aflevering 260 * 13 februari 2005 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële
bijdragen zijn nodig *
kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service
Inhoud
Gedichten
Ik ben de stad
Ik ben de stad, zei je
en ik bolde bruggen
vulde straten met
ziedend snel asfalt
danste de polonaise
op het schuimende plein
ik ben een huis, zei je
en ik opende een deur
gaf iedereen een hand
at de tafel leeg, duwde
kinderen van de trap
ging met de vrouw naar bed
ik ben een plein, zei je
en ik rende halsoverkop
weer naar buiten;
asfalt was stroop
bruggen lagen gekapseisd
in modderig water
klinkers waren stuk gewalst
ik ben de stad, zei je
Ard Boeke
auteurspagina Ard Boeke
reageer op dit gedicht
Bovenstaand gedicht van Ard Boeke is
Meanders Gedicht van de maand februari 2005.
Lees de bespreking op de site
ik ken een man en als ik hem ’s nachts
bij me laat dan zuigt hij aan mijn topjes
waar geen kind is. waar geen melk is.
de tweede helft van mijn lichaam mist,
dat is gegeven. de inventaris: lijstjes
op gele plakmemo’s, een paperclip, papier
waarop met ingehouden handschrift
maskers pronken in huilend inkt zoals
de blanke madonna haar beschaafde rode
tranen, haar heilige vloed, waar geen haan
naar kraait omdat het overwonnen is.
Petra Else Jekel
auteurspagina Petra Else Jekel
reageer op dit gedicht
Wat onhandig soms wandel ik
de dagen op en af. Hij zucht.
"Ik ken een meisje met dieren in haar buik"
zegt hij dan "die de ochtend toezingen
en verstommen als de avond valt."
Hij bijt op zijn lip. Hij zegt
dat ze spreekt waar in zijn leven
elk ander geluid verstomt. Dat ze
trappen neem waar hij
liever stopt en lang naar boven kijkt.
Hij heeft het geloof ik over mij.
Het regende. Dan ineens,
totaal onverwachts kwam er een mooie dag.
Ik trilde en hoorde vleugels klapperen.
Het was een duif. Ze zat onder zijn huid.
Lies Van Gasse
auteurspagina Lies Van Gasse
reageer op dit gedicht
een onweerstaanbare maîtresse is de zee
zwellend vernieuwt zij haar gelofte
maar verbreekt die schaamteloos als
zij zich terugtrekt
met een rollende huig-r fleemt zij
meesterlijk terwijl zij verleidelijk
een blauwe coctail serveert
mysterieus als een griekse godin
nadien vraagt zij vergiffenis
voor haar ontrouw
niets menselijks is haar vreemd
Viviane Burssens
auteurspagina Viviane Burssens
reageer op dit gedicht
Eenzaam (Misschien leest hij teveel Lorca)
De nacht slaapt niet maar hij zuipt
het vierde uur sluipt genadeloos binnen
barkrukken lopen langzaam vol
met gebroken dromen en ongekuste monden
nog slechts één zin danst
achter mijn gesloten lippen.
Een trillende hand schuift uit en
glas verliest van zwaartekracht
in de spiegel ziet hij zijn beeld staren.
Hij voelt zich beeld en spiegel worden
de klok spreekt stil en stom zijn oordeel
over zoveel nietszijn in lijf en lijden
zijn schaduw streelt en steelt die
van een ander ongeleden leven
tot een fel licht de schaduw wegblaft
naar het rijk van woeste wensen
aan de toog van verschaalde dagen
is leven leger dan een glas.
Yves Joris
auteurspagina Yves Joris
reageer op dit gedicht
En buigt zich statig achterwaarts
En buigt zich statig achterwaarts
met lichtend draad spint ze haar web
en droomt de dag van koele drift
Onwennig in de waterstad
nog woedend van vijf jaren rouw
langs duizend manen sedertdien
Nu ligt mijn hart, zuigt aan haar tong
met smaak van bessen, diesel, zalm
De oever kust in wintertrouw
Kom eet mij op, 'k heb honger nu
Karsten Seven
auteurspagina Karsten Seven
reageer op dit gedicht
advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij
WRITERS
@T
HOME
thuis in literatuurworkshops
klik
hier
voor meer informatie
|
Mals groen
Evenwicht tussen gevoel en verstand
De Vlaamse Reine de Pelseneer (1982) gebruikt in haar gedichten de natuur als decor voor menselijke relaties die zij beschrijft. Ze probeert gevoel en verstand in evenwicht te brengen in haar gedichten. Dit najaar verschijnt haar debuutbundel bij uitgeverij P. in Leuven. Voordien publiceerde ze in de Vlaamse tijdschriften Deus ex machina en in Gierik NVT. Deze maand staat ze centraal in de rubriek
Mals groen op de site van Meander.
Drasland
We liepen door en spraken dof. Het regende
verzuurde en bedompte taal. Wij voelden
ons beschermd door waterdichte stof
maar kregen toch een klamme huid.
Nattigheid vindt steeds een weg, ze komt
van binnen uit. De lucht was vol.
De velden lagen dras. Wij hielden
voet bij stuk en zompten urenlang
tot bij een plek die droger was.
Zie verder
Mals groen
(advertentie)
Club Schrijven Magazine Een tijdschrift voor alle actieve schrijvers |
|
bestellen en informatie: www.clubschrijven.nl |
|
Site
Op de
site
van Meander bespreekt Herbert Mouwen het
gedicht van de maand
, "Ik ben de stad" van Ard Boeke.
Kantinejuffrouw Klarijn was blij
Patty Scholten weer eens te kunnen spreken en ontdekte dat Patty zich niet alleen tussen wilde dichters durft te begeven.
Barwoutswaerder zag
Henry Rollins
optreden, zodat de Nederlandstalige poëzie hem even gestolen kon worden.
Annette van den Bosch las met plezier het
gedichtendagbundeltje
van Gerrit Kouwenaar en sprak met Xavier Roelens en Maarten de Pourcq over de door hen samengestelde
bundel
met 21 dichters voor de 21e eeuw.
Interview
Anders debuteren: het kan!
Tine Moniek in gesprek
met Dimitri Casteleyn
Het PoëzieCentrum bestaat 25 jaar in
2005. Naar aanleiding daarvan wil het vijf debuten uitbrengen in het
feestjaar. Dimitri Casteleyn [zie
foto]
is de eerste debutant in de rij. Met zijn
bundel Omgekeerd maakt hij een opmerkelijk debuut in Poëzieland.
De
38-jarige Dimitri Casteleyn, afkomstig uit Aarsele (Tielt, West-Vl),
gooit hoge ogen met zijn multimediaal poëzieproject Omgekeerd.
Hij durft het aan om tegelijkertijd met drie verschillende, maar complementaire
media te debuteren. Bij zijn dichtbundel Omgekeerd [zie
foto]
verschijnt een cd-rom
met bewegende beelden en daarnaast is de website www.omgekeerd.net
geboren! De meeste dichters moeten zich tevreden stellen met een oplage
van maximum 500 exemplaren. Casteleyn zit nu al bijna aan 1500 exemplaren.
Eind deze maand wordt beslist of er een derde druk komt.
Dimitri,
verklap ons je truc...
Er is niet echt sprake van een truc, geloof
ik. Volgens mij ligt het succes in een combinatie van een aantal zaken.
