aflevering 261 * 27 februari 2005 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële
bijdragen zijn nodig *
kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service
Inhoud
Anderstalig
Patty Scholten vertaalde de surrealistische gedichten van
Velibor Vidakovic.
Recensies
Rutger H. Cornets de Groot over
Lucebert: levensverhaal wint het van de prozaïst.
Annette van den Bosch verlustigt zich aan nieuwe bundel van
Nachoem Wijnberg.
Podium
Bernhard Christiansen en de mompeltaal in
Podium.
Proza
"Joep wist dat een verovering van Eloë aanstaande was. En eigenlijk had hij dat aan zijn hond te danken."
Een wankelmoedige ascese van Niels Landstra.
Verder
gedichten,
site en
nieuws
Gedichten
Breuklijn
We waren jong en weefden
van leem en klei een bed en dekens.
En in het zonlicht kamden we
elkanders blonde haren. We hadden grootse
plannen: woelden in weidse akkers en
schoren hoge toppen tot stoppelvelden.
We braken brood, maar het werd droog.
Ik zag het barsten van de dorre aarde.
Er liep een stroom van zwijgen
over het verlaten land. We zeulden nog
met emmers water: komma’s kabbelden als
kleine beekjes tussen jouw stilte
en mijn verstorven woorden. Zwijgwater waste
de kluiten uit het versteende riet.
Ik poogde nog de leegte van de muur
te schrapen. Hijgdruppels parelden
over de gesloten ramen.
Maar het werd niets.
Ik liep naar buiten, nam een zware spade
en groef heel diep: terra, terra, terra !!!
Donker bloedt mijn aarde.
Rita Van Hauwermeiren
auteurspagina Rita Van Hauwermeiren
reageer op dit gedicht
Meander is gratis voor de lezers, maar het maken van Meander kost wel geld.
Als iedereen die Meander met plezier leest nu eens vijf euro zou overmaken. Dan kunnen wij, als makers, weer een tijd doorgaan met ons werk.
Hier leest u hoe u uw bijdrage kunt overmaken aan Meander.
zintuig me
zorgvuldig balsemt zij
haar onderlip
alsof een wijsvinger
enkel
daarvoor bedoeld
tussen haar lippen
speelt een tong
echter
al met de gedachte
aan meer
Anke Leenders
auteurspagina Anke Leenders
reageer op dit gedicht
oma
Augurken zijn soms net krokodillen zegt ze
en zal ik dan nu maar verklappen
waar moeder het zilver heeft verstopt
want daar is de tijd nu wel rijp voor dacht ik en
met een kleine verbouwing
moet het lukken met een rolstoel
dat betaal ik zelf wel we hebben tenslotte het servies
ook nog niet helemaal aan diggelen gegooid en
waar is ome karel toch die zie je anders ook nooit meer
en tante miep zouden ze ons adres dan kwijt zijn soms
de laatste tijd wordt alles minder nu is Juultje ook al dood
gelukkig hebben we willemientje nog
grijze duiven allemaal grijze duiven
maar straks straks dan is het kermis
dan schiet je vader een foto voor me want dat kan ‘ie
en dan eten we makreel met z’n allen en
je lijkt echt heel erg op ome Karel trouwens
makreel met verse pudding toe maar
dan moeten we wel zo op huis aan
het begint al aardig te schemeren
sander meij
auteurspagina Sander Meij
reageer op dit gedicht
Spui
Simon loopt richting Rokin
in regenjas met plastic tas
zeker nog steeds op weg
naar kroeg of kring om
kunstbroeders te spreken.
Geen vijf minuten later keert
hij al terug en keurt
opnieuw het uitgestalde boek
geen enkele blik waardig maar
de zwerver die daar ook zo-even stond
drukt hij de hand, ik schat
minstens een euro.
Parijs, kabaal en feestgedruis
het hoogseizoen is lang voorbij
geen grote bek of overmoed
het vrouwtje op het nest
de dichter lijkt milder dan ooit
de spotvogel gekooid.
Koos Hagen
auteurspagina Koos Hagen
reageer op dit gedicht
over het geloof
wie liever aan een touw trekt
dan er langzaam over heen te lopen
breekt bijna nooit zijn nek
en wie vooralsnog eerst
het speeksel in zijn handen spuwt
en wie onder kleine tegels
de juiste kuil voor zijn hakken vindt
en daarnaast ook nog eens
de wind in de rug voelt
en het minste last heeft van de zon
overwint nooit graag
maar laat mettertijd wel merken
dat het de sterkste schouders waren
die de mooiste wind moesten dragen
Daniel Bras
auteurspagina Daniel Bras
reageer op dit gedicht
Martelaar
Hij omhelst zijn vader
Zijn moeder, een masker
Van vreugde
(Stilzwijgend staan
De leiders
Wat achteraf)
Stenen tegen kogels
Een kamp in plaats van school
Maar vandaag wint hij
Want dit is zijn keuze
Volkomen rustig
Stapt hij in
Jan Buidels
auteurspagina Jan Buidels
reageer op dit gedicht
(advertentie)
Club Schrijven Magazine Een tijdschrift voor alle actieve schrijvers |
|
bestellen en informatie: www.clubschrijven.nl |
|
Anderstalig
Velibor Vidakovic
Velibor Vidakovic, geboren in Belgrado in een schrijversnest, schreef al jong verhalen
voor het satirische tijdschrift
Egel. Dit deed hij vijftien jaar lang wekelijks. In de jaren zeventig verhuisde hij naar Nederland als wetenschapper.
Op latere leeftijd pakte hij de satirische verhalen weer op. In zijn eerste boek
Holandicka muckalica legde hij onze vreemde Hollandse gewoontes uit aan zijn
landgenoten. Ook schreef hij o.a. oorlogssprookjes en gedichten. Bij een uitgever in
Belgrado zijn tien boeken met verhalen uitgekomen (en uitverkocht) en zes
dichtbundels. Onlangs verscheen, naar aanleiding van een prijs van de International
Society of Poetry, een bundel gedichten van Velibor Vidakovic in de USA:
Silence lifts
her dress. Zijn gedichten zijn surrealistisch, romantisch, humoristisch of
filosofisch - en dit soms allemaal tegelijk.
De Nederlandse vertaling is van
Patty Scholten.
