aflevering 263 * 27 maart 2005 * verschijnt om de twee weken op zondag
meander is gratis, maar vrijwillige financiële
bijdragen zijn nodig *
kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service
Inhoud
Gedichten
zeven dwergen
in het bedorven trappenhuis
nam ik je in een houdgreep
belemmerde je uitzicht op de vijvers
je hield er een wijnvlek aan over
vooral dat ik ondermaats grinnikte
toen hokten we nog op dwergvoeten
en staken feilloos nachten in brand
we schilden aardappelen voor de waterzooi
wauwelden in keurig nederlands over
weduwen die ons schaamteloos begluurden
de dagen zijn korter, de jassen ruimer nu
de winter bevroedt het vreedzaam overleg
onder de lamp bekijken we de foto's
en bedwingen een beschaafde lach
guitig zet je de raampjes op een tocht
het bevroren land lijkt wel een wereld
zeven dwergen wiegen je in slaap
je bent drie maand zwanger nu
(25 november 2004)
Eric Rosseel
auteurspagina Eric Rosseel
reageer op dit gedicht
antwoord
licht spreidt zich open
in de kamer die ik mateloos bewoon
tweemaal waarom vraag je
ik weet geen reden
vraag en antwoord speel ik niet
ik spaar het licht tot de rand van mijn pupil
terwijl ik reddeloos de schemering bemin
die schaduw heet en schilderij
tot het verdwijnt
bod met tegenbod
zeg ik
neem mij
duw me tot de rand
spaar wat ik verkwist
bemin de droogte en
de oeverloze stroom
en weet
dit is dit
Lisette Waterschoot
auteurspagina Lisette Waterschoot
reageer op dit gedicht
Museumbezoek met klas
Dit schilderij stelt god voor, kinderen. Oogklepjes op
dan kun je dieper kijken. Hij is de blauwe lucht, het
korenveld, zie je hem golven? Hij is de wind die
van de bergen waait
Hij heeft ons innig lief. De dag ligt om de hoek
dat hij zich zetelt op een wolk. Onder zijn pij
draagt hij een pot aeonen. Knikkers gevuld met
pure eeuwigheid
Hij strooit ze rond. Wie het eerste vangt die wint
Taede de Boer
auteurspagina Taede de Boer
reageer op dit gedicht
Sanssouci voorbij
hoe het destijds was
ik weet alleen nog hoe ik jou
voor de muurval
tegen de maagdelijk witte ochtend
een engel tegen de nevel
en tegen alles aan één kant
en hoe het daarna verder ging
in de gure avond
in het midden van de straat
waar we de grens overstaken
en nooit meer verbraken
wat we onze ouders beloofden
nu is er nog steeds geen Turkse koffie
in het hotel aan de ene kant
van de Bleibtreustraße
de klok terug bij jaren later
nu valt iemand verkeerd
en moet het met de dood bekopen
als gekken trekken we de straat op
iemand vraagt
wie trekt een muur omhoog
wie roept de moeders naar buiten
wanneer wordt het weer
sneeuwlicht
Wout Joling
auteurspagina Wout Joling
reageer op dit gedicht
twee versteende beesten
1. in vogelvlucht
Zwarte zwermen lonken naar de horens
van de stad. Het is oktober en nog zwoel.
Het stenenbeest ligt met haar vele torens
in de zonneroes. En toch, een vreemd gevoel
bekruipt me op de Oude Markt. De teugels
van het briesend winterpaard lijken bevrijd
en zomer, met zijn veel te tere vleugels,
trekt zich terug voor wat daar in de verte rijdt.
Beschonken lijkt wel deze zwaluwvlucht,
het dronken zwalpen van de afgewaaide blaren;
om dan ineens een vorm te zijn; als scharen,
feilloos watten scherend uit de droge lucht.
Genageld sta ik aan de witte stenen,
en blijf totdat de zomer is verdwenen.
2. Oog in oog
De winterochtend had een blauw gezicht,
dat strak gewreven, glad gespannen was.
De zon schonk schuchter wat bevroren licht
en speelde met het witte van het gras.
Er lag iets langs het pad; in dunne stilte
aangekleed; alsof van glas in lood gemaakt.
Iets teders, maar toch ook in stalen kilte
ingewikkeld; hulpeloos en diep geraakt.
Beweging was terloops – onnozel haast –
gegleden uit het leien verendek.
De ogen hadden snel een laagje waas
gesponnen om hun glans. En ik dacht, gek,
hier sta je, levend – oog in oog – met Dood,
die heel de wereld in een tortel uitvergroot.
Tom van Haerlem
auteurspagina Tom van Haerlem
reageer op dit gedicht
Contactadvertentie
Gescheiden vrouw, 28 jaar
zoekt man
die zich niet laat vangen
Zoiets als melk met chocotofs
De koude sensatie
van hartezeer
Met hartverwarmende caramel
Die smelt in de mond
Mira Saia
auteurspagina Mira Saia
reageer op dit gedicht
(advertentie)
Club Schrijven Magazine Een tijdschrift voor alle actieve schrijvers |
|
bestellen en informatie: www.clubschrijven.nl |
|
Artikel
Edgar Allan Poe (1809-1849) - The Raven
Een fabel
omtrent het ontstaan ervan
door Kees Godefrooij
De geur van
teer, houtvuren en rottende keutels hangt in de lucht van de uitgestrekte
Noord-Amerikaanse laagvlaktes waar de wind eeuwenlang vrij spel had
en alles voortjoeg wat zwak was, maar waar nu de steden zich formeren
en uitbreiden. Een land in schemertoestand onderweg naar morgen. Hier
wordt
De raaf (1845) gecomponeerd, in een tochtig, rozen begroeid duister
huis met tegenstribbelend haardvuur, krakende vloerplanken en het gehuil
van een ongure bries rond de woning.
Once upon a midnight dreary,
while I pondered, weak and weary,
Over many a quaint and curious
volume of forgotten lore –
De alom en immer aanwezige dood doet
zich vooral gelden in het grote hoesten, longtering. Men zegt wel dat
'de raaf' een schreeuw van pijn is, een roep om hulp van de dichter
voor de zieke echtgenote, die twee jaar later zal sterven.
From
my books surcease of sorrow- sorrow for the lost Lenore-
For the
rare and radiant maiden whom the angels name Lenore-
Nameless here
for evermore
Poe verwenst de raaf en wie weet, zag ooit een adelaar
op zijn hoge vlucht de rook opwaarts kringelen uit het verdoemde poëten
kot, in dat jaar, op die dag.
"Be that word our sign in parting,
bird or fiend," I shrieked, upstarting-
"Get thee back
into the tempest and the Night's Plutonian shore!
Leave no black
plume as a token of that lie thy soul hath spoken!
Leave my loneliness
unbroken!- quit the bust above my door!
Take thy beak from out my
heart, and take thy form from off my door!"
Quoth the Raven,
"Nevermore."
Misschien heeft de adelaar het aan zijn
kindertjes doorverteld. Terwijl de geur van kolenvuur en heet ijzer
voor een moment de kou wegneemt bij het passeren van de smidse en een
op hol geslagen tweespan voor tumult zorgt, werkt de dichter aan zijn
verzen.
