Meander
http://meander.italics.net
literair magazine
aflevering 257 * 2 januari 2005 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service


gedichten * interview * podium * site * artikel * recensies * proza * nieuws * colofon 
Inhoud


Gedicht van de maand
Daan de Ligts werkzoekende gedicht van de maand januari 2005.

Interview
Annette van den Bosch interviewde Ivo van Strijtem: 'Een rode sjaal' was een keerpunt

Podium
Olaf Risee maakt het verhevene en banale tot poëzie.

Artikel
De ultieme droom van De Volksverheffing: niet een blad voor de ware poëzie, wel voor de ware poëzieliefhebber

Recensies
Alle enen opgeteld: 'Baldadige poëzie' van Micha Hamel
Judith Herzberg - Soms vaak: het onzegbare in woorden gezegd

Proza
De Literaire salon van Kees Godefrooij, een literair sociale werkplaats voor contactgestoorden en aan schrijfdrang lijdende leprozen
Hemelpoort - Karsten Seven

Verder
gedichten, site en nieuws


Wij wensen onze lezers een mooi 2005.






inhoud * interview * podium * site * artikel * recensies * proza * nieuws * colofon 
Gedichten


werkzoekende

m’n vrouw vertrok en een illusie lichter
moest ik dan toch geloven aan een baan
een dame keek mij wenkbrauwfronsend aan
en sprak met droeve klank: u bent dus dichter

vervolgens vroeg zij streng en veel gerichter
of ik wellicht ooit écht werk had gedaan
met onverbloemde trots zei ik spontaan:
ik ben ook filosoof en vredestichter

ze zuchtte en ze zweeg een hele poos
maar pakte toen wat voorbedrukte bladen
gegaap liet mijn gedachten simpel raden:
het is al laat, straks wordt de barman boos

ze stopte de papieren in een lade
waarop in klare taal stond: HOPELOOS


Daan de Ligt

auteurspagina Daan de Ligt
reageer op dit gedicht


Bovenstaand gedicht van Daan de Ligt is
Meanders Gedicht van de maand januari 2005.
Lees de bespreking op de site




Epifanie


De opmaat van het verse jaar bespant
de grond met flinterdun wit vilt. De lucht
kneedt winterharde wolken, dicht beplant.
Een toverhazelaar pakt uit. Berucht

bericht van kale klauwen waar als vaan
een gele sjerp in hangt. Zo schel als goud,
van ver. Van dichtbij zie je sterren staan,
van bloemblad, licht gekruld. Het hout blijft koud.

Kijk daar: drie spreeuwen hebben opgelet,
hun wijze kelen lachen om het fel
geluk dat plaatselijk is ingezet.

Een rijk begin op arm hout. Goed en wel
kwartier gemaakt, bewonderd, dan ontzet:
door wind van stam gejaagd - op hoog bevel.


Inge Boulonois

auteurspagina Inge Boulonois
reageer op dit gedicht



hart


heel de nacht vliegt het als vogels, op
met de thermieken van de tijd de
onbekende hoogte in en neer het slijk
van al dan niet vermeende nesten;

ik spreek achter het mom van even-
wicht het toe en tegen: van bloed en
hoe dat vloeit en keert, en kruipt waar
en wanneer het niet kan gaan;

ik tel het uit, en voor de eindproductie
langs de luchtweg in, tel ons bijeen,
tel alle schapen op het droge, citeer:
laten wij zacht zijn voor elkander, kind,

citeer totdat het lijkt alsof het slaapt,
hier kan ik nog in mee; om tegen de
verdrukking in het vast te houden,
heel de dag, kom ik handen te kort


Nina Werkman

auteurspagina Nina Werkman
reageer op dit gedicht




Licht


We klommen omhoog met de zon
op een ladder van takken en touw.
Eén stam lang was de weg
naar ons kindernest vol wensen.

Schiereiland met bloemen op stelen, kaarsen
waarin ze licht bewaarden
zoals de witte knoppen op draden en palen
daglicht spaarden voor een kalf dat kwam
glimmend in het vlies.
Zo dachten wij en meer hoefden we niet te weten.


Hans Puttenstein

auteurspagina Hans Puttenstein
reageer op dit gedicht




de schilder


terwijl ik de badkamer verlaat

in de ene hand mijn kamerjas, mijn
nachtjapon, mijn floddertjes papier
met flarden zinnen tot latere poëzie
in de andere hand de deurknop
die ik opendruk

kijk ik zonder spiegel
naar mezelf
ik voel me dat
beroemde schilderij : die ene
borst omhoog, ontbloot, rechtuit

ik glimlach

neem de schilder mee mijn kamer in
toon hem daar een vrouw, zittend
op haar bed, schrijvend over hem

ik zie hoe hij ervan geniet
welvingen en intiemste dalen
miraculeus vergroot

ik wil zo blijven
bloot op dit wit laken
uitgeverfd


Lisette Waterschoot

auteurspagina Lisette Waterschoot
reageer op dit gedicht




(advertentie)

Handboek voor schrijvers

het complete schrijftraject in vijf stappen
gouden-gids-gedeelte: uitgebreide adreslijsten

bestellen en informatie:
www.schrijven.org





inhoud * gedichten * podium * site * artikel * recensies * proza * nieuws * colofon 
Interview


Een rode sjaal indachtig
Annette van den Bosch in gesprek met Ivo van Strijtem

Ivo van Strijtem vertaalde werk van Emily Dickinson en merkte daarbij dat hij als het ware door haar geleid werd. 'Het klinkt bizar, maar het voelde alsof zij wilde dat ik haar zou begrijpen,' vertelt hij. En ik geloof hem.

We zitten aan de keukentafel en laten de stem van het verleden doordringen in de tekst van vandaag. Ivo van Strijtem (1953, pseudoniem van Ivo Evenepoel), leraar Engels, dichter, vertaler, ontvangt me in zijn huis in het dorp Lennik, in de buurt van Ninove (de woonplaats van Koen Stassijns). Van Strijtem publiceerde vier eigen dichtbundels, en in samenwerking met Stassijns een fiks aantal verzamelbundels waaronder La Passionata Grand cru, liefdesgedichten, en de serie De mooiste van..., waarin laatst De mooiste van Quasimodo (vertaald door Erik Derycke en Bart van den Bossche) en De mooiste van Wordsworth (vertaald door Ivo van Strijtem) verschenen.

De mooiste van Dickinson (vertaald door Ivo van Strijtem) en De mooiste van Södergran (vertaald door Lisette Keustermans en Ivo van Strijtem) verschenen samen met zijn laatste eigen dichtbundel De mooie Ierse in 2002.


Beminnen

Zeer strekt het zich uit naar binnen.
Want zo ver gaat beminnen:

een wijd open land met ginds een man,
een vrouw die naar de einder staart
waaraan een man, een vrouw, een engel.
Het einde verwatert, verdampt, verdwijnt
naarmate je nadert.

Zijn vinger die naar binnen glijdt
vindt instemming. Hij deelt zich uit:
ogen, mond, tong, penis, zaad.
Met hart en ziel raapt zij hem op
en legt hem neer in goede aarde.

Want het grenst nooit.
Ook al slaat de klok ons hard om de oren,
het streeft en het loont.
En heel soms merk je dat er licht brandt
in een huis waar niemand woont.
(p. 17)

Uit: De mooie Ierse

Lezers tot dialoog opwekken
Al geruime tijd vertaalt Ivo van Strijtem werk van internationaal bekende dichters. Vaak in samenwerking met Koen Stassijns, met wie hij al zo'n 20 jaar goed bevriend is, en met deskundigen uit het betreffende taalgebied. 'Deze innerlijke noodzaak tot vertalen wordt ingegeven door de behoefte om tegelijk verder – over taalgrenzen heen – te kijken en om die rijkdom en beleving door te geven aan de lezers. Veel mensen kennen slechts een of twee gedichten van grote schrijvers als Goethe en Brecht. En ook dat is nog afhankelijk van de voorkeur van de docent die men op de middelbare school had. Kortom, er bestaat een behoefte aan verdieping en uitbreiding van de oppervlakkige kennis van het werk van grote dichters. Tagore bijvoorbeeld is in Nederland geïntroduceerd door Frederik van Eeden, als de 'biddende', de 'wijze uit het Oosten'. Daarbij vergeet men dat hij op de eerste plaats een groot dichter is. Door de reeks, waarin Tagore, Neruda en Goethe het beste verkopen, krijgen lezers de kans om hun mening over dichters bij te sturen en te verruimen.'
Dezelfde noodzaak tot verheldering voelt Van Strijtem als hij gedichten onder de aandacht van jongeren brengt op middelbare scholen. 'Poëzie is interessant en mooi, je moet er alleen de juiste aandacht aan besteden en uitvinden wat bij jou past. De een houdt van Keats, de ander van Brecht of van Neruda. Juist die variëteit moet aan bod komen in schoolprogramma's en ook de voordracht moet aantrekkelijk zijn voor een jong publiek. Als je de dialoog aangaat ontstaan er prachtige dingen bij jonge mensen. Soms beginnen ze zelfs te schrijven.'