Ten eerste is het mijn geluk eerste debutant te zijn in deze belangrijke
verjaardagsreeks van het PoëzieCentrum. Daarnaast is gebleken
dat de citaten van Benno Barnard en radio-presentator Bart Stouten
op de achterflap heel overtuigend overkomen en aanzetten de bundel
te lezen. Laatste belangrijke factor is natuurlijk de bijhorende cd-rom.
Het is de eerste keer in Vlaanderen dat “volwassenenpoëzie” op
deze manier verschijnt. Het heeft duidelijk effect. Het publiek houdt
overduidelijk van de combinatie woord en beeld.
Verwacht je nu een
'boost' van cd-romgedichten?
Eerlijk gezegd hoop ik dat wel. Het is
een boeiend en interessant medium. Alleen is het behoorlijk moeilijk
allemaal. Ik wil eventuele enthousiastelingen niet ontmoedigen maar,
het vraagt veel tijd en geduld. Geert De Kockere, kinder- en jeugdschrijver,
die nochtans veel ervaring heeft met websites en bewegende poëzie,
is degene geweest die de 9 gedichten op cd-rom heeft uitgewerkt. Ik
had een uitgebreid scenario geschreven en hij heeft aan elk gedicht
toch wel minimum een dag werk gehad. Softwarematig
dan.
Bij het openen van je dichtbundel en het bezoeken van je website
valt onmiddellijk op dat je met sponsoring werkte. Dat is vrij uniek
in de literaire wereld. Hoe is dit gebeurd?
Ik spreek liever van partners.
Zij zijn in dit project gestapt omdat er voor hen ook een toegevoegde
waarde in zit. Vooreerst wil ik erop wijzen dat ik met poëzie
zoveel mogelijk mensen wil raken. Dat was voor mij de belangrijkste
vereiste om samen met uitgeverij PoëzieCentrum partners te zoeken
voor dit project. Een culturele jongerenorganisatie zag in de cd-rom
duidelijk een kans om jong-volwassenen aan te spreken en hen de brug
te laten maken naar de volwassenpoëzie. Daarnaast waren er bedrijven
geïnteresseerd om hun klanten in aanraking te brengen met poëzie.
Het werkt wel degelijk. Bij een poëzieavond, georganiseerd door
een bedrijfspartner, was het duidelijk dat poëzie boeit. Er waren
onverwacht veel inschrijvingen (300 in plaats van 100 voorzien) en
achteraf reageerde iedereen enthousiast, in die mate dat ze nog enkele
van die avonden verspreid over het land willen organiseren. Mijn publiek
is daarmee eigenlijk nu al groter dan het reguliere poëziepubliek.
Een zakenman en een dichter zijn vaak twee beroepen die haaks
op elkaar gezet worden. Jij bent beiden. Hoe combineer je dit?
Bij
mij is er altijd die tweespalt geweest: de "harde" zakenwereld enerzijds
en de "zachte" poëzie anderzijds. Die twee hoeven geen tegengestelden
te zijn. In mijn geval vullen ze elkaar aan. Mijn dichtersblik op de
zaken kan wel eens tot goede oplossingen leiden.
Er is een tijd geweest
dat ik voltijds zakenman was, toen heb ik mezelf het mooiste cadeau
gekocht dat er bestaat: tijd! Momenteel ben ik in mijn leven voor 60%
zakenman en 40% dichter. Dat heb ik langzaam opgebouwd. Als ik wil
schrijven zonder ik me meestal een week af aan zee. Daar is het rustig
zonder e-mail, gsm, aktentas, kinderen,...
In die volkomen stilte
schrijf ik het best. Vele mensen staan hiervan versteld en verklaren
me gek. Maar dit is hoe ik functioneer. Dit is hoe ik ben. Poëzie
is een vorm van zien, een vorm van zijn.
Omgekeerd, de titel van
je bundel, toont aan dat je de dingen als dichter inderdaad 'anders'
ziet. Wanneer merkte jij dat je 'omgekeerd' was?
Dat merkte ik al
in mijn tienerjaren. Ik schreef al en zag de dingen toen al anders.
Later , in mijn twintiger jaren, leidde dat bijvoorbeeld tot de oprichting
van een literair genootschap. Samen met twee vrienden, deel ik eenzelfde
passie voor literatuur. Het literaire genootschap, “Het Van Zandvoorde
Genootschap', wat toen begon als grap, bestaat nog steeds. Zevenwekelijks
komen wij nog samen op zondag om ons voor te doen als leden van een
écht literair salon. Met vlinderdas en salonachige woorden onder
de arm, hebben we het dan over literatuur. Elke bijeenkomst openen
we steevast met een gedicht van Hugo Claus, onze grote literaire held.
De
titel Omgekeerd vat trouwens ook de filosofie samen van de bundel.
Wij, westerse mensen, zouden de zaken af en toe eens meer moeten omkeren.
Als ik naar een museum ga bijvoorbeeld, kijk ik wel naar de schilderijen,
maar ik vind het even fascinerend om de zaalwachters te bekijken. Ik
vind hun reacties op de schilderijen interessant. Als er een helikopter
laag overvliegt, kijken alle mensen met open mond naar boven. Ik ben
de enige die naar de andere mensen kijkt en die de helikopter laat
voor wat hij is.
Je hebt wel wat met 'bewegen'. De cd-rom bevat
bewegende gedichten en op je website ben je als 'bewegende' dichter
te zien. Wat beweegt jou?
Het is wel zo dat poëzie voor mij niet
kan zonder beweging. Een statische bundel alleen zou niet mijn ding
geweest zijn. In tegenstelling tot wat sommige andere dichters beweren,
schrijf ik trouwens om gelezen en bekeken te worden. Ik wil dingen
losweken. Als dichter vind ik het belangrijk dat de lezer stilstaat
bij wat ik schrijf.
Voor je debuut verschenen je gedichten in De
Poëziekrant en Dietsche Warande & Belfort, hoe heb je
dan de uiteindelijke stap naar een bundel gezet?
In een aankondiging
voor een poëziefestival in Tielt schreef men: “Dimitri is na een
literaire groene periode en een louter zakelijke periode, nu aan een
nieuwe artistieke rode periode begonnen.” En zo is het ook gegaan.
In mijn jeugdjaren had ik al enkele literaire prijzen in de wacht gesleept.
In het drukke zakenleven had ik geen tijd en inspiratie meer om te
schrijven tot op die dag dat ik mezelf tijd cadeau gaf.
Toen begon
ik handboeken te lezen en telkens weer kwam ik dezelfde tips tegen.
Om gepubliceerd te raken kan je best werk inzenden naar literaire tijdschriften
en daarnaast laat je je werk best lezen door professionele mensen.
Via Luc Coorevits kwam ik in contact met Benno Barnard. Ik sprak ook
Wim Vanseveren aan, hem kende ik nog van vroeger. Beiden begeleidden
me tot mijn publicatie. Ik maakte het mezelf hiermee trouwens niet
gemakkelijk. Als je niet tegen kritiek kan, moet je hieraan niet beginnen.
Ook komt het erop aan, om toch je eigen stem te kiezen, en niet blindelings
alle adviezen te volgen.
Wat volgt na de artistieke rode periode?
