aflevering 254 * 21 november 2004 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële
bijdragen zijn nodig *
kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service
Feest
Ter gelegenheid van het 250e nummer van Meander Magazine organiseerden we een gedichtenwedstrijd. De opdracht daarin was: schrijf een gedicht over het onderwerp feest, maximaal 14 regels.
Er kwamen 70 inzendingen binnen. Acht daarvan waren te lang.
Uit de 62 geldige inzendingen kozen Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Rob de Vos en Elly Woltjes de drie winnende gedichten.
Op de derde plaats eindigde 'Laat maar waaien' van Martin van Kralingen:
Laat maar waaien
Één had een mand vol kippen mee,
een ander honderdzeven trostomaten.
En ik de wind, die kwam vandaag toch al van zee,
een pick-up en een koffer 33toeren platen.
Maar ‘t draaide veel te heftig in je hoofd, helaas,
zei je. En Limburgse blauwe schimmelkaas
dat kon je ook al niet bekoren. Nee,
nog liever ga ik voor een vroege uitvaart heen,
maar heb de wind terug opnieuw niet mee
nu na dit feest en dat geslemp van vette borden.
Laat mij met rust, zat rode wijn en Verdi opera’s
gewoon maar dichter in mijn doodse stilte worden.
In simpel sufgetob over wat rijm op varkenshaas
bij open raam en volop harde wind van zee.
Op de tweede plaats eindigde het gedicht 'amputatie' van David Troch:
amputatie
moest je dat? mijn benen het dansen beletten? god,
dj, eender wie, zet die verdomde chemical brothers
af. zij werd daar al altijd hoorndol van. wat doe
ik hier? block rockin? beats. in hemelsnaam. hoe
baldadig staan ze daar? kijk eens aan, bespottelijk,
die slingerende lijven. waarom ook niet? stroboscoop
erop. strooi hormonen als confetti in het rond.
en drink en toast en snuif desnoods. ga jezelf een
eeuwigheid te buiten. ja, jij, flierefluiter. wis
en waarachtig: vergeet! geen genade, nee. vannacht
is er niets hartgrondig mis. je gemis is wat het is.
het is wat. wat is het? wat het is. is het wat? fraai
spiegelbeeld dat daar zijn handen wast. echt, ik wil
wel wakker worden, maar er is geen zondag meer.
Het winnende gedicht is 'zomermaaltijd' van Jeanette Coppens:
zomermaaltijd
aan lange tafels zaten wij rond
de rijkbeladen dis vol Indisch eten
herinnering aan vroeger, niets had zij vergeten
de rozen geurden om ons in de avond
en zij, zo stralend blij, wist zich omringd
door ons en al haar goede vrienden
als wij keer op keer onszelf bedienden
genoot zij lachend: een opgewonden kind
en ieder jaar opnieuw, tot op die dag
dat wij buiten zaten en zij binnen lag
maar ramen open, zodat zij ons kon horen
een zomermaaltijd is sindsdien als nooit tevoren
een hecht met elkaar verbonden zijn, en och,
soms hoor ik in de rozenruis haar lachen nog
De winnaar krijgt 50 euro.
De winnaars van de tweede en derde prijs krijgen elk 25 euro aan boekenbonnen.
Alle drie de prijswinnaars krijgen bovendien twee flessen Meanderwijn, beschikbaar gesteld door
wijnhandel Groot Eiland.
Op het adres
meanderwedstrijd.info/wedstrijdjes/feest.html vindt u de drie winnende gedichten plus een aantal eervolle vermeldingen.
Wij danken alle inzenders!
advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij
WRITERS
@T
HOME
thuis in literatuurworkshops
klik
hier
voor meer informatie
|
Gedichten
verzoening
hij wacht weer bij de speeltuin op de hoek
de wind belaagt z’n onverzorgde haren
hij roept naar mij en wil me iets gebaren
ik wend mij af, terwijl ik hoorbaar vloek
ook ’s nachts kan hij zich aan mij openbaren
in steeds die oude regenjas en broek
een zwijgzaam en een ongenood bezoek
geduldig kan hij uren zitten staren
we deelden dan wel genen, de gedachten
verkozen niet dezelfde weg te gaan
hij heeft de klok al twaalf maal horen slaan
ik vind het nog te vroeg, ik laat hem wachten
Daan de Ligt
auteurspagina Daan de Ligt
reageer op dit gedicht
niet de mijne
in een stad
die de mijne niet was
zag ik kathedralen
in je ogen
hoorde de fonteinen
in je stem
en ik voelde
voelde het water
over marmer stromen
in die stad
in een taal
die de mijne niet was
sprak je en vroeg je
mij mee
iets drinken op een terras
ik proefde jouw tong
en wist
dat het niet voor eeuwig was
Hennie van Ee
auteurspagina Hennie van Ee
reageer op dit gedicht
Oersoep
Witgekuifde golven
de wind stuift het zout op mijn lippen
jaagt op vlokken voorvaderlijk schuim
te grillig om te worden gevangen.
Ik proef mijn afkomst
de herinnering bruisend
doch de benen standvastig
heb ik het water vaarwel gezegd.
Ester Leibbrand
auteurspagina Ester Leibbrand
reageer op dit gedicht
Winterpolder
Een nieuwe winter is geland, een koud geluid
ontspringt de stalen grond; het volgt mij op de voet.
Tot in de verste verte leeft de rijp zich uit.
Ons kikkerland oogt bikkelhard, mijn adem wit.
De sloten liggen languit dicht en poldergrond
is lijkbleek weggetrokken, reigers missen spijs.
De boerenhuizen wolken gruizig. Alom valt
verschoten winterlicht. Verkleumde neuzen zijn
te tellen, zachte koeienlijven warm gestald.
Mijn hart voelt stroef, het polderpad is spiegelglad.
De tijd verglijdt, maar vaag. Ik ril als blote bomen
zo stil en denk plots aan dat eerste vijgenblad -
Inge Boulonois
auteurspagina Inge Boulonois
reageer op dit gedicht
Zomertijd
Dit zullen wij ons herinneren.