Poëzie moet uit haar boeken treden
'Door het omgaan met andere dichters en het lezen, herlezen en vertalen ontstaat een verdieping en een andere kijk. Dat inspireert enerzijds maar maakt het ook wel lastiger om zelf gedichten te schrijven. Alles bestaat immers al, het gaat vaak over de grote thema's als liefde, dood, relaties. Onlangs zei iemand dat mijn laatste bundel De mooie Ierse, internationaal las. Dat vond ik een prachtig compliment, want ik zie inderdaad invloeden van de dichters die ik bewonder in mijn werk terug.' Met Een rode sjaal kwam er een keerpunt, voor die tijd vergeleken velen mijn werk met dat van Herman de Coninck, Remco Campert en Adriaan Morriën. Daar is op zich niets mis mee, maar meer en meer ben ik daarvan proberen los te komen, er zijn nu andere invloeden te bespeuren. De inspiratiebron vormt nu het leven zelf, het landschap, de kunst, het lezen van José Saramago, Virginia Woolf, Meir Shalev, Gabriel García Márquez... Naar mijn mening heeft kunst een eigen taal, de kunst wordt niet belemmerd door grenzen. Sterker nog ze werkt ontgrenzend'

Op mijn vraag hoe het dichten verloopt zegt hij: 'Een gedicht dient zich soms aan buiten het zelf om, als een communicatie. Het is een wederkerig proces. Het is zoals in het gezegde 'Een rijke man kan een vrouw kopen, maar hij kan niet haar liefde kopen', zo werkt het ook met dichten. Communicatie en wederkerigheid zijn niet hetzelfde als gemakkelijk. Neemt niet weg dat ik flirt met het gemakkelijke, met 'de adel van het alledaagse', de eenvoudige woorden blijven de moeite waard en staan nooit alleen. De taal is weliswaar van de mensen, maar alles heeft zijn typische taal, van rotsen tot dromen. Het is een grote rivier met diverse zijstroompjes die allemaal via dit netwerk leiden naar meer. De essentie daarvan is dat alles met alles is verbonden. En deze verwantschappen dienen zich vanzelf aan als de dichter zich er voor open stelt.
Poëzie schrijven is een paradoxale bezigheid: wie schrijft, schrapt of steekt zijn woorden in een strakke vorm, net om meer uit te drukken, om verder te gaan, om grenzen te verleggen.'

'Daarnaast bestaat het gedicht niet als het niet gelezen wordt. Daarom is het belangrijk te trachten de poëzie bij zoveel mogelijk mensen te brengen. Dat is ook de zin van het bloemlezen. Tegelijk mag de taal niet verloederen, verworden tot een 'codetaal', iets waarvoor Harvey Cox decennia eerder al waarschuwde. De dichters zijn de archeologen van de taal; tevens hebben ze een maatschappelijke taak te vervullen. Iedere kunstenaar neemt stelling en breekt hokjes open tussen de verschillende maatschappelijke lagen. In de manier van werken van een kunstenaar ligt immers de anarchie besloten, hij heeft zeeën van tijd nodig om iets te creëren. Alleen dat al staat haaks op het productieproces, waarin alle andere beroepen zich bevinden. Door deze werkwijze plaatst de dichter/kunstenaar alarmlichtjes voor de toeschouwer, klaagt hij de stroom aan. Soms moet een schrijver duidelijk stelling nemen. Voor mij is het keerpunt dus Een rode sjaal. Het titelgedicht daaruit is een politiek, hoopgevend gedicht. Nog voor de bundel in 1998 verscheen, stond het in de Humo in de week van 1 mei. Ook schreef ik een gedicht over de kindermoorden in België genaamd 'Prinsessen van België'. Dat gedicht is geplaatst in De Morgen vlak voordat het proces tegen Dutroux plaatsvond.'

Verwantschappen dienen zich aan
Van Strijtem vertelt dat hij 6 jaar lang avondlessen Zweeds heeft gevolgd. Hij ging na de dood van eerst zijn moeder en daarna zijn broer enige tijd naar Zweden en voelde zich daar wonderbaarlijk goed thuis. Misschien was hij door de dood toe aan een andere wereld. De fascinatie voor het werk van de Finse, Zweedstalige dichteres Edith Södergran (1892 – 1923) groeide evenredig met zijn kennis van het Zweeds. Ook ontdekte hij de dichter Gustaf Fröding (1860 – 1911) voor wie hij een grote bewondering voelt. 'Deze dichter werd regelmatig in een inrichting opgenomen, was een dronkaard en de onevenwichtigheid in eigen persoon. In zijn gedichten echter loopt hij als het ware op een koord; daarin vindt hij een merkwaardig evenwicht. Ik raak er nooit op uitgelezen.'

Verbanden blootleggen
Over het dichtproces zegt Van Strijtem: 'Ik kan moeilijk schrijven in de zomer en overdag. Ik schrijf liefst 's avonds, alleen, met muziek en af en toe een glas whisky. Meestal is er een versregel die als leidraad fungeert, die schrijf ik dan in oude half volgeschreven schoolschriftjes van mijn kinderen. Het zijn nooit nieuwe schriften. Soms ontstaat een gedicht in een keer, dan vraag ik me verbaasd af wie het nu eigenlijk geschreven heeft. Dat geeft een zalig, bijna hemels gevoel. Ik creëer wel bewust een afstand van het gedicht: pas als het na twee maanden nog overeind staat, dan is het goed. De verbanden in het gedicht merk ik meestal achteraf, ik construeer ze niet vooraf. Je raakt aan 'the world beyond', het zijn echte 'moments of being' zoals Virginia Woolf het uitdrukt. Zij heeft het ook over 'tunneling', de onzichtbare ondergrondse verbindingskanalen tussen de verschillende bewustzijnslagen, en tussen kunstenaars/mensen die met hetzelfde bezig zijn. De ervaring van dat graafwerk had ik dus zeer sterk bij de vertaling van het werk van Dickinson (1830-1886). Soms kon ik niet snel genoeg schrijven om alles op papier te krijgen.'

Poezië ontmaskert
'Door de lay-out en de titel De mooie Ierse dachten sommigen dat ze hier te maken hadden met een verzamelbundel vertaalde Ierse gedichten, omdat het zo lijkt op de titel van de andere bundels De mooiste van. Dat is jammer, want het is echt mijn eigen laatst uitgekomen bundel.'

Monasterboice (10de eeuw)
(2 fragmenten)

De mensen zwierven in kleine bendes
door de velden of volgden de rivier.
Ze verscholen zich in het woud,
bouwden hutten, staken ze in brand.

'Er is geen spoor', vloekten ze.
En bang van elkaar trokken zij karren,
aten modder, raakten hun kinderen kwijt
of lieten ze achter in een holle boom.

    Na de reis heeft de reiziger heel veel geleerd.

De zee was kalm, ik stapte over golvend land.
Groen, zo leerde ik, was minstens
honderd kleuren. Of hij bestond, zo ja,

waar ik hem vinden kon, vroeg ik aan
iedereen. 'Jazeker, Muiredach heet hij.
Trek noordwaarts tot bij het zonnegraf
waar een koningspaar – een heks, een jood –

begraven ligt.' Ik waste mij in de
rivier en sliep bij een vrouw naar wie ik
lang had uitgekeken. Nooit vergat ik haar nog,
ook de hut niet met daarrond de rozen.

Ze toonde me de dood en hoe we daarna verderleefden,
de weg naar hoger nog tot aan Monasterboice.
(p. 15)

Uit: De mooie Ierse

'We leven in een tijd van nuchtere lafhartigheid, zei onlangs iemand. De rol van de poëzie daarin is het ontmaskeren. De mens ontkent veel om zich veilig te voelen en om de angst te bezweren. De poëzie toont echter dat de wereld, onze wereld, groter is en dat 'We feel that we are greater than we know', om het met William Wordsworth te zeggen.
Poëzie (en kunst in het algemeen) gaat over de 'essentie', onze taak is het om de universaliteit van de kunst te tonen. Ik houd al vanaf mijn tiende van lezen, van boeken, van mij verdiepen in het werk van anderen. Ik wil vooroordelen opruimen, de poëzie afstoffen, laten opblinken. Mocht dit al nutteloos blijken dan is het toch een frisse wind. Samen met Koen, die niet alleen een uitstekend dichter maar tevens een goed performer is, ontvang ik positieve reacties van degenen voor wie wij onze boeken maken of voor wie wij optreden. Door met een breed scala gedichten naar mensen toe te treden, ontstaat wederkerigheid en communicatie. Dat is voor mij essentieel.'

