Meander
http://meander.italics.net
literair magazine
aflevering 260 * 13 februari 2005 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service


gedichten * mals groen * site * interview * recensies * proza * nieuws * colofon 
Inhoud


Gedicht van de maand
Ard Boeke's Ik ben de stad gedicht van de maand februari 2005

Mals groen
Reine de Pelseneer geplukt voor Mals groen

Interview
Dimitri Casteleyn, een debutant met een hoge oplage

Recensies
Bitter wenen met Jan Baeke.
Poëzie Kort, met o.a. Spaans benauwd van Komrij

Proza
Zadelpijn, Lizette van Geene

Verder
gedichten, site en nieuws


(advertentie)
poëzie op valentijnsdag
verstuur een kaart via dichtertje


inhoud * mals groen * site * interview * recensies * proza * nieuws * colofon 
Gedichten


Ik ben de stad

Ik ben de stad, zei je
en ik bolde bruggen
vulde straten met
ziedend snel asfalt
danste de polonaise
op het schuimende plein

ik ben een huis, zei je
en ik opende een deur
gaf iedereen een hand
at de tafel leeg, duwde
kinderen van de trap
ging met de vrouw naar bed

ik ben een plein, zei je
en ik rende halsoverkop
weer naar buiten;
asfalt was stroop
bruggen lagen gekapseisd
in modderig water
klinkers waren stuk gewalst

ik ben de stad, zei je


Ard Boeke

auteurspagina Ard Boeke
reageer op dit gedicht


Bovenstaand gedicht van Ard Boeke is
Meanders Gedicht van de maand februari 2005.
Lees de bespreking op de site





ik ken een man en als ik hem ’s nachts
bij me laat dan zuigt hij aan mijn topjes
waar geen kind is. waar geen melk is.

de tweede helft van mijn lichaam mist,
dat is gegeven. de inventaris: lijstjes
op gele plakmemo’s, een paperclip, papier
waarop met ingehouden handschrift
maskers pronken in huilend inkt zoals

de blanke madonna haar beschaafde rode
tranen, haar heilige vloed, waar geen haan
naar kraait omdat het overwonnen is.


Petra Else Jekel

auteurspagina Petra Else Jekel
reageer op dit gedicht




Wat onhandig soms wandel ik
de dagen op en af. Hij zucht.

"Ik ken een meisje met dieren in haar buik"
zegt hij dan "die de ochtend toezingen
en verstommen als de avond valt."

Hij bijt op zijn lip. Hij zegt
dat ze spreekt waar in zijn leven
elk ander geluid verstomt. Dat ze

trappen neem waar hij
liever stopt en lang naar boven kijkt.
Hij heeft het geloof ik over mij.

Het regende. Dan ineens,
totaal onverwachts kwam er een mooie dag.
Ik trilde en hoorde vleugels klapperen.

Het was een duif. Ze zat onder zijn huid.


Lies Van Gasse

auteurspagina Lies Van Gasse
reageer op dit gedicht




een onweerstaanbare maîtresse is de zee

zwellend vernieuwt zij haar gelofte
maar verbreekt die schaamteloos als
zij zich terugtrekt
met een rollende huig-r fleemt zij
meesterlijk terwijl zij verleidelijk
een blauwe coctail serveert
mysterieus als een griekse godin

nadien vraagt zij vergiffenis
voor haar ontrouw

niets menselijks is haar vreemd


Viviane Burssens

auteurspagina Viviane Burssens
reageer op dit gedicht




Eenzaam (Misschien leest hij teveel Lorca)

De nacht slaapt niet maar hij zuipt
het vierde uur sluipt genadeloos binnen

barkrukken lopen langzaam vol
met gebroken dromen en ongekuste monden

nog slechts één zin danst
achter mijn gesloten lippen.

Een trillende hand schuift uit en
glas verliest van zwaartekracht

in de spiegel ziet hij zijn beeld staren.
Hij voelt zich beeld en spiegel worden

de klok spreekt stil en stom zijn oordeel
over zoveel nietszijn in lijf en lijden

zijn schaduw streelt en steelt die
van een ander ongeleden leven

tot een fel licht de schaduw wegblaft
naar het rijk van woeste wensen

aan de toog van verschaalde dagen
is leven leger dan een glas.


Yves Joris

auteurspagina Yves Joris
reageer op dit gedicht




En buigt zich statig achterwaarts


En buigt zich statig achterwaarts
met lichtend draad spint ze haar web
en droomt de dag van koele drift

Onwennig in de waterstad
nog woedend van vijf jaren rouw
langs duizend manen sedertdien

Nu ligt mijn hart, zuigt aan haar tong
met smaak van bessen, diesel, zalm
De oever kust in wintertrouw

Kom eet mij op, 'k heb honger nu


Karsten Seven

auteurspagina Karsten Seven
reageer op dit gedicht




advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie




inhoud * gedichten * site * interview * recensies * proza * nieuws * colofon 
Mals groen


Evenwicht tussen gevoel en verstand

De Vlaamse Reine de Pelseneer (1982) gebruikt in haar gedichten de natuur als decor voor menselijke relaties die zij beschrijft. Ze probeert gevoel en verstand in evenwicht te brengen in haar gedichten. Dit najaar verschijnt haar debuutbundel bij uitgeverij P. in Leuven. Voordien publiceerde ze in de Vlaamse tijdschriften Deus ex machina en in Gierik NVT. Deze maand staat ze centraal in de rubriek Mals groen op de site van Meander.


Drasland

We liepen door en spraken dof. Het regende
verzuurde en bedompte taal. Wij voelden
ons beschermd door waterdichte stof

maar kregen toch een klamme huid.
Nattigheid vindt steeds een weg, ze komt
van binnen uit. De lucht was vol.

De velden lagen dras. Wij hielden
voet bij stuk en zompten urenlang
tot bij een plek die droger was.


Zie verder Mals groen


(advertentie)

Club Schrijven Magazine

Een tijdschrift voor alle actieve schrijvers

bestellen en informatie:
www.clubschrijven.nl



inhoud * gedichten * mals groen * interview * recensies * proza * nieuws * colofon 
Site


Op de site van Meander bespreekt Herbert Mouwen het gedicht van de maand , "Ik ben de stad" van Ard Boeke.
Kantinejuffrouw Klarijn was blij Patty Scholten weer eens te kunnen spreken en ontdekte dat Patty zich niet alleen tussen wilde dichters durft te begeven.
Barwoutswaerder zag Henry Rollins optreden, zodat de Nederlandstalige poëzie hem even gestolen kon worden.
Annette van den Bosch las met plezier het gedichtendagbundeltje van Gerrit Kouwenaar en sprak met Xavier Roelens en Maarten de Pourcq over de door hen samengestelde bundel met 21 dichters voor de 21e eeuw.



(advertentie)
Afstand
al 140 inzendingen in meander's poëziewedstrijd voor jongeren
meedoen kan nog t/m 10 maart: meanderwedstrijd.info



inhoud * gedichten * mals groen * site * recensies * proza * nieuws * colofon 
Interview


Anders debuteren: het kan!
Tine Moniek in gesprek met Dimitri Casteleyn

Het PoëzieCentrum bestaat 25 jaar in 2005. Naar aanleiding daarvan wil het vijf debuten uitbrengen in het feestjaar. Dimitri Casteleyn [zie foto] is de eerste debutant in de rij. Met zijn bundel Omgekeerd maakt hij een opmerkelijk debuut in Poëzieland.

