Meander op Zondag
Afl. 194   /   18 augustus 2002
Gedichten - Fries - Recensies - Nieuws - Artikel - Proza - Colofon

Meander verschijnt om de twee weken via e-mail  *  Site http://meander.italics.net
Abonneren, adres wijzigen of opzeggen? Kopij insturen? Zie onderaan de krant hoe dat kan.


<> Gedichten ..................................................
 

De kuise hand

Ik droomde mij een teer en breekbaar mens,
een weerloos kind. Ik wist daarbij uw geest
als mijn geleide, mijn hand uw instrument.

Ik voelde haar vijf droevige geheimen
en bad haar magere vingerkootjes
als een rozenkrans, behoedzaam
en teder. De vlijmscherpe
streling van haar adem smeekte
in mij als striemende bloemen.

Mijn gedachten lagen naakt
als pijnscheuten op het altaar
van mijn geweten, het verweer
tegen haar schoonheid was breekbaar
als haar hals tot macht en onschuld
zich aan uw beschikking onderwierpen.

Ik droomde mij een zwak en weerloos kind,
een breekbaar mens. Ik wist daarbij mijn hand
als uw geleide, uw geest mijn instrument.

G. M. Berelaf

auteurspagina G. M. Berelaf




Muziek voor haar

Wolfgang,
zie je haar
warme ogen stralen
zie je haar lachende lippen?
schep de liefste minnezangen
die je kan bedenken
voor en over haar

Franz,
zou je haar
durven aan te kijken
aan te spreken aan te raken?
of zou je liever afgewend
een romantisch liedje schrijven
voor en over haar?

Claude,
zie je haar
dartel dansen springen en
lichtvoetig bloemen strooien?
laat je sprankelende klanken
vrolijke franse tonen klinken
voor en over haar

Wolfgang Franz Claude,
maak voor haar het allerliefste
maar als ik je bidden mag
geef het haar nog niet
wacht op mij
ik wil er bij zijn
het duurt niet meer zo lang

Hans Hamburger

auteurspagina Hans Hamburger




arboretum

Onder een kolossale, bloeiende linde
stonden wij, in de geur van verse
ontbijtlakens, orgeltonen van volken
dwaze bijen, een kathedrale koelte
en naast ons de geluiden van water
over witte stenen.

Jij wilde dit vastleggen, op je hand
schrijven voor later,

maar de metalen dame kwam zeggen
dat onze groep zo niet kon blijven
staan en langs een douglasspar en een
plataan zijn wij toen doorgelopen naar
de altijd groene sequoia.

Thom Schrijer

auteurspagina Thom Schrijer




Nette armoede

Een huis vol ingebeelde warmte:
een kale overloop, twee bordkartonnen
kamertjes, zeil op de vloer,
je ouders beneden bij buis en oliehaard.

Het licht dat we verkilden met een lap
over de peer: Little Red Rooster.
Een foto van Buddy Holly die wij afwisselend
bewonderden om zijn dood en om zijn bril.
Als het meezat had je gestolen sigaretten.

Het waren lange avonden, toen, voor de zomertijd,
maar vanwege de fabriek hield ik je
voor op zijn minst vermogend:
door de lopende band tot The House of the Rising Sun.

Als je trakteerde mocht ik kiezen tussen
Arie de Pechvogel of Ad Patat.

We schurkten wat bijeen in zelfverzonnen illegaliteit,
zo 'n beetje als op school in het toilet of achterin
het fietsenhok, blij met het zachtjes tikken van de regen
op het zolderraam.

Een hoogtepunt noemden wij dat.

Kees Klok

auteurspagina Kees Klok




Landkaart

Nadat we onze lichamen in kaart
hadden gebracht, vouwde ik je open,
vond ik je mond buiten proporties

Overdag hadden we al na een uur onze
fietsen in de berm gelegd om op de
kaart het dorpje te zoeken waarvan
we de naam al lang vergeten zijn

Niet dat we ons geheugen in Frankrijk
achterlieten, maar voor ons lag ineens
die rivier, aan de afbrokkelende oever
wilden we wonen, namen van schepen
lezen, van buiten leren, opschrijven

We wilden niet meer dwalen, we wilden
daar blijven, onze lichamen werden lijven

Herbert Mouwen

auteurspagina Herbert Mouwen




 



advertentie

verbeter je schrijftalent via e-mail bij

WRITERS @T HOME
thuis in literatuurworkshops
klik hier voor meer informatie



<> Fries ..................................................
 


Het Frysk Letterkundich Museum en Dokumentaasjesintrum (FLMD) te
Leeuwarden stuurde ons een gedicht van Margryt Poortstra, uitstekend geschikt om een hart te steken onder de riem van iedereen die moe van vakantie thuiskomt.



thús

fyn ik dy dochs werom:

do hast myn hūs bewenne
de planten wetter jūn
de sinneskermen deldraaid
en it skaad bewarre

hast oan my tocht
doe't ik dźrbūten wie
de mouwen opstrūpt
om it fan de see te winnen
hast my wol sjoen
doe't ik allinnich
op de bergen stie

ik bin werom:
ik sil dy yn dyn seilen blaze
smyt do my dan dyn klimtou ta

Margryt Poortstra
uit Ferrifeljend glźs


De (letterlijke) vertaling is van Andrys Stienstra


thuis

vind ik je toch terug:

je hebt mijn huis bewoond
de planten water gegeven
de zonneschermen naar beneden gedraaid
en de schaduw bewaard

heb je aan mij gedacht
toen ik daarbuiten was
de mouwen opgestroopt
om het van de zee te winnen
heb je mij wel gezien
toen ik alleen
op de bergen stond

ik ben terug:
ik zal je in jouw zeilen blazen
smijt jij me dan jouw klimtouw toe



Frysk Letterkundich Museum en Dokumentaasjesintrum
www.flmd.nl
e-mail: post@flmd.nl
 



advertentie

Ben jij een gevorderde auteur en wil je intensief en serieus met anderen aan je teksten werken?
Ben jij op zoek naar professionele feedback?