De mooie Ierse, gedichten / Ivo van Strijtem
Amsterdam/Antwerpen: uitgeverij Atlas 2002
ISBN 90 450 05867


Een rode sjaal, gedichten / Ivo van Strijtem
Amsterdam/Antwerpen: uitgeverij Atlas 1998
ISBN 90 450 0183 7


De mooiste van Dickinson / Vertaling Ivo van Strijtem
Lannoo/Atlas, Tielt/Amsterdam 2002
ISBN 90 209 4823 7


De mooiste van Södergran / Vertaling Lisette Keustermans en Ivo van Strijtem
Lannoo/Atlas, Tielt/Amsterdam 2002
ISBN 90 209 5027 4


De mooiste van Wordsworth / Vertaling Ivo van Strijtem
Lannoo/Atlas, Tielt/Amsterdam 2004
ISBN 90 774 4121 2







(advertentie)

nieuw: Meander huiswijn - drink for thought

heerlijke rode en witte wijnen
speciaal voor Meander-lezers scherp geprijsd!
Ga voor informatie naar www.grooteiland.nl en bestel.



inhoud * gedichten * interview * site * artikel * recensies * proza * nieuws * colofon 
Podium


Olaf Risee

Op zijn weblog, risee.web-log.nl, trekt Olaf Risee regelmatig van leer tegen misstanden in de literatuur:
Poëzie is een luxeprobleem en de Dichter des Vaderlands een hofnar die mensen die hun teveel aan vrije tijd vullen met het lezen en/of schrijven van gedichtjes gedurende vijf jaar wat mag entertainen. Inderdaad, héél belangrijk. En die hongerlijdende Afrikanen maar klagen dat ze niks te vreten hebben. Wat nou, geen eten! Wij hebben godverdomme geen democratisch gekozen Dichter des Vaderlands! Nee, maar daar hoor je ze niet over! Egoïstische kutnegers ...

Zeg Olaf, ben je hier niet als een wat kleurrijker volgeling van Droogstoppel, die literatuur maar flauwekul vindt? Van geen belang als je het vergelijkt met alles wat werkelijk telt?

Risee: Het belang van literatuur is relatief. De geciteerde tekst betreft een - bewust overdreven - reactie op een schrijven van enkele dichters aan premier Balkenende over de (vermeende) misstanden bij de huidige verkiezing van de Dichter des Vaderlands. Een dergelijk schrijven vind ik buitenproportioneel. Net zoals Prins Carnaval enkel belangrijk is voor notoire polonaiselopers, is de Dichter des Vaderlands enkel belangrijk voor poëzieliefhebbers. Geen regeringskwestie dus. Dat neemt niet weg dat literatuur belangrijk is voor wie de tijd en de interesse heeft om het belangrijk te vinden. Ik heb die tijd en die interesse, dus voor mij is literatuur belangrijk, zonder meer, al is het alleen maar om me van de straat te houden. Literatuur is een middel om je blik te verruimen, discussie uit te lokken, aan te zetten tot nadenken enzovoort, maar ook simpelweg entertainment, tijdverdrijf. Ik geloof niet in het vaak gehanteerde onderscheid tussen de zogenaamd hoge en lage cultuur, waarbij literatuur steevast in de eerste categorie wordt ingedeeld. Ik geloof in het banale én in het verhevene, en bovenal in de onvermijdelijke wisselwerking tussen die twee.


Het is moeilijk spreken met een mond vol poëzie
[een poëticaal fabeltje]


stel een sprookjesbos, stel een boswachter
dramatiseert een tegensputterend elfje, en verkracht haar
of verkracht haar niet, laat haar elfjeskutje bloeden of
groet haar en passant met één hand voor het oog, fluit een melodie
die het elfje niet herkent, of wel herkent, of toch in elk geval
ooit herkend heeft - tegen die tijd is de boswachter natuurlijk
allang weer thuis, het sprookjesbos een bos, een regulier bos
met populieren, beuken, dennen enzovoort, bomen kortom,
oude en jonge, met takken en bla
                                                      bla
                                                            bla

ja hallo, ik hoef toch niet alles uit te leggen!



Koen Vergeer zei hier tegen Annette van den Bosch:
Wij zien, in een tijd dat de Nederlandstalige poëzie rijkelijk bloeit, het denken over poëzie nogal verschralen. Poëzierecensies worden korter, essays schaarser. Bekende poëziebladen, maar ook kranten, nemen steeds meer hun toevlucht tot het gemakkelijker genre van het interview of laten het bij eenvoudige aankondigingen waar de dichters gaan optreden. Of poëziebladen storten slechts ladingen poëzie over hun lezers uit.

Deel je die mening? Zou er meer moeten worden nagedacht over poëzie?
Olaf: Het is onvermijdelijk voor de ontwikkeling van poëzie dat erover wordt nagedacht. Essays, bijvoorbeeld, kunnen prikkelen, enthousiasmeren - ik heb zelf door de essaybundels 'In liefde bloeyende' en 'Trou moet blijcken' van Gerrit Komrij mijn eerste, wankele stapjes in het poëzielandschap gezet. Aan de andere kant kan de ratio ook teveel de overhand nemen. Het beste gedicht dat ik tot nu toe las is 'Todesfüge' van Paul Celan. Over dit gedicht zijn complete, ellenlange verhandelingen geschreven waarin letterlijk iedere komma wordt uitgemolken. Ik betwijfel ten zeerste of dergelijke artikelen het gedicht en de lezer ten goede komen. Ik heb een hekel aan mensen die in hun ijdelheid altijd maar een gedicht willen 'doorgronden', als ware het een cryptogram. Een gedicht kan volgens mij ook goed zijn, omdat het een goed gedicht ís. Zo simpel is het soms.
Ik ben het met Koen Vergeer eens dat poëzierecensies en essays tot op zekere hoogte noodzaak zijn, maar ik zou er eerder voor willen pleiten dat dichters zélf meer nadenken over hun werk alvorens het te publiceren. Het is werkelijk ongelofelijk wat voor bagger er allemaal gepubliceerd wordt door uitgeverijen, op internet, in literaire tijdschriften, etc. Meer (zelf-)kritiek van dichters en redacteuren, daar zou de poëzie ontzettend mee gediend zijn.


Wat wil je met je gedichten bereiken bij de lezer? Dat ie geshockeerd wordt, verward raakt bijvoorbeeld? Of denk je helemaal niet in zulke effecten?
Nee, ik denk niet in dat soort effecten. Het enige waar ik mee bezig ben als ik poëzie schrijf, is om een - naar mijn idee - zo'n goed mogelijk gedicht te schrijven. Ik denk nooit aan 'de lezer'. Maar als achteraf blijkt dat 'de lezer' verward is geraakt of juist vrolijk is geworden of wat dan ook, dan is dat natuurlijk leuk meegenomen.



Jam
[voor Tine]

Stel dat jij bij me bent weg gegaan,
bijvoorbeeld om een potje aardbeienjam te kopen
met 5% extra aardbeien, of omdat je dood bent,
en ik zou tegen je zeggen iets van dit en dat
of zus en zo (terwijl ik de tafel dek), maar dan
heel precies, exact tot elke letter rechtop
in het woord staat, of zou ik vloeken,
overdreven hard, omdat ik iets tegen iets anders
gestoten heb, om maar wat te zeggen (en ik
nog een boterham smeer met bosbessenjam),
dan zeg jij 'stel je niet zo aan' en ook
'de aardbeienjam was uitverkocht' -

toch?



Woon je alleen in België vanwege De Liefde of zijn er ook andere redenen?
In eerste instantie ben ik naar België gekomen omdat mijn vriendin daar woont. Daarnaast is het wel leuk en leerzaam om direct met een andere cultuur geconfronteerd te worden. België verschilt meer van Nederland dan ik me op voorhand had voorgesteld qua cultuur, politiek en mentaliteit.


