aflevering 259 * 30 januari 2005 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële
bijdragen zijn nodig *
kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service
Inhoud
Podium
Arnoud Rigter laat zien wanneer geldt dat 2+2=5
Recensies
Joke Kaviaar -
Paspoort voor de Stateloze: fysieke poëzie van een geboren activiste.
Mirabilia. De zorgvuldige formuleringen van Christine D'haen.
Poëzie Kort, met o.a.
De mooiste gedichten over vriendschap en
Klotengedichten. Lang geen lullige poëzie.
In
Proza Kort aandacht voor Shimon Tzabar, Jan Wijnen, Hans van Hartevelt, Karel ten Haaf en Marian Fack.
Proza
Een
kat wekt een Brugs hotel
Verder
gedichten,
site en
nieuws
Gedichten
Geloofsbelijdenis
sommigen geloven
in god
anderen in
niets
ik vind niets
wat weinig
en god teveel
voor een mens
mijn geloof
belijd ik als
ze naakt op
me zit
haar benen om
me heen
zachtjes kreunend
oh mijn
god
Gino Van Looy
auteurspagina Gino Van Looy
reageer op dit gedicht
Dit is geen oefening
Met een mond vol
woorden het gat in de dijk
gedicht. Geen wonder
dat duisternis als water
tot de lippen staat en
elke vorm verdwijnt onder
het golvende oppervlak van
wat eigen vorm mist
en dieper woelt.
Leven op natte voeten
geselt de hemel in ijzige
vlagen het denken. Flitslicht
ziet de wereld met rode ogen
en maakt ons des duivels.
Achter mij loeien de sirenes.
Paul van Leeuwenkamp
auteurspagina Paul van Leeuwenkamp
reageer op dit gedicht
verliefdheid heet dat
Mijn huis was overhoop.
Mijn theekopjes scharrelden vrijelijk rond.
Mijn borden kleefden aan ’t plafond.
Mijn schemerlamp lekte stroop.
Mijn onderbroek, mijn vaste grond,
mijn hondenriem, mijn bal,
ze waren overal,
behalve daar waar ik ze vond.
Krijn Peter Hesselink
auteurspagina Krijn Peter Hesselink
reageer op dit gedicht
herfst
de mooiste stilte is
die tussen de geluiden hangt
zichzelf de ruimte gunt,
zich neer te leggen
in de herfst,
het water strak te trekken
met het gewicht
van haar aanwezigheid
Hedwig Selles
auteurspagina Hedwig Selles
reageer op dit gedicht
Die Reis
Hier is jou swaard
hier is jou stier
meet my aan my mantel
en pas my aan my lier
want ek gee jou ‘n dag
en ‘n wolfhond wat wag
om jou tree te steun
en ‘n reis van sneeu en wind en reen
Jy kan kantel of swig
onder enkeling se gewig
maar leuens mag jy nie glo nie -
daardie brug mag jy nie oor nie
So kan jy my maklik vind
in die kaleidoskoop van wind
met blink gedagtes en perels
gewas uit die skulp van die wereld
uitgespoel, altyd op dieselfde strand
ver van as en roes en brand
na aan die dood uit asem sal ek luister
hoe die see se diere jou naam fluister
en palms is vir ons die mure
van skaduwee teen die son se ure
en ons maak die sand ‘n vloer
waarteen die maan sal staan en loer
vir een dag van ewigheid
bied ek hierdie swakheid
van vlees en bloed en been
as vuis vir ‘n oomblik se edelsteen.
Jobot
auteurspagina Jobot
reageer op dit gedicht
Howlin' Wolf
Als een stoomfluit scheurt zijn stem
het blanke gemoed in flarden,
braakt alle armoe van de Delta
uit zijn grote, zwarte lijf.
Hij zong voor dobbelende mannen
in verscholen huizen, zijn muziek
wiegde de billen en de heupen
in trage cadans en klonk op
in de donkere glans van Memphis.
Wat weten we van oude wonden,
de drank, de messen in de kroeg,
de napijn van geknechte mensen.
Nog één keer geeft hij alles, roept
vergeefs de zwarte engel om
in haar schort te schuilen,
sterft dan in zijn laatste wolvenzang.
Karin Doornik
auteurspagina Karin Doornik
reageer op dit gedicht
(advertentie)
Club Schrijven Magazine Een tijdschrift voor alle actieve schrijvers |
|
bestellen en informatie: www.clubschrijven.nl |
|
Site
Barwoutswaerder (David Troch) heeft natuurlijk een
belangstelling die verder reikt dan de borsten van Kate Beckinsale. Al zou hij er wel voor wakker willen blijven.
Kantinejuffrouw Klarijn overweegt lid te worden van de Boekgrrls, maar won eerst eens wat
informatie
in over dit vrolijke en intelligente gezelschap van lezende dames.
Verder vermoedde zij dat er een kleinkind op komst was en ze zat er niet ver naast. Joop Leibbrand bleek echter vooral zo in de wolken te zijn over een
geduchte concurrent
van Meander Magazine.
Recensies
Niet in mijn naam!
Joris Lenstra las Paspoort voor
de Stateloze van Joke Kaviaar
Van dichteres en performer Joke Kaviaar
(pseudoniem van Joke Kuyt) verscheen bij uitgeverij Het Zinkend Schip
de bundel
Paspoort voor de Stateloze. Het gaat hier om een low-budget
dichtbundel, uitgegeven in een vorm die dicht aanzit tegen een uitgave
in eigen beheer. Dit soort publicaties, buiten de main-stream van de
Amsterdamse uitgeverijen om, kunnen heel interessant zijn, juist omdat
ze om artistieke redenen tot stand gekomen zijn. De dichter heeft hier
vaak de grootste vrijheid van onderwerpskeuze en is ontdaan van de
noodzaak om te verkopen én dus te vermaken: de uitgave is een
persoonlijke 'must' geworden. Eenzelfde drijfveer motiveert ook een
beduidend groter deel van de poëtische gemeenschap.
Met deze
bundel heeft Joke Kaviaar een pleidooi willen geven voor haar eigen
houding ten opzichte van het Nederlandse beleid ten aanzien van migranten.
Wellicht heeft de titel ook de pretentie om iedereen die niet tot Nederland
toegelaten wordt, alsnog een paspoort te bieden. Maar in de bundel
vindt deze interpretatie geen weerklank. Het gaat hier vooral om het
uitzetbeleid dat de regering namens haar burgers uitvoert. En Jokes
antwoord hierop is: niet in mijn naam! Deze bundel bevat dus haar zelfgekozen,
poëtisch exil.
Dat dit een controversieel standpunt is, moge
duidelijk zijn, en de vraag rijst al snel of het ook in goede poëzie
om te zetten is. Een duidelijk antwoord werd gegeven toen zij als ervaren
performer in april 2004 geweerd werd van Jambe, het maandelijkse dichterscafé
te Delft. Zij stond op het programma als genodigd dichter, maar werd
vanwege haar keuze om politieke gedichten voor te dragen door de organisatie
uit het programma geschrapt. Dat zij vervolgens wel op kwam dagen,
niet voor mocht dragen en uiteindelijk door het personeel het café
uitgezet is, draagt slechts bij aan de controverse.
De bundel opent
met een uitgebreid pleidooi waarin de schrijfster aandacht vraagt voor
de humane ongelijkheid die veroorzaakt wordt door het huidige uitzetbeleid.
De oorzaak van dit beleid is de minister van Vreemdelingenzaken, mevrouw
Verdonk; 'En weer zet de minister haar handtekening onder een doodvonnis,
afgeschermd door wetten en regels en goedgekeurd door de democratie',
zo begint het pleidooi. Maar binnen een democratie zijn wij als belastingbetalende
kiezers hier uiteindelijk allemaal verantwoordelijk voor. En het gehele
beleid vindt plaats om onze manier van leven, onze vrijheid te beschermen.