Hopelijk
komt er nog lang geen einde aan. Na een cursus scenario-schrijven,
schreef ik een filmscenario. Dat kwam in handen terecht van Dirk Impens,
die er een film inziet. Film is kwestie van jaren, dus dat duurt nog
een tijdje. Ook werd ik aangesproken om een scenario te schrijven voor
een televisie-serie. Naast enkele nog zeer interessante poëzieprojecten
liggen trouwens de eerste 80 pagina's voor een eerste roman op meer
tijd te wachten...
Wat wens je je uitgever toe voor zijn vijfentwintigste
verjaardag?
Ik wens het PoëzieCentrum, en daarbij inbegrepen
de poëzie in het algemeen, publieksverruiming toe. Mijn bundel
is een belangrijke aanzet tot het bereiken van publiek dat anders niet
of weinig in contact komt met poëzie. Die kleine poëziemarkt
waar men het altijd over heeft, is duidelijk groter dan men dacht...
Afsluiten
wil ik met een artistieke invuloefening. Vul je deze (bewerkte) bekende
dichtregel volgens eigen pen en inspiratie aan:
Zy ging al voor
den dighter staen:
“och Dimitri, mag ik naer Halewyn gaen?”
'Jawel,
gy dochter, jawel gy zeker
maar verkleed u als man, en beweeg u voluit,
voor zeker'
Bedankt en alle roods!
Met veel plezier - We komen
mekaar nog tegen!
Tot slot twee gedichten van Dimitri Casteleyn.
OMGEKEERD
Stel je voor dat je niet meer
ziet wat voor ellendigs een ander alsmaar overkomt
dat je niet meer
blij bent omdat het met die ander en niet met jou gebeurt.
Maar
omgekeerd dat je blij bent met wat jou iedere keer te beurt valt
zo
dat je zou willen dat het ook die ander toekomt.
Stel je voor dat
je dan gaat zien dat er dubbel zoveel vaders en moeders
van mensen
met misse daden zijn als er mensen met misse daden zijn.
Stel je
voor dat als een helikopter overvliegt je niet meer naar de helikopter
maar naar de mensen om je heen met open mond naar boven.
Dat
als je een museum bezoekt met Schiele en Klimt je niet meer naar
de
naaktschilderijen maar naar hoe de zaalwachter zich daartussen beweegt.
Stel
je voor dat roofdieren wel kleuren kunnen onderscheiden
en wij niet
meer jij zwart en ik wit en omgekeerd.
Verschenen in Poëziekrant
Voorgelezen
op Klara
BRUG
Op Golden Gate Bridge zag ik een tegenvoeter
bidden
ingetogen, dan weer luidop; een windbries stak op
dat het
een Pacifische was, deed er niet toe
het was een Aziaat, duidelijk
anders op weg.
Mobiele mensen, en allemaal weer kind als het erop
aankomt
bij het ongekende gekomen klampen we vast, aan de onzen
aan
mekaar (in open veld plots het lawaai van wat een legervliegtuig
lijkt
en die ontzettende beelden, plaatsvervangende pijn).
Kom binnen,
rij over mij, kruis mekaar
jullie moeten allen op dezelfde weg, de
brug over,
dezelfde weg op, waar komt u vandaan
oh, ik zie het,
en dit is waar u heen wil, zo zo.
Verschenen in Poëziekrant
Interview 2
De dieren van de tsunami
Verwezen scharrelden ze over 't land,
hun zee te ver om in terug te duiken.
De vissen, zeeschildpadden, alikruiken
verdroogden in de felle zonnebrand.
Landdieren vluchtten weg. De olifant
had luid gehuild vanuit zijn onderbuik en
was weggestormd, of hij gevaar kon ruiken,
met op zijn rug nog een safariklant.
Schoorvoetend is de dikhuid teruggekomen.
Hij ruimt op wat de vloedgolf heeft vernield
en sjouwt met brokken puin, geknakte bomen.
Men graaft de doden op met blote handen.
Een olifant weet van de dood. Hij knielt
en vormt een draagbaar van ivoren tanden.
Patty Scholten
Klarijn Stapelman
interviewde Patty Scholten.
Recensies
Bitter wenen boven het alfabet
Jan Baeke - Iedereen
is er
door Milla van der Have
Jan Baeke (1956) is dichter en
vertaler en daarnaast werkzaam in het Filmmuseum in Amsterdam. Hij
debuteerde in 1997 met de bundel Nooit zonder paarden, in 2001 gevolgd
door Zo is de zee.
Onlangs stond er in de krant een artikeltje
over een onderzoek waaruit gebleken was dat dichters een andere relatie
hebben met woorden dan de 'gewone sterveling'. Zo bleek dat de reactietijd
van de dichters die meededen aan het onderzoek significant langer was
en dat zij andere verbanden legden dan de overige respondenten. Aan
de ene kant lijkt het onderzoek tot een net zo vanzelfsprekende conclusie
te komen als het onderzoek waaruit bleek dat politici liegen. Aan de
andere kant is het soms grappig om dingen die iedereen wel(eens) denkt
- politici liegen, dichters hebben iets met taal - wetenschappelijk
gestaafd te zien.
Dat dichters 'iets' met taal hebben, spreekt voor
zich. Meer nog dan uit bovenstaand onderzoek, blijkt dat uit het werk
van de dichter zelf. Niet zelden is de taal zelf onderwerp van een
gedicht en dan gaat het niet om woordparen als 'sap - soep' (zoals
in het onderzoek) maar over de worsteling van de dichter met zijn instrument
bij uitstek. De nieuwste bundel van Jan Baeke,
Iedereen is er is een
mooie illustratie van dat dichterlijke thema.
De rode draad die
door
Iedereen is er loopt, is die van het verlorene. Wat verloren is
of in het verleden ligt, kan met geen mogelijkheid teruggehaald worden.
Zoals zoveel dichters, kampt ook Baeke met de onmacht van de taal:
Iemand
kan de avond goed beschrijven
maar het eten zagen wij niet voor ons
hoezeer
ik ook mijn best deed.
(p.16)
De dichter voert een strijd tegen
het vergeten en wil het vergankelijke en vergane in zijn woorden vastleggen.
Daarbij loopt hij al snel tegen de onmacht van de taal aan. Je kunt
het zo mooi beschrijven of herinneren, zoals het toen in werkelijkheid
was, wordt het nooit meer, zelfs niet in het gedicht: 'Niemand die
zich kan herinneren/ wat nog opgeraapt kan worden/ en met zorg gedroogd.'
(p. 10) Slechts 'een enkeling blijft zitten/ om eens goed te lachen/
of bitter te wenen/ boven het alfabet' (p.16)
Hoewel taal niet in
staat is de werkelijke wereld te recreëren kan zij wel een nieuwe
wereld maken. Bij Baeke gebeurt dat op een buitengewoon interessante
manier. Zijn regels en zinnen zijn niet, zoals bijvoorbeeld bij Faverey,
ongrammaticaal, er staat geen 'onzin' (denk aan Hanlo's
Oote oote boe)
maar de constructies van de zinnen en strofes zijn 'vreemd', dat wil
zeggen vol overgangen die zonder verband lijken, maar juist omdat ze
in het gedicht zijn wel een verband hebben en dus betekenis krijgen.
Zwaardvechters
Zwaardvechters vinden een bos om in te verdwalen.
Naast
elkaar voortstrompelend, betreuren ze
de doden die voor hun zwaarden
te snel waren
dat zij er niet in slaagden om hun zwaarden zichtbaar
te maken.
