeldzaam in
die tijd, dus mocht je een kans op verkering met zo'n Tamaraatje niet
laten schieten.
Toen ze na lang aandringen de ware toedracht over
het mysterie van de verdwenen boeken ontdekte, bracht ze die op mijn
vraag discreet ter sprake bij Vandevenne. Dankzij haar mocht ik de
bib terug binnen. In allerijl werden mijn posters verwijderd en in
de plaats daarvan kwamen er affiches met een robottekening van mijn
ouders Die droegen het veelzeggende opschrift: 'Boekenverbranding is
het ergste wat er bestaat, ach, waren deze mensen maar ordinaire moordenaars.'
Weinig subtiel, maar Vandevenne bediende zich al van oneliners nog
voor dat woord was uitgevonden. Niet voor niets noemde men hem de Wevelgemse
Louis Tobback en dat had niets met zijn politieke kleur te maken, want
Vandevenne was flaminganter dan een roedel Vlaamse leeuwen dat op 11
juli een snipperdag doorbrengt in de IJzertoren.
Wat er verder
gebeurde? Tamara volgde een opleiding als maatschappelijk werkster
en koos als studieobject voor haar scriptie de boekenhaat van mijn
ouders. In het besluit stond te lezen dat die meer als slachtoffers
dan als daders gezien moesten worden. Ze haalde zwaar uit naar de Belgische
overheid omdat die geen gepaste hulpopvang inrichtte voor mensen die
lijden aan boekenfobie. Tijdens de interviews die ze in mijn ouderlijk
huis afnam, was ze heel erg close geworden met mijn vader, en enkele
weken na haar afstuderen muisden ze er samen vanonder naar een onbekende
bestemming. Mijn moeder, gek van verdriet, begon haar memoires te schrijven,
maar omdat ze de beschreven vellen elke middag gebruikte om er de patatten
op te schillen, kwam haar literaire carrière niet echt van
de grond. En ik ontving dagelijks stijlvolle brieven van bibliotheken
uit alle Europese lidstaten met de beleefde mededeling dat ik terug
welkom was om bij hen boekjes te ontlenen.
Zoveel jaren later probeer
ik die zwarte bladzijde uit mijn levensboek te scheuren door mezelf
voor te houden dat ik, als product van het klootjesvolk, al bij al
toch nog goed ben terechtgekomen. Alle omstandigheden in acht genomen
durf ik te beweren dat de herinnering aan mijn barbaarse jeugd elke
dag een beetje meer vervaagt, en dat ik bijna geheel ben ontsnapt uit
het milieu waarin ik ben opgegroeid. Een milieu dat zo kloot was dat
je mijn vaders ballen kon zien hangen als hij even een broekspijp omhoogschoof;
zo kloot dat, indien je mijn vaders balzak eraf had gesneden, hij een
week later alweer zou zijn aangegroeid. Trauma's, o, wat heb ik een
trauma's gehad, en niet alleen het boekentrauma. Zo'n ongelukkige jeugd,
dat maken ze tegenwoordig niet meer. Tegenwoordig vinden kinderen al
dat ze een ongelukkige jeugd hebben als ze met hun ouders op reis gaan
naar Zuid-Frankrijk in plaats van naar Mexico of Egypte. De jongelui
van tegenwoordig denken dat ze verwaarloosd worden als er hen eens
een middag geen soep, voorgerecht, sorbet en dessertenbuffet wordt
opgediend. Maar ik, o, wat was ik ongelukkig telkens er een René
Swartenbroeckx of Cor Ria Leeman de woonkamer verwarmde en ik tussen
mijn ouders in gezeten verplicht werd te kijken naar Hoger Lager, een
spelprogramma op de toenmalige BRT, dat qua debiliteitsgehalte zijn
tijd ver vooruit was. O, wat was ik ongelukkig toen ik op zondagavond
vervuld van walging moest kijken naar De Paradijsvogels, kringspiervernauwend
drama van eigen bodem, zo kut dat het hele huis ervan stonk en ik me
voortdurend afvroeg of mijn moeder die ochtend wel een onderbroek had
aangetrokken, en zo ja, een schone.