And the Raven, never flitting, still is sitting, still is
sitting
On the pallid bust of Pallas just above my chamber door;
And his eyes have all the seeming of a demon's that is dreaming,
And the lamplight o'er him streaming throws his shadow on the
floor;
And my soul from out that shadow that lies floating on the
floor
Shall be lifted- nevermore!
Er bestaat een oud Engels gezegde;
'a black dog on your back', dat betekent zoveel als door de duivel
bezeten zijn, Poe droeg een raaf mee op zijn schouder. Al sinds de
tijd van de Romeinen is de raaf een vogel van slechte voortekenen.
Poe stierf in 1849 onder mysterieuze, doch waarschijnlijk alcoholische
omstandigheden.
Wanneer je
The Raven in zijn geheel leest bekruipt
je een vreemd naargeestig gevoel, alsof je een ongekuiste blik wordt
vergund in de gapende muil van een getormenteerde dichtersgeest. Hieronder
volgt het in de vertaling van Bob den Uyl.
Op een sombere midnacht,
't stormde, 'wijl ik moe gedachten vormde,
over menig vreemd en zeldzaam
boekwerk met vergeten leer -
balsem zoekend voor mijn zorg en smarten
om het beeld Lenoor -
om het zeldzaam stralend wezen met de Engelennaam
Lenoor -
naamloos hier nu eeuwig door
'Laat dit woord ons afscheid
wezen, duivelsdier!' kreet ik, gerezen -
'Laat d'orkaan je weer verslinden,
en vertoon je hier niet meer!
Laat geen zwarte veer als teken dat
je valse ziel kan spreken!
Tracht mijn weerstand niet te breken! -
scheer je weg van beeld en deur!
Neem je snavel uit mijn hart - verdwijn
van 't beeld boven mijn deur!'
Zei de vogel: 'Nimmermeer.'
En de
raaf, zonder bewegen, zit nog steeds, als zonder leven,
op het bleke
beeld van Pallas, op de sponning van mijn deur;
in zijn ogen, als
een omen, ligt de glans van duivelsdromen,
't lamplicht boven hem
in stromen werpt zijn schaduw op de vloer;
en mijn ziel komt uit die
schaduw, scherp geworpen op de vloer,
opgerezen - nimmermeer!
Literatuur:
David
Sinclair -
Edgar Allan Poe, Minneapolis, 1970
Roger Asselineau -
Edgar Allan Poe, London, Melbourne and Toronto, 1977
Bob den Uyl
-
Hoe en waarom Edgar Allan Poe The Raven
schreef, Amsterdam, 1983
August
Hans den Boef -
Edgar Allan Poe Amsterdam, 1993
Sites:
museum.media.org/radio/
bau2.uibk.ac.at/sg/poe/Work.html
Site
Op de site van Meander was er de laatste tijd vooral aandacht voor de
poëziewedstrijd voor jongeren. De eerste ronde is afgelopen. De tien deelnemers die doorgaan naar de tweede ronde zijn
bekend gemaakt. Met zes van hen kunt u op de
voorpagina kennismaken. De rest volgt komende week.
Annette van den Bosch
interviewde jurylid Erik Jan Harmens, al was dat eigenlijk omdat van hem een tweede dichtbundel is verschenen.
Barwoutswaerder
vertelt waarom hij de afgelopen tijd zoveel kreetjes uitsloeg.
Podium
Caroline Kramer
De jongen
Hij lag te slapen
zijn T-shirt nat aangetrokken, net uit de was
'Droogt wel onderweg', zei hij
Hij sliep in bed, zijn eigen bed
Een eeuwigheid later vonden ze hem;
een groepje deskundigen
Ze trokken de dekens omhoog;
Geluid van lang tegen elkaar aan gedroogde stof
De plooien van zijn shirt nog precies dezelfde
als op het moment dat hij was gaan slapen
Notitieblokken, pennen, geroezemoes
Wanneer is dit geweest?
's Avonds, 's middags?
Welke tijd van het jaar was het toen hij insliep?
(Vlogen er bladeren door de lucht?
Die in straten achter autobanden blijven steken?
Of waren er meisjes in badkleding, rennend over het strand
allemaal achter dezelfde rood-blauwe bal aan?)
Een van hen raakt de jongen aan
De stof van zijn T-shirt dwarrelt als wit poeder omhoog
en valt weer zachtjes neer op de deken
Door het gat wat ontstaan is zijn oude slapende huid
De deskundigen krabbelen hun notitieblokken vol
met gefronste wenkbrauwen en hier en daar wat geluid
Dan knikken ze naar elkaar
En in stilte verlaten ze een voor een de kamer
Bernard Christiansen zei in de vorige aflevering van deze rubriek op de vraag wie de volgende
keer centraal moest staan:
Caroline Kramer, een schrijfster met wie ik mij erg verwant voel. Ook eentje die niet
heel veel en makkelijk schrijft. Die vervreemding nodig heeft voor haar bestaan
en melancholie en humor maar niet van zich af weet te schudden. En die ruis van
essentie weet te scheiden. Zij heeft al tientallen heel bijzondere korte
prozateksten en meerdere lange toneelteksten geschreven. Ik zag een paar dagen
geleden haar laatste toneelstuk, "Ik blijf de maan" in Groningen. Werd helemaal
meegesleurd en blij en ontroerd en dat overkomt mij niet vaak. En Caroline Kramer
is zo eentje die ondanks alles makkelijk in de schaduw wordt vergeten, het wordt
tijd om haar de zon in te sleuren.
Dag Caroline, wat herken je in wat Bernhard zegt?
Bernhard en ik kennen elkaar goed als schrijvers, dat blijkt ook weer door wat
hij hierboven zegt. En ik word in verlegenheid gebracht door zijn liefdevolle
toon. Vervreemding ja, dat gaat vanzelf. Schrijven is voor mij een soort ultieme
vrijheid. En vervormen van de werkelijkheid hoort daarbij. Ik zet het niet bewust
in maar meestal gaat het daar naar toe. Het is voor mij een middel om dingen
nog duidelijker te kunnen verwoorden. Melancholie en humor; ik heb het liefst
dat er in mijn teksten iets lichts blijft zitten. Humor is interessant met
wat het kan doen. Iets kan juist schrijnender worden, terwijl je er toch ook
om moet lachen.
Melancholie heeft in mijn teksten veel te maken met het contact tussen mensen. Een
bepaalde eenzaamheid daarin. Ik ontdekte een keer dat het in mijn gedichten en
andere teksten vaak gaat over hoe een ik-persoon tegenover anderen staat.
Dat ik niet heel veel en makkelijk schrijf is ook zo. Het is een kwestie van kiezen
en discipline. Ik schrijf niet consequent, heb geen duidelijke planning. Het meest
hou ik mij bezig met proza en poëzie. Het toneelstuk 'Ik blijf de maan' voor Theatergroep de Citadel bestaat qua tekst ook voor het grootste deel uit verhalen en
poëzie. De voorstelling voelde daarom voor mij heel dichtbij. Ik kon mijn eigen
manier van schrijven blijven volgen.
Vis
Aan de lamp boven de tafel
hangt een stofdraad.
Deze keer gaat alles anders.
Geen soep.
Ik luister en wacht af.
Deze keer geen soep als maaltijd, nee,
en geen botjes om aan te kluiven maar vis.
Vis!