Niet ver achter hen volgen de vreemdelingen
die zich
met de trots van de zwaardvechters troosten.
Wat ze verbranden moet
de herinnering aan de zwaardvechters
levend houden.
Veldslagen
later schitteren nog de zwaarden
of de juwelen op mooie lichamen
en
worden voor vuur aangezien.
Dan lopen de zwaardvechters naast anderen
die
voor hen gekomen zijn
zoals zij zijn.
(p. 20)
Met zijn taal
creëert Baeke een nieuwe wereld, die van het gedicht. Zijn taal
voert ons weg van de wereld die we kennen, soms op een bijna tranceachtige
wijze, die dan aan het eind vrij abrupt doorbroken wordt, zoals in
onderstaand fragment door het meubilair:
We loten
dat de jongste
voorop moet gaan
dat de oudste de maan moet verbergen
dat het raam
ons het meeste zal verrassen.
Ik denk dat we uit het raam moeten
kijken en zien
dat het landschap niet ophoudt bij die berg.
Er zijn
schuren en sporen van dieren
en rond het vuur staan de anderen, moe
van het klimmen.
Ze roken maar praten niet.
Ze eten maar kijken
niet op of om.
Ze worden zichtbaar door het vuur en wijzen.
Hier
en daar het afgrijselijke meubilair.
Verder nog het staan
en het
klimmen.
(p. 38)
De rijkdom van een dichter met zijn taal blijkt
uit ieder gedicht in deze bundel.
Poëzie kort
door Joop Leibbrand
Gerrit Komrij
sluit in zijn nieuwe bundel
Spaans benauwd qua thematiek direct aan
op zijn 'oncyclische cyclus'
De harde kern die in oktober 2003 werd
opgenomen in
Het liegend konijn (jrg. 1, nr. 2). In tien gedichten
is daarin een ikfiguur aan het woord die zijn leven evalueert en constateert
dat de twee zaken die zijn leven domineerden, seksualiteit en literatuur,
in feite niet meer zijn dan een door te prikken zeepbel. Vormde de
liefde ooit een onuitputtelijke bron van genot ('een bloedend spel,
een glanzend ding,/ een kroonjuweel'), nu geuren de lakens nog slechts
naar 'verspilling, moeite, kruisverhoor', roepen ze slechts een 'nietszeggende
herinnering' op. En zoals hij het bed heeft verlaten, zo zegt hij ook
uit het gedicht te willen stappen, niet alleen omdat hij genoeg heeft
van 'het scheerdersvolk' voor wie hij vogelvrij is, dat hem uitjouwt
('vale worm', 'ultieme brekebeen'), hem tot 'de risee van alleman' maakt,
maar vooral omdat hij eerlijk wil zijn, zich derhalve niet meer wil
beroepen op 'een stand-in of een stijlfiguur,/ een schuilnaam of een
ledenpop': 'Wie maar één enkel ik bezit/ laat leugens
varen', met 'maar één gezicht' 'vervalt het craquelé'.
En dat hij dan niet meer blijkt te zijn dan 'de antithese van een god',
een 'stumper', moet dan maar voor lief genomen worden. Tegen het eind
van de cyclus realiseert hij zich echter 'dat ook het afscheid van
het spel/ deel van het spel is', vloekt hij luidruchtig 'Krijg de pokken'
en aanvaardt hij in het slotgedicht de consequentie: 'Ik wil als fulltime
idioot/ hokken in het luchtkasteel/ dat leven heet en langer dood.'
In
Spaans benauwd heeft Komrij maar één gedicht uit bovengenoemde
cyclus opgenomen, 'Een zeepbel'; het is de illusieloze desavouering
van de lichamelijke erotiek, maar omdat het als een motto voor de zorgvuldig
in vier afdelingen opgebouwde bundel is geplaatst (Hemel, Hel, Oordeel
en Dood, telkens zes gedichten bestaande uit drie keer vier regels)
lijkt het erop dat álle drift tot 'niets' herleid wordt, met
name de scheppingsdrift. Direct al in het volgende gedicht, 'Keuze',
zegt hij namelijk: 'Als ik me zelf mocht kiezen/ [...]// Om tot een
nieuw ik te komen/ [...]/ Ik wou een bestaan zonder dromen,/ Een leven
buiten de taal'.
De daarop volgende gedichten beschrijven hoe de
ik de verliefdheden en idealen van zijn jeugd ('belachelijke fantomen')
heeft opgeruimd en in een moeite door ook de droomgezichten God en
duivel, om uiteindelijk te worden wie hij is: een jongetje als 'een
steen'; 'Hij leeft en nergens wil hij heen.' Het eerste wat hij echter
in 'Hel' doet, is dat jongetje doodschoppen en zich dan af te vragen:
'Eens denken wat hij wil - / Hij wil afwezigheid - / Onthulling, schil
na schil – '. Waarop hij vaststelt met schijngestalten als hoorndrager,
hoer en souteneur de volmaakte jongleur te zijn, als god of geile duivel
niet uit zijn rol vallend, gericht op 'een bijna helemaal niets.'
De
afdeling 'Oordeel' hamert dat er in: 'Ik roei door dit leeg bestaan/
Als een roeier met loden riemen/ Door een loodgrijze oceaan – ', vrucht
van een tot gekwordens toe gespeeld spel van ver- en onthulling, zoals
in het Sebastiaangedicht 'Pijn': 'De pijl die mijn ik heeft geraakt,/
De pijl die vermetel snorde,/ Raakte de ik die ik maakte/ Om door pijlen
geraakt te worden – ' Het is clownerie om van dood te vallen, om het
Spaans benauwd van te krijgen. 'Ik weet niet anders of/ Ik imiteer
me zelf' zegt hij, maar als origineel en parodiërende imitatie
aan elkaar gelijk worden, is niets meer grijpbaar, alles onecht.
In
de slotafdeling trekt hij het imponerend recht. 'Neem me de poëzie
af', schrijft hij in 'Schrikbeeld', en ik ben 'Een man zonder toverstaf'.
Hij vervolgt: 'Trek me mijn maskers af' en ik ben 'Een gediplomeerd
redetwister/ Op weg naar mijn marmeren graf'. De laatste regels van
de bundel luiden: 'Erken, terwijl je je verbijt - / Ik ben een dichter,
ik verzin.'
Guus Middag schreef in zijn korte essay 'Van gras tot
gras' (
Vrolijk als een vergelijking, Van Oorschot, Amsterdam, 2002):
'Komrij is zich bewust van de kunstmatigheid van het genre van de poëzie
en hij is een liefhebber van het mechaniek van illusies, maskerades
en tovertrucs met woorden, het wonder van de aap uit de mouw.' En:
'Flauw geintje of hogere humor, zwaktebod of sterke vondst, toppunt
van rijmelarij of allerdiepste waarheid: ze liggen dicht naast elkaar.'
Ook
in
Spaans benauwd is Komrij een man van tegenstellingen en speelt hij
in zijn spiegelpaleis volgens strikt eigen regels zijn vertrouwde spel
met de dubbele bodems. Maar nooit eerder was hij zo overtuigend, zo
eerlijk, en zo volstrekt dichter. Geen flauwiteit te bekennen.