'Want wat is mijn vrijheid waard? Het is de vrijheid van een beul,
die zelf geen vuile handen maakt.' Joke Kaviaar sluit af met haar oproep
om hier iets tegen te doen, om niet passief te blijven zwijgen: 'Daarom
roep ik op, iedereen, schrijvers, dichters, dichter des vaderlands,
zeg het, laat het horen. Roep op tot oproer en doe mee.'
Haar redenering
is niet geheel onzinnig. Los van de gehele politieke en humanitaire
discussie rondom het uitzendbeleid is het helaas waar dat je welvaart
en welzijn in hoge mate al gedetermineerd is door de plaats op de wereld
waar je geboren wordt.
In de bundel en via haar website komen twee
kanten van Joke Kaviaar duidelijk naar voren. Enerzijds is zij de bewogen
activiste die vol overgave haar boodschap uit wil dragen en over haar
woorden lijkt te struikelen:
Indien minister Verdonk het in haar
hoofd haalt mij aan te klagen, dan klaag ik haar aan, op alle mogelijke
manieren. Ik klaag haar nog meer en nog harder aan dan ik nu al doe.
En dan justitie: het openbaar ministerie is in wezen niet ontvankelijk,
want als je mij aanklaagt, waarom dan niet minister Verdonk wegens
bedreiging, op zijn minst? En geen rechter heeft de bevoegdheid om
over mij te oordelen onder deze omstandigheden want wat ik doe is een
vorm van verzet die volkomen legitiem is en wat is het nu eigenlijk
meer dan een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid?
En anderzijds
is zij de bewogen, gewetensvolle burger die zich bezighoudt met de
actualiteit en daarover zinnige vragen stelt:
Intussen voorspel
ik dat het duidelijk zal worden welke genocide er achter de schermen
plaatsvindt. Vorige week werden kinderen uit een school gesleurd ter
deportatie. Bekend beeld? Onlangs snorde ik nog een krantenartikel
op gedateerd 5 april 2004, waarin twee klokkenluidende IND'ers een
boekje opendeden over het beleid: dat ze alleen maar bezig zijn met
het behalen van het vereiste aantal deportaties, dat naar die schrijnende
verhalen niet eens wordt geluisterd.
Nooit meer wat van gehoord natuurlijk.
(bron:
www.home.zonnet.nl/joke.kaviaar/aanklachtvanverdonk.html#klacht)
Welke kant voert nu de boventoon in haar poëzie? De woeste
foto op de achterkant van de bundel van een intens, in zichzelf verzonken,
voordragende dichteres, geeft de essentie van haar werk weer. Haar
kracht is de overgave, de betrokkenheid, en de poëtische beelden
die ze daarbij hanteert. Vooral als performance zijn haar gedichten
sterk. Dat veel ervan rijmen is een formaliteit die haar voordracht
ondersteunt.
Haar poëzie heeft in zekere zin wat weg van het
engagement dat momenteel in het cabaret erg 'hot' is, alleen dan zonder
diens relativerende, humoristische noot. Je kunt je terecht afvragen
of zoiets niet doorslaat. Wel als je verwacht vermaakt te worden. Maar
dat is niet de bedoeling van deze poëzie. Dat blijkt al uit de
keuze van het citaat waarmee haar bundel opent. Het is een citaat uit
een gedicht van Berthold Brecht, ook een dichter die niet wilde vermaken
maar onderwijzen:
Het is waar: ik verdien nog mijn brood
Maar geloof
me: dat is slechts toeval. Niets
Van hetgeen ik doe geeft me het recht
me vol te eten.
Toevallig slechts ben ik gespaard. (Als mijn geluk
afloopt ben ik verloren.)
(uit: 'Aan hen die na ons geboren worden')
Wij als Westerse burgers zijn die gelukkigen. En wij ontzeggen
andere gelukzoekers dat geluk doordat we de grenzen gesloten houden
en migranten terugsturen.
Is het nu mogelijk om, op dit punt in deze
bespreking aanbeland, de politiek te laten voor wat ze is en de poëzie
te aanschouwen? Waarschijnlijk niet. In deze bundel zijn beide te nauw
verweven met elkaar. Het is zowel zijn kracht als zijn makke. Sommige
gedichten staan bijvoorbeeld bol van de socialistische romantiek, zoals
'Vandaag Kan Het gebeuren', dat stuwend begint:
Als elke dag je
kunt verwachten
Bonzen op de deur
Roepen in de gang
Trappen tegen
de deur
Van angst het schril gezang
En als idyllische apotheose
kent:
Dan wil je dat je buren
het trapgat gaan versperren
Dat
ze vechten met de hand
aan je zijde, dat ze vuren
of met de vuist
op tafel slaan
Voor de liefhebber dus. Martin Niemöller schreef
het voor mij mooier en gewetensvoller op met zijn bekende: 'Toen ze
de communisten kwamen halen / heb ik niets gezegd / ik was geen communist...'.
Wel goed geslaagd vind ik 'Cave Canem', dat mij doet denken aan werk
van dezelfde Berthold Brecht. Het kent hetzelfde overtrokken nihilisme:
.Wie wil er nu een hond als ik?
M'n ballen stinken naar rottend vlees
Je ziet m'n bebloede tanden als ik grijns
Ik kwijl als ik zie hoe je feest
[...]
Een gevaarlijke ziekte wacht op je veranda
Een kreupele zwerfhond die de hele nacht blaft
Ik hinder je, sorry dat ik besta
Kan je het niet aanzien dan maak je me toch af
Stop me in een kooi en maak er maar een einde aan
't Is de enige manier, je weet hoe het ligt
Maar je kunt het niet want je bent veel te beschaafd
Dus kwijn ik eeuwig weg ik je tuin en bederf je zicht
Maar het klapstuk van deze bundel is: 'Dis op het Nietszeggende Ik'. Het is
een opruiende litanie waarin Kaviaar de activiste de boventoon voert, met
alles wat je daarbij kunt bedenken. Het gedicht leverde al voor deze publicatie
zijn eerste rel op toen een redacteur van De Volkskrant minister Verdronk
confronteerde met enkele pittige regels eruit. Na een steekspel over en weer,
zal de Raad van de Journalistiek medio januari uitspraak doen over een aanklacht
van Joke Kaviaar tegen de redacteur. Volgens haar lezing, te vinden op haar website (
www.home.zonnet.nl/joke.kaviaar),
heeft de desbetreffende redacteur haar gedicht uit zijn context gehaald en
sensatiebewust in een criminaliserende context geplaatst. Eerder was ook al
een rapgroep uitgebreid in het nieuws geweest, omdat die veroordeeld werd
wegens haar opruiende teksten. Minister Verdonk heeft overigens geen aanklacht
tegen de teksten of de dichteres ingediend.
Het gedicht opent als volgt met een strofe waarin de dichteres haar
verantwoordelijkheid omschrijft:
Bedreiging? Ik ben schuldig
want dit is mijn parlement
'n Berg ellende, Balkenbende
'k Ben er nu al aan gewend
'k Heb die slachters wel zien komen
en ik heb ze laten gaan
Ik ben schuldig medeplichtig
aan weet ik hoeveel waaraan
En in deze trant dendert het gedicht enkele pagina's voort. Op de volgende
strofen viel het oog van de journalist:
Mag ik stemmen per vier jaar?
Ja, ze hebben 't voor elkaar
Ben ik klaar? Ik ben niet klaar
Word je boos Verdonk nu, bang?
Nou, dat duurt niet meer zo lang
want ik doe 'Pang!' en zie je rillen
Ik doe 'Pang!' en hoor je gillen
Ik doe 'Pang!' en dat is alles
Wacht maar, ik ben nóg niet klaar
[...]