Waarmee pappa mamma achterna is gerend naar boven
de trap op en 'klets klets' in de slaapkamer, hij slaat haar ermee op haar zomerjurkje,
op haar dijen, want ik hoor haar lachen, ze moet altijd lachen als pappa op haar dijen... en
pappa snuift hard, hij is te oud voor dit soort dingen en zij is jonger
en sneller maar hij moet en zal en
ik snap het niet,
ik zou wel eens vis willen eten in
plaats van dit gesnuif iedere keer.
Met mijn vork
ga ik langzaam
over het witte bord
tot mijn gezicht vertrekt
van het snerpende geluid.
Boven hoor ik ze rennen, hij achter haar, of zij achter hem nu?
Dan de harde knal van een deur die dichtslaat.
Mijn hand met de vork geeft een schok.
De stofdraad aan de lamp zwaait in één ruk omhoog en komt met
een trage buiging weer naar beneden.
Vandaag is alles anders.
Geen soep.
Vandaag eten we vis.
Ben je vaak tevreden over je gedichten?
Als mijn gedichten echt af zijn wel, anders blijven ze liggen en blijf ik er aan
werken. Vaak sleutel ik er net zo lang aan door tot ik 'tevreden' ben. Het is het
leukst als het wordt zoals je het in je hoofd had. Het zijn niet zozeer woorden
of zinnen maar eerder een beeld of een sfeer die ik wil neerzetten. Bij het gedicht
'De jongen'‚ bijvoorbeeld wilde ik een gevoel van eeuwigheid neerzetten. De
tweede strofe begon eerder met de zin: "Een eeuw later vonden ze hem". Toen
zei iemand die het las dat ie door die zin na ging denken over hoe die jongen er
dan inmiddels uit zou zien, en hoe iemand een eeuw kan slapen. Dat wilde ik niet. Ik
heb het toen veranderd in de zin: "Een eeuwigheid later vonden ze hem". Het
effect daarvan is weer alsof die zin van een verteller komt die denkt: 'he he, daar
heb je ze dan, waar bleven ze toch?' Het gedicht blijft nu toch voorlopig zo en ik
ga er later weer naar kijken.
Het gedicht 'de huichelaar' [lees
hier]
heb ik ook veel herschreven. Nu is het wel helemaal geworden wat ik wilde, op een
zinnetje op het eind na: "Dan weer het moment van in de lucht verkeren/ mijn handen los". Dit
vind ik eigenlijk iets teveel herhaling. Ik merk het ook bij het voordragen
ervan. Weghalen kan niet, er moet wel iets tussen. Maar ik vind het gedicht genoeg
af om het wel naar buiten te brengen.
In tegenstelling tot deze gedichten zijn voor mij de gedichten 'Man en vrouw' en
'Vis' af en goed; er kan niks meer af en er hoeft niks bij. Het zijn gedichten die
ik vrij makkelijk schreef. Misschien is dat toch een teken dat je eerder goed zit.
Het valt me op dat je gedichten een verhalende
stijl hebben, je zou ze na kunnen spelen. Ik denk daar dan bij 'Ja, dat is
ook logisch voor iemand die ook toneelteksten schrijft'. Wat vind je van
die gedachte?
Op zich zou die gedachte kunnen kloppen. Wel heb ik altijd op mijn teksten
teruggehoord dat het op een ander genre lijkt: proza lijkt meer een dramatekst
en mijn dramateksten hebben iets prozaïsch.
Ik moet toegeven dat ik graag monologen schrijf: innerlijke gedachtegangen. En
mijn gedichten zijn verhalend. Met vaak erin verwerkt hoe een ikpersoon tegenover
anderen staat. Dat is ook iets wat altijd in toneelteksten gebeurt.
Door de situatie die ik schets in een gedicht moet een gevoel duidelijk worden. Ik
schrijf dus veel vanuit situaties.
Soms schrijf ik bij een gedicht: poëzie van maken! De zinnen die er al staan maak ik
korter en bondiger, ik let anders op het ritme, tot ik denk: zo, nu kan het een
gedicht zijn. Eerder maakte ik ook de keuze niet direct wat voor soort tekst het
moest worden. Pas later in het schrijfproces maakte ik die keuze of bleek die keuze
vanzelf uit waar de tekst naar toe ging. Nu doe ik dat niet meer. Ik heb nu behoefte
aan een bepaald genre van tevoren zoals ik nu graag korte verhalen wil schrijven: meer
zinnen achter elkaar maken, doorschrijven, met een spanningsboog bezig kunnen zijn.
De man en de vrouw
De man en de vrouw liggen
verstrengeld in elkaar
in een klein bed,
met de gezichten naar elkaar toe.
Na een jaar, een week
En een dag of twee zegt de vrouw:
'Nu is het genoeg.'
Ze bouwen een stapelbed.
De een slaapt boven en de ander beneden.
Na korte tijd zegt de man:
'Nu is het genoeg.'
De man vertrekt
naar een andere stad.
'We bellen', zeggen
de vrouw in de deuropening
en de man op het tuinpad
tegen elkaar.
Iedere week gaat de telefoon.
Aan de lijn blijft het stil.
Ze horen elkaars adem.
Die klinkt soms als een zucht
soms opgelucht.
Na de zoveelste keer bellen zegt de vrouw:
'Nu is het genoeg.'
De man vertrekt
naar het buitenland aan zee.
Na een jaar gaat de vrouw op vakantie.
Ze komt in hetzelfde pension terecht
als waar de man verblijft.
De man kijkt naar de vrouw
terwijl zij zwemt.
De vrouw kijkt naar de man
terwijl hij drinkt.
Later treffen ze elkaar aan
bij de receptie van het pension
en vragen een kamer voor twee.
Die avond pakken ze
ieder aan een kant van het bed
hun koffer uit.
En 's nachts liggen ze
verstrengeld in elkaar
in een klein bed,
met de gezichten naar elkaar toe.
Wie moet volgende keer centraal staan in 'Podium'?
Hélène Gelens, omdat ze een heel serieus beoefenaarster is van poëzie. Daarnaast
schrijft ze ook essay's, vaak vanuit een filosofische gedachtegang. Er zit een
duidelijke passie in haar gedichten en een grote liefde voor woorden. Ze is
trefzeker en probeert veel uit. Zoals ik meer op situatie gefocused ben is zij
dat op woorden, wat die doen met de lezer. Ze experimenteert ermee, schrijft
trouwens haar gedichten regelmatig in de je-vorm wat een bijzonder effect heeft. Het
lijkt mij fijn om een aantal gedichten van haar in de volgende Podium te kunnen lezen.
Recensies
Erik Jan Harmens - Underperformer
Stoerejongensdromentaal
door
Bert van Weenen
Kunnen ze de bundels van Erik Jan Harmens (*1970)
in het vervolg niet voorzien van een stickertje 'grof taalgebruik'?