Smrt grada
Nocas je umro jedan grad
umro je necujno
sklopivši sebi na grudi
još tople ulice
ujutru su ga našli
potpuno hladnog
sa jednim gorkim smeškom
na predgradju
|
|
|
De dood van een stad (Smrt grada)
Vannacht stierf een stad
ze stierf onopgemerkt
de straten nog warm
over haar borst gekruist
’s morgens vonden ze haar
steenkoud
met een bittere glimlach
op haar buitenwijken
|
Gde su one ptice
S visokim potpeticama
i nabujalim grudima
ušla si u moju pesmu
te pesma krene drugim tokom
gledam je sad jednim okom
vidim grudi i potpetice
al' gde su one ptice
|
Waar zijn de vogels (Gde su one ptice)
Op hoge hakken
met zwellende borsten
kwam je mijn lied binnen.
en het lied veranderde van loop
ik zie het nu met één oog
ik zie borsten en hakken
maar die vogels dan
|
Ženski topot
Uz ogradu ženski topot
provirim kroz zavesu
žena divlja neosedlana
rep stegla oko struka
a bedra blistava
iz nozdrva mlecna para
kod kapije stala
požurim da
otvorim
ja do kapije
a nje nema
vazduh gust
kapija još drhti
a ja stao i ne micem se
|
Vrouwelijke hoefslag (Ženski topot)
Bij de poort een vrouwelijke hoefslag
ik kijk door de gordijnen
een wilde ongezadelde vrouw
haar staart om haar middel gesnoerd
en een soepele achterhand
uit haar neusgaten melkdamp
ze stopt bij de poort
ik haast me
naar de poort
ik open de poort
er is niemand
de lucht is dik
de deur beweegt nog
en ik sta roerloos
|
Site
Recensies
Alles behalve de dichter
Luceberts leven en Luceberts
proza
door Rutger H. Cornets de Groot
bodem ben ik tot de boezem
het bakbeest
maar de rest hersent breint en dreint
om de diepte van
het ding achter het ding
de deur achter de deur in de hersenschim
genageld
aan het blootgelegde bastion
waar op schijngrond het schijngevecht
begon
Met deze vermaning nam Lucebert in een van zijn allerlaatste
gedichten (
de pathos van de zwaarte II) afscheid van ons. Maar juist
aan zijn trouwste adepten is ze niet besteed, want niets is te gering
voor onze belangstelling voor het grootste fenomeen uit de naoorlogse
poëzie. Behalve het gefilmde portret
Zoeken naar Lucebert dat
in november werd uitgezonden, verschenen er vorig jaar twee nieuwe
Lucebert-uitgaven:
Jan Oegema verzamelde zijn prozateksten,
Peter Hofman
presenteerde het beschikbare materiaal van de dichter.
In de pers
heeft Hofman tot dusverre voor zijn arbeid maar weinig lof geoogst.
In
de Volkskrant verweet Piet Gerbrandy hem onder meer geen visie te
hebben en kleurloos te schrijven. Wie het boek doorbladert ziet in
een oogopslag dat dit een wat zure reactie is, en wie het daadwerkelijk
leest kan niet anders concluderen dan dat het verwijt misplaatst is.
Niet omdat Hofman over zo'n vaardige pen beschikt, of een visie op
Lucebert uitspreekt, want van beide is inderdaad geen sprake, maar
omdat het boek helemaal de door Gerbrandy veronderstelde pretentie
niet heeft. Hofman, 'bestuurslid van de Stichting Lucebertiana', is
een fan in de meest letterlijke zin van het woord: iemand met een obsessie.
Dan maakt het niet zoveel uit wie het voorwerp van de obsessie is,
als je maar alles van en over hem weet te achterhalen. Natuurlijk moet
van zo iemand geen visie worden verwacht, want daarvoor is een kritische
instelling nodig. In plaats daarvan heeft Hofman zich een paar jaar in
de kooien van Luceberts poëzie opgesloten en is er, anders dan
de profeet zelf, niet met het gedierte van miro uitgekropen, maar wel
met een ontstellende hoeveelheid materiaal. Van foto's, brieven, tekeningen,
schilderijen, unica in facsimile tot getuigenissen uit de eerste hand,
het is allemaal onbekend, en allemaal even verrassend. Bovendien is
het boek goed verzorgd, uitgebreid verantwoord en fraai uitgegeven.
Mocht Gerbrandy ooit besluiten om zelf de kritische studie te schrijven
waartoe hij oproept, dan kan hij onmogelijk om dit boek heen.
Hofman
presenteert zijn boek trouwens ook in alle bescheidenheid: 'Met dit
boek wil ik een bijdrage leveren aan de verdere bestudering van Luceberts
leven en werk. Voor een integrale biografie is de tijd nog niet rijp',
zegt hij in zijn voorwoord. Hij heeft zich tot de eerste dertig jaar
van Luceberts leven beperkt, dus van 1924-1954, een periode waarvan
het einde wordt gemarkeerd door de toekenning van de Poëzieprijs
Amsterdam en erkenning van zijn beeldend kunstenaarschap door het Kunstenaarscentrum
en de gemeente Bergen. Dat lijkt wat arbitrair, maar voor die periodisering
bestaan twee beroemde precedenten: Hermans'
Fotobiografie en Mulisch'
Mijn getijdeboek, waarin de auteurs hun eigen leven eveneens volgden
tot het moment dat zij hun naam vestigden.
Veel nieuws komen we weliswaar
niet te weten uit het boek, want het bevat geen 'ontdekkingen'. Maar
de overweldigende presentatie van het beeldmateriaal maakt eigenlijk
alles nieuw in dit boek, want niet eerder gezien: schoolrapporten
en klassenfoto's natuurlijk, maar ook kindertekeningen, zoals die van
een tienjarige Bertus Swaanswijk, afgestaan met de mededeling: 'Bewaar
die maar, voor als ik later beroemd ben'. En niet in de laatste plaats
natuurlijk: een aantal zeer vroege gedichten, met idealistische regels
als 'Kom! hef en leg nu vederlicht/ Uw hand op mijne vleug'len zacht/
Zo weegt zij wit en wonderlacht/ In blanke voegen vedervacht', uit
1943.
Ten slotte is er nog een andere factor die dit boek aantrekkelijk
maakt, en dat is de nogal mythische voorgeschiedenis van Luceberts
kunstenaarschap, dat in dit boek nu voor het eerst goed gedocumenteerd
tot ons komt. Luceberts komst werd door zijn mede-Vijftigers vaak met
die van een komeet vergeleken, en ook de dichter zelf droeg flink aan
die mythevorming bij (bijvoorbeeld in de beroemde regels: 'ware ik
geen mens geweest/ gelijk aan menigte mensen/ maar ware ik die was/
de stenen of vloeibare engel', uit
ik tracht op poëtische wijze,
of ook: 'want mijnheer ik ben een engel/ die zich in deze eeuw in de
hemel verveeld heeft/ die naar de aarde afdaalde', enz., uit
de amsterdamse
school). Van de aardse werkelijkheid van die eerste naoorlogse jaren
gaf Lucebert in interviews veelal de indruk van een zwerversbestaan,
's nachts slapend in het Vondelpark of op de verwarmde buizen bij de
pont over het IJ, overdag voortdurend tekenend en werkend aan gedichten
die hem door 'stemmen' werden ingefluisterd. Volgens het getuigenis
van vrienden uit die tijd, onder wie Gerrit Kouwenaar, moeten dit uitzonderingen
zijn geweest en kon Lucebert altijd wel bij een van zijn kennissen
terecht, waardoor de werkelijkheid een stuk prozaïscher blijkt
dan Lucebert wel voorgaf. Maar dat vergeven we de dichter graag.
Meer
proza van Lucebert verscheen bij De Prom onder de verwachtingsvolle
titel
Kalm aan kinderen, er komt nog wat bij. Tot nu toe was van Luceberts
proza alleen het hilarische voorwoord bij de bundel
val voor vliegengod
bekend, en de voor specialisten onschatbare
Open brief aan Bertus Aafjes.
