Wordt deze mail niet goed weergegeven? Klik dan hier!

Abonneren, opzeggen, wijzigen, schrijven, meewerken,
reageren, vragen, steunen of adverteren? Zie colofon.
Meander

Aflevering 546 * 10 september 2017
http://meandermagazine.net * http://ezine.meandermagazine.net Steun Meander
 
Schrijf je zelf gedichten en wil je een keer in Meander staan? Bied ons dan je werk aan via meandermagazine.net/p.
Dan bekijkt de redactie of we je werk interessant genoeg vinden voor publicatie in Meander.
 
Pom Wolff      Martin M. Aart de Jong      Gert Vanlerberghe      Recensies      Colofon      
Pom Wolff

In de Windroosreeks van uitgeverij Holland verscheen in 2005 het debuut van Pom Wolff (1953): je bent erg mens.  In 2006 gaf uitgeverij Holland zijn tweede bundel  toen je stilte stuurde uit. In 2014 verscheen zijn derde bundel bij Uitgeverij Douane: een vrouw schrijft een jongen.
Zijn poëziesite www.pomgedichten.nl is wereldberoemd in Nederland en Vlaanderen.
Simon Vinkenoog over het werk van Pom Wolff: "Hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid".

 

alsof

het is alsof ze is opgestaan
haar stenen bed verlaten heeft
mijn kant is uitgegaan
niet om iets te zeggen
ze wilde bij me zijn
dat wilde ze
ik hoefde niets

maar zo was het niet

niet dat ik nog iets hoorde
of iemand anders zag
er vlogen roze vogels in het rond
in mijn hoofd bedoel ik
waren we al ver  
van iedereen en alles
en het was wat het ook wilde

maar zo was het niet

niet meer

je bereidt je voor op
waar het donker zal zijn
niet eens meer dat

waar niets meer wordt
belicht – niets meer wordt
bedacht

je laatste kerst
niemand die het zegt

herinnering

ik weet je tuin nog
met een heg tegen de buren
het plastic tafeltje
voor als het weer op frankrijk lijkt

weet van de dagen
die achteloos voorbij gingen
oplosten in diezelfde achteloosheid
waarin ook wij bestonden

in de mooiste woorden
die te vinden zijn
ze had ze graag gelezen
ze wist dat hij ze schrijven zou



 
Pom Wolff      Martin M. Aart de Jong      Gert Vanlerberghe      Recensies      Colofon      
Martin M. Aart de Jong

Huil

 

