Thomas Möhlmann
Thomas Möhlmann (1975) debuteerde dit jaar
met de bundel De vloeibare jongen (Uitgeverij Prometheus). Daaruit drie gedichten.
In het bos
Er worden geen vragen gesteld geen suggesties
gewekt, er wordt niet geveegd maar gestreeld
eerst worden stammen van bomen gescheiden
dan bladeren van scherven, pluisjes van stof
de eenvoudige gebaren boezemen iets in
waar het klaar is, lijkt nog niets begonnen
intussen vertrokken de sprokkelaars vanzelf
boog het zoekteam zich boven een vennetje
te ver voorover en leunden de overblijvers
tegen takken die er niet meer waren
mocht wie nu nog rest de behoefte voelen
zich tegen deze schoonmaak te verzetten
hij stuit op manshoge kabouters en woelt.
(Uit aantekeningen achterin de bundel: 'In het bos' is opgedragen aan Alfred Schaffer.)
Ze roept de tuin wakker in haar slaap
en als ze opstaat is de dag al bijna om
ze zet thee om haar handen te verwarmen
en legt de kaarten aan haar foto's uit
streelt de lijsten het glas streelt over haar
eigen nagels vingerknoppen nerven bast
trekt een lekspoor over de vloer legt haar
jukbeen op haar opgetrokken schouder
dag pijp en pet dag lief suikersoldaatje
op de fiets van chocola dag pa dag ma
controleert het bestek - is ze hier? ze is hier
in haar woekerende huis schuift ze
elke seconde haar huid achterna.
De vloeibare jongen
I
Na zijn versleten tooi en kleed te hebben
afgelegd, heeft hij zich licht gebukt gehurkt
bij de rivier gevoegd. Terwijl de veren drogen
vouwt
hij
zijn
kleine
woorden
tot bootjes, worden goedgevormde zinnen
in liefdevolle stomheid nagestaard.
Opstaan, geleidelijk vaste vorm verliezen
nu en wachten tot hij zich tussen de dunne
wanden van zijn huid als in een aangestoten
vissenkom wiegen kan.
Aan de oppervlakte van zijn onderarm
plaatst hij het lijfje van een vogel
om vlak voordat hij wegspoelt
een zelfbedacht geheim in te bewaren.
Om te beginnen waar het vorige keer bij Jan-Willem Anker
eindigde: Wat is jouw visie op de verhouding tussen dichters die
op hun best zijn op een podium en dichters wier werk je het beste kan
lezen?
De langslepende discussie over podiumdichters versus dichters van papier vind ik
onnodig opgeklopt en weinig zinvol. Je hebt mensen die goede poëzie kunnen schrijven. Die
mensen heten (goede) dichters en met een beetje geluk maken ze er op een podium ook
nog eens iets moois van. Je hebt ook mensen die er iets moois van maken op een
podium. Daaronder bevinden zich (goede) dichters, muzikanten, komieken,
entertainers enz. Ter aanvulling: wat mijn eigen opvatting betreft, kopieer ik hier
een elders eerder gegeven antwoord op een vergelijkbare vraag: 'Het belangrijkste en
spannendste vindt plaats op papier en in het hoofd van de lezer, maar het doet er
zeker wel toe hoe iemand zijn werk op het podium brengt. De meest geslaagde
voordracht is volgens mij die waardoor je een bundel wilt gaan lezen. Een beetje
dichter is gewoon goed in beide. Het zal vaker gezegd zijn, maar een prima
voorbeeld is wat mij betreft Menno Wigman: sterke voordracht, sterke gedichten. Naast
dit alles heb ik zelf eenvoudigweg veel plezier in optreden, of het nu voor tien of
voor duizend man is, in een bar, in een bed, vanaf een balkon of vanachter een
katheder. Optreden is ook gewoon een leuke en lucratieve manier van uitgaan. Het
plezier van een goedgelukt optreden kan groot zijn, maar haalt het uiteindelijk
niet bij het genot van een goedgelukt gedicht.'
Stel dat over vijftig jaar iemand gedichten van jou zou lezen die jij in
2005 hebt geschreven. Iemand die jouw werk verder niet kent. Met welke precisie zou
die persoon dan de gedichten kunnen dateren, denk je?