Gerrit
Komrij - Spaans benauwd
De Bezige Bij, Amsterdam, 2005; 40 blz.; €
17,50
ISBN 90 234 1631 7
***
Het postume dichterslot van
Jan
Campert (1902-1943) is lang uitsluitend bepaald door de receptie van
'De achttien doden' en in mindere mate door het in dezelfde toon gezette
'Hollandsch lied', gedichten waarmee hij wel een vaste plaats in de
literatuurgeschiedenis kreeg, maar uitsluitend onder het kopje 'verzetspoëzie',
of 'het nieuwe geuzenlied', een genre van eenmalige gelegenheidslyriek
dat in de handboeken omschreven wordt als 'echte volkskunst die door
zijn eenvoud en directheid iedereen aansprak'. Dat Campert tijdens
het grootste deel van zijn leven - tussen 1922 en 1942 verschenen zeven
bundels - de ambitie had een dichter te zijn die zich kon meten met
Bloem, Nijhoff, Marsman, Hoornik toch zeker wel, bleef daardoor onderbelicht,
hoewel na de publicatie van zijn
Verzamelde Gedichten in 1947 er nog
twee bloemlezingen uit zijn werk verschenen: een door zoon Remco in
1962 (
Wie weet slaag ik in de dood) en een door Harry Scholten in 1985
(
Het onontkoombaar lied).
Met
Dat ik van binnen brand doet Campertbiograaf
Hans Renders nu een nieuwe, redelijk geslaagde poging Camperts
dichterschap meer diepte te geven. Opvallend is dan hoe deze romanticus
die zichzelf zag als een 'verdwaalde in een eenzelvig bestaan', als
iemand die zich 'alles zelf [had] ontnomen', 'de dromen van weleer'
was kwijtgeraakt en moest 'erkennen te hebben gefaald,/ niet eens meesleepend
en groot', al snel het voornemen had zich schrap te zetten 'tot een
dodelijk verweer', 'wars van de velen die te hoop gelopen/ in horden
denken en daarin bestaan', zich wenste te verzetten tegen 'loze leuzen
en ijdle praat' en zo stem wilde zijn van en vanuit zijn eigen hart
('o bloedrode rebel'). Waar hij hierbij dus oorspronkelijk voor en
namens zichzelf sprak, had het lot voor hem in petto dat hij spreekbuis
werd van 'gansch een volk'. De bloemlezing van Renders geeft Campert
weer enigszins aan zichzelf terug.
Jan Campert - Dat ik van binnen
brand
Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam 2004; 104 blz.; € 18,50
ISBN
90 234 1449 7
***
Eind april 2004 verkondigde Ilja Leonard Pfeijffer
dat in Vlaanderen de poëzie op sterven na dood was, dichten er
slechts 'een afgeleide voor lichaamloos denken' was en 'jonge honden'
er al helemaal niet te vinden waren. Uit de verschijning van de Vlaamse
verzamelbundel
Op het oog. 21 dichters voor de 21ste eeuw zou nu kunnen
worden opgemaakt dat uit wat Pfeijffer roept warempel soms best wat
goeds voortkomt, maar
Maarten De Pourcq (1979, classicus, redacteur
Poëziekrant) en
Xavier Roelens (1976, germanist, hoofdredacteur
en er is) hadden toen al het besluit genomen tot het samenstellen
van een bloemlezing waaruit moest gaan blijken dat juist in Vlaanderen
de jongeren poëzie schrijven die springlevend is, vol 'avontuur,
lef, kritisch engagement én humor'. Hun keuze toont het.
Van
de dichters die zij selecteerden publiceerden er negen al een bundel
(wie er meer publiceerde viel af – merkwaardig criterium) en van allen
werd regelmatig werk opgenomen in tijdschriften als
DW & B,
Het liegend konijn,
Deus ex Machina Poëziekrant en
en er is.
Heel
jong zijn de dichters niet; begrensd tussen Maarten Crappé (1983)
en Eva Cox (1970) is de gemiddelde leeftijd 28 en dat is voor een talentvolle
dichter al bijna oud. De heel groten hebben dan vaak hun beste, meest
eigene werk al geschreven. De Pourcq en Roelens afficheren hun bundel
nadrukkelijk niet als de presentatie van een nieuwe 'generatie' en
dat is verstandig, want dichters en gedichten vormen een bont geheel.
Zoals zij zelf zeggen: 'Het hele gamma etiketteringen komt aan bod:
van performance poëten tot experimentele dichters, van klassieke
gedragenheid tot verstilling, van neoromantische tot (post)moderne
gedichten, van ik- tot men-poëzie.' Op deze boeiende staalkaart
van wat Vlaanderen momenteel aan kwaliteit te bieden heeft, vinden
we naast werk van de samenstellers zelf en van de twee eerder genoemden,
gedichten van Geert Buelens, Sven Cooremans, David Van Reybrouck en
Peter Vermeersch. Zij zijn (althans voor een Noord-Nederlander) de
bekendsten, en moet gezegd, ook de besten. Opvallend is hoe weinig
dichteressen er kennelijk in geslaagd zijn tot het officiële circuit
door te dringen, namelijk slechts drie. Spijtig signaleren de samenstellers
het zelf ook, maar zij moeten constateren dat de vrouwen na een veelbelovend
begin meestal nog maar weinig publiceren. Zien dus hoe het de jonge
Fransiska Louwagie (1983) zal vergaan: 'hij zei laat het water/ tot
mijn lippen komen/ ik zal als iedereen// drinken wat mij tegen/ de
borst stuit en onder// duiken ik heb/ zoveel voeten/ in de aarde gehad//
hij zei laat het water/ zei hij ga maar keer/ op mijn stappen weer'.
De vorige Vlaamse bloemlezing van jongeren,
Een turkooizen scheepje
van verschil, verscheen in 1997. Binnen tien jaar wordt het dus weer
tijd voor een nieuwe stand van zaken. Talent genoeg.
Maarten De
Pourcq en X. Roelens (sam.) - Op het oog. 21 dichters voor de 21ste
eeuw
Uitgeverij P, Leuven, 2005; 168 blz.; € 16,95
ISBN 90 77757
31 7
Annette van den Bosch sprak met de samenstellers. Lees het
interview
hier.
*****
Proza
Zadelpijn
Lizette van Geene
"Je moet de kat vooral op het spek willen binden", mopperde
haar lijzige vader lang geleden toen het bestuur van haar basketbalclub
besloot om gemengde teams te vormen. Alida was indertijd een bedeesd,
keurig meisje van vijftien. De opmerking van haar vader snapte ze niet.
Na de droom begreep ze hem maar al te goed. Het beeld was zo levensecht
dat zij er enkel aan dacht met stijf dichtgeknepen ogen. Zij en Harold,
samengebonden met een touw. Er was een duidelijke gelijkenis met een
blinde vink. Hun gezichten tegen elkaar. Naakt. Zij boven op. Het doodgewone
huis-tuin-en-keukentouw strak om hen heen gewonden, zodat het vlees
eronder uitpuilde. Wie de kat was en wie het spek, dat wist ze niet.
Dat maakte ook niets uit, want beide rollen waren even onbetamelijk
– zeker voor een getrouwde vrouw.