De Belgische premier Verhofstadt schreef op 20 december:
De laatste weken kijk ik, zoals ongetwijfeld velen onder ons, met verbaasde ogen naar ons buurland, Nederland. De moord op Theo Van Gogh doet er de samenleving overkoken. Scholen en moskeeën worden in brand gestoken. Kerkhoven worden geschonden. Er woedt een heuse oorlog tussen het christendom en de islam.

Wat denk jij: staat het er in België beter voor?
Nee, België staat er niet beter of slechter voor dan Nederland. De 'oorlog tussen het christendom en de islam' is een mondiaal probleem en in essentie, denk ik, meer een sociaal-economisch dan een religieus probleem. België heeft ook politieke moorden gekend, heeft het racistische, extreem-rechtse Vlaams Belang (voorheen het Vlaams Blok) dat de grootste partij van Vlaanderen in geworden na de laatste verkiezingen, en de wijken in Antwerpen waar veel orthodoxe Joden en allochtonen wonen, zijn regelrechte broeinesten van haat en geweld. Ik vrees dat het geweld in Het Westen meer en meer zal toenemen. De gedachte die sommige Belgen - en bijvoorbeeld ook Fransen - hebben dat een dergelijke moord als die op Van Gogh niet in hun land zal voorkomen, getuigt van kortzichtigheid, arrogantie en naïviteit.



en waar is James Bond nu?

sterven is geen lichtzinnige bezigheid dat moet gezegd
de duitse acteur - bekend bij een klein publiek - dacht daar niet anders over
waarom zou hij
lichtzinnig heengaan als het ook dramatisch kan
sprak de dominee van het dorp

(hier past de hand van een wereldse vrouw
wulps geportretteerd voor een gerenommeerd mannenblad
in die dagen van toenemende tolerantie per megafoon

er is een vage herinnering aan haar schoonheid
er is een vage herinnering aan haar
er is een vage herinnering
aan het applaus na de première
       het likken aan haar gewillige kut
       de hoofdbeweging die - zoals verwacht - uitbleef

maar nu hier vervangen door de uitgestoken hand
de grijns rond het bruingerookte gebit en de zuigende oogopslag)

de kerkgangers luisterden ademloos
- gelukkig hadden zij nog een keuze -
naar het schreeuwen van de duitse acteur
de reddeloos verloren duitse acteur
zoals bekend is bij een héél klein publiek



Wie moet de volgende dichter zijn in deze Podiumreeks, Olaf?
Arnoud Richter. Ik ben er eigenlijk nog steeds niet uit of ik hem goed vind of niet, maar ik heb hem een aantal keer zien optreden en hij weet me altijd te fascineren.


Samenstelling: Rob de Vos


inhoud * gedichten * interview * podium * artikel * recensies * proza * nieuws * colofon 
Site


Annette van den Bosch trok er weer op uit de laatste tijd. Zo ontmoette ze Dominique Panhuysen, iemand die kunstzinnig in andermans teksten schrapt. (Zie ook deze afbeelding.)
Verder bezocht Annette de presentatie van 'De Volksverheffing' en 'Spraakmakers', de afsluiting van het literaire jaar.
Gesteund door koffie was David Troch ook weer bij veel literaire gebeurtenissen aanwezig.
Joop Leibbrand bespreekt Meanders gedicht van de maand van januari 2005.
Klarijn, de kantinejuffrouw van Meander, ontmoette een symphatieke concurrent van Meander.



inhoud * gedichten * interview * podium * site * recensies * proza * nieuws * colofon 
Artikel


De Volksverheffing

Koen Vergeer en Yves T'Sjoen starten een reeks poëziejaarboeken
door Joop Leibbrand

Deze eerste aflevering in een legendarische reeks poëziejaarboeken – de uitdagende omschrijving komt van het nogal luidruchtige achterplat - opent met een heuse beginselverklaring van de redactie:

Nee, hier geen programma. Geen in- of uitsluitingen. De Volksverheffing kenmerkt zich slechts door een houding ten aanzien van de poëzie. Toen Koen Vergeer en Yves T'Sjoen elkaar voor het eerst tegen het lijf liepen, als juryleden voor de Paul Snoekprijs 2001, bleken zij het over twee dingen roerend eens: de Nederlandstalige poëzie floreerde op alle fronten, maar de aandacht die deze bloei ten deel viel stak daar nogal magertjes bij af. Poëzierecensies werden korter, essays marginaler en zelfs de echte poëziebladen namen meer en meer hun toevlucht tot het gemak van het interview, of de aankondiging waar en wanneer de dichters kwamen voorlezen. Enter De Volksverheffing. De Volksverheffing staat voor inhoud én reflectie. Naast een keur aan nieuwe, mooie, belangrijke en lezenswaardige poëzie treft de lezer een aantal essays aan over poëzie. Essays van dichters en essays van poëziebeschouwers, persoonlijk, gedurfd, tegendraads - in elk geval essays die de poëzie dicht op de huid blijven. Precies in de geest van Paul Rodenko die droomde van een poëzieklimaat waarin poëzie en poëziebeschouwing een vruchtbare wisselwerking aangingen. Dat is ook de ultieme droom van De Volksverheffing: niet een blad voor de ware poëzie, wel voor de ware poëzieliefhebber.

Als bloemlezing ruimt De Volksverheffing ruimte in voor veertien bekende en onbekende dichters, te weten Astrid Lampe, Martin Reints, Bernard Dewulf, Elma van Haren, Kees Ouwens, Arjen Duinker, Bouke van der Hoek, Esther Jansma, Inge Braeckman, Willy Roggeman, Geert Buelens, Kees Engelhart, Henning Pieterse en Charl-Pierre Naudé (de twee laatsten Zuid-Afrikaans). De opsomming laat zien dat niet enghartig gekozen is voor uitsluitend de jongste generatie, of voor alleen postmodern dichterschap, al domineert die invalshoek wel. Uitstekende bijdragen komen van Geert Buelens, Martin Reints ('het spoor dat mijn voeten maken/ lijkt niet op het spoor dat mijn voeten volgen') en Esther Jansma met o.a. de mooie driedelige cyclus 'Wat het is': 'Alles valt naar zijn einde, alleen, ik kan het niet/ altijd maar weten, soms vergeet ik het.' Het indrukwekkendst is het werk van Kees Ouwens, wiens laatste zes gedichten hier postuum verschijnen; vooral het slotgedicht ('Of ik meende mij te herinneren') is van een bijzondere intensiteit. Het gaat over een ik die een zwijgende god aanroept, een god die 'deze bloei,/ kasplant op een koudste/ grond, uitwaaierde/ als een versneeuwing en inbond/ als een verijzing'. Om dat je laatste woord als dichter te laten zijn, getuigt van een wonderlijke samenhang tussen lotsbestemming en uitverkiezing, maar misschien bovenal van geloof in eigen kracht. Letterlijk tot het einde.

De verspreid in de bundel opgenomen poëziebeschouwing bestaat om te beginnen uit een prikkelende dialoog tussen T'Sjoen (docent Nederlandstalige literatuur Universiteit Gent) en Ter Balkt die een mooie brug slaat naar T'Sjoens eerder dit jaar verschenen Stem en tegenstem. Over poëzie en poëtica, dat geheel uit dergelijke dubbelessays bestaat. T'Sjoen moet een weerbaar man zijn, want het is niet mis wat Ter Balkt op T'Sjoens 'wetenschappelijk gefundeerde poëticale analyse' repliceert. 'Geraaskal', noemt hij het, en dat is even juist als onterecht, want er blijken twee werelden tamelijk onverzoenlijk tegenover elkaar te staan. T'Sjoen omschrijft Ter Balkts werk als 'taalwellustige levenskunst', waarop de laatste zegt: 'hoe dikvloeibaar zijn die twee woorden, en hoe verschrikkelijk ernaast - ze kronkelen als twee volgevreten pythons.' Als 'plezier in taal', zo moet zijn werk gezien worden, zegt de dichter, die over zijn vak nog zegt: 'Poëzie is voor sommigen een noodzaak en voor anderen niet en wat het verschil is, zou ik niet kunnen zeggen.' Dat T'Sjoen dat laatste nu juist met volle overtuiging wél probeert, is natuurlijk alleen maar te prijzen.

De bundel bevat verder een vijftal losse essays, die zonder uitzondering zeer de moeite waard zijn. Drie ervan proberen de vraag te beantwoorden wat goede (post-)moderne poëzie in wezen is en leveren aldus een relevante bijdrage aan de poëticale discussie van dit moment over het primaat van een tekstautonome taaltraditie versus expressiviteit.