... Want ik ben schuldig medeplichtig
'k Wil met Rita op één cel en dan
spuug ik, kots ik, trap ik,
Rita, bijt ik in je vel,
in je normen waarden, Rita
Ik ben gek dat weet je wel
want ik ben schuldig medeplichtig
maar ik word je eiseres
Verbale, fysieke poëzie die het op een podium bij een welwillend
publiek goed zal doen. Ik kan nu nog verhalen over haar verwantschap met
de Punkbeweging of haar betrokkenheid bij Ruigoord, maar ik denk dat de
boodschap wel duidelijk is. Joke Kaviaar,
Paspoort voor de Stateloze,
moedige bundel. Voor de liefhebber.
Joke Kaviaar -
Paspoort voor de Stateloze
Het Zinkend Schip, Amsterdam, 2004; 36 blz.; € 10,-
ISBN 90 77798 02 I
Het zinkend schip
Edities & Exposities
Amstel 47, 1011 PW Amsterdam
Postbank 1280570 t.n.v. H. Galle
Xhetzinkendschip@hotmail.comX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Poëzie Kort
door Joop Leibbrand
Voor een
goede thematische bloemlezing zal de samensteller zich altijd in een
spagaat moeten zetten. Enerzijds verwacht de lezer de aanwezigheid
van zoveel mogelijk bekende gedichten, omdat hij om de bundel als naslagwerkje
te kunnen gebruiken over de canon wil beschikken; anderzijds wil hij
toch ook zoveel mogelijk nieuw werk, want het repertoire moet worden
uitgebreid en bovendien geeft hij zijn centen ook weer liever niet
uit aan alleen maar oud en vertrouwd. Als ervaren bloemlezer slaagde
Henk van Zuiden er ook bij
De mooiste gedichten over vriendschap
in een mooie mix samen te stellen van tamelijk bekend en verrassend
nieuw. Hij koos voor gedichten van ruwweg de laatste zeventig jaar,
met een duidelijk accent op de laatste tien à vijftien jaar
en bracht ze onder in een vijftal afdelingen: 'Op dit papier', 'We
weten elkaar altijd te vinden', 'Vroege vrienden', 'Voorbij – vriendschap
die niet sterven wil' en 'Vandaag vraag ik meer dan een enkel oor'.
Er staan mooie vondsten in de bundel, bijvoorbeeld over die altijd
moeilijk te bepalen scheiding tussen liefde en vriendschap. Ted van
Lieshout zegt daarover in 'Vrienden': 'Minnaars worden van elkaar;/
vrienden blijven van zichzelf.' Klaar, denk je, een helder onderscheid.
Maar hij vervolgt: 'Vriend, wil je ondanks alles/ alsjeblieft onthouden//
dat je tegen minnaars zegt/ dat je van ze houdt,// maar dat ik het
bedoel/als ik naar je kijk?' Een eigentijdse
Van de liefde die vriendschap
heet (Verwey)! Victor Vroomkoning gaat een stapje verder (of terug,
het is maar hoe je het bekijkt): 'Een vriend is een tweede zelf./ In
zijn doen en laten weerspiegelt zich/ het jouwe. Van hem genieten is
jezelf genieten./ Vriendschap is eigenbelang, is eigenliefde.' Met
twee gedichtjes zorgt Martin Bril voor een welkome relativering van
de soms wat hooggestemde teksten. In 'Soulmate' heeft hij maar twee
regels nodig: 'Hoe vaak tref je iemand/ Die net zo is als jij?' en
in 'Het' constateert hij: 'Van je vrienden/ Moet je/ Het hebben// Maar//
Je krijgt/ Het/ Van je/ Vrouw'.
Beslist een leuke bundel om erbij
te hebben.
Henk van Zuiden (sam. en inl.) - We weten elkaar altijd
te vinden. De mooiste gedichten over vriendschap
521, Amsterdam, 2004;
116 blz.; € 12,50
ISBN 90 76927871
Samensteller
Toef Jaeger ging
voor de in
Het kleinste gedicht bijeengebrachte verzameling van zo'n
honderd ultrakorte gedichten wel verder terug in de tijd. Vondel, Hooft,
Cats en Huygens ontbreken niet, evenmin als Poot, Bilderdijk, Multatuli,
De Schoolmeester of Piet Paaltjens en voor de leesbaarheid is dat geen
enkel probleem, want ze zijn inderdaad zo kort, dat ze al uit zijn
voor ze moeilijk kunnen worden. Zo zal de clou van dit anonieme laat-middeleeuwse
vers niemand ontgaan: 'Wie worsten coopt of weduwen trouwt/ weet nooit
wat daer is ingedouwd.' Jaeger heeft weerstand geboden aan de verleiding
alleen voor gemakkelijke grappigheid of scabreusheid te kiezen en juist
daardoor is het een prikkelende bundel geworden, met zoals Guus Middag
is zijn bijzonder lezenswaardige inleiding zegt 'loodzware versjes'.
Hoe korter het (goede) gedicht is, hoe geconcentreerder, gecondenseerder
de inhoud. En als de clou, de pointe álles is, ontstaat er een
vonkende, fonkelende 'orakelpoëzie' die niet ophoudt verrassend
te zijn, hoe vaak ze ook gelezen wordt: 'Hoe verder men keek,/ hoe
groter het leek.' (Jules Deelder: 'Heelal'), 'Hij knielt, hij kust
de grond/ en de aarde krimpt van schaamte.' (Hugo Claus: 'Een weerzinwekkend
bezoek VIII'), 'vlinder in de trein/ mijn god dacht ik als daar maar/
geen haiku van komt' (Ilja Leonard Pfeijffer: 'geen haiku'). Vaandragers
fameuze kleine kroketten, Sleutelaars totale Poesie, het is er allemaal.
'Wij zijn als woorden in hun ware gedaante', schreef Sybren Polet.
Zo is het. Een kleine schatkamer, dit bundeltje.
Toef Jaeger (sam.)
– Het kleinste gedicht. De favoriete ultrakorte gedichten van Nederland
en Vlaanderen
met een inleiding van Guus Middag
Podium, Amsterdam,
2005; 136 blz.; € 7,90
ISBN 90 5759 366 1
Het kon natuurlijk niet uitblijven. Na het succes van
Kutgedichten
leveren samenstellers
Tsead Bruinja en
Daniël Dee nu onder een
al even uitdagende titel een verzameling
Klotengedichten. De bundel
telt 72 gedichten van even zoveel dichters, van wie er niet meer dan
elf vrouw zijn. Kloten zijn een mannenzaak, dat is duidelijk. Net als
de vorige keer is ook in deze verzameling 'poëzie over de mannelijke
genitaliën' de valkuil van al te grove platheid of te makkelijke
vette vrolijkheid vermeden en krijgt de lezer in feite een mooie dwarsdoorsnede
van de poëzie van na de Tweede Wereldoorlog, zij het met een pikante,
maar dus zelden ranzige reuk. Bij de
Kutgedichten bleken flink wat
gedichten speciaal voor die bundel geschreven te zijn en ook nu lijken
Dee en Bruinja actief geworven te hebben want bij 28 bijdragen wordt
geen bron genoemd; dat het mannenlijf kennelijk voor minder spontane
inspiratie dan het vrouwenlichaam zorgt, mag natuurlijk nauwelijks
verrassend heten. Met o.a. Barnard, Boskma, Buddingh', Claus, De Coninck,
Gerbrandy, Godijn, Gruwez, Heytze, Komrij, Lucebert (zijn 'Verdediging
van de 50-ers' kijkt hier wat verbaasd in het rond), Menkveld, Schouten,
Teister, Vaandrager, Vinkenoog, Vlek, Waskowsky, Wigman, Wijnberg en
Zwagerman zijn er veel bekende namen. Cees Buddingh's klassieker 'zeer
vrij naar het chinees' staat ook in
Het kleinste gedicht: 'de zon komt
op. de zon gaat onder./ langzaam telt de oude boer zijn kloten.' Je
kunt er je leven mee vullen.
Tsead Bruinja en Daniël Dee (red.)