In
Kalm aan kinderen is dat tweetal nu vermeerderd tot 36 teksten,
waaronder manifesten, essays, inleidingen, brieven, ingezonden stukken
en een enkele recensie. Ook dit boek is door samensteller en bezorger
Jan Oegema uitgebreid verantwoord en geannoteerd, maar onze waardering
voor Luceberts literair talent wordt er niet door vergroot. Het is
duidelijk dat Lucebert te veel dédain voor de ongebonden vorm
ervan had om proza serieus te kunnen beoefenen. Zonder humor gaat het
in deze stukken dan ook vrijwel nergens, maar die is wel veel flauwer
dan de smalende en vaak zo effectieve humor uit zijn gedichten. Lucebert
bediende zich vooral van proza wanneer hij zich uit wilde spreken over
actuele maatschappelijke kwesties, maar ook hier is het duidelijk dat
hij zich daarbij niet toelegde op het schrijven van literatuur, zoals
bijvoorbeeld W.F. Hermans dat deed, wiens stukken over vergeten kwesties
als Weinreb of King Kong ook nu nog goed leesbaar zijn. Neemt niet
weg dat het natuurlijk allemaal wel moet worden gepubliceerd, want
iedere letter van Lucebert blijft een letter van Lucebert. Maar veel
bijzonders is het niet.
Wie de kunstenaar na deze twee boeken wat
dichter wil naderen, kan nog tot 6 maart terecht in het Cobramuseum
in Amstelveen, waar Luceberts tekeningen uit de Van Lanschotcollectie
ten toon worden gesteld.
Lucebert - Kalm aan kinderen, er komt nog
wat bij
De Prom, Amsterdam, Antwerpen, 2004; 143 blz., €15,95
ISBN
90 6821 806 X
Peter Hofman - Lichtschikkend en zingend, de jonge
Lucebert
De Bezige Bij, Amsterdam, 2004; 304 blz., €39,95
ISBN
90 234 1427 6
Eerst dit dan dat
Nachoem Wijnberg spant een netwerk
van betekenissen
een recensie door Annette van den Bosch
Sommige
dichters kunnen het. Ze krijgen voor elkaar dat je steeds weer terug
grijpt naar hun bundel en steeds weer nieuwe betekenissen vindt. Ik
doel op Nachoem Wijnberg (1961), genomineerd voor de VSB Poëzieprijs
met zijn bundel
Eerst dit, dan dat. Wat meteen opvalt is de lay-out
van zijn 8e dichtbundel. Prachtig blauw omslag, iets groter formaat
dan de standaarddichtbundel. Een lust voor het oog en bovendien nieuwsgierig
makend naar de inhoud.
De 72 (!) gedichten in deze bundel zijn
eveneens bijzonder. Er zijn enkele gedichten die dezelfde titel hebben;
dat is aanvankelijk enigszins verwarrend, maar het blijkt functioneel,
want het koppelt de gedichten door de bundel heen aan elkaar. Er komen
onder andere Japanse spirituele leiders, Chinese dichters en Christelijke
heiligen aan bod. Door al deze persoonlijkheden naast elkaar te plaatsen,
ze te laten praten binnen hun context, ontstaat er een samenhang tussen
de verschillende culturen, gebruiken en opvattingen. Het gaat om ervaringen
in het alledaagse leven die in eenvoudig taalgebruik worden weergegeven.
Vaak worden schijnbaar niet-samenhangende beweringen onder of naast
elkaar geplaatst. Door deze beweringen in samenhang te lezen, ontstaat
er een diepere betekenis. Zowel de ene als de andere bewering krijgt
een nieuwe lading. In de bundel staat bijvoorbeeld een aantal gedichten
over verlangen. In 'Shotetsu over Shunzei en Teika' wordt een gedicht
van de Chinese dichter Shotetsu onder de loep genomen. Teika gaat na
het overlijden van zijn moeder op bezoek bij zijn vader Shunzei:
Het
is herfst geworden en er waait een harde koude wind.
Shunzei
ziet er bedroefd en verloren uit.
Als hij in zijn eigen huis terug
is schrijft Teika dat de wind
verlangt naar
wie er niet meer is.
Wijnberg legt in de slotregels van dit gedicht
uit:
Omdat Shunzei oud is en aan zijn zoon schrijft wil hij niet
zeggen
dat hij niet meer verder kan;
daarom
zegt hij dat het herfst is en dat de wind koud is.
Een
moeilijk en goed gedicht.
Vervolgens kruipt Wijnberg in het gedicht
op de tegenoverliggende pagina in de huid van Shotetsu 'Als iemand
Shotetsu dit zou vragen zou hij zo antwoorden'. Ook in dit gedicht
is het verlangen naar de verlorene en daarover schrijven leidraad.
In
welke provincie ligt de berg Yoshino,
in welke provincie ligt
de berg Tatsuta?
Als ik over kersenbloesems schrijf: Yoshino,
als
ik over herfstbladeren schrijf: Tatsuta.
Dan vervolgt het gedicht
dat het niet helpt om je te herinneren in welke provincie het ligt,
maar dat sommige dingen bewaard blijven zonder dat ze bewust uit het
hoofd geleerd zijn.
In de slotregels wordt deze wetenschap toegepast
op het bewaren van dichtregels:
Als mijn huis verbrandt met al mijn
gedichten
kan ik er een paar terugkrijgen
van wie ze uit het hoofd geleerd heeft.
Ik durf niet te vragen om
de gedichten over naar wie ik verlangde.
Daarom
schrijf ik ze opnieuw als ik mij herinner naar wie ik verlangde.
Door
de hele bundel lopen dergelijke dwarsverbanden. De thema's lopen zowel
lineair als kruislings in elkaar over. Ik kreeg de neiging om tijdens
het lezen steeds te bladeren naar eerder gelezen gedichten en naar
latere gedichten. Eigenlijk zou ik de bundel liefst ook digitaal willen
hebben, zodat ik steeds over en weer kon springen. Maar de papieren
versie is me nu al bijzonder dierbaar. Door de thema's die heel divers
zijn en de teksten die soms een bijzondere, filosofische diepgang krijgen.
Zo blijven regels als 'Kan iemand zien bij elkaar sparen?' en 'De berg
als het lichaam van wie weggegaan is.' mij boeien. Of de zin 'Je hoeft
niet te wachten, je gaat weg en mag zeggen/wanneer afscheid genoeg
is' en de strofe 'Zo lang ik hier ben/ mag ik terugdenken, vooruitdenken,/
om mij heen kijken, als iemand die in het rond neukt.' Of de schitterende
dialoog met Jezus in het gedicht 'Verder is het hier leeg en stil':
Maar
ik hang aan een kruis? Je hangt aan een kruis.
Wat kan ik eraan doen?
Vraag het aan de man die zonder te kijken de vloer veegt.
Enerzijds
is er de verwondering, anderzijds het alledaagse. Bovendien verbindt
de laatste regel het christendom en het Zenboeddhisme met elkaar. De
man die de vloer veegt als het beeld van de monnik die met meditatieve
intensiteit met zijn werk bezig is en niet in de gaten heeft dat boven
zijn hoofd een Christus aan het kruis hangt. Dat is niet relevant voor
hem, slechts dat waar hij concreet mee bezig is, beweegt hem.
