Meander
  http://meander.italics.net
  literair magazine
ISSN 1871-1820
aflevering 273 * 14 augustus 2005 * verschijnt om de twee weken op zondag

meander is gratis, maar vrijwillige financiële bijdragen zijn nodig * kopij is welkom
reageren, abonneren, opzeggen, adres wijzigen, zie: meandermagazine.net/service


gedichten * recensies * artikel * proza * nieuws * colofon 
Inhoud


Trijntje Goskers Gedicht van de maand en meer poëzie
>
Meander's recensenten zaten niet stil
>
Wil Fraikin over de mentaliteit van dichters: verbale brille in tijdnood
>

Verhaal: avontuur in Nieuw-Zeeland
>

En verder
Nieuws >




inhoud * recensies * artikel * proza * nieuws * colofon 
Gedichten


En de dag kwam dat men besloot
niet langer te investeren in mega of meer.

Agenda's vulden zich met lentebodes
die toetsten hun mobieltjes vrijuit in
pinautomaten gaven enkel nog geduld
en complimenten.

En in de oorden waar bejaarden
en gestoorden hun spraakverwarring
met blijdschap zaaiden in keurige bedjes
twee aan twee, daar was het altijd zomer.

De scholen begonnen met spelen als
hoofdvak en herfst als tweede taal,
ze plukten dan ook allemaal hun eigen
vruchten van geluk uit hoge bomen.

En verse sneeuw wreef warmte
in doorgewinterde beleidsmakers
die zich nu ijskoud overgaven aan
het raadselachtig ritme van de tijd
en haar seizoenen.


Trijntje Gosker

auteurspagina Trijntje Gosker
reageer op dit gedicht



Dit gedicht van Trijntje Gosker is Meanders Gedicht van de augustus 2005.
Lees de bespreking op de site.





even onder ede

bij zaklamplicht de sporen volgen
van kleine dieren (een rups, een duif
een slang) en samen dronken worden

van tegenstrijdige signalen, wijn en rook,
alles wat achteloos van mond tot mond gaat
op zomeravondadem

vouw je handen tot een kom
en zucht; die geur blijft voorgoed
verdwijnen


nu je verliefd bent
op hoe haar knieën buigen

omdat ze per se pissen wil in gras
waar krekels en sprinkhanen neuken
in het vocht dat tussen haar benen raast

ingebrand: billen op kuiten in witte sokken

of anders dit: warmte in het donker, zilt
en gewillig

kijk mama, zonder handen!

knielend met de resten van een liedje
over love nog in haar mond
ben jij

en als zij aanwijst welke kaarsjes
op de hemeltaart je uit moet blazen
opdat deze slaap zwart zal zijn en diep

maar licht genoeg om niet in te verdwalen
als je haar stevig vasthoudt, dan
doe je dat, ja, dat doe je

we zijn er allemaal geweest, we willen allemaal terug,
slaan vreemde lichamen vrijwillig op
in tenten even onder ede

jij weet, zij weet, wij weten we zijn
er geweest


dat wordt dus levenslang
laveren tussen schuld en onschuld,
tussen deze en gedroomde tijd,
op zoek naar een verwante
emotie op elk grasveld, twee (4,6)
kinderen aan je linkerhand, je derde
vrouw ter rechterzijde

pardon mijnheer maar weet u misschien
waar de toiletten zijn

die vinden


en achter je richt het gras zich alweer op


Erwin Vogelezang

auteurspagina Erwin Vogelezang
reageer op dit gedicht




bernauerstrasse

hier is het dan gebeurd

hier sprongen mensen uit
de ramen
groeven tunnels
ontsnapten of
stierven in kogelregens
voor de ogen van het Westen


hier,
waar met opgezette kragen
passanten nu
gejaagd
de rijweg over vluchten
om in de luwte van de nieuwbouwflats
te schuilen
voor de snijdende februarisneeuw.


Jetteke van Wijk

auteurspagina Jetteke van Wijk
reageer op dit gedicht




Wat je zegt

Buiten is het dertig graden
de vliegen komen niet uit de verf
binnen brandt nog de waakvlam.

Wat zag je toen driedelige mannen
hun hoeden nog droegen
loden jassen
vanzelfsprekend
daarmee bewogen?

De hand leidt het brein
maar alles wat je denkt
is zo leeg als wat
je onbedoeld zegt.


Antoine van Dam

auteurspagina Antoine van Dam
reageer op dit gedicht




vrijheid blijheid

zonlicht vloog laag boven de landerijen
boven het scherm van rijpe zomergewassen
de tijd liep zichzelf niet voor de voeten
ontfermde zich in zijn vrome traagheid
over de blauwdunne schemer van ons leven

zij van een ander geslacht pelde graantjes
plukte in de achtertuin eenvoudige rozen
ze zocht een klavertjevier in mijn borstharen
en boog zich galant over mijn eenzaamheid

toen reeds speelden we buiten de muren
we wisten: de wereld ziet er anders uit


Eric Rosseel

auteurspagina Eric Rosseel
reageer op dit gedicht






(advertentie)


inhoud * gedichten * artikel * proza * nieuws * colofon 
Recensies


Poëzie Kort
door Joop Leibbrand

Stad van letters
Vanaf 23 april 2004, de Werelddag van het Boek, was Antwerpen na Madrid, Alexandrië en New Delhi voor een jaar Wereldboekenstad. Inmiddels valt Montreal de eer te beurt, maar het zou jammer zijn als daarmee het opvallende project Stad van letters direct vergeten zou worden. In de loop van het jaar verscheen in het kader van ABC2004 een reeks van zesentwintig boeken, waarin kunstenaarsduo's van telkens een schrijver en een beeldend kunstenaar aan de slag gingen met een letter van het alfabet. De vormgeving is bijzonder, want de van een kartonnen kaft voorziene cahiers zijn geplakt op een stevige kunststof basisplaat, model leesplank, wat het geheel tot een ideale onderlegger maakt voor iedere open luchtdichter. Cahier C bevat twaalf kostelijke verhalen en gedichten van Toon Tellegen; een feest om te lezen en het werk van Stef Kamil Carlens sluit er fraai bij aan. H is de moeite waard dankzij de originele inleiding door Paul Demets ('Eel oneerlijk. Dit deel sluit de West-Vlamingen uit.' – 'Hebban olla uogula nestas bigunnan hinase hic enda thu. Al die h's. Al die eeuwige haast om een huishouden te beginnen.'), maar vooral door de spitsvondige kwatrijnen van Judith Herzberg:

H is Heel Hevig aan het Wenen
Wen liever, zegt de W pas Half genezen,
aan Weg is Weg. Dat Weten
Werkelijk alle Wezen.