De tijd was verschoven toen wij ontwaakten.
We begonnen de zomer met achterstand.
Er haakten nog dromen in onze hoofden.
Jij zette de radio aan. We luisterden liedjes,
de heerlijke liedjes die wij toen bezaten.
In hun klanken verschool zich de weemoed voor later.
Dit zullen wij ons herinneren.
Het langzame opstaan. De kussen die ons weerhielden
en dat zelfs die kussen de zon niet weerstonden.
Het late ontbijt. De schuifdeuren open.
De zonnende dagpauwoog op het terras,
de eerste dat jaar. Dat ik jou riep
en hoe je verwonderd naar buiten kwam lopen.
Jan Doornbos
auteurspagina Jan Doornbos
reageer op dit gedicht
ONVRIJWILLIG GEDICHT
Ik was van plan dit niet te schrijven,
trachtte eens een uur, een dag, een
leven van het schrijven af te blijven.
Ik faalde en heb toch geschreven.
De afgelopen jaren deed ik flink mijn best,
u heeft vast wel iets van mij gelezen. Het
schrijven, moet u weten, is sterker dan mezelf
en een dichter moet nu eenmaal dichter wezen.
Wat u hier echter leest, had niet mogen bestaan
- helaas, er staat wat er staat, niets anders dan dit.
Beeldt u zich maar in dat ik deze bladzij blanco
laat en beperk u tot het kijken naar het wit.
Philip Hoorne
auteurspagina Philip Hoorne
reageer op dit gedicht
(advertentie)
Handboek voor schrijvers het complete schrijftraject in vijf stappen gouden-gids-gedeelte: uitgebreide adreslijsten |
|
bestellen en informatie: www.schrijven.org |
|
Artikel
Yves T'Sjoen - Stem en tegenstem. Over poëzie en poëtica
door Joop Leibbrand
In
Stem en tegenstem. Over poëzie
en poëtica publiceert de Vlaamse poëziecriticus
Yves T'Sjoen (docent moderne editiewetenschap en moderne Nederlandstalige literatuur aan de Universiteit van Gent) negentien dubbelessays (dialogen) over hedendaagse Nederlandstalige poëzie, geschreven in de periode 1994 - 2003. Acht ervan werden eerder gepubliceerd in
Poëziekrant en
Dietsche Warende en Belfort.
Dichters, zegt T'Sjoen, zijn er in twee soorten. Ten eerste de 'believers', de realisten, zij die denken
hun gevoelens, de gebeurtenissen, hun ervaringen probleemloos en direct in taal te kunnen omzetten – in wezen de traditionele romantische opvatting volgens welke poëzie naar herkenbaarheid strevende zelfexpressie is. Daarnaast de 'non-believers', de taalgerichte dichters, zij die de grenzen van de taal verkennen, buiten de traditionele kaders treden en in hun zoektocht naar het andere, onzegbare, onverstaanbare de ordelijkheid
van het conventionele taalsysteem aantasten.
De laatste twintig jaar is het poëzielandschap door verschuivingen in het normen- en conventiesysteem almaar meer verkaveld en onoverzichtelijk geworden.
Toen de eerste generatie postmoderne dichters als Van Bastelaere, Spinoy,
Hertmans en Verhelst zich aandiende, vroeg dat van de criticus om een
duidelijke stellingname in een expliciet ethisch geïnspireerd
discours. Vanuit de marge is de postmoderne poëzie zo ingeburgerd geraakt, dat de 'traditionele' poëzie inmiddels volstrekt verouderd zou moeten zijn, ware het niet, dat het postmoderne 'failliet van zekerheden' ertoe kon leiden dat vaak toch weer alles op gelijke wijze gewaardeerd wordt, omdat in poëzie eigenlijk 'alles' zou mogen.
T'Sjoen is geen aanhanger van een 'anything goes'-houding,
maar vraagt zich wel af of het geen tijd wordt van het rigide denken
in de onverzoenlijke tegenstellingen tussen 'traditie' (de anekdotische
of romantisch-expressieve poëzieopvattingen) en 'avant-garde'
(het experiment, de autonomistische poëzieopvattingen) af
te stappen.
Critici met een 'open vizier', zegt T'Sjoen, willen de
poëzie niet reduceren tot exemplarisch materiaal voor de eigen
werkelijkheidsopvatting, niet toetsen in hoeverre de poëzie
beantwoordt aan de eigen standpunten. Hij is ervan overtuigd dat een
criticus zijn keuzes altijd moet legitimeren en er niet naar willekeur
subjectieve voorkeuren op na kan houden. 'Als je je visie niet verduidelijkt, dan staat de poort open voor oppervlakkige beschouwingen die alleen iets over de- of appreciatie zeggen, reflecties met "flaptekststatus"
alleen gebaseerd op persoonlijke invoeling van de tekst.'
In T'Sjoens
poëtica zijn interpreteren, abstraheren, parafraseren beperkende
leesstrategieën, die een gedicht reduceren tot een onderwerp.
Gedichten worden volgens hem echter niet door onderwerpen gedragen.
Ze gaan niet érgens over, hebben geen vaste betekeniskern;
ze zijn zichzelf, aanspreekvormen die bij de gratie van de taal bestaan en naar de lezer overslaan. Een gedicht dient vooral te worden ondergaan en door steeds nieuwe leeservaringen te worden geactiveerd. Wie door een eenduidige lezing tot 'begrip' denkt te komen, en bij die notie blijft hangen, 'vertaalt' een gedicht volgens eigen ideologische, religieuze of filosofische opvattingen, zet het om in een ander register, zet het door het geven van een 'gebruiksaanwijzing' in feite stil.
T'Sjoens grote affiniteit met de zogenaamde ontbinding van het klassieke gedicht, met het gedicht als een tekstuele constructie, een woordsysteem draaiend om een lege kern, verklaart zijn keuze voor het grote aantal 'talige' dichters met wie hij in gesprek gaat. Niet verwonderlijk, want ook wie kijkt met open vizier, heeft nog altijd een beperkt blikveld.