Korte
citaten doen geen volledig recht aan deze gedichten, het geeft slechts
een impressie van waar ik geraakt werd tijdens het lezen. Ik zal nog
tijd nodig hebben om de diverse betekenissen te laten bezinken en herwaarderen.
Eerst dit, dan dat is in elk geval een bijzondere bundel die de VSB
Poëzieprijs zeker waard is!
Podium
Bernhard Christiansen
Handleiding voor het slopen van fietsen
Willen wij een fiets gaan slopen
dan moeten wij dat voorbereiden
dan hebben wij een fiets nodig
en energie
en die twee
moeten we laten botsen
totdat allebei uitgeput zijn
Dan kunnen wij
met de resten van onze energie
de resten van de fiets
in een gracht werpen
Arnoud Rigter zei in de vorige aflevering van deze rubriek op de vraag wie de volgende
keer aan bod moest komen:
Bernard Christiansen, o.a. omdat hij als Duitser zo'n beetje Nederlands
is gaan studeren omdat hij het zo'n mooie mompelende taal vindt. Nu woont
hij hier en is postbode. Ik doe mijn best in mompelende enveloppen te geloven.
Zeg Bernhard, klopt het zo'n beetje wat Arnoud over je zei?
Het klopt dat ik eerst in Berlijn en dan in Utrecht wat Nederlands ben
gaan studeren onder meer omdat ik Nederlands toen wel een erg aantrekkelijke
en mooie taal vond. Duits is scherper en helderder, Nederlands is eerder een
mompelende taal, meer een taal om in te wonen. Tja, en nu woon ik hier en
ben ik postbode. Maar mijn bestaan als postbode eindigt deze lente.
Het Nederlands bevalt je. Wat vind je van Nederland?
Aan je 'Handleiding voor het slopen van fietsen' te zien ben je goed ingeburgerd.
Ik kan natuurlijk enkele dingen noemen die ik in Nederland beter of
sympathieker vind dan in Duitsland maar altijd als ik door Nederlanders
gevraagd wordt wat ik van Nederland of van Nederlanders vind dan voel ik
ineens lichte weerzin om positieve dingen te noemen. Misschien dan maar dat
Nederlanders volgens mij te veel zonder te bewegen willen bewegen, te veel
auto's om me heen. En te veel door agressieve automobilisten en andere
criminele gesloopte fietsen natuurlijk.
Cultuur
Ik zou haar neus kunnen pakken
zachtjes knijpen
achter haar oren kunnen spugen
met Afghaanse geduld het spuug zorgvuldig
met mijn vingertop verdelen
Ik zou wat haartjes kunnen frappen
het gezicht gaan lemelen
de voet insmeren met Bulgaarse yoghurt
en dan de voet weer droog blazen
trommelen op de rug
om dat zoete lijf een Russisch boertje te ontlokken
haar met Slowaakse danspasjes
aan de lepelaar doen denken
mijn elleboog tegen haar wang aanschurken
haar mijn knieholte tonen
een kleine Tsjetsjeense strijd met haar voeren
tatatatatata - tatatatatata
Ik zou haar neus kunnen pakken
zachtjes knijpen
maar doe het niet
mijn integratie in dit land
vereist een Nederlandse paspoort
en een zekere beperking
van het liefdesspel tot
zoenen, strelen, slaan en neuken.
Je doet ook aan cabaret.
(zie hier)
Bestaat er voor jou een duidelijke scheiding
tussen cabaret en het voordragen van je poëzie? Hoe beïnvloeden die twee
activiteiten elkaar?
Het voornaamste verschil voor mij ligt in de vorm. Cabaret te doen is
moeilijker en uitdagender, muziek en het vrije vertellen en improviseren
spelen een grotere rol. Literaire voordrachten zijn soberder en
geconcentreerder. Van een literair publiek kan ik gemiddeld meer verwachten
dan van cabaretpubliek, zij zijn eraan gewend om goed te luisteren terwijl
ik bij het cabaretpubliek meer rekening moet houden met gemakzucht en
behoefte aan een zekere voorspelbaarheid. Literaire optredens zijn bijna
altijd succesvol, als cabaretier kan ik tegenvallen. Als ik heel veel het
ene heb gedaan kan ik de behoefte voelen om weer eens wat meer het andere te
gaan doen.
Maar inhoudelijk zijn de verschillen voor mij niet zo groot, ik probeer op
beide terreinen om door het middel van vervreemding en humor dingen
helderder te maken. En de humor kan dominant of heel subtiel en terloops
aanwezig zijn, om teksten geheel zonder elke vorm van humor te schrijven ben
ik denk ik nauwelijks nog in staat, de relativeringskrachten van van alles
liggen altijd op de loer.
Verschillende maatschappelijke vraagstukken, samengevoegd in 1 gedicht
Vandaag heerst weer zuidoosterstorm
bomen liggen kriskras op de weg
daken worden van de huizen geblazen
fietsen vliegen door de lucht
auto’s worden de zee ingesleurd
en lijken dobberen door straten.
Duizenden katoenen zakken
en honderden sterke hengels
uit de hele wereld
zullen weer eens binnenstromen
in ons land
om de lijken
tijdig bij elkaar te kunnen rapen.
De Aziatische toeristen
-soms nog met klompen aan hun voeten-
worden weer eens door specialisten
eruit gevist
'deze zou best kunnen, nee, die niet,
laat maar liggen, die is veel te lang'
ingelegd in speciaal azijn
in hele grote en gekoelde glazen potten.
De stormen zijn vervelend maar dat went wel
maar steeds weer wekenlang De Arena en De Kuip
geblokkeerd door Japanse reuzenjampotten
daar zouden wij eens in opstand tegen moeten komen
dat is niet Nederlands.
Bespeur ik in sommige van je gedichten enige maatschappijkritiek?
Als puber schreef ik moralistische sciencefiction en daarna heb ik lange tijd afkeer gevoeld tegenover de mogelijkheid om commentaar te leveren op politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Ik moet bekennen dat de afgelopen tijd de neiging weer sterker is geworden om soms op de actualiteit te reageren. Maar de kritiek om de kritiek is niets, is doodsaai, ik moet steeds een vorm zien te vinden waarin ik door spiegeling en vervreemding de essentie van iets bloot kan leggen of tenminste kan laten zien dat je ook heel anders dan gebruikelijk naar dingen kunt kijken. "In memoriam Ad
Melkert"
(lees
hier)
is voor mij toen een erg belangrijke tekst geweest, ik voelde sterk de behoefte om te reageren op de sentimentele zwakzinnigheid die toen ineens wekenlang dit land ging beheersen.
Samen met Meandermedewerkster Milla van der Have schreef je de musical
'Haubold von Einsiedel'. Hoe kwam je daar zo toe?
Het begin van het stuk schreef ik toen ik nog in Berlijn woonde, de
naamgever van en inspiratiebron voor het stuk was het vijftigjarige zoontje
van mijn verhuurster in Oostberlijn. De eerste tien minuten waren leuk maar
het lukte mij niet om een overtuigend vervolg van het verhaal te schrijven.
