[overzicht]


Tjitske Mussche




PLANKENKOORTS

dus

laten we blijven nu en ons vliegens wit
wassen er is een plank om uit te groeien
tot een catwalk
cakewalk zeg je diepjes
                                           draaibil
                                           draaibil

laffe laffe duimelaar leer tuimelen
als handstand want ik heb je

zag je de hakjes op de brug? het rokje vol zijden benen?
het bloeit al úúúren kippenvel en er zijn borsten

voor je klaargelegd deze avondval van donkerzachte lippen
zal je dansen in een kreeftengang een ganzenpas

ik maak honger voor je klaar tenslotte
blijft er uiteindelijk niets dan vel dat uit de nerven

welft tot het er barst van omhelzen
lig ik zelden in de war ik raak zo van je hals

en ook wel van je kraagje dat daar zo
met je haar ervoor



Tjitske Mussche (1982) studeert Nederlands en Literatuurwetenschap in Amsterdam. Momenteel studeert ze een half jaar in Zuid-Afrika waar ze zich richt op Engelstalige + Afrikaanstalige post-apartheidliteratuur. Binnenkort verschijnt op het nieuwe internettijdschrift 'Kiez21: growing magazine for culture' een briefwisseling tussen haar en Alfred Schaffer over nieuwe Zuid-Afrikaanse poezie. Gedichten van haar verschenen o.a. in de tijdschriften De Revisor, Krakatau en Parmentier.




OPENINGSSCÉNE MET ARTISJOK

een landschap in lopen dat nog niet op de kaart is gezet, rondkijken
er een buik in leggen, besluiten geen scherpe kanten te tonen, plooien

een strak badpak klaarleggen, observeren hoe de hoge bil van een paard
overgaat in een dijbeen, water op het vuur zetten, de krant recht leggen

slecht nieuws bedekken met een hete artisjok, de blaadjes aftellen
de krant rechter leggen, een briefkaart sturen met daarop 'ontkom toch'

een kind baren en het in plooien wikkelen, iemand vasthouden met een hand
er een bij leggen (nog één?), vroeg opstaan voor een wereldrecord

met een blad een tong verbranden tot hij zwart ziet, dooreten, 'mmm' zeggen
en vragen wat daarna komt, bang zijn voor het zoemen van de vliegen

ontdekken dat de artisjok ontzagwekkend groeit, dooreten, dooreten
het kind een blaadje voeren, een briefkaart krijgen met daarop 'ontkom toch'

(het volkslied vals alom)





SLOTSCÈNE MET ARTISJOK

op een ochtend wakker worden als een artisjok, een bijpassende jurk
uitkiezen rood, plooien als een plas rond de voeten rood

wachten op iemand die uit is op het hart, een drukknoop ontdekken
heel voorzichtig een stuk stof oprollen tot het laagste blad zich blootgeeft

iemand horen fluisteren 'very very cherry', alvast een beetje blozen
en verlangen naar een tafel met een bord, de partituur klaarleggen

een nieuwe drukknoop vinden, stof laten vallen tot twee ontblootte
blaadjes, 'très très dior ma cherie, très très dior'

iemand moet wel onderweg zijn, als er een mes was zou het vlugger gaan maar
ook dit is slechts een kwestie van seizoenen, de zon hoog zien staan

stof heel langzaam openslaan, instrumenten stemmen, water op het vuur, nu
komt het er op aan, blote huid staat op het spel, de jurk bloeit zienderogen roder

iemand zal er nu wel bijna zijn

(alvast voorzichtig een blaadje eten)


Draagt jouw kennis van de literatuurwetenschap iets bij aan jouw poëzie?
Ja en nee. Nederlands en literatuurwetenschap studeren is vooral lezen en ik geloof nog altijd dat veel lezen een heel belangrijk onderdeel is van schrijven. Niet alleen poëzie trouwens, binnen mijn studie heb ik daar niet eens zoveel van gehad. Je staat nu eenmaal in een traditie en hoe kun je denken dat je iets vernieuwends schrijft als je niet weet wat er al zo ongeveer geschreven is? Overigens schuilt daarin tegelijkertijd een nadeel: het lezen kan ook verlammend werken, waarom zou je nog schrijven als er al zoveel goeds en moois en intelligents geschreven is? Uiteindelijk is het de kunst om de 'guts' te hebben om je daar doorheen te slaan, door de traditie te gebruiken, te vervormen en simpelweg te schrijven. Ik zou ook niet anders kunnen, want van niet schrijven word ik heel ongelukkig.

Draagt het kennis nemen van de Zuid-Afrikaanse poëzie iets bij aan jouw poëzie?
Dat vind ik nu nog moeilijk om te zeggen, ik ben er pas vier maanden. Ik richt me nu vooral op de nieuwe Zuid-Afrikaanse poezie, maar daar heb ik nog niet zo heel veel spannends bij gevonden. De Zuid-Afrikaanse poezie is zo totaal anders dan Nederlandse poëzie. Veel minder taalgericht, veel prozaischer en veel meer in de Zuid-Afrikaanse samenleving en zijn problematiek verankerd. Daar had ik in het begin wel wat moeite mee. Ik merk dat het nu wat makkelijker wordt om te lezen, nu ik wat meer van de geschiedenis en huidige politieke omstandigheden weet. Ik heb wel bewondering voor iemand als Gert Vlok Nel, die gedichten, foto's, liedjes en verhalen combineert op een heel persoonlijke, maar ook ironiserende manier. Hij was ook de eerste die de spreektaal van het Afrikaans - een combinatie van Engels en Afrikaans = Engfrikaans- naar zijn hand zette en gebruikte in zijn werk. Het is grappig om te zien dat poëzie en muziek hier veel meer verbonden zijn dan in Nederland. Er zijn heel veel dichters die met gitaar en/of mondharmonica hun gedichten voorlezen of zingen. Die heten dan geen 'singer/songwriter' maar gewoon 'dichter'. Maar goed, om op je vraag terug te komen, ik heb zelf nog geen sporen van de Zuid-Afrikaanse poëzie in mijn werk gevonden, wel van het land zelf trouwens.

Draagt het contact met Alfred Schaffer iets bij aan jouw poëzie?
Het contact met Alfred Schaffer gaat alleen over de Zuid-Afrikaanse poëzie. Ik ging op zoek naar de nieuwe Zuid-Afrikaanse poëzie voor een scriptie en omdat hij 8 of 9 jaar in Zuid-Afrika heeft gewoond en goed op de hoogte is van wat hier gebeurt én omdat hij samen met Antjie Krog 'Nuwe Stemme 3' -een bloemlezing van nieuwe Zuid-Afrikaanse dichters- heeft samengesteld, was hij de aangewezen persoon om als 'reisleider' te gebruiken, om me aan te vullen en tegen te spreken. Dat resulteerde dus in die briefwisseling, waarin Zuid-Afrika centraal staat. Zijn en mijn eigen poëzie staan daar buiten.

Wie moet de volgende keer centraal staan in 'Podium'?
Jan Willem Anker. Die is net gedebuteerd met 'Inzinkingen' bij de Bezige Bij. Ik heb de bundel nog niet helemaal uit, maar ik ben al aangenaam verrast. Ik heb zoiets nog niet gelezen, hoe moet ik de bundel typeren.... ehm... voor dit moment zeg ik dat het de vervreemdende, observerende, soms ietwat macabere stijl en ongelooflijk uitgebreide vocabulaire is, die me erg aanspreken.


Samenstelling: Rob de Vos