malsgroen_klein (6K)


Reine de Pelseneer

 
Zonneblind

I.

De hemel blaakt van ijver.
Het licht dat door de blinden kruipt
valt tergend op


mijn voet. Schaduw streept de vloer
tot ik verstoord de jaloezien sluit.
De dag duurt donker voort. Ik zink.

Mijn zon is zoek.


II.

Fel licht en zij. Hij diept vaardig
haar begeerte uit en vaart met haar
te goed om nieuwe havens te bezeilen.


De boot gemist, mijn kans
gestrand. Ik vang slib en slik
nu water dat mijn lippen tipt.

Mijn zoen is zout.


III.

Aan de overkant verliest hij zich
in welig gras dat haar
verleidend lichaam draagt.


Ik zwem met zware voeten
tot de oever daagt en tegenlicht
mij slinks de ogen luikt.

Mijn bloed is groen.







Drasland

We liepen door en spraken dof. Het regende
verzuurde en bedompte taal. Wij voelden
ons beschermd door waterdichte stof

maar kregen toch een klamme huid.
Nattigheid vindt steeds een weg, ze komt
van binnen uit. De lucht was vol.

De velden lagen dras. Wij hielden
voet bij stuk en zompten urenlang
tot bij een plek die droger was.







Vaarwater
Nauwelijks merkbaar gaat alles hier bergaf
zoals de vliet die sloom het veld doorvloeit.
Dit loos gekabbel maakt mij stil

en stom. Als ik nog langer wacht
droogt elk verlangen talmend op.
Ik wil een snelle stroom, ik wil

een roes die raast, een bruisend spel
dat om een speler vraagt, een stem, een hand.
Ik wil een ander land.
 


Annette van den Bosch legde Reine de Pelseneer enkele vragen voor.



Wat beweegt jou als dichter en als persoon. Waarvan raak je in verrukking of juist verdrietig, wat is de invloed daarvan op je gedichten?
Verrukking en verdriet, of eender welke emotie, hebben zelden een onmiddellijke invloed op mijn gedichten. Sterke emoties lijken mij niet meteen een goed uitgangspunt voor het schrijven van pozie. Je moet eerst afstand kunnen nemen van iets, voor je er over kan schrijven. Anders krijg je toch maar wat sentimenteel geleuter. Dat kan misschien deugd doen voor jezelf, maar lezers hebben daar geen boodschap aan. Langs de andere kant wil ik ook geen koele, klinische gedichten schrijven waaruit elke emotie is verdwenen. Ik denk dat het er op aan komt het juiste evenwicht te vinden tussen gevoel en afstand.

Waar woon je, hoe oud ben je, wat voor opleiding volgde je? Wat voor werk doe je? Hoe lang schrijf je?
Ik woon in Pulderbos, een klein dorpje in de Antwerpse Kempen. Ik ben 22 jaar (1982). Ik heb Germaanse Taal- en Letterkunde gestudeerd aan de Universiteit Antwerpen. Vorig jaar ben ik afgestudeerd en momenteel ben ik nog altijd een beetje werkzoekend.
Schrijven heb ik eigenlijk altijd gedaan. Van zodra ik in het eerste leerjaar leerde schrijven, begon ik met het verzinnen van verhaaltjes. Die leken altijd verdacht hard op het laatste boek dat ik toen had gelezen, maar ik was er wel heel erg mee bezig. Toen ik een beetje ouder was, negen jaar ongeveer, begon ik 'versjes' te schrijven, dingetjes op rijm. Daarna was er weer een periode dat ik vooral verhalen schreef. Rond mijn veertien, vijftien jaar focuste ik terug op pozie, ook al was het de naam 'pozie' niet echt waard. Ik schreef toen voornamelijk heel slechte, puberale gedichten.
Toen ik zeventien was, ben ik begonnen met het volgen van een cursus 'Literaire Creatie'. Daar heb ik ongelooflijk veel geleerd. Ik heb er niet alleen beter leren schrijven, ik heb er vooral ook beter leren lzen. Ik let nu veel meer op dingen waar ik voorheen nauwelijks oog voor had.

Welke dichters inspireren je? Heb je een lievelingsgedicht, kunstwerk, muziekstuk en zo ja, waarom dat gedicht of dat muziekstuk?
Paradoxaal genoeg zijn de dichters die mij het meest inspireren, dichters die heel anders schrijven dan ikzelf. Ik denk dat ik zelf heel toegankelijke pozie schrijf, maar als lezer ga ik vaak toch eerder op zoek naar de zogenaamd 'hermetische' pozie (al zegt zo'n term bijzonder weinig). Het is moeilijk te zeggen welke dichters tot mijn favorieten behoren. Sommige dichters schrijven n prachtig gedicht en verder heel veel onzin, of omgekeerd. Er is, denk ik, geen enkele dichter die altijd goed is. Daarom is het makkelijker om te zeggen of een gedicht goed is dan of een dichter goed is. Toch doe ik een poging om enkele namen te noemen. Een aantal (of in sommige gevallen een heel aantal) gedichten van volgende dichters weet mij te intrigeren: Hugues C. Pernath, Dirk Van Bastelaere, Charles Ducal, Frank Pollet, Peter Verhelst, Hugo Claus, Erik Heyman, Stefan Hertmans, Roger M.J. De Neef, ... Ongetwijfeld vergeet ik nu een hoop namen die ik eigenlijk niet wilde vergeten, maar vragen als deze bezorgen mij altijd een beetje een black-out. Veel hangt ook af van het moment. Over een jaar zal mijn lijstje er wellicht al helemaal anders uitzien.
Wat proza betreft heb ik wel een absolute favoriet, de Amerikaanse schrijver Paul Auster. Ook al hebben zijn boeken geen directe invloed op mijn gedichten, als ik iets van Auster heb gelezen, heb ik altijd het gevoel dat ik mt schrijven. Of hij nu fictie of non-fictie schrijft, Auster slaagt er altijd in om je vanaf de eerste bladzijde mee te slepen. Ik ben echt wg van hem (nu ja, van zijn boeken bedoel ik :-).
[lees verder]