De 38-jarige Dimitri Casteleyn, afkomstig uit Aarsele (Tielt, West-Vl), gooit hoge ogen met zijn multimediaal poëzieproject Omgekeerd. Hij durft het aan om tegelijkertijd met drie verschillende, maar complementaire media te debuteren. Bij zijn dichtbundel Omgekeerd [zie foto] verschijnt een cd-rom met bewegende beelden en daarnaast is de website www.omgekeerd.net geboren! De meeste dichters moeten zich tevreden stellen met een oplage van maximum 500 exemplaren. Casteleyn zit nu al bijna aan 1500 exemplaren. Eind deze maand wordt beslist of er een derde druk komt.

Dimitri, verklap ons je truc...
Er is niet echt sprake van een truc, geloof ik. Volgens mij ligt het succes in een combinatie van een aantal zaken. Ten eerste is het mijn geluk eerste debutant te zijn in deze belangrijke verjaardagsreeks van het PoëzieCentrum. Daarnaast is gebleken dat de citaten van Benno Barnard en radio-presentator Bart Stouten op de achterflap heel overtuigend overkomen en aanzetten de bundel te lezen. Laatste belangrijke factor is natuurlijk de bijhorende cd-rom. Het is de eerste keer in Vlaanderen dat “volwassenenpoëzie” op deze manier verschijnt. Het heeft duidelijk effect. Het publiek houdt overduidelijk van de combinatie woord en beeld.

Verwacht je nu een 'boost' van cd-romgedichten?
Eerlijk gezegd hoop ik dat wel. Het is een boeiend en interessant medium. Alleen is het behoorlijk moeilijk allemaal. Ik wil eventuele enthousiastelingen niet ontmoedigen maar, het vraagt veel tijd en geduld. Geert De Kockere, kinder- en jeugdschrijver, die nochtans veel ervaring heeft met websites en bewegende poëzie, is degene geweest die de 9 gedichten op cd-rom heeft uitgewerkt. Ik had een uitgebreid scenario geschreven en hij heeft aan elk gedicht toch wel minimum een dag werk gehad. Softwarematig dan.

Bij het openen van je dichtbundel en het bezoeken van je website valt onmiddellijk op dat je met sponsoring werkte. Dat is vrij uniek in de literaire wereld. Hoe is dit gebeurd?
Ik spreek liever van partners. Zij zijn in dit project gestapt omdat er voor hen ook een toegevoegde waarde in zit. Vooreerst wil ik erop wijzen dat ik met poëzie zoveel mogelijk mensen wil raken. Dat was voor mij de belangrijkste vereiste om samen met uitgeverij PoëzieCentrum partners te zoeken voor dit project. Een culturele jongerenorganisatie zag in de cd-rom duidelijk een kans om jong-volwassenen aan te spreken en hen de brug te laten maken naar de volwassenpoëzie. Daarnaast waren er bedrijven geïnteresseerd om hun klanten in aanraking te brengen met poëzie. Het werkt wel degelijk. Bij een poëzieavond, georganiseerd door een bedrijfspartner, was het duidelijk dat poëzie boeit. Er waren onverwacht veel inschrijvingen (300 in plaats van 100 voorzien) en achteraf reageerde iedereen enthousiast, in die mate dat ze nog enkele van die avonden verspreid over het land willen organiseren. Mijn publiek is daarmee eigenlijk nu al groter dan het reguliere poëziepubliek.

Een zakenman en een dichter zijn vaak twee beroepen die haaks op elkaar gezet worden. Jij bent beiden. Hoe combineer je dit?
Bij mij is er altijd die tweespalt geweest: de "harde" zakenwereld enerzijds en de "zachte" poëzie anderzijds. Die twee hoeven geen tegengestelden te zijn. In mijn geval vullen ze elkaar aan. Mijn dichtersblik op de zaken kan wel eens tot goede oplossingen leiden.
Er is een tijd geweest dat ik voltijds zakenman was, toen heb ik mezelf het mooiste cadeau gekocht dat er bestaat: tijd! Momenteel ben ik in mijn leven voor 60% zakenman en 40% dichter. Dat heb ik langzaam opgebouwd. Als ik wil schrijven zonder ik me meestal een week af aan zee. Daar is het rustig zonder e-mail, gsm, aktentas, kinderen,...
In die volkomen stilte schrijf ik het best. Vele mensen staan hiervan versteld en verklaren me gek. Maar dit is hoe ik functioneer. Dit is hoe ik ben. Poëzie is een vorm van zien, een vorm van zijn.

Omgekeerd, de titel van je bundel, toont aan dat je de dingen als dichter inderdaad 'anders' ziet. Wanneer merkte jij dat je 'omgekeerd' was?
Dat merkte ik al in mijn tienerjaren. Ik schreef al en zag de dingen toen al anders. Later , in mijn twintiger jaren, leidde dat bijvoorbeeld tot de oprichting van een literair genootschap. Samen met twee vrienden, deel ik eenzelfde passie voor literatuur. Het literaire genootschap, “Het Van Zandvoorde Genootschap', wat toen begon als grap, bestaat nog steeds. Zevenwekelijks komen wij nog samen op zondag om ons voor te doen als leden van een écht literair salon. Met vlinderdas en salonachige woorden onder de arm, hebben we het dan over literatuur. Elke bijeenkomst openen we steevast met een gedicht van Hugo Claus, onze grote literaire held.
De titel Omgekeerd vat trouwens ook de filosofie samen van de bundel. Wij, westerse mensen, zouden de zaken af en toe eens meer moeten omkeren. Als ik naar een museum ga bijvoorbeeld, kijk ik wel naar de schilderijen, maar ik vind het even fascinerend om de zaalwachters te bekijken. Ik vind hun reacties op de schilderijen interessant. Als er een helikopter laag overvliegt, kijken alle mensen met open mond naar boven. Ik ben de enige die naar de andere mensen kijkt en die de helikopter laat voor wat hij is.

Je hebt wel wat met 'bewegen'. De cd-rom bevat bewegende gedichten en op je website ben je als 'bewegende' dichter te zien. Wat beweegt jou?
Het is wel zo dat poëzie voor mij niet kan zonder beweging. Een statische bundel alleen zou niet mijn ding geweest zijn. In tegenstelling tot wat sommige andere dichters beweren, schrijf ik trouwens om gelezen en bekeken te worden. Ik wil dingen losweken. Als dichter vind ik het belangrijk dat de lezer stilstaat bij wat ik schrijf.

Voor je debuut verschenen je gedichten in De Poëziekrant en Dietsche Warande & Belfort, hoe heb je dan de uiteindelijke stap naar een bundel gezet?
In een aankondiging voor een poëziefestival in Tielt schreef men: “Dimitri is na een literaire groene periode en een louter zakelijke periode, nu aan een nieuwe artistieke rode periode begonnen.” En zo is het ook gegaan. In mijn jeugdjaren had ik al enkele literaire prijzen in de wacht gesleept. In het drukke zakenleven had ik geen tijd en inspiratie meer om te schrijven tot op die dag dat ik mezelf tijd cadeau gaf.
Toen begon ik handboeken te lezen en telkens weer kwam ik dezelfde tips tegen. Om gepubliceerd te raken kan je best werk inzenden naar literaire tijdschriften en daarnaast laat je je werk best lezen door professionele mensen. Via Luc Coorevits kwam ik in contact met Benno Barnard. Ik sprak ook Wim Vanseveren aan, hem kende ik nog van vroeger. Beiden begeleidden me tot mijn publicatie. Ik maakte het mezelf hiermee trouwens niet gemakkelijk. Als je niet tegen kritiek kan, moet je hieraan niet beginnen. Ook komt het erop aan, om toch je eigen stem te kiezen, en niet blindelings alle adviezen te volgen.