Verder veel bekende namen in deze vooral ook picturaal-typografisch bijzondere serie, zoals Tom Lanoye (A), Germaine Greer (B), Antjie Krog (K), Joost Zwagerman (T), Simon Vinkenoog (Q) en Ramsey Nasr (Z).

Stad van letters
Imschoot, Gent 2004-2005; 26 dln.; € 15,- per deel, € 355,- hele reeks
Zie voor alle informatie www.abc2004.be en www.imschoot.com

***

Koen Stassijns en Ivo van Strijtem werken onder de verzameltitel De mooiste van bij Lannoo|Atlas aan een reeks poëtische hoogtepunten uit de wereldliteratuur. Het zijn echt de groten die erin verschijnen, zoals Goethe, Tagore, Heine, Brecht, Neruda, Yeats, Petrarca, Hesse, Dickinson, en Wordsworth. Met de nieuwe deeltjes over Poesjkin (1799-1837) en Lorca (1898-1936) telt de serie inmiddels achttien dichters. De boekjes zijn fraai, uniform uitgegeven: ingenaaid, harde kaft met stofomslag, leeslint en ze zijn consequent tweetalig, óók als het Turks (Nâzim Hikmet) of Russisch betreft. Standaard is eveneens dat de samenstellers na een korte verantwoording het woord geven aan een hooggeleerde inleider voor een gedegen bespreking van leven en werk van de dichter. Bij Poesjkin is dat prof. dr. Thomas Langerak en bij Lorca prof. dr. Christian De Paepe, die ook al de inleiding schreef bij de mooie bloemlezing die eerder verscheen bij Davidsfonds Literair (Leuven 2001). De Paepe tekende toen ook (met Piet Thomas) voor de vertaling en voor wie zich bij het lezen van vertaalde poëzie niet realiseert hoezeer een vertaler ook altijd bewerkt, volgt hier de overzetting van de eerste strofe van El poeta pide a su amor que le escriba ('De dichter vraagt zijn geliefde hem te schrijven'), eerst van De Paepe/Thomas, daarna van Bart Vonck in de nieuwe uitgave:

Amor de mis entrañas, viva muerte,
en vano espero tu palabra escrita
y pienso, con la flor que se marchita,
que si vivo sin mí quiero perdete.

Mijn dood en leven, liefje van mijn hart,
vergeefs heb ik een woord van jou verwacht.
Als een verdorde bloem heb ik gedacht:
ik hoef je niet meer nu de dood mij tart.

Allerinnigste geliefde, dood vol leven,
ik wacht vergeefs op het door jou geschreven woord,
bedenkend, met de bloem die straks niet meer bekoort:
ik verlies je als ik zonder mij moet leven.

Koen Stassijns en Ivo van Strijtem (sam.) - De mooiste van Lorca
Lannoo|Atlas, Tielt 2005; 156 blz.; € 16,50
ISBN 90 7744151 4

Koen Stassijns en Ivo van Strijtem (sam.) - De mooiste van Poesjkin
Lannoo|Atlas, Tielt 2005; 158 blz.; € 16,50
ISBN 90 7744141 7

***

Eveneens bij Lannoo (niet genoeg te prijzen) bouwt ook Yves T'Sjoen aan een mooie poëziereeks. Onder zijn redactie verschenen inmiddels de tekstkritische leesedities van de gedichten van Jos de Haes en van Hugues C. Pernath en een auteurseditie van het werk van Mark van Tongele.
De literair-historische betekenis van het dichtwerk van Jos de Haes (1920-1974) is evident. Niet alleen is zijn werk meermaals bekroond, voor Azuren Holte ontving hij in 1965 de driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie, zijn gedichten (vooral 'Een kus in Ter Kameren', een van zijn allerlaatste gedichten) hebben dichters als Stefan Hertmans, Huub Beurskens en Stefaan van den Bremt duidelijk geïnspireerd.
Gedichten van Jos de Haes werd geredigeerd door Willem Van de Daele en Yves T'Sjoen en het boek kreeg een uitgebreid nawoord mee van dichter en poëziecriticus (prof.dr.) Erik Spinoy.

Hugues C. Pernath (eig. Hugo Wouters, 1931-1975) was vanaf zijn zestiende dertien jaar beroepsmilitair en had daarna baantjes in de marge van het literaire en journalistieke bedrijf. Als dichter was hij echter al gauw een centrale figuur: hij was levenslang bevriend met Hugo Claus, Gaston Burssens en Paul Snoek en met deze laatste en met Gust Gils zat hij vanaf de oprichting in 1955 in de redactie van Gard Sivik, het avant-gardistische literaire tijdschrift dat in Vlaanderen (en dankzij Armando, Sleutelaar, Vaandrager en Verhagen al gauw ook in Nederland) een nieuwe experimentele poëzie initieerde.
Deze nieuwe uitgave brengt al zijn poëzie samen: gebundeld en ongebundeld werk, aangevuld met liefst 32 blz. kunstwerken waarin hij op zijn zo typische wijze beeld en tekst samenbracht. De tekst werd bezorgd door Marleen Smeyers, Yves T'Sjoen en Joris Gerits, die ook het informatieve nawoord schreef. Dirk van Bastelaere noemde Pernath ooit 'de meest besmettelijke dichter van Vlaanderen'. Het zal geweest zijn om regels als 'Wat ik beweer, beweer ik in eigen naam./ In eigen naam maar nooit uit lijfsbehoud' en 'Aan mezelve schenk ik mij ten prooi' - alles wat hij schreef 'in de sprakeloze plaag van de taal.'