De dialogen hebben een vaste opzet: T'Sjoen schrijft – meestal met overdonderend vertoon van geleerdheid - een verhandeling, de dichter reageert. Wat T'Sjoen daar dan vervolgens van vond, komen we niet te weten, maar zijn ze hem naar de zin is er vast sprake van 'open dialogen over interpretaties en lezingen waarin de voltooide teksten toch verder geschreven worden'; in het geval van een duidelijke tegenstem 'leveren de dichters poëticale beschouwingen waarin de enige eigen waarheid belicht wordt.' Immers: criticus en dichter zijn beiden lezers van het gedicht en het is niet
zo 'dat de laatste vanuit zijn auteursintentie de beste lezer van de
twee is, dé waarheid over de tekst bezit, of zelfs maar
altijd de opvattingen van de eerste mag sturen.'
T'Sjoen is een scherpzinnig lezer, een virtuoos en verbeeldingsvol analyticus, maar met een sterke neiging het wetenschappelijke jargon te overdrijven en met grote woorden de dingen nogal eens moeilijker te maken dan ze in wezen zijn. Zijn bijdragen zijn zonder uitzondering knap en interessant, openingen voor een discours op hoog niveau. Maar hij is – en dat ter 'waarschuwing' - in de verste verte geen Wilmink of De Coninck, niet iemand die de lezer bij de hand neemt om hem in te wijden en hem te laten zien hoe 'mooi' een tekst is; het woord krijgt hij zelfs niet eenmaal uit de pen. Het kan moeilijk anders bij iemand die van mening is dat 'fragmentarische tekststructuren meer vertellen dan een conventionele
narratieve (lineaire) structuur'.
'Het anekdotische is voor zondagsdichters',
beweert Jan Lauwereyns. Elma van Haren zegt: 'Schrijven voor een publiek dat zich meteen aangesproken voelt, dat zich voortdurend bevestigd wil zien in algemeen herkenbare gevoelens, vind ik geen boeiend uitgangspunt.
Peter Holvoet-Hanssen stelt: 'Voor wie instant-emotie en –betekenis
verlangt, zijn er troostrijke bundels voor op het nachtkastje.' Het
zijn dichters die zich door T'Sjoen zeer wel begrepen voelen, gevleid
zelfs, en dan ook geen bezwaren maken. Heel sterk is dat bijvoorbeeld
ook het geval bij Mark Insingel, Mark van Tongele en Peter Theunynck.
Stefan Hertmans en Arjen Duinker reageren wat dat betreft heel wat
gereserveerder, terwijl Astrid Lampe en Roland Jooris slim aan het
geven van een serieuze reactie ontsnappen.
Er zijn er ook die zich
ondanks alle lof enigszins lijken te ergeren. Tonnus Oosterhoff, die
voor T'Sjoens uitvoerige exposé een halve bladzijde overheeft
en er fijntjes op wijst dat waarheid overal te vinden is, behalve op
de plek waar zij wordt aangewezen. K. Michel, die zegt van grote woorden een beetje misselijk te worden. Paul Bogaert, die aantoont dat T'Sjoen het nogal eens te ver zoekt, een eenvoudige letterlijke lezing overslaat en geneigd is om 'dingen te verdringen die niet in de kraam van de oplichtende samenhang passen'.
Bogaert geeft gratis en voor niets
een tiental tips voor de poëziecriticus en ieder punt maakt
duidelijk dat T'Sjoen daar nog eens over na zou mogen denken.
Drie
dichters benadert T'Sjoeng op een wat eenvoudiger wijze en het levert
meteen enkele van de meest leesbare stukken op: Rutger Kopland, Willem van Toorn en Anton Korteweg. Het commentaar van de laatste is een genot om te lezen, een verademing qua nuchterheid: 'Poëtica – alleen
het woord al.'
Yves T'Sjoen mag blij zijn de vondst van de dialoog
gedaan te hebben. Het geeft de lezer de ruimte die hem zonder het weerwerk van de dichters niet geboden zou zijn. Voor het feit dat T'Sjoen zijn eigen expliciete standpunten telkens zo ter discussie durft te stellen, verdient hij natuurlijk alle lof. De ivoren toren van waaruit hij schrijft, heeft hij vanaf negentien zijden toegankelijk gemaakt, en dat is geen geringe verdienste.
Yves T'Sjoen - Stem en tegenstem. Over poëzie
en poëtica
Uitg. Atlas, Amsterdam 2004
260 blz.; €
19,90
ISBN 90 450 0678 2
(advertentie)
nieuw: Meander huiswijn - drink for thought heerlijke rode en witte wijnen speciaal voor Meander-lezers scherp geprijsd!
Ga voor informatie naar www.grooteiland.nl en bestel. |
Mals groen
Frédéric Leroy
In de nieuwe rubriek 'Mals groen' stelt Meander de komende maanden
interessante, nog niet zo bekende, dichters aan u voor.
Dat doen we door een interview en een aantal gedichten. De eerste dichter die wij bij u introduceren is de Vlaamse
voedingstechnoloog, docent en dichter
Frédéric Leroy.
Onrust
Over de pijnboomgrens wacht de maan halfvol
en geel als een zuurtje op alarmfase twee
van het nachtelijk rampenplan. "Er lijkt wat,"
fluister je, "er lijkt wat in het gras te leven",
maar ook jij weet: dit is geen leven, dit is
het stuiptrekkend sterven van iets jong
en vormloos. "Wat dan?" Noem het
een gedachte, noodlottig in het gras verloren
door dat meisje in haar witte jurk (deze middag,
toen de zon scheen en er nog gezongen werd).
Jij legt je te slapen, naakt onder de bedsprei,
beeldt je stilte in, ik streel je haren en jij
gelooft je eigen leugens, ontwerpt zelfs
een glimlach,
alles lijkt vredig,
terwijl de wind zich door de kieren sleept.
Meer gedichten plus een interview op de Meandersite in Mals groen
Recensies
De groei van verbeelding
Annette van den Bosch over Als met een
vogeltje van Huub Beurskens
(Zie ook het interview dat Annette van den Bosch met Huub Beurksens had.)