In haar droom wandelde ze door
een geelgroene laan, een boog van uitbundig bloeiende bremstruiken
en slanke populieren. Naast haar slenterde Harold en om hen heen dartelden
zijn drie kinderen. In het echt was haar baas een ietwat fletse jongeman
met afhangende schouders en een visachtige uitstraling. Nu vertoonde
hij een treffende gelijkenis met Samson, wiens kloeke haardos en scherpe
neus zij al te goed kende van oude prenten uit haar jeugdbijbel. Duiven
koerden hoog in de hete, strakblauwe lucht en de wuivende populieren
wierpen lange schaduwen over de weg. Zijn rechterhand baande zich
een weg over haar schouder. Zijn andere hand glipte ongevraagd links
onder haar zijden witte blouse en haar adem stokte in haar keel toen
ze haar ouders ontdekte die op enige afstand voor hen wandelden. Vader
– nota bene in zijn beste zwarte pak - knipoogde naar haar. Bijna bemoedigend
vond ze, alsof zij niet door haar bedrijfsleider op straat betast werd.
Moeder ging gekleed in een verrassend kleurrijke zomerjurk die in de
zachte zomerbries telkens licht opwaaide. Zij kietelde de jongste van
de kinderen, een giechelend blond jongetje in een lichtgroen T-shirtje
met bijpassend kort broekje. Een idyllisch plaatje - ware het niet dat
de hand van Harold inmiddels al te losjes bij haar overgevoelige rechterborst
bengelde en zich onder in haar buik onrustbarende vingers roerden.
Haar oren gloeiden hinderlijk, net zoals haar wangen, haar nek en zelfs
haar bovenarmen. De blouse kleefde als een tweede huid op haar bezwete
rug en ze schaamde zich over haar lijf dat haar zo onverbloemd verraadde.
Het was alsof er geen communicatie meer mogelijk was tussen haar ontstelde
hersenen en haar oververhitte lichaam. Tot haar schrik hoorde ze zichzelf
kreunen, het signaal tot actie want hij stond stil en hield haar staande.
Haar ouders wandelden door, de kinderen huppelden vrolijk voor hen
uit en verdwenen om de bocht. Ze ademde diep want nu zouden ze eindelijk
doen waarvoor ze was gekomen, maar op dat moment kwam haar vader achterstevoren
de bocht weer om. Stram in zijn goede pak, als een pop aan een touwtje.
Hij kletste ongehinderd door, alsof haar moeder en de kinderen nog
bij hem liepen en ze wist, ze voelde gewoon, dat hij elk moment naar
hen kon kijken. Een seconde later raakte Harolds naakte bovenlichaam
het hare en het was alsof haar ledematen jubelend opkrulden, van haar
tenen tot aan het puntje van haar neus- zoals de schijnbaar levensloze
tulpen die ochtend opbloeiden nadat zij ze water gaf. Ze vergat kortstondig
haar vader die nog steeds argeloos in het luchtledige stond te kletsen.
En een ogenblik later lagen ze daar, als twee worstjes strak op elkaar
gebonden. Maar ze kon er niet van genieten, zo met haar vader die maar
zorgeloos bleef babbelen en het touw dat niet alleen samenbond maar
ook striemde en schaafde bij elke beweging.
Na de droom gleed ze
beschaamd dieper onder haar lakens terwijl haar lichaam doorging waar
het mee bezig was. Haar benen trilden en ze dacht zonder duidelijke
aanleiding aan een gesmolten pakje boter, terwijl ze zachtjes haar
sprei streelde. Een klein uur later zette ze haar fiets op slot, naast
de racefiets van Harold. Zijn zadel glansde als honing in de ochtendzon.
Ze slikte en keek om zich heen, waarna ze met haar vingers snel het
zadel liefkoosde. Onmiddellijk trok ze haar hand weg. Het leer brandde
en ze dacht aan haar Marco. "Het is net als leren fietsen", zei hij
toen ze net verkering hadden en zij als maagd in zijn bed belandde.
"Na de eerste keer heb je zadelpijn, maar daarna wordt het steeds lekkerder".
Door de opengeslagen ramen boven de supermarkt hoorde ze het kirrende
lachen van haar collega. De zware stem van Harold die iets onverstaanbaars
mompelde. Ze hing haar jas op in de nog koele personeelskamer en prijsde
luidruchtig de flessen shampoo in het magazijn. Enkele seconden later
stommelde hij de stalen trap af. "En hoe is het vandaag met Alida?"
Haar hart fladderde onder haar jurk als het kleine groene parkietje
dat ze in de winkel in zijn kooitje hoorde scharrelen. Ze wist zich
betrapt, ja, het was alsof hij dwars door haar heen keek en de blinde
vink herkende die tollend door haar hoofd klapwiekte. Er was geen ontkomen
aan en ze vroeg zich af of hij merkte dat ze aan haar innerlijke stampede
ten onder ging, want hij trok de deur achter zich in het slot en kwam
met grote stappen naar haar toe met een bezorgde blik in zijn ogen,
alsof hij haar wilde redden, terwijl ze wist dat een aanraking van
hem haar definitief ten val zou brengen.
Natuurlijk had ze lichamelijke
omgang met Marco – elke dinsdagavond na zijn voetbaltraining. Na ieder
samenzijn voelde ze een bijna moederlijke vertedering voor het gesnuif
en gefriemel dat voorafging aan zijn climax, een gevoel dat versterkt
werd doordat hij na afloop altijd bezorgd aan haar vroeg of zij het
ook lekker vond. Ze bezag zijn 'gedoe' op afstand, in de spiegel boven
hun bed. Ze verwachtte nu iets anders, haar ledematen sloegen immers
niet voor niets op hol en in die eerste verrukkelijke minuten, toen
hij inderdaad zijn lichaam tegen haar aandrukte zoals dit in haar droom
gebeurde, wachtte ze ademloos af, als een lappenpop in zijn ferme omhelzing.
Het was maar goed dat hij haar zo stevig vasthield, want ze was ervan
overtuigd dat ze anders door haar slappe benen was gezakt. Slechts
enkele momenten later, toen van haar roze jurk niets anders over was
dan twee schouderbandjes en een opgeschorte, gekreukte prop onder haar
oksels. En toen de aanstootgevende jeuk in haar lichaam teruggebracht
was tot een vaag gevoel van herkenning, schrok ze op van hun ontnuchterende
beeltenis in het geblindeerde glas van het magazijn. Zijn schokkende
schouders, zijn hoofd in haar nek. Haar blote witte knieën die
als lichtgevende kegels oprezen naast zijn massieve achterste – zijn
drillende billen zo roze dat ze niet anders kon dan concluderen dat
hij toch echt het spek was. Maar het was niets anders dan hetgeen de
spiegel boven het bed haar thuis voorhield, niet meer en niet minder.
Na afloop ordende ze haar gekreukte jurk en schreef ze haar ontslagbrief.
Ze wist dat ze die avond niet alleen haar slipje, maar ook haar japon
in de week moest zetten om te voorkomen dat de vlekken zich onherstelbaar
inbeten in de zachte stof. Het pijnlijke schrijnen tussen haar benen
zou vanzelf verdwijnen.