Deelname vanaf slechts Euro 15,00 per maand!
www.writersathome.nl/WerkgfWr.htm



<> Recensies ........................................
 

Een zachte somberheid

Een recensie door Joop Leibbrand


Miriam Van hee gaf de eerste afdeling van haar nieuwe bundel de bramenpluk ('aan boord') als motto een citaat van Anne Carson mee: 'Dat zijn we. Schepsels die een heuvel opgaan.' Wie had verwacht vervolgens gedichten te lezen waarin onbekommerd de hoogste toppen beklommen worden teneinde zorgeloos en vrij van weidse vergezichten te kunnen genieten, komt bedrogen uit. Het ik-personage torst een last mee die sterk doet denken aan de onmogelijke opdracht waarvoor Sisyfus zich gesteld zag: het tot het eind zijner dagen moeten proberen een rotsblok over de top van een berg te rollen in het volle bewustzijn van de wetenschap dat het hem halverwege de helling al zal ontglippen. De loodzware steen die Van hee met zich mee zeult is het dubbele besef dat alles weliswaar vergankelijk is, maar dat waar de tijd voorbijgaat dit wel het enige leven is dat je kunt leven en moet leven.
De gegeven grondtoon van de bundel is er een van somberte, van existentiële angst, maar daarboven klinkt iets door van de moedige wil zich in dat onontkoombare verstrijken van de tijd staande te houden en dan het ogenblik te waarderen waarop dat lukt, omdat de ik zich dan voor het leven verantwoordelijk weet te voelen. In het titelgedicht schrijft zij: en laat, wat onbereikbaar lijkt / zo blijven, want alles heeft een prijs: (...) // neem dus je tijd, (...) // en als je denkt dat je kunt blijven, / keer terug naar waar de tijd / voorbijgaat en het licht van kleur / verandert, waar de koelkast aanslaat / waar iemand gaten in de muren boort / waar nog vannacht de wind opsteekt, / de herfst begint, waar iemand / op je wacht.

De telkens terugkerende notie het is de tijd die wij / voorbij zien gaan wordt door Van hee in veel gedichten versterkt door haar te verbinden met de vanitasmotieven 'wind' en vooral 'reizen': per auto, boot en trein. Aankomen en vertrekken, er zijn en er niet zijn, voorbijgaan, voorbij zijn en verdwijnen - en het daarbij niet voor het kiezen te hebben -, het is zoals Van hee het leven ziet.
Knap is hoe zij het snelle voortgaan van de tijd benadrukt door momenten van letterlijke stilstand in te voegen: een hond, een paard, een reiger, gieren, zelfs een fiets staan of zitten onbeweeglijk. Ook kou is een vorm van stilstand die vaak genoemd wordt en verder sneeuwt het opvallend vaak, maar dat is natuurlijk tegelijk iets wat de verkilling toedekt en dus verhult.
Maar over dat alles heen schijnt in deze bundel voortdurend en op allerlei wijzen 'licht', dat zonder iets op te lossen, wel verlicht:

licht

licht uit een ander seizoen,
romig en wit, is de kamer
binnengekomen en schuift
langzaam verder over de kast,
de russische theepot, het valt
op de foto van een gezin
rond de tafel, een dag
in de zomer: gebak, limonade
met langzame teugen

troost komt niet van het licht
waar het om gaat is
dat het verandert,
verdwijnt en terugkomt

vanwaar ook verdriet


In die slotregel wordt de gehele bundel samengevat. Dat alles voorbijgaat is namelijk zowel een bron voor verdriet, als een reden om je te realiseren dat het nergens voor nodig is om verdrietig te zijn, omdat namelijk óók alles doorgaat.
Op dat evenwicht heeft Miriam Van hee een mooie, toegankelijke bundel geschreven. Uiteindelijk lijkt Sisyfus toch met zijn steen verzoend te zijn.


Miriam Van hee - de bramenpluk
De Bezige Bij
54 blz., € 16,50
ISBN 90 234 0114 X


Joop Leibbrand





Poėzie Kort

door Milla van der Have


In iedere aflevering van het weekblad Vrij Nederland staat achterin de scrypto, een hersentergende mengeling van een kruiswoordraadsel en een cryptogram Door de vele doordenkertjes is het een verslavend soort puzzel, des te meer omdat degene die hem helemaal oplost, wordt beloond met een boekenbon.
Deze keer in Poëzie Kort twee bundels met eveneens puzzelachtige eigenschappen - al blijft de oplossing hier vaak in het duister.

Paul Bogaert - Circulaire systemen

Paul Bogaert wijdt zijn nieuwste bundel aan een aantal circulaire systemen. Op de achterflap staan ze genoemd, van een roltrap tot het bed der geliefden, waardoor ieder gedicht een puzzeltje wordt om te zien welk systeem er beschreven wordt. Heel flauw staan er op die achterflap natuurlijk meer systemen dan er gedichten zijn, waardoor het lezen op zich al een circulair systeem wordt.
Nu is poëzie natuurlijk meer dan een denksport en kan een bundel verzen niet bestaan bij de aha-erlebnis van een gevonden oplossing alleen. Het gevaar van een dergelijke strakke thematische bundel is dat de lezer alléén maar heen en weer bladert tussen gedicht en achterflap, op zoek naar de 'oplossing', zonder de meerwaarde van een gedicht op te pakken. Dat is een valkuil die in Circulaire systemen zeker aanwezig is, al was het maar omdat het zo'n afstandelijke, haast vervreemdende poëzie is. Op iedere bladzijde wordt de lezer met 'het' en 'men' om de oren geslagen en de gevolgen laten zich raden, zo lijkt ook de dichter te beseffen:

Als men spreekt in het algemeen
geraakt de sfeer ontmijnd.
Men verklaart elkaar ook kogelvrij.
Waardoor het nog algemener wordt. Stroef komt
op den duur elk woord, uiteindelijk stort elke zin
als een container neer. Dat men de ramen opengooit!
Een ventilator activeert! Dat men buiten repeteert!
Het is echter geweten: laat men een persoonsvorm los,
een ikfiguur, men hoort een vogel
in een schroef, men trapt in een refrein.
(p.14)


Ondanks de voornoemde stroefheid, weet Bogaert zijn lezers ook meermalen wel bij de kladden te grijpen door humoristische observaties en mooie laatste regels, zoals 'los van een mens valt het stil' in een gedicht over een kinetisch horloge. Wie ervan houdt, kan zich lange tijd verstrikt laten zijn in Bogaerts 'sytemen'.