Schrijver en beeldend kunstenaar Huub
Beurskens (Tegelen, 1950) debuteerde in 1975 in België met
de bundel
Blindkap. Daarna volgden meer dan twintig romans, verhalen-,
essay- en poëziebundels, met bekroningen als de Jan Campertprijs,
de Herman Gorterprijs en de VSB Poëzieprijs. Onlangs verscheen
Als met een vogeltje, een bundel die vrijwel geheel over bomen gaat.
Het motto luidt 'Kunt gij met hem als met een vogeltje spelen/ en hem
vastbinden voor uw meisjes?' Een intrigerende tekst als je de bijbel
(Job 40:24) niet kent en die associaties wekt met seksspelletjes die
kinderen spelen.
De bundel is strak opgebouwd, zowel in de versvorm
als in de thema's, waarbij de beschrijvende, informatieve teksten
over bomen worden afgewisseld met 'behandelingen' die je, omdat de
bomen nogal eens worden gepersonifieerd, haast therapeutisch zou kunnen
noemen. Bomen lijken wel mensen, met alle (on)hebbelijkheden van dien;
ze kunnen speels of sensueel zijn, maar ook kwaadaardig en krijsend.
Naast
de behandelingen staan af en toe wandelingen, zoals 'wandeling met
een déjà vu' of 'wandeling met een gaffelwaterjuffer'.
Daardoor wordt het therapiegehalte nog vergroot. Het lijkt of alle
bomen een kwaal hebben die opgelost moet worden, of in elk geval aan
de lezer duidelijk gemaakt dienen te worden. Mens en natuur worden
in alle facetten belicht: speels, stuurs, sensitief, jankend, schaamteloos,
kaal, nadenkend, verward of totaal geschift. De beelden in de gedichten
werken heel krachtig.
handeling van de parkboom
naar en voor
Arnon Grunberg
Trek je dood verbrande vogels
witte meisjesnachthemd
aan
ga in haar slippers staan verlaat
het huis bij voorjaarsochtendregen
schuur
in het park met je hoofd
een boom tot hij niet alleen glanst
van
water wacht ertegenover op
een bank gezeten zeker wetend
dat een
team van orde gauw zal
komen bestaande uit niet eens
zo velen om
hem aan zijn wortels
mee te nemen voor het stopt
met druilen en
met gele lippen
een zwarte man erin kan kwelen.
(p. 12)
Duidelijk
is dat dit gedicht over het aannemen van een andere identiteit gaat,
waar de schrijver Grunberg inmiddels berucht om is. Interessant is
de tegenstelling tussen de eerste en de tweede regel: donker, zwart
gruwelijk tegenover onschuldig jong. Dit gedicht is strak opgebouwd
in distichons met een mooi enjambement tussen de 3e en 4e strofe. In
deze regel wordt gerefereerd aan het bloeden van het hoofd, zonder
dat het genoemd wordt. Fraai is de laatste strofe, waarin opeens een
overgang gemaakt wordt naar een zingende man en de lezer opeens moet
zoeken waar het woord 'erin' op terugslaat. Kweelt hij in de wortels
(van het kwaad of van het gezag) of gewoon in de voorjaarsochtendregen?
Naast
de behandelingen en wandelingen is er één 'Mishandeling'
(van een den die gekapt wordt) en nog een negendelige cyclus 'Rêverieën
van een caféist' in de bundel opgenomen, vrij vertaald:
'Dromerijen van een vaste cafébezoeker'. Het zevende gedicht
eruit beschrijft iemand op een terras die probeert de ''kern te achterhalen,
maar zich soms laat leiden door bijzaken die hem op onbekende plaatsen
brengen, zoals bij een zelfmoordatelier, waarbij Beurskens refereert
aan de schilder Mark Rothko:
Van louter bijzinnen gonst zijn hoofd
elke hoofdzin
is verdacht toch weet hij kan het leven niet zonder
geest
en macht en mag het niet dat men toegeeft
aan het irrationele van
bevelen soms verlaat hij
opeens zijn terras
In het gedicht 'Behandeling
van de mannelijke boom' vallen voor mij de verschillende onderdelen
van de bundel - behandeling, wandeling en caféist - samen.
Hierin zijn natuur en mens met elkaar vervlochten in een liefde op
afstand, ondanks het feit dat ze elkaar niet rechtstreeks kunnen bereiken.
Het
is enigszins vergelijkbaar met wat een gedicht doet: de dichter en
de lezer met elkaar in contact brengen, zonder dat gevende en ontvangende
elkaar rechtstreeks ontmoeten.
Behandeling van de mannelijke boom
Om
zonder te kunnen lopen om
zonder ogen neus en oren hevig
verliefd
te worden opeen vrouwe
zonder ogen neus en oren al even
hevig allenig
geworteld verre van
zijn mogelijkheden haar te betasten
met zijn
twijgen bast of blaadjes laat hij
zijn mannelijkheid ontbloeien opdat
van
haar opengevouwen hem komen bekrioelen
tongen likken snuitkevers
nectarvogels
honingopossums om dan weerom haar
te gaan bekruipen
aaien kussen o om zo
verliefd te kunnen blijven als nu zou ik je
zo
willen staan neuken in alle vier seizoenen.
Voor het eerst las ik
een bundel van Huub Beurskens met zo veel interesse. Ik werd geïntrigeerd
door de heldere opbouw en de goed navolgbare associaties die niettemin
veel ruimte laten voor een eigen inbreng. Na diverse malen herlezen
kom ik steeds bij andere betekenissen en dat geeft voor mij een meerwaarde
aan de bundel. Op de een of andere manier lees ik een soort troost
in deze gedichten. Een troost die verder gaat dan troosten om verdriet,
meer om het aan de kaak stellen van de mens. Kijk ons hier staan met
elkaar, we zijn om te lachen en om te betreuren, maar vooral ook om
lief te hebben.