Wat volgt na de artistieke rode periode?
Hopelijk komt er nog lang geen einde aan. Na een cursus scenario-schrijven, schreef ik een filmscenario. Dat kwam in handen terecht van Dirk Impens, die er een film inziet. Film is kwestie van jaren, dus dat duurt nog een tijdje. Ook werd ik aangesproken om een scenario te schrijven voor een televisie-serie. Naast enkele nog zeer interessante poëzieprojecten liggen trouwens de eerste 80 pagina's voor een eerste roman op meer tijd te wachten...

Wat wens je je uitgever toe voor zijn vijfentwintigste verjaardag?
Ik wens het PoëzieCentrum, en daarbij inbegrepen de poëzie in het algemeen, publieksverruiming toe. Mijn bundel is een belangrijke aanzet tot het bereiken van publiek dat anders niet of weinig in contact komt met poëzie. Die kleine poëziemarkt waar men het altijd over heeft, is duidelijk groter dan men dacht...

Afsluiten wil ik met een artistieke invuloefening. Vul je deze (bewerkte) bekende dichtregel volgens eigen pen en inspiratie aan:

Zy ging al voor den dighter staen:
“och Dimitri, mag ik naer Halewyn gaen?”


'Jawel, gy dochter, jawel gy zeker
maar verkleed u als man, en beweeg u voluit, voor zeker'


Bedankt en alle roods!
Met veel plezier - We komen mekaar nog tegen!


Tine Moniek


Tot slot twee gedichten van Dimitri Casteleyn.


OMGEKEERD

Stel je voor dat je niet meer ziet wat voor ellendigs een ander alsmaar overkomt
dat je niet meer blij bent omdat het met die ander en niet met jou gebeurt.

Maar omgekeerd dat je blij bent met wat jou iedere keer te beurt valt
zo dat je zou willen dat het ook die ander toekomt.

Stel je voor dat je dan gaat zien dat er dubbel zoveel vaders en moeders
van mensen met misse daden zijn als er mensen met misse daden zijn.

Stel je voor dat als een helikopter overvliegt je niet meer naar de helikopter
maar naar de mensen om je heen met open mond naar boven.

Dat als je een museum bezoekt met Schiele en Klimt je niet meer naar
de naaktschilderijen maar naar hoe de zaalwachter zich daartussen beweegt.

Stel je voor dat roofdieren wel kleuren kunnen onderscheiden
en wij niet meer jij zwart en ik wit en omgekeerd.


Verschenen in Poëziekrant
Voorgelezen op Klara




BRUG

Op Golden Gate Bridge zag ik een tegenvoeter bidden
ingetogen, dan weer luidop; een windbries stak op
dat het een Pacifische was, deed er niet toe
het was een Aziaat, duidelijk anders op weg.

Mobiele mensen, en allemaal weer kind als het erop aankomt
bij het ongekende gekomen klampen we vast, aan de onzen
aan mekaar (in open veld plots het lawaai van wat een legervliegtuig
lijkt en die ontzettende beelden, plaatsvervangende pijn).

Kom binnen, rij over mij, kruis mekaar
jullie moeten allen op dezelfde weg, de brug over,
dezelfde weg op, waar komt u vandaan
oh, ik zie het, en dit is waar u heen wil, zo zo.


Verschenen in Poëziekrant



inhoud * gedichten * mals groen * site * interview * recensies * proza * nieuws * colofon 
Interview 2


De dieren van de tsunami

Verwezen scharrelden ze over 't land,
hun zee te ver om in terug te duiken.
De vissen, zeeschildpadden, alikruiken
verdroogden in de felle zonnebrand.

Landdieren vluchtten weg. De olifant
had luid gehuild vanuit zijn onderbuik en
was weggestormd, of hij gevaar kon ruiken,
met op zijn rug nog een safariklant.

Schoorvoetend is de dikhuid teruggekomen.
Hij ruimt op wat de vloedgolf heeft vernield
en sjouwt met brokken puin, geknakte bomen.

Men graaft de doden op met blote handen.
Een olifant weet van de dood. Hij knielt
en vormt een draagbaar van ivoren tanden.

Patty Scholten

Klarijn Stapelman interviewde Patty Scholten.


inhoud * gedichten * mals groen * site * interview * proza * nieuws * colofon 
Recensies


Bitter wenen boven het alfabet
Jan Baeke - Iedereen is er
door Milla van der Have


Jan Baeke (1956) is dichter en vertaler en daarnaast werkzaam in het Filmmuseum in Amsterdam. Hij debuteerde in 1997 met de bundel Nooit zonder paarden, in 2001 gevolgd door Zo is de zee.


Onlangs stond er in de krant een artikeltje over een onderzoek waaruit gebleken was dat dichters een andere relatie hebben met woorden dan de 'gewone sterveling'. Zo bleek dat de reactietijd van de dichters die meededen aan het onderzoek significant langer was en dat zij andere verbanden legden dan de overige respondenten. Aan de ene kant lijkt het onderzoek tot een net zo vanzelfsprekende conclusie te komen als het onderzoek waaruit bleek dat politici liegen. Aan de andere kant is het soms grappig om dingen die iedereen wel(eens) denkt - politici liegen, dichters hebben iets met taal - wetenschappelijk gestaafd te zien.

Dat dichters 'iets' met taal hebben, spreekt voor zich. Meer nog dan uit bovenstaand onderzoek, blijkt dat uit het werk van de dichter zelf. Niet zelden is de taal zelf onderwerp van een gedicht en dan gaat het niet om woordparen als 'sap - soep' (zoals in het onderzoek) maar over de worsteling van de dichter met zijn instrument bij uitstek. De nieuwste bundel van Jan Baeke, Iedereen is er is een mooie illustratie van dat dichterlijke thema.

De rode draad die door Iedereen is er loopt, is die van het verlorene. Wat verloren is of in het verleden ligt, kan met geen mogelijkheid teruggehaald worden. Zoals zoveel dichters, kampt ook Baeke met de onmacht van de taal:

Iemand kan de avond goed beschrijven
maar het eten zagen wij niet voor ons
hoezeer ik ook mijn best deed.
(p.16)

De dichter voert een strijd tegen het vergeten en wil het vergankelijke en vergane in zijn woorden vastleggen. Daarbij loopt hij al snel tegen de onmacht van de taal aan. Je kunt het zo mooi beschrijven of herinneren, zoals het toen in werkelijkheid was, wordt het nooit meer, zelfs niet in het gedicht: 'Niemand die zich kan herinneren/ wat nog opgeraapt kan worden/ en met zorg gedroogd.' (p. 10) Slechts 'een enkeling blijft zitten/ om eens goed te lachen/ of bitter te wenen/ boven het alfabet' (p.16)
Hoewel taal niet in staat is de werkelijke wereld te recreëren kan zij wel een nieuwe wereld maken. Bij Baeke gebeurt dat op een buitengewoon interessante manier. Zijn regels en zinnen zijn niet, zoals bijvoorbeeld bij Faverey, ongrammaticaal, er staat geen 'onzin' (denk aan Hanlo's Oote oote boe) maar de constructies van de zinnen en strofes zijn 'vreemd', dat wil zeggen vol overgangen die zonder verband lijken, maar juist omdat ze in het gedicht zijn wel een verband hebben en dus betekenis krijgen.

