|
<>
|
Gedichten
|
..................................................
|
|
|
ik ben vergeten welke kleur
het licht in je ogen legt, vergeten
hoe je huid ruikt, hoe je lippen
de lach van mijn lichaam willen
likken, dat je zacht kan kijken dat
het lijkt of je huilt en lang en luid
kan liegen dat je bang bent
als je alleen moet liggen
ik ben vergeten wat ik dacht
wat ik mag en niet en weet
niet meer hoe je hebt geheten
ik ben je naam vergeten
wat ik je heb genoemd, dat
ik je heb genoemd en hoe
laat het me weten
Carl de Strycker
carldestrycker@hotmail.com
luister
|
Bovenstaand gedicht van Carl de Strycker is door de redactie van Meander gekozen tot Meander's
gedicht van de maand mei 2002
|
'ik ben vergeten welke kleur' van Carl de Strycker
Besproken door Milla van der Have
Een belangrijke functie van het gedicht is voor veel dichters de mogelijkheid om in hun poëzie
de tijd te bevriezen. Zo gaf Hans Faverey een van zijn bundels de
veelbetekenende naam 'Tegen het vergeten', maar ook andere dichters, waaronder Gerrit Kouwenaar en
Harmen Wind, zien in het gedicht de mogelijkheid het vergeten tegen te gaan, de tijd als het ware
stil te zetten. Voor hen is het gedicht meer dan een letterlijke momentopname; zijn
eeuwigheidswaarde strekt zich uit tot de dichter zelf, die in zijn gedicht herinnerd zal blijven, in
een ietwat poëtischer variant van 'Wie schrijft die blijft'. In een wat aangepaste vorm
doet dit principe ook van zich spreken in Meanders gedicht van de maand mei, al geldt hier eerder
'Wie schrijft laat een ander blijven', althans een poging daartoe. Uiteindelijk moet ook deze dichter
zijn failliet erkennen.
De opbouw van 'ik ben vergeten welke kleur..' is vrij eenvoudig. De dichter begint meteen met de
mededeling 'ik ben vergeten'. Wat volgt is een uitgebreide uitleg van wat hij precies vergeten is. Het
gedicht eindigt in een smeekbede, de erkenning van het falen: 'laat het me weten'. Maar in het
tussenliggende gedeelte, de omschrijving van wat er nu precies vergeten is, komt juist ook weer
iets tot leven, zien we de, zij het vage, manifestatie van een persoon.
Tussen het 'ik ben vergeten' en de allerlaatste regel laten zich twee gedeelten onderscheiden,
één toegespitst op de ander, hoe zij (of hij) er uitzag, wat hij of zij
deed, en één over de ik-persoon zelf, wat deze dacht en wist. In het gedeelte
over de ander wordt die ander als het ware weer opgeroepen, door de opsomming van alles wat de
dichter zich niet meer herinnert. Daartoe maakt de dichter gebruik van af en toe enigszins
onalledaagse constructies. Zo spreekt hij niet over 'de kleur van je ogen' maar over 'welke kleur
het licht in je ogen legt', wat net even een iets andere omschrijving is. De huid van zijn geliefde
voelt niet strelend zacht, zoals in de reclame, maar ruikt. Lippen willen ineens likken en dan nog
wel 'de lach van mijn lichaam'. Tot slot wordt ook iets gezegd over de manier van kijken, die nu eens
niet 'lief' is, of 'zwoel', maar: 'dat je zacht kan kijken dat / het lijkt of je huilt en lang en
luid / kan liegen'. Een blik waar blijkbaar werelden in besloten lagen. Het is logisch dat de dichter
kiest voor deze niet al te gebruikelijke verbanden; wie een unieke geliefde wenst op te roepen,
wenst terug te brengen in de herinnering, zal daar waarschijnlijk niet in slagen als hij daarvoor
gebruik maakt van afgesleten clichés. Mensen met goudblonde lokken en ogen als meren lopen
er al genoeg rond in liefdesliedjes, maar die éne onderscheidt zich in alles van de anderen
en dat blijkt uit de taal van het gedicht.