Of Mark van Tongele (1956) zoals T'Sjoen beweert echt de 'geheimtip van de Nederlandstalige poëzie uit Vlaanderen' is, lijkt na de aandacht die hij trok met de tussen 2001 en 2004 gepubliceerde bundels Lopend licht, Ochtendrood en co, Taalwaterval en Luchthonger iets bezijden de waarheid. Zeker is dat met de publicatie van al zijn werk tot dusver een klein monumentje is opgericht voor een dichter die al meer dan twintig jaar schrijft aan een 'imposant taallichaam'. Van Tongele is volgens T'Sjoen namelijk een bij uitstek taalgerichte dichter, iemand die de grenzen van de taal verkent en reflecteert over de mogelijkheden van taal en haar verhoudingen tot de werkelijkheid; in dat buiten de rationele taal- en denkkaders willen treden is hij te vergelijken met Faverey of recenter Henk van der Waal. Om 'het onzegbare' te zeggen moet het conventionele taalsysteem zo worden ontregeld, dat bestaande woorden nieuwe betekenissen kunnen openbaren, wat bij Van Tongele in een springlevend, vitaal dichterschap allerminst ten koste van de verstaanbaarheid gaat. Als hij schrijft: 'Waarom kan ons lichaam/ niet anders dan totaal// aanwezig zijn?' hoor en lees je daarin tegelijkertijd dat wij niet anders dan 'tot taal' aanwezig kunnen zijn.
Delen dus, die taal van Van Tongele, Pernath, de Haes en al die anderen.

Jos de Haes - Gedichten
Uitg. Lannoo | Atlas, Tielt 2004; 240 blz.; € 22,50
ISBN 90 774 4111 5

Hugues C. Pernath - Gedichten
Lannoo|Atlas, Tielt 2005; 584 blz.; € 22,50
ISBN 90 774 4171 9

Mark van Tongele - Gedichten
Lannoo|Atlas, Tielt 2005; 437 blz.; € 22,50
ISBN 90 774 4122 0
www.lannoo.com

Joop Leibbrand


De dichter staat met lege handen
door Jan de Bas

In De buigzaamheid van steen borduurt Hester Knibbe voort op het thema uit haar vorige bundel, Verstoorde grond (2002). Met haar poëzie probeert ze een dode zoon tot leven te wekken. In het gedicht 'Tegen het vergeten', afkomstig uit de gelijknamige afdeling, formuleert ze haar poging als volgt: 'zolang je/ praat tegen iemand is iemand' (p. 53).
Ging het in de vorige bundel vooral om het afscheid nemen van een levende, in de eerste van de vijf afdelingen die de bundel telt wordt snel duidelijk dat de dichteres het definitieve van de dood niet heeft geaccepteerd. In de reeks 'Hier om te beginnen' staat als een vorm van troost: 'Het kind heeft een plaats, woont/ in een hart dus het is.' (p. 15). En een pagina verder wordt beschreven hoe de zoon elders verder leeft: 'Je jas heeft de kleur/ van een wit, bijna aanraakbaar/ is je gezicht, boven je hoofd hangt/ sluik engelenhaar van de treurwilg.'
Verderop in de bundel lijkt de dichteres wat los te komen van het thema, de overleden zoon. Maar wanneer een gedicht gaat over een altaar in een kerk, beschrijft ze een madonna alsof het de dichteres zelf en 'de zoon' betreft: 'onder moeder en kind/ hangt een scherf van het licht, zang geselt/ een stilte waarin alles al// is'. En een 'Jongenskopje in museum' ( p. 31) levert de volgende associatieve impressie op: 'ook ik lag aan scherven/ te sterven, verdween. Totdat/ in een andere tijd een geoefende hand/ met passen en meten weer/ bestaan wist te geven.'
Keer op keer blijkt de dichteres vervuld met het bijna troosteloze thema. En frequent probeert ze zichzelf moed in te spreken, zichzelf te troosten. Soms lijkt alleen het (er even) niet meer zijn de enige oplossing, zoals in 'Slaap' (p .44): 'slaap/ blijf me toedekken, toestoppen.'

Voor Knibbe functioneert de poëzie ook in deze bundel als therapie. Het levert ingetogen, voorzichtige, scherpzinnige en klassiek aandoende gedichten op. De taal wordt als panacee ingezet om het grootse verlies in een mensenleven zoveel mogelijk teniet te doen. Door deze voortdurende poging bezit de bundel een unieke thematische eenheid. Het getuigt van een worsteling in taal. Soms is het om moedeloos van te worden. Lees bijvoorbeeld 'Lichaam & Co' (p.38): 'hoe graaf ik mij zo in/ dat wieg en kist, de zin van/ helder wordt, hoe tem ik ooit/ de dooie boel die in mij// woedt.' Dat laatste is natuurlijk een fascinerende paradox. En 'Verjaardag' (39) getuigt eveneens van hopeloosheid: 'Bloemen krijg je natuurlijk (...) maar// ten slotte staan we daar dan met/ lege handen en armen.' Dan weer krijg je als lezer hoop, zoals in het slotgedicht (p. 66) uit de cyclus 'De kunst van het wegdragen'. Deze hoop is universeel omdat je als lezer weet dat er in jouw leven situaties waren of zullen komen die vergelijkbaar zijn met de thematiek van de bundel. Ironie en liefde maken het levenslot een beetje draaglijker. Is de grafsteen dan toch buigzaam?

Hoe draag je een kind na zijn laatste. Acht

heb je nodig, zijn vrienden met liefde
en lef genoeg om hun schouders
eronder te zetten. Ze hebben veel

meer te dragen dan het gewicht van het hout
en het lichaam erin, ze moeten
wegdragen. Hoe ze dat doen, hoe dat moet?

Zwijgend. Voet voor voet.

Hester Knibbe - De buigzaamheid van steen
De Arbeiderspers, Amsterdam 2005; 72 blz.; € 15,95
ISBN 90 295 6269 2

Jan de Bas

* Lees hier de bespreking van een van haar mooiste gedichten.