- Klotengedichten – poëzie over de mannelijke genitaliën
Passage,
Groningen, 2005; 96 blz.; € 14,50
ISBN 90 5452 125 2
Ter gelegenheid van Gedichtendag 2005 verscheen nóg een
verzamelbundel, een eenmalige uitgave met een keuze uit Komrij's precies
een jaar geleden verschenen tweedelige bloemlezing
Nederlandse poëzie
van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten, vooral
geselecteerd op eigenzinnigheid en theatervriendelijkheid. Aan de basis
van
De dunne Komrij lag het verzoek van het Vlaamse kunstencentrum
Villanella om teksten te leveren voor een theaterprogramma waarin taal
en poëzie uit de negentiende eeuw op een levendige en directe
manier op de planken gezet kon worden. Het is weer een echte Komrijbundel
geworden, waarin we naast gedichten uit de bijna heilige canon (Staring
– 'Herdenking', Dèr Mouw - ''k Ben Brahman. Maar we zitten zonder
meid', Gezelle - 'Die avond en die roze', Gorter - 'Zie je ik hou van
je', Van Eyck - 'De tuinman en de dood', Leopold – 'O, als ik dood
zal, dood zal zijn', Bloem – 'Insomnia') in een breed scala vooral
veel onbekend negentiende-eeuws werk treffen, soms met grote taalvirtuositeit
absurdistisch (Charivarius, Jan Ferguut), soms banaler dan plat (het
anonieme strontlied), soms zo helder en eenvoudig dat het bijna pijn
doet (''t Meisje' van S. Bonn). Uit de dunne blijkt overduidelijk hoeveel
te zwaarlijvig de dikke eigenlijk is, want de verrassingen die je hier
aantreft had je ook zelf al moeten ontdekken. Je vond ze niet, want
je zag ze niet. Waarmee eens en te meer bewezen is dat Komrij de ideale
'voor-lezer' is. Volgend jaar dan maar weer een nieuwe selectie.
Gerrit
Komrij - De dunne Komrij
Bert Bakker, Amsterdam, 2005; 96 blz.; €
5,-
ISBN 90 351 2816 8
Verzenfeest met dichtervrienden
Mirabilia van
Christine D'haen is volgens Bert van Weenen een bundel met knappe,
uiterst zorgvuldig geformuleerde gedichten die prima dienst kan doen
als eerste kennismaking met D'haens werk. Religie en verbeelding zijn
ingebakken bij de mens en Christine D'haen doet daar in haar verzen
iets goeds mee. Lees
hier zijn bespreking.
Proza Kort
door Elly Woltjes en Joop Leibbrand
Deze
week op de site aandacht voor een vijftal boeken:
Het wittevlagprincipe
van Shimon Tzabar (
Verlies de oorlog en overwin, non-fictie), de verhalenbundel
Het kwade amen van Jan Wijnen en de romans
De kwelling van Hans
van Hartevelt ,
Bokkenvla van Karel ten Haaf en
Tentakels van Marian
Fack. Lees
hier de besprekingen.
(advertentie)
nieuw: Meander huiswijn - drink for thought heerlijke rode en witte wijnen speciaal voor Meander-lezers scherp geprijsd!
Ga voor informatie naar www.grooteiland.nl en bestel. |
Podium
Arnoud Rigter
Trapparaat
Met zijn omkeer-, trede/palet-loop, kamplaat-,
kettingwielbreuk-, en leuningbandinvoerbeveiliging,
gecombineerd met asymmetrierelais en toerentalbewaking,
en de spuitgietaluminium gegroefde treden met een bevestiging
aan de precisierolschalmkettingen, als ruggengraat der aandrijving
en met leuningbanden van rubber met ingevulkaniseerde wapening,
(die vormen met de treden één schokvrij, synchrone beweging),
en met een modulair elektronische schakelpaneel besturing,
380/220 V aansluit- en 110V/50Hz besturingsspanning,
voor de traditionele worm-wormwieloverbrenging
en met een oliedichte machinekamerafsluiting,
van geprofileerde aluminium dekplaat,
lijkt een roltrap een intelligenter ding,
dan een mens die er op staat.
Op zijn nogal ingewikkelde site
www.doorzin.nl zien we dat Arnoud Rigter
naast dichter ook architect en beeldend kunstenaar is.
Over architectuur schrijft hij:
Het verbreden van een interessekader, om te zoeken naar verbanden en het
komen tot een nieuw, diepgeworteld geheel. "Alles op elkaar laten
rijmen".
Architectuur als karakteristiek resultaat van een doordachte combinatie
tussen uiteenlopende onderdelen: zaken als programma, situatie en
constructie spreken elkaar niet tegen, maar "vormuleren"
een uitgesproken geheel.
Puzzelstukjes die vanzelfsprekend in elkaar passen. Een vanzelfsprekende
oplossing hoeft niet een voor de hand liggende of een
"bewusteloze" oplossing te zijn: Puzzelen impliceert ook spelen.
Spelen is "autotelisch": middelen en doel zijn een geheel.
"Situationistisch dwalen".
Zeg Arnoud, misschien kan je even met me meedenken. Als ik zo'n
tekst lees krijg ik een jeukerig
gevoel en ik denk 'Waarom zegt ie verdomme niet gewoon wat ie bedoelt?'.
Heb ik bijvoorbeeld ook vaak
bij filosofische teksten en bij sommige artikelen in Meander. Bij poëzie
heb ik dat echter zelden. Alhoewel daar vaak nog veel minder van te
begrijpen is. Hoe zou dat komen?
Capituleren mijn hersenen meteen al zodra ze zien dat het poëzie
is?
Ja, dat lijkt me wel een goed idee van je hersenen. Poëzie draait
niet om
uitleggen en
begrepen worden, maar om
uitdrukken en
gegrepen worden, dus dat moet je hoofd
maar aan je hart overlaten. Dat onderscheid is natuurlijk niet zo strak:
ik vind juist de combinatie tussen dat "rationele" en het
"emotionele" interessant.
Betreft je citaat: Die zie ik op zich als bondig en scherp, maar je kunt
inderdaad wel verdwalen in de abstractie. De andere kant is dat je met
voorbeelden gaat werken die op zichzelf helder zijn, maar dan verdwaal
je snel in versnipperde details (zo'n beetje de rest van mijn site).
Maar met "Het verbreden van interessekader, om te zoeken naar
verbanden om te komen tot een nieuw geheel", bedoel ik
bijvoorbeeld dat ik veel gedichten niet had kunnen maken als ik niet
zou schilderen.
Elastische ademhaling
De toren die in wakkere taal vast 100 meter hoog zou zijn,
wordt door warme slaap van binnen uitgehold
om traag door te bungeejumpen
aan een ruggengraat
van elastiek.
Adem omhoog
in
en
omlaag
uit.
De lippen kussen steeds nipt
de koude stenen grond.
Neem bovenstaand gedicht.
Staat of valt dat met de vormgeving? Kan je dit ook
voordragen?
Een tekst staat of valt natuurlijk met de tekst. Toevallig is die
(o.a. door een tempovertraging) ook goed voordraagbaar, maar dat
bekijk ik altijd achteraf pas.
Om het verschil-en-verbanden-spel even door te zetten: Tekst op
papier meng ik soms met tekenen en schilderen. Tekst op podium
mengt met mijn toneelervaring, ik houd er wel van er iets theatraals
van te maken. Omdat ik dat nu zo'n vijf keer per maand doe, ziet
men me waarschijnlijk vooral als podiumdichter. Ik ken mezelf meer
als schrijfdichter, maar ben dus nogal bezig met de vraag hoe
één en ander toe te passen en te combineren: Er is
verschil tussen bv. leespoëzie, voordrachtpoëzie en
songteksten. Zo is een tekst van Radiohead: "I'm not here -
this isn't hapening - I'm not here - I'm not here". Op zich
staat dat wel overeind, al zou ik het als poëzie niet genoeg
vinden. Maar samen met de bijpassende muziek gaat die als songtekst
zweven en zelfs beter dan als er wel poëzie zou staan. Ze
accentueren elkaar (2+2=5), terwijl muziek de tekst meestal
camoufleert (2+2=3) en dat is helaas vaak maar goed ook.