Dichter en filosoof Henk van der Waal schrijft over de schone schijn van het 'ik' in de poëzie, dat door de semiotische, sterk op taal en betekenis gerichte beweging als creatie, drogbeeld en hersenschim ontmaskerd is. Niet alleen van het 'ik', maar van heel veel begrippen is de inhoud volstrekt diffuus: betekenissen lijken in een vrijwel bodemloze put te vallen, die nochtans een vreemd soort bodem heeft. Het is deze bodem die Van der Waal 'de urgentie van het dichten' noemt, tevens de titel van zijn beschouwing. 'Het terrein van het gedicht is niet langer de werkelijkheid, maar dat wat de werkelijkheid te buiten gaat, de kieren waarin de werkelijkheid door zichzelf heen valt en naar zijn eigen grondeloosheid loert.' Maar, stelt hij ook, wie het op drift raken van betekenissen affirmeert, de verdeeldheid omarmt, elke vorm van ingesleten taalgebruik vermijdt, schrijft teksten die zich kenmerken door 'hardnekkige onleesbaarheid'. De dichter kan, ja moet 'vrij' zijn, maar zal, hoezeer hij zich ook buiten de kaders van het traditionele plaatst, toch altijd vooral 'ontvankelijkheid' dienen te provoceren.

Odile Heynders (onderzoekster moderne Nederlandse poëzie in Europese context aan de Universiteit van Tilburg) doet in een mooi stuk over Anneke Brassinga's Verschiet een geslaagde poging de modieuze post/modernisme-etikettering en het bijbehorende denken in tegenstellingen te relativeren. Heynders ziet als de essentie van Brassinga's poëtica haar opvatting dat alleen de vergeten, ongelezen, onleesbare en onvertaalbare schrijvers die 'iets te zeggen hebben' de moeite waard zijn, omdat zij 'die urgente mededelingen niet anders konden doen en wilden doen dan in hun eigen onnavolgbare, eigenzinnige, zichzelf de wet stellende woorden'. Lezen is associëren, verbinden, nadenken, stelt Brassinga en Heynders zegt het haar na, want daarmee opent zich een vrije dimensie die zich aan het zo beperkte dualisme onttrekt.

Dichter en neuropsycholoog Jan Lauwereyns probeert in 'Mijn woorden gehoorzamen mij niet' ook de vraag te beantwoorden wat poëzie in feite is. Waar de wetenschap betekenis wil reduceren, tracht de poëzie betekenis al experimenterend juist uit te breiden, stelt hij. Een gedicht is daarom meer dan de oppervlakkige inhoud; er is 'iets' dat eruit opstijgt, of eraan ontsnapt, dat speelt met de oppervlakte, zonder dat je door hebt hoe het werkt, maar dat alles te maken heeft met de lust naar kennis, inzicht en klaarheid. Goede poëzie laat verschillende denkkaders en allerlei divergerende ideeën gelijktijdig bestaan en het 'begrip' dat dit oproept, activeert volgens Lauwereyns dopaminergische neuronen, zendt dus een chemisch signaal van plezier door het lichaam. Een stimulerend stuk!

Thomas Vaessens (docent nieuwste Nederlandse literatuur in Europees perspectief Universiteit van Amsterdam en poëzierecensent van Het Financieele Dagblad) zag zich voor de onmogelijke taak gesteld een panoramisch overzicht te schrijven van de poëzie van nu. Verschenen er een halve eeuw geleden amper zestig poëziepublicaties in boekvorm, alleen al in 2003 waren dat er 473 (bloemlezingen en herdrukken etc. dan wel meegerekend) met daarnaast nog het overstelpende aanbod op internet en de hausse aan podiumpoëzie; er is niet langer één dominant poëtisch discours (tijdschriften als Tirade, Yang en De Revisor zijn niet langer 'scharnierpunten' in een literaire ontwikkeling) en de papieren poëzie is niet langer heilig. Vaessens maakt duidelijk waar zijn eigen voorkeuren liggen. Niet goed noemt hij poëzie die 'mooi' wil zijn, 'oprecht', 'authentiek' – de poëzie dus die wortelt in de romantische traditie. 'Zelfgenoegzame ijdeltuiterij' is zijn oordeel en hij stelt vast dat deze (al te) toegankelijke poëzie over een herkenbaar ik in een herkenbare wereld het juist op internet en in de orale traditie van de performers op de podia goed doet. Vernieuwing valt daar dan ook niet te verwachten. Wél goed vindt hij de poëzie die op een paradoxale manier met zichzelf overhoop ligt, poëzie dus die om met Pfeijffer te spreken 'onzekerheid' en 'onrust' is en dan gaat het om werk van tegendraadse dichters als Duinker, Lauwereyns, Oosterhoff, Spinoy, Stitou, Verhelst en Van der Waal. Als interessante debutanten wijst hij verder nog Neeltje van Beveren, Tsead Bruinja, Geert Buelens, Joep Kuiper en Bart Meuleman aan.

De bijdrage van mederedacteur Koen Vergeer (poëzierecensent van De Morgen) ten slotte neemt een heel aparte plaats in. Het betreft een avontuurlijk geschreven analyse van 'De molen' van J.H. Leopold, waarin Vergeer verslag doet van zijn ontdekking van de poëtische 'natuurwet' dat de vorm sneller gaat dan de inhoud. Gehoor, adem, motoriek en ritme kunnen je voor een gedicht winnen nog voor het zijn betekenis heeft prijsgegeven. Wanneer je poëzie niet tracht te begrijpen, wat doe je er dan eigenlijk mee, vraagt hij zich af. De 'niet geheel onjuiste bewering' dat poëzie iets is voor ingewijden, diepzinnig en moeilijk te begrijpen, keert Vergeer om tot 'voor wie begrip en diepzinnigheid kan laten varen is de poëzie een open boek.' Maar ondertussen komt hij wel degelijk op een (verrassende!) betekenis uit, en is het in de eerste plaats daaraan te danken dat Leopolds 'rollercoaster' zoals Vergeer het gedicht noemt, je voortaan bijblijft.

De Volksverheffing maakt waar wat het belooft. Geen 'drempelverlagende oppervlakkigheid', geen 'programmatische mystiek voor louter ingewijden', maar wel een belangrijke bijdrage aan de canonvorming. Het getuigt van de springlevende ambitie van onze huidige poëziecultuur dat een dergelijke uitgave mogelijk is.


Koen Vergeer en Yves T'Sjoen (red.) - De Volksverheffing Jaarboek voor poëzie
Uitg. Atlas, Amsterdam 2004
190 blz.; € 18,50
ISBN 90 450 0569 7


Annette van den Bosch was aanwezig op de presentatie van De Volksverheffing en stelde de auteurs enkele vragen. Lees op de site van Meander het gesprek dat zij met hen had.







inhoud * gedichten * interview * podium * site * artikel * proza * nieuws * colofon 
Recensies


Alle enen opgeteld

Micha Hamel (1970) begon zijn loopbaan met het dirigeren van hedendaagse muziek; hij werkte bij vrijwel alle Nederlandse ensembles en bij orkesten als het Radio Kamer Orkest, het Schönberg Ensemble en het Noordhollands Philharmonisch Orkest, waarvan hij twee jaar chef-dirigent was. Inmiddels heeft hij een breed repertoire van klassieke en romantische muziek opgebouwd, waarmee hij ook in het buitenland succesvol is. In een interview met Merlijn Schoonenboom (de Volkskrant, 21 oktober 2004) verklaarde hij: 'Ik ben een verwerkingsmachine. Ik kan niet anders. Alles wat ik doe wordt in kunst omgezet. Componeren, dirigeren, en nu is ook mijn geheime ambitie uitgekomen: een dichtbundel. Voor mij is niets mooiers dan uren in een kamer zitten, en puzzelen met woorden of noten.' En: 'Ik gebruik veel stijlen door elkaar. Ik hou nu eenmaal van kunst die gul is. Stort het graag met emmers over de mensen uit.'

Atze van Wieren toont zich een dankbare ontvanger. Lees hieronder zijn bespreking.