Meer recensies

Tine Moniek las een tweetal uitgaven die al enige tijd geleden verschenen. Allereerst van Jos Steegstra de bundel Tussengebied, sobere gedichten die hij schreef in 'aangezegde tijd', in de wetenschap dus dat hij ongeneeslijk ziek was. Eventjes laten rijpen, en dan regel per regel opnemen, was haar manier van lezen. Lees hier de bespreking.
Na Alfred Schaffer won vorig jaar Hagar Peeters, nog onlangs genomineerd voor de J.C. Bloemprijs, de Jo Peters Poëzieprijs. Zij verdiende er o.a. de opdracht mee voor de bekende 'Zwarte Reeks' een dichtbundel te schrijven. Het werd Nachtzwemmen, waarover Tine Moniek minder enthousiast kan zijn dan voor Peeters' eerdere werk. 'Sommige gedichten uit deze bundel hebben te veel om het lijf', schrijft ze. Lees hier wat ze precies bedoelt.

De Antwerpse uitgeverij Ampersand & Tilde startte met De Oostakkerse Cahiers een nieuwe poëziereeks, waarin jaarlijks twee deeltjes zullen verschijnen. Over de eerste bundel, De schuldeloze man van Aleidis Dierick, is Herbert Mouwen zeer te spreken: 'Stap deze gedichten binnen, je komt in een fascinerende, soms gruwelijke wereld terecht.' Lees hier hoe hij tot zijn aanbeveling komt.

Eric Vandenwyngaerden (Diest, 1955) is opvoeder aan een Technisch Atheneum. Hij publiceerde in verschillende tijdschriften, bloemlezingen en e-zines. In 2003 debuteerde hij met de bundel Onder de Roos (eigen beheer) en hij werd in hetzelfde jaar opgenomen in de poëzieroute 'Dichter bij Diest'. Onlangs verscheen zijn tweede bundel, Het licht stelt de wet. Thierry Deleu is er in 'Van de dingen die een dichter boeien en die hij naar zijn hand tracht te zetten' lovend over, en niet als enige. Lees hier zijn bespreking.



inhoud * gedichten * recensies * proza * nieuws * colofon 
Artikel


Het gedicht als wanhopige kleine ode aan de zorgvuldigheid
door Wil Fraikin

Waarschijnlijk kent U wel enige gedichten van Arjen Duinker en dan denk ik speciaal aan drie gedichten met de titels 'Detaillering', 'Briljantgeel' en 'Vroege drukte'.
Ik kan ze steeds weer opnieuw lezen en ik heb de preverbale notie dat ze over iets gaan, dat wel gesuggereerd of opgeroepen maar niet gezegd wordt, en wel: poëzie maakt geen gebruik van beeldspraken maar ís haar eigen beeldspraak; causaliteit binnen het gedicht is irrelevant; met logica kom je niet verder dus analyse is zinloos en tenslotte: identiteit is toeval omdat het toeval onze identiteit bepaalt. Dit is niet postmodern, want Gorter en Roland Holst zouden dit direct onderschrijven! Een (talig) bewustzijn onttrekt zich aan dit alles: want laten we nu eerst eens gewoon eerlijk bekennen dat beeldspraak, causaliteit, logica, analyse en identiteit op het prelinguïstische niveau niet werken, ook zij zijn tussen mensen afgesproken conventies opdat er begrip en polemiek heersen! De dichter is alleen, gelukkig.
Ondanks dat ik de dichter Duinker een filosofische onderlegdheid toedicht, zijn deze gedichten geen filosofisch traktaat maar wel een sympathiek manifestje, alsof Duinker zeggen wil: ik kan het ook niet helpen dat alles zo in elkaar steekt maar als je mijn gedi/achtes gelezen hebt, kun je beter met dat besef leven, dus wees zorgvuldig.
Is poëzie een vorm van waarheidsvinding? Ja, en bij het schrijven en lezen kun je maar beter zorgvuldig zijn. Het schitterende aan Duinker vind ik dan ook nog eens, dat hij het bestaat om een poëzie te schrijven zoals ooit eens geloof, wetenschap en kunst één waren. Arjen Duinker behoort in mijn heelal tot een van de betere rotswandtekenaars. Hij is hierbij ook nog eens consequent én compromisloos. Zouden deze de kenmerken kunnen zijn van goede poëzie?
Waarom zouden dichters zich met waarheidsvinding bezig houden in een maatschappij waarin veel andere vormen van waarheidsvinding (de regering, het justitiële apparaat, het wetenschappelijk onderzoek) hoger geacht worden en veel beter betaald worden?
Lees het hele artikel


inhoud * gedichten * recensies * artikel * nieuws * colofon 
Proza


Salim komt thuis
Daan Kolthoff

De bestelwagen met de naam deed het; zelfs twintigduizend kilometer van wat ooit thuis was, achtervolgden ze hem. "Dikić Smoked Meat" stond er met roodomrande witte letters op de wagen. Salim volgde de zich langzaam door het distributieverkeer worstelende auto in de drukke winkelstraat. Nog even zag hij hem terug in de winkelruit tegenover de broodjeswinkel waar hij zat, maar toen verdween de bestelwagen uit het zicht achter een grote vrachtwagen. Hij legde zijn krant neer en vroeg de serveerster om een telefoonboek. Hoe was het in vredesnaam mogelijk, zelfs hier? De stad bleek er vol mee te zitten. Rioolontstoppers, kleermakers, garages, wijnboeren, 'Dikić Smoked Meat' bleek er zelfs vetgedrukt in te staan, samen met z'n partner Kusmanović. Terwijl hij nadacht kwam langzaam de herinnering bovendrijven aan de foto bij zijn buurmeisje; een grijze vlekkerige plaat in de gang naar de wc. Een man in hoge rubberlaarzen, diep in de modder, leunend op een pikhouweel met een grijze, door wolken omgeven heuvel op de achtergrond. "Gumdigging 1924" stond er met witte inkt geschreven in de rechter onderhoek. Dat was hier ergens geweest ja... De herinnering moest van ver komen, maar de herinnering aan Emina die aanduidde hoe haar verre oudoom daar naar 'gum' zat te spitten, zijn fortuin maakte en daarmee zich een villa aan de zee en een nieuwe vrouw veroorloofde, bleek nog niet helemaal verdwenen.
Maakte hij zich niet te druk, al die emigranten van lang geleden, mensen die zich hier al lang en breed een nieuw bestaan hadden opgebouwd? Nee, de gedachte zijn auto (als hij die ooit weer zou hebben) naar een Babić te brengen of met een Antonić van doen te krijgen als hij zich ooit een pak moest aan laten meten was te veel. Hij betaalde zijn broodje, vroeg de weg naar het station en kocht een kaartje naar Wellington, verder ging de trein niet, en aan de andere kant van de Cook Strait zou hij wel verder zien. Nelson klonk als een plek waar hij zich thuis kon voelen; een stad, maar niet te groot, en omgeven door ruimte. Zee, bossen, bergen.