In Utrecht leerde ik Milla tijdens de poëzieavonden van Awater
(studievereniging Nederlands) als dichteres kennen en waarderen en ik durfde
het om haar te vragen of zij misschien zin had om samen met mij een vervolg
te verzinnen. En het gezamenlijke schrijven bleek dus daadwerkelijk mogelijk
en vruchtbaar. In 2003 was een eerste groots opgezette en nog wat rommelige
versie van het stuk als amateur-theaterproductie in Utrecht te zien, eind
van dit jaar zal als het goed is een nieuwe professionelere bewerking van
het stuk af zijn, kleiner, eenvoudiger, absurder, minder overvloed voor de
ogen en meer prikkels voor het verbeeldingsvermogen van het publiek.
Klein ongeluk
Ik heb mij gesneden, mij pijn gedaan. In mijn rechterwang gesneden. Ik heb op een
troostend woord gewacht. Gewacht. Ik heb moeten vaststellen dat niemand het meer
nodig acht om liefdevol mijn toch-al-groot-zijn te beklemtonen - slechts wanneer
men klein is, wordt het groot-zijn beklemtoont.
Ik ben niet klein, ik ben een monster, een groot monster.
Ik heb twee handen, een groot aantal vingers, meerdere ogen en oren, ben een monster.
Wat doen monsters? Monsters sluipen door de straten, likken aan hun vele akelige
vingers, kijken met al hun ogen. En wanneer ze springen, dan ratelt het in hun kop. Bij
mij ratelt het in de kop, wanneer ik spring.
En ik land dan meestal ongelukkig. Ik ben gelukkig, spring, land ongelukkig. En dan
verder, door de nacht, op mijn akelige gespleten achterpoten, nog steeds ongelukkig.
Soms kom ik iets tegen, dan duik ik ineen, zie een heldere schaduw, een of ander
lichtwezen. Wat moet ik ermee?
Andere zouden wuiven. Ik duik ineen. Ik ben een monster. En ik heb mij pijn gedaan.
In mijn rechterwang gesneden. Wat pijn doet. Monster met geschonden gezicht.
Ik klim op een gedenksteen ter herinnering van de herverkaveling en voel me oud,
ongelukkig en oud. Ik lig op de gedenksteen en wil nooit weer springen, wil een
andere kleur aannemen.
Wat ga je de komende tijd ondernemen?
Laatste vermoeide pogingen om misschien toch nog mensen te vinden die het literaire podium van 'Poëzie-entiteit Blauw'
(
www.averechts.nl)
mee willen organiseren (grote kans dat "Vlinders en vliegtuigen" op 13 maart anders de laatste aflevering zal zijn). Ik vorm een onderdeel van het nieuwe "Haubold von Einsiedel"-
project. Ik ga samen met Maurits Cornelis het door mij geschreven
absurdistische toneelstuk "Krantenkoorts"
(
www.koorts.ervaring.nl)
zo vaak mogelijk spelen, wij hebben onder meer plannen om op Oerol en in Berlijn te spelen en de VPRO gaat het stuk binnenkort als hoorspel uitzenden. Ik werk samen met Sylvia Hubers aan een gezamenlijke bundel, "Platonia". En ik sta open voor wat er verder op mij af mag komen aan schrijfopdrachten of ideeën of optreedmogelijkheden of rare samenwerkingsprojecten of wat dan
ook. Ach ja, en ik ga mij oriënteren.
Wie moet in de volgende aflevering van 'Podium' centraal staan en waarom?
Caroline Kramer, een schrijfster met wie ik mij erg verwant voel. Ook
eentje die niet heel veel en makkelijk schrijft. Die vervreemding nodig heeft voor haar bestaan en melancholie en humor maar niet van zich af weet te schudden. En die ruis van essentie weet te scheiden. Zij heeft al tientallen heel bijzondere korte prozateksten en meerdere lange toneelteksten geschreven. Ik zag een paar dagen geleden haar laatste toneelstuk, "Ik blijf de maan" in Groningen. Werd helemaal meegesleurd en blij en ontroerd en dat overkomt mij niet vaak. En Caroline Kramer is zo eentje die ondanks alles makkelijk in de schaduw wordt vergeten, het wordt tijd om haar de zon in te sleuren.
Op 5 april a.s. wordt "Krantenkoorts" integraal en
live uitgezonden in het VPRO-programma "Music-Hall" (radio 747, 21 uur).
Bernhard Christiansen zelf is nu al te
beluisteren bij de VPRO.
Proza
Een wankelmoedige ascese
Niels Landstra
Vergezeld van
een schapedoes met lange, witte manen, liep zij daar, peinzend, net
als hij. Slenterend.
'Kom, Sofietje, kom!', riep ze met schelle stem.
Streng en gebiedend. Zonder enige aarzeling bewoog zij zich in zijn
richting. Nu stak ze het bospad over, resoluut. Op haar gelaat ontstond
het voorzichtige begin van een glimlach.
'Hi', zei ze. 'Mooie hond
heb je. Een jaar of twee?'
Joep knikte ongemakkelijk. Hij was van
zijn à propos.
Ondertussen kwam ze dichter bij hem staan.
Haar dunne wenkbrauwen had ze met potlood de schijn van een natuurlijke
dikte willen geven. Grove acneputjes had ze zorgvuldig dichtgepleisterd;
de littekens van waterpokken op haar kaaklijn, kregen hierdoor een
afwijkende, wat vlekkerige tint. Zijn aandacht ging uit naar het craquelé
dat zich in het stucwerk op haar voorhoofd aftekende. Het kenmerk van
de denker. Zelf had hij daar ook talloze rimpels. Miniscule geulen
van ingesleten gedachten.
'Ik kom net terug van een begrafenis', zei
ze.
'Wat erg...'
'En toen moest ik Sofietje voor het eerst alleen
thuis achterlaten.'
'Vreselijke dingen zijn dat', vond hij.
'Zeg
dat wel.'
Zwijgend gingen ze allebei naar hun honden staan kijken
hoe zij, na gedreven baltsgedrag, in een copulatie verstrikt raakten.
Ze heette Eloë en haar huis rook naar hond. Een alom
aanwezige natte vachtenstank drong zich aan hem op. Op de vensterbank,
voor een breed, langwerpig raam, had een ondoordringbare hoeveelheid
vingerplanten zich aaneengeklit. Die hulde de kamer in een schaduw
die hier en daar in stukken werd geknipt door schaarse fragmenten daglicht.
Uit lukraak neergezette potten, op de grond, op een dressoir, woekerden
klimops de hoogte in, samenkluwend in een visnet dat in een verstilde
deining onder het plafond hing.
'Thee of koffie?' riep ze vanuit
de keuken.
'Doe maar koffie', liet hij weten, terwijl hij keek naar
zijn hond die met geestdrift de teef van Eloë aan het bestijgen
was. Na de daad gingen de beesten lui liggen in de gang bij de voordeur,
uit het zicht van de bazen. Ze zijn hun rituelen al gewoon, dacht Joep.
Dichtbij de ranzige geuren van zichzelf en het bos, kleurenblind verliefd,
rennend op wolken.