Paul Bogaert - Circulaire systemen
Uitgever J.M. Meulenhoff
26 blz., € 13,50
ISBN 9029071281





Erik Bindervoet, Aap

Ook Erik Bindervoet richt zich op een circulair systeem, zij het één van een heel andere orde: het schoolplein. In zijn nieuwste bundel Aap wordt dat schoolplein bezien en becommentarieerd door een viertal personen, die op elke bladzijde een kwatrijn lang het woord voeren. Men moet de bundel, feitelijk één doorlopend gedicht, aandachtig lezen om erachter te komen wie die personages zijn. De hulp van de uitleggerige achterflap lijkt daarbij onontbeerlijk.
Datzelfde geldt voor de, eveneens op de achterflap genoemde, persoonlijk poëziegeschiedenis. Verwijzingen naar literaire hoogtepunten zijn weliswaar te herkennen, maar ze vormen, net als de rest van de bundel, geen coherent geheel. Er zullen heel wat lezingen voor nodig zijn om alle citaten uit 'Aap' op te diepen, maar Paul van Ostaijen is zeker degene die het vaakst - alhoewel niet altijd even fraai - geïmiteerd wordt. De geheel in Van Ostaijen-stijl vormgegeven bladzijde is nog wel leuk, al was het maar omdat het "Boem Boem Boem. Ik wil het met je doen" herinnert aan een nummer 1-hit van de Vengaboys ("Boom boom boom, I want you in my
room", wat eigenlijk op hetzelfde neerkomt, in ieder geval wel in de hedendaagse popmuziek). Maar verzen als het onderstaande voegen dan weer weinig toe:

Typmasjien typmasjien, welke vinger typ ik
Als laatst? De maan is rond (bis).
Twee ogen, een neus en een mond, welke
Vinger steek ik in je kont?
(p. 74)


De flarden literatuurgeschiedenis zijn exemplarisch voor de rest van de bundel, die evenmin consistent is. De lezer ziet zich geconfronteerd met een viertal verwarrende invalshoeken, die, tussen de terzijdes door, steeds maar licht werpen op een klein stukje van de puzzel. Van een dichter die zojuist ook een Nederlandse vertaling van Finnegans Wake uitbracht viel natuurlijk ook niet minder te verwachten.
Weliswaar is Aap geen onleesbaar meesterwerk, maar evenzeer als bij Joyce geldt: je moet ervan houden, want anders gaat de verwarring snel vervelen. Opvallend is wel dat de dichter een dergelijke surrealistische opeenhoping van observaties en terzijdes in strakke kwatrijnen heeft weten te gieten. Bovendien is ook Aap circulair leesbaar: normaal (van links naar rechts en van boven naar beneden) of per personage, waarbij je dus alle kwatrijnen van één personage achter elkaar leest.

Erik Bindervoet - Aap
Uitgever: De Harmonie
160 blz., € 16,90
ISBN 9061696461


Milla van der Have
 



advertentie

Bureau Script Noordwijk Uitgeverij Bellevue 
Voor alle schrijvers en dichters in de Randstad en in de nabije halflandelijkheid begint in het najaar de meest intensieve begeleiding die Nederland kent, in de vorm van de groepscursussen proza en poëzie. De uitgever zelf gaat voor de klas staan, op zoek naar nieuw talent. Oud talent wordt ook zeer gewaardeerd.
Plaats: Noordwijk --- Voorwaarden: buitensporige ambitie, mentale hardheid, plezier in het spelen met taal en de bereidheid dikwijls in de lach te schieten. --- Kosten: € 175 (poëzie); € 200 (proza).
http://www.scriptnoordwijk.nl info@scriptnoordwijk.nl



<> Nieuws ......................................

 

Krikri
Krikri, een groep mensen die het poëtische op een hedendaagse manier naar voren wil brengen, heeft zijn website vernieuwd en organiseert op 31 augustus een 'mini-festival'. Met o.a. Letizia Renzini, Eva Cox, Esther Venrooy, Jelle Meander, Dirk Moelants, Todor Todoroff, Maja Jantar, Johannes Taelman, René Mogensen, Jörg Piringer, Li Henbing, Bruno Forment, Gilles Cabut en Cyrille Bret, Dirk Veulemans en Takako Hamano. Presentatie: Heidi Broeckaert.
Plaats: Theater Tinnenpot, Tinnenpotstraat 21, Gent
Tijd: zaterdag 31 augustus, van 19 uur tot middernacht
Entree: € 10,-
Zie ook www.krikri.be

Poëziezomer van Watou
Nog tot zondag 8 september kunnen poëzieliefhebbers hun hart ophalen bij de tweeëntwintigste poëziezomer van Watou.