Voor de duidelijkheid meteen maar een citaat:
als de zon voorspelbaar en al vaker gezien gaap ondergaat
en
de plaat met vogelgeluiden wordt verruild voor the best of kikkers
en sprinkhanen
en jij met je knieën opgetrokken en je handen
voor je gezicht
alsof je je jet met de schietstoel verlaten hebt zonder
werkelijk geldige reden
alsof je niet wil zien wat ik voor je heb
meegenomen en ik heb niets voor je meegenomen
je rammelt met een rammelaar
maar je hebt helemaal geen kinderen
en iedereen wil je toch alleen
maar in je reet neuken dus je krijgt ook helemaal geen kinderen
maar vaak slaap je ook niet
dan dool je als een opwindrobot
door het huis
en stoot mijn whisky's om
en altijd de twintig jaar
op notenhout gerijpte
nooit de jameson
Welkom, lezer, in de gitzwarte
wereld van de underperformer! Het geciteerde vers is meteen een van
de sterkste gedichten uit de opvolger van zijn goed ontvangen debuut
In menigten (2003). Niet leuk? Dan kunt u de rest van deze bespreking
maar beter ongelezen laten.
Erik Jan Harmens houdt er kennelijk
van om zijn gedichten net als Ilja Leonard Pfeijffer te doorspekken
met pornografische taal. Geil maken, afrukken, met je kont draaien,
pijpen, paaldansen, gangbang – het zijn allemaal standaardonderdelen
van Harmens' talige wereld. Kutopmerkingen van een dagdromer, zoals
het laatste vers met de treffende titel 'Slotgebed' suggereert? Erik
Jans universum bestaat in ieder geval hoofdzakelijk uit innerlijke
monologen die het goed zouden doen in de kroeg. Gefantaseer van een
stoere knul dat zo lekker past tussen alle platte moppen aan de tap.
In
Underperformer gebruikt Harmens vaak opsommingen, steeds met één
woord per regel. De eerste strofe is er meteen zo-een: 'streber / lathooglegger
/ outperformer'. Het is een stijlmiddel dat opvalt, maar ook kan leiden
tot verveling. Nog een paar andere: 'loser / handdoekwerper / underperformer',
'midazolam / morfine / rocuronium' (meerdere keren, eenmaal zelfs met
de doseringen erbij), 'tongafbijter / rodeloperzuiger', 'bloedspuwer
/ doorligger / kleine doorschijnende man'. En een iets uitgebreidere
variant:
het is jongeoudersinderuitaal
het is puberpiercingplakplaatjestaal
het
is taal met een dikke laag curry
curry in je haar
curry in je trut
je
currylippen schraal
Wat ook opvalt, zijn de lange zinnen, die soms
wel twee regels lang zijn. Hierdoor krijgen Harmens' gedichten een
afwisselend ritme, wat handig kan zijn op voorleesavonden. Ik heb Erik
Jan Harmens nooit horen voordragen als slam-dichter, maar ik kan me
voorstellen dat zo'n optreden gepaard gaat met vette beats en dergelijke.
Het drama wordt er
pets-pats-boem ingestampt. In die zin is het toch
vooral dampende jongensromantiek wat de klok slaat. Harde taal, afkomstig
uit porno- en misdaadromans, verwijzend naar een gewelddadige eenentwintigste-eeuwse
context, maar evengoed Romantiek met een hoofdletter R: 'zigeunerjongenschmerz
/ bij het touwklimmen als laatst gekozen weggepest'. Mogelijk bedoelt
Harmens dit allemaal erg ironisch, maar het is toch vooral gespeelde
hardheid wat de lezer ervaart. Hier en daar tref je een klein hilarisch
intermezzo aan, zoals de strofe over het verwisselen van een autoband
bovenaan bladzijde 17, maar cynische somberte overheerst.
'Alles
is taal', schrijft Erik Jan Harmens op bladzijde 39 van zijn nieuwe
bundel. Inderdaad: alles is bij hem taal die uit stoerejongensdromen
afkomstig lijkt. Veel bluf en agressie. Met het risico – dat ook –
van voorspelbaarheid. In de VPRO Gids van 12-18 maart 2005 laat Arnon
Grunberg ons in zijn Yasha-column meegenieten van zijn fantasieën
over het gebruik van vleeshaken. Hij schrijft onder meer: 'Aan de andere
kant is het de plicht van de schrijver zich dingen voor te stellen,
en is het een naïeve gedachte dat je alleen overtuigend over die
vleeshaak kunt schrijven als je er zelf aan gehangen hebt. (Daarvoor
zijn een paar aardige bewijzen aan te voeren.) Wat je met een vleeshaak
kunt, kun je niet met woorden. Er bestaat geen verbaal equivalent voor
de vleeshaak. [...] Het is onmogelijk immuun te worden voor de vleeshaak,
je kunt hooguit sterven, maar voor woorden zou je na verloop van tijd
immuun kunnen worden.' Waarna Yasha/Grunberg eindigt met een morbide
grapje over een spelletje 'vleeshaakje' met de partner van de lezer.
Je zou haast gaan vermoeden dat hij vlak voor het schrijven van zijn
column de volgende strofe van Harmens heeft gelezen:
als je me ooit nog vraagt het achterste van m'n tong te laten
zien
respecteer dan ook mijn rechtse
en de ijszak
en je vrienden
hangend aan haken
Erik
Jan Harmens heeft een eigen stemgeluid als dichter. Het universum dat
hij zijn lezers voorschotelt, is misschien niet ieders 'cup of tea',
maar het is wel consistent en wat taal betreft weer eens iets anders
dan Nijhoff, Achterberg of Kopland. Harmens' idioom doet hier en daar
aan Deelder denken. Maar qua stijl zit hij misschien nog wel het dichtst
bij C.B. Vaandrager, die andere grotestadsdichter uit Rotterdam. En
dat bedoel ik op de valreep toch nog als een compliment.
Erik Jan
Harmens - Underperformer
Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2005
64
blz.; € 14,90
ISBN 90 388 3118 8
Annette van den Bosch sprak
met Erik Jan Harmens. Lees het interview
hier.
Poëzie kort
door Joop Leibbrand
Hugo Pos
(Paramaribo, 1913) studeerde rechten in Leiden en Parijs. Hij werkte
dertien jaar in Suriname als rechter en procureur-generaal en was vanaf
1964 rechter in Amsterdam en raadsheer in Den Haag. Na zijn pensionering
werd hij recensent van
Het Parool en
Trouw en schreef hij een 15-tal
bundels kwatrijnen (o.a.
Nestoriaanse kwatrijnen en
Het talmen van
de tijd) en verhalen (o.a.
De ongewisse tijd). Zijn autobiografie
In
Triplo (1995) werd bekroond met de E. du Perron-prijs.
In de maanden
voorafgaand aan zijn dood in november 2000 schreef Pos
Twaalf Balladen.
De maker van het
Nationaal Monument Slavernijverleden Erwin de Vries
(Paramaribo, 1929) voorzag elk gedicht van een tekening, op ware grootte
(34,3 X 24,8 cm staand) afgedrukt en In de Knipscheer kon er dankzij
de steun van het Prins Claus Fonds een fraai verzorgde en niettemin
betaalbare uitgave van maken.