Vervolgens beschrijft het gedicht wat de dichter van zichzelf, in die relatie tot de ander,
allemaal niet meer weet: 'ik ben vergeten wat ik dacht / wat ik mag en niet en weet / niet meer
hoe je hebt geheten / ik ben je naam vergeten / wat ik je heb genoemd , dat / ik je heb genoemd en
hoe'. Hier zien we feitelijk de verklaring van de oorzaak van het vergeten: de dichter is de naam
van de ander kwijt. De opvatting dat de naam van een mens zijn ziel bevat en dat degene die de naam
kent macht heeft om de genoemde op te roepen is duizenden jaren oud. Niets voor niets is het in
sommige religies verboden de naam van God uit te spreken. Het is niet verwonderlijk dat deze
opvatting juist in de poëzie tot op heden goed gedijt. Soms is poëzie niets
anders dan het noemen van de namen, het oproepen van de wezenskenmerken van het beschrevene. Juist
daarom ook maakt men in een gedicht graag gebruik van vervreemdende taal, omdat daardoor de
werkelijkheid zich in een ander, echter, facet aan ons toont. Dat de dichter in dit gedicht de naam
vergeten is, verklaart waarom zijn geliefde zich niet laat oproepen en waarom haar contouren vaag
blijven. We weten dan wel dat het licht een bepaalde kleur in haar ogen legde, maar welke kleur
precies blijft onduidelijk, wat evenzeer geldt voor de geur van haar huid. Daardoor biedt het
omschrijven van het vergeten maar tot op zekere hoogte soelaas. Zonder de naam ontglipt de geliefde
ons altijd weer.
Naast het reeds genoemde taalgebruik draagt ook het ritme bij aan de invocatie die het gedicht
beoogt. Het kent een dwingend ritme, dat ons als het ware meesleept. Naarmate het gedicht vordert,
begint dat ritme een soort hortende climax te naderen door het veelvuldige herhaling van woorden als
'en' 'wat' en 'hoe', totdat het uiteindelijk stokt in de regel 'dat ik je heb genoemd en hoe'. Een
witregel onderbreekt het gedicht, dat nu eindigt in het jammerlijke 'laat het me weten'. Het gedicht
alleen voldoet niet om de ander tot leven te wekken, de dichter heeft haar zelf nodig om zich haar
(of hem) te kunnen herinneren. De ander moet de witte plekken invullen, vandaar het 'laat het me
weten'. Daarmee is die laatste regel ook een erkenning van de mislukking. Het gedicht tegen het
vergeten heeft gefaald. Het enige wat de dichter nog kan doen is, om met Paul van Ostaijen te
spreken: 'Ik zal beginnen mijn debacle te geven'.
Milla van der Have
|
Hongerwinter
In mei bevriest de tijd
traag versplinteren de dagen
op de dode akkers ligt nu
glazen aarde tussen opgebroken
sloten schots en
scheef in grijzig waas
bij vlagen ratelt hagel
door de straten tegen muren
klimt de kilte kruipt naar binnen
dwars door ramen in de verte
kraait een haan
driemaal verraad
in mei staan bomen als geraamten
bottenpulver te verstuiven
uitgemergeld stram te wuiven
nee de hongerwinter is
nog niet voorbij.
Hugo
janzw@wanadoo.nl
luister
Graf: gekeurd en goed bevonden
I
Vadertje tijd, jij die op oude foto's
mijn plaats inneemt, ergens elders
mijn graf bewaakt,
wie ben je?
De kosmos laat zich zo inpakken
- Christo zal het doen - maar jij,
jij bent hier daar en overal
een beetje zoals een god.
En ik, vadertje tijd, weet
dat ik niets ben, dat wat ik doe
in de tijd die verstrijkt niets is,
niets dan het verstrijken van de tijd.
II
Mijn graf staat al klaar, ik heb het gezocht
en gevonden in de schaduw van een plataan.
De man die het groef leunde op zijn spade,
ik dankte hem, hij joeg mij weg,
je bent veel te vroeg.
Vanachter een haagje zag ik hoe het te snel
donker werd voor de tijd van het jaar. De man
borg zijn gereedschap in een schuurtje sloot het
rolde een sigaret en fietste heen.
Vooroverbogen liep ik naar mijn put stapte
met het ene dan met het andere been
en ging even liggen. Dit eindpunt, dit litteken
in de schoot van moeder aarde, het paste me precies.
Snel stapte ik weer uit, fatsoeneerde mijn kledij
en liep met vaste tred naar de uitgang; het
zwartmetalen hekje stond uitnodigend wijd open.
Grafdelvers hebben altijd gelijk.
Iemand riep nog tot weerziens,
zelfde plaats andere tijd.
Philip Hoorne
philip.hoorne@skynet.be
Geringde levens
Kon de ring om je vinger als bij bomen
verstreken jaren mensenleven tonen
je zou de psycholoog ontslaan
langs goudgele brede banen
transparanter dan gesprekken
de ringen verder in je leven trekken
ze stevig planten als platanen
onmiskenbaar groeiend tot het vuur
wordt aangestoken en slechts as resteert.
