malsgroen_klein (6K)


 Peter Wullen

 
FLIMSY STAR

een mooie poespas
heet dat op een flinterdunne
dag perfect
maar volkomen futiel
als een banale film-
ster neem je de draad weer
in

je ploft het letterlijk
op de zetel

in een vlaag van zins-
verbijstering zet je de dood
een neus je sleurt het gespuis
van vóór de razende trein

de miraculeuze redding
van een tijdrovende inval

waar dacht je aan?
cotardís syndroom?

het bleek een diep en bleek
maar expressief gezicht
dat grinnikte maar niet wist
of het dood was of nog leefde

le délire de négation
einstürzende
geest

('but i'm very much alive thank you for asking')


RAAS

harttrein het onooglijke
onmogelijk groen
wacht

neonroes in je ogen
een zucht fatale
indigo lichtbel

wolk valt
tevergeefs
in je stalen
blind veld

meet de snelheid
van de lucht
in je oor-
zaak


ACHTERWAARTS!

trek de regen
aan als jas
nu loop je
weer voor me

als een hallucinatie

je lange blonde lokken
golven over je naakte
rug het pad loopt
over in de rivier

ik volg de uitgestippelde
route van je brug
we dalen verder af

mijn vinger tekent je
waar je leegte
raakt

moment de gloire:
ik pak je stevig beet
en neem je

op zijn hondjes


REST VAN EEN MENS
"op de tonen van einóma's 'khanin'"

vanuit de lucht

zag men hoe hij
uit bed stapte
en zich haastig
aankleedde

met afgemeten passen
zich door de slapende
stad sleepte naar de
dichtstbijzijnde tramhalte

uit beeld verdween
en terug opdook
in een of ander belangrijk
treinverkeersknooppunt

nog later vond men
hem terug op het perron
van een hogesnelheidstrein

na twee uur reizen
door landschappen
zonder een woord
te wisselen
kwam hij aan

in een overgeïndustrialiseerd
land waar hij verdwaalde en
urenlang rondzwierf

in de slagschaduw van koeltorens
langs een pas heraangelegd
wegennetwerk de nietsontziende
blikken van luxeterreinwagens
ontwijkend

zijn spoor
liep dood

in een uitgestrekt regenwoud
nabij een u-vormig klooster
annex gasthuis naast een drukke
verkeersslagader

doelloos
van de ene hypermarkt
naar de andere


Iconostase

vriendin van catastrofes

net nu het licht uit ging
droomde ik dat je om me gaf
en dat we trouwden
in een kibboets

op mijn kussen
je ravenzwarte haren
en in de tijd vandaag
leek je sprekend op

hannah arendt

in een zuiders land
je weet wel
die mooie joodse
die haar staat opgaf
het is nog niet te laat
ik vraag je

waar ligt mijn vaderland?





 


'Waar zal dit alles eindigen?'

Een interview met dichter Peter Wullen (1964), woonachtig in Kortrijk en werkend in Moeskroen in het Franstalig deel van België.