De dichter van puntige kwatrijnen als
Bedenk, m'n zoon, dat alles wat gebeurt
de keur van vroeger
draagt en wij op onze beurt
het snoer van morgen rijgen. Niets is
waar
en wat eens waar was, is niet waar gebeurd.
en
Het einde van
de wereld,
goed beschouwd
is God de enige
die daar om rouwt.
is
in weerwil van de gekozen vorm ook in de meeste van de balladen eerder
iemand van korte, scherpe constateringen dan een genoeglijke verhalenverteller:
'Bepaalt het lot het hoe en wat/ zijn wij pionnen, losse stukken/ of
is het enkel grootheidswaan/ dat wat wij willen ook moet lukken' heet
het in 'Ballade van de Ouderdom'. En in 'Ballade van de Ommekeer' schrijft
hij: 'Trouw. Jarenlang heb ik decreten/ gehoorzaamd zonder ooit te
weten/ of het niet wijzer was Godbeter/ ze met het huisvuil mee te
geven// al wat wij weten keert zich om en om.' De bundel is evenzeer
een eerbewijs aan de wijze illusieloosheid van de ouderdom als een
bevestiging van het feit dat het mogelijk is tot op hoge leeftijd een
spitse, speelse geest te behouden.
Hugo Pos - Twaalf Balladen.
Met tekeningen van Erwin de Vries
In de Knipscheer, Haarlem 2005;
40 blz.; € 19,50 (Suriname € 14,50)
ISBN 90 6265 535 1
*
Van
Antjie Krog (1952) verschenen in Nederland o.a. de novelle
Relaas
van een moord en de gedichtenbundels
Om te kan asemhaal,
Kleur komt
nooit alleen en
Liederen van de blauwkraanvogel.
Wat de sterren zeggen
bevat een keuze uit haar poëzie, een tweetalige uitgave (de vertaling
is van Robert Dorsman) die vergezeld gaat van een cd waarop zij de
gedichten voorleest, ingesproken tijdens een studio-opname in Amsterdam.
Weinig andere dichters hebben bij hun voordracht een présence
die met de hare te vergelijken is: dwingend, haast onverbiddelijk,
in alle expressiviteit volstrekt overtuigend en met een stem en dictie
waarop bijvoorbeeld Ellen Vogel vanwege de vanzelfsprekende natuurlijkheid
jaloers zou kunnen zijn. 'Ik ben/ de here hoort mij/ een vrije vrouw
verdomme' ('ek is/ die here hoor my/ 'n vry fokken vrouw') schrijft
zij in 'Paternoster', en in iedere regel hoor je het qua vorm en inhoud
terug, direct al in het eerste gedicht 'Waiting for Meaning':
'een
vreemde minnaar doet je anders vasthouden
je schouders puilen anders
uit zijn handpalmen
je borsten bundelen anders in zijn hals
omdat
hij vreemd is, ben jij bevreemdend heel
en van jezelf ontdaan [...]
In
een kort 'Ten geleide' schrijft Krog: 'Je schrijft gedichten met je
tong. Je schrijft op wat je hoort. Zoals andere mensen muziek horen
als ze noten lezen, zo hoort de dichter het geluid van een gedicht.
Daarom houd je van poëzie, omdat je houdt van het geluid van medeklinkers,
omdat klinkers je vertederen, omdat je tweeklanken voelt kloppen in
je borst. Klank is de oerwortel van poëzie.' En dus proeft ze
de woorden, fluistert ze, verbijt ze, acteert ze, beeldt ze uit in
een ongelooflijk rijk palet aan klanken en dat alles zonder enige terughoudendheid.
Om met deze stimulerende bundel lezen en luisteren te combineren is
een waar genot.
Antjie Krog - Wat de sterren zeggen
Uitg. Podium,
Amsterdam 2004; 96 blz.; € 20,- (met CD)
ISBN 90 5759 296 7
*
De
Stichting Oost Europa Projecten bracht als decembernummer van het
Balkan
Bulletin onder de titel
Wachtend de zomer een tweetalige bundel Bulgaars/Nederlandse
poëzie uit met werk van Blaga Dimitrova, Valeri Petrov, Youri
Letchev, Christo Botev, Ivan Vazov, Elisaveta Bagriana en vele andere
ouderen en jongeren wier namen alleen bij ingewijden bekend verondersteld
mogen worden. Hoewel het een wat smoezelige uitgave is (de bewuste
stichting zou best eens armlastig kunnen zijn), is de inhoud alleszins
de moeite waard. Het Bulgaars is volstrekt ontoegankelijk, maar het
niveau van de gedichten blijkt verrassend hoog - wat meteen ook een
compliment aan de vertalers is – en de bijgevoege biografische aantekeningen
volstaan voor een eerste oriëntatie. Aanbevolen!
Marijke en
Ton Delemarre (sam.) -
Wachtend de zomer
Stichting Oost Europa Projecten,
Dordrecht 2004
56 blz.; € 9,90 (storten op rek.nr. 2382755 o.v.v.
de titel)
ISBN 90 809359 1 3
Xstoep89@planet.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
info.stoep.org/gedicht.html
*
Oktober vorig jaar verscheen bij Uitgeverij Contact en
Uitgeverij Bornmeer een tweetalige bloemlezing met werk van 23 Friese
dichters:
Droom in blauwe regenjas / Dream yn blauwe reinjas. Omdat
nogal wat van de opgenomen dichters succesvol zijn in het podiumcircuit,
is er nu een DVD die daarop inspeelt en waarop van alle dichters de
voordracht te zien en te beluisteren is, waar nodig voorzien van Nederlandse
ondertiteling. De dichters worden rustig in beeld gebracht, veelal
in close up, en opvallend is hoezeer de camera de tijd neemt om de
dichters hun ernst te gunnen. De DVD is aardige aanvulling op het boek,
maar had natuurlijk al in een eerder stadium gemaakt moeten worden
en dan gewoon bij het boek moeten zijn ingesloten. Bij het volgende
Friese project dan maar.
*
Tussen het grootstedelijke Podiumpoëziegeweld probeert
ook Boxtel een plaats te veroveren. En met kennelijk succes, want het
in januari van dit jaar gehouden tweede festival leverde prompt ook
de tweede bundel op:
Dicht-Slam-Rap 2005, met 39 gedichten en slams,
één rap en als extra lokkertje twee nieuwe (goede!) gedichten
van jurylid Victor Vroomkoning. Onder de twaalf geselecteerden een
drietal dat ook van Meander bekend is: G.M. Berelaf, Floris Brown (weer
vertaald door Alfred Schaffer) en Pom Wolff (wiens gedicht 'Ja' al
eens Meanders Gedicht van de Maand was – okt. 2004, Meander 251). De
winnaar was Eindhovenaar A.C.G. Vianen, die in de twaalf strofen van
'De zegger van het zeggen' het rederijkerskunststukje uithaalt precies
120 keer een vorm van 'zeggen' te gebruiken. Dat gaat zo:
Ik zeg van
de zegger
De zegger die zegt
Van zeggen dat zegt
Dat het zeggen
zegt
Van de zeggers zeggen
De presentatie zal alles geweest zijn.
Een aardig, keurig verzorgd bundeltje, vooral interessant voor degenen
die dergelijke festivals actief volgen.
Dicht-Slam-Rap 2005
Kempen
Uitgevers, Liempde 2005; 48 blz.; € 5,-
ISBN 90 6657 163 2
Te
bestellen via boekhandel Elckerlijc, Markt 25, 5281 AV Boxtel
www.elckerlijc.nl
*
Ik volg de tedere lijn is een bescheiden (29 gedichten)
maar mooi uitgegeven bundeltje (bij ieder gedicht staat een vignet
van Max Schreuder) van
Ruth Bueno de Mesquita. Een groot talent lijkt
ze niet, en het beste wat je ervan kunt zeggen is dat de gedichten
een zekere pretentieloze naïviteit hebben. Dit schrijft ze bijvoorbeeld
in 'Geestig':
hoe een bos tulpen
je op het idee kan brengen
dat
de driehoeksverhouding tussen landen
gecompliceerd-eenvoudig ligt
grappig
hoe bloemen
zelfs als kunst
tot deze overweging kunnen leiden
Maar
of dat een uitgave rechtvaardigt?
