|
Bas van Kempen |
||
|
In jouw huid
Door een dikke laag gekreukt plastic ik kan je nog aankijken. We blijven tot de opgedroogde toestand ons weer uiteen doet vallen. Ik vraag me af of voor jou elke manier geoorloofd is mij mee naar huis te nemen en dat ik me de volgende dag de deur uit zet? Ik heb geleerd met obers te praten. Dat zijn mijn manieren. Mijn meesterwerk gaat over verveling. Mensen laten voelen hoe het is. Ik zal het maken, wanneer ik vijftig wordt. Nu film ik mezelf in de keuken, terwijl ik sta te koken. Uien snijden. Je kan dat niet aan mij zien maak ik mezelf wijs.
Vandaag is een misvatting
En waarschijnlijk ook de reden waarom ik nog steeds rondloop met het idee dat jij wel dyslectisch moet zijn bij mij te blijven. Elke avond verschijn ik aan je bed. Groter dan je mij verwachtte. Hier kan ik niet opdrogen. Elke avond leg ik je uit over mijn bed. Behelst een klein drama. Ik wentel mij. Het gaat over. Van slaaptoestand in manieren van afscheid. Ik vind slechts snelle bewegingen, met ambivalente bewijzen en de gedachte erachter.
Prima dag voor het terrarium
Dit mooie weer maakt me zo lekker agressief. Ik trek me af op het toilet. Vreemde stortbak, ze blijft maar lopen oma wanneer ik haar mijn vakantiefoto’s laat zien helpt ze me herinneren dat ik eigenlijk een heleboel mensen ken. Zo heb ik een dood familielid hij is fotograaf.
Aangewezen
1. Aangewezen Een halfvolle fles in één van je hoeken. Je vraagt je af of daar nog prik in zit. Überhaupt. Een fles. Begint zich na zolang in de zon af te leggen. Per vier, in een vierkant gevat in een vierkant tot opnieuw geometrie. Uit hard recyclebaar plastic bestaan. Het is maar net hoe lang ze naar je kijken. Dat ze een baksteen in je zien. En je kan je niet herinneren wanneer je die dan hebt ingeslikt. 2. Inzake Wolken pakken samen. Je draagt geen overjas. Het gebied staat je goed. 3. De topografie Daar zou ik best wat meer over willen zeggen. Maar ik bevind me op het moment in een gezelschap, begrijp je, archetypes, voor mijn part glazenwassers gebogen over een lichtbak. Ze hebben je motieven genomen, het oorspronkelijke omdat in luchtfoto's. Ze denken daarmee, ruimtes. Vinden hun gelijk in de volgorde ervan. Hier wordt gebouwd aan historisch besef. In de hal.
De kapstok staat bol van jassen
Met mijn armen wijd laat ik mij in de zachte stof. Adem de voering, tot al mijn poriën knoopsgaten zijn Ik hoor bij jullie in het donker. Alles is een zoen, en tegelijkertijd een zakdoek, keelpastilles, parkeerbonnen, een sleutel, mobiele telefoons, lippenbalsem. Ze zullen me wel niet eens gemist hebben binnen. Wat ben ik gegroeid, zeg de jassen komen al tot over mijn schouders. Verend door mijn knieën. Mijn gewicht van de ene voet op de andere. Ik klap in en uit elkaar als een paraplu. Hier ben ik. Lekker hangen op visite. |
'Mijn meesterwerk gaat over verveling' Bas van Kempen (Den Haag, 1978) student en dichter schrijft over jassen, obers en plastic, maar ook over het huilen bij het snijden van de uien. Zijn werk heeft iets surrealistisch, maar ademt ook een kinderlijke openheid en treffende verwondering over de wereld. Wat is je vooropleiding? Na het behalen van mijn VWO-diploma ben ik gaan studeren, omdat me dat een logische stap leek. Eerst Sociologie, daarna Theater, film en televisie wetenschappen, en weer later Algemene Letteren. Tot ik er achter kwam, dat het niet lag aan de studierichtingen, maar veel meer aan de manier van leren. Ik wilde er niet alleen over lezen, maar het zelf doen. Dit jaar studeer ik af aan de Gerrit Rietveld Academie als theater vormgever. Binnen deze opleiding kreeg ik veel vrijheid om een taal te ontwikkelen, die zich met name verhoudt tot voorwerpen.
'Een taal ontwikkelen, die zich verhoudt tot voorwerpen.'
wat bedoel je daarmee???
In dit laatste jaar van mijn studie, heb ik een eigen project ontwikkeld: 'dagboektheater'. Ik ben gaan werken met voorwerpen, die ik vond bij het grof vuil. Die voorwerpen inspireerden me om (over ze) te gaan schrijven, en andersom het schrijven om een verhaal te gaan vertellen. Ik probeer tot de ziel van de voorwerpen te komen, en te onderzoeken hoe ze veranderen/reageren als ze met gesproken woord in een kleine ruimte zijn. De performance is te zien op het Its-festival in Amsterdam 23, 24, 25 en 26 juni (www.its.nl), en ook op de eindexamen expositie van de Gerrit Rietveld Academie 1, 2 en 3 juli (www.gra.nl)
Hoe kwam je tot dichten?
Met dichten begon ik het laatste jaar dat ik nog thuis woonde bij mijn moeder. Mijn broer was toen al het huis uit. Ik zag zijn vrijheid en verlangde daar hevig naar. Ik vond dat ik daar ook klaar voor was. Een soort gebeden waren het eigenlijk, geschreven aan elk welwillend oor, maar super heimelijk. Dat ze me hier konden komen halen. Dat ik bereid was.
Wie zijn jouw favoriete schrijvers/dichters? Heb je een lievelingsgedicht?
'Essay over de moeheid', Peter Handke. Ik vind de gedichten van Maria Barnas erg goed, omdat ik in haar gedichten een kinderlijke wereld herken, waar ik ook graag ben. De liefdesgedichten van Ramsey Nasr, ze zijn teder en agressief, vol overgave, ik voel dat hij zich helemaal mee kan laten voeren.
Wat zou iedereen volgens jou moeten lezen of horen om iets over écht
dichten te weten te komen?
Zien! De films van Frans van der Staak. Experimentele filmer uit de jaren '70, pure poëzie.
Met wie zou je wel eens een dialoog over schrijven aan willen gaan?
Daar kan ik zo gauw niet opkomen. Ik denk dan al snel aan iemand die ik niet ken. Daar kan ik me geen voorstelling van maken. Ik bewonder wel mensen, maar het voelt niet alsof dat genoeg grond is om met iemand te praten, daarvoor moet ik me op mijn gemak voelen.
Het gedicht over de jassen vind ik bijzonder intrigerend. Hoe is het
ontstaan?
Wat grappig aan dat gedicht is, is dat ik niet meer of het nu echt een jeugdherinnering van me is of niet, zo verdwijnen in de kapstok dan. Ik ben het helemaal gaan geloven. In ieder geval gaat het over dat wanneer je jong bent, er een heleboel dingen gebeuren, die zo vanzelfsprekend lijken, maar dat later helemaal niet blijken te zijn. |
|