Nieuws
Literaire Boeken Top 10
- In Europa - G. Mak
- De eeuw van mijn vader - G. Mak
- Zolang er leven is - R. Dorrestein
- De vliegeraar - K. Hosseini
- Schaduw van de wind - C. Zafón
- Het voorbijgaan - N. Gerrard
- Wolkenatlas - D. Mitchell
- Vogels zonder vleugels - Louis de Bernières
- De mysterieuze vlam van Koningin Loana - U. Eco
- Ik verbind u door - V. van der Meer
|
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel 'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 27 januari t/m 9 februari 2005.
|
Lancering SlamSphere
Op de landelijke gedichtendag 2005 (27 januari) is SlamSphere gelanceerd: een audiovisueel podium op internet voor poetry slammers en andere woordkunstenaars. Slammers reageren op elkaars gedichten, filmen zichzelf op bijzondere locaties en geven de camera door. Bij de start bevatte SlamSphere bijdragen van onder anderen Sven Ariaans, Frank Starik, Anneke Claus en Quirien van Haelen. De komende tijd zal het netwerk zich elke week uitbreiden met een nieuwe bijdrage. SlamSphere wil uitgroeien tot een bloemlezing van de huidige Nederlandse slamscene. SlamSphere is een intiatief van ontwerper Jeroen Disch en documentairemaker Wilko Bello (van de documentaire
Slammers uit 2003 van de NPS). E-mail
Xinbox@slamsphere.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!) Website
www.slamsphere.nl
Karlijn Groet wint Dicht-Slam-Rap Boxtel
Karlijn Groet uit Amsterdam is de winnares geworden van de tweede Dicht-Slam-Rap Boxtel die op donderdag 27 januari in café Begijn te Boxtel werd gehouden. De publieksprijs kwam terecht bij Saskia van Leendert uit Nijmegen. De voorgedragen gedichten zijn opgenomen in de bundel
Dicht-Slam-Rap Boxtel 2005. Het ISBN-nummer is 9066571632. In Boxtel gaat men nu op weg naar de derde aflevering van Dicht-Slam-Rap in januari 2006. Zie
www.dichtslamrap.nl
Prijsuitreiking poëziewedstrijd Woord in Beweging
De Belgische dichter Marnix Speybroek is met zijn gedicht
Weduwe winnaar geworden van de poëziewedstrijd
Woord in Beweging. De prijsuitreiking vond plaats op zaterdag 29 januari in cultureel centrum De Weijer. In totaal stuurden 66 dichters hun zieleroerselen in die allen zijn opgenomen in een bundel die voor 7,50 Euro is te bestellen bij Bram van der Wurff. Telefoon 0485 479 703 of e-mail
Xbramvanderwurff@hetnet.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Jan Kuipers stadsdichter van Middelburg
De opmars van stadsdichters zet zich voort. Woensdag 26 januari is de nieuwe stadsdichter van Middelburg Jan J.B. Kuipers geïnaugureerd in het stadskantoor van die gemeente. Bij die gelegenheid werd ook het eerste gedicht gepresenteerd dat de kersverse stadsdichter heeft gemaakt
Loskade 1963. Jan Kuipers is de opvolger van Chawwa Wijnberg, die in 2003 en 2004 stadsdichter was. Informatie over Kuipers is te vinden:
www.people.zeelandnet.nl/jjbkuipers
Kinderjury van start
Woensdag 2 februari is in Zaanstad het startsein gegeven voor de verkiezing van de populairste kinderboeken uit 2004. Tot 1 juni kunnen kinderen tussen zes en twaalf jaar stemmen op hun favoriete boek. De gemeente Zaanstad, hoofdstad van de Nederlandse kinderjury, reikt daarnaast de Hotze de Roosprijs uit. In 2004 ging deze prijs bestaande uit een bedrag van 4.500 Euro naar Francine Oomen. Meer informatie is te vinden op de site
www.kinderjury.nl
Nieuwe roman van Jan Wolkers boekenweekgeschenk
Na ruim twintig jaar heeft de Texelse schrijver Jan Wolkers opnieuw een roman, getiteld
Zomerhitte, geschreven. Het boek verschijnt dit jaar als boekenweekgeschenk. Wie in de periode 9 tot en met 19 maart voor 11,50 Euro aan boeken besteedt krijgt het cadeau.
Zomerthitte wordt in een oplage van 750.000 exemplaren verspreid. Het thema van de Boekenweek is dit jaar 'Spiegel van de Lage Landen' ofwel geschiedenis. Henk van Os, oud-directeur van het Amsterdamse Rijksmuseum, schreef het boekenweekessay. De titel daarvan is
Moederlandse geschiedenis en is verkrijgbaar voor 2,50 Euro. Op zondag 13 maart kan op vertoon van het boekenweekgeschenk weer gratis in de trein worden gereisd. Dezelfde dag leest Jan Wolkers voor in Carré, waarna hij 's middags zal signeren bij Atheneumboekhandel op het Spui te Amsterdam.
Boekenweekprogramma Hoed en de Rand
Voor de vierde maal heeft het duo
Hoed en de Rand een poëzieprogramma gemaakt rond het thema van de boekenweek. Naast de middeleeuwse ballade van de twee koningskinderen zingt en speelt het duo o.a. gedichten van Benno Barnard, Remco Campert, Gerrit Komrij, Kees Stip, Jan Eijkelboom en Gerrit Achterberg, die iets over de geschiedenis van Nederland zeggen. Het programma wordt gespeeld voor de bibliotheken van Mijdrecht (9 maart, 20.00 uur), Zevenhuizen (locatie Vrijz. Hervormde Kerk, 11 maart. 20.00 uur), Capelle a/d Ijssel (12 maart, 13.00 uur), Leerdam (14 maart, 20.00 uur), Warmenhuizen (15 maart, 20.00 uur), Dordrecht (16 maart, 20.00 uur), Wieringerwerf (17 maart, 20.00 uur) en Den Helder (18 maart, 20.00 uur). Meer informatie op
www.hoedenderand.nl
Illustraties en illustratoren rond 1900
In Galerie Pygmalion Beeldende Kunst gevestigd aan de Langegracht 44 te Maarssen is tot en met 15 mei de tentoonstelling
Illustraties en Illustratoren rond 1900 te zien. Er zijn zowel boeken als prenten te zien van onder meer Theo van Hoytema (1863-1917), L.W.R. Wenckebach (1860-1937) bekend van de Verkade-albums, Waalko Jans Dingemans (1873-1925) illustrator van de boeken van Ninke van Hichtum, diverse boekomslagen van Jan Toorop (1858-1928) en Gerrit Willem Dijsselhof ((1866-1924) en het enige boekomslag dat Isaac Israels (1865-1934) ooit tekende.
Café Cossee
Uitgeverij Cossee en Stichting Perdu organiseren elke derde zondag van de maand
Café Cossee. Op 20 februari a.s. Maria Barnas, Abdelkader Benali en Jowi Schmitz. Muziek: Eva van Leeuwen. De aanvang is om 15.00 uur. Toegang 3 Euro. Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam. Volgende data: 20 maart, 17 april en 29 mei. Reserveren via Perdu, telefoon 020 422 05 42.
Genomineerden voor Cultuurprijs: Poëzie
Op 21 februari 2005 worden de Cultuurprijzen uitgereikt. Die prijzen bekronen artiesten of organisaties die elk op hun eigen terrein het afgelopen jaar uitzonderlijk verdienstelijk waren. Gisteren werden de namen van de genomineerden bekendgemaakt. In de categorie
Poëzie, driejaarlijkse prijs, zijn de genomineerden: Stefaan van den Bremt voor zijn bundel
Stemmen uit het laagland, Roland Jooris voor
Gekras en Erik Spinoy voor
Boze Wolven.