Ruth Bueno de Mesquita - Ik volg
de tedere lijn
De Beuk, Amsterdam 2005; 36 blz.; € 12,-
ISBN
90 6975 458 4
Proza
De cartograaf
Lies van Gasse
Zoals altijd ging ook
deze ochtend iets kapot in mij toen ik naar beneden keek. Al weet ik
niet goed wat. Vandaag lag vlak voor onze woonst het kanaal en ik zag
vanuit mijn ooghoek onze tandarts de brug oversteken. Hij was gehaast,
zoals wel vaker, en vermoedelijk op weg naar zijn praktijk. Het had
iets troosteloos, die man met dat koffertje door die grijsblauwe mist
– ik onderdrukte een snik terwijl Ida haar kop op mijn schouder legde.
'Schat', zei ze en ik knikte 'Schat, wat wonen wij toch mooi'. Ondertussen
zag ik Ludwig Van Hoyten speurend de lucht afgaan en ik onderdrukte
een snik. Het was prachtig. De stad lag voor mij en ze zag er helemaal
anders uit dan gisteren. Mistiger, grijzer, mysterieuzer. Het is de
eerste keer dat ik opsta met een als naar mij toegeschoven rivier.
De
gesprekken met Ida zijn meestal zo: niets zeggen, eens in elkaars ogen
kijken, en dan diep zuchten en elkaar bekogelen met waarheden en absurditeiten.
Zo
vraag ik bijvoorbeeld: 'Weet je nog waarom wij hier zijn gaan wonen?',
en zij kijkt mij aan, onnozeler dan ooit. Omdat het hier nooit hetzelfde
is. Elke dag staan wij op en de stad is volledig veranderd. Alles ziet
er anders uit.
Ik denk even na.
Die brug daar.
Ze kijkt naar die
brug en in haar ogen merk ik vertedering. Wat is ze mooi, denk ik nog,
maar ik laat me niet teveel afleiden.
'Stel je voor dat die brug
daar zou blijven liggen tot over twintig jaar. En dat wij elke ochtend
als wij opstaan voor ons dezelfde brug zien liggen. Nooit een andere.'
De
blik in haar ogen verandert in afgrijzen. Misschien is het vreemd,
maar ik ken mijn Ida. Zij heeft dit soort afwisseling nodig. Meer nog
dan ik.
Bij mij is het dubbel. Ik wil de stad zien veranderen. Ik
wil haar elke ochtend zien ontwaken op een andere manier. Ze intrigeert
mij.
Maar tegelijk wil ik haar begrijpen. Daarin maakt ze het mij
moeilijk. Ik zoek naar de logica in haar transformaties, houd gedetailleerd
bij wat er met haar gebeurt. Het is alsof ik elke ademhaling van haar
opteken, een log bijhoud van het kloppen van haar hart. Maar zij blijft
eeuwig veranderen. Elke ochtend maak ik een kaart van hoe ze voor me
ligt en ze er op dat moment voor mij uitziet. Elke straat, elk gebouw
leg ik op haar nerven vast. Elke brug teken ik rillend op.
Ida volgt
met haar ogen de lijnen van mijn profiel. Ik draai me naar haar toe.
'Houd je van mij?'
Ze draait met haar kopje en staart naar
de grond. Een oude vriend vertelde mij ooit de vragen die je beter
niet stelt onder geliefden. Dit is daar een van. De andere heb ik allemaal
al gesteld. 'Vind je me mooi?', 'Waarom kan ik je niet gelukkig maken?',
Ben je sinds we samen zijn al eens verliefd geweest op iemand anders?',
'Waarom eet je zo weinig?' en 'Waarom huil je?' Het leverde bij Ida
weinig problemen, maar met deze heeft ze het zichtbaar moeilijk. Ze
zwijgt.
Ik staar de verte in, vind de stilte tussen ons ineens niet
meer te harden en begin te tekenen aan de stad van vandaag. Het is
moeilijker dan anders. De contouren zijn vaag. Het lijkt alsof alles
tezamen ineens is beginnen huilen om mij en Ida.
Mooi ook. Ik houd
van dat soort ingehouden droefheid. Ze zijn al bij mij van zolang ik
mij kan herinneren, Ida en onze stad, maar allebei blijven ze raadsels.
Ik teken de vele bruggetjes over de rivier.
Als ik moest kiezen,
zou ik zeggen dat ik dat niet kon. Ik leg mijn ogen in die van Ida,
kijk met mijn hart het hare aan: 'Waarom ben je dan bij mij?'
Gebleven,
wilde ik nog zeggen. Maar er is geen blijven tussen ons, er is enkel
zijn. Alsof wij door de jaren heen vergroeid zijn en zonder elkaar
niet meer bestaan.
'De stad', zegt ze. 'Ik heb de kaarten nodig. Ik
zou mij verloren voelen zonder.'
Ik glimlach. Ik herinner mij een
ochtend waarop zij opperde dat ik het ben die elke dag de stad herschep
door er een nieuwe kaart van te maken. Alsof de stad zich er niet mee
kan verzoenen vast te liggen en zich daarom 's nachts losmaakt van
het papier en zich wentelt tot ze onherkenbaar wordt. Of die namiddag
waarop wij ons best deden te blijven waar we waren en te kijken wat
er met de kaart gebeurde. We dwaalden in onze hoofden langs de straten
en zagen de huizen in onze hersenen veranderen in gedrochten. Toen
het te erg werd, gaven we het op en gingen we weg. Een keer zei ze
: 'Wat mooi dat op een kaart elke plek staat, zodat je op hetzelfde
moment weet waar je bent als waar naartoe zou kunnen gaan. Of waar
je geweest had kunnen zijn als het anders was gelopen.' Toen begreep
ik haar. Ik breng dat soort ordeningen in haar leven. Al lijkt het
soms alsof alleen de plekken bestaan waarop je je op dat moment bevindt,
en de rest van de kaart vervaagt. Alsof je je een plek creëert
door ergens op een bepaalde plaats te bestaan.
Mijn Ida. Voor haar
maak ik de kaarten. Voor haar vouw ik ze elke avond op en steek ik
ze netjes weg in mapjes. Ik nummer ze, stempel ze af op datum en steek
er wat documentatie bij. Wat foto's, een metrokaartje, een krant. Soms
een verdwaalde postkaart.
Zij kijkt mij dan aan alsof ik het domste
wezen ben dat er op de aardbol rondloopt. 'Gerard', zegt ze dan, 'Ga
slapen. Je weet dat dat mij niet interesseert. Zorg dat je morgen fris
genoeg bent om een nieuwe kaart te maken.'
Zo gaat dat. En ik, ik
geef er niet eens om. Ik ben verliefd op mijn steeds veranderende stad
en op degene die er elke ochtend naast mij in wakker wordt. De zon
staat hoog. Ik werk mijn kaart af en Ida begint steeds vrolijker te
kwetteren. Het schemert. We kijken elkaar aan en Ida zegt: 'Wat denk
je ervan? Zullen we gaan?'