De trein deed hem denken aan een modelspoorbaan; een gedrongen zware diesel locomotief met slechts drie wagonnetjes daarachter. Dit was de treinverbinding tussen Noord en Zuid en direct warmde Salim weer op voor dit land. Alles was klein en overzichtelijk en al het andere in de wereld was ver weg. Het was een goede keus geweest.
Hij deelde de wagon met een groep Japanse toeristen, twee soldaten in een uniform dat nog gebruikt leek in de Tweede Wereldoorlog en een oudere dame met een picknickmand en een bundel tijdschriften. Hij had zijn bank en die tegenover hem voor zichzelf en, niet de illusie willen wekken contact met iemand te willen, rolde hij zijn parka op tot een kussen voor in z'n nek en strekte zich zijwaarts over de bank uit en sloot zijn ogen.
Het duurde ruim drie uur voor de conducteur hem wakker maakte, niet om zijn kaartje te controleren – dat werd met een simpel handgebaar weggewuifd –, maar om te vertellen dat Waiouru Army Camp nog een half uur reizen was, dat daar een stop gemaakt zou worden van een half uur om het lokale legermuseum te bezichtigen met uiteindelijk de vraag waar hij de trein zou verlaten. Alles bleef gemoedelijk en klein en de tevredenheid smeulde in hem als een klein vuurtje.
Het was nat, winderig en bijna donker toen de trein het station van Wellington binnen reed. Met al zijn sympathie voor het kleine van dit land, kon Salim de sarcastische gedachte niet de kop indrukken dat deze provincieplaats de hoofdstad van dit land was en met een grijns sprong hij van de treeplank op het perron, de dame met haar picknickmand slapend in haar coupé achterlatend. De bijbel van de backpackers raadde hem aan zijn geluk te proberen in een hostel halverwege de heuvel en uitkijkend over de haven. Ondanks zijn reserves om te belanden tussen de Amerikaanse en Europese schoolverlaters die hun bevindingen over goedkoop eten, verblijf, walviskijken en bungee jumpen uitwisselen, leek hem dat op dit moment de meest geschikte oplossing. Het viel mee. De slaapzaal voor veertien man hoefde hij slechts te delen met een jong Duits stel dat te veel in elkaar geïnteresseerd was om hem tot last te zijn. De onderweg gekochte falafel at hij koud op, kruislings gezeten op het onderste van de twee bedden, waarna hij de prop aluminiumfolie in de prullenbak naast de deur mikte en samen met zijn net gekochte boek 'the Bone People' onder de deken kroop.
De volgende ochtend bracht goed weer; een strakblauwe lucht, felle zon en bovendien bleek de wind waar deze stad zo beroemd om is volkomen afwezig. Het was verleidelijk om hier een tijdje te blijven, misschien zelfs een baantje te zoeken. De stad had ontegenzeggelijk een aantrekkingskracht en het Bulgaarse meisje bij de warme bakker dat hem twee harde witte broodjes verkocht maakte direct zijn fantasieën los. Het was mooi, maar niet zijn plek. Te veel mannen in pak en uniform. De politiemannen die zichzelf weliswaar op de borst sloegen dat zij tot de enige ongewapende politiemacht ter wereld behoren, maar er uitzagen als mannen met wie hij niet graag te doen zou krijgen – met of zonder wapen. Vette kale koppen achter spiegelende zonnebrillen boven gedrongen vierkante lichamen. Rugbyspelers. Het bracht allemaal te veel naar boven. Het was beter maar direct verder te gaan. De overtocht naar het Zuider Eiland bleek een verademing. De veerboot escorterende dolfijnen leken hem persoonlijk aan te kijken wanneer zij vrolijk hun koppen boven water staken. De ongerepte schoonheid van de Marlborough Sounds waar het schip zachtjes door heen gleed met als enige tekenen van menselijke aanwezigheid een verlaten aanlegsteiger verscholen onder de dikke groene begroeiing die, zonder overgang, tot in het water door liep. Hij deed zijn ogen dicht en voor het eerst in jaren lukte het om één van de oefeningen te doen die hem, in zijn asielzoekertijd in Nederland, ooit geleerd waren door de van overheidswege aangestelde yogaleraar. Wat een last voelde hij zo maar van zijn schouders afglijden, gegrond in dit land, gereinigd door het water waar hij overheen voer. Als hij dat iemand in de jeugdherberg had horen vertellen vanochtend, had hij daar voor zichzelf een aardige cynische grap over kunnen maken.
Een meisje dat hem al enige tijd had staan observeren vroeg hem of hij een goeie plek wist om heen te gaan bij aankomst, 'was hij ooit eerder in Picton geweest?' Het klopte allemaal! Alles líep plotseling en Salim voelde zich door de lucht gedragen. Ze lieten zich met een watertaxi naar een veel te dure 'lodge' brengen, Salim trok een fles wijn uit zijn tas, maar voor die half op was, lagen ze al hevig zoenend over het grote veren bed met uitzicht op de fjord beneden hen. Het vrijen was geweldig; zo lang geleden, zo vríj plotseling... Zij vroeg hem niets en hij was haar er dankbaar voor. Uitgeput bleef hij op z'n rug liggen, kijkend naar de patronen in het zijden baldakijn boven het bed. 