I

Ik zag de besten van mijn generatie voort duwend achter winkelwagens zich volproppend met pizza's en ham en voorgekauwde reclamewaren succesvol autorijdend naar hun plekje onder de hemel dat beschut was en onder de stromende regen scholen ze in kerken van het apparaat waar verkooppraat gepreekt werd door de speakers en rustgevende muziek ze kalmeerde terwijl de fabrieken in verre landen gonsden van zwetende slaven die sliepen in onbegonnen dromen en de reisgids toonde hoe mooi alles was in perfect geschilderde hoogglans en ze dronken de dag door alsof niets dan voetbal, voetbal, voetbal en een blinkende reclame voor oranje krakende chips met hun rookwaar die kankerveel kostte terwijl hun moeder hoestend overleed in een wit gestuct hotel voor eenzame zielen waar de magnetron alles eenvormig opwarmde als Antarctica. Stomgeslagen volgers wachtend op kansen op zoek naar verbinding met de aarde waar een netwerk ze hielp hun positie te bepalen in hemelhoge kantoren draaiend om geld. Ik zag ze knielen onder knallende beats voor hun hoofdpijn vol huiswijn en uitgelijnde banen gegoogled uit glossy magazines waarin ze hun verzonnen levens etaleerden en problemen omschreven als kansen vol nut en een toekomst glimmend als Ikea in vers gelegd laminaat zonder enige speling en export en topsport en Huizen vol Holland en bier en polonaise met boottocht door de grachten met een Venetiaans gondelbekdier. Ik zag ze echo's rapen in de straten met Oud en Nieuw vol gelukkige wensen afgekaart in gedrukte sneeuw en vers ontvette schaatsen voor Friesland en ontdooide kalkoenen met uitgelegde recepten met een toetje uit een Duits geketende kruidenier. Terwijl ze hun kinderen op bed legden en voor bereidden op de wedstrijd van hun leven voor zingen en dansen en veel fluitend heg snoeien in keurige tuinen met opgeschoren sprieten en afgezette hekken waarin lentes opbloeiden en koolmeesjes nochtans hun pinda's afhaalden in een plastic tas verkochten ze hun zolders vol kitsch op Koninklijke dagen en lieten zich daarvoor telefonisch ondervragen en op de gok betalen met een staatslot en een code die ze deelden met hun uitgewoonde buren die een auto leasten met behoud van de zaak terwijl rinkelende collectanten vrijwillig werden afgescheept met een directeur in een driedelig pak. Ik zag ze smartlappen braden vol afschuw en vinyl op tafels draaien en dansen met hun buiken en opgelapte vrouwen die vreemdgingen tussen de smetteloze lakens en daarover spraken in jankende tweets waarna ze hun handen over de trekker haalden bij blondines, brunettes, tieners en dominante incontinente bejaarden die ze betaalden per minuut. Ik zag ze boekbindend instappen in virtuele verhalen hun status bepalen met tikkende vingers vegend over de bladen van hun heilige telefoon. Met apps en verbinding en 24 uurs berichten en nieuws en muziek en hijgend verspringen voor het fonkelend nieuwste in een appelig model uit oprukkend China waar Tibetanen knielden en hun zelf verbrandden voor Olympische vlammen, ik zag ze met containergevaar in de haven, lossend onder de toren met de draaiende euro een aandeel verliezen en pensioen afbouwend in woord en gebaar hun toekomst kiezend met een mindful vergeven en toets drie voor meer informatie kiezend terwijl een Mohammedaanse engel hun geestelijke ambassadeurs onthoofdde en een vliegtuig een toren invloog en verbanden verbrandde beseften ze niets dan hun gelijk als opgelapt stemvee verkozen tot uitgemolken mening van klappend publiek in een geoliede heilstaat waar kiezers hun mening verloren aan grootkapitaal en ideologen werden ingefluisterd door hysterische contribuanten van massapsychologisch onderzoek en in de avond alles stil gesust werd in praatshows op de tevreden tv. Ik zag ze hun wilde haren verliezen in gestapelde kapsalons met patat, shoarma drie soorten saus en kaas en salade afgegoten met cola en bier kotsend over kunst en gedichten en de oppas berichten dat het iets later zou zijn.

 

II

Welke idioot verbood ze te dromen en liet ze dagen baden in led licht en geloven in glimmende verhalen van een verzegelde verzekering met eeuwigheidswaarde? Wie liet ze hun namen graveren op pasjes en keurig betalen en met piepjes en pakjes langs leesogen dwalen? Wie liet ze marcheren op de Multinationale en scanderen dat ze kopen moesten, kopen en kopen: de economie. De goedschikse adder en ader de toevoer van roze stokkende zuurstof en grazige weiden en uiers vol melk en honing zoekende vierbladige klaver, alles vertrapt door de economie die abstract schuilging achter de wolken en uithing als een regenbui en zich verstopte achter krantenkoppen maar zich anoniem liet dienen door keurig geklede kapelaans met uitgelekte monden onder hun rokken en missen liet schrijven door wetenschappelijke bureaus en zich tot centrum liet wijden van een oneindig uitdijend universum vol economie. Wie haalde hun kinderen uit de schappen op zoek naar chocolade en ontleerde ze verliezen en zichzelf gelukkig te maken zonder zorgen of het wel goed was en alles was weerloos voor de economie. Wie sloot concertzalen sloopte subsidiale genoegens van krijtsteen en glimlach vol vette verbazing en onthaasting en eeuwig onbetaalbare verbeelding met een zweepslag vol realiteit dat deze ruiten aan diggels maar dan nog daar de waarheid die telde, de economie. Groeiend als een roofdier en alles belagend in de nacht en rustend op dagen dat alles prat ging op opgejaagde taxi's op Madison Square Garden uitmuntend op banken in Londen, ingegraveerd als een groot Madurodam in huidgeslagen tatoeages met een streep door Moeder en Liefde en piercings beschoten met pijn en verwarring door navels met afgebonden oerzucht naar knapperende vuren en zelf gespeelde muziek tussen de houten wagens met paarden en ezels en zwierende rokken en klappende handen, rond draaiende parasols op een kermis vol liefde met trillende lippen en armen om armen en alles ineen tijdens veel lange en langzame jaren waarin de verhalen van vader op zoon met gewoon geluk als een verliefdheid en blosjes op rood gevonkte wangen met een onbezonnen toekomst met vrijheid voor de boeg als opspringende dolfijnen maar voor ging de waarheid en alles was waarheid en waarheid was een ding, de economie.

