[overzicht]


Kees van Houte


Kees van Houte woont in Amsterdam. Daar actief als dichter, uitvreter en journalist. Treedt in hoedanigheid van dichter sporadisch op. Gelooft in dit verband in dramatische entrees, en een uitgestreken smoel als het op de kern van de zaak, het voordragen, aankomt.
Bladspiegel = voordrachtssnelheid, intonatie, etc., wat Van Houte betreft. Dus, een incidentele hoofdletter wordt nadrukkelijk uitgesproken, een tab markeert een pauze die zolang duurt als (plusminus) het uitspreken van de karakterserie die het vervangt, etc.
Van Houte heeft een weinig gepubliceerd, in tijdschriften als Poezine en Lava. Momenteel schrijft hij een fantasy-novelle, in de hoop a la Harry Potter goud te (doen) scheppen uit louter trash.



in je slinksheid beweeg je gemakkelijk
tussendoor cordons schildroffelende
gummiknuppels     arme jij met je bloemetjes

niet onder de indruk deel je uit     chrysanten
of wat past bij zo’n uniform of ander          uit
de belegerde stad heb je de laatste geplukt
om voor een dag de stank te kunnen verstieren

en struikel je dan vangt zo’n geuniformeerde je op
en zet je zachtjes neer voor zijn versierde schild
en roffelt zodat het lijkt alsof de mond met de tong
spreekt                    je schorheid overstemmen wil

alles delen we je bloed    ons bloed      maar jij
slimmer dan dat hebt geprobeerd een steel
door het plastic te steken en gedacht dat de oogkas
al leeg was      heel goed      jouw bloed proper

in je slinksheid verander je vaak van gedachten
zodat je denkt dat je ongrijpbaar bent          je bent
te reduceren tot stof ondanks de kracht van je hersens
het overlopen van je hart   het staalkussen van je mond

je hebt niet eens gemerkt dat de lucht grauw is als staal
dat ijzer overheerst tussen de bloemen muziek
generiek is voor stampende laarzen        wat een mars
van geweld is weet je niet dan door de brilleglazen
van een vredestichter              maar je bloeit mooi       dat wel

je houdt de mens in gedachten achter de helm
een grimas een glimlach waarom niet je beukt
op het plastic met je tulpenbos met je kennis
sloop je       het is oorlog tenslotte              het water is op

in een andere tijd had iemand een kaart kunnen maken
van je route langs liefdevolle intenties je lint
rond de stad geknoopt met een strik op iedere hoek
vlaggetjes en papieren rozen              de ideale toeristengids

je springt over een dode   je praat met iemand die
nog aan het sterven is              misschien wel de plek van een
monument          je armen zijn als ontpoppende vlinders
bekrast met swastika’s     allemaal dronken tekens

magere gedachten leg je in je slinksheid
op aan de werkelijkheid zodat een wapen stopt
zodat een kogel niet arriveert                   als
in een boek bloemen drogen                  werkelijk is

in een encyclopedie een diagram als beschrijving
volstaat        een vuile dag in een vuile stad
je bent slinks genoeg om te benoemen wat je ziet
als je iets lugubers ontdekt hebt aan het leven          bloemen
bedekt met gruis uit kuilen gedrukt      en glimlacht






Onzaligheid! ik schrijf het volgende
van de bakker liep ik naar de kapper
met een broodje, met een broodje
van de kapper liep ik naar het restaurant
met haar in m'n oor, met haar in m'n oor
van het restaurant liep ik naar de kroeg
met een bolle buik, met een bolle buik
uit de kroeg tolde ik naar huis in het donker
met een slok op, met een slok op
in het donker ontmoette ik een onbekende
met een slok op, met een slok op
daarna verdwaalde ik in het donker
met een slok op, met een slok op
Onzaligheid! ik schrijf het volgende
van een bloedbad op m'n netvlies gebrand





veelvuldig wulpser (veelvuldig wellustiger)

la traviata op het travertine in het ouderlijk huis van onno
nee dat kan veelvuldig wulpser
in het onmengbare mengsel
van literatuur en werkelijkheid.
la meglio gioventu op het lcd-scherm van de apple van joris
nee dat kan veelvuldig wulpser met de onmengbare mengsels
van literatuur en werkelijkheid.
                                                   let’s go!
impressies van sweet porphyria op het douchegordijn bij erik
nee dat kan veelvuldig wulpser door een onmengbaar mengsel
van literatuur en werkelijkheid.