Met Emile Verhaeren op pad in Sint-Amands
Net als Gent en Leiden heeft ook de gemeente Sint-Amands een poëzieroute. In de brochure Met Verhaeren op pad in Sint-Amands kan de geïnteresseerde wandelaar en liefhebber kennismaken met de leefwereld en gedichten van de dichter die hier aan de oevers van de Schelde zijn laatste rustplaats heeft.
Meer informatie: tel. 052 39 98 65


Friese dichter Freark Dam overleden
Op 4 juli is de Friese dichter Freark Dam, oud-conservator van het Frysk Letterkundich Museum en Documentatiecentrum (FLMD) overleden. Dam werd in 1924 in Katlijk geboren. Tijdens de oorlogsjaren moest hij onderduiken, maar in de herfst van 1944 werd hij gearresteerd en naar een Duits kamp op Sylt gebracht. In de jaren vijftig en zestig bouwde hij een uitgeversfonds op, waarin alle belangrijke Friese auteurs vertegenwoordigd waren. Ook als redacteur van de tijdschriften De Tsjerne en De Strikel had hij veel contacten in de schrijverswereld. Van 1969 tot 1986 was Freark Dam conservator van het Frysk Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (FLMD) te Leeuwarden. Vooral in zijn FLMD-jaren, maar ook daarvoor en daarna, was hij betrokken bij de samenstelling van een groot aantal Fries-literaire publicaties, waaronder de uitgaven van de verzamelde gedichten van Fedde Schurer en van Pieter Jelles Troelstra. Als dichter debuteerde Freark Dam al in 1941 in het tijdschrift It Heitelān. Tijdens de oorlogsjaren volgden er publicaties in het Algemien Frysk Jongereinblźd, totdat dat tijdschrift in maart 1944 moest ophouden te verschijnen. Zijn eerste bundel, Under fjouwer eagen, verscheen in 1946 als nummer drie in de "Reiddomprige". In 1960 verscheen een tweede bundel, Sa sydlings. Ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag stelde hij nog een derde bundel samen, Yn hālders hān, waarin naast ouder werk uit de eerste twee bundels ook nieuwe gedichten werden opgenomen. In zijn werk is de oorlog een belangrijk thema, waarbij het gedicht "De Joadebern" bijna een klassiek herdenkingsgedicht is geworden.
Zie ook www.flmd.nl


Monument voor Jan Campert
Op 15 augustus was het honderd jaar geleden dat dichter-schrijver Jan Campert in Spijkenisse werd geboren. In brede kring is hij vooral bekend door zijn gedicht uit 1941, "Het lied der achttien doden", het bekendste verzetslied uit de tweede wereldoorlog. In Camperts geboorteplaats wil men de herinnering aan de op 12 januari 1943 in Neuengamme overleden dichter-schrijver levend houden met een monument. De "Stichting Neeltje" uit Spijkenisse heeft de Spijkenisser beeldhouwster Helen Ferdinand opdracht gegeven tot het ontwerpen ervan. Het ontwerp is inmiddels naar de gieterij. Met de gemeente Spijkenisse is overeenstemming bereikt over plaatsing aan de Jan Campertkade, op de plek waar het geboortehuis van Campert heeft gestaan. Oorspronkelijk lag het in de bedoeling om het monument op de geboortedag van de dichter te onthullen. Dit bleek echter niet realiseerbaar. De onthulling zal nu na de zomer plaatsvinden. De zoon van Jan Campert, Remco Campert, heeft toegezegd de onthulling te zullen verrichten.

Voorpublicatie 'Water en Vuur' in Trouw
Eind augustus wordt de dichtbundel Water en vuur gepresenteerd. Hij verschijnt ter gelegenheid van de uitreiking van de Wilhelmina-ring, een oeuvreprijs voor de beeldhouwkust. Zestien dichters schreven een gedicht bij een door henzelf gekozen beeld in de openbare ruimte: Marjoleine de Vos, Ad Zuiderent, Rutger Kopland, Paul Hermans, Ed Leeflang, Jo Govaerts, C.O. Jellema, Albertine Soepboer, Geert van Istendael, Hester Knibbe, Gwy Mandelinck, Ilse Starkenburg, Kees Spiering, Remco Ekkers, Tom van Deel en Maarten Doorman. In de maand augustus verschijnt elke zaterdag een voorpublicatie in het dagblad Trouw. De bundel kost € 22,- en kan worden besteld bij Karla de Boer-Gilberg, Bosweg 59, 7314 HB Apeldoorn, tel. 050 355 53 30.

Umut Magazine verschenen
Het eerste nummer van het nieuwe tijdschrift Umut Magazine over Turkse literatuur is verschenen. In 2003 zal het blad drie keer uitkomen. Stichting Umut Literatuur wil met de uitgave van dit tijdschrift lezers in Nederland op de hoogte houden van ontwikkelingen in de Turkse literatuur. Het blad zal in de eerste plaats ruimte bieden aan informerende artikelen en aankondigingen van nieuw uitgekomen boeken in Turkije. Daarnaast zullen er in het tijdschrift kritische en opiniërende beschouwingen van ontwikkelingen in de Turkse literatuur worden gepubliceerd. Bovendien wordt in iedere aflevering een auteur de gelegenheid geboden om een niet eerder gepubliceerde tekst onder de aandacht van de lezers te brengen. Incidenteel zal in Umut Magazine ook aandacht besteed worden aan niet-literaire activiteiten van Turkse kunstenaars. Deze artikelen zullen zo veel mogelijk gerelateerd zijn aan actuele gebeurtenissen, zoals exposities en theatervoorstellingen.
Aangezien het blad zich richt op lezers in Nederland en België die geïnteresseerd zijn in Turkse literatuur zijn de meeste artikelen in het Nederlands geschreven. Enkele rubrieken die in iedere aflevering terug zullen komen, zijn Turkstalig: de lijst met korte besprekingen van nieuw uitgekomen Turkstalige boeken en de rubriek waarin een kort verhaal of gedichten van een Turkse auteur worden gepresenteerd. In nummer 1 komen onder andere de volgende onderwerpen aan de orde: Wat vinden Turkse recensenten van Ik heet Karmozijn, de onlangs ook in het Nederlands verschenen roman van Orhan Pamuk? Vijfenzeventig jaar geleden verscheen voor het eerst een Nederlandse editie van een Turkse roman. Wat voor boeken zijn er in de jaren daarna uit het Turks vertaald, en welke hebben de Nederlandse lezer nooit bereikt? En wie was Nazim Hikmet, de man aan wie de Unesco het jaar 2002 heeft opgedragen?