Hoe begon je met dichten? en wie zijn je voorbeelden/wie bewonder je?
Ik wou als kind al schrijver worden. Ik kon vroeg lezen en schrijven en ik beschikte over een ongebreidelde fantasie. De Poperingse bib was mijn pleisterplaats, toen Gwy Mandelinck alias Guido Haerynck er nog hoofdbibliothecaris was. Mijn eerste probeersels dateren van toen ik een jonge tiener was.Toen we in de poësis de opdracht kregen om een sonnet te schrijven, werd mijn gedicht prompt voorgelezen in de klas door de leraar Nederlands. Dat vroege succes had een averechts effect op mij. Als puber had ik er veel moeite mee om als 'dichter' en dus als 'zonderling' bekend te staan. Iedereen in school wist het en ze vielen er me om de haverklap mee lastig en dat viel niet mee. Ik heb jarenlang in stilte verder geschreven. In '86 stuurde ik wat gedichten in om mee te doen aan de jaarlijkse poëziewedstrijd van de Vrije Universiteit Brussel, waar ik toen studeerde, en ik won warempel met het gedicht 'Wilg in ijspoel'! Het gedicht verscheen later in de Poëziekrant. Ik weet nog dat ik het opnieuw heel moeilijk had met dat zogenaamde 'dichterschap'. Ik schreef in mijn laatste jaar aan de unief ook een thesis over de poëzie Eddy Van Vliet. Ik begon toen aan een speciale licentie Literatuurwetenschappen, maar stopte in het midden van het academiejaar omdat ik werk vond als eindredacteur. De dichtkunst verdween tijdelijk naar het achterplan. Mijn ontmoeting en mijn contacten met de Amerikaanse en joodse dichter Ira Cohen in Brussel hielpen me opnieuw over mijn twijfel heen. Zijn dichtregel 'The Surgeon of the Nightsky Restores Dead Things by the Power of Sound' - ook de titel van een plaat van trompettist Jon Hassell - spookte jarenlang door mijn hoofd. Ik begon me meer en meer toe te leggen op het schrijven van artikels voor kranten en tijdschriften. Met die activiteiten had ik tenminste het gevoel dat ik een toegewijd publiek had. Met de poëzie was dat niet zo en dat werkte heel frustrerend. In november 2003 vloeide er bijna door stom toeval en door een samenloop van omstandigheden een gedicht uit mijn pen. Dat was 'Hypotetische Wissenschaft'. Het gedicht werd vrijwel onmiddellijk gepubliceerd op de website van De Jonge Journalist. Dat was me een schok na al die jaren! Er was natuurlijk weer die twijfel. Zou ik dat succes kunnen evenaren? Een tijd later verscheen het gedicht 'Inversie' op dezelfde website. Toen was het hek van de dam. Alle twijfel verdween! Er verschenen zowat overal gedichten van mij. 'IJskonijn' was daggedicht op de poëziemailing Laurens Jz Coster, waar normaal alleen maar klassieke poëzie verschijnt. Sinds die tijd schrijf ik met de regelmaat van een klok gedichten en ik vraag me soms af waar ze vandaan blijven komen. Het is echt een heel boeiende periode en ik vraag me soms af waar dit alles zal eindigen. Ik weigerde gedurende die tien jaar wel systematisch om Vlaamse of Nederlandse poëzie te lezen. De enige bundel, die ik in al die tijd kocht, was 'Diep in Amerika' van Dirk Van Bastelaere. Ik was niet onder de indruk! Al die tijd luisterde ik gretig naar cd's, die ik van her en der in de wereld toegestuurd kreeg en haalde daar mijn inspiratie uit. Door recensies te schrijven, leerde ik compacte teksten te schrijven en zoveel mogelijk informatie te stoppen in zo weinig mogelijk tekst. Dat hielp me later bij het dichten en ik heb nu eindelijk het gevoel dat ik de juiste vorm en inhoud te pakken heb. Het laatste jaar lees ik weer meer Nederlandstalige poëzie, omdat ik nu zelf ook een erkend 'dichter' word. Mijn voorkeur gaat uit naar de moeilijke dichters, zoals Paul Celan, Ira Cohen, Willy Roggeman, Piet Gerbrandy, Jan Lauwereyns, etc... Maar ook van Starik kan ik heel erg genieten.




Je schreef 'een eigenzinnige keuze' toen ik je gedichten selecteerde. Wat bedoelde je daarmee?
Ja, het is zeker een eigenzinnige keuze! Toen ik in november 2003 opnieuw begon te dichten, was ik aanvankelijk zeer onzeker. Ik moest na al die jaren terug op zoek naar een eigen stem. Dat lukte met mate! Ik was in het begin ook niet zeker of ik die stem wel zou vinden. 'Achterwaarts!' en 'Flimsy Star' dateren uit die onzekere periode. Gedichten zijn als eilandjes. Als een piraat spring ik van het ene eiland naar het andere. Het zijn Tijdelijke Autonome Zones. Eénmaal ze geschreven zijn, laat ik die constellaties; dus gauw achter en dus vergeet ik ze. Die twee gedichten schreef ik als een soort van vormexperimenten. Ik heb ze ook nooit ergens ter publicatie aangeboden. 'Achterwaarts!' is gewoon een lucide droom vermengd met reële feiten. 'Flimsy Star' schreef ik na het lezen van het boek 'Into The Silent Land' van de Britse neurofysioloog Paul Broks. Ik had toen al wat succes als dichter, maar in mijn privé-leven ging het volledig mis. Ik vond mezelf toen een heel 'fletse ster' en alle boekjes, die ik thuis gezonden kreeg en waarin ik prijkte, konden de pijn niet verhelen. Het kernwoord van dat gedicht is 'trein' ... Niet het stalen voertuig, dat op twee sporen van punt A naar punt B rijdt, maar de Engelse uitdrukking 'train of thought'! In overdrachtelijke zin dus! Met die verklaring wordt het gedicht meteen helemaal duidelijk, denk ik... Ik las dat gedicht eigenlijk niet meer, tot het door jou uitgekozen werd. Waarom? Omdat het verdomme nog altijd pijn doet. Ik vraag me nog steeds af in welke gemoedstoestand ik dat gedicht schreef en hoe diep ik toen wel zat. Het is een heel intens gedicht! 'Raas' werd door de lezers van Poetry Alive uitgeroepen tot allerbeste gedicht van de site, toen PA opgedoekt werd. Ik had kunnen voortboeren op dat succes, maar dat vertik ik. Ik blijf liever onvoorspelbaar. Meer uitleg geef ik er niet over. Elke lezer moet voor zichzelf uitmaken, wat het gedicht betekent. 'Rest van een mens' schreef ik na een reis naar Duitsland met de Thalys. Ik had een vreemde advertentie gezien, waarin je een luchtfoto kon kopen van je eigen huis. Tegelijkertijd werd een Londense bommenlegger in Italië opgepakt. Die twee feiten bewijzen dat het tegenwoordig heel goed mogelijk is om iemand, die op reis gaat, helemaal vanuit de lucht te volgen tot het spoor verloren loopt ergens in de wouden van het Ruhrgebied...