Dichter van het Vlaams Parlement
Het Vlaamse parlementslid Jos Stassen (Groen!) dient een voorstel van decreet in om een "Dichter van het Vlaams Parlement" aan te stellen. De functie is vergelijkbaar met de Nederlandse Dichter des Vaderlands. Wie wil?
POEROS: Eros uit een DVDoosje
Plumage vzw organiseert in samenwerking met PoëzieCentrum vzw het speelse en overspelige project: Poèros. Speels omdat het gaat over het beklijvendste spel dat de mens sinds heugenis speelt: de erotiek. Overspelig omdat het zich niet aan één geijkte vorm wil houden: tekst, beeld, geluid en technologie hebben zich verenigd. Of zo u wilt: aan elkaar gegeven... Het resultaat is een soort theaterstuk op een schijfje met de vaart van een film, de cadens van muziek, de tover van woorden en de flux van bits en bytes. Met teksten van Lut de Block en Johan De Boose. Met muziek van Bart Vandewege.
Van 14 tot en met 25 februari, om 20.00 uur in zaal Cocteau, Jan Palfijnstraat 17-19, Gent. Entree € 8 - reservatie www.freetime.be of telefoonnummer 09 233 77 88.
Meer info:
www.poeziecentrum.be en
www.plumage.be
SNELNIEUWS:
14/02/05 – BERCHEM: een tijdelijke bibliotheekfiliaal in de inkomhal van het station van Berchem - van 7 tot 10.00 uur met Vitalski
15/02/05 – ZELZATE:
Valentino, o Valentino: het nieuwe poëzie- en vertelprogramma van en door Thomas Rubico: Valentijnse nachten. Una noche de poemas y cuentos de amor. Love, sweet love. Liebesgeschichte – 19.30 uur - ISBO Taleninstituut - Assenedesteenweg 163 - 10 euro (inclusief drankje) - Reservaties: 09.344.73.12 (school) of 09.344.05.26
16/02/05 – BRUSSEL: Muziek en poëzie uit Estland. Feestelijke presentatie nieuwe bloemlezing Estse poëzie, 20.00 uur, €5/€4, Passa Porta, Dansaertstraat 46
17/02/05 – ANTWERPEN: Het literaire cultuurcafé : Vanessa Broes interviewt bekende Vlamingen over hun lievelingsboeken en die boeken komen nadien in de bibliotheek van het Cultuurcafé – 20.30 uur - Zaal Crescendo, St. Bernardsesteenweg, gratis
20/02/05 – ANTWERPEN: Het prozapark. Met een knipoog naar Gedichtendag roept Revolver 20 februari 2005 uit tot dé dag van het proza. Gie Bogaert, Anne Provoost en Erik Vlaminck lezen uit
Het prozapark. Een winterse voormiddag met knetterende letteren – 11.00 uur - Stadsbibliotheek Antwerpen, Hendrik Conscienceplein 4, 3 euro
20/02/05 – ANTWERPEN: Credo IV: Auteurslezingen zijn vaak saai. Steeds dezelfde opzet, dezelfde invalshoeken. Moderator leidt in, schrijver leest voor en het publiek stelt, in het beste geval, achteraf vragen. ABC2004 slaat de handen in elkaar met De Standaard der Letteren en Het Toneelhuis, en gooit het over een andere boeg. Het resultaat heet CREDO. Wie wordt het deze keer? Connie Palmen, Bart Moeyaert, Jef Geeraerts, of Hafid Bouazza? – 15.00 uur - Studio Tokio, ingang via bar-restaurant Zuko, Museumstraat 21 - 5 euro
20/02/05 – ANTWERPEN: Boekenplein met een tweedehands boekenmarkt (particulieren) , leeshoekjes, vuurkorven, warme en “verwarmende” dranken en een reeks verrassende, intieme optredens - De Coninckplein
25/02/05 - SINT-AMANDSBERG: Opening tentoonstelling met poëzie -
Women Thoughts, Batikgroep Vis-A-Vis met Gerrie Depouillon-Hélène de Ridder, Rita Trefois, Els Van Baarle en Ria van Dijk – 19.30 uur - Galerie Etienne Dewulf, Verkortingsstr 42-44
26/02/05 – BRUSSEL: Zotte Zaterdag met Yves Petry, Thomas Gunzig en Piet Maris, 9.30 uur, €10/€7, Passa Porta, Dansaertstraat 46
27/02/05 – ANTWERPEN: Expoëzietie: De oude filosofie van China en hedendaagse dichtkunst kunnen een verrassend koppel vormen. In deze poëzietentoonstelling van Wu YING (Koen Fransen) toont China Arts hoe de oude filosofie van China de dichter in zijn recente werk inspireerde tot speelse beschouwingen over lijf en leven – 14.00 uur - China Arts, Ballaerstraat 114 - gratis
meer snelnieuws: volg
parlando.skynetblogs.be op de voet!
TEN MINSTE HOUDBAAR TOT:
23/03/05 - Jong Dichttalent. Een jaarlijkse poëziewedstrijd voor kinderen tussen acht en dertien jaar. Het maakt deel uit van de VSB Poëzieprijs en wordt voor de achtste keer georganiseerd door Stichting Schrijven i.s.m. De Rode Hoed en Stichting VSB Poëzieprijs. Ingezonden gedichten moeten zijn geïnspireerd op één van de titels van de genomineerde bundels voor de VSB Poëzieprijs 2005:
Anti-canto's en De Astatica H.H. ter Balkt/
De zon en de wereld Arjen Duinker/
Geen hand voor ogen Alfred Schaffer/
Hulp Bart Meuleman/
Eerst dit dan dat Nachoem M. Wijnberg. Zie
www.jongdichttalent.nl voor een dichthulp, een deelnameformulier en meer informatie. Prijsuitreiking 20 april 2005 in De Rode Hoed.
30/03/05 - BNG Jonge Schrijversprijs Nederland. Jongeren tussen de 12 en 25 jaar kunnen in de categorieën 'kort verhaal' en 'poetry' inzenden. Per categorie zijn hoofdprijzen van 1.500 Euro te winnen en daarnaast nog prijzen van sponsors. Er verschijnt een boek met de inzendingen van genomineerden. Het thema is FEL! Ga voor meer informatie naar
www.jongeschrijvers.nl
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.
Nieuwsberichten voor Meander 261 van zondag 27 februari dienen uiterlijk dinsdag 22 februari in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan
Xnieuws@meandermagazine.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Redactie:
Adelheid Bekaert,
Annette van den Bosch,
Yves Joris,
Gerard Kool,
Joop Leibbrand,
Margo Verbiest,
Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra,
Yvonne Broekmans,
Hans Hamburger,
Tine Moniek,
Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Chris Coolsma,
Rutger H. Cornets de Groot,
Edith de Gilde,
Milla van der Have,
Joris Lenstra,
Bert van Weenen,
Atze van Wieren.
De gedichten worden beoordeeld door:
Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris, Joop Leibbrand en Tine Moniek.
De verhalen worden beoordeeld door:
David Troch, Herbert Mouwen, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Wil je meewerken aan Meander?
Kijk dan op http://meander.italics.net/meewerken en vul je gegevens in.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro
8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van
Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres:
http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan
Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan
Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)
Kopij is welkom bij Meander. Zie
http://meandermagazine.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen
teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en
uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site:
gedichten *
verhalen *
artikelen *
recensies *
interviews *
links *
klassiekers *
archief