Zwaardvechters

Zwaardvechters vinden een bos om in te verdwalen.
Naast elkaar voortstrompelend, betreuren ze
de doden die voor hun zwaarden te snel waren
dat zij er niet in slaagden om hun zwaarden zichtbaar te maken.

Niet ver achter hen volgen de vreemdelingen
die zich met de trots van de zwaardvechters troosten.
Wat ze verbranden moet de herinnering aan de zwaardvechters
levend houden.

Veldslagen later schitteren nog de zwaarden
of de juwelen op mooie lichamen
en worden voor vuur aangezien.

Dan lopen de zwaardvechters naast anderen
die voor hen gekomen zijn
zoals zij zijn.
(p. 20)


Met zijn taal creëert Baeke een nieuwe wereld, die van het gedicht. Zijn taal voert ons weg van de wereld die we kennen, soms op een bijna tranceachtige wijze, die dan aan het eind vrij abrupt doorbroken wordt, zoals in onderstaand fragment door het meubilair:

We loten
dat de jongste voorop moet gaan
dat de oudste de maan moet verbergen
dat het raam ons het meeste zal verrassen.

Ik denk dat we uit het raam moeten kijken en zien
dat het landschap niet ophoudt bij die berg.
Er zijn schuren en sporen van dieren
en rond het vuur staan de anderen, moe van het klimmen.

Ze roken maar praten niet.
Ze eten maar kijken niet op of om.
Ze worden zichtbaar door het vuur en wijzen.

Hier en daar het afgrijselijke meubilair.

Verder nog het staan
en het klimmen.
(p. 38)

De rijkdom van een dichter met zijn taal blijkt uit ieder gedicht in deze bundel.

Jan Baeke - Iedereen is er
De Bezige Bij, Amsterdam, 2004; 56 blz.; € 16,50
ISBN 90 234 1622 8
www.debezigebij.nl
www.dichterbijdebezigebij.nl



Milla van der Have




Poëzie kort
door Joop Leibbrand

Gerrit Komrij sluit in zijn nieuwe bundel Spaans benauwd qua thematiek direct aan op zijn 'oncyclische cyclus' De harde kern die in oktober 2003 werd opgenomen in Het liegend konijn (jrg. 1, nr. 2). In tien gedichten is daarin een ikfiguur aan het woord die zijn leven evalueert en constateert dat de twee zaken die zijn leven domineerden, seksualiteit en literatuur, in feite niet meer zijn dan een door te prikken zeepbel. Vormde de liefde ooit een onuitputtelijke bron van genot ('een bloedend spel, een glanzend ding,/ een kroonjuweel'), nu geuren de lakens nog slechts naar 'verspilling, moeite, kruisverhoor', roepen ze slechts een 'nietszeggende herinnering' op. En zoals hij het bed heeft verlaten, zo zegt hij ook uit het gedicht te willen stappen, niet alleen omdat hij genoeg heeft van 'het scheerdersvolk' voor wie hij vogelvrij is, dat hem uitjouwt ('vale worm', 'ultieme brekebeen'), hem tot 'de risee van alleman' maakt, maar vooral omdat hij eerlijk wil zijn, zich derhalve niet meer wil beroepen op 'een stand-in of een stijlfiguur,/ een schuilnaam of een ledenpop': 'Wie maar één enkel ik bezit/ laat leugens varen', met 'maar één gezicht' 'vervalt het craquelé'. En dat hij dan niet meer blijkt te zijn dan 'de antithese van een god', een 'stumper', moet dan maar voor lief genomen worden. Tegen het eind van de cyclus realiseert hij zich echter 'dat ook het afscheid van het spel/ deel van het spel is', vloekt hij luidruchtig 'Krijg de pokken' en aanvaardt hij in het slotgedicht de consequentie: 'Ik wil als fulltime idioot/ hokken in het luchtkasteel/ dat leven heet en langer dood.'
In Spaans benauwd heeft Komrij maar één gedicht uit bovengenoemde cyclus opgenomen, 'Een zeepbel'; het is de illusieloze desavouering van de lichamelijke erotiek, maar omdat het als een motto voor de zorgvuldig in vier afdelingen opgebouwde bundel is geplaatst (Hemel, Hel, Oordeel en Dood, telkens zes gedichten bestaande uit drie keer vier regels) lijkt het erop dat álle drift tot 'niets' herleid wordt, met name de scheppingsdrift. Direct al in het volgende gedicht, 'Keuze', zegt hij namelijk: 'Als ik me zelf mocht kiezen/ [...]// Om tot een nieuw ik te komen/ [...]/ Ik wou een bestaan zonder dromen,/ Een leven buiten de taal'.
De daarop volgende gedichten beschrijven hoe de ik de verliefdheden en idealen van zijn jeugd ('belachelijke fantomen') heeft opgeruimd en in een moeite door ook de droomgezichten God en duivel, om uiteindelijk te worden wie hij is: een jongetje als 'een steen'; 'Hij leeft en nergens wil hij heen.' Het eerste wat hij echter in 'Hel' doet, is dat jongetje doodschoppen en zich dan af te vragen: 'Eens denken wat hij wil - / Hij wil afwezigheid - / Onthulling, schil na schil – '. Waarop hij vaststelt met schijngestalten als hoorndrager, hoer en souteneur de volmaakte jongleur te zijn, als god of geile duivel niet uit zijn rol vallend, gericht op 'een bijna helemaal niets.'
De afdeling 'Oordeel' hamert dat er in: 'Ik roei door dit leeg bestaan/ Als een roeier met loden riemen/ Door een loodgrijze oceaan – ', vrucht van een tot gekwordens toe gespeeld spel van ver- en onthulling, zoals in het Sebastiaangedicht 'Pijn': 'De pijl die mijn ik heeft geraakt,/ De pijl die vermetel snorde,/ Raakte de ik die ik maakte/ Om door pijlen geraakt te worden – ' Het is clownerie om van dood te vallen, om het Spaans benauwd van te krijgen. 'Ik weet niet anders of/ Ik imiteer me zelf' zegt hij, maar als origineel en parodiërende imitatie aan elkaar gelijk worden, is niets meer grijpbaar, alles onecht.
In de slotafdeling trekt hij het imponerend recht. 'Neem me de poëzie af', schrijft hij in 'Schrikbeeld', en ik ben 'Een man zonder toverstaf'. Hij vervolgt: 'Trek me mijn maskers af' en ik ben 'Een gediplomeerd redetwister/ Op weg naar mijn marmeren graf'. De laatste regels van de bundel luiden: 'Erken, terwijl je je verbijt - / Ik ben een dichter, ik verzin.'
Guus Middag schreef in zijn korte essay 'Van gras tot gras' (Vrolijk als een vergelijking, Van Oorschot, Amsterdam, 2002): 'Komrij is zich bewust van de kunstmatigheid van het genre van de poëzie en hij is een liefhebber van het mechaniek van illusies, maskerades en tovertrucs met woorden, het wonder van de aap uit de mouw.' En: 'Flauw geintje of hogere humor, zwaktebod of sterke vondst, toppunt van rijmelarij of allerdiepste waarheid: ze liggen dicht naast elkaar.'
Ook in Spaans benauwd is Komrij een man van tegenstellingen en speelt hij in zijn spiegelpaleis volgens strikt eigen regels zijn vertrouwde spel met de dubbele bodems. Maar nooit eerder was hij zo overtuigend, zo eerlijk, en zo volstrekt dichter. Geen flauwiteit te bekennen.