'Wat nu in godsnaam?' Praten, eten in het restaurant, hij voelde de koude rillingen over z'n rug lopen. Hij hoorde haar de wc doortrekken, de douche open draaien en even later het gespetter van haar onder de waterstraal. De intimiteit van dit alles overviel hem, meer dan tijdens de seks voelde hij zich plotseling binnen gedrongen in andermans leven. Dit was nou een moment om te moeten roken, bedacht hij, maar tussen de oploskoffie, de chocomelk en de drank in de minibar lagen geen sigaretten. "Weg, weg, weg" gonsde het door zijn hoofd, maar waar zou hij in vredesnaam heen moeten gaan vanuit deze godverlaten plek? De douche werd uit gedraaid en bloot, met een dikke roze handdoek om haar hoofd gebonden als een turban, kwam zij de kamer binnen. Het bevrijdende gevoel van na de meditatie kwam op slag terug. Deze vrouw die er gewoon was, hem niets vroeg of opdroeg, maar die er blijkbaar plezier in had om bij hem te zijn zoals hij was. Ze lieten eten brengen naar hun kamer, dronken hun wijn op hun terras, vrijden en vielen in slaap. "Zo moest het altijd zijn" dacht Salim, maar om 5 uur de volgende ochtend sloop hij wel de kamer uit, betaalde de rekening en begon te lopen. Een uur of zes, was hem verteld en dan kon hij in Havelock de bus naar Nelson nemen.
Het vage schuldgevoel maakte al gauw plaats voor opluchting en het plezier om in die vroege ochtend hier te lopen. Het vochtige gras doorweekte zijn schoenen en was koel aan zijn voeten, maar alles wees op een nieuwe, warme, prachtige dag. De vogels waren oorverdovend, de zee was zo glad als een spiegel en in elk opzicht voelde Salim zich compleet. De zes uur bleken er slechts vier te zijn en dat was precies op tijd om als eerste klant het café binnen te lopen en een kop koffie te bestellen. Op de achtergrond hoorde hij Arizona Dream spelen (Hoe was het in godsnaam mogelijk? Hier!?) en weer voelde Salim die volmaaktheid over zich heen komen. Alles liep zoals het lopen moest, alles kwam goed...
De bus liet hij voor wat het was; hij gooide zijn tas over z'n schouder, begon te lopen en hield onderwijl zijn arm met duim uitgestrekt naar rechts. Er was niet veel verkeer; een lege veewagen die hem voorbij raasde, een paar campers, een open Saab, tot hij plotseling verstijfde bij het horen van een pruttelend autootje dat met piepende remmen langzaam achter hem in de berm tot stilstand kwam. Hij wist het precies, zonder zich om te draaien en met de ogen dicht: een Zastava 750 Fico. Het was allemaal te veel om aan toeval te durven denken. "Was dit nou het soort moment waarop mensen religieus worden?", vroeg hij zich af terwijl de zweetdruppels zich aaneenregen en een straaltje vormden dat tussen zijn schouderbladen een weg naar beneden vond. Na seconden die uren leken draaide hij zich om. Wijnrood ('goddank – niet oranje!') met een bebaarde oudere hippie die blij zijn hoofd en bovenlichaam door het open dak van het autootje stak en hem met een wijds armgebaar uitnodigde plaats te nemen.
Hij stapte in. Als dit zijn lot was – dan moest hij het maar dragen. Het gaf een gemengd gevoel van afkeer en zoete herinneringen, met dit wagentje over deze steile bochtige wegen te rijden. Alma en Sascha hadden zich er in zo één dood gereden, tussen Banja Luka en Jajce. De klap met de vrachtwagen had ze over de kop doen slaan waarna ze over de rand van de weg verdwenen, de diepte in om ten slotte te verdrinken in de Vrbas. Wat een manier om aan je einde te komen, tijdens een oorlog waarin zij allebei als de dood waren om er zelf in verzeild te raken. Een onverwachte stop langs de weg deed hem opschrikken uit zijn herinneringen; er had zich een aanzienlijke rij auto's achter hen opgehoopt en dankbaar toeterend kwam de rij hen nu voorbij. De oude hippie verklaarde dat zijn wagentje het niet best opnam tegen dit moderne verkeer en dat hij daarom verkoos de strijd ook maar niet aan te gaan. 'Nog een minuut of vijf stijgen en dan dalen we af naar Nelson – dat kan hij wel', maar het drong niet tot Salim door, in gedachten al weer terug in Bosnië. Waar een Fico de dood versnelde voor zijn vrienden, was het hetzelfde autootje dat hem het leven spaarde toen hij als tolk met de dokter van Artsen Zonder Grenzen en een doodzieke patiënt achterin bij Velika Kladusa de Bihać enclave verliet, daarmee de oorlog achter zich latend en het begin van jarenlange asielprocedures in Europa.
De oude hippie bleek geen slecht gezelschap. Hij was spaarzaam met z'n woorden, vriendelijk zonder opdringerig te zijn en leek aan te voelen dat hij niet te veel moest vragen aan Salim. Hij woonde in een commune een uur rijden voorbij Nelson, of anderhalf uur in deze oldtimer. De grootse ideeën waarmee de commune dertig jaar geleden van start was gegaan waren grotendeels opgegeven; de jongeren waren vertrokken en de nieuwkomers streefden andere dromen na, maar nog steeds verkoos hij zeep te maken in de kleine coöperatieve werkplaats en zich met de anderen te buigen over de te wieden worteltjes en bieten voor gemeenschappelijk gebruik – alles beter dan het overleven in de buitenwereld van een ieder voor zich, een gevoel dat Salim niet helemaal vreemd was, al sprak het communale leven hem niet aan. Met een uitdrukkelijke uitnodiging om hem op te komen zoeken in zijn strobalenhuis op de berg namen ze afscheid en vond Salim zich op straat in Nelson. Het was wat hij had verwacht; overzichtelijk klein, de zee aan één kant, bergen rondom de rest van de stad, een betonnen hotelkolos de enige zichtbare hoogbouw, alles niet bijzonder mooi, maar wel sympathiek en ontspannen. Hij voelde zich thuis gekomen. Schrijven zou hij, een bestaan opbouwen, de ellende, vernederingen en schaamte voorgoed achter zich laten. Hij was thuis, eindelijk! En intens gelukkig met zichzelf stak hij de weg over naar een uitnodigend terras.