Micha Hamel bespeelt een geheim instrument

door Atze van Wieren

Laat ik meteen maar met de deur in huis vallen: ik heb genoten van dit debuut van Micha Hamel.
Hamel (1970) is componist en dirigent. Hij componeert orkestwerken, liederen, kamermuziek en elektronische muziek voor concertzaal, dans en theater. Ik ken zijn muziek niet, maar dat zegt alles over mij en niets over Hamel: ik heb geen affiniteit met moderne muziek, net zomin als ik wegloop met de postmoderne cryptogrammenpoëzie. Het beroert mij niet, het raakt geen snaar. Maakt op mij de indruk van kunstmatig gefrutsel. En als ik niets in mijn lijf voel, laat ik het graag aan mij voorbij gaan. De poëzie van Hamel raakte mij wel. Het is baldadige poëzie. Werk van een druktemaker. Je zou haast denken dat hij een ADHD-kind is geweest. Zijn gedichten zijn in het algemeen lang en luidruchtig. Hij bedient zich van een zeer eigenzinnig idioom. Als voorbeeld moge het begin van 'Nachtwerk' dienen.

Er is blauw maagdenlicht en de gnomen
zoeken troost. Late kluivers pendelen
over de stroom, veerboten smelten
achter hun toeters. […]


Hamel heeft veel bij de kop in deze bundel: schoolherinneringen, (jeugd)liefdes, agressieve aanvechtingen, dood vader, relatie tot eigen zoon, God, vaderfiguren, zijn eigen dood.
De bundel ontleent zijn titel aan de methode waarmee Hamel zelf gedichten waardeert. Als hij een gedicht leest, zet hij 'beneden aan de pagina ernstig een nul of een één.' Als de bundel uit is, telt hij alle enen op en deelt de uitkomst door het aantal gedichten. Derhalve kan een bundel maximaal een 1 scoren.

De gedichten kenmerken zich in het algemeen door een vitaal en plastisch taalgebruik. Vooral in de cyclus 'Schoolgeld' worden alle registers opengetrokken: 'Terwijl de authentieke ervaringen per bulk naar binnen worden geblaft/ ploegen we landerig door de middagen' of 'Het hoofd is nog niet wakker, het lijf wordt beschermd/ door een schildpadschild van een ongewenst goedkope donsjas.'
Soms, vind ik, verliezen de gedichten door hun breed uitwaaieren samenhang en zeggingskracht. Dan vroeg ik mij aan het einde af waarmee ik ook al weer was begonnen.
Als voorbeeld wederom het boven aangehaalde 'Nachtwerk.' In dit gedicht wordt een geheim instrument gemaakt dat van 'uiterst poëtisch leed de trilling meet.' Daarmee daalt een professor af in de diepzee. Hij gaat op onderzoek naar plaatsen van bitterzoet en edel smart en naar gewelfde stilteslagen van een rog. Het is een mooi idee en prachtig verwoord, maar eindigt dan met: 'Jonge turnsters slapen met hun coaches/ De nacht spoelt half aan wal.' Joost mag weten waarom hier aan het slot ineens turnsters met hun coaches slapen. Ik heb ze in het voorafgaande niet kunnen betrappen. De gedichten die er voor mij werkelijk uitspringen staan in de cyclus 'Zoonschap'. Vijf prachtige verzen over God de vader, over de dood van Hamels vader en over Hamel zelf als vader.
Het eerste gedicht 'Vaderschap' gaat na drie strofen over in proza, waarin de dichter betoogt dat God nooit een vrouw had kunnen zijn ('nooit haar zoon zo laten lijden') en waarin hij stelt dat 'God ergens anders opnieuw begonnen is en nu betere dingen maakt […] Wij dwalen in zijn vuilnisbak en vragen ons af waarom hij ons niet meer gidst, aan de hand neemt, of de wereld wat wonderen doet.' Het vers eindigt aldus:

Het mag niet, maar mocht je Hem willen afbeelden ga dan naar Gizeh en zie de sphinx
Groot, oud, geschonden kop, staart onverschillig over je heen in de verte.
Een echte vader!


In 'Meer over vaders dood' vertelt hij op z'n werk dat zijn vader is verongelukt: 'Ik vertelde het op mijn werk. De secretaresses mompelden,/ slordig verwarde handen afvegend aan de kokerrok.' Schitterend hoe hier onze onmacht wordt geschilderd als wij met de dood worden geconfronteerd.
Vermakelijk is 'Droom'. De dichter vraagt zich af waarom er blote tieten op de omslag van deze bundel staan (maar niet heus…):

ik heb een auto, een gezin en een vriendin,
dus ik ben wat commerciëler geworden.
Marktdenken, dat is drukte maken
om de verpakking: de kaft verleidt de klant.


Ik vind de gedichten naar het einde toe alsmaar sterker worden. De al genoemde cyclus 'Zoonschap', maar ook de cyclus 'Vaderfiguren', de gedichten 'Aannemer', 'Sterven', 'Codicil'. In 'Aannemer' fungeert God als vader en aannemer. Dan komen er kinderen:

Zoons zijn doorgaans
in successie onbesuisder;
hebben de moeite die de aanvang kostte
niet meegemaakt, nemen te veel werk,
mensen aan, beloven de klant de hemel.

Ook ik had van doen met zo'n zoon.
We liepen een rondje over de klus.
Helder, zowat kortaf zei hij:
'Ik maak alles nieuw.'

[…]

Voor de zoveelste
keer is oplevering
onlangs uitgesteld.

Ik heb zijn oude vader
geprobeerd te bellen,
maar die gaf niet thuis.


Hamel is voorwaar een aanwinst voor het dichterswereldje. Een talent. Haast om jaloers op te zijn: componist, dirigent en nu ook dichter.
O ja, wat mijn waardering betreft, die gaat, nadat ik alle enen had opgeteld de 0,5 verre te boven. Dat geldt ook voor de zeer verzorgde uitgave door uitgeverij Augustus.


Micha Hamel - Alle enen opgeteld
Uitg. Augustus, Amsterdam 2004
72 blz.; € 17,95
ISBN 90 457 0443 9







Judith Herzberg - Soms vaak

Omdat Judith Herzberg een van de meest gelezen dichters van Nederland is, werd haar poëzie door de jaren heen al op heel verschillende manieren gepubliceerd: van de Rainbow-pocketuitgave Doen en laten (al meer dan 100.000 exemplaren verkocht) via een kussensloop met een slaapliedje, tot de cd Het vertelde. Vorig jaar verscheen zelfs het poëzieblikje Weet je wat ik ook nooit weet. (Zie daarover Poëzie Kort in Meander 248.)
Mede ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag is er nu de bundel Soms vaak, die naast nieuwe poëzie, alle gedichten bevat uit het ter gelegenheid van Gedichtendag 2001 door Poetry International uitgegeven Staalkaart.

Yvonne Broekmans stelt vast: 'Zij kijkt. Zij ziet. Zij ziet al die dingen waar wij dagelijks overheen kijken of die we nooit gezien hebben en noteert ze dan zo treffend en eenvoudig dat wij ervan overtuigd raken het ook zo gezien te hebben. Altijd al, ook toen, en wel precies zoals zij het voor ons opschrijft.'
Lees hier haar bespreking.




(advertentie)
Echt alles te weten komen over het schrijven van verhalen en/of gedichten? http://www.writersathome.nl/Workshopcat.htm
www.writersathome.nl/Workshopcat.htm




inhoud * gedichten * interview * podium * site * artikel * recensies * nieuws * colofon 
Proza


Literaire salon
Kees Godefrooij

...het zou een onverwarmd, mager verlicht zaaltje moeten zijn met ijsbloemen op de ramen aan de rand van een desolate stad waar een aantal schrijfnetters, in aanwezigheid van een raaf, bijeenkomt om een grootse salon op te richten, een literair sociale werkplaats voor contactgestoorden en aan schrijfdrang lijdende leprozen. Deze salon zou bestaan uit meerdere vertrekken, één die enkel toegankelijk is voor leden, met beleefde obers, lederen fauteuils en een donkere lambrisering, waar de gebruikelijke drankjes worden geserveerd alleen vele vele jaren ouder, met een knetterend haardvuur en aangenaam keuvelende bezoekers die somtijds over de vloer rollen om een vrouw, rijm- of rangtelwoord, waar een elegant geklede dame rondwaart, achteloos chic met zware lokken, omgeven door een zelden gesnoven geur stammend uit een 18e-eeuws parfumhuis, slechts mondjesmaat verkrijgbaar en dan nog voor ingewijden. De dame komt en gaat. Vriendelijke tabakswalmen drijven richting deur bij binnenkomst van weer een gast, het literaire neusje van de zalm zou hier de jagende grizzly's ontwijken met historisch bewogen teksten en beroertes opwekkende verzen. Uitgevers zouden een moord begaan om in deze salon te mogen oogsten (de schrijver X. zal er in ontredderde toestand worden aangetroffen, maar dat is nog toekomstmuziek).