Stroom
Op zijn website publiceert Franēois Vermeulen gedichten van en informatie over meer dan veertig dichters. Bovendien mailt hij elk kwartaal het gratis e-zine Stroom naar geïnteresseerde poëzieliefhebbers.


Vakantie in Quartier-sur-Mer
Lekker uitgewaaid aan Wijk aan Zee deze zomer? Hoe u iedereen in de waan kunt laten dat u toch in het buitenland bent geweest, leest u in de NRC:


Recensies vertaalde poëzie
In Meander wagen we er ons alleen in uitzonderlijke gevallen aan. Een Duitstalig artikel over de complicaties bij het beoordelen van vertaalde poëzie:


Verplichte lectuur
De Turkmeense president Saparmoerat Niazov heeft zijn eerste dichtbundel uitgebracht. Hij is zo tevreden over het resultaat dat hij zijn bundel direct tot verplichte lectuur voor zijn onderdanen heeft gebombardeerd. Volgens de Russische krant Kommersant hebben de gedichten titels als Mijn Turkmenistan, Het noodlot van de Turkmenen is het mijne en Mama. Niazov liet zich ooit uitroepen tot de vader van alle Turkmenen.
(Bron: Gazet van Antwerpen)

Het nieuws werd samengesteld door Edith de Gilde en Yves Joris

nieuws@meander.italics.net
 



Op 31 augustus om 14.15 uur in Parnassos, Kruisstraat Utrecht vindt Woordenstorm plaats. Optredens van o.a. Sven Ariaans, Willem Adelaar, Jan Doornbos, Annette van den Bosch. Maaike Coolsma zingt Liechtensteiners. Nadere info op klik
Lees eens een gedicht! Bezoek de homepage van Joop Leibbrand: klik

Meer berichten lezen op het prikbord, of zelf een bericht plaatsen? Ga naar: meander.italics.net/prik



advertentie

tijdschrift
SCHRIJVEN
tussen fascinatie en publicatie
Diamonds r 4 ever
klik hier



<> Artikel ..................................................
 

A taste of D(avid) H(erbert) Lawrence (1885 - 1930)

door Viviane de Muynck


* Onderstaand artikel verscheen eerder in Bibem 16de jaargang nummer 2

Ofschoon men bij het schrijven van een auteursportret een aantal data en gebeurtenissen natuurlijk niet achterwege kan laten, zeggen ze dikwijls weinig over persoon, leven en werk van een schrijver. Vandaar dat dit artikel begint met een citaat dat als 'portret' van Lawrence niet onaardig is.

"That is what I believe:
That I am I.
That my soul is a dark forest.
That my known self will never be more than a little clearing in the forest.
That gods, strange gods, come forth from the forest into the clearing
of my known self, and then go back.
That I must have the courage to let them come and go.
That I will never let mankind put anything over me, but that I will
try always to recognise and submit to the gods in me and the gods in
men and women."

"Dit is wat ik geloof :
Dat ik ben wie ik ben.
Dat mijn ziel een donker woud is.
Dat mijn gekende ik nooit meer zal zijn dan een kleine open plek in het woud.
Dat goden, vreemde goden, uit het woud naar de open plek van mijn gekende
ik komen en dan terugkeren.
Dat ik de moed moet hebben om hen te laten komen gaan.
Dat ik niet zal toelaten dat de mensheid mij iets oplegt, maar dat ik
steeds zal trachten de goden in mij én in mannen en vrouwen te herkennen en
mij aan hen te onderwerpen."
D.H. Lawrence : Studies in Classic American Literature. (1923)


Lawrence, die tot één van de invloedrijkste en meest controversiële literaire figuren van de 20ste eeuw gerekend wordt, geeft hierin heel wat over zichzelf en de thema's die in zijn werk uitgespit worden, prijs. Spijtig genoeg werd zijn naam al te vaak geassocieerd met moeilijkheden aangaande censuur, waardoor de eigenlijke waarde van zijn prestatie als auteur nogal eens in de verdrukking kwam. Sommige van zijn boeken, waaronder het welbekende Lady Chatterley's Lover (1928), stonden inderdaad, zowel in Engeland als in Amerika, op de 'zwarte lijst'.
De openhartigheid waarmee Lawrence de seksuele relaties tussen mannen en vrouwen beschreef, shockeerde heel wat mensen en veel van zijn 'boodschap' werd in die tijd verkeerd begrepen.

Zijn visie, die als rode draad doorheen zijn overvloedig en veelzijdig werk loopt, is opgebouwd uit een aantal elementen : hij zag seks, intuïtie (het primitief onderbewuste) en de natuur (instincten) als de sleutels tot een onvervormde perceptie van de werkelijkheid.
"What the blood feels, and believes, and says, is always true." (1912).
De natuurlijke, complete mens is tegengesteld aan het artificiële waarin de moderne geïndustrialiseerde maatschappij ruimschoots voorziet en waarin ontmenselijking voorop staat. Door gebrek aan vervulling van onze diepere behoeften, worden we afgesneden van innerlijke krachtbronnen, die ons opnieuw in een verrijkende relatie zouden kunnen brengen met de kosmos. Diepgewortelde affectieve impulsen zijn sterker dan het intellect, maar worden danig verwaarloosd. De moderne mens leeft hoofdzakelijk vanuit het hoofd. In zo'n 'beschaving', die louter gebaseerd is op kennis, verliest men de vaardigheden en de moed onderscheid te maken tussen echte gevoelens, die binnenin hun oorsprong vinden en gevoelens die van buitenaf gecultiveerd en opgelegd worden. M.a.w. de zieke moderne maatschappij is niet te bestrijden met intellectualisme, wel met effecten die kunnen voortspruiten uit intens fysisch menselijk contact. De cruciale relatie is die tussen de mens en 'the natural world'.
Onmiskenbaar zijn dit dé kenmerken van het primitivisme en vitalisme, een stroming die, mede door de belangstelling voor de theorieën van Freud, pas in de jaren 1930 in Europa navolging vond. Dat dit (vooral in de persoon van Lawrence) reeds vroeg in Engeland tot uiting kwam is wellicht te wijten de strenge Victoriaanse maatschappij, waarop moest gereageerd worden.