 

III

Ik blijf bij jou pappa, ook als je nooit meer zult verhalen over de wereld en zee en chagrijnige uithalen van woede als de klok niet tikte bij wat jij deed met je vroeger geweeste haat en onbetekenende idealen op poppenhuisschaal en je dertiger jaren met kleinkinderlijke Hitlergroet en mijn moeder die nooit van je hield en de steunende daken en een rubberfabriek waarin je nooit zou kunnen aarden en een dorp dat niet begreep hoe een mens ooit kan verdwalen en nooit terug kan om het gelijk op te halen. Ik blijf bij je ook als de dood je komt halen en je magnetron piept dat het gaar is en je niet langer zult staren naar het beeld van glas. Met je hang naar het normale je boekenkasten vol voorgelezen en verteerde verhalen waar alles kunstmatig encyclopedisch volmaakt staat te wezen. Ik blijf bij je tot de jazz weerklinkt. Tot je weer terugspringt naar de vijftiger jaren en baanzoekend vindt dat je weer moet gaan varen naar het overal waar de kade opdoemt. Zou ik met je ruilen en herinneringen bepalen door mijn schoenen te poetsen voor vertrek naar de wereld? Je koers in de krant en de reis uitgelegd en de dingen gezegd hoe het weer en het nooit over liefde en de muur tussen ons van ongeziene jaren waarin moeder een scheermes langs haar polsen joeg en opgenomen. Nog weet ik hoe angst, hoe ik nooit iets meer kon schrijven en dichter werd ik nooit en jij bleef je later verbazen van wie ik het had en ik herinnerde je aan oma's verhalen maar ik was wel gek je hebt gelijk. Je leerde me sambal eten bij het ontbijt met opgebakken rijst. Je abonneerde me levenslang op Nationaal geografische bladen omdat we dezelfde initialen en ik je overleven zou. Maar nooit was ik thuis toen je later verdween. Ik ben pas thuisgekomen in rotsland. Met sneeuw onder dichtbije wolken en driemaal daags rijst. Ik kwam pas thuis in rotsland waar de kinderen met me ontwaakten en mijn dromen openbraken en we zagen hoe de nevel opbrak en hoe de nieuwe dag opkwam boven het troost zoekende land. Waar de huizen onaf, waar het water bleef stromen en we bleven maar staren naar de voortgaande stroom die ijskoud en helder ons vulde met vragen en Kumar die vroeg waar dat water, waar al dat water van kwam. Ga je mee naar rotsland en kalm en sereen en ohm machtig verklaren dat adem in een en een in een adem? Je antwoord zal nee, maar ik zal ja bewaren. Ik zal je bewaren in rotsland in een reusachtige lade. Het zal sneeuwen in rotsland en de tijd zal bepalen dat een polshorloge opgewonden zal als een eeuwige rollade in rotsland. Ik kom terug en thuis en neem je mee als een steen van het rotsland en alles wordt een en blijft een in rotsland waar water blijft stromen van hemel naar bergen van bergen naar land en van land naar de zee.

(gebaseerd op Ginsberg's "Howl")



 
Uit het interview van Alja Spaan met Martin M. Aart de Jong: Succes werd een allesbepalende norm. Ik ervaar dat regelmatig als beklemmend.   *   Maar toch heb ik het gevoel dat ik iets gemist heb. Ik had zo graag Latijn en Grieks geleerd. Misschien ga ik dat alsnog doen. Ik heb mezelf ook Devnagari leren lezen, het schrift waar Nepali en Hindi gebruik van maken.   *   Ik ben zelden gelukkiger dan wanneer ik in mijn kajak door het water snij en opkijk naar boven. Dat er gedichten op de muren staan is voor mij bijna vanzelfsprekend geworden.   *   Ik vind het eigenlijk steeds prettiger om geen bekende dichter te zijn. Ik kom er steeds meer toe om werk te lezen van anderen zonder me druk te maken of ik zelf wel zal slagen als dichter.   *   Iedere dag stroomt er weer helder water uit de kraan. Heb ik meer dan genoeg te eten. Ontmoet ik aardige mensen. Veel te klagen heb ik momenteel niet.   *   Bovendien voel ik een enorme band met de kinderen die ik heb lesgegeven in Nepal. Daar zou ik eigenlijk een boek over moeten schrijven.   *   Maar ook het werk van Delphine Lecompte vind ik geweldig. Dat je de gekte kunt loslaten op de taal. En dat de vorm daar eigenlijk een beetje achteraan hobbelt.
lees het interview
 