Wat ik spannend vind: dat "I'm not here" is objectief
(begrijpen / uitleggen / hoofd) onmogelijk. Toch wordt het waar:
als je in de muziek meegaat, ben je subjectief (aangrijpen /
uitdrukken / hart) daadwerkelijk van de wereld. Je balt jezelf
samen tot een zichzelfwegkruisraket en je schedel wordt een bruistablet.
Ik zoek meer naar zo'n verwondering dan naar herkenning.
Zo moet je met toneelspelen jezelf karakters toe-eigenen die je op
zich niet bent, maar die wel ergens in je verstopt zitten. Als je
die in jezelf uitvergroot, is het alsof je het leven even buiten de
lijntjes omkleurt. Een zoektocht naar wanneer de rek uit je
persoonlijkheid is. Het op de rand zitten van geloofwaardigheid. Dat
is een soort spagaat die altijd een beetje pijn moet doen. Geloof je me?
Ik geloof je graag.
Oei, dan zit ik nog niet op die spannende dubieuze balans helaas. Ik
kreeg eens een toneelmonoloog die zo absurd was, dat die nauwelijks
"inleefbaar" meer was. De sprong die je maakt als het toch
lukt, doet je geweldig nieuw voelen. Het onderstaande gedicht is een
poging zelf zoiets te schrijven. Vanzelfsprekend is dat niet gelukt
want dat houdt je aan de gang:
Het drogen van dikke klodders olieverf duurt weken.
Het blijft aan alles afgeven, blijft aan alles plakken
en is zonder terpentine niet wit uitwasbaar.
Ze implementeert haar trommelvliezen
in mijn bonkende borstkas, snijdt
tubes open
en balsemt
een behekste moedergloed
over mijn huid,
tot die stikt onder het plamuur
van in het blank trekkende olie.
De leeggeademde lucht brandt
binnenin verblindend fel ineens.
Dan wrijven haar vingers mijn
gehemelte egaal stralend geel.
Ze likt met mijn blauwe tong
mijn slokdarm dekkend paars.
Wit breekt door mijn ogen uiteen
in zeven verdwaalde golflengtes,
die op de tast op ingewanden afgeven,
bij het zoeken naar de weg omlaag
tot ze in het darmaanhangsel
samenvallen om zich weer te ontblinden.
De roze ontwortelde hersenstam verwordt
tot een ontruimd reptielenbrein met metallic glans.
Ik slik
aan de kook gebracht
karmijnrood, dat trillende gewrichten
doet verweken en mee doet stromen in
een stroperige kleurendraaikolk door de lever.
Ze perst
direct vanuit de tube
turkoois in mijn bloedsomloop,
dat doorsijpelt tot in de haarvaten,
waar het de gloed van de huid van binnenuit
weer ontmoet en die doordrenkt door zich door
de poriën naar buiten te spuiten, wat het vel op
doet schuimen en met de aura vermengt tot een groene
gifwolk die schone mensen besmetten wil en jij lijkt plotseling
een licht bevlekt en dicht bevlokt sneeuwlandschap zo alleen.
Je staart mijn waas aan en knipoogt: "Dat ben ik".
Dan omhelst ze me, doet de vloer hellen en vloert me.
Als één klomp bindweefsel rollen we.
Duizeling mengt onderhuidse chemicaliën
in een inhaleerbare wolk van reagerende weekmakers,
tot, tot slot, jouw olievlek uitwaaiert in mijn boezemkamers.
Ik zie nog een regenboogzebrapad achter ons:
Jouw rug blanco strook – mijn rug stempelt – jouw
rug blank – mijn rug stempelt blauw – jij wit – ik paars –
jij – rood – wit – roze – wit – grijzig – wit – wit – – – –
1 + 1 = eindelijk 0.
En wie moet de volgende keer in 'Podium' aan bod komen,
Arnoud?
Bernard Christiansen, o.a. omdat hij als Duitser zo'n beetje Nederlands
is gaan studeren omdat hij het zo'n mooie mompelende taal vindt. Nu woont
hij hier en is postbode. Ik doe mijn best in mompelende enveloppen te geloven.
Proza
Wonka en de wekker
Saskia van Leeuwen
Hotel Erasmus lag in de Wollestraat,
een zijstraat van de Grote Markt in Brugge. Van 's ochtends vroeg tot
's avonds een uur of negen konden de hotelgasten in hun kamers luisteren
naar het geklip-klop van de paarden die de koetsen vol toeristen door
de straat trokken. Terwijl de kerkklokken ieder uur de tijd aangaven,
zuchtte de stad onder de plotselinge warmte zo begin juni.
Het hotel
was klein, maar stijlvol. In de brasserie op de begane grond werd elke
morgen het ontbijt geserveerd door Olga, een vriendelijke vrouw van
middelbare leeftijd die onmogelijk de vrouw van de eigenaar kon zijn,
maar dit toch was. De eigenaar was namelijk een heel ander verhaal.
Tom was een bejaarde man van het kruiperige soort dat nederig buigt
als het met je praat. Zijn Vlaamse accent was moeilijk te verstaan
en als hij dacht dat niemand keek, sloeg hij snel maar hard op de kont
van Christien, het kamermeisje dat elke ochtend de bedden in de kamers
opmaakte en 's avonds de gasten op het terras bediende. Om Toms benen
drentelde de hotelkat Wonka. Wonka was rood, op het witte puntje van
zijn staart na. Zoals elke kat was Wonka goed in voor je voeten lopen,
eigenwijs zijn en in de weg liggen. Maar hij was ook speels; niets
vond hij leuker dan spelen met allerhande voorwerpen die hij op de
grond tegenkwam.
Boven de brasserie lagen over drie etages de achttien
hotelkamers verdeeld die te bereiken waren via een krap trappenhuis
en een nog krappere lift. Omdat het hoogseizoen nog niet begonnen was,
waren op de bovenste etage slechts twee kamers bezet. In kamer 15,
die direct naast het trappenhuis lag, verbleven een moeder en dochter
die samen een paar dagen op stap waren. In de tegenoverliggende kamer
verbleef een verliefd stelletje, dat dag en nacht hartstochtelijk de
liefde bedreef onder de verkoelende wind van de ventilator en de hotelkamer
alleen verliet om 's avonds uitgeput wat te eten in het dichtstbijzijnde
restaurant.
Die avond lag Matilda in kamer 15 zich te vervelen op
bed en luisterde naar het getik van de wekker die ze diezelfde middag
had gekocht bij de Hema. Het was zo'n ouderwetse wekker die je moest
opwinden en daardoor gezellig tikte. Alleen, misschien iets te hard.
Hij was bedoeld voor haar nieuwe vriend, die op zijn beurt een nieuw
huis had. Nog nooit had ze het zo naar haar zin gehad met iemand, maar
één ding zat haar dwars. Omdat de inrichting van het
nieuwe huis nog niet voltooid was, stond er ook nog geen wekker in
de slaapkamer. Dit betekende dat iedere avond een Nokia mee de slaapkamer
in moest: de mobiele telefoon diende als alarm voor de volgende ochtend.
Met de aanschaf van de wekker hoopte ze een einde gemaakt te hebben
aan deze onromantische gewoonte. Immers, telefoons horen niet op een
slaapkamer!