Ik ben nu even oud als mijn
ouders toen. Mijn moeder leeft al jaren in een psychiatrisch verzorgingstehuis,
waar ze wegkwijnt als een onverzorgde plant. Wat er met mijn vader
en Tamara is gebeurd weet ik niet. Het interesseert me nauwelijks.
Mijn vader had wellicht liever een analfabete klojo à la
Mario als zijn enige zoon gehad, maar ik ben nu eenmaal wie ik ben.
Het spijt me, vader, sorry ma. Soms kan ik toch zo moeilijk geloven
dat ik uit jullie zaad en ei ontsproten ben, maar het is niet anders.
Ja toch?
Nieuws
Vandaag kan het gebeuren
Op woensdag 3 november om 20.00 uur presenteert uitgeverij Het Zinkend Schip de bundel
Paspoort voor de Stateloze van Joke Kaviaar. In theater De Cameleon aan de Derde Kostverlorenkade 35 te Amsterdam wordt daarbij onder de noemer
Vandaag kan het gebeuren een avondvullend programma aangeboden. De verzameling teksten en gedichten van Joke Kaviaar is geschreven naar aanleiding van het uitwijsbeleid van de Nederlandse overheid. Naast Kaviaar treden op 3 november ook Kristian Kanstadt, Jan Bruens, Scala, HofSTADnar, Eddie Woods en Nico van Apeldoorn op. Er is muziek van Reia Weiboud en Rymke Wiersma. Uitgeverij Het Zinkend Schip is gevestigd aan Amstel 47 te Amsterdam. E-mail:
Xhetzinkendschip@hotmail.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!) . Zie voor meer informatie
www.decameleon.nl of
home.zonnet.nl/joke.kaviaar/
Festival Mooie Woorden
De Stichting Utrechts Boekenfeest organiseert van 29 oktober tot en met 6 november het eerste
Festival Mooie Woorden. Het festival start op 29 oktober in de Winkel van Sinkel met een literair diner en openingsfeest. Het menu (Indiaas buffet) en het programma zijn te vinden op de website
www.festivalmooiewoorden.nl . Er zijn edities te bezoeken van o.a. het Verteltheater, Poëziecircus, Write now!, PoetryInMotion, Dicht/Vorm en Poëzie-entiteit Blauw. Vrouwkje Tuinman is op 31 oktober te gast bij Lava Live in Café Hofman en op woensdag 3 november op Caféstival in Nieuwegein. Alle details over het
Festival Mooie Woorden zijn te vinden op de website. E-mail:
Xinfo@festivalmooiewoorden.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!) of tel. 0616714310.
Hier op deze plek
Op de grens van Nederland en Duitsland is op 14 oktober een kunstwerk geplaatst van Saskia Boelsums en Peter Veen. Het gaat om een combinatie van beeld en tekst, afgedrukt op het betonnen wegdek van een brug. Het kunstwerk bestaat uit helderblauwe lucht met tekst, afgewisseld met afbeeldingen van een bladerdak in alle denkbare tinten groen. Beeld en tekst zijn mede tot stand gekomen op basis van gesprekken met de bevolking. Achtergronden, beeld, tekst en een routebeschrijving zijn te zien op
www.isadora.nl (
Hier op deze plek). E-mail:
Xpost@isadora.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Gevelgedicht
Op de gevel van Schouwburg De Meerse op het Raadhuisplein te Hoofddorp hangt tot 29 oktober het gedicht
Stilte van Ilse Starkenburg. Het gedicht is met grote witte letters geschilderd op een bruine achtergrond, uitgevoerd door de stichting Kunst en Bedrijf.
Zinzichten
Doorgeverij ZINDEREND komt met de mini-uitgave van ansichtkaarten met poëzie (Johanna Kruit, John Bindels, Bert Bevers) en proza (uitgever Frans Mink zelf). Een envelop met vier kaarten kost 2,50 Euro, te bestellen via
Xminkfj@renaitre.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!) .