Annette van den Bosch
Annette7vandenBosch@hetnet.nl
luister
empty nest
de lege kamers
houden hun adem in
de ramen kijken stil
naar binnen
gordijnen wijd opengesperd
om niet te missen
wie er niet is
de telefoon verzwijgt
zorgvuldig hun stemmen
klinken in andere oren
andere handen
strelen hun pijn
delen hun brood
met andere monden
spreken ze gretig
over straks
en later
en 's avonds leg ik heimwee
in hun onbeslapen bedden
Teslo
adri.slomp@wanadoo.nl
|
|
advertentie
verbeter je schrijftalent via e-mail bij
WRITERS
@T
HOME
thuis in literatuurworkshops
klik
hier
voor meer informatie
|
|
<>
|
Recensie
|
........................................
|
|
|
Een onzichtbare weg door het leven
Vorig jaar verscheen bij uitgeverij Boekencentrum, in het speciale literaire fonds Mozaïek, de
debuutbundel 'Omwegen' van Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen, geboren in
1946). Holtrigters poëzie wordt gekenmerkt door nostalgie – diverse gedichten gaan
bijvoorbeeld over "thuiskomen" – en sterke beelden, zoals in:
AARDE
Zoals ze leefden zo liggen ze hier
ook begraven, dicht op elkaar, bijna
hand in hand.
Spandiensten verleent men elkaar
tot op de rand van de dood.
Blinde paarden draven erheen,
met koetsen maar zonder koetsiers.
Het is het geheim van de hemel.
Zo hoog komen de mussen niet,
waar de zwaluwen buitelen, tuimelen
door de geweldige ruimte.
Soms zijn Holtrigters gedichten expliciet religieus. Zo staat er in het afsluitende vers van de
eerste afdeling van de bundel: "Buiten God is er niemand die weet wie je bent." Ook de
andere twee afdelingen in 'Omwegen' besluiten elk met een gedicht dat duidelijk religieuze noties
bevat.
Bovengenoemde eigenschappen (bezinning, verbeelding en religie) vormen de schakel die het werk
van Juliën Holtrigter verbindt met het werk van Henk van Loenen, in het dagelijks leven docent
beeldende vorming en levensbeschouwing. Ik noem deze achtergrond niet zomaar: het onderstreept het
gevoel dat ik bij verschillende gedichten in deze bundel had. Namelijk dat het eigenlijk gedichten
zijn bij schilderijen, zij het dat er hier geen "plaatjes" bij staan. Veel van Holtrigters
verzen zien eruit als een abstract schilderij, met beelden die naast elkaar gezet een bepaalde,
moeilijk precies te omschrijven spanning oproepen. Verwachting. Onzekerheid. Dat soort onbestemde
gevoelens roepen deze gedichten op. Een voorbeeld:
LANDINWAARTS
Nacht nog op zee, sterren erboven,
het land links en rechts van de ruigte,
moeras.
Kijkend, wadend door laaghangend licht,
de doornen ontwijkend,
gaan wij op weg naar de top.
In schoenen van aarde steken haar voeten
asgrijs, zwart, heimweegroen,
een etmaal klimmen in mottige wolken
en nog verbergt zij haar hoogte.
Daarboven stroomt water uit rotsen,
daar waanzint de wind,
Ongelooflijke zon laat zich zien.
Het regent alleen boven zee.
Ook in dit gedicht zijn trouwens nostalgie ("heimweegroen") en godsdienst ("water
uit de rots") aanwezig. Maar bergtoppen zijn nu eenmaal van oudsher religieuze plaatsen.
Een ander opmerkelijk motief in 'Omwegen' is de verkenning van wat ik maar even de geheime gebieden
van de werkelijkheid noem. Holtrigter heeft het over "materie waarvan wij niets weten", "verbogen
weten", "de laatste geheimen" en "[onleesbare] codes". Wat is de zin van de werkelijkheid, van het
leven waarvan wij elke dag opnieuw grote stukken vergeten? De laatste zin van het gedicht 'Een grijze
ochtend', waarmee de derde afdeling ('Het gat in de tijd') opent, is denk ik een kernzin in deze
bundel: "Ik liep er doorheen en / bedacht een onzichtbare weg" (p. 35). In Holtrigters optiek is het
leven van de mensen een onzekere reis, die ook zwarte kanten kent, zoals de oorlog in 'Museum',
en soms gevaarlijk dicht in de buurt komt van zinloosheid en nihilisme: "Dat alles doodgaat, dat
niemand weet hoe" (p. 19).
