Visionaire dichters (4): Arthur Rimbaud
Door Vincent Scholze
RIMBAUD EN VERLAINE
het huilt hier doordrongen woorden
met de snelheid van een reis
te vlug beschrijft de zin zichzelf
en verdrinkt in bloedrode inkt
het kust hier naar een einde toe
en het klinkt
als twee hoofden tegen elkaar
als in elkaar liefde is
Frans de Birk
INLEIDING
Jean Nicolas Arthur Rimbaud werd op 20 oktober 1854 geboren
te Charleville, in de Franse Ardennen. Hij had één
broer, Frédéric (geboren in 1853), en twee jongere
zussen: Vitalie (geboren in 1858) en Isabelle (geboren in 1860).
Daar zijn vader, een kapitein bij de infanterie, met een andere
vrouw was verdwenen, groeide Rimbaud op bij zijn autoritaire moeder,
die uit een boerenfamilie kwam. Op school was Rimbaud een model
leerling: hij blonk uit in veel vakken, vooral in retoriek.
Op een geven moment arriveerde er uit Parijs een nieuwe leraar
voor dat vak, Georges Izambard, tevens dichter. Al gauw was deze
erg gesteld op de jonge Rimbaud, die hij blij maakte door hem
zijn persoonlijke bibliotheek te laten gebruiken.
Op veertienjarige leeftijd schreef Rimbaud al gedichten in het
Latijn en onder invloed van Izambard begon hij op zijn
vijftiende Franse verzen te schrijven.
In 1871 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Pruisen en het land
raakte in chaos. Izambard was het jaar daarvoor naar Douai
(ten noordwesten van Charleroi) gegaan, Rimbaud achterlatend
met vrije toegang tot zijn bibliotheek. Rimbaud raakte uiteindelijk
verveeld in het 'idiote' Charleville en ontvluchtte het voor
de eerste maal. Hij reisde via het Belgische Charleroi naar
Parijs, maar belandde in het gevang, omdat hij geen kaartje
had dat geldig was voor de gehele reis. Dankzij tussenkomst
van Izambard werd Rimbaud vrijgelaten en verbleef hij vijftien
dagen in Douai bij diens oudtantes. Toen hij weer in Charleville
terugkeerde, werd hij niet bepaald warm onthaald. Ruim een maand
later ontvluchtte Rimbaud Charleville voor de tweede maal:
eerst naar Charleroi, dan naar Brussel om uiteindelijk terug
te keren naar Izambards oudtantes. Ruim drie weken na zijn
vertrek vroeg Rimbauds moeder de politie hem uit Douai terug
te halen. Bij zijn terugkomst trof Rimbaud zijn school aan in
gebruik als tijdelijk ziekenhuis. Daar er dus geen lessen
gegeven werden, bracht Rimbaud veel tijd door in de bibliotheek.
Op 25 februari 1871 ontvluchtte Rimbaud Charleville nog
één maal per trein naar Parijs. Hij zwierf daar,
totaal blut, vijftien dagen rond, om uiteindelijk op 10 maart
te voet terug te keren. Terwijl hij onderweg uitrustte in Roche,
schreef hij zijn
lettre du voyant, die zijn nieuwe
richting in de poëzie kenschetst. Hij proclameerde
daarin een 'lange systematische deregulatie van de zintuigen'
en stond daarmee - nog maar zestien jaar oud - op het punt
zichzelf tot een 'visionair' te maken.
Later dat jaar schreef Rimbaud naar de dichter Paul Verlaine
en stuurde hem ook enige verzen op. Hij hoopte tevens op een
verblijfplaats voor als hij in de toekomst naar Parijs mocht gaan.
Verlaine vond Rimbauds poëzie goed en liet hem naar Parijs komen.
Alvorens naar Verlaine af te reizen, schreef Rimbaud nog zijn
bekende
Bateau Ivre. Rimbaud verbleef enige maanden bij
Verlaine en begon met het schrijven van zijn beroemde
Illuminations.
In 1872 reisde Rimbaud met Verlaine naar Londen, waar zij
enige tijd verbleven. Toen Rimbaud na een kort verblijf
in Roche terugkeerde naar Londen, kreeg hij met Verlaine
slaande ruzie. De laatste vertrok met de boot naar België
en dreigde per brief met zelfmoord. Rimbaud reisde hem enige
dagen later achterna en in een Belgische hotelkamer dreigde
hij op zijn beurt Verlaine te verlaten. Verlaine had een pistool
gekocht en schoot daarop Rimbaud in zijn hand. Deze gaat
naar het ziekenhuis en laat de wond behandelen zonder
een aanklacht in te dienen. Later die dag lopen Rimbaud en
Verlaine toch weer gezamenlijk op het treinstation, maar
wanneer Verlaine zijn hand plots in zijn zak steekt, denkt
Rimbaud dat deze hem wil vermoorden. Rimbaud rent snel naar de
dichtstbijzijnde politieagent, waarop Verlaine wordt gearresteerd
en voor twee jaar achter de tralies verdwijnt. Rimbaud
werd daarna opgenomen in het ziekenhuis en keerde terug
naar Charleville toen zijn einde nabij leek te komen.
Toen schreef hij de laatste hoofdstukken van
Saison d'Enfer,
waaraan hij in Roche begonnen was. Vanwege de hoge kosten bleek
uitgave van het boek moeilijk, maar uiteindelijk kon het in
Brussel op kosten van zijn moeder gedrukt worden.