'Waar moet ik nou over beginnen?', vroeg hij zich
af. 'Of ze van lekker eten houdt... Een lat is dikker dan zij, dus
zal ze wel vegetarisch zijn. Een moeilijk onderwerp voor een vleeseter.
Ik moet een originele vraag stellen. Een die ze van mij niet verwacht.
Wat als... of ze van zeilen houdt... Nee, dat is te link. Ik kan niet
zeilen. Wil ze toch op een boot mee, bij wijze van vertier en gebrek
aan beter, en dan valt ze op de een of andere stuurman met een gebronsde
huid en armen als kabels, hoogmoedig turend over een vlakke zee alsof
hij maatjes met Poseidon is. Beter iets anders verzinnen.'
'Heb jij
iets... met de jungle...', stamelde hij.
'Hoezo?', reageerde ze verbaasd,
terwijl ze met rammelende kopjes op bemorste schoteltjes de huiskamer
binnenkwam.
'Je planten en zo...'
Ze keek om zich heen alsof ze
de entourage voor het eerst aanschouwde. Haalde dan haar schouders
op.
'Niet specifiek. Jij wel?'
'Ook niet echt.'
Joep zakte diep
door zijn knieën om plaats te kunnen nemen op de zitkussens op
de vloer. Hij probeerde zich voor te stellen hoe ze naast hem zou ontwaken,
geeuwend, en zich uitrekkend, en met de geur nog aan zich van een uitputtende
nacht. Zou ze dan ruiken naar Parmezaanse kaas of naar verschraald
deodorant?
Met een scheve grimas stak Eloë wierook aan, trager
dan ze bedoelde, waardoor er iets dramatisch in haar bewegingen kwam;
dit liet ze volgen door een steelse blik, fladderend in de richting
van Joep. Onwennig lachte hij; ogenblikkelijk werd hij zich ervan bewust
dat het geforceerd had geklonken, gemaakt. Breekbare schijn. Dun als
de witte wierookkringeltjes die opstegen naar niets en in het luchtledige
opgingen.
En wat als ze hem later zou vragen hoeveel vriendinnen
hij in het verleden had verslonden, nadat hij haar had genomen, wild,
en met een kundigheid, voorbij de grenzen van seksuele perfectie? Honderd?
Vijftig? Of naar alle eerlijkheid: twee? Dat hij bijna veertig was
en sinds zijn vroege volwassenheid leefde in afzondering?
Hij dacht
terug aan zijn eerste kalverliefde. Een punkmeisje met een kleurig,
stekelig kapsel als van verlijmde zeeanemonen. Haar make-up was even
fel en wanordelijk, maar haar oceaanblauwe, melancholieke ogen, zette
ze altijd aan met teerzwarte lijnen, breed uitlopend naar haar slapen.
Alsof ze haar innerlijk wilde uitvergroten in het pastel van haar uiterlijke
schijn. Herlevende beelden van haar. Naast hem, op een groot bed, in
een maagdelijk witte slaapkamer, dan verstrengeld. Vitrages als een
bruidssluier trillend in de warme tocht van de zomer, binnenstromend
door de open ramen. Hij wenste dat het zo kon blijven, wilde weg van
school, niet werken, geen verantwoording, alleen voortdurend onafgebroken
zijn bij haar.
Onaangekondigd vertrok ze uit zijn leven. De een of
andere punker op een Puch, haalde haar op van school. Zij kroop bij
hem achterop, klampte haar armen om zijn taille en scheerde het trottoir
af, kleiner wordend in wolkenflarden uitlaatgas.
De stem van Eloë,
schallend uit de keuken.
'Nog een lekker kopje koffie, Joep?'
'Graag!'
Joep
wist dat een verovering van Eloë aanstaande was. En eigenlijk
had hij dat aan zijn hond te danken. Want zijn viervoeter had een einde
gemaakt aan Joeps isolement. Met het lopen door het bos, een hand in
zijn zak, en rond de ander, nonchalant slingerend de hondenriem, was
Joep stilaan begonnen met het oefenen op gesprekken met gedroomde voorbijgangsters.
'Welkomstgroet. Diepzinnig overkomen. Sensitief zijn. Een aureool
van vertedering van je af laten stralen. Anders: wanhoopspoging. Pathos.
Gevoelens van empathie uitlokken.'
In een spiegel had hij erop geoefend.
Boven zijn troosteloze donkerbruine ogen met de grauwe wallen, trok
hij zijn wenkbrauwen samen in een schuin omhoogstaande plooi. Het larmoyante
dat zo van hem afdroop als een waterval van hevig lijden, deed hem
tevreden grijnzen. Een aantal pogingen had hij inmiddels in de praktijk
gebracht. Ondanks de verstarring van de luisteraarster die kon optreden,
als Joep wat lijzig begon te praten, deed hij kennelijk iets verkeerd
en verloor hij zijn greep op de aandacht. Want als hij vertelde dat
hij was ontslagen, er een dierbare op sterven lag, of zijn hond weer
vitaal door het bos kon rennen na half op apegapen te hebben gelegen,
werd dat meestal afgedaan met een afwezig 'ik moet nog werken', en
'ik ga maar weer eens'.
Toch maar volhouden, dacht Joep. Er zijn
op het juiste tijdstip en de juiste plaats. Om haar zo te kunnen treffen.
En hoewel hij daardoor zijn favoriete bosnimfen veelvuldig tegen het
lijf liep en er van toeval geen sprake meer kon zijn, had hij zich
geen enkele maal betrapt gevoeld - al raakten er wel nimfen 'zoek'
na verloop van tijd en hielp ook dagenlang heen en weer wandelen op
de voor hem bekende routes geen zier. Dan ging hij er maar vanuit dat
ze verhuisd waren -
Eloë. Hij kon aanstalten maken zijn gastvrouwe
te verleiden. Maar hoe? De jarenlange zelfbevlekking... Was die hem,
de denker, niet aan te zien? Zijn weke fallus waarmee hij zich verlustigde
aan Bretonse hammetjes met zelfgemaakte vulva's, sprak blanco boekdelen
over zijn gebrek aan ervaring. Als hij met haar zou gaan vrijen, dan
zou hij het visachtige gelaat met de wijd uiteenstaande ogen en de
vlezige pruilmond vlak voor zich moeten houden en haar strak aankijken,
want vertrouwen op andere schrikbeelden om een vroegtijdig hoogtepunt
te voorkomen, kon hij niet.
Zijn angst nam toe in crescendo. De kaki
zomerbroek met de flinterdunne stof waaronder hij niets droeg, begon
bol te staan. De hand van Eloë sloop via een dijbeen naar zijn
kruis en frommelde wat onhandig aan zijn gulp.
'Zullen we gaan samenwonen?',
vroeg Joep zakelijk. 'Dan hoeven we niet eerst te gaan seksen en vervolgens
tijd te verspillen met heen en weer te rijden van jou naar mij en vice
versa en geen ingewikkelde gesprekken met elkaar te gaan voeren en
uiteraard is een gezamenlijke huur goedkoper.'
Gebiologeerd keek ze
naar zijn broek, waar om de geopende rits, een oliedonkere vochtplek,
zich schoksgewijs uitbreidde.