En we gaan. We spreiden onze vleugels
en vliegen uit. Ida heeft de kaart bestudeerd en een droom van een
route uitgestippeld. De wind ruist door onze veren en brengt verkoeling.
De mensen onder ons worden steeds kleiner. Wij lachen. Beneden op de
brug zwaait een man met een zwart koffertje ons uit. In de verte hoor
ik hem iets roepen. De klanken komen in flarden op mij af en ik maak
vrolijke duivengeluiden terug. Ik kijk Ida aan en voor een fractie
van een seconde vraag ik me niet af hoe we morgen wakker zullen worden.
Er is alleen maar wind en heel veel lucht.
(advertentie)
| |
|
Lees naast Meander ook de Klassiekers (al bijna 1250 abonnees). Deze week verscheen
KLASSIEKERS 66
een bespreking
van Laatste gedicht van Hans Andreus door Edith de Gilde.
| |
Op het adres klassiekegedichten.net zijn alle Klassiekers te raadplegen.
Ga voor een gratis abonnement direct naar klassiekegedichten.net/abo.html
|
Nieuws
Literaire Boeken Top 10
- Het vooroudergevoel - J. Blokker
- De eeuw van mijn vader - G. Mak
- In Europa - G. Mak
- Altijd roomboter - N. Noordervliet
- Mijn soevereine liefde - T. Lieske
- Sonny Boy - A. van der Zijl
- Knielen op een bed violen - J. Siebelink
- Zonder mij - P. Claudel
- Dagboek 1974 - J. Wolkers
- Sanne - H. Wassmo
|
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel 'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 8 t/m 23 maart 2005.
|
Letterenfestival
In het CKC, Leidsewallen 80 te Zoetermeer vinden op zondag 3 april a.s. diverse voorstellingen en workshops plaats. De toegangsprijs bedraagt 2,50 Euro. Eén van de evenementen is de Zondichtmiddag, een poëziemanifestatie georganiseerd door stichting Hike Poetry. Gastdichters zijn Johanna W.P. Hell, Stanislaus Jaworski, Albert Nieuwenhuis, Naji Rahim, Theo van de Wetering en Ger van Wijck. Om 13.30 uur wordt eerst de CKC-film
Lied van het hart van Peter Lintelo vertoond, waarna om 14.00 uur de poëziemanifestatie begint.
Stichting Hike Poetry is gevestigd aan de Kadelaan 103, 2725 BD Zoetermeer. E-mail:
Xger.van.wijck@casema.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Kristien Hemmerechts bij eindig laagland
Literair genootschap 'eindig laagland' en stichting Archipel, Centrum voor wonen zorg en welzijn, organiseren op dinsdag 29 maart een literaire avond met de Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts. De avond begint om 20.00 uur in Archipel Café de Ziel, Poëziestraat 360. De toegang bedraagt 5 Euro en de zaal is open vanaf 19.30 uur. Voor meer vragen kunt u mailen naar
Xeindiglaagland@hotmail.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
OpStaan
Saskia en Trudi de Heer hebben foto's gemaakt van OpStaan in Momfer van afgelopen maart. De links hiernaartoe zijn te vinden op de website
www.OpStaan.org . De eerstvolgende OpStaan is op zondag 3 april om 15.30 uur (café open om 15.00 uur) in Café Momfer de Mol, Oude Molstraat 26a, Den Haag. Er is voor deze dag nog plaats voor kleinkunst, poëzie en muziek. Tijdig aanmelden want vol is vol. E-mail:
Xinfo@OpStaan.orgX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Kelderkunst
Kelderkunst zoekt voor 30 april a.s. kunstenaars, dichters, muzikanten en andersoortige performers die graag mee willen werken aan Kelderkunst 2005. Om exposities mogelijk te maken is de organisatie ook nog op zoek naar historische kelders in het centrum. Het festival vindt plaats van donderdag 4 augustus tot zondag 7 augustus tijdens het weekend van de Deventer Boekenmarkt. Aanmelden kan via het telefoonnummer 06 29333560 of via het e-mailadres
Xe.schippers@wanadoo.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Archief dichterstelefoon
In Friesland heeft van 1968 tot 1994 een dichterstelefoon bestaan genaamd 'Operaesje Fers'. Er waren Friese en Nederlandstalige gedichten te beluisteren, waaronder een aantal 'grote namen' zoals Cees Buddingh. Het archief van de dichterstelefoon bevat meer dan tweeduizend opnamen. In de meeste gevallen zijn het de dichters zelf die hun poëzie voorlezen. Tresoar heeft alle opnamen gedigitaliseerd en toegankelijk gemaakt. Het archief is te vinden op
www.operaesjefers.nl
Fotopoëzie van Ina Sousa
In het Universitair Medisch Centrum Groningen is van dinsdag 5 april tot en met 30 mei 2005 een expositie met fotopoëzie te zien van Ina Sousa. Er vindt geen opening van de tentoonstelling plaats. De titel van de expositie is 'Het binnenste buiten' en de kunstenares is van mening dat deze zichzelf opent. De expositie is tijdens kantooruren, op werkdagen, te bezichtigen, dus niet in het weekend.
Meer informatie op de website
www.inasousa.nl
CD-presentatie A.C.G. Vianen
In het Boekencafé Eindhoven vindt op zondag 24 april om 14.30 uur de presentatie plaats van de poëzie-CD
DIT is dit (Ondertitel: a celebration of slam) van A.C.G. Vianen. Andere aanwezigen De Woorddansers, Sven Ariaans, Jet Crielaard en Peter M. van der Linden. Muziek is er van Jacha. De webplaats van A.C.G. Vianen is
www.acgvianen.web-log.nl/index.log
Brabantse Schrijversprijs voor Stijn van der Loo
De tweejaarlijkse Schrijversprijs der Brabantse Letteren is toegekend aan Stijn van der Loo. Hij kreeg de juryprijs van 5.000 Euro voor zijn debuut
De galvano. Van der Loo ging ook naar huis met de publieksprijs van 1.000 Euro. De Samenwerkingsprijs, eveneens 5.000 Euro, was voor het overwegend Eindhovense samenwerkingsverband van debuutuitgeverij Opwenteling, Kosmose, De Schrijversschool van het Centrum voor de Kunsten Eindhoven en het Centrum voor Amateurkunst Noord-Brabant. De Prijzen der Brabantse Letteren werden op zaterdag 12 maart uitgereikt tijdens de Literaire Debutantendag in het Chassé Theater in Breda. Informatie over de prijzen staat op
www.PrijzenDerBrabantseLetteren.TK .
Schrijfster Maria Rosseels overleden
De Vlaamse journaliste, filmcritica en schrijfster Maria Rosseels is op 88-jarige leeftijd overleden. Maria Rosseels werd op 23 oktober 1916 in Borgerhout geboren. Als journaliste verzorgde zij de vrouwenpagina en leidde tientallen jaren lang de filmrubriek van De Standaard. Zij verwierf grote bekendheid als filmcritica. Zij schreef in een dynamische persoonlijke stijl. Daarnaast bouwde Rosseels een literair oeuvre op. Dat omvat onder meer de trilogie
Elisabeth (1953) en
De Dood van een Non (1961), de roman die in 1975 werd verfilmd. Het zoeken naar God en de problemen van de gelovige christen in de moderne wereld zijn belangrijke thema's in haar werk.