Juliën Holtrigter leverde met 'Omwegen' een stevige, doordachte bundel af, die zeker kan
concurreren met wat er aan hedendaagse poëzie her en der verschijnt. Op het terrein van de
christelijke literatuur, waar de meeste uitgaven het logo van Mozaïek dragen, is Holtrigters
bundel een hoogtepunt.
Wie daar meer over wil weten, verwijs ik naar mijn
jaarverslag 2001.
Juliën Holtrigter: 'Omwegen'
Mozaïek, Zoetermeer 2001, ISBN 90-239-9055-2
48 blz.; € 11,90
Zie voor bestelinformatie: Uitgeverij Boekencentrum
Bert van Weenen
redactie@chroom.net
|
|
advertentie
tijdschrift SCHRIJVEN tussen fascinatie en publicatie |
|
Diamonds r 4 ever klik hier |
|
|
Meander's Prikbord
|
SCHRIJVEN ... temidden van een stiltegebied, op een oud landgoed in de uitlopers van de Spaanse Pyreneeën!
Dat kan in de eerste twee weken van juli, o.l.v. van Jan van de Mast.
www.lacolina.nl
|
Bezoekt allen de schitterende site van de veelzijdigste dichter sinds Jezus Christus:
www.starik.nl
|
|
<>
|
Nieuws
|
......................................
|
|
|
Bevrijdt poëzie?
De maandelijkse zondichtmiddag van de Stichting Literaire Aktiviteiten 's-Gravenhage (SLAG) staat
op deze bevrijdingsdag in het teken van de vraag of poëzie bevrijdend en genezend werkt. De
dichters Bernhard Christiansen, Klaske Havik, Sylvia Hubers en Sebas Veldhuisen en de muzikale
cabaretiers Krikke en Ikke geven antwoord onder leiding van Karel van den Berg. Aan uw eigen
bevrijding kunt u werken op het Open Podium.
Plaats: TOUSS 50, Toussaintkade 50, Den Haag
Tijd: vanmiddag, zondag 5 mei, aanvang 14.00 uur
Entree: € 4,50, scholieren, studenten en senioren € 3,50
Zie ook slag.denhaag.org/index.html
Dwaalgasten
Deze maand komt bij uitgeverij Thomas Rap Dwaalgasten uit, de tweede bundel van Alfred
Schaffer. Schaffer debuteerde in 2000 met de bundel Zijn opkomst in de voorstad, die werd
genomineerd voor de C. Buddingh-prijs en waaraan onlangs de eerste Jo Peters Poëzieprijs werd
toegekend. De presentatie van Dwaalgasten vindt plaats op woensdag 8 mei van 19.30 uur tot
ca. 21.00 uur in boekhandel Van Rossum, Beethovenstraat 32, Amsterdam. De dichters Ilja Pfeijffer en
Ramsey Nasr zullen enkele gedichten voordragen uit eigen werk en Rob Schouten houdt
(onder voorbehoud) een kort interview met Alfred Schaffer.
Meer informatie bij de uitgeverij, tel. 020 305 98 26 (Amsterdam)
Moedertaal
Eveneens deze maand verschijnt bij uitgeverij De Distel Moedertaal, een bundel gedichten
van Stephan Soens. De bundel wordt gepresenteerd op zaterdag 11 mei om 20.00 uur in
'De Heerlijkheid', Zeger van Heulestraat 60, Heule. Woordkunstenaar Pol Vermeersch leidt de
bundel in. Marie-Louise Goyvaerts en de auteur dragen gedichten uit de bundel voor. Het
Uruguayaans-Paraguayaans duo Cacho Aguirre en Diosnel Barrio brengt Latijns-Amerikaanse
harp- en gitaarmuziek en zang.
Meer informatie bij de uitgeverij, tel. 02 426 14 70 (Brussel)
Reinaard de Vos
Op donderdag 9 en zondag 12 mei wordt in de Haagse Kunstkring een minifestival gehouden rond Van
den Vos Reynaerde, het meesterwerk uit de middelnederlandse letterkunde. Op beide dagen is
er een middag- en een avondprogramma, onderbroken door een maaltijd. De hoofdmoot bestaat uit
een marathonlezing van het hele literaire werk op zondag door de acteurs Annelies van der Bie,
Rein Edzard, Joop Keesmaat, Mieke Lelyveld en Tatiana Radier. Op donderdag is er een inleiding,
film en muziek rond Reinaard de Vos.