Hij had de auto niet aan zien komen. Hij zag zichzelf liggen in een plas van bloed, een politieauto dwars op de weg. Hij zág de mensen gillen maar hoorde enkel het geluid van de vogels – helder. Een agent knielde naast zijn hoofd, een rugbyspeler. Zijn dikke worstvingers zag hij om z'n pols, de andere hand was druk in de weer met een walkie talkie. In de spiegelende zonnebril onder de pet keken twee levenloze ogen hem aan.

Daan Kolthoff


inhoud * gedichten * recensies * artikel * proza * colofon 
Nieuws



Literaire Boeken Top 10
  1. De schaduw van de wind - C. Ruiz Zafón
  2. Ongeneeslijk optimistisch - K. Glastra van Loon
  3. Langzame man - J. Coetzee
  4. De thuiskomst - A. Enquist
  5. De passievrucht - K. Glastra van Loon
  6. Sonny Boy - A. van der Zijl
  7. Zahir - P. Coelho
  8. De geboorte van Venus - S. Dunant
  9. Thuis in Rome - R. Steenbeek
  10. Kentering van een huwelijk - S. Márai
De Boeken Top 10 is gebaseerd op de verkopen van boekhandel
'Het Verboden Rijk' te Roosendaal in de periode 28 juli t/m 11 augustus 2005.
 
Dichter bij de Molen
Van 19 tot en met 28 augustus is er op het gors aan de Spuidijk te Nieuw Beijerland het Bram Roza Festival Dichter bij de Molen. Bij slecht weer wordt uitgeweken naar De Graanschuur aan het Marktveld. Er is een open podium voor dichters, waarvoor men zich kan aanmelden via e-mail Xinfo@dichterbijdemolen.nlX (de letters X uit dit adres verwijderen!). Vrijdag 26 augustus is er een poëzieavond met o.a. Huub Oosterhuis, Pom Wolf, Job Degenaar en Ruben van Gogh. Tijdens al de festivaldagen is er een beelden- en poëzieroute op het gors. Kijk voor het volledige programma op de website www.dichterbijdemolen.nl.

 
Literaire zomer
Voor het vijfde achtereenvolgende jaar wordt in steden als Heerlen, Maastricht, Roermond, Hasselt en Mönchengladbach de Literaire Zomer georganiseerd. Aan het drielandenliteratuurfestival wordt deelgenomen door onder meer Annelies Verbeke, Annejet van der Zijl en Renate Dorrestein. Parken, pleinen en terrassen vormen in augustus het decor voor diverse zomerse voorstellingen. Zie voor een overzicht van alle activiteiten de website www.literairezomer.nl.

 
Stadsdichter in Deventer
De 47-jarige Dick Metselaar is benoemd tot stadsdichter van Deventer. Juryvoorzitter burgemeester James van Lidth de Jeude verwoordde dat alle zes genomineerde gedichten getuigden van een warm gevoel voor de stad, maar het gedicht met de titel De foto sprong er toch uit. Metselaar blijft stadsdichter voor een periode van twee jaar.

 
Diana Ozon op podia in Venlo en Amsterdam
Zondag 14 augustus is de laatste dag van een vierdaags zomerparkfeest dat in Venlo plaatsvindt. Dichteres Diana Ozon staat die avond rond 18.00 uur op het hoofdpodium, in het voorprogramma van zanger Guus Meeuwis. www.zomerparkfeest.nl. Twee weken later draagt Diana Ozon op het boekenpodium bij de Amsterdamse Uitmarkt voor uit haar bij uitgeverij Passage verschenen gedichtenbundel Bronwater. Lees de recensie.
Website: www.diana-ozon.nl

 
Letterkundig museum krijgt archief Hans van Straten
Het Letterkundig Museum in Den Haag heeft de literaire nalatenschap gekregen van de vorig jaar overleden journalist en literator Hans van Straten. Van Straten schreef boeken onder meer in 1995 over Multatuli en in 1999 over W.F. Hermans. Zijn grootste bekendheid kreeg hij met zijn literaire notities De omgevallen boekenkast (1987) en Weer wankelt mijn boekenkast (2002). Een keuze uit de nalatenschap is tot en met zondag 4 september te bezichtigen in de studiezaal van het museum gevestigd aan de Prins Willem Alexanderhof 5, naast het Centraal Station. Website www.letterkundigmuseum.nl.

 
Nieuw Kikker-boek
In januari 2006 verschijnt als een hommage aan de in januari overleden Max Velthuijs zijn laatste prentenboek Kikker in de wind uit de Kikker-reeks. Velthuijs was niet meer in staat om dit boek in kleur af te maken, zodat het als schetsboek in zwart-wit met handgeschreven teksten wordt gepubliceerd. In het Theatermuseum te Amsterdam is tot en met 17 april de tentoonstelling Kikker en co te zien.

 
Expositie Marten Toonder in Stripmuseum
Het Nederlands Stripmuseum in Groningen gaat een expositie samenstellen met het werk van de woensdag 27 juli overleden schrijver en tekenaar Marten Toonder. De tentoonstelling, met het complete oeuvre van Toonder, zal in 2006 te zien zijn. Marten Toonder had als lid van het comité van aanbeveling een speciale band met het museum. Zijn gezondheid liet niet toe dat hij bij de opening in april 2004 kon zijn. Tot spijt van voorzitter B. Brink van de Stichting Stripmuseum heeft Toonder het museum zelf nooit van binnen gezien.

 
Zondichtmiddag
Ann Van Nuffel en Stanislaus Jaworski organiseren deze maand twee zondichtmiddagen op 14 en 28 augustus in de Kruidtuin van Leuven (Kapucijnervoer 30). De zondichtmiddag wordt elke keer gezond ingezet met om 10.00 uur mogelijkheid tot een uurtje Tai Chi. Daarna is er een wandeling om 11.00 uur in de Kruidtuin. Het poëzieprogramma start om 13.30 uur in de Oranjerie. Op zondag 14 augustus treden onder anderen X Roelens, Lieve Devijver, David Troch en Pom Wolff op. Op zondag 28 augustus zijn er optredens van onder meer Tine Moniek, Johan Van Cauwenberge, Olaf Risee en Katrijn Jonckheere. Er is ook telkens een open podium.