D.H. Lawrence was dus hartstochtelijk geïnteresseerd in de ondeelbaarheid van de mens, in integriteit en ongeschondenheid, in de eb-en-vloedbeweging van emoties, van aantrekking en afstoting. Zijn ideaal was de verzoening van het 'fallische bewustzijn' met het 'mentale bewustzijn' en niet zoals aanvankelijk verkeerdelijk gedacht werd de overwinning van het ene op het andere. Het hypocriete ontkennen van onze diepste noden zag hij als de grootste bedreiging voor het leven zelf.

"Evil, what is evil ?
There is only one evil, to deny life"
(Unrhyming Poems, Cypresses)


Nochtans was Lawrence zelf een man met buitengewone verstandelijke vermogens, wat hij onomstotelijk bewezen heeft in zijn kritisch proza. (Phoenix, in 1936 postuum verschenen gebundelde essays en recensies.)
Het gros van zijn ontwikkeling had hij aan zichzelf te danken. Samen met zijn jeugdliefde Jessie Chambers ('Miriam' in de roman Sons and Lovers uit 1913 - 'Muriel' in zijn eerste verhalen) las hij een gigantische stapel boeken van allerlei aard. Bovendien had hij een zwakke gezondheid, waardoor hij wellicht vlugger naar een boek greep dan andere kinderen van zijn leeftijd. Door de tuberculose, die hem zou tekenen voor de rest van zijn leven, ontwikkelde hij daarnaast een intieme relatie met de natuur. Het naast elkaar voorkomen van de ongereptheid van het golvende heuvellandschap van Nottinghamshire, en het grauwe mijnwerkersdorp Eastwick waar D.H. geboren werd, speelde hierin ongetwijfeld ook een voorname rol.
Heel wat van zijn meest bewonderde gedichten, gaan over het dieren- en plantenleven. (Birds, Beasts and Flowers, 1923).

Het huiselijk leven van de Lawrence kinderen in Eastwick speelde zich af tussen twee polen en werd gedomineerd door armoede en door spanningen tussen de ouders.
Zijn moeder (Lydia Beardsall), afkomstig uit een burgerlijk milieu en met een brede interesse voor cultuur en kunst, vond dat ze onder haar stand getrouwd was en voelde zich in Eastwick niet op haar plaats. Zij zette de kinderen aan te studeren en projecteerde haar intellectuele en sociale aspiraties, vooral op Herbert. Op vader Arthur Lawrence, een gewone mijnwerker, die soelaas zocht in de drank, keek zij neer. Zeker is dat Lydia zich in het vervreemdingsproces tussen vader en kinderen niet onbetuigd liet. Dit resulteerde bij Lawrence in haat voor zijn vader en een meevoelende, maar angstige liefde voor zijn moeder. In een brief uit 1910 aan de dichter Rachel Annand Taylor schreef hij : "Their marriage has been one carnal, bloody fight. I was born hating my father: as early as ever I can remember, I shivered with horror when he touched me."
Weliswaar had hij voor 'de mijnwerker' ook een vreemde adoratie. Met hun verwrongen lichamen in een ondergronds leven, bleven zij vrolijk en onhebzuchtig. Tot de verderfelijke industrialisatie kwam, waren zij op een heidens mannelijke manier hun eigen baas gebleven. Deze bewondering voor mensen wiens leven niet helemaal door het hoofd gedicteerd werd, verklaart het opduiken van primitieve figuren zoals jachtopzieners (Lady Chatterly's Lover), zigeuners (The virgin and the gypsy), Italiaanse boeren (The lost girl)... in zijn werk.
Later zou hij voor zijn moeder vluchten. Zij wordt een vertegenwoordigster van de kleinburgerlijke moraliteit, die hij grondig verfoeide. Zulke vrouwen stelde hij bovendien verantwoordelijk voor het soort bewustzijn dat het lichamelijke leven overheerste. Moederliefde vond in zijn ogen uiteindelijk weinig genade. (Sons and Lovers, 1913).

Zowel degenen die zijn ideeën als extreem onderdrukkend ervaren (bv. wat de positie van de vrouw betreft), als diegenen die dat niet doen, kunnen tot op de dag van vandaag in discussies over zijn standpunten hun hart ophalen. Hij bezat de gave zijn verbazingwekkende opvattingen, die in zijn non-fictie shockerend overkomen, in zijn romans op een bijna mystieke manier uit te werken. (Woman in Love, 1920). Ervan overtuigd dat hij via 'de roman' een levensintuïtie kon ontwikkelen die veel rijker en boeiender was dan theorieën over juist en verkeerd, goed en kwaad, legde hij in dit genre zijn hele wezen. Meer dan eens sprak hij erover als 'the one bright book of life'.

D.H. Lawrence stierf op 2 maart 1930 in Vence, Zuid-Frankrijk.
Jake Zeitlin, een boekhandelaar uit Los Angeles vatte zijn gevoelens bij het zien van de manuscripten als volgt samen:
"That night when I first opened the trunk containing the manuscripts of Lawrence and as I looked through them, watched unfold the immense pattern of his visions and the tremendous product of his energy, there stirred in me an emotion similar to that I felt when first viewing the havens with a telescope."