Ik ben nog lang niet uitgelezen, ik zal in
Als met
een vogeltje nog vaak bladeren en rondsnuffelen op zoek naar de verbanden
tussen wandelen, behandelen en gedachtespinnen tijdens cafébezoek.
En de behandelde bomen (en mensen) zal ik nooit meer hetzelfde zien
als voorheen.
Huub Beurskens - Als met een vogeltje
Uitg. Atlas,
Amsterdam 2004
56 blz.; € 15,-
ISBN 90 450 0449 6
Zie ook het interview dat Annette van den Bosch met Huub Beurksens had.
G.M. Berelaf - Het Harnas
Door Yves Joris
Bij Opwenteling te Eindhoven verscheen
Het Harnas, de eerste
bundel van G.M. Berelaf. Yves Joris spreekt van een ijzersterk debuut,
waarin de dichter bewijst verschillende genres aan te kunnen en zich
niet bang toont heilige huisjes omver te werpen.
Lees
hier zijn
recensie.
Kort
Het Schot in de Roos, een bundel met een zestiental korte verhalen
die voor het grootste deel eerder verschenen in het Bredase CFK cultmagazine,
is het debuut van
Jan Ruward (1948), die na een studie internationaal
recht en een universitaire loopbaan beeldend kunstenaar werd en zich
nu dus als schrijver manifesteert. Dat hij er een nominatie voor de
Libra Literatuurprijs 2004 mee verdiend heeft, wekt aanvankelijk verbazing.
In het eerste verhaal blijkt de ikfiguur over de gave te beschikken
door handwrijving mensen van wratten te kunnen afhelpen. Daarop terugkijkend
schrijft hij dan:
'In elk geval had ik er zelf niets aan over gehouden
behalve het gevoel van verbazing. Het zat in mijn vingers, mooier kan
niet.
Heel wat anders dan het brute bevriezen en operatief wegsnijden
zoals me overkwam toen er meer dan drie huisvesting pleegden op mijn
roede, hij was dagen van streek. Eerst dacht je aan esthetische wanhoop
maar dat viel bij nader inzien wel mee. Maar iedere daad met de vrouwen
deed pijn, het duurde weken voordat alles in orde was en de invloed
van het lachgas bij de operatie uit mijn geest vertrok. Ik zag die
weidse groene landschappen niet meer temidden waarvan Koningin Wilhelmina
me geruststellend toesprak. Achteraf heel overzichtelijk.'
In deze
passage gaat zoveel fout, dat er bepaald moed voor nodig is om door
te lezen, en als je dan ook nog slordigheden tegenkomt als
het schemer,
s'avonds en
de penseel, lijkt het negatieve oordeel snel geveld.
Maar toch, gaandeweg gaan deze plotloze schetsen en fragmenten, die
vaak de indruk maken aanzetten te zijn tot groter werk, je overtuigen.
Regelmatig keren de dezelfde personages terug, de sfeer is van een
haast surrealistische eenzaamheid, en de nogal reviaanse onderwerpen
– liefde, seks, drank, geloof – zorgen voortdurend voor een bepaalde
spanning. 'Schrijven is als liefhebben: als je eenmaal begint houd
je niet op', zegt Ruward. Met een betere corrector en een langere adem
zou hij deze belofte best mogen inlossen.
Jan Ruward - Het Schot
in de Roos
Uitg. Carpaccio, Breda 2004
80 blz.; € 14,95
ISBN 90 808590 1 X
Xsierhout@xs4all.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
www.janruward.nl
****
Na
de dood van Hans Warren leek diens partner Mario Molengraaf de nieuwe
vaste samensteller van
Meulenhoffs Poëziekalender te zullen
worden, maar al na een jaar moet hij het voor gezien houden. Voortaan
is het
Menno Wigman die de omvangrijkste bloemlezing van het jaar bijeenleest
en dat heeft geleid tot een aantal verschillen. Het meest in het oog
valt dat Warren, die nooit schroomde veel gedichten van zichzelf op
te nemen en in 2004 zelfs met twaalf gedichten aanwezig was (een overigens
te billijken hommage van Molengraaf), nu geheel ontbreekt en dat Wigman
het gemakzuchtige, bijna automatische kiezen voor gedichten die aan
een bepaalde dag of datum gerelateerd zijn, niet heeft overgenomen.
Gebleven is dat de kalender is samengesteld rond een thema, dit jaar
de tijd, maar nieuw daarbij is dat iedere dinsdag ('de zwaarste dag
van de week', beweert Wigman) ruimte biedt aan buitenlandse poëzie.
Gebleven is ook de poëziewedstrijd (met de vorige verdienden
24 'amateurs' een plek in deze editie), maar nieuw is dat de inzenders
van 2005 meedingen naar een reis naar Parijs. Wigman heeft gekozen
voor veel recent werk, maar ingebed in de canon, zo ongeveer vanaf
Leopold en daarmee bereikt hij een mooi, evenwichtig resultaat. Voor
de liefhebbers zal het op 1 januari wel weer even aarzelen zijn: in
z'n geheel bewaren, of scheuren. De tijd maakt het niet uit.
Menno
Wigman (sam.) - Dagkalender van de poëzie 2005
Uitg. J.M.
Meulenhoff, Amsterdam 2004
365 en enige blz.; € 14,90
ISBN
90 290 7460 4
****
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) en
Hein
Jaap Hilarides (St. Jabik, 1969) zijn inmiddels Amsterdammers, maar
hun Friese hart bracht hen ertoe een bloemlezing samen te stellen met
werk van de jongste generatie Friese dichters, geboren tussen 1954
en 1980.