Aangenomen dat er over vijftig jaar nog mensen zijn, en dat een deel van die mensen nog
Nederlands spreekt en leest, en dat een deel daarvan nog gedichten leest, en dat iemand
van dat deel op mijn gedichten stuit, dan zou die denken dat ze in het afgelopen jaar
verschenen zijn.
Je studeerde letterkunde. Waarom heb je juist die studierichting gekozen?
Eerst om zo veel mogelijk tijd en geld aan boeken en bundels te kunnen besteden. Vervolgens ook
om daarover te kunnen praten en schrijven.
Je bent zo te lezen op je site
dagelijks met poëzie bezig. Is een leven zonder poëzie voor
jou denkbaar? Vier je vakantie zonder poëzie?
Leven zonder poëzie, taal, liefde, seks, zintuiglijk genot, muziek: het is allemaal
denkbaar, maar het lijkt me wel verschrikkelijk. Vakantie vier ik natuurlijk niet
zonder poëzie, dat zou nogal zonde zijn van al die vrije tijd! Het is een prima
tijd om te schrijven en om een paar bundels te lezen waar je al tijden niet aan
toe gekomen bent. Meestal neem ik ook een bundeltje mee om te herlezen. Meestal is
dat
Zo is de zee van Jan Baeke,
Tong en trede van Erik Lindner,
De rivier als vlakte van Marije Langelaar,
Zijn opkomst in de voorstad
van Alfred Schaffer of
Lichaam en ziel van Martin Reints.
Met welke schrijver (dood of levend) zou je wel eens een avondje uit
eten willen gaan?
Als ik het dan toch mag bepalen, richt ik graag een banket aan met een mooi gezelschap
levenden en doden. Wel vind ik dat wie niet single is, zijn of haar partner ook mee mag
nemen. Voor de gezelligheid schuiven in elk geval Tsead Bruinja, Tjitske Mussche,
Jan-Willem Anker, Maria Barnas, Jan Baeke, Erik Lindner, Lucas Hirsch, Alfred Schaffer,
Saskia de Jong en Mustafa Stitou aan. Elk van hen mag ook één levende of dode gast
meenemen. Als hiermee niet ook Rilke, Neruda, Montale, Pessoa, Charms, Suchère en
Popa binnen zijn, dan worden die alsnog uitgenodigd, inclusief tolken Russisch,
Italiaans, Portugees en Joegoslavisch. Verder hoop ik dat Menno Wigman, Pieter
Boskma en Mark Boog ook kunnen komen. Bas Belleman had zich vanwege
familieverplichtingen afgemeld, maar komt na het dessert toch nog even een goed glas
whisky drinken en een potje schaken. Schaffer ontdekt een piano op de achtergrond en
zet een duet in met de zojuist gearriveerde Frank Starik. Vrouwkje Tuinman neemt
plaats op de vrijgekomen stoel naast John Ashbery. Aangetrokken door de muziek
klopt Joost Baars op de deur, met gitaar. Tegen die tijd zijn Nijhoff en Leopold
net hun jassen aan het pakken: willen niet te laat te bedde, lichten ze toe. Dit
natuurlijk tot grote hilariteit bij Slauerhoff, Van Ostayen, Baudelaire, F. van
Dixhoorn, Kouwenaar en Lucebert. Hans Lodeizen en Willem de Geus zijn trouwens
een klein uur geleden stilletjes getweeën vertrokken, hopelijk hebben ze een
fijne verdere nacht. Als het hele gezelschap moe en dronken is, komt Toon Tellegen
ons in slaap lezen met dierenverhalen. De volgende dag liggen er twee kaartjes
bij de post: Nachoem Wijnberg laat zich groeten vanuit het verre oosten, waar hij
een stel oude vrienden opzoekt, en Michael Brennan heeft zich niet kunnen vrijmaken
van zijn Japanse lesroosters.
Welke (jonge) dichter moet volgende keer centraal staan in de rubriek
'Podium' en waarom?
'Podium' heeft al een fraai rijtje (jonge) dichters staan, met o.a. Lucas Hirsch,
Hélène Gelèns, Tjitske Mussche en Jan-Willem Anker... Hopelijk komt
Bas Belleman binnenkort ook eens aan de beurt, maar eerst stel ik Joost
Baars voor, omdat er naar ik hoop ergens in de komende twee jaar eens een mooie
debuutbundel van hem zal komen.