Op dat moment klonk er vanuit de badkamer het slurpende
geluid van het badwater dat in het putje verdween: de moeder van Matilda
had daar twee uur in een koud bad liggen weken. Matilda besloot haar
moeder in de maling te nemen en zette het alarm van de wekker aan;
als hij werkte, moest hij over een uur afgaan. Snel zette ze de wekker
terug op het nachtkastje. Ondertussen trok de moeder nietsvermoedend
haar nachthemd aan en ging ook op bed liggen. Na een korte stilte die
geen stilte was door het getik van de wekker, merkte de moeder het
uurwerk op. Het getik irriteerde haar. Er ontstond een discussie met
als onderwerp de wekker: kon dat ding niet uit? Nee dat ding kon niet
uit, hij was helemaal opgewonden en over ongeveer achtenveertig uur
pas weer uitgetikt. De wekker tikte eens extra hard om dit te bevestigen.
De discussie werd een ruzie, en de wekker moest eruit. Onderin de tas?
Nee. In de badkamer? De lege ruimte zou het getik alleen maar versterken.
Ook niet dus. Boos stond de moeder op, pakte de wekker van het nachtkastje,
opende de deur naar de gang, zette de wekker op de grond en sloot de
deur weer. Het was weer helemaal stil in de kamer. Tevreden ging de
moeder op bed liggen, draaide zich om en viel vrijwel direct in slaap.
In de kamer tegenover de moeder en dochter lag ondertussen
het verliefde stel bij te komen van hun laatste liefdesdaad. Uitgedroogd
van alle actie liep zij naar de minibar, die leeg bleek te zijn. Al
die dagen seks hadden niet alleen hun lichamen, maar ook de minibar
uitgeput. Ze belde naar beneden met het verzoek of de minibar bijgevuld
kon worden. Door de telefoon kon ze Tom bijna horen buigen toen hij
toezegde weldra het kamermeisje met een nieuwe drankvoorraad naar boven
te sturen. Ze hing op en kroop weer naast haar vriend.
Wonka was
juist bezig met het pikken van de laatste blokjes kaas die als borrelhapje
bij het bier op het terras geserveerd werden, toen Christien de kat
riep voor zijn eten. Enthousiast rende hij richting keuken. Terwijl
Christien een blikje KiteKat openmaakte, draaide hij om haar benen
heen en gaf kopjes. Op datzelfde moment kwam Tom binnen, sloeg Christien
op haar kont en droeg haar op onmiddellijk naar boven te gaan met verse
flesjes drank voor de minibar van kamer 16. Toen Tom weer vertrokken
was, zette Christien het blik met kattenvoer op het aanrecht en pakte
de gevraagde flesjes uit de koelkast. Wonka miauwde demonstratief,
maar dit haalde niets uit. Terwijl Christien in de lift stapte, sprintte
hij via het trappenhuis naar boven, om haar bij het uitstappen van
de lift weer op te wachten en voor haar voeten te lopen. Ze klopte
aan bij kamer 16, en Wonka installeerde zich aan het andere eind van
de gang. Hij wist goed dat hij niet in de kamers van de gasten mocht
komen en wachtte dus op een manier waarop alleen een kat dat kan: zichzelf
wassend met een arrogantie alsof het hem allemaal niet interesseerde.
Op de terugweg struikelde het kamermeisje, dat zojuist de
minibar in de kamer van de geliefden had bijgevuld, over een wekker
die in de gang lag te tikken. Door de aanraking klonk er een korte
“tring”, echter luid genoeg om de aandacht van Wonka te trekken. Vanaf
de andere kant van de gang rende de kat naar de wekker om deze nader
te bestuderen. Voor Christien, die inmiddels de lift in was gestapt
en weer naar beneden ging, had de kat geen aandacht meer. Alles draaide
nu om dat tikkende ding daar.
Wonka rook eens aan de wekker. Niet
interessant. Toen sloeg hij met zijn rechterpootje tegen de bel, en
hoorde opnieuw een korte “tring”. Verbaasd keek hij naar de wekker,
en probeerde het nog eens. Opnieuw maakte de wekker geluid. Wonka ging
plat op zijn buik liggen, klaar om de wekker te bespringen en voor
eens en voor altijd korte metten te maken met dit ding dat een eigen
leven leek te leiden.
Achter de bar werkte Olga de rekening van
kamer 16 bij. Zulke goede klanten hadden ze in tijden niet gehad! Het
stel verbleef nu al een week in het hotel en had voor een vermogen
aan roomservice besteld. Tom zou tevreden zijn. Zijn aandacht voor
het hotel leek na de komst van het nieuwe kamermeisje verminderd, en
ze hoopte dat dit hem weer enthousiast zou maken. Tevreden stak ze
een sigaret op, terwijl ze keek hoe Tom de keuken inliep.
Terug
in de keuken ging Christien verder met Wonka's eten. Ze hoorde de keukendeur
opengaan, en zuchtte. Dat kon niemand anders dan Tom zijn. Al wekenlang
liep hij achter haar aan, en werd steeds brutaler in zijn aanrakingen
en handelingen. De avonden waren ronduit verschrikkelijk: hij zorgde
altijd dat zijn vrouw dan achter de bar stond zodat hij in de keuken
ongestoord zijn gang kon gaan. Ook dit keer leek Tom vastbesloten om
het moment uit te buiten.
Op dat moment op derde etage besprong
Wonka de wekker. Het ding rolde over de gang richting trapgat, en na
een tweede sprong stuiterde de wekker naar beneden. Tegelijkertijd
ging het alarm van de wekker af, zodat alle gasten wisten dat het precies
elf uur was. Met een enorm rinkelend kabaal bereikte de wekker via
het krappe trappenhuis de begane grond, waar Olga verschrikt achter
de bar vandaan sprong en richting de keuken rende om haar man te waarschuwen
dat het brandalarm afging.
In de keuken had Tom Christien zojuist
stevig vastgepakt, toen zijn vrouw hijgend en half hysterisch kwam
binnenrennen. De situatie die ze daar aantrof maakte haar zo mogelijk
nog meer overstuur, zodat ze in een vlaag van verstandsverbijstering
een grote koekenpan pakte en haar man buiten westen sloeg. Terwijl
Tom in de keuken in elkaar zakte, hield het gerinkel op de gang even
plotseling op als het begonnen was. Olga en Christien zagen Tom aan
hun voeten liggen, keken elkaar verrast aan en barstten toen in lachen
uit.
Het verliefde stel in kamer 16 was zozeer verdiept in andere
dingen, dat ze het kabaal in de rest van het hotel niet opgemerkt hebben.
Waarschijnlijk liggen ze nu nog steeds in dezelfde hotelkamer van elkaar
te genieten, zoals dat nu eenmaal gaat met verliefde mensen.
Matilda
in kamer 15 maakte gebruik van de verwarring die direct na het kabaal
ontstond. Onderweg naar de uitgang raapte ze snel de wekker op die
onderaan de trap tevreden lag te tikken en nam de laatste trein terug
naar Amsterdam. Haar moeder vertrok de volgende ochtend ook richting
Nederland. Naar de wekker heeft niemand meer gevraagd.
Tom is nooit
meer geworden zoals hij was vóór de klap. Niet alleen
bleek hij niet meer in staat om helder na te denken, ook zijn libido
heeft de klap met de koekenpan niet overleefd. Hij slijt nu zijn dagen
aan de andere kant van de bar tegenover zijn vrouw in een gevecht zijn
geheugen weer terug te krijgen.
Christien heeft diezelfde avond
nog ontslag genomen en rijdt nu met haar eigen paard en wagen door
Brugge. Een aantal keer per dag rijdt ze met haar koets door de Wollestraat;
de toeristen genieten elke keer weer van haar verhaal over het brandalarm
in hotel Erasmus.
Olga is na het incident met de wekker en de koekenpan
de meest tevreden vrouw in Brugge. Na het vertrek van Christien heeft
ze een nieuwe hulp aangenomen; Pascal maakt de kamers net zo schoon
als Christien dat deed en houdt daarnaast genoeg tijd en aandacht over
voor Olga zelf.