Droom in blauwe regenjas is 'in kar út de nije
Fryske poëzij sûnt 1990', en dankzij het feit dat de bundel
tweetalig is - voor de vertalingen zorgden meestal de samenstellers
en de auteurs zelf -, staat niets de (nadere) kennismaking in de weg
met deze 23 dichters, die voor een deel al in eigen bundels, het winternummer
van
De Tweede Ronde en/of op de podia van Poetry International en de
Wintertuin van zich lieten horen en van wie Jabik Veenbaas, Albertina
Soepboer, Anne Feddema en Bruinja zelf de bekendsten zijn. De opgenomen
gedichten in dit dankzij steun van de provincie Fryslân en het Nederlands
Literair Pruductie en Vertalingen Fonds bijzonder fraai uitgegeven
boek zijn zonder uitzondering zeer de moeite waard, maar een regelrechte
ontdekking is Nyk de Vries, met enkele licht absurde observaties:
FAMYLJEHOTEL
Minsken binne faak sa ûntefreden. Ik
hie
plaknaam yn it famyljehotel en seach hoe't
rjochts fan my in
heit syn soantsje sloech. By it
buffet stie in man dy't net wist wat
er opskeppe
moast fan de ryk fulde tafels. Der wie ek gjinien
dy't
lake, krekt as earder yn it golfslachbad.
Miskien wie it de oanhâldende
hjerstrein,
miskien ek gewoan de folksaard. Ik eage om my
hinne en
seach eins mar ien frou dy't my opwûn.
Wêrom dochs? Wêrom altyd it
hoerige typ?
FAMILIEHOTEL
Mensen zijn vaak zo ontevreden. Ik
had
plaatsgenomen in het familiehotel en zag rechts
van mij hoe een
vader zijn zoontje sloeg. Aan
het buffet stond een man die niet wist
wat hij op
moest scheppen van de rijk gevulde tafels. Er
was ook
niemand die lachte, net als eerder in het
golfslagbad. Misschien was
het de aanhoudende
herfstregen, misschien ook gewoon de
volksaard.
Ik keek om me heen en zag welgeteld
één vrouw
die me opwond. Waarom toch?
Waarom altijd het hoerige typ?
Tsead
Bruinja en Hein Jaap Hilarides (sam.) - Droom in blauwe regenjas /
Dream yn blauwe reinjas
Uitg. Contact, Amsterdam 2004 / Uitg. Bornmeer,
Ljouwert 2004
160 blz.; € 25,-
ISBN 90 524 2521 6
Zie
www.droominblauweregenjas.info/ voor beeldmateriaal, korte biografieën,
vertalingen, recensies en nieuws over de dichters.
Dimitri Verhulst – Dinsdagland
België van binnenuit
bekeken
door Philip Hoorne
Dimitri Verhulst schreef met
Dinsdagland reisreportages
van een thuisblijver in Belgenland, een zestiental verhalen over wat
er vooral in Vlaanderen leeft. Philip Hoorne spreekt van een dankzij
veel ironie en zelfspot van alle pretentie gespeende verhalenbundel
met literaire kwaliteiten.
Lees
hier zijn recensie.
Proza
De mystery shopper (m/v)
(Een rapport over winkelen)
Bjarne
Donderdag
Het dode lichaam van de mystery shopper werd 's ochtends
rond acht uur aangetroffen in vier winkelwagentjes. Die winkelwagentjes
stonden netjes aan elkaar gekluisterd in files van vijfentwintig onder
de afkapping op de parkeerplaats van SELFTOOL in Badsyde. De inhoud
van de vier shoppingkarretjes betrof respectievelijk een mannelijk
hoofd, een paar armen, eenzelfde hoeveelheid mannelijke benen en een
vrouwelijke romp, geslacht duidelijk inbegrepen. Het was de baliebediende
die de ontdekking deed. Zoals gewoonlijk ontsloot hij elke ochtend
een en ander als allereerste. SELFTOOL verkocht doe-het-zelfbouwpakketten
voor huis en tuin en allerlei kleine tot middelgrote handwerktuigen
en benodigdheden: van schroevendraaier tot kettingzaag, van wonderlijm
tot cement. Het lichaam (m/v) onder de afkapping had dit duidelijk
niet zelf gedaan. Het was verscheiden met behulp van een vinnig zaagje
dat ontegensprekelijk uit de rekken van SELFTOOL afkomstig was. De
afgestorvene bleek eerst te zijn gewurgd met nylondraad, vooraleer
hij/zij de verdere bewerkingen had ondergaan.
De baliebediende en
zijn collega's uit het warenhuisje kregen psychologische bijstand van
een man en een vrouw gehuld in een oranje politiehesje; op de rugzijde
van dit hulphesje prijkte de mededeling PSYCH. Om de stouwplaats van
de ongebruikte winkelwagentjes wapperden een week lang de linten van
de gerechtelijke diensten, een waar feest voor het oog. Het warenhuisje
werd 'wegens omstandigheden' een tijdlang gesloten. Badsyde prevelde
ondertussen gebeden en hypotheses.
De zaak werd als een triple mystery
beschouwd, ofschoon het viervoud van de karretjes en hun bizarre inhoud
wel meer tot de verbeelding van het volk spraken.
1.Een mystery shopper
was op zich al een undercovergegeven
2. Wie was de mysterieuze dader
3. Had men te maken met een male of een female victim?
De antwoorden
bleven ook mistig.
1. Het was een gloednieuw, uit Amerika geïmporteerd
beroep, gehuld in een waas van geheimzinnigheid.
2. Alle werkgevers
en werknemers van SELFTOOL kwamen uiteraard in aanmerking als dader,
gezien de aard van het beroep van de dode: stiekeme inspectie vroég
om een stevig pak slaag.
3. Op de identiteitspapieren van het slachtoffer
prijkte 'Chris' als voornaam. Met zo'n naam kon er zowel een komma
tussen je benen hangen als penisnijd aan de hand zijn.
Het woord
slachtoffer benaderde in deze zaak ook weer even zijn letterlijke betekenis.
Het was zelfs herfst, het seizoen bij uitstek waarin pluimvee en pelsdieren
afgeknald werden en varkens uitbundig opengereten plachten te worden
zodat bloed- en schroeigeuren zich vermengden met de kruidigheid in
de lucht.
Familie van de gewelddadig verspreide (m/v) werd nergens
aangetroffen. Het vierendertigjarige vege lijf had op een appartement
in de hoofdstad geleefd, blijkbaar zonder contacten of relaties met
buren, vrienden of kennissen. Uit zijn/haar karige administratie bleek
evenmin dat hij/zij op deze wereld ook maar enige aanspraak zou hebben
gehad van iemand anders. Zijn vertoeven was al zo enigmatisch als zijn
verscheiden.