Waar sta je nu met dichten?
Ik sta waar ik moet staan. Een beetje laat in mijn leven, maar ik denk dat het niet anders kon. Ik heb een groeiproces van meer dan 20 jaar achter de rug. Ik heb het gevoel dat ik alle kanten uit kan. Wil ik het kort en messcherp houden, dan doe ik dat. Wil ik het ietwat uitgebreider verwoorden, dan kan dat ook. Wil ik grappig uit de hoek komen, dan kan dat. Dichten blijft een hachelijke onderneming, want je weet nooit waar de inspiratie begint en waar ze eindigt. Maar ik ben tevreden. Ik publiceer regelmatig in tijdschriftjes. Ik heb interactie met de lezers van mijn gedichten. Da's ruim voldoende... Meer kan je niet wensen voor het soort poëzie, dat ik schrijf...




Zou je een bundel willen uitgeven en waarom?
Uitgeven laat me NIET koud, maar ik kan geen tijd en energie besteden aan de zoektocht naar een uitgever. Als een uitgever mij zelf zou vragen, zou ik het aanbod zeker aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Maar ik kan het niet over mijn hart krijgen om te gaan 'shoppen' met mijn gedichten. Daarvoor liggen ze me te na aan het hart. Dichten is vooral een spel met taal en met vondsten. Je vertelt iets, maar zet de lezer toch constant op het verkeerde been. Dat moet zo blijven! Ik vind het erg leuk dat mensen zeggen 'we herkennen je niet in dit gedicht maar we vinden het toch erg goed'.




Wanneer is een gedicht voor jou geslaagd? (van jezelf of van een ander)
Dat is zeer moeilijk uit te leggen. Ik weet voor mezelf het best wanneer een gedicht geslaagd is, maar ik word ook graag verrast door de meningen van andere mensen. Het is wel opvallend dat ikzelf het meest hou van mijn compromisloze en idiosyncratische gedichten, genre 'Genealogie', 'Cioran', 'Idioticon', 'B4 I Leave', 'Soma', 'Confutatis Maledictus', etc. maar daar vind ik nauwelijks een publiek voor. Daar tast ik echt de grenzen van de taal en het begrip af. Eigenlijk zou ik altijd zo willen dichten, maar dat kan jammer genoeg niet. Wat andere dichters betreft: ik was erg onder de indruk van een paar gedichten van Liesbeth Lagemaat, de winnares van de C. Buddingh-prijs 2005. Een gedicht moet ver voorbij de woorden gaan en een gevoel oproepen. Zij slaagt daarin en zij is dus een verdiende winnares!




Hoe serieus neem je jezelf als dichter?
Ik neem het dichten erg serieus, maar ook weer niet al te serieus. Het is het enige dat ik kan. Ik probeer het plezier en het genot gewoon er een beetje in te houden. Van mij kun je ernstige gedichten, erotische gedichten, shockerende, luimige gedichten, enz verwachten. Kan het mooier?




Hoe belangrijk is voordracht voor jou?
Voordracht is zeer belangrijk voor mij! Ik leef en schrijf net door de directe interactie met lezers en luisteraars. In '94 stopte ik met dichten omdat ik het gevoel kreeg dat ik in de leegte schreef en geen interesse kon opwekken. Ik ben van nature een zeer onzeker personage. Ik heb feedback nodig. Maar internet en voordracht helpen me over die onzekerheid heen. Je schrijft een gedicht, smijt het op één of andere site om te toetsen wat de reacties zijn. Hetzelfde met voordracht! Je staat voor een publiek. Je kijkt het publiek aan. En je leest voor! Een microfoon is altijd handig, want ik ben geen slammer en ik lees met stille stem voor. Mijn gedichten zijn moeilijk. De luisteraars zullen dus niet alles ineens begrijpen, maar om het boeiend te houden probeer ik wat variatie te brengen door een afwisseling te brengen van ernstige én luimige gedichten. Maar ik werp mezelf graag voor de leeuwen en ik lees heel erg graag voor, ja!


Zie ook de auteurspagina van Peter Wullen bij Meander.