Eén advies: PROEF LAWRENCE !!!


Viviane De Muynck
viviane.demuynck@talome.be


Een selectie uit zijn werk:

The White Peacock (1911) - roman
Sons and Lovers (1913) - roman
The Prussian Officer and other stories (1913) - verhalen
The Rainbow (1915) - roman
Look! We have come through! (1917) - gedichten
Woman in Love (1920) - roman
The Lost Girl (1920) - roman
Sea and Sardinia (1921) - reisimpressies
Studies in Classic American Literature (1923) - non-fictie
Kangaroo (1923)
Birds, Beasts and Flowers (1923) - gedichten
St. Mawr (1925) - verhaal
Lady Chatterley's Lover (1928) - roman
Collected Poems (1928) - gedichten
Pornography and Obscenity (1929) - non-fictie

* Bibem, trimestrieel tijdschrift uitgegeven door Talome vzw
Papegaaistraat 69, 900 Gent
tel. 09 224.26.31

 



<> Proza ..................................................
 

Reïncarnatie

Joost Nillissen


We zijn onderweg naar mijn studio. Aaron Avrahami, een verwarde beeldhouwer van een jaar of vijftig, zit naast mij en praat aan een stuk door en hij wijst mij een nieuwe, kortere route, die over landwegen en zandpaadjes langs de aardbeienvelden voert. Hij kent het hele gebied als zijn broekzak, omdat hij vroeger de sheriff van Kadima was. Zo noemt hij dat: sheriff, alsof we hier in het Wilde Westen wonen.
Ik geniet altijd van de Sharon, de citrusboomgaarden in het glooiende, vruchtbare landschap, vandaag in grijs en groene tinten onder een lage winterhemel. Het regent af en toe en in de verte hebben de dakpannen van Kadima een matte glans.
-'Kijk', zeg ik en wijs op het wilde spel van licht en donker in het westen en de flatgebouwen van Natania die als een schaakspel staan afgetekend tegen de donkere lucht en de wijnrode zee.
-'Homerus', zegt Mr. Avrahami en ik knik.
Ik praat over de laatste bomaanslag in Jeruzalem en vraag hoe het leger deze keer zal reageren, maar Mr. Avrahami is niet geïnteresseerd in politiek. Ineens vraagt hij mij hoe oud ik ben.
-'Vijftig', zeg ik, een beetje verbaasd en hierop antwoordt hij dat hij van 1920 is. Geboren in 1920. Ik reken razendsnel uit dat hij dan boven de tachtig moet zijn en daar ziet hij echt niet naar uit.
-'1920?' vraag ik, misschien heb ik hem niet goed verstaan, maar hij knikt.
-'1920. Geloof je me niet? Wil je mijn identiteitsbewijs zien?', zegt hij op uitdagende toon. Ik weet nooit goed raad met dit soort grapjes en zeg dat ik hoop dat ik er op mijn tachtigste ook zo goed uit zal zien. Mr. Avrahami heeft een korrelige huid met lachrimpels rond de ogen. Hij heeft dun haar dat in pieken in alle richtingen steekt, en een kleine mond met gekrulde lippen. Uit de mouwen van zijn rood wit geblokte shirt steken zijn handen als twee kolenschoppen. Hij zegt dat er een verhaal aan verbonden is. Bij Mr. Avrahami is er altijd een verhaal aan verbonden, zoveel wist ik al.

'Ik sta op een heuvel in Schotland, net buiten Edinburgh', zegt hij, 'precies een jaar geleden en ik kijk naar beneden en zie daar in de vallei een aantal merkwaardige, brede schuren. En ineens had ik een, een, ja, een flash, een soort inzicht, zal ik maar zeggen. Op dat moment besefte ik dat ik eigenlijk Reginald Frederic Scott heette. Ik was piloot bij de RAF en ik vloog een Spitfire in de Tweede Wereldoorlog en op een van mijn sorties boven Duitsland werd mijn toestel neergeschoten, en werd ik opgepakt en gevangen gezet. Ik wist te ontsnappen, maar de Duitsers vonden mij al na een paar uur en ik werd ter plekke geëxecuteerd.'
Ik kijk Mr. Avrahami aan. Ik weet opnieuw niet wat ik er van denken moet. Daar op die winderige heuvel in Schotland wist hij ineens glaszuiver dat hij in 1920 in een klein dorp in Yorkshire was geboren, dat zijn ouders Douglas en Bernadette heetten, dat hij broers en zusters had. Zijn jongste zus, een ongetrouwde en gepensioneerde postmaster, leeft nog en zij woont in het ouderlijk huis in Yorkshire.
Dat flitste allemaal door hem heen. Mr. Avrahami zegt dat het net een bijna-dood-ervaring was waarbij je je hele leven in een paar seconden aan je voorbij ziet schieten. Ze noemden hem Scotty en in een van de hangaars daar beneden in de vallei parkeerde hij altijd zijn vliegtuig. Hij kijkt mij triomfantelijk aan.
-'Reïncarnatie!, voegt hij er ter verduidelijk aan toe. Later heeft hij in Engeland in het bevolkingsregister de gegevens nagetrokken en alles klopte precies met dat wat door hem heen flitste op die Schotse heuvelrug. Nu overweegt hij al geruime tijd dat zusje in Yorkshire op te bellen: 'Hi, sis, guess who this is? It's Scotty!' Ik denk, dat die oude zus meteen dood omvalt, met de hoorn nog in haar hand.
-'Misschien valt er nog wel wat te erven, opper ik.