Hobby: thematische filatelie (alle vlinders ter wereld).
Mysterie
alom dus. Over vier winkelwagentjes verspreid.
En zie: nog was
het nieuws van deze versnijdenis te Badsyde niet koud, of daar werden
in een warenhuis ergens in De Betuwe vier shoppenden neergekogeld door
een dader die alsnog voortvluchtig bleef. Men schreef deze daad toe
aan passie. Maar waarop of waartegen had zich deze passie gericht?
Maaide de dader meteen maar een hoeveelheid stervelingen neer teneinde
er zeker van te zijn dat de mystery shopper van De Betuwe zich onder
hen bevond? Met de regelmaat van een klok deden zich nog warenhuismoorden
voor, verspreid over de Lage Landen. Wekelijkse nieuwsitems, heet van
de naald, over het zoveelste bejaardentehuis dat de prooi der vlammen
werd, werden verdrongen door breaking-newsberichten over aanslagen
tussen de rekken van de voorraadschuren van het westen. Winkelen werd
een doodsoorzaak.
Even later werd met een brutale ruk de klok
nog even verder in de tijd teruggedraaid, naar toen de aarde nog zo
plat was als een vijg. Op een wereldverspreide video was te zien hoe
in Irak een Amerikaan de keel overgesneden en onthoofd werd. De kerel
wou zaken doen in het Tweestromenland van na de Tweede Golfoorlog.
Bad timing for the guy: er waren ondertussen namelijk meer en meer
foto's opgedoken van Iraakse gevangenen die door Amerikaanse soldaten
gemarteld werden. Oog om oog, enzovoort. Zaken doen werd ook een doodsoorzaak.
Mercurius,
de god van de handelaren en de dieven, leek dolgedraaid. Diverse kleine
winkeltjes in het Oosten en het Westen sloten hun deuren. De burgers,
voorheen 'tevreden klanten' genoemd, betrokken hun waren en levensmiddelen
via andere kanalen. Een klein pluspunt in deze ontwikkeling: door o.a.
de vele camera's en de grotere verpakkingen verdween het fenomeen 'shoplifting'.
Hoe
ontwikkelde zich nu de zaak van de gevierendeelde mystery shopper in
SELFTOOL te Badsyde?
De eenheidspolitie bestond het binnen te vallen
in een boetiek, getiteld MYSTERY SHOP. Daar werden verhandeld: wierookstaafjes,
reukprullaria, tarotkaarten, artefacten uit de jaren zestig van de
vorige eeuw. Niks aan de hand dus. De hele santenkraam werd omgekarnd,
zonder resultaat. Niks mee te maken. Datzelfde pelotonnetje van de
eenheidspolitie ging enkele dagen later wel, eerder bij toeval naar
aanleiding van een routineklus, shoppen in een stiekeme hennepplantage.
De straatwaarde haalde echter niet eens het nieuws. Het geval van de
vermoorde mystery shopper werd dan maar beschouwd als een onopgeloste
afrekening onder anders-geaarden. En dat was een mysterieuze wereld.
Het vinnige zaagje uit SELFTOOL verdween in een plastic zak verpakt
in de kelders van de eenheidspolitie te Badsyde. Het slachtoffer (m/v)
werd maar een keer begraven, op kosten van de hoofdstad.
En de slachtpartij
in het warenhuis in De Betuwe?
Nou, dat bleek vermoedelijk een post-Fortuyndaad
van blinde agressie te zijn geweest. Er waren nog andere gevallen van
zinloze woede geweest: een klante was in een warenhuis onterecht doodgeschopt,
en ergens in Limburgse binnenwateren dobberden enkele afgeschoten Hell's
Angels ondersteboven. Ook met deze mysteries leerde men leven, zij
het angstig.
Irak?
Al Quaeda.
Conclusie van deze slices of reality.
Rapport
over winkelen en zakendoen begin eenentwintigste eeuw, eender waar
op deze blauwe plek in het heelal, ook genoemd: wereld.
Het leven
op aarde blijft een mysterie. Terwijl de laatste kleine winkeltjes
hun deuren sluiten, blijft het werkwoord shoppen alsnog alleen nog
over ten behoeve van de studenten. Zij winkelen heden ten dage uit
diverse rekken van diverse opleidingen, en ze worden er niet voor vermoord,
wel gediplomeerd. Het geweld neemt ondertussen nog toe. Geweldenaars
zijn heden ten dage goed opgeleid.
Nieuws
Literaire Boeken Top 10
- In Europa - G. Mak
- Het voorbijgaan - N. French
- De Joodse bruid - E. Beer
- Grijze zielen - P. Claudel
- Bij de les - H. Haasse
- Emoticon - J. Durlacher
- Vogels zonder vleugels - L. de Bernières
- Lotte Weeda - M. 't Hart
- Zoon uit Spanje - T. de Loo
- De gravin van Parma - S. Marai
|
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel 'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 3 t/m 17 november 2004.
|
Jambe op zondagmiddag
Zoals elke derde zondagmiddag van de maand presenteert Literair Café Jambe ook op zondag 21 november vanaf 14.00 uur een middag met poëzie en live-muziek. Jana Beranová zal gedichten uit haar pas verschenen bundel voordragen en praten over poëzie en het proces dat het schrijven van haar gedichten doormaakt. Andere dichters die optreden zijn Linda Brouwer, Han de Ruiter en Gijs ter Haar. Literair Café Jambe Royal is te vinden aan de Voldersgracht 10 te Delft. Entree 4 euro. Kijk voor meer informatie op
www.jambedelft.com.
Bekendheidsonderzoek Groningse dichters
Uitgeverij Dichter-Bij-De-Sterren maakt elk jaar een rangordelijst van hedendaagse Groningse dichters. Op de lijst staan 160 dichters die als dichter, direct of indirect, met Groningen verbonden zijn. Dit jaar staat Rutger Kopland op de eerste plaats als bekendste Groningse dichter. Tsead Bruinja is goede tweede. Na hem volgt Jean Pierre Rawie. De uitslag van het bekendheidsonderzoek is te vinden op
www.dichter-bij-de-sterren.nl.