Pom Wolff      Martin M. Aart de Jong      Gert Vanlerberghe      Recensies      Colofon      
Gert Vanlerberghe

Dichter Gert Vanlerberghe (1986) staat al vijf jaar lang op menig podium in de Lage Landen. Bij de muzikale projecten Hersencellen, Veelvraat en Koala gaan poëzie en muziek hand in hand. Naast zijn romans, zoals Nachtprater (2017), schreef hij ook het theaterstuk Gifkind voor Studio Bernadette. Gert organiseert het Antwerpse podium Ballonnenvrees, en presenteerde de Poëziebus 2017. In januari 2018 staat hij in de halve finale van het NK poetry slam.

 

Hades

Gradaties van verveling
lopen lukraak over straat.
Hoe lang nog voor
een eerste blijk van leven
in comateuze ogen.
Hoe lang nog dolen
in deze krimpende biotoop.
Het water dient ververst,
de groeven gladgestreken.
Een simulatie van een simulatie,
het dagelijkse decor
waar onze passies beteugeld,
                      onze lusten genormaliseerd,
                                onze fetisjen gedemoniseerd.

Ze ziet een grote witte hengst in de gang,
en hij spookt als een demon achter het behang.
Een uil woont in zijn romp,
zijn ribbenkast een kooi.
Weefsel houdt hem op zijn plaats,
onderhuids zeewier in plaats van veren.
Hou hem tegen. Hij haalt het bloed
en de clous onder onze nagels vandaan.
Hij huilt naar een kazige maan
en verloochent elk bestaan
dat leugenaars bijeen hebben geschraapt.
Maakt dat hem zuiver op de graat?
We moeten wandelen met dinosaurussen
en zwemmen met de leviathan.
We zijn strijders zonder maagden,
we spijzen zonder magen,
vergrijzen in een kamer
waar de tijd ons vastgenageld.
Leven op de pof,
beven met de knieën in het stof,
streven naar een alomvattend
schema als een kader voor de regels
bij elkaar gefantaseerd
door een fantast die beweert
dat hij het leven heeft verbeterd.

Maar wij, wij vliegen in de drank,
de toog staat ermee blank.
We zwelgen in de nacht
tot onze lever het begeeft.
En elke morgen landt
een arend op onze vensterbank,
plukverse lever in de snavel.
Wij zijn een omgekeerde Prometheus.
Elke ochtend hees van de beloften
die we prevelen tegen ons spiegelbeeld.
We keilen rotsen naar beneden,
geraken van onze wijn niet af.
Een keelgat als een metrotunnel,
dát is onze straf.
En het vat is nooit af.

Stille kreten

Hier houdt zelfs de angst haar adem in.
De straten geplaveid met hun eigen sterftecijfers.
De stad schaamt zich een vooroorlogs gehucht.
Geen levende ziel hier tussen muren die krimpen.
Niemand lijkt thuis, ook niet op straat.
Een afwezigheid met de geldingsdrang van een bonzend hart,
de contouren van waar net nog een lijk lag.
Pendeldienst naar het kerkhof, waar kraaien
krijtlijntjes in onze ziel krassen. Adem stokt empathisch,
solidair met het magnetisch veld van afgesneden
praatjes onder onze voeten. Al die open eindes,
daar waar het leven zich er rap vanaf heeft gemaakt.
Half afgewerkte verhalen liggen hier voor het opgraven.
Propjes van levens die nooit nog gladgestreken
maar prominent een plek in de prullenmand innemen.
Ronde stenen van betekenis die langzaam eroderen.
Zolang wij ze vergeten zal dit fenomeen enkel toenemen.
Gekiste stille kreten.