En met Wonka? Met hem gaat het prima. Direct
nadat hij de wekker van de trap had gegooid, draaide hij zich om en
ging weer op zijn plekje aan de andere kant van de gang zitten. Terwijl
hij zich waste, luisterde hij ongeïnteresseerd naar het kabaal
dat beneden uit de keuken kwam, en ging na een kwartiertje eens kijken
hoe het met zijn eten stond. In de keuken aangekomen stapte hij koeltjes
over Tom heen die op de grond lag te kermen, liep naar zijn etensbak
en begon ongestoord te eten. (Zoals alleen een kat dat kan). Na het
vertrek van Christien zijn Wonka en Pascal dikke maatjes geworden:
de liefde van een kat gaat nu eenmaal door de maag.
Nieuws
Literaire Boeken Top 10
- In Europa - G. Mak
- Ik verbind u door - V. van der Meer
- Sonny Boy - A. van der Zijl
- Zolang er leven is - R. Dorrestein
- Schaduw van de wind - C. Zafón
- Het voorbijgaan - N. Gerrard
- Wolkenatlas - D. Mitchell
- Vogels zonder vleugels - Louis de Bernières
- Emoticon - J. Durlacher
- Herinneringen aan mijn droeve hoeren - G. García Márquez
|
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel 'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 12 t/m 26 januari 2005.
|
OpStaan in Momfer
Op zondag 6 februari 2005 vanaf 15.00 uur OpStaan in Momfer, Oude Molstraat 26a, Den Haag. Toegang en deelname is gratis. OpStaan is sinds november 2003 het open podium waar iedereen welkom is. Beginnende cabaretiers, dichters, muzikanten en kleinkunstenaars kunnen hun kunsten aan het publiek tonen. Publiek kan op een prettige manier kennismaken met nieuw en bekend talent. Meer informatie over OpStaan kunt u vinden op de website
www.OpStaan.org
Woord in beweging
Op zaterdagavond 29 januari vindt om 20.00 uur in cultureel centrum De Weijer te Boxmeer de prijsuitreiking plaats van de door Meralit uitgeschreven poëziewedstrijd
Woord in beweging. Dichters uit binnen- en buitenland geven deze avond acte de présence. Er wordt een bundel gepresenteerd met de titel
Schrijvend achtergelaten voor nu waarin alle inzenders een gedicht van hun hand kunnen terugvinden.
Winnaars Raadselige Roos
Een dichter uit het uiterste zuiden van Limburg heeft bij de twaalfde wedstrijd om de
Raadselige Roos, de Venrayse schrijfwedstrijd voor amateurschrijvers uit Zuid-Nederland en Belgisch Limburg, de hegemonie van Brabantse collega's doorbroken. Vijf jaar op rij ging de poëzie-trofee naar Brabant, nu naar Jan Smulders uit Eijsden. De BIJ-prijs van de publieksjury ging naar Diny van Oostrum uit Beugen. Bij proza ging de trofee naar auteur Erik Vink uit Deurne. Bekroonde en anderszins geselecteerde gedichten en verhalen zijn opgenomen in een bundel die verkrijgbaar is voor 8,60 Euro. Meer informatie is te vinden op
www.literair-cafe-venray.nl
Bulgaarse gedichten in het Balkan Bulletin
Sinds december 1996 staat in elk nummer van het
Balkan Bulletin een gedicht van een Bulgaarse dichter, voorzien van een Nederlandse vertaling. Bij elkaar zijn dat nu bijna veertig gedichten. Enkele klassiekers als Christo Botev, Ivan Vazov en Elisaveta Bagriana zijn aangevuld met hedendaagse poëzie. Ter gelegenheid van het zilveren jubileum van de Stichting Oost Europa Projecten is een overzicht van deze Bulgaarse poëzie gebundeld. De keuze van de gedichten en de vertalingen zijn gemaakt door Marijke en Ton Delemarre. De zestig pagina's tellende bundel met de titel
Wachtend is in Dordrechtse boekhandels verkrijgbaar voor 9,90 Euro. Het ISBN-nummer is 90-809359-1-3. Kijk voor meer informatie op
www.stoep.dordt.nl of
www.worldartdelft.nl
Vijftiende E. du Perronprijs voor Kees Beekmans
De Tilburgse burgemeester Vreeman heeft aan schrijver Kees Beekmans de vijftiende E. du Perronprijs uitgereikt. Hij kreeg de prijs voor zijn verhalenbundel
Eén hand kan niet klapt en andere verhalen uit de zwarte klas. De E. du Perronprijs is een initiatief van de gemeente Tilburg en de letterenfaculteit en wordt uitgereikt aan mensen of instellingen die een bijdrage leveren aan het onderling begrip tussen in Nederland wonende bevolkingsgroepen.
Haagse stadsdichter op Gedichtenlijn
Vanaf donderdag 27 januari, de Nationale Gedichtendag, is de Haagse stadsdichter Daan de Ligt elke laatste vier dagen van de maand met drie nieuwe, door hemzelf ingesproken gedichten te beluisteren op de Gedichtenlijn 0909 433 42 48. Daan de Ligt had deze maand (zie het Meandermagazine nr. 257) met het gedicht
Werkzoekende het gedicht van de maand.
Klotengedichten
Op donderdag 27 januari is in Groningen de bundel
Klotengedichten gepresenteerd. Een bundel met poëzie over de mannelijke genitaliën. Gedichten van onder anderen Hugo Claus, Herman de Coninck, Lucebert en Gerrit Komrij. De bloemlezing wordt op zaterdag 5 februari nogmaals ten doop gehouden en wel om 17.00 uur in boekhandel Joot, Hartenstraat 15 te Amsterdam. Een groot aantal dichters zal hun klotengedicht ten gehore brengen. Iedereen is welkom en de toegang is gratis. De bundel kost 14,50 Euro en het ISBN-nummer is 90 5452 125 2. Voor meer informatie: E-mail
Xpassuit@xs4all.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!) of zie de website
www.uitgeverijpassage.nl
Driek van Wissen nieuwe Dichter des Vaderlands
Aan de vooravond van Nationale Gedichtendag, woensdag 26 januari, is in een televisie-uitzending bekendgemaakt dat Driek van Wissen in navolging van Gerrit Komrij en interim Simon Vinkenoog de nieuwe Dichter des Vaderlands is geworden. Van Wissen publiceerde eerst onder het pseudoniem Albert Zondervan. In 1978 debuteerde hij met
Het mooiste meisje van de klas. De uit Groningen afkomstige kersverse Dichter des Vaderlands verklaarde zelf toegankelijke poëzie te schrijven. Zie
meander.italics.net/l/?txt=302
Een nieuwe stadsdichter in Groningen
Sinds 2002 heeft Groningen een stadsdichter. De termijn van Bart FM Droog zit er op. Hij is een jaar langer blijven functioneren, door het uitblijven van de nieuwe cultuurnota. In totaal waren er 31 kandidaten waarvan tien zich uitgebreid mochten presenteren in
Het Dagblad van het Noorden. Dit dagblad stelde dan ook een eigen verkiezing in. Jan-Jaap Reinders werd door de lezers gekozen. Een vakjury van drie mensen heeft de enige, echte stadsdichter gekozen, die voor de komende twee jaar deze functie blijft bekleden. Cultuurwethouder Karin Dekker heeft tijdens de slotmanifestatie van gedichtendagactiviteiten in Groningen bekendgemaakt dat Ronald Ohlsen (36) de stadsdichter wordt die met poëzie reageert op gebeurtenissen en ontwikkelingen in de stad en tenminste zes stadsgedichten per jaar schrijft. Hij ontvangt bruto een bedrag van 5.000 Euro. Ohlsen maakte bekend een cyclus over de historie van de stad Groningen te schrijven met gebeurtenissen en feiten die je niet in de geschiedenisboekjes vindt.