Het herfstblad liet de zomer los.
In een warrelend dwalen. Rakend de grond. Een ritselend samenkomen
dat laagje voor laagje de aarde met verrotting bevruchtte. Het zonlicht
drong door de nog dikke, roodkoperen huiven van de bomen, spatte uiteen.
Het schreeuwen van verre vogels, werd overstemd door het krachtige,
aanzwellende ruisen van de bladeren, alsof een schelp aan zijn oor
werd gezet, zijn bloed kolkend begon te stromen. Een naderende bosnimf.
Hij riep zijn oude hond met een bassende stem en zwaaide ongedurig
met de hondenriem.
'Ik ben een leider,' dacht Joep heldhaftig, 'een
meedogenloos heerser.'
Hij maakte rechtsomkeert en verdween in het
halfdonker van een hecht bomenkordon dat hem anoniem opnam. Deze route,
waarbij hij zich een weg moest banen door doornige struiken, en de
zompige grond hem deed strompelen, was de kortste naar de parkeerplaats
waar zijn auto stond. Moeizaam kroop zijn halfblinde herder op de achterbank,
gekweld door de pijn in zijn doorgezakte heupen.
'Eloë en Sofietje
zullen echt wel verhuisd zijn', zei hij, licht verontwaardigd en half
achterom kijkend. 'Anders waren we ze nadien vast ergens tegengekomen.'
Maar hoe leg je dat een hond uit?
Bij het starten van de wagen,
kwam er berusting over Joep.
Ze hadden het goed zo, samen.
Nieuws
Literaire Boeken Top 10
- In Europa - G. Mak
- Het vooroudergevoel - J. Blokker
- Knielen op een bed violen - J. Siebelink
- Verborgen gebreken - R. Dorrestein
- Zolang er leven is - R. Dorrestein
- De asielzoeker - A. Grunberg
- Wolkenatlas - D. Mitchell
- Eline Vere - L. Couperus
- De mysterieuze vlam van Koningin Loana - U. Eco
- Schaduw van de wind - C. Ruiz Zafon
|
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel 'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 10 t/m 24 februari 2005.
|
LuilekkerMand
In samenwerking met kOrt Literair organiseert LuilekkerMand een zomeravondworkshop Verhalen maken op 10 en 11 september 2005. In het weekend worden er workshops en optredens gehouden. In het arrangement zijn ontbijt- en avondpicknicks inbegrepen. De locaties zijn het kampeerterrein Hollandse Heide in het bos bij Stokkum, Gld. En het openluchttheater Engbergen in het bos bij Gendringen, Gld. Intekenen kan via de website
www.luilekkermand.nl/workshopweekend.htm . Daar is ook meer informatie te vinden.
OpStaan
De volgende OpStaan in Momfer (open podium voor iedereen) vindt plaats op zondag 6 maart vanaf 15.00 uur in Café Momfer de Mol, Oude Molstraat 26a, Den Haag. Deelname en entree is gratis. Meer informatie over onder andere data, artiesten en deelname is te vinden op
www.OpStaan.org
Literaire Avond Zuidwolde
De Literaire Avond Zuidwolde 2005 wordt op zaterdag 19 maart geopend door de nieuwe Dichter des Vaderlands Driek van Wissen. Er treden zeven dichters op waaronder Karin Beumkes, Gerry van der Linden en Jan-Jaap Reinders (publieksprijswinnaar 2004). De avond vindt plaats in het antieke eetcafé Moeke Vaatstra. De dichter die de harten van het publiek kan winnen ontvangt de publieksprijs. De avond wordt gepresenteerd door Pieter Kleinjan. De zaal gaat om 19.15 uur open en de entree is gratis.
”Oud” nieuws
De Winter in drie zangen is een 18e eeuws gedicht van de dichter Van Boelens. Op de website
www.zwartijs.nl, tijdens het surfen zeker de moeite van een bezoekje waard, wordt dit gedicht geheel verklaard en toegelicht en is informatie te vinden over de dichter.
DVD Droom in Blauwe Regenjas
Er is een DVD uitgekomen van de tweetalige Friese bloemlezing
Droom in Blauwe Regenjas. Op deze DVD staan de voordrachten van de 23 Friese dichters uit de bundel. De Friestalige voordrachten zijn Nederlands ondertiteld. De DVD is in Leeuwarden verkrijgbaar bij boekhandels Van der Velde en de Tille en kan in Groningen aangeschaft worden bij Athena's Boekhandel. Bestellen of een recensie-exemplaar aanvragen kan bij
Xelmarkuiper@hotmail.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!) Meer informatie over de bloemlezing
www.droominblauweregenjas.info/
Poëzieavonden in het Kunsthuis
Op woensdag 16 februari vond in het Kunsthuis aan de Dr. H.G. Scholtenstraat 5c te Zaandam de eerste van een reeks poëzieavonden plaats. De avonden vinden plaats op initiatief van Frenk van Heeswijk en de Amsterdamse dichter Merik van der Torren. Hij publiceerde verschillende dichtbundels waaronder in april 2004 de bundel 'Grondvest'. Van der Torren organiseert ook al negen jaar literaire avonden in Cultureel Centrum de Badcuyp in Amsterdam. Tijdens de eerste avond in het Kunsthuis traden Van der Torren zelf, Mirjam Al, Loek Razoux Schultz en Anne van Amstel op. De eerstvolgende avond in het Kunsthuis is op woensdag 16 maart. Aanvang 20.30 uur. Contact:
Xkunsthuisvanheeswijk@hotmail.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
ANV-Visser-Neerlandia Prijsvraag
Het Algemeen-Nederlands Verbond organiseert ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de ANV-Visser-Neerlandiaprijzen een prijsvraag voor het ontwerp van een eigentijdse Nederlandstalige musical over het geactualiseerde gedachtegoed van Herman Visser (1872-1943). De prijs bedraagt 10.000,- Euro. Manuscripten in drievoud getypt met vermelding van de titel en een schuilnaam. Het ontwerp voor de musical moet een uitgewerkte synopsis, twee taferelen en twee uitgeschreven liedjes en een ingezonden demo op CD bevatten. Opgave van de titel, naam en adres van de auteur en componist in een gesloten enveloppe, waarop de naam van de musical en de schuilnaam, meezenden. De sluitingsdatum is 30 september 2005. Het ingezonden materiaal blijft in het bezit van het ANV. Het correspondentieadres is Algemeen-Nederlands Verbond, Jan van Nassaustraat 109, 2596 BS Den Haag. Website:
www.algemeennederlandsverbond.org
Plebs
Een kersvers literair tijdschrift is verschenen: Plebs! Dit is ontstaan uit de literaire kring het Genootschap De Gezanten van Ruysdael. Het eerste nummer verscheen reeds in september en het tweede nummer zal in de loop van de maand maart verschijnen. Plebs is een halfjaarlijks tijdschrift en wordt uitgegeven in Torhout (België). Afzonderlijke nummers zijn te verkrijgen voor € 6,50 (incl. verzendkosten). Een abonnement kost € 10 (incl. verzendkosten). Voor meer informatie raadpleeg de website
www.freewebs.com/gdgr-plebs/
Ronald Jooris krijgt cultuurprijs
De dichter Roland Jooris kreeg deze week de driejaarlijkse cultuurprijs in de categorie poëzie. Dit voor zijn bundel 'Gekras' uit 2001. De jury zegt hierover: "Zijn dichterschap zoekt de zelfbeperking op in een dwarse, nukkige en krassende taal."