Plaats beide dagen: Haagse Kunstkring, Denneweg 64, Den Haag
Tijd eerste dag: donderdag 9 mei, 15.30 - 21.00 uur
Entree € 6,-, leden HKK, CJP, 65+, Ooievaarspas € 3,50, maaltijd € 7,50
Tijd tweede dag: zondag 12 mei, 15.30 - 21.00 uur
Entree € 8,-, leden HKK, CJP, 65+, Ooievaarspas € 4,50, maaltijd € 7,50
Reserveren: secretariaat Haagse Kunstkring, tel. 070 364 75 85 (maandag t/m vrijdag tussen 12.00 en 17.00 uur)
Zie ook www.haagsekunstkring.nl
Bron: Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Lombok leest & luistert
Lombok is misschien wel de meest literaire wijk van Utrecht. Het bruist er van de verhalen uit
minstens dertig verschillende culturen. De Stichting Literaire Activiteiten Utrecht (SLAU)
organiseert -samen met een aantal andere instellingen- het eerste van een serie jaarlijkse
literaire wijkfestivals dan ook in Lombok. Het literaire festival Lombok Leest & Luistert
vindt plaats op 10, 11 en 12 mei. Onderdeel van het festival is het literaire programma Lomboks
Landschap met o.a. Adriaan van Dis, Nazim Hikmet (poëzie) en Mimoun el Walid (liederen).
Plaats 'Lomboks Landschap': Sint Antonius van Paduakerk, Kanaalstraat, Utrecht
Tijd: zaterdag 11 mei, 19.30 uur (zaal open 19.00 uur)
Entree: € 5,00
Reserveren bij de Stadsschouwburg Utrecht, tel. 030 230 20 23
Zie voor een overzicht van het gehele programma: www.slau.nl/activiteiten/lombok/index.html
Praat mee over Marquez
Leesgroep De Groene Waterman bespreekt op 16 mei het boek Liefde in tijden van cholera van
Gabriel Garcia Marquez. Elke deelnemer verbindt zich ertoe het gekozen boek grondig te lezen. Graag
vooraf inschrijven.
Plaats: boekhandel De Groene Waterman, Wolstraat 7, Antwerpen
Tijd: donderdag 16 mei, 20.00 uur
Meer informatie: tel. 03 232 93 94
Fraaie boeken
Nog tot 27 mei worden de fraaist vormgegeven Nederlandse boeken van 2001 tentoongesteld in het
Stedelijk Museum in Amsterdam.
Plaats: Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam
Tijd: tot en met zondag 26 mei, dagelijks van 11.00 tot 17.00 uur
Zie ook www.stedelijk.nl/ned/index.html
Poëziekrant
In Poëziekrant 2, een uitgave van het Gentse Poëziecentrum drie interviews: een
met de Zuid-Afrikaanse schrijfster Riana Scheepers die onlangs debuteerde als dichteres, een met
dichter-schrijver Mark Boog over schepping en dood in zijn debuutbundel Alsof er iets gebeurt
en een met Dirk van Bastelaere over poëzie, politiek en ethiek, naar aanleiding van zijn
essay-bundel Wwwhhhoooossshhh. Verder o.a. een beschouwing over de visuele poëzie van
Paul de Vree en poëzie van Frieda Hughes (vertaald door Peter Nijmeijer), Peter Theunynck
(bij foto's van Kristof Ghyselinck), Esther Jansma, Kris Pint, Mark Tritsmans en Joris Iven. Met
recensies en literaire informatie.
Losse nummers en abonnementen kunnen worden aangevraagd via
info@poeziecentrum.be
Zie ook www.poeziecentrum.be
Aan mijn dierbare Cecilia
Sinds kort is de website 'Aan mijn dierbare Cecilia, zestiende-eeuws lief en leed in brieven' te
bekijken. Marijke van der Wal stelde de website samen met technische ondersteuning van Jan
Helwig. Meer dan vierenhalve eeuw nadat Cecilia ten Water, geboren Van Spulde, in Zwolle brieven over
het lief en leed van haar familieleden ontving, staan nu het verhaal rond die correspondentie en de
tekst van de brieven zelf op een website, bestemd voor zowel vakgenoten als belangstellenden die
graag een blik in het persoonlijk leven van mensen uit het verleden werpen.