Berichtgeving

Sommige waarheden komen van zo
diep dat je ze enkel kunt hoesten.
Ver vanuit de bast, de holle put betraliest
door ribben die bij de minste trilling breken.
Dit is geen hart dat gelucht, dit is de ziel uitkotsen,
dossiers en blauwdrukken, levenslopen verbonden
door aders en draden, convergerende verhalen.

Geef me een lepel en ik schraap de nuance van het
achterste van mijn tong, daar waar smaak zich niet waagt,
en katapulteer het in uw verbijsterde gezichten.
Zit er nog iets tussen mijn tanden?
Heb ik iets van u aan of heb ik mezelf
zonet zomaar even averechts gebraakt?
Zit mijn façade nu diep in mij verscholen, en kan enkel
een zielenknijper tot bij mijn uiterlijke schijn?

Een flinke hoestbui en alweer wat betekenis gelekt.
Als klokkenluider reis ik naar het middelpunt
van de waarheid, tot aan de nek in de lava,
een strijd tegen draken, met de hoop om af te varen
in de bloedsomloop, flarden op pad naar het brein,
van een taal die verdwijnt, een schimmenspel
van visies en kanten en water en wijn.

De dronken dans relativeert zichzelf te pletter
in het aanzien van twijfels die knagen en vreten en bijten,
een waarheid met diplomatie besmet, te beleefd en te bedeesd
om de straten met kraters te slaan, een wereld die beeft
op haar grondvesten, ontdaan van verklaringen, onwetend,
in de war, met gewiste hersenlagen, als na een coma.

Nee, niets daarvan. De diepgewortelde leugen
heeft zich goed ingedekt, tot in het beenmerg verzekerd
tegen doofpotten die overkoken, rook waar ook vuur is,
complotten die ontpoppen tot feiten. Zot zijn doet geen zeer.
Maar nog zo'n hoestbui en je wordt gehospitaliseerd.
Dingen zien die er niet zijn, daar hebben ze pilletjes tegen.



 
Pom Wolff      Martin M. Aart de Jong      Gert Vanlerberghe      Recensies      Colofon      
Recensies

Poëzie Kort 2017 / 6
Meander
In POËZIE KORT recensies over ‘Engelenspoor’ van Jan M. Meier, ‘Nieuwkijken’ van de tweekoppige Dichter des Achterhoeks – waarom niet gewoon ‘van de Achterhoek’? - en het debuut ‘Op de rand van mijn gedachten’ van Lianne Maring. (Lennert Ras & Hans Puper)
lees alles

 
Pom Wolff      Martin M. Aart de Jong      Gert Vanlerberghe      Recensies      Colofon      

Colofon

meandermagazine.net * ezine.meandermagazine.net
Abonneren, opzeggen of e-mailadres wijzigen?
Dat gaat het eenvoudigste op meandermagazine.net/service.
Schrijf je zelf gedichten en wil je een keer in Meander staan?  Bied ons dan je werk aan via meandermagazine.net/p.
Dan bekijkt de redactie of we je werk interessant genoeg vinden voor publicatie in Meander.
Ken je iemand anders die wel eens in Meander zou mogen staan? Een dichter die echt de moeite waard is en die we bij Meander tot nu toe over het hoofd hebben gezien?
Vertel het ons op contact.meandermagazine.net/tip.php.
In het colofon op de site staat, wie er meewerken aan Meander.
Wil je ook meewerken aan Meander? Bijvoorbeeld als schrijver van recensies, als interviewer of als ontdekker van nieuwe talenten?
Laat het ons weten via contact.meandermagazine.net/meewerken.php
Een vraag of opmerking over Meander? Gebruik het formulier op contact.meandermagazine.net.
Meander wordt uitgegeven door en financieel mogelijk gemaakt door de Stichting Literatuursite Meander.
Wil je Meander financieel steunen? Dat kunnen we goed gebruiken!
Maak een gift over of word voor twaalf euro per jaar Vriend van Meander.
steun.meanderstichting.info.
Adverteren in Meander? Niet duur en je bereikt aardig wat mensen die in poëzie geïnteresseerd zijn.
Vraag informatie via contact.meandermagazine.net.
ISSN 1871-1820 * Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s) of rechthebbenden.