Ten minste houdbaar tot:
03/02/05: De 11de Poëzieprijs Culturele Centrale Boontje voor ongepubliceerde en onbekroonde gedichten in het Nederlands van maximum 24 regels. Lees het reglement
hier.
21/02/05: De Mengmetaal-Poëzieprijs. Een nog niet bekroond, ongepubliceerd Nederlandstalig gedicht van max. 35 regels, in vijfvoud (A4 getypt of geprint). Signeren met schuilnaam en gesloten omslag bijvoegen met naam, adres, telefoonnummer en geboortedatum. Thema is
Een feest van licht. Genomineerden en winnaar luisteren de tentoonstelling van Els Vos en Pia Burrick op. Galerij Hannah 06/02 tot 06/03. Insturen naar Galerie Hannah, Mechelsesteenweg 361, Herent 3020, België.
24/03/05: Literatuurprijs Cultuurpodium LUX. Iedereen uit het Nederlands taalgebied is vrij om mee te doen met proza of poëzie. Inzendingen worden beoordeeld door een jury bestaande uit dichter Victor Vroomkoning, essayist Liesbeth Eugelink en schrijver Jeroen Thijssen. Wel dient bij LUX een reglement te worden aangevraagd voor verdere informatie, bij voorkeur via e-mail
Xliteratuurprijs@lux-nijmegenX (de letters X uit dit adres verwijderen!) of eventueel per post LUX, postbus 1155, 6501 BD Nijmegen.
Geen verkoop archief Jotie ’t Hooft
De rechtbank van Antwerpen heeft dinsdag 18 januari verboden dat het archief van de Vlaamse junkiedichter Jotie 't Hooft in de verkoop gaat. Eerst moet een notaris een inventaris maken van het archief. Vervolgens kan wel een verkoop plaatsvinden. Daarvan moet 't Hoofts weduwe Ingrid bovendien eenderde van de opbrengst krijgen. 't Hooft werd vooral bekend door zijn dichtbundel
Junkieverdriet. Weduwe Ingrid 't Hooft-Weverbergh stapte naar de rechter, omdat haar vader en uitgever Julien Weverbergh het archief van de in 1977 op 21-jarige leeftijd aan een overdosis cocaïne overleden dichter in de verkoop wilde doen. De weduwe wil dat het archief in zijn geheel bewaard blijft in het (
museum.antwerpen.be/amvc_letterenhuis/) AMVC.
21 dichters voor de 21ste eeuw
Op 21 januari 2005 werd in Brussel de poëziebloemlezing
Op het oog. 21 dichters voor de 21ste eeuw voorgesteld. Deze bloemlezing bij Uitgeverij P. is ontstaan uit een initiatief van
'En er is' naar aanleiding van het tienjarige bestaan en brengt een boeiende staalkaart van de jonge Vlaamse poëzie. Enkele namen: Geert Buelens, Eva Cox, Ruth Lasters, X. Roelens, David Van Reybrouck,...
Erwin Mortier stadsdichter Gent
Erwin Mortier is de nieuwe Gentse stadsdichter. De 39-jarige Mortier is vooral bekend als prozaschrijver, maar ontving in 2002 van Poetry International Rotterdam de Cees Buddingh' prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut met zijn bundel
Vergeten Licht. In het najaar verschijnt zijn tweede bundel. Het stadsdichterschap loopt twee jaar.
Dimitri Casteleyn debuteert omgekeerd
Naar aanleiding van de 25ste verjaardag van het PoëzieCentrum
www.poeziecentrum.be debuteren vijf dichters. De eerste debutant is Dimitri Casteleyn. De papieren bundel
Omgekeerd met 26 gedichten bevat een cd-rom met bewegende beelden. Daarnaast kan je elke dag een kijkje nemen op zijn website
www.omgekeerd.net
Dichters voor 12-12 schrijven Woordenvloed
Na de zeebeving in Zuid-Oost Azië konden enkele dichters, schrijvers en grafici niet bij de pakken blijven zitten. Zij hebben beslist hun creativiteit ten dienste te stellen van de steunacties aan de getroffen regio. Bedoeling is gedichten in te zamelen die werden geschreven naar aanleiding van de ramp en de nasleep ervan, of andere ongepubliceerde
werken die door (semi-)professionele mededichters worden afgestaan. De Vlaamse minister voor Ontwikkelingssamenwerking Geert Bourgeois heeft toegezegd om peter te zijn van het project. De initiatiefnemers zijn dichters Philip Meersman en Claude Lammens.
Zij willen 144 (12 keer 12) gedichten bundelen. Daaruit willen ze in 12 Vlaamse steden op poëzie-events bloemlezingen geven en de bundels uiteraard ook massaal aan de man brengen. Wie wil meeschrijven kan dat melden bij initiatiefnemer Philip Meersman:
Xphilip.meersman@gmail.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!) of op
Xinfo@Kokobozo.orgX (de letters X uit dit adres verwijderen!). Nog meer informatie vind je op
www.kokobozo.org.
Snelnieuws:
31/01/05 - Merksem: En ze leefden nog lang en gelukkig: In de aanloop naar Valentijn worden een aantal klassieke liefdesverhalen bekeken. Dat op een gevarieerde, verassende manier. Begeleiding: Martine Kouwenhoven – 19.30 uur - 10/8/7 € - CC Merksem - Kasteel Bouckenborgh, Bredabaan 561 - Meer info:
www.abc2004.be.
02/02/05 - Aalst: Presentatie van de bundel Kruisweg in de stad van Patrick Lateur met werk van met werk Luc Hoenraet – 20.00 uur - Emmaüs, Sint-Martensplein 3, (naast de Sint-Martinuskerk in het centrum van Aalst) Meer info:
www.patricklateur.be.
06/02/05 – Sint-Niklaas: Poëzie op Zondagmorgen met Ramsey Nasr, van 10.30 tot 11.30 uur, Kasteel Walburg, Romain De Vidtspark, gratis
06/02/05 - Leuven: Lenny. Naakt, een show met cabaret, slam poetry en kleinkunst met Jee_Kast - Bar Del Sol Schapenstraat 105 - 21.00.
06/02/05 - Antwerpen: Credo II. Auteurslezingen zijn vaak saai. Steeds dezelfde opzet, dezelfde invalshoeken. Moderator leidt in, schrijver leest voor en het publiek stelt, in het beste geval, achteraf vragen. ABC2004 slaat de handen in elkaar met De Standaard der Letteren en Het Toneelhuis, en gooit het over een andere boeg. Het resultaat heet CREDO. Connie Palmen, Bart Moeyaert, Jef Geeraerts, en Hafid Bouazza zijn de mogelijke gasten... Studio Tokio, ingang via bar-restaurant Zuko, Museumstraat 21, 15.00 uur, 5 euro, meer info:
www.abc2004.be
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.
Nieuwsberichten voor Meander 260 van zondag 13 februari dienen uiterlijk dinsdag 8 februari in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan
Xnieuws@meandermagazine.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Redactie:
Adelheid Bekaert,
Annette van den Bosch,
Yves Joris,
Gerard Kool,
Joop Leibbrand,
Margo Verbiest,
Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra,
Yvonne Broekmans,
Hans Hamburger,
Tine Moniek,
Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Chris Coolsma,
Rutger H. Cornets de Groot,
Edith de Gilde,
Milla van der Have,
Joris Lenstra,
Bert van Weenen,
Atze van Wieren.
De gedichten worden beoordeeld door:
Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris, Joop Leibbrand en Tine Moniek.
De verhalen worden beoordeeld door:
David Troch, Herbert Mouwen, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Wil je meewerken aan Meander?
Kijk dan op http://meander.italics.net/meewerken en vul je gegevens in.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro
8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van
Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres:
http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan
Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan
Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)
Kopij is welkom bij Meander. Zie
http://meandermagazine.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen
teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en
uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site:
gedichten *
verhalen *
artikelen *
recensies *
interviews *
links *
klassiekers *
archief