We verlaten de onverharde landweg en keren oostwaarts in de richting van Ge' ulim, een moshav van voornamelijk Jemenitische joden. Daar huur ik van Shlomo - in de winter kweekt hij anjers en in de zomer tomaten - een gedeelte van een oude, verlaten kippenren en daar heb ik mijn studio ingericht. Hier ontwerp en timmer ik van alles en nog wat: speelgoedkisten, boekenkasten en garagepoorten. Schilderen doe ik nog maar heel weinig. De landerijen van Ge'ulim grenzen aan die van een Arabisch dorp. We zitten hier vlak bij de toekomstige grens met de Palestijnse staat en wanneer de wind uit de heuvels komt, kun je horen hoe de muezzin vanaf de minaret de vrome moslims oproept tot gebed. Ik denk dan onvermijdelijk aan mijn moeder in Brabant waar je op zondag de kerkklokken tot ver over de heide kon horen beieren.

Even later komen we bij mijn studio en hoewel ik hem al had verteld dat er niets te zien is, is hij toch zichtbaar teleurgesteld. Ik laat hem een paar doeken zien waar ik aan werk in gestolen uren, maar daar vindt hij niet veel aan. Het timmerwerk vindt hij ook beneden peil en laat dat duidelijk merken. -'Hoeveel huur betaal je hier?', vraagt hij mij.
-'Honderd dollar in de maand.'
Hij krult bedenkelijk zijn mondhoeken naar beneden, maar dan licht zijn gezicht ineens op.
-'Waarom kom je niet bij mij werken,' roept hij, 'ik heb plek zat in mijn studio.'
Ik denk dat ik liever eerst sterf dan dat ik met die praatjesmaker in één studio ga zitten, dus ik zeg,
-'Ja, wat een goed idee!' Hij begint enthousiast te vertellen dat hij een zaagtafel heeft en een zandstraler en ik denk bij mijzelf, Jezus, hoe kom ik daar nu weer van af? Hij tikt vakkundig met zijn knokkels op een paar speelgoedkisten die ik in opdracht van een familie in Tel Mond had getimmerd.
-'Leuk gedaan,' zegt hij prijzend.

Boven de studio pakken zich dikke, donkere wolken samen en er steekt een wind op. In de vallende duisternis horen we het gezoem van naderende gevechtshelikopters en even later zien wij ze als bloeddorstige muggen tussen de wolken tevoorschijn komen. De bolle ruiten van de cockpit zijn verlicht en ik kan de piloot zien. Ik krijg een beklemmend gevoel en Mr. Avrahami kijkt omhoog en bekijkt de helikopters met het oog van een kenner.
-'Alles is grijs en groen,' zegt hij ineens zonder duidelijke aanleiding.
Hij wijst op de helikopters die langzaam naar het noorden verdwijnen. Groen. De lucht is grijs, heel veel soorten grijs. Achter het pakhuis staan de hoge notenbomen, naakt en koud, het lijkt alsof de wijdgespreide takken het laatste licht proberen vast te houden.
In eindeloos lange rijen groeien de jonge anjers in de richting van het Arabische dorp, waar nu in de meeste huizen de lichten aan gaan. Boven de anjers zijn lange repen van dik cellofaan als dakbedekking over een metalen constructie gespannen en het plastic glimt als zilver in het verdwijnende licht terwijl de koude wind het materiaal laat golven als de zee bij maanlicht.
Vanuit de verte horen we nu het geraas van naderende F-16's. Ik sluit de deur van mijn studio en draai mij om en speur de hemel af. De toestellen vliegen ook naar het noorden in de richting van Tulkarem, een Palestijnse stad, 15 km van ons vandaan, vanwaar veel zelfmoordbommers op pad gaan naar shopping-centra in Israël om zichzelf daar op te blazen. Door de bewolking kunnen we de straaljagers niet zien overvliegen, maar we horen ze wel. Het is een oorverdovend lawaai, kennelijk vliegen ze erg laag. Mr Avrahami staat stram in de houding op het natte zand en er glijdt een waas van afwezigheid over zijn gelaat. Met de schouders naar achteren en de pink langs de naad van zijn pantalon en zijn hoofd in de wind staat hij in zich zelf te praten, maar ik kan niet horen wat hij zegt. Zijn wijde shirt wappert om hem heen en met een hand boven zijn gesloten ogen lijkt het of hij zijn verleden afspeurt. Ineens zegt hij met een duidelijk Yorkshire accent:
-'Some of us will never return.'
-'Kom, Aaron,' zeg ik, 'ik breng je naar huis'.


Joost Nillissen
 



<> Site ..................................................
  Alle vorige afleveringen van Meander op Zondag (MoZ) en alle andere e-mailuitgaven zijn terug te vinden in het   MoZ-archief

In het archief vindt u de weg naar alles wat in de afgelopen jaren op de site van Meander is gepubliceerd.

Verder op de site: gedichten * verhalen * artikelen * recensies * poëziekaarten * klassiekers * hedendaagse dichters * links * auteurspagina 's
 


< Colofon ..................................................
  Redactie
Adelheid Bekaert, Annette van den Bosch, Yvonne Broekmans, Edith de Gilde, Milla van der Have, Yves Joris, Gerard Kool, Joop Leibbrand, Vincent Scholze, Marnix Speybroeck, Rob de Vos, Elly Woltjes.

Vrijwillige bijdragen voor Meander zijn vanuit Nederland welkom op Postbank giro 8941864 t.n.v. G.C. Kool te Delft.
Voor bijdragen vanuit België: Rekening 402.2004409.95 ten name van Meander.
Vermeld 'donatie Meander' en uw e-mailadres.

Vragen over Meander? Stuur een e-mail

Verdere verspreiding van de in deze uitgave opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s)
  Kopij is welkom bij Meander. Zie:
http://meander.italics.net/kopij/

Abonneren en opzeggen
Zie http://www.lists.nl/mailman/listinfo/meander of
Abonneren door een mail aan meander-request@lists.nl met als onderwerp: subscribe
Opzeggen door een mail aan meander-request@lists.nl met als onderwerp: unsubscribe
 

naar begin krant