Burgemeester ‘Stad der Blinden’ bezoek Antwerpen
Op 4 maart komt José Saramago naar Antwerpen, voor een vertaalsymposium over zijn werk. De schrijver komt aan het woord, specialisten spreken over zijn werk, vertalers spreken over de specifieke vertaalproblemen ervan. Om rechtstreekse vergelijkingen tussen de verschillende vertalingen mogelijk te maken, wordt er gewerkt rond één boek: 'Todos os Nomes' ('Alle namen'). Twee dagen Saramago-studie aan het Instituut voor Vertalers en Tolken: een goede gelegenheid om dit prachtige oeuvre eens van een andere kant te benaderen.
De literaire avond start om 20.00 uur in het Provinciehuis van de stad Antwerpen. Een ticket kost 15 euro.
Meer info:
www.abc2004.be
Geletterde mensen
Dat Cornelius Bracke een geletterde mens is, heeft hij al omstandig bewezen. Al twintig jaar lang tracht hij in HUMO de wereld te verbeteren in zijn column
't Wordt teveel voor Corneel. Om het gevarieerde aanbod van zijn columns nog feestelijker te maken, deed Corneel een beroep op het onuitgegeven allround-duo De Kroon, bestaand uit Jan De Smet en Arne Van Dongen. Vanaf 10 maart tot 15 april in verschillende culturele centra. De speellijst staat op
www.begeerte.be.
Literatuurgeschiedenislessen
De Universiteit Vrije Tijd Davidsfonds organiseert 'Poëzie in Vlaanderen en Nederland '1945-2005'. Deze cursus vindt plaats in Kortrijk op de vrijdagen 4,11, 18 en 25 maart van 13.00 tot 16.00 uur. Dirk de Geest bespreekt het werk van een aantal vooraanstaande dichters en stromingen en plaatst ze in een literair-historisch kader. Deelnemen kost 45 euro (40 euro voor Davidsfondsleden). Meer info via het e-mailadres:
Xuniversiteit.vrije.tijd@davidsfonds.beX (de letters X uit dit adres verwijderen!).
SNELNIEUWS
28/02/05 - MERKSEM: “Het leven zoals het is: dagboeken.” Dagboeken zijn er van Bridget Jones tot Anne Frank. Soms biedt het dagboek een persoonlijke en intieme kijk in de wereld van kunstenaars, zoals Anaïs Nin. Kortom, dagboeken zijn even veelzijdig als hun auteurs. Een boeiend genre, dat zeker de moeite waard is om beter te leren kennen. Lezing start om 19.30 uur - 10/8/7€ - CC Merksem, Kasteel Bouckenborgh, Bredabaan 561
04/03/05 - ANTWERPEN: “BEAT! Bookstore” Opening van BEAT! Bookstore met Simon Vinkenoog. Deze boekhandel wordt een evenementenboekhandel, waar de bezoeker een compleet beeld van de beat-cultuur krijgt en kan worden ondergedompeld in de dynamiek van het woord. Er zullen tentoonstellingen, lezingen en performances worden georganiseerd – 11.00 uur - gratis - Wolstraat 2 - meer BEAT!activiteiten op
www.abc2004.be
05/03/05 - ANTWERPEN: I Hij was al aangekondigd voor november, maar op 3 maart is het eindelijk zover: wordt de I van Anne Provoost en Antoine van Loocke onthuld.
a: We kunnen zwijgen over het werk. Zwijgen is het onzichtbaar maken.
a: Wat is dan het onderscheid tussen zwijgen over het werk en het werk niet maken?
a: Wat je overhoudt is paniek. Meer info:
www.abc2004.be
05/03/05 - GENT: “Wie wind zaait zal aanstormende dichters oogsten” Groot Poëziefestival met twintig veelbelovende dichters (o.a. David Van Reybrouck, Jelle Meander, Andy Fierens, Eva Cox, Tjitske Jansen,...) op vijf verschillende locaties – 18.00 tot 22.00 uur - 8 euro - reserveren via PoëzieCentrum vzw
www.poeziecentrum.be - meer info:
www.eneris.be
06/03/05 - SINT-NIKLAAS: Poëzie op Zondagmorgen In de 30ste jaargang van de reeks 'Poëzie op Zondagmorgen' wordt Arjen Duinker verwacht – 10.30 tot 11.30 uur - gratis - Cultureelcentrum Sint-Niklaas, kasteel Walburg, Romain De Vidtspark
06/03/05 - BRUGGE: Woordenvloed Dichters voor 12-12 stellen samen met Kokobozo de bundel 'Woordenvloed' voor – 20.00 uur - Magdalenazaal, Magdalenastraat 27 - Meer info hierover:
www.kokobozo.org
07/03/05 - MERKSEM: Detectives en Thrillers U gaat lekker zitten voor een aflevering van 'Inspector Morse'? U leest tot diep in de nacht omdat het boek té spannend is om al naar bed te gaan? Deze cursus test uw kennis van detective- en thrillerschrijvers aan de hand van fragmenten. U maakt kennis met nieuwe namen én natuurlijk moet de speurneus in u een raadsel oplossen – 19.30 uur - 10/8/7€ - CC Merksem, Kasteel Bouckenborgh, Bredabaan 561
11/03/05 - ANTWERPEN: X Als u in april naar de lucht kijkt, en de vogels ziet terugkeren uit het warme zuiden, dan is de kans groot dat die van Caroline Lamarche en Clotilde Olyff ertussen vliegen. Ze zijn te herkennen aan hun zilverige glans en welbespraaktheid. Ze zullen nesten in de Antwerpse Zoo, waar u ze kan gaan bekijken - Wintertuin van de Zoo, Koningin Astridplein, meer info:
www.abc2004.be
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.
Nieuwsberichten voor Meander 262 van zondag 13 maart dienen uiterlijk dinsdag 8 maart in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan
Xnieuws@meandermagazine.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Redactie:
Adelheid Bekaert,
Annette van den Bosch,
Yves Joris,
Gerard Kool,
Joop Leibbrand,
Margo Verbiest,
Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra,
Yvonne Broekmans,
Hans Hamburger,
Tine Moniek,
Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Chris Coolsma,
Rutger H. Cornets de Groot,
Edith de Gilde,
Milla van der Have,
Joris Lenstra,
Bert van Weenen,
Atze van Wieren.
De gedichten worden beoordeeld door:
Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris, Joop Leibbrand en Tine Moniek.
De verhalen worden beoordeeld door:
David Troch, Herbert Mouwen, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Wil je meewerken aan Meander?
Kijk dan op http://meander.italics.net/meewerken en vul je gegevens in.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro
8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van
Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres:
http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan
Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan
Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)
Kopij is welkom bij Meander. Zie
http://meandermagazine.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen
teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en
uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site:
gedichten *
verhalen *
artikelen *
recensies *
interviews *
links *
klassiekers *
archief