Droom in blauwe regenjas – werk van nieuwe Friese dichters
Op 28 oktober verschijnt de tweetalige bloemlezing
Droom in blauwe regenjas (uitgeverij Contact & Bornmeer) met werk van een nieuwe generatie Friese dichters. Het ISBN-nummer is 90 254 2521 6. Hein Jaap Hilarides en Tsead Bruinja maakten een ruime keuze uit het werk van gevestigde namen als Albertina Soepboer, Cornelis van der Wal en Anne Feddema en keken ook naar veelbelovende debutanten als Abe de Vries, Elmar Kuiper en Janneke Spoelstra. Op de website
www.droominblauweregenjas.info/nl/index.html kan worden gekeken en geluisterd naar de voordrachten van de dichters die in de bloemlezing zijn opgenomen. Naast beeldmateriaal bevat de website ook korte biografieën, vertalingen, recensies en filmpjes. Voetbaltrainer Foppe de Haan leest een haiku voor van de dichter Foppe Venema. Een aantal van de dichters gaan op toernee. De data zijn: 28 okt. De Harmonie, Leeuwarden; 29 okt. De Murdhoun, Húns; 4 nov. Athena's Boekhandel, Groningen; 11 nov. Theater Branoul, Den Haagt; 18 nov. De Drvkkery, Middelburg; 19 nov. Perdu, Amsterdam; 21 nov. Het festival De Wintertuin, Nijmegen; 26 nov. 't Heerenlogement, Harlingen. Details zijn op de website te vinden. Op de Gedichtenlijn 0909-4334248 zijn de hele maand november voordrachten van dichters uit de bloemlezing te horen.
Websites:
www.tseadbruinja.nl/ -
www.boekenwereld.com/ -
www.bornmeer.nl/
OpStaan in Momfer
Elke eerste zondag van de maand is er een voordrachtmiddag van de literaire organisatie
OpStaan in Momfer aan de Oude Molstraat 26a in Den Haag. Op 7 november wordt feestelijk stilgestaan bij het dan bijna eenjarige bestaan. Kijk voor het programma op de website
www.OpStaan.org . Er is open podium. Op de site is een impressie te lezen van Willem Adelaar en Pim Karhof over de middag van 3 oktober.
Literaire agenda Antwerpen
Zondagochtend 24 oktober: Moord & doodslag in de literatuur, door John Vervoort. Nottebohm-zaal Stadsbibliotheek, Hendrik Conscienceplein 4. Toegang 3 Euro. Aanvang 11.00 uur. Tel. 03 206 87 10.
Dinsdag 2 november: Kris Kenis' Keus. Poëzievoordracht Café Rood/Wit, Generaal Drubbelstraat 42, Berchem (zijstraat Statiestraat). Toegang 3 Euro. Aanvang 20.00 uur.
Zondag 7 november: DE SPREKENDE EZELS Maandelijks 'vrij laag podium', gevarieerd poëzieprogramma met een tiental dichters afgewisseld met muziekoptredens. Café De Scene, hoek Leopold de Waelplein (Paleis SK) en Graaf van Hoornestraat. Toegang gratis. Aanvang 20.30 uur.
Donderdag 11 november: De Muzeval. Herman J. Claeys presenteert een gastdichter(es). Nadien open poëziepodium. Vrijpodiumcafé De Muziekdoos, Verschansingstraat 63, 2000 Antwerpen. Toegang gratis. Aanvang 20.00 uur.
Zondag 14 november: Naar aanleiding van 11 november spreekt Wouter van Raamsdonk over het ontstaan van het genre protestliteratuur tijdens de Groote Oorlog 1914-18. Nottebohm-zaal Stadsbibliotheek, Hendrik Conscienceplein 4. Toegang 3 Euro. Aanvang 11.00 uur.
Zondag 14 november: Dichteres en vertaalster Nicole van Overstraeten leest voor uit eigen werk. Literair Café Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24. Toegang gratis. Aanvang 15.30 uur.
Info. ontleend aan
users.pandora.be/stichtingpipelines
Vertaling bundel Carlos Barbarito
Een nieuwe bundel getiteld
La luz y alguna cosa van Carlos Barbarito is vertaald in het Nederlands op
d-sites.net/barbarito/nederlands/gedichtluzalgunacosa.htm
Schrijf een gedicht: Aids Dichterbij
Het Oost-Vlaamse holebihuis Casa Rosa en de Wereld Van Kina organiseert een poëziewedstrijd voor jongeren van tien tot achttien jaar met de naam
Aids Dichterbij. Op 1 december, Wereld Aidsdag, maakt een jury van literatoren, Bekende Vlamingen (BV's) en mensen met hiv tien winnaars bekend. Hun gedichten worden op diezelfde dag op reuzespandoeken onthuld in tien Oost-Vlaamse steden. Het poëzieproject wil zoveel mogelijk jongeren doen nadenken over wat het betekent om te leven met Aids. Aids is ver weg. Het 'succes' van medicijncocktails drong de sociale en maatschappelijke gevolgen naar de achtergrond. Ondertussen blijft het aantal nieuwe besmettingen stijgen en staan stigma, discriminatie en afwijzing een open communicatie nog steeds in de weg.
