-
Ik kom een huichelaar tegen en
scheld hem de huid vol.
'Hée Huichelaar!' Hier! Pats!
En hier nog een stomp.
Hij zal mij zien, hij zal zien hoe ik hem, de huichelaar,
'Huichelaar!' noem
en hem HUP nog een schop na geef.
Hij ligt op de grond en kreunt.
Huichelachtig vind ik dat, dat zeg ik hem
en heel gemakkelijk loop ik van hem weg.
Even verderop staat een leugenaar.
'Hée leugenaar!' roep ik. En Pats!
Ook hij krijgt zijn deel, een welverdiende klap in zijn gezicht.
'Auwauwauw!' kermt hij, maar omdat hij liegt
deel ik hem nog een van mijn beste klappen uit.
Hij kijkt, hij ziet hoe ik hem, de leugenaar,
'Leugenaar!' noem
en hem zijn verdiende pak slaag geef.
Die zelfde middag kom ik nog tegen een sluwe,
een kwakzalver, een sjoemelaar en het merendeel.
Die drijft me werkelijk tot het uiterste!
Allemaal leer ik ze mores door dreunen, slagen en stoten in magen.
Het merendeel reageert zo gevoelig
en smeekt, terwijl mijn vuist net de zoveelste zwaai in de lucht maakt,
of ik alsjeblieft wil stoppen.
'Stoppen! ?'
Ja, en met inmiddels bebloed gezicht oppert het merendeel voorzichtig
de mogelijkheid tot iets anders.
'Iets anders!?' schreeuw ik uit,
'Wat anders!'
'Knijpen, stampen, krassen,
trekken, wat!'
Het merendeel zegt te denken aan haasje over.
'Ken ik niet', zeg ik met afschuw in mijn stem.
Ze leggen me huiverend uit hoe het gaat.
Ik trek mijn vuist uit het gezicht van het merendeel
en we doen haasje over.
Een lange rij van ruggen is gemaakt.
Ruggen waar ik over mag.
Ik spring over de mensen, maar houd de teugels strak.
De huichelaar en de leugenaar zijn ook van de partij.
Steeds een moment lang zweef ik in de lucht.
Het geeft mij een nieuw gevoel; van de aarde los,
het lichaam licht, zonder dagelijkse druk.
Maar dan meteen daarna: op aarde terug, voeten op de tegels,
en onmiddellijk keert mijn woede terug.
Dan weer het moment van in de lucht verkeren,
mijn handen los.
De rij is oneindig, de mensen lenen mij hun rug
Ze buigen zich voor mij, en toch,
ik houd mijn gezicht strak,
trek een smoel van 'niets kan mij nog schelen'
en hoop maar dat niemand het ziet.
Ze mogen niet zien hoe ik geniet.