Gouden Uil vloog uit
De winnaars van De Gouden Uil werden bekendgemaakt op zaterdag 19 maart 2005. De uilen landden op de schoot van Frank Westerman voor zijn roman
El Negro en ik en Guus Kuijer voor zijn jeugdboek
Het boek van alle dingen. De lezers bekroonden Patricia de Martelaere (
Het onverwachte antwoord) en Paul Verrept (
Het meisje de jongen de rivier).
Roddy Doyle in Brussel
Roddy Doyle geldt als de grootste Ierse schrijver van dit moment. Op donderdag 7 april om 20.00 uur komt hij uitzonderlijk naar Passa Porta in Brussel, met zijn nieuwste boek
Oh, Play That Thing, net verschenen in het Nederlands als
De man achter Louis. Zijn komst is ook meteen de feestelijke start van de Literaire Lente. De avond wordt muzikaal begeleid door Bart Maris. Meer informatie hierover:
www.passaporta.be.
Literaire Lente
Daar is de Lente! Van 6 tot 30 april ontluikt in Vlaanderen de vijfde editie van de Literaire Lente, de collectieve actie waarmee nieuwe literaire boeken uit het voorjaar in het zonnetje worden gezet. Alle gegevens zijn terug te vinden op
www.boek.be
SNELNIEUWS
01/04/05 – KORTRIJK: Peter Wullen leest gedichten voor in Bakerstreet, 21.00 uur, Sint-Janslaan 15, info: 056/255330.
01/04/05 – ANTWERPEN: In de maand februari kon u de stadsdichter van Groningen, Bart FM Droog, en zijn Amerikaanse duopartner Sandro Tchikovani (aka Misk) samen door de stad zien trekken: losmakend wat vast zit, elke steen omkerend, elke deur openend op zoek naar Liefde, Lust en Leven. Op 1 april komen ze vertellen of dat nog te vinden is in de Scheldestad. Meer info:
www.abc2004.be.
03/04/05 – LEUVEN: Poetry Slam Leuven – 21.45 uur - 2€ - Bar Del Sol, Schapenstraat 105, meer info:
Xjee_kast@yahoo.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
06/04/05 – ANTWERPEN: Marnix Verplancke praat met de Ierse auteur Roddy Doyle over zijn literair werk, n.a.v. zijn nieuwe roman
De man achter Louis - 20.00 uur - De Groene Waterman, Wolstraat 7.
07/04/05 – ANTWERPEN: Luc Rasson in gesprek met de Franse auteur Philippe Claudel over zijn vertaalde romans
Grijze zielen en
Zonder mij. – 20.00 uur - De Groene Waterman, Wolstraat 7.
07/04/05 – MECHELEN: Elvis en De Vos - schrijvers in de Gouden Vis. Creatieve duizendpoten Elvis Peeters en Luc De Vos lezen voor uit eigen werk, met muzikale omlijsting – 20.30 uur - Café De Gouden Vis, Nauwstraat 7.
08/04/05 – ANTWERPEN: Annelies Verbeke en Annette Meyer...mooi en meedogenloos...meer kunnen we nu nog niet zeggen maar u zal het wel Merken. Meer info:
www.abc2004.be.
08/04/05 – BRUGGE: Dirk Vande Voorde interviewt de Franse auteur Philippe Claudel – 20.00 uur - De Reyghere, Markt 12-13.
08/04/05 – NIEUWPOORT: Mieke Dobbels interviewt Elvis Peeters over zijn laatste boek
De Ontelbaren. Hij geeft het geheel ook een muzikaal tintje – 20.30 uur - Botticelli, Albert I laan 197.
09/04/05 – GENT: Ilse Van Hoecke onthaalt Anna Gavalda, Elvis Peeters, Oscar van den Boogaard, Bruno Mistiaen, Luc De Vos en Monika Van Paemel op een rondje in een carrousel. De wereld wordt duizelig, het gesprek melancholisch – 14.00 uur - Standaard Boekhandel, Sint Baafsplein 70.
09/04/05 – GENK: Proef van een literaire ontmoeting met de succesauteurs Jeroen Brouwers en Rudi Hermans - 14u - Malpertuis, Molenstraat 24.
09/04/05 – BRUSSEL: Anna Gavalda schreef met
Altijd samen een epische liefdesroman vol ironie en tederheid in de traditie van de grote liefdesromans uit de negentiende en twintigste eeuw . Ze komt hierover vertellen – 17.00 uur - 5/4€ - Passa Porta, Dansaertstraat 46 - meer info:
www.passaporta.be.
09/04/05 – ANTWERPEN: Auteur en muzikant Elvis Peeters praat honderduit over zijn laatste boek
De Ontelbaren - 20.00 uur - Eethuis Letternijen, Wolstraat 11.
09/04/05 – NIEUWPOORT: Kristien Vandecasteele interviewt Luc De Vos over zijn roman
De Volksmacht, een boek over zijn jeugd in Vlaanderen en zijn ervaringen als popzanger – 20.30 uur - Botticelli, Albert I laan 197.
10/04/05 – DAMME: Oscar van den Boogaard praat in het boekendorp Damme over het schrijverschap en over zijn laatste boek Het verticale strand – 15.00 uur - Stadhuis, Marktplein.
10/04/05 – LEUVEN: Poetry Slam Leuven – 22.00 uur - STUK, Naamsestraat 96, meer info:
Xjee_kast@yahoo.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
TEN MINSTE HOUDBAAR TOT
31/03/05: RINKE TOLMAN POEZIEPRIJSVRAAG: thema
het sprakeloze landschap, meer informatie:
www.cultuurpuntsoest.nl.
Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.
Nieuwsberichten voor Meander 264 van zondag 10 april dienen uiterlijk dinsdag 5 april in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan
Xnieuws@meandermagazine.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Colofon
Site: meander.italics.net
E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Redactie:
Adelheid Bekaert,
Annette van den Bosch,
Yves Joris,
Gerard Kool,
Joop Leibbrand,
Margo Verbiest,
Rob de Vos
Vaste medewerkers:
Jan Boonstra,
Yvonne Broekmans,
Hans Hamburger,
Tine Moniek,
Elly Woltjes.
Verder werken mee:
Chris Coolsma,
Rutger H. Cornets de Groot,
Edith de Gilde,
Milla van der Have,
Joris Lenstra,
Bert van Weenen,
Atze van Wieren.
De gedichten worden beoordeeld door:
Yvonne Broekmans, Hans Hamburger, Yves Joris, Joop Leibbrand en Tine Moniek.
De verhalen worden beoordeeld door:
David Troch, Herbert Mouwen, Margo Verbiest, Rob de Vos en Elly Woltjes.
Wil je meewerken aan Meander?
Kijk dan op http://meander.italics.net/meewerken en vul je gegevens in.
Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit
Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro
8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit
België: Rekening 402.2004409.95 ten name van
Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres:
http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan
Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan
Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)
Kopij is welkom bij Meander. Zie
http://meandermagazine.net/kopij/
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen
teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en
uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
Zie ook op onze site:
gedichten *
verhalen *
artikelen *
recensies *
interviews *
links *
klassiekers *
archief