Een ander vertrek zal voor iedereen toegankelijk zijn, een vertrek met grote leestafels. Grote leestafels en veel ruimte tussen de tafels zoals in café Griensteidl* destijds, zodat je met een bontjas aan kunt binnenkomen. Dagbladen en tijdschriften uit de landen van de grote denkers en kunstenaars liggen ter inzage. De bediening echter zal povertjes zijn aangezien deze in handen is van oudere jongedames die, gebeeldhouwd naar de kwabben van een uitgewoonde volkszanger en ruw van de tongriem gesneden, onverstoorbaar uitblinken in desinteresse voor hun cliëntèle.

“Vanaf welke sterren zijn wij elkaar toegevallen?” Met deze woorden begroet Nietzsche, bij hun eerste ontmoeting, Lou Andreas-Salome op 24 april 1882 in de Sint-Pieterskerk te Rome.
Deze regel zal een plekje krijgen aan de wand van de Salome-salon, een gedeelte slechts toegankelijk voor vrouwen, het derde en één na laatste vertrek van de literaire salon.
Salome schreef over de 'Liebesrausch' als zijnde het scheppende moment in de kunst. Volgens haar hebben vrouwen huis en haard niet nodig, zij vergelijkt de vrouw met een 'zwervende dievenbende' die zich van wetten weinig aantrekt. Zij, die Nietzsche afwees, een verhouding begon met Rilke, samenwerkte met Freud en eerst haar oriëntalist huwde (na ettelijke zelfmoorddreigingen) nadat deze zich door het hart schoot maar op wonderbaarlijke wijze overleefde, en dan nog slechts op voorwaarde van geen seks en een vrij huwelijk.
De Salome salon dus.

Het mooiste en oudste vertrek tenslotte, met het hoge van een fresco voorziene plafond, zal worden omgevormd tot bibliotheek. Een unieke bibliotheek van meer dan honderdtwintigduizend titels op het gebied van poëzie, met o.a. de collectie boeken die eens toebehoorde aan graaf de Montesquiou-Fézensac, de verfijnde estheet die model stond voor Huysmans' Des Esseintes en Prousts baron de Charlus en die Verlaine vaak financieel had ondersteund.
Er zal wellicht discussie ontstaan over de portrettengalerij in de salon en over de omgang met de raaf, want komt Poe nu bij de Fransen te hangen, of boven de deur naast de kooi met de raaf? Of mag de raaf los? Het laten rondvliegen van de raaf kent voornamelijk bezwaren van hygiënische aard (heer Y.; ”ik wil geen bakkie vogelekak!”), desondanks zal heer Z. blijven ijveren voor een vrij vogel verkeer.
In een tweede vergadering wordt er de motivatie aangedragen voor de opening van nog een gelegenheid, een herenclub dit keer, club 'nevermore', voor die momenten wanneer de sublimatie van het libido eens misloopt, deze club zal worden bewoond door negen aan de dichtkunst gewijde vulva's met de blauwgeaderde rondingen van een begrijpend gemoed.
's Ochtends vroeg bij het verlaten van deze cocon, de wereld wit als een laken, een diepe ademteug in je sjaal en steevast verse sporen in de sneeuw.



*café Griensteidl in 1896, zoals te bewonderen op het aquarel van Reinhold Völkel. Dit café was rond de eeuwwisseling een geliefd ontmoetingspunt voor schrijvers en politici.

Literatuur
Joke J. Hermsen 'Nomadisch narcisme', Sekse, liefde en kunst in het werk van Lou Andreas-Salome, Belle van Zuylen en Ingeborg Bachmann, Kampen, 1993.






Hemelpoort
Karsten Seven

Tijdens de hevigste donderbui in het najaar van 1988 sloeg de bliksem in het kruis van de kerktoren aan ons pleintje. We zaten net aan tafel, mijn broer schepte op maar ik hield niet van witlof. Rachmaninov speelde die avond in onze huiskamer. Dat deed hij wel vaker als het onweerde. Mijn broer en ik liepen naar buiten, mijn vader kwam er achteraan. Onze buren kwamen ook kijken. Ik dacht dat ze waarschijnlijk ook niet van witlof hielden. Door de verrekijker van mijn vader zag ik vervaarlijke spleten en scheuren in de torenspits. Ik dacht aan de poorten van de hel die nu ineens akelig dichtbij kwamen.

Toen de straat werd afgezet was ik bang dat ons voetbalveldje voorgoed zou worden verpletterd door het massieve kruis. Het licht in de straat viel uit. Ik verdenk de dominee er nog steeds van, over een schakelaar te hebben beschikt waarmee hij onze straat op afroep van god of wie dan ook, in sacrale duisternis kon hullen.

Mijn buurman wilde de verrekijker, hij had een bril met dikke glazen. Hij zei dat het waarschijnlijk wel meeviel. Hij hield niet van commotie.

De volgende dag verscheen er een hoogwerker, zo'n rode en die haalde eerst de bronzen klok naar beneden. De klok werd per seconde groter en zwarter dan ik ooit had gedacht. Ik vroeg me af waarom herfst naar herfst rook en niet naar verdorde bladeren. Ik durfde niet te kijken toen de flank van de klok langs de kruising van ons voetbalgoal scheerde. In een grandioze finale sloeg zij op straat haar laatste slag. Een ouder echtpaar bewoog zich richting kerk maar het was dinsdag. De overige buren bleven staan. Behalve Bart.

Bart was op dat moment aan het tennissen tegen de kerkpoorten van de hemel. Hij was vrij klein waardoor hij vaak onopgemerkt bleef. Zijn tennisracket kraakte toen het klokkenbrons de stoep raakte. Hij was van nu af aan tot kunstobject verworden dacht ik; onhoorbaar en onzichtbaar door een bronzen stulp. Die avond ging ik eerder naar bed dan Rachmaninov.

's Morgens vroeg verliet ik het huis en vond een tennisbal op straat. De klok was verdwenen. Ik ging ervan uit dat Bart gewoon door het klepeloog de hemel in was gezogen.

Het bovenste deel van de toren werd gesloopt en een maand later beklom ik, verkleed als kerstman de elf trappen van de geamputeerde toren. Ik zeg het niet gauw maar het was bitterkoud. De buurman had mij gevraagd om twee zakken met cadeaus aan lange touwen naar beneden laten. Een vriendje uit de buurt hielp me, dat mocht hij omdat hij heel goed zakken door kerktorens omhoog kon dragen maar ook omdat hij heel goed blowtjes kon draaien. De buurman en ik hadden een goeie aan hem. Voordat de schare kinderen zich al joelend verzameld had op het kerkplein rookten we en kregen last van acute hoogtevrees.

Het werd steeds luidruchtiger aan de hemelpoort. Toen de menigte door mijn getreuzel de toren dreigde te bestormen, vatte ik uiteindelijk de moed om de verantwoordelijkheden te volbrengen die een kerstman nu eenmaal draagt. Bibberend op mijn knieën schuifelde ik naar de lage borstwering van de toren en liet de juten zakken onhandig naar beneden glijden. De kinderen zagen mijn verwarring aan voor gewuif. Ze schreeuwden en zwaaiden aangemoedigd door hun verkleumde ouders, tweeënveertig meter terug omhoog. De laatste vijf meter glipte het touw uit mijn handen en met een doffe knal scheurden de zakken op de stoep kapot.

In de chaos die ontstond zag ik een kleine jongen toesnellen. Hij droeg geen jas. Ik hoopte alleen maar dat zijn cadeautje nog heel was.






inhoud * gedichten * interview * podium * site * artikel * recensies * proza * colofon 
Nieuws



Literaire Boeken Top 10
  1. In Europa - G. Mak
  2. Zolang er leven is - R. Dorrestein
  3. Het voorbijgaan - N. Gerrard
  4. Complot tegen Amerika - P. Roth
  5. Hartjeuk & zieleczeem - Y. 't Hek
  6. Herinneringen aan mijn droeve hoeren - G. García Márquez
  7. Schaduw van de wind - C. Zafón
  8. De asielzoeker - A. Grunberg
  9. Wie scheep gaat - R. Peper
  10. Grijze zielen - P. Claudel
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel
'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 16 t/m 28 december 2004.

OpStaan in café Momfer de Mol
Op zondag 6 februari 2005 vanaf 15.00 uur open podium OpStaan in café Momfer de Mol, Oude Molstraat 26a, Den Haag. Toegang en deelname is gratis.
OpStaan is sinds november 2003 het podium waar iedereen welkom is. Beginnende cabaretiers, dichters, muzikanten en kleinkunstenaars kunnen hun kunsten aan het publiek tonen. Publiek kan op een prettige manier kennismaken met nieuw en bekend talent. Meer informatie over OpStaan kunt u vinden op de website www.OpStaan.org. E-mailen kan naar: Xinfo@OpStaan.orgX (de letters X uit dit adres verwijderen!)