Zie www.let.leidenuniv.nl/Dutch/Cecilia/index.html
Bron: Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Poëzie op vuilniszakken
Binnenkort zal in Kortrijk een gedicht van Tom Lanoye op de vuilniszakken prijken. Maar ook de
Kortrijkse huisvuilwagens zullen weldra rondrijden voorzien van gedichten van onder meer Hugo
Matthysen, Herman de Coninck, Guido Gezelle, Jacques Prévert, Goethe en Martialis. Het
stadsbestuur wil zo een bijdrage leveren aan de verspreiding van cultuur en tegelijkertijd de stad
mooier en aangenamer maken. Het project 'Dichter bij de mensen' hoopt door toegankelijke teksten van
gerenommeerde schrijvers op huisvuilzakken te plaatsen en op grote schaal te verspreiden, de
bevolking cultuur bij te brengen. Bovendien ziet het stadsbestuur in de witte vuilniszakken met
zwarte opdruk een middel om de verzuring in de maatschappij tegen te gaan. Tot nu toe waren de
Kortrijkse huisvuilzakken donkergrijs.
Bron: Gazet van Antwerpen
|
|
advertenties
Schrijf je om te publiceren?
Durf jij de uitdaging met jezelf aan?
Surf dan naar: www.writersathome.nl/WerkgrSel.htm
Je aanmelden voor de eerste ronde kan nog tot en met woensdag 15 mei a.s.!
|
<>
|
Artikel
|
..................................................
|
|
|
Hier ligt Poot, hij is dood
Het grafschrift als poëtisch genre
door dr. M.A. van den Broek
(In iets andere vorm eerder verschenen in ASSOCIATIE-MEMORIAAL)
Hier ligt mijn lieve echtgenoot
Men zegt, in 't rekenen was hij groot
Maar ik zeg tot mijn groot verdriet
Vermenigvuldigen kon hij niet.
(Dixit de kinderloze weduwe van een boekhouder)
Wie tijdens een wandeling over een kerkhof zijn oog laat gaan over de aldaar aanwezige
grafmonumenten, stelt vast dat de meeste zerken niet alleen zijn voorzien van de naam en de
geboorte- en sterfdatum van de overledene, maar dat er ook dikwijls nog een bijbeltekst of
een literair citaat is toegevoegd. Soms heeft de achterblijvende partner zelfs een eigen tekst
laten aanbrengen, die vaak belangwekkende informatie bevat over de overledene of over diens
relatie met de nabestaande(n). In het laatste geval wordt niet zelden de behoefte zichtbaar om
diepe gevoelens en emoties in een poëtische vorm te uiten, waardoor in diverse gevallen
versregels ontstaan, die blijk geven van een opmerkelijk dichterlijk talent of van een
bewonderenswaardige originaliteit.
De gewoonte om een dergelijk grafschrift of epitaaf (< gr. epitaphion) aan te brengen, is al
heel oud. Reeds de oude Grieken kenden dit gebruik, een usance die - zoals dit met heel veel
culturele verworvenheden het geval is geweest - door de Romeinen werd overgenomen en doorgegeven
aan onze West-Europese beschaving. Vooral in Engeland vond dit fenomeen reeds vroeg ingang, en zo
vinden we dan ook al in de vijftiende eeuw de eerste Engelstalige grafschriften. In de zestiende
eeuw ontwikkelt het epitaaf zich in Engeland zelfs tot een literair genre dat in de zeventiende en
achttiende eeuw tot grote bloei komt. Een van de meest bekende voorbeelden uit die tijd vormt zonder
enige twijfel de tekst die zich op het graf van William Shakespeare in Stratford bevindt:
Good frend for Jesus' sake forbeare,
to dig the dust enclosed heare:
Blest be the man that spares thes stones,
And curst be he that moves my bones.
Bekende auteurs als Alexander Pope en William Wordsworth waren enthousiaste beoefenaren van deze
kunstvorm. Vooral de eerste heeft talloze grafschriften op zijn naam staan, waaronder het volgende,
waarmee de grote natuurkundige Isaac Newton de laatste eer wordt bewezen:
Nature, and nature's laws,
Lay hid in night,
God said, let Newton be!
And all was light.
Ook de volksmond is op dit gebied bijzonder vruchtbaar geweest. Vaak wordt gerefereerd aan het
beroep van de overledene, waarbij dan - en dat geldt vooral voor de in Engeland voorkomende
grafschriften - de zaak nogal eens in het humoristische vlak wordt getrokken. Zo staat bijvoorbeeld
op de begraafplaats van de St. George-kerk in Edinburgh op het graf van een tandarts te lezen:
Stranger, tread this ground with gravity.
Dentist Brown is filling his last cavity.
Bijzonder aardig is ook de tekst die bewonderaars van een bekende Engelse actrice, genaamd
mrs. Oldfield, op haar grafsteen lieten aanbrengen:
This we must own in justice
To her shade:
It was the first bad exit OLDFIELD
Ever made.