Gerrit Komrij - Spaans benauwd
De Bezige Bij, Amsterdam, 2005; 40 blz.; € 17,50
ISBN 90 234 1631 7

***

Het postume dichterslot van Jan Campert (1902-1943) is lang uitsluitend bepaald door de receptie van 'De achttien doden' en in mindere mate door het in dezelfde toon gezette 'Hollandsch lied', gedichten waarmee hij wel een vaste plaats in de literatuurgeschiedenis kreeg, maar uitsluitend onder het kopje 'verzetspoëzie', of 'het nieuwe geuzenlied', een genre van eenmalige gelegenheidslyriek dat in de handboeken omschreven wordt als 'echte volkskunst die door zijn eenvoud en directheid iedereen aansprak'. Dat Campert tijdens het grootste deel van zijn leven - tussen 1922 en 1942 verschenen zeven bundels - de ambitie had een dichter te zijn die zich kon meten met Bloem, Nijhoff, Marsman, Hoornik toch zeker wel, bleef daardoor onderbelicht, hoewel na de publicatie van zijn Verzamelde Gedichten in 1947 er nog twee bloemlezingen uit zijn werk verschenen: een door zoon Remco in 1962 (Wie weet slaag ik in de dood) en een door Harry Scholten in 1985 (Het onontkoombaar lied).
Met Dat ik van binnen brand doet Campertbiograaf Hans Renders nu een nieuwe, redelijk geslaagde poging Camperts dichterschap meer diepte te geven. Opvallend is dan hoe deze romanticus die zichzelf zag als een 'verdwaalde in een eenzelvig bestaan', als iemand die zich 'alles zelf [had] ontnomen', 'de dromen van weleer' was kwijtgeraakt en moest 'erkennen te hebben gefaald,/ niet eens meesleepend en groot', al snel het voornemen had zich schrap te zetten 'tot een dodelijk verweer', 'wars van de velen die te hoop gelopen/ in horden denken en daarin bestaan', zich wenste te verzetten tegen 'loze leuzen en ijdle praat' en zo stem wilde zijn van en vanuit zijn eigen hart ('o bloedrode rebel'). Waar hij hierbij dus oorspronkelijk voor en namens zichzelf sprak, had het lot voor hem in petto dat hij spreekbuis werd van 'gansch een volk'. De bloemlezing van Renders geeft Campert weer enigszins aan zichzelf terug.

Jan Campert - Dat ik van binnen brand
Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2004; 104 blz.; € 18,50
ISBN 90 234 1449 7

***

Eind april 2004 verkondigde Ilja Leonard Pfeijffer dat in Vlaanderen de poëzie op sterven na dood was, dichten er slechts 'een afgeleide voor lichaamloos denken' was en 'jonge honden' er al helemaal niet te vinden waren. Uit de verschijning van de Vlaamse verzamelbundel Op het oog. 21 dichters voor de 21ste eeuw zou nu kunnen worden opgemaakt dat uit wat Pfeijffer roept warempel soms best wat goeds voortkomt, maar Maarten De Pourcq (1979, classicus, redacteur Poëziekrant) en Xavier Roelens (1976, germanist, hoofdredacteur en er is) hadden toen al het besluit genomen tot het samenstellen van een bloemlezing waaruit moest gaan blijken dat juist in Vlaanderen de jongeren poëzie schrijven die springlevend is, vol 'avontuur, lef, kritisch engagement én humor'. Hun keuze toont het.
Van de dichters die zij selecteerden publiceerden er negen al een bundel (wie er meer publiceerde viel af – merkwaardig criterium) en van allen werd regelmatig werk opgenomen in tijdschriften als DW & B, Het liegend konijn, Deus ex Machina Poëziekrant en en er is.
Heel jong zijn de dichters niet; begrensd tussen Maarten Crappé (1983) en Eva Cox (1970) is de gemiddelde leeftijd 28 en dat is voor een talentvolle dichter al bijna oud. De heel groten hebben dan vaak hun beste, meest eigene werk al geschreven. De Pourcq en Roelens afficheren hun bundel nadrukkelijk niet als de presentatie van een nieuwe 'generatie' en dat is verstandig, want dichters en gedichten vormen een bont geheel. Zoals zij zelf zeggen: 'Het hele gamma etiketteringen komt aan bod: van performance poëten tot experimentele dichters, van klassieke gedragenheid tot verstilling, van neoromantische tot (post)moderne gedichten, van ik- tot men-poëzie.' Op deze boeiende staalkaart van wat Vlaanderen momenteel aan kwaliteit te bieden heeft, vinden we naast werk van de samenstellers zelf en van de twee eerder genoemden, gedichten van Geert Buelens, Sven Cooremans, David Van Reybrouck en Peter Vermeersch. Zij zijn (althans voor een Noord-Nederlander) de bekendsten, en moet gezegd, ook de besten. Opvallend is hoe weinig dichteressen er kennelijk in geslaagd zijn tot het officiële circuit door te dringen, namelijk slechts drie. Spijtig signaleren de samenstellers het zelf ook, maar zij moeten constateren dat de vrouwen na een veelbelovend begin meestal nog maar weinig publiceren. Zien dus hoe het de jonge Fransiska Louwagie (1983) zal vergaan: 'hij zei laat het water/ tot mijn lippen komen/ ik zal als iedereen// drinken wat mij tegen/ de borst stuit en onder// duiken ik heb/ zoveel voeten/ in de aarde gehad// hij zei laat het water/ zei hij ga maar keer/ op mijn stappen weer'.
De vorige Vlaamse bloemlezing van jongeren, Een turkooizen scheepje van verschil, verscheen in 1997. Binnen tien jaar wordt het dus weer tijd voor een nieuwe stand van zaken. Talent genoeg.

Maarten De Pourcq en X. Roelens (sam.) - Op het oog. 21 dichters voor de 21ste eeuw
Uitgeverij P, Leuven, 2005; 168 blz.; € 16,95
ISBN 90 77757 31 7

Annette van den Bosch sprak met de samenstellers. Lees het interview hier.

*****


Joop Leibbrand





inhoud * gedichten * mals groen * site * interview * recensies * nieuws * colofon 
Proza


Zadelpijn
Lizette van Geene


"Je moet de kat vooral op het spek willen binden", mopperde haar lijzige vader lang geleden toen het bestuur van haar basketbalclub besloot om gemengde teams te vormen. Alida was indertijd een bedeesd, keurig meisje van vijftien. De opmerking van haar vader snapte ze niet. Na de droom begreep ze hem maar al te goed. Het beeld was zo levensecht dat zij er enkel aan dacht met stijf dichtgeknepen ogen. Zij en Harold, samengebonden met een touw. Er was een duidelijke gelijkenis met een blinde vink. Hun gezichten tegen elkaar. Naakt. Zij boven op. Het doodgewone huis-tuin-en-keukentouw strak om hen heen gewonden, zodat het vlees eronder uitpuilde. Wie de kat was en wie het spek, dat wist ze niet. Dat maakte ook niets uit, want beide rollen waren even onbetamelijk – zeker voor een getrouwde vrouw.