The Ledge
The Ledge is een onafhankelijk platform voor literatuur. Hier staat 'het literair gesprek' centraal. Er verschijnen wekelijks gesprekken met auteurs, vertalers en critici uit binnen- en buitenland. De site biedt ook een digitale, alsmaar uitdijende versie van Pieter Steinz' leesgids Lezen&cetera en een actuele verzameling links naar literaire evenementen. Voor meer informatie: Xinfo@the-ledge.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!) of zie de site www.the-ledge.com.


Expo 'Kijk, zie en leef!!!'
In de Tuin- en Bruinszaal van het Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen vindt van 6 januari tot en met 31 maart 2005 de expositie 'Kijk, zie en leef!!!' van Ina Sousa plaats. De expositie bestaat uit zogenaamde levenskunst in poëzie en beeld. De Rijksuniversiteit is gevestigd aan de Broerstraat 5, Groningen. Zie voor meer informatie de website www.inasousa.nl of mail naar Xcontact@inasousa.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!).


Zingo Poetry Slam in Brabant
In januari 2005 beleeft de Zingo Poetry Slam in diverse Brabantse steden de eerste uitvoering. In Breda, Den Bosch, Oss en Tilburg organiseren De Wintertuin en LiBra, het Literair Informatiepunt Brabant, de 'free-fight' tussen dichters. Ook in Eindhoven en Boxtel staan Poetry Slams gepland. De winnaars van deze stedencompetities dingen mee naar de titel van Nederlands kampioen Poetry Slam. Agenda: Zaterdag 8 januari Traces Festival, Studiozaal Theaters Tilburg www.tracesfestival.org; donderdag 13 januari Mezz Breda www.mezz.nl; vrijdag 28 januari Groene Engel, Oss www.groene-engel.nl; woensdag 2 februari Café Cordes, Den Bosch www.kroegpagina.nl/cordes; zondag 30 januari en zondag 27 maart Poetry Slam Eindhoven, Café Kraay & Balder, Eindhoven www.literairopenpodium.nl; donderdag 27 januari Dicht-slam-rap Boxtel, Café Begijn Boxtel < href="http://www.dichtslamrap.nl" target="extern" class="onder">www.dichtslamrap.nl. Dichters en slammers kunnen zich nog voor alle slams aanmelden via Zingo Poetry Xslam@maatregel.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!) of door te bellen met de Wintertuin, telefoonnummer 024 323 19 04.


Prijs poëziedebuut Arjan Visser
Arjan Visser heeft voor zijn roman 'De laatste dagen' de Marten Toonder/ Geertjan Lubberhuizenprijs 2003 voor literaire prozadebuten gewonnen. Aan de prijs is een geldbedrag van 5.000 euro verbonden. Sinds 1984 zijn zestien auteurs bekroond met deze prijs, waarmee nieuw Nederlandstalig prozatalent wordt aangemoedigd. Arjan Visser viel al eerder met zijn roman in de prijzen. In oktober 2004 kreeg hij de Anton Wachterprijs. Ook werd hij genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.


Boekenrenner
Woon je in 2000, 2018 of 2060 Antwerpen? In afwachting van de opening van de nieuwe Permeke-bibliotheek, kan je je boeken thuis laten bezorgen. ABC2004 en de openbare bibliotheken laten je niet in de kou staan! Vanaf 10 januari brengt de Boekenrenner door weer en wind per fiets je boeken aan huis. Bel je voorkeurgenre of titel door naar de klantendienst van de openbare bibliotheek in Deurne op 03/360.97.77 en je krijgt je boeken binnen de drie dagen thuisbezorgd. Meer informatie: www.abc2004.be.


Brieven aan Doornroosje
Naar aanleiding van ABC2004 maakt theatergezelschap luxemburg van het prachtige Brieven aan Doornroosje, een brievendagboek van Toon Tellegen, een luisterfeuilleton. Het hele jaar door kan je de reis van de prins volgen op KLARA (iets voor zeven), via luisterpalen in negen Antwerpse bibliotheken, en op de website. Eén mobiele paal reist langs festivals en andere festiviteiten door heel Vlaanderen en Nederland.


Leesgroep De Groene Waterman
Boeiende boeken tussen pot en pint: dat zijn de leesgroepen van boekhandel De Groene Waterman. U kan à la carte kiezen in de drie leesgroepen: literatuur, Mens & Samenleving, Leesgroep China. De deelnemer verbindt zich ertoe om het gekozen boek op voorhand te lezen, zodat een rijke uitwisseling met de ideeën van andere lezers kan plaatsvinden. Volledig programma bij www.groenewaterman.be.


Het Beschrijf in financiële nood
De literaire vereniging Het Beschrijf kampt met grote financiële moeilijkheden. Volgens Het Beschrijf is de vereniging het slachtoffer van haar eigen succes. Hoe meer projecten Het Beschrijf organiseert, hoe dieper de financiële put wordt. Paul Buekenhout van Het Beschrijf: "Het grootste deel van de inkomsten zijn projectsubsidies. Die worden niet in één keer uitbetaald, en pas als het project is afgelopen."
Het Beschrijf zou minder projecten kunnen organiseren, want festivals zoals Het Groot Beschrijf kosten handenvol geld. Maar volgens Buekenhout gebeuren veel activiteiten op vraag van de overheid. "Als de overheid wil dat wij nog veel organiseren, dan zal ze zich moeten bezinnen over de structurele financiering van Het Beschrijf."


SNELNIEUWS:
05/01/05:ANTWERPEN: Literaire e-book-bar - In de e-book-bar probeer je een e-book of raadpleeg je informatie over e-books. Er komen ook rondetafelgesprekken over de elektronische toekomst van het boek. En natuurlijk lezen de organisatrices van Les Liseuses Fabuleuses voor uit de mooiste e-books. Thema is 'e-books en de gezondheid van je ogen’, 20.00 uur - gratis - Literaire bar, Frankrijklei 130. Meer info: Les Liseuses Fabuleuses. 09/01/05: LEUVEN: Poetry Slam - Duik onder in een wereld van woorden. In Poetry Slam strijden podiumdichters met gedichten - 2 euro – 21.45 uur - Bar Del Sol, Schapenstraat 105. Inlichtingen/meedoen: XJ_funk@artlover.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!). 12/01/05: BRUSSEL: Studiedag rond poëzie en onderwijs - Leerkrachten, bibliotheekmedewerkers en andere belangstellenden kunnen zich inschrijven voor enkele van de talloze workshops. Er is voor elk wat wils! Ga eens kijken op de website van CANON. 13/01/05 tot 26/02/05: ANTWERPEN: De Rebus: monumentale versie - Zeven beeldende kunstenaars en zeven auteurs brengen de bibliofiele boekenbox ‘De Rebus’ nu ook uit in een monumentale versie. Dit experiment toont de mogelijkheden waarmee diverse vormen van grafische beeldende kunst, digitale beeldvorming, video, installaties en de dragers van het kunstwerk in dialoog gaan met de teksten van auteurs Marleen De Crée, Bart Plouvier, e.a. Gratis, KBC-Toren, Scaldiszaal, Schoenmarkt 35. Meer info. 14/01/05: ANTWERPEN: Het Lied der Rusteloosheid - Pedro Moutinho & Eva De Roovere zingen poëzie van Fernando Pessoa & Herman De Coninck. Een soundtrack van poëzie, 20.15 uur - 15 euro - Arenbergschouwburg, Arenbergstraat 28. Meer info.


Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.

Nieuwsberichten voor Meander 258 van zondag 16 januari dienen uiterlijk dinsdag 11 januari in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan Xnieuws@meandermagazine.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!).




inhoud * gedichten * interview * podium * site * artikel * recensies * proza * nieuws *
Colofon




Site: meander.italics.net

E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Redactie:
Adelheid Bekaert, Annette van den Bosch, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos

Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Tine Moniek, Elly Woltjes.

Verder werken mee:
Chris Coolsma, Rutger H. Cornets de Groot, Edith de Gilde, Milla van der Have, Joris Lenstra, Bert van Weenen, Atze van Wieren.

De gedichten worden beoordeeld door: Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris en Joop Leibbrand.
De verhalen worden beoordeeld door: Tine Moniek, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.


Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.


Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres: http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meandermagazine.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * interviews * links * klassiekers * archief