de decamerone in doorzichtig non-nachthemd in bed met hans
nee dat kan veelvuldig wulpser met onmengbare mengsels
van wiskundige wetten en werkelijkheid.
les sept vieillards uit het rookverstikte keelgat van pygmalion
nee dat kan veelvuldig wulpser door het onmengbare mengsel
van wiskundige regels en werkelijkheid.
                                                                 let’s go!
naakt onder een boetekleed in de zwoele zwaluwnacht met arjan
mijn man nee dat kan
veelvuldig wulpser in de onmengbare mengsels
van wiskundige wetten en werkelijkheid.
                                                                  let’s fly!
op tour met het amsterdams concertgebouworkest genomen
in basel op de contrabas van gilles nee dat kan veelvuldig wulpser door een
onmengbaar mengsel
van voorstellingsvermogen en werkelijkheid.
you ain’t seen nothing yet in de afgebonden oren van
simon nee dat kan veelvuldig wulpser in onmengbare mengsels
van voorstellingsvermogen en werkelijkheid.
serge die zijn jane vastgebonden aan een boom
achterlaat omdat je hem jaloers hebt gemaakt
nee dat kan veelvuldig wulpser met het onmengbare mengsel van voorstellings-
vermogen en werkelijkheid.
                                             let’s fly!





für die dichter

je zit er al een half uur en dan merk je dat je niet alleen bent
dan vliegt de anekdote uit het raam zo die er is
dan zakt de anekdote door de vloer zo die er ligt

dan nestelt de anekdote zich tussen de steunbalken
boven de ruimte die een zolder te noemen is
en is als een schildpad met een T-buik van beton

dan heb je beslist (een aanrader sist iemand, een voorwaarde
sist iemand) je aandacht al verschoven naar de ruimte

en anders ben je misschien de pratende kast
en anders ben je misschien de pratende lampenkap
en anders ben je misschien de gesloten kist

waarop iemand begint te praten (maar waarschijnlijk
ben je de ongestructureerde onderdelen in een doos
net binnen gebracht) over originaliteit






waarom een negatief uitgangspunt zo is het een gedicht verklaarde hij monter monsterend moeders mosterd
met een glimlach herhaalde zij met vette dikke handen in een cake blik dwars door de keuken
                        zo is het een gedicht
maar de kat keek weg uit het raam en dacht ergens anders aan        namelijk muisjes
en moeders gedachten waren op de zwarte nacht gericht
             zo was het tafereel ingericht







Kees, wie moet naar jouw mening volgende keer centraal staan in Podium?
Samuel Vriezen.

Waarom?
Samuel Vriezen is, als dichter, niet zo nauw te definiëren als precies dat: een dichter. Ik zal proberen te duiden waarom het aspect van 'non-dichterschap' in het geval Vriezen een pre is.
Vriezen schrijft gedichten. In de eerste plaats, echter, componeert hij muziekstukken, voor piano vooral, en ook, als ik het wel heb, voor kamerensembles (kleine groepen muzikanten).
De aard van zijn werk (in breedste zin) valt misschien te definiëren als 'de ruimte onderzoekend'. De ruimte van het blad (partituur of pagina) vormt bij Vriezen op zeer wezenlijke wijze het uitgangspunt voor het maken van een compositie, het schrijven van een gedicht. De dichter Vriezen is in niet geringe mate onderhevig aan de kennis van de praktijk van het componeren van muziek, en in het verlengde daarvan, het besef van ruimte, uitgemeten in tijd, wat ik hier dan ook maar duid als 'door partituur geïnspireerde foefjes'.