In haar droom wandelde ze door een geelgroene laan, een boog van uitbundig bloeiende bremstruiken en slanke populieren. Naast haar slenterde Harold en om hen heen dartelden zijn drie kinderen. In het echt was haar baas een ietwat fletse jongeman met afhangende schouders en een visachtige uitstraling. Nu vertoonde hij een treffende gelijkenis met Samson, wiens kloeke haardos en scherpe neus zij al te goed kende van oude prenten uit haar jeugdbijbel. Duiven koerden hoog in de hete, strakblauwe lucht en de wuivende populieren wierpen lange schaduwen over de weg. Zijn rechterhand baande zich een weg over haar schouder. Zijn andere hand glipte ongevraagd links onder haar zijden witte blouse en haar adem stokte in haar keel toen ze haar ouders ontdekte die op enige afstand voor hen wandelden. Vader – nota bene in zijn beste zwarte pak - knipoogde naar haar. Bijna bemoedigend vond ze, alsof zij niet door haar bedrijfsleider op straat betast werd. Moeder ging gekleed in een verrassend kleurrijke zomerjurk die in de zachte zomerbries telkens licht opwaaide. Zij kietelde de jongste van de kinderen, een giechelend blond jongetje in een lichtgroen T-shirtje met bijpassend kort broekje. Een idyllisch plaatje - ware het niet dat de hand van Harold inmiddels al te losjes bij haar overgevoelige rechterborst bengelde en zich onder in haar buik onrustbarende vingers roerden. Haar oren gloeiden hinderlijk, net zoals haar wangen, haar nek en zelfs haar bovenarmen. De blouse kleefde als een tweede huid op haar bezwete rug en ze schaamde zich over haar lijf dat haar zo onverbloemd verraadde. Het was alsof er geen communicatie meer mogelijk was tussen haar ontstelde hersenen en haar oververhitte lichaam. Tot haar schrik hoorde ze zichzelf kreunen, het signaal tot actie want hij stond stil en hield haar staande.
Haar ouders wandelden door, de kinderen huppelden vrolijk voor hen uit en verdwenen om de bocht. Ze ademde diep want nu zouden ze eindelijk doen waarvoor ze was gekomen, maar op dat moment kwam haar vader achterstevoren de bocht weer om. Stram in zijn goede pak, als een pop aan een touwtje. Hij kletste ongehinderd door, alsof haar moeder en de kinderen nog bij hem liepen en ze wist, ze voelde gewoon, dat hij elk moment naar hen kon kijken. Een seconde later raakte Harolds naakte bovenlichaam het hare en het was alsof haar ledematen jubelend opkrulden, van haar tenen tot aan het puntje van haar neus- zoals de schijnbaar levensloze tulpen die ochtend opbloeiden nadat zij ze water gaf. Ze vergat kortstondig haar vader die nog steeds argeloos in het luchtledige stond te kletsen. En een ogenblik later lagen ze daar, als twee worstjes strak op elkaar gebonden. Maar ze kon er niet van genieten, zo met haar vader die maar zorgeloos bleef babbelen en het touw dat niet alleen samenbond maar ook striemde en schaafde bij elke beweging.

Na de droom gleed ze beschaamd dieper onder haar lakens terwijl haar lichaam doorging waar het mee bezig was. Haar benen trilden en ze dacht zonder duidelijke aanleiding aan een gesmolten pakje boter, terwijl ze zachtjes haar sprei streelde. Een klein uur later zette ze haar fiets op slot, naast de racefiets van Harold. Zijn zadel glansde als honing in de ochtendzon. Ze slikte en keek om zich heen, waarna ze met haar vingers snel het zadel liefkoosde. Onmiddellijk trok ze haar hand weg. Het leer brandde en ze dacht aan haar Marco. "Het is net als leren fietsen", zei hij toen ze net verkering hadden en zij als maagd in zijn bed belandde. "Na de eerste keer heb je zadelpijn, maar daarna wordt het steeds lekkerder". Door de opengeslagen ramen boven de supermarkt hoorde ze het kirrende lachen van haar collega. De zware stem van Harold die iets onverstaanbaars mompelde. Ze hing haar jas op in de nog koele personeelskamer en prijsde luidruchtig de flessen shampoo in het magazijn. Enkele seconden later stommelde hij de stalen trap af. "En hoe is het vandaag met Alida?" Haar hart fladderde onder haar jurk als het kleine groene parkietje dat ze in de winkel in zijn kooitje hoorde scharrelen. Ze wist zich betrapt, ja, het was alsof hij dwars door haar heen keek en de blinde vink herkende die tollend door haar hoofd klapwiekte. Er was geen ontkomen aan en ze vroeg zich af of hij merkte dat ze aan haar innerlijke stampede ten onder ging, want hij trok de deur achter zich in het slot en kwam met grote stappen naar haar toe met een bezorgde blik in zijn ogen, alsof hij haar wilde redden, terwijl ze wist dat een aanraking van hem haar definitief ten val zou brengen.

Natuurlijk had ze lichamelijke omgang met Marco – elke dinsdagavond na zijn voetbaltraining. Na ieder samenzijn voelde ze een bijna moederlijke vertedering voor het gesnuif en gefriemel dat voorafging aan zijn climax, een gevoel dat versterkt werd doordat hij na afloop altijd bezorgd aan haar vroeg of zij het ook lekker vond. Ze bezag zijn 'gedoe' op afstand, in de spiegel boven hun bed. Ze verwachtte nu iets anders, haar ledematen sloegen immers niet voor niets op hol en in die eerste verrukkelijke minuten, toen hij inderdaad zijn lichaam tegen haar aandrukte zoals dit in haar droom gebeurde, wachtte ze ademloos af, als een lappenpop in zijn ferme omhelzing. Het was maar goed dat hij haar zo stevig vasthield, want ze was ervan overtuigd dat ze anders door haar slappe benen was gezakt. Slechts enkele momenten later, toen van haar roze jurk niets anders over was dan twee schouderbandjes en een opgeschorte, gekreukte prop onder haar oksels. En toen de aanstootgevende jeuk in haar lichaam teruggebracht was tot een vaag gevoel van herkenning, schrok ze op van hun ontnuchterende beeltenis in het geblindeerde glas van het magazijn. Zijn schokkende schouders, zijn hoofd in haar nek. Haar blote witte knieën die als lichtgevende kegels oprezen naast zijn massieve achterste – zijn drillende billen zo roze dat ze niet anders kon dan concluderen dat hij toch echt het spek was. Maar het was niets anders dan hetgeen de spiegel boven het bed haar thuis voorhield, niet meer en niet minder.

Na afloop ordende ze haar gekreukte jurk en schreef ze haar ontslagbrief. Ze wist dat ze die avond niet alleen haar slipje, maar ook haar japon in de week moest zetten om te voorkomen dat de vlekken zich onherstelbaar inbeten in de zachte stof. Het pijnlijke schrijnen tussen haar benen zou vanzelf verdwijnen.