Dat er onder diegenen die zich beroepsmatig met het recht in zijn diverse verschijningsvormen
occuperen, nogal eens lieden voorkomen die het met datzelfde recht niet altijd even nauw nemen, is
genoegzaam bekend. Wie kent niet de 'advocaat van kwaaie zaken', en worden in Duitsland de heren
juristen niet vaak (schertsenderwijs) als 'Rechtsverdreher' betiteld? Ook in de sfeer van het
notariaat gaan de deskundigen soms niet bepaald oprecht te werk, en zo getuigt dan ook het
grafschrift van een zekere notaris Sterk, dat reeds tijdens zijn leven door hem zelf geconcipieerd
en op zijn uitdrukkelijke wens op zijn zerk werd aangebracht, niet alleen van een zekere zelfspot,
maar tevens van zelfkennis:
Hier ligt een eerlijke notaris.
Dat is Sterk.
Maar niet alleen juristen wijken bij tijd en wijle af van de voor hen geldende gedragscode, ook
sommige geleerden gaan niet altijd op wetenschappelijk verantwoorde wijze te werk. Soms worden
onderzoeksgegevens op een bepaalde manier gemanipuleerd om tot het resultaat te komen dat de
onderzoeker idealiter voor ogen stond. Een dergelijke handelwijze is bijvoorbeeld mogelijk in de
paleontologie. Reconstructies van gevonden botten en beenderen zijn immers niet altijd meer op hun
juistheid te controleren. Dat er op dat punt in het verleden kennelijk wel eens bepaalde
mystificaties tot stand zijn gekomen, bewijst dit grafschrift van een paleontoloog (waarvan voor
de overledene tegelijkertijd een zekere dreiging uitgaat):
Die aan de aard' ontgroef been, bekken, bot en tand
van d'uitgestorven aap, van mens en olifant,
en bijna leven blies in 't uitgeblazen leven,
ligt, uitgeblazen zelf, te rillen en te beven.
Want vindt men hem eerlang tot knook en koot vergaan;
Welk monster zal men uit zijn ribben samenslaan?
Iemand die in de uitoefening van zijn beroep dagelijks met de dood werd geconfronteerd en in het
begrafeniswezen zeker als een deskundige mocht worden beschouwd, was de aanspreker. Hij was een
soort wandelende rouwkaart, die bij het overlijden van een dorpsgenoot persoonlijk aan de deur
kwam om het heengaan van de betrokkene aan te zeggen. Tragischerwijze is de aanzegger - ook wel
'doodbidder' genoemd - nimmer in staat geweest om van zijn eigen overlijden kond te doen, hetgeen
uit onderstaand grafschrift van de hand van Fons Jansen blijkt:
Deze bidder had veel verstand van zijn zaken.
Maar zijn eigen dood heeft hij toch niet bekend kunnen maken.
Dat de kwaliteiten en vaardigheden die de overledene tijdens zijn leven bezat, hem na zijn
overlijden helaas niet langer ten dienste staan, moge een ieder duidelijk zijn. Dat de wens daartoe
bij de betrokkenen echter wel degelijk aanwezig kan zijn, bewijst o.a. de tekst, die wij aantroffen op
het grafmonument van een voormalig conferencier, wiens taak het immers was de diverse acts der
optredende artiesten door middel van zijn grappen en grollen aan elkaar te lassen:
Ik vulde voor de kost
pauzes, leegten en hiaten.
Ik wou dat ik mijzelf
nu aan elkaar kon praten.
Een enigszins vergelijkbaar grafschrift werd geschreven door de in de jaren vijftig zeer bekende
John O'Mill, die Hugo de Groot, die zoals bekend uit zijn gevangenschap op het slot Loevestein
wist te ontsnappen door zich in een boekenkist te verbergen onderstaande verzuchting in de mond
legt:
Ik wou dat ik een truukje wist
om te ontsnappen UIT een kist.
Dat dichters en tekstschrijvers al of niet postuum grafschriften voor vrienden of kunstbroeders
vervaardigen, is overigens geen zeldzaamheid. Zo verwerkte Gerrit den Braber de televisieroem van
collega Willem Duys als volgt in een epitaaf:
Een zerk met ingebouwde buis.
Zo eert Philips Willem Duys.