 
Belle op Aarde
Naast Watou en Beauvoorde kent ook Schellebelle zijn poëziezomer. Belle op Aarde blaast dit jaar zijn tweede kaarsje uit. Dit festival wil niet alleen poëzie in het zonnetje zetten, ook muziek en beeldende kunst komen aan bod. Zelfs de culinaire kunst wordt niet vergeten!
Uitgebreid programma is hier terug te vinden.

 
Poëziecentrum viert met het festival van Vlaanderen
De vijfentwintigste verjaardag van het PoëzieCentrum zal nog lang nazinderen... Het ging in zee met het Festival van Vlaanderen en dat mondde uit in twee prachtige initiatieven. Ten eerste werd Stefan Hertmans aangesproken om Le Nozze di Figaro van Mozart te bewerken. Het resultaat zal voor het eerst te zien en te horen zijn in de Gentse opera op 30 september. Daarnaast is er een poëziewedstrijd uitgeschreven voor sms-gedichten. Er worden vijftig gedichten gezocht van maximum 160 tekens. Het thema is trouw. Inzenden kan tot 28 augustus! Het reglement en meer info vind je hier.

 
SNELNIEUWS
14/08/05 - ANTWERPEN: Stichting Zondag – 19.00 uur - Krugerplein
15/08/05 - DEURNE: De Nacht van de Muze met Anna Luyten, Renske de Greef, Chris Lomme, Annelies Verbeke, Gerda Dendooven, Joke Van Leeuwen en Lulu Wang. Muziek is er van Bird, Jill Sobule en Vaya Con Dios - deuren: 18.00 uur - aanvang: 19.00 uur - Openluchttheater Rivierenhof, Turnhoutsebaan 232, info: hier.
20/08/05 - ANTWERPEN: Poëzieparcours met Peter Holvoet-Hanssen, Michaël Vandebril, Andy Fierens, Stijn Vranken,Gitte Van Hoyweghen, Kris Verellen e.a. – 15.00 uur - info
20/08/05 - OOSTVLETEREN: Poëzie-namiddag Kunsthuis Ex-Libris met o.a. Doris Dorné, Fernand Florizoone, Katelijn Vijncke en Thierry Deleu – 16.00 uur - Hoflandstraat 8 - info - reserveren: (0032) - (0)57/40 14 60
20/08/05 - KORTRIJK: Het Besneden Woord - Peter Van Synghel & Peter Wullen lezen gedichten voor ten huize van kunstenaar Maarten Gruwez - Muzikale omlijsting door Thomas Desmet - 20u - Toekomststraat 52, organisatie, inlichtingen & reservatie : Peter Van Synghel, tel. : 0032/498/051142 & Peter Wullen, tel.: 0032/472/979900.
21/08/05 - ANTWERPEN: Boekenplein: tweedehandsboekenmarkt op het De Coninckplein - van 9.00 tot 17.00 uur.
21/08/05 - ANTWERPEN: Stichting Zondag – 19.00 uur - Ossenmarkt.
28/08/05 - ANTWERPEN: Cultuurmarkt met allerlei interessante optredens en gesprekken. Het programma vind je hier.
28/08/05 - WATOU: Codadag met Hugo Claus, Eva Cox, Piet Gerbrandy, Stefan Hertmans, Gerrit Komrij, Anton Korteweg, Leonard Nolens, Miriam Van hee, Hubert van Herreweghen en Menno Wigman. De dichters worden geflankeerd door de stem van Dani Klein. Presentatie is in handen van Piet Piryns – 15.00 uur – Sint-Bavo-kerk - inschrijfformulier en info vind je hier.
28/08/05 - ANTWERPEN: Stichting Zondag – 19.00 uur - Muntplein.

VLAAMSE NIEUWTJES WORDEN OOK BIJGEHOUDEN OP: parlando.skynetblogs.be



Het nieuws werd samengesteld door Jan Boonstra en Tine Moniek.

Nieuwsberichten voor Meander 274 van zondag 28 augustus dienen uiterlijk dinsdag 23 augustus in ons bezit te zijn. Stuur geen attachments mee.
Berichten kunnen worden gestuurd aan Xnieuws@meandermagazine.netX (de letters X uit dit adres verwijderen!)



inhoud * gedichten * recensies * artikel * proza * nieuws *
Colofon




Sites: meander.italics.net en meandermagazine.net

Meander wordt uitgegeven door Stichting Literatuursite Meander

E-mailadres: Xinfo@Xmeander.italics.net (de letters X uit dit adres verwijderen!)

Redactie:
Adelheid Bekaert, Annette van den Bosch, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Margo Verbiest, Rob de Vos

Vaste medewerkers:
Jan Boonstra, Yvonne Broekmans, Tine Moniek, Herbert Mouwen, David Troch, Elly Woltjes.

Verder werken mee:
Rutger H. Cornets de Groot, Edith de Gilde, Milla van der Have, Joris Lenstra, Bert van Weenen, Atze van Wieren.

De gedichten werden gekozen door: Yvonne Broekmans, Yves Joris, Joop Leibbrand en Tine Moniek.
De verhalen werden gekozen door: David Troch, Herbert Mouwen, Margo Verbiest en Elly Woltjes.

Wil je meewerken aan Meander?
Kijk dan op http://meander.italics.net/meewerken en vul je gegevens in.


Financiën:
Meander is gratis, maar ook uw financiële bijdrage is nodig!
Bijdragen vanuit Nederland kunnen worden overgemaakt op Postbank giro 4451410 ten name van Stichting Literatuursite Meander te Delft onder vermelding van 'donatie'.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie'.

Abonneren, opzeggen en uw adres wijzigen gaat het eenvoudigst op het adres: http://meandermagazine.net/service
en omslachtiger door gebruik te maken van de volgende e-mailadressen:
Abonneren door een mail aan Xmeander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
Opzeggen door een mail aan Xmeander-request@Xlists.nl met als onderwerp: unsubscribe (de letters X uit dit adres verwijderen!)
(U kunt ook de hele krant aan ons retour zenden met ergens bovenaan de uitroep 'Unsubscibe!' of iets dergelijks, maar dat is de meest onbehouwen manier ...)

Kopij is welkom bij Meander. Zie http://meandermagazine.net/kopij/

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)


Zie ook op onze site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * interviews * links * klassiekers * archief * mals groen * podium * auteurs

naar begin van deze krant