Lizette van Geene




inhoud * gedichten * mals groen * site * interview * recensies * proza * colofon 
Nieuws



Literaire Boeken Top 10
  1. In Europa - G. Mak
  2. De eeuw van mijn vader - G. Mak
  3. Zolang er leven is - R. Dorrestein
  4. De vliegeraar - K. Hosseini
  5. Schaduw van de wind - C. Zafón
  6. Het voorbijgaan - N. Gerrard
  7. Wolkenatlas - D. Mitchell
  8. Vogels zonder vleugels - Louis de Bernières
  9. De mysterieuze vlam van Koningin Loana - U. Eco
  10. Ik verbind u door - V. van der Meer
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel
'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 27 januari t/m 9 februari 2005.

Lancering SlamSphere
Op de landelijke gedichtendag 2005 (27 januari) is SlamSphere gelanceerd: een audiovisueel podium op internet voor poetry slammers en andere woordkunstenaars. Slammers reageren op elkaars gedichten, filmen zichzelf op bijzondere locaties en geven de camera door. Bij de start bevatte SlamSphere bijdragen van onder anderen Sven Ariaans, Frank Starik, Anneke Claus en Quirien van Haelen. De komende tijd zal het netwerk zich elke week uitbreiden met een nieuwe bijdrage. SlamSphere wil uitgroeien tot een bloemlezing van de huidige Nederlandse slamscene. SlamSphere is een intiatief van ontwerper Jeroen Disch en documentairemaker Wilko Bello (van de documentaire Slammers uit 2003 van de NPS). E-mail Xinbox@slamsphere.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!) Website www.slamsphere.nl


Karlijn Groet wint Dicht-Slam-Rap Boxtel
Karlijn Groet uit Amsterdam is de winnares geworden van de tweede Dicht-Slam-Rap Boxtel die op donderdag 27 januari in café Begijn te Boxtel werd gehouden. De publieksprijs kwam terecht bij Saskia van Leendert uit Nijmegen. De voorgedragen gedichten zijn opgenomen in de bundel Dicht-Slam-Rap Boxtel 2005. Het ISBN-nummer is 9066571632. In Boxtel gaat men nu op weg naar de derde aflevering van Dicht-Slam-Rap in januari 2006. Zie www.dichtslamrap.nl


Prijsuitreiking poëziewedstrijd Woord in Beweging
De Belgische dichter Marnix Speybroek is met zijn gedicht Weduwe winnaar geworden van de poëziewedstrijd Woord in Beweging. De prijsuitreiking vond plaats op zaterdag 29 januari in cultureel centrum De Weijer. In totaal stuurden 66 dichters hun zieleroerselen in die allen zijn opgenomen in een bundel die voor 7,50 Euro is te bestellen bij Bram van der Wurff. Telefoon 0485 479 703 of e-mail Xbramvanderwurff@hetnet.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!)


Jan Kuipers stadsdichter van Middelburg
De opmars van stadsdichters zet zich voort. Woensdag 26 januari is de nieuwe stadsdichter van Middelburg Jan J.B. Kuipers geïnaugureerd in het stadskantoor van die gemeente. Bij die gelegenheid werd ook het eerste gedicht gepresenteerd dat de kersverse stadsdichter heeft gemaakt Loskade 1963. Jan Kuipers is de opvolger van Chawwa Wijnberg, die in 2003 en 2004 stadsdichter was. Informatie over Kuipers is te vinden: www.people.zeelandnet.nl/jjbkuipers


Kinderjury van start
Woensdag 2 februari is in Zaanstad het startsein gegeven voor de verkiezing van de populairste kinderboeken uit 2004. Tot 1 juni kunnen kinderen tussen zes en twaalf jaar stemmen op hun favoriete boek. De gemeente Zaanstad, hoofdstad van de Nederlandse kinderjury, reikt daarnaast de Hotze de Roosprijs uit. In 2004 ging deze prijs bestaande uit een bedrag van 4.500 Euro naar Francine Oomen. Meer informatie is te vinden op de site www.kinderjury.nl


Nieuwe roman van Jan Wolkers boekenweekgeschenk
Na ruim twintig jaar heeft de Texelse schrijver Jan Wolkers opnieuw een roman, getiteld Zomerhitte, geschreven. Het boek verschijnt dit jaar als boekenweekgeschenk. Wie in de periode 9 tot en met 19 maart voor 11,50 Euro aan boeken besteedt krijgt het cadeau. Zomerthitte wordt in een oplage van 750.000 exemplaren verspreid. Het thema van de Boekenweek is dit jaar 'Spiegel van de Lage Landen' ofwel geschiedenis. Henk van Os, oud-directeur van het Amsterdamse Rijksmuseum, schreef het boekenweekessay. De titel daarvan is Moederlandse geschiedenis en is verkrijgbaar voor 2,50 Euro. Op zondag 13 maart kan op vertoon van het boekenweekgeschenk weer gratis in de trein worden gereisd. Dezelfde dag leest Jan Wolkers voor in Carré, waarna hij 's middags zal signeren bij Atheneumboekhandel op het Spui te Amsterdam.


Boekenweekprogramma Hoed en de Rand
Voor de vierde maal heeft het duo Hoed en de Rand een poëzieprogramma gemaakt rond het thema van de boekenweek. Naast de middeleeuwse ballade van de twee koningskinderen zingt en speelt het duo o.a. gedichten van Benno Barnard, Remco Campert, Gerrit Komrij, Kees Stip, Jan Eijkelboom en Gerrit Achterberg, die iets over de geschiedenis van Nederland zeggen. Het programma wordt gespeeld voor de bibliotheken van Mijdrecht (9 maart, 20.00 uur), Zevenhuizen (locatie Vrijz. Hervormde Kerk, 11 maart. 20.00 uur), Capelle a/d Ijssel (12 maart, 13.00 uur), Leerdam (14 maart, 20.00 uur), Warmenhuizen (15 maart, 20.00 uur), Dordrecht (16 maart, 20.00 uur), Wieringerwerf (17 maart, 20.00 uur) en Den Helder (18 maart, 20.00 uur). Meer informatie op www.hoedenderand.nl


Illustraties en illustratoren rond 1900
In Galerie Pygmalion Beeldende Kunst gevestigd aan de Langegracht 44 te Maarssen is tot en met 15 mei de tentoonstelling Illustraties en Illustratoren rond 1900 te zien. Er zijn zowel boeken als prenten te zien van onder meer Theo van Hoytema (1863-1917), L.W.R. Wenckebach (1860-1937) bekend van de Verkade-albums, Waalko Jans Dingemans (1873-1925) illustrator van de boeken van Ninke van Hichtum, diverse boekomslagen van Jan Toorop (1858-1928) en Gerrit Willem Dijsselhof ((1866-1924) en het enige boekomslag dat Isaac Israels (1865-1934) ooit tekende.


Café Cossee
Uitgeverij Cossee en Stichting Perdu organiseren elke derde zondag van de maand Café Cossee. Op 20 februari a.s. Maria Barnas, Abdelkader Benali en Jowi Schmitz. Muziek: Eva van Leeuwen. De aanvang is om 15.00 uur. Toegang 3 Euro. Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam. Volgende data: 20 maart, 17 april en 29 mei. Reserveren via Perdu, telefoon 020 422 05 42.


Genomineerden voor Cultuurprijs: Poëzie
Op 21 februari 2005 worden de Cultuurprijzen uitgereikt. Die prijzen bekronen artiesten of organisaties die elk op hun eigen terrein het afgelopen jaar uitzonderlijk verdienstelijk waren. Gisteren werden de namen van de genomineerden bekendgemaakt. In de categorie Poëzie, driejaarlijkse prijs, zijn de genomineerden: Stefaan van den Bremt voor zijn bundel Stemmen uit het laagland, Roland Jooris voor Gekras en Erik Spinoy voor Boze Wolven.