Literaire wedstrijd Met Andere Zinnen
Het nieuwe Nederlands-Vlaamse collectief
Met Andere Zinnen organiseert een literaire wedstrijd proza en poëzie voor jonge schrijvers van 17 tot 27 jaar. Inzendingen dienen voor 25 december binnen te zijn via e-mail
Xmaz@Xmetanderezinnen.com (de letters X uit dit adres verwijderen!). Op 18 februari worden tijdens een literaire avond in Antwerpen de winnaars bekendgemaakt en krijgen ze de gelegenheid hun werk voor te dragen. Dezelfde avond wordt ook het eerste nummer van het tijdschrift
Met Andere Zinnen gepresenteerd. Voor meer informatie omtrent het wedstrijdreglement, de organisatie of de namen van de juryleden:
www.metanderezinnen.com.
Ware verhalen – echt gebeurd? Schrijf het op!
Ware verhalen is een schrijfproject dat loopt van herfst 2004 tot voorjaar 2005. Inzending is in deze hele periode mogelijk en eindigt in een boek. Deelnemers zenden een waargebeurd verhaal in en maken kans op publicatie voor een groot publiek. De redactie van
Schrijven selecteert de beste verhalen. Elke week wordt er één verhaal besproken en voorgelezen in het KRO radioprogramma
Dolce Vita (donderdagochtend) en één gepubliceerd in
Trouw. Een derde verhaal verschijnt op de website
www.wareverhalen.nl. Andere komen in
Club Schrijven Magazine, dat eens in de twee maanden verschijnt. De selectie en redactie staan onder leiding van schrijver en schrijfdocent Ton Rozeman. Websites:
www.wareverhalen.nl,
www.schrijven.org,
www.trouw.nl en
www.kro.nl/dolcevita/home.asp.
Wintertuinfestival
‘Alleen maar Hits!’ is de titel van de tiende editie van het Wintertuinfestival dat van 21 tot en met 28 november plaatsvindt op elf verschillende podia in Nijmegen en Arnhem. Aan het festival wordt deelgenomen door tal van dichters, auteurs en artiesten. Enkele van de medewerkenden zijn Ted van Lieshout, Mustafa Stitou, Menno Wigman, Tsead Bruinja en Vrouwkje Tuinman. Zie voor meer informatie en het programma
www.wintertuin.nl.
Schrijversprijs der Brabantse Letteren
De Prijzen der Brabantse Letteren worden elke twee jaar georganiseerd door LiBra (Literair Informatiepunt Brabant) in opdracht van de provincie Noord-Brabant. Op maandag 15 november is de shortlist bekendgemaakt door de jury bestaande uit Ilja Leonard Pfeijffer, Reinjan Mulder en Mieske van Eck. De zes genomineerden Minke Douwesz, Florette Dijkstra, Rob Kappen, Stijn van der Loo, Vrouwkje Tuinman en Arjan Visser maken kans op de juryprijs van 5.000 euro of de publieksprijs van 1.000 euro. De winnaars worden bekendgemaakt op zaterdag 12 maart 2005 tijdens de Brabantse Debutantendag in het Chassé Theater in Breda.
Dichterbij de Zaan
Woensdag 10 november werd in het Zaantheater te Zaandam ‘Dichterbij de Zaan’ gehouden, een festival voor jonge dichters. Een jury bestaande uit Mustafa Stitou, Ruben van Gogh en Tjitske Jansen selecteerde uit alle inzendingen 22 gedichten. De Zaandamse Claudia Rumondor, Rijo van Egdom uit Amsterdam en Joosje Peters uit Deventer werden de uiteindelijke prijswinnaars. Zij kunnen met steun van de organisatie een eigen dichtbundel publiceren. Website
www.dichterbijdezaan.nl.
Broodje Brussel
Van zaterdag 20 november tot en met vrijdag 3 december wordt in het Vlaams-Nederlands Huis ‘de Buren’ aan de Leopoldstraat 6 te Brussel een expositie gehouden van Nederlandse en Vlaamse illustratoren van kinderboeken. Er zijn tekeningen te zien van Dick Bruna, An Candaele, Charlotte Dematons, Philip Hopman, Jan Jutte, Annet Schaap, Tom Schoonooghe, Thé Tjong Khing, Klaas Verplancke en Juliette de Wit. De toegang is gratis. Zie de website
www.wvc.vlaanderen.be/cultuur/vlaams-nederlandshuis.
Geflest
Bart FM Droog is ervan overtuigd dat Poetry International en NRC Handelsblad de zaak hebben geflest bij de verkiezing van de Dichter des Vaderlands in het jaar 2000. En is bang dat dit weer zal gaan gebeuren bij de komende verkiezing.
Zo vertelde hij ons.
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.
Nieuwsberichten voor Meander 255 van zondag 5 december dienen uiterlijk dinsdag 30 november in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee. Berichten kunnen worden gestuurd aan
Xnieuws@Xmeandermagazine.net de letters X uit dit adres verwijderen!)
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Redactie:
Adelheid Bekaert,
Annette van den Bosch,
Yves Joris,
Gerard Kool,
Joop Leibbrand,
Margo Verbiest,
Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra,
Yvonne Broekmans,
Hans Hamburger,
Tine Moniek,
Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Chris Coolsma,
Rutger H. Cornets de Groot,
Edith de Gilde,
Milla van der Have,
Joris Lenstra,
Bert van Weenen,
Atze van Wieren.
De gedichten worden beoordeeld door:
Adelheid Bekaert, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris en Joop Leibbrand.
De verhalen worden beoordeeld door:
Tine Moniek, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro
8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van
Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres:
http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan
Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan
Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)
Kopij is welkom bij Meander. Zie
http://meandermagazine.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen
teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en
uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site:
gedichten *
verhalen *
artikelen *
recensies *
interviews *
links *
klassiekers *
archief