Een beetje lezer zal het idee hebben alle kanten van de komma, of de dubbele punt of de punt komma, reeds te hebben ontdekt, en zal, vanuit die veronderstelling, bij het lezen van een Vriezen, de wenkbrauwen doen wippen, en vervolgens vervaarlijk doen kantelen, in milde verrassing, respectievelijk hartgrondige irritatie, bij het aanschouwen van kluwen komma's op een wel zeer bepaalde plek in de tekst. Op die bepaalde plek, en misschien is dat inderdaad aan de hand, worden woorden (primair: betekenis), aanwezig in het gedrang van al die komma's, hoe zal ik het zeggen, wel, zeer onderhevig aan dat gedrang. De functie van de komma: het inlassen van een korte pauze in de lezing, de functie zelf dus, wordt hier een bijzondere betekenisgevende aanwezigheid in de tekst. Ja, krijgt betekenis in zichzelf, meer dan in de zeer summiere overdrachtelijke zin van 'een ademhaling' tussen twee grootheden door.
(Ik wil overigens wel melden dat noch Vriezen, noch ikzelf per se een kommafetisjist is; het bewuste leesteken heeft hier een louter illustrerende functie.)
Het visuele aspect van het minste leesteken is een factor die meetelt in Vriezen's composities. Stijlmiddelen als herhaling en opsomming (lekker veel komma's in de opsomming) zijn bij Vriezen van groot belang, maar altijd ten faveure van de bladspiegel. Je zou misschien kunnen stellen dat Vriezen de ruimte onderzoekt, door alle componenten die de ruimte (kunnen) vullen, zonder het minste vooroordeel, te onderwerpen aan een set oorspronkelijke formules, die de mogelijkheid van die ruimte bepalen, en, laat ik zeggen, de voorwaarden uitmaken voor het (in dit geval) gedicht.
Ritme, natuurlijk, is het aspect van het gedicht zelf, dat bij een delibererende aanpak als die van Vriezen, van groot belang is. Gebruikte stijlmiddelen staan nu in extremis in het teken van het ritme van de tekst. Ritme, op zijn beurt, is een belangrijke betekenisgever, is, bij wijze van spreken, het groen (of rood of geel) getinte glas van de bril waardoor de wereld wordt bezien.
In een gedicht van Vriezen is betekenis van individuele woorden, of woordclusters, enigszins gelijkgeschakeld. Dat wil zeggen: het intentionele aspect van het gedicht ligt niet langer besloten in zoiets als onset, body, coda, punchline of mystificatie, setting, drama en resolutie, of zelfs zoiets als een intuïtief traceerbare eenheid in een amalgaam van opeenvolgende beelden, dat leidt tot een, wel, modernistisch aandoend knik-en-plap stuk waarin wellicht de onuitspreekbaarheid van de sacrale Idee in ondergebracht is (als de geest in het graf met het lichaam van de overledene), met als gevolg, dus, dat het distinctief (betekenisvolle) aspect van een woord (woordcluster) problematisch wordt. (Alle meisjes bezien door rode glazen, hebben rode haren.)

Jaja...
Dat ik zaken verwar, staat buiten kijf. Dat ik tracht te duiden wat Vriezen's visie, en dientengevolge zijn werkwijze, zo ongeveer behelst, het moge duidelijk zijn, heeft bij mij de verveling uit de plaat (die spiegel die poëzie soms is gezegd te zijn, in diepste wezen) gepoetst, heeft voor mij de poëzie weer op de kaart gezet als discipline van de kunsten die als eerste sinds de uitvinding van de kleurentelevisie weer eens niet louter in beelden spreekt, maar vanuit de heelheid van een concept een universum creëert waarin wetten de dienst uitmaken, zoals natuurwetten de mens, het hoogste woord de rechtsgang, etc.
Om nog even te vervallen in beeldspraak: Vriezen's poëzie staat in het teken van een onderzoek naar samenlevingsvormen, door simulaties die per pagina (per gedicht) de wetten krijgen toegedicht volgens welke elk afzonderlijk atoom (van 'poes' tot 'vliegdekschip' tot ',') binnen zijn grenzen, opereert.

Nou, ik ben benieuwd!
Wellicht dat Vriezen zelf de nodige correcties kan uitvoeren op het hierboven geschrevene, het in zijn geheel kan verwerpen desnoods.

Samenstelling: Rob de Vos