Dichter van het Vlaams Parlement
Het Vlaamse parlementslid Jos Stassen (Groen!) dient een voorstel van decreet in om een "Dichter van het Vlaams Parlement" aan te stellen. De functie is vergelijkbaar met de Nederlandse Dichter des Vaderlands. Wie wil?


POEROS: Eros uit een DVDoosje
Plumage vzw organiseert in samenwerking met PoëzieCentrum vzw het speelse en overspelige project: Poèros. Speels omdat het gaat over het beklijvendste spel dat de mens sinds heugenis speelt: de erotiek. Overspelig omdat het zich niet aan één geijkte vorm wil houden: tekst, beeld, geluid en technologie hebben zich verenigd. Of zo u wilt: aan elkaar gegeven... Het resultaat is een soort theaterstuk op een schijfje met de vaart van een film, de cadens van muziek, de tover van woorden en de flux van bits en bytes. Met teksten van Lut de Block en Johan De Boose. Met muziek van Bart Vandewege.
Van 14 tot en met 25 februari, om 20.00 uur in zaal Cocteau, Jan Palfijnstraat 17-19, Gent. Entree € 8 - reservatie www.freetime.be of telefoonnummer 09 233 77 88.
Meer info: www.poeziecentrum.be en www.plumage.be


SNELNIEUWS:
14/02/05 – BERCHEM: een tijdelijke bibliotheekfiliaal in de inkomhal van het station van Berchem - van 7 tot 10.00 uur met Vitalski
15/02/05 – ZELZATE: Valentino, o Valentino: het nieuwe poëzie- en vertelprogramma van en door Thomas Rubico: Valentijnse nachten. Una noche de poemas y cuentos de amor. Love, sweet love. Liebesgeschichte – 19.30 uur - ISBO Taleninstituut - Assenedesteenweg 163 - 10 euro (inclusief drankje) - Reservaties: 09.344.73.12 (school) of 09.344.05.26
16/02/05 – BRUSSEL: Muziek en poëzie uit Estland. Feestelijke presentatie nieuwe bloemlezing Estse poëzie, 20.00 uur, €5/€4, Passa Porta, Dansaertstraat 46
17/02/05 – ANTWERPEN: Het literaire cultuurcafé : Vanessa Broes interviewt bekende Vlamingen over hun lievelingsboeken en die boeken komen nadien in de bibliotheek van het Cultuurcafé – 20.30 uur - Zaal Crescendo, St. Bernardsesteenweg, gratis
20/02/05 – ANTWERPEN: Het prozapark. Met een knipoog naar Gedichtendag roept Revolver 20 februari 2005 uit tot dé dag van het proza. Gie Bogaert, Anne Provoost en Erik Vlaminck lezen uit Het prozapark. Een winterse voormiddag met knetterende letteren – 11.00 uur - Stadsbibliotheek Antwerpen, Hendrik Conscienceplein 4, 3 euro
20/02/05 – ANTWERPEN: Credo IV: Auteurslezingen zijn vaak saai. Steeds dezelfde opzet, dezelfde invalshoeken. Moderator leidt in, schrijver leest voor en het publiek stelt, in het beste geval, achteraf vragen. ABC2004 slaat de handen in elkaar met De Standaard der Letteren en Het Toneelhuis, en gooit het over een andere boeg. Het resultaat heet CREDO. Wie wordt het deze keer? Connie Palmen, Bart Moeyaert, Jef Geeraerts, of Hafid Bouazza? – 15.00 uur - Studio Tokio, ingang via bar-restaurant Zuko, Museumstraat 21 - 5 euro
20/02/05 – ANTWERPEN: Boekenplein met een tweedehands boekenmarkt (particulieren) , leeshoekjes, vuurkorven, warme en “verwarmende” dranken en een reeks verrassende, intieme optredens - De Coninckplein
25/02/05 - SINT-AMANDSBERG: Opening tentoonstelling met poëzie - Women Thoughts, Batikgroep Vis-A-Vis met Gerrie Depouillon-Hélène de Ridder, Rita Trefois, Els Van Baarle en Ria van Dijk – 19.30 uur - Galerie Etienne Dewulf, Verkortingsstr 42-44
26/02/05 – BRUSSEL: Zotte Zaterdag met Yves Petry, Thomas Gunzig en Piet Maris, 9.30 uur, €10/€7, Passa Porta, Dansaertstraat 46
27/02/05 – ANTWERPEN: Expoëzietie: De oude filosofie van China en hedendaagse dichtkunst kunnen een verrassend koppel vormen. In deze poëzietentoonstelling van Wu YING (Koen Fransen) toont China Arts hoe de oude filosofie van China de dichter in zijn recente werk inspireerde tot speelse beschouwingen over lijf en leven – 14.00 uur - China Arts, Ballaerstraat 114 - gratis

meer snelnieuws: volg parlando.skynetblogs.be op de voet!


TEN MINSTE HOUDBAAR TOT:
23/03/05 - Jong Dichttalent. Een jaarlijkse poëziewedstrijd voor kinderen tussen acht en dertien jaar. Het maakt deel uit van de VSB Poëzieprijs en wordt voor de achtste keer georganiseerd door Stichting Schrijven i.s.m. De Rode Hoed en Stichting VSB Poëzieprijs. Ingezonden gedichten moeten zijn geïnspireerd op één van de titels van de genomineerde bundels voor de VSB Poëzieprijs 2005: Anti-canto's en De Astatica H.H. ter Balkt/ De zon en de wereld Arjen Duinker/ Geen hand voor ogen Alfred Schaffer/ Hulp Bart Meuleman/ Eerst dit dan dat Nachoem M. Wijnberg. Zie www.jongdichttalent.nl voor een dichthulp, een deelnameformulier en meer informatie. Prijsuitreiking 20 april 2005 in De Rode Hoed.
30/03/05 - BNG Jonge Schrijversprijs Nederland. Jongeren tussen de 12 en 25 jaar kunnen in de categorieën 'kort verhaal' en 'poetry' inzenden. Per categorie zijn hoofdprijzen van 1.500 Euro te winnen en daarnaast nog prijzen van sponsors. Er verschijnt een boek met de inzendingen van genomineerden. Het thema is FEL! Ga voor meer informatie naar www.jongeschrijvers.nl



Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.

Nieuwsberichten voor Meander 261 van zondag 27 februari dienen uiterlijk dinsdag 22 februari in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan Xnieuws@meandermagazine.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)




inhoud * gedichten * mals groen * site * interview * recensies * proza * nieuws *
Colofon




Site: meander.italics.net

E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Redactie:
Adelheid Bekaert, Annette van den Bosch, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos

Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Tine Moniek, Elly Woltjes.

Verder werken mee:
Chris Coolsma, Rutger H. Cornets de Groot, Edith de Gilde, Milla van der Have, Joris Lenstra, Bert van Weenen, Atze van Wieren.

De gedichten worden beoordeeld door: Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris, Joop Leibbrand en Tine Moniek.
De verhalen worden beoordeeld door: David Troch, Herbert Mouwen, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.

Wil je meewerken aan Meander?
Kijk dan op http://meander.italics.net/meewerken en vul je gegevens in.


Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres: http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meandermagazine.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * interviews * links * klassiekers * archief

naar begin van deze krant