De o.a. door zijn sonore grafstem indertijd bij veel radioluisteraars en televisiekijkers bekende,
inmiddels zelfs reeds lang overleden dichter Cees Buddingh' heeft in het onderhavige genre ook het
een en ander gepresteerd. Voor Anton van Duinkerken, die zoals zo vele literaten over een prachtige
dorst beschikte, dichtte Buddingh' de verzuchting die de godvruchtige overledene met aan zekerheid
grenzende waarschijnlijkheid in het hiernamaals zal hebben geslaakt:
Engelen genoeg,
maar nergens een kroeg.
"Van de doden niets dan goeds", zo luidt een bekend gezegde. Derhalve hoort men
tijdens uitvaartplechtigheden louter lovende woorden met betrekking tot de overledene, ook al is de
betrokkene tijdens zijn leven nu niet bepaald het toonbeeld van een braaf en rechtschapen mens geweest. Een kras voorbeeld van iemand die in feite pas na zijn overlijden grote waardering ondervindt, vormt de door Cees Buddingh' vervaardigde graftekst:
Hier ligt Gijs van Amerongen
In de grond geen kwaaie jongen.
Bovennatuurlijke verschijnselen willen zich bij voorkeur nog wel eens op kerkhoven manifesteren,
meestal in het duister van de nacht. Wie kent niet de huiveringwekkende verhalen van lieden die vaak
op overtuigende wijze verslag uitbrengen van hun nachtelijke ontmoetingen met op de dodenakker
rondwarende geestverschijningen of overledenen die al of niet onder het slaken van ijselijke
geluiden plotsklaps uit het graf oprijzen. Dat een dergelijke verrijzenis zich ook op klaarlichte
dag - en dat zelfs regelmatig - kan voordoen, bewijst deze tekst van Fons Jansen op de grafsteen van
een roddelaarster :
Ik ben even afwezig,
en vraagt u waarheen?
Ik ben twee graven verder,
bij juffrouw Van Veen.
Dat veel mensen proberen om zelfs over hun graf heen te regeren, is genoegzaam bekend. Dat er ook
lieden zijn die na hun dood nog reclame voor hun product of dienst trachten te maken, komt minder
vaak voor. Hier volgt een voorbeeld van een voormalig ondernemer uit de erotische dienstensector:
Hier rust Ijzeren Willem,
echtgenoot van blonde Rie.
Wie de weduwe wil troosten:
als altijd Oude Gracht nummer drie.
Kan de nabestaande in het bovenstaande geval in zekere zin als een verre geestverwante van Franz
Léhars "Lustige Witwe" worden beschouwd, voor de in het volgende grafschrift
getypeerde dame geldt eerder het tegendeel:
Here lyeth ye body of Martha Dias
always noisy not very pious
who lived to the age of 30 and ten
and gave to the worms what she refused to men.
Ter afsluiting een tekst die, hoewel van een weergaloze beknoptheid en verpletterende eenvoud,
desalniettemin een maximum aan informatie en tegelijkertijd een onomstotelijke waarheid bevat. Het
is het epitaaf dat wij aantreffen op de zerk van de achttiende-eeuwse dichter Hubert
Cornelis Poot:
Hier ligt Poot,
hij is dood.
Dr. M. A. van den Broek
m.a.broek@planet.nl
M.A. (Rien) van den Broek (*1936) was als germanist ruim 20 jaar verbonden aan de letterenfaculteit
van de Vrije Universiteit. Van zijn hand verschenen o.a. De spreekwoorden van Jacob Cats
(De Vries-Brouwers, Antwerpen 1998) en het Alcoholisch Spreekwoordenboek (L.J. Veen,
Amsterdam 2000). In de tweede helft van mei verschijnt - eveneens bij L.J. Veen - het Erotisch
Spreekwoordenboek; prijs € 10,00
|
|
|
<>
|
Site
|
..................................................
|
|
<
|
Colofon
|
..................................................
|
| |
Redactie
Adelheid Bekaert,
Annette van den Bosch,
Yvonne Broekmans,
Edith de Gilde,
Milla van der Have,
Yves Joris,
Gerard Kool,
Joop Leibbrand,
Vincent Scholze,
Marnix Speybroeck,
Rob de Vos,
Elly Woltjes.
Vrijwillige bijdragen voor Meander zijn vanuit Nederland welkom op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.
Vragen over Meander? Stuur een e-mail
Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen
teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en
uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
|
|
Kopij is welkom bij Meander. Zie:
http://meander.italics.net/kopij/
Abonneren en opzeggen
Zie http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander
of
Abonneren door een mail aan meander-request@lists.nl
met als onderwerp: subscribe
Opzeggen door een mail aan meander-request@lists.nl
met als onderwerp: unsubscribe
|
|
|