Aids Dichterbij wil jongeren daarover doen nadenken. Het project wil ook de dichter in de jongere wakkere maken. Alle gevoelens die dit thema oproept kunnen ze proberen samen te vatten in woorden. Op de website
www.casarosa.be/wereldaidsdag kunnen videofragmenten worden bekeken. Ook is op de site het reglement te vinden, zijn inzendingen te lezen en kan worden gezien dat onder anderen Wim Oosterlinck, Nic Balthazar, Dirk Bracke en Koen Stassijns deel uitmaken van de jury.
Derde internationaal Krikri festival polypoëzie
De Franse dichter Guillaume Apollinaire werd in 1913 in de Parijse Sorbonne op zijn eigen stem gewezen. Hij werd in de gelegenheid gesteld van zijn poëzie een sonore opname te maken. Het was het ontstaan van de klankpoëzie, sonore poëzie kortom polypoëzie. Een van de gevolgen is dat in Theater Tinnenpot aan de Tinnenpotstraat 21 te Gent op zaterdag 27 november een derde festival omtrent polypoëzie wordt georganiseerd. Dichters en musici uit Zweden, Duitsland, Letland, Rusland, Irak, Libanon, Zwitserland, Nederland en België verlenen hun medewerking. Aanvang van het festival is om 19.00 uur. Op maandag 22 november worden in de Artcinema Off Off, Begijnhof ter Hoye, Lange Violettestraat 237 te Gent van 20.00 tot 22.00 uur experimentele polypoëtische films en documentaires vertoond. Kaarten zijn te bestellen bij het bespreekbureau van Theater Tinnenpot, tel. +32 (0) 9 225 18 60. Kijk voor meer informatie op de website
www.krikri.be of mail naar
Xinfo@krikri.beX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Erik Solvanger wint poëziewedstrijd Maastricht
Erik Solvanger, van wie onlangs bij uitgeverij 521
Eenvoudig schedellichten verscheen (zie
Meander 249) won uit 26 inzendingen met zijn gedicht 'Draai om Jeker' de poëziewedstrijd van de gemeente Maastricht. De tekst heeft, gebeiteld in keisteen, een plaats gekregen in het nieuwe Jekerpark, naast die van de Maastrichtse dichters Pierre Kemp, Frans Budé, Wiel Kusters en Hans van de Waarsenburg.
Draai om Jeker
Draai om
kermen de huizen
terwijl ze hijgend
op elkaar leunen.
Draai om
in je heuvelrijk
als je licht vangt
kun je schaduw maken.
Draai om
voor je in gedichten
en zonder namen
sterven moet.
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.
Nieuwsberichten voor Meander 253 van zondag 7 november dienen uiterlijk dinsdag 2 november in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan
Xnieuws@meandermagazine.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Redactie:
Adelheid Bekaert,
Annette van den Bosch,
Yves Joris,
Gerard Kool,
Joop Leibbrand,
Margo Verbiest,
Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra,
Yvonne Broekmans,
Hans Hamburger,
Tine Moniek,
Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Chris Coolsma,
Rutger H. Cornets de Groot,
Edith de Gilde,
Milla van der Have,
Joris Lenstra,
Bert van Weenen,
Atze van Wieren.
De gedichten worden beoordeeld door:
Adelheid Bekaert, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris en Joop Leibbrand.
De verhalen worden beoordeeld door:
Tine Moniek, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro
8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van
Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres:
http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan
Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan
Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)
Kopij is welkom bij Meander. Zie
http://meandermagazine.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen
teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en
uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site:
gedichten *
verhalen *
artikelen *
recensies *
interviews *
links *
klassiekers *
archief