Later in dat jaar ging hij met de dichter Germaine Nouveau
naar Parijs, waarschijnlijk om exemplaren van zijn boek aan
vrienden te geven. Daarna ging hij naar Londen, waar hij zijn
Illuminations voltooide (de eerste boekuitgave werd pas
in 1886 gepubliceerd). In 1875 begon Rimbaud zijn grote reizen
naar Wenen, Straatsburg, Java, Noorwegen, Cipres en in 1880
reisde hij gedurende elf jaar door Ethiopië en Djibouti.
In 1883 stuurde hij enkele van zijn reisverslagen naar de
Geographical Society in Parijs.
In 1891 werd Rimbaud ziek door de jaren van eenzaamheid en
het harde werken in Afrika. Hij schreef toen niets meer,
behalve brieven vol klachten naar zijn moeder. Hij was
vermoeid en verveeld door het leven; wie weet wat er allemaal
in zijn hoofd omging. Complicaties bij een beenamputatie en de
gevolgen van syfilis verslechterden zijn toestand. Hij stierf
in november van dat jaar in Marseille, met zijn zus Isabelle
aan zijn zijde.
POËZIE
Rimbaud is als dichter sterk beïnvloed door occulte
geschriften en zijn sympathie voor de Parijse Communards,
die streefden naar een op de idealen van de Franse Revolutie
gestoelde samenleving. Vanaf de tijd dat hij zich transformeerde
tot visionair, werden zijn gedichten steeds experimenteler en
hoogdravender, om uiteindelijk hun ontwikkeling te voltooien
in het bekende
Illuminations. Het volgende fragment uit
Saison d'Enfer geeft een kleine schets van Rimbauds beleving:
Ik geloofde in al wat betovert. Ik verzon de kleur van de klinkers!
A zwart, E wit, I rood, O groen.
Ik bepaalde vorm en beweging van elke medeklinker, en met mijn
spontane verzen ging ik er plat op een poëtisch woord uit
te vinden dat ooit toegankelijk zou zijn voor alle zintuigen.
Ik liet de vertaling achterwege.
Het begon als een experiment.
Ik schreef stiltes, nachten neer, ik noteerde het onuitdrukbare.
Ik legde duizelingen vast.
Rimbaud wilde nieuwe beelden creëren en een taal vinden
om zijn ervaringen als 'ziener' aanschouwelijk te maken;
hij gaf zich dan ook totaal over aan zijn zoektocht.
Tijdens zijn verblijf bij Verlaine in Parijs experimenteerde
Rimbaud op alle fronten. Hij ontregelde uiteindelijk niet
alleen zijn eigen zintuigen, maar ook het literaire milieu.
Men kan stellen dat Rimbaud middels zijn experimentele
poëzie zocht naar de bron die in de verte iets van
zijn mystiek onthult en dat hij die als een kind wilde omvatten.
ILLUMINATIONS
Aanvankelijk kreeg
Illuminations minder aandacht,
omdat het eerder gepubliceerde
Saison d'Enfer gezien
werd als het hoogtepunt van Rimbauds oeuvre en tevens als
zijn testament. Toen in de jaren vijftig de belangstelling
voor prozagedichten groeide, kwam de waarde van
Illuminations
pas aan het licht.
Illuminations staat als verzameling prozagedichten
aan het begin van de moderne literatuur. Binnen deze verzameling
zijn globaal vier soorten teksten te onderscheiden:
uiterlijke beschrijvingen (beschrijvingen van objecten in
de natuur en cultuur), innerlijke beschrijvingen (beschrijvingen
van grenservaringen in de geest), verhalende teksten en retorische teksten.
Rimbauds schrijfstijl in
Illuminations wijkt af van
de algemene: zijn beschrijvingen verbeelden geen onmiddellijk
herkenbare realiteit - de lezer wordt vervreemd in plaats van
vertrouwd gemaakt door middel van herkenning. De stijl van
Rimbaud varieert in deze verzameling van impressionistisch
tot expressionistisch, meanderend door een landschap van symboliek,
droomachtige associaties en utopische beelden. De bundel is
tevens op verschillende wijzen te lezen: biografisch,
literair-historisch, allegorisch, thematisch en structureel.
Dankzij Rimbauds schrijfstijl dient de lezer, in een poging
zoveel mogelijk te begrijpen, de bundel meervoudig te benaderen:
zowel met een algemene interpretatie van de gedichten als
met een interpretatie van elk detail daaruit. De meningen over
Illuminations lopen dan ook sterk uiteen. Als men zich
echt in de prozagedichten wil verdiepen, zou men gepubliceerde
analyses en werken als
Le dictionaire Rimbaud
van Claude Jeancolas (1991) kunnen raadplegen, maar dat wil niet
zeggen dat men alle betekenissen in de hand heeft. Voor een
diepgaand begrip zou men zich niet alleen moeten verdiepen in
de visies die Rimbaud had, maar ook in hoe hij, via de
intuïtie, trachtte zijn wegen te bewandelen.
Tot slot een illustratie aan de hand van het gedicht
Mystique:
Op de glooiing van de helling draaien de engelen
hun wollen gewaden rond in de grasvelden van staal en smaragd.
Vlammenweiden springen tot op de heuveltop. Links wordt
de teelaarde van de bergrug vertrappeld door allerlei
moordpartijen en veldslagen, en allerlei rampspoedige
geruchten rekken hun ronde. Achter de bergrug rechts
de lijn van het oosten, van iedere vooruitgang.
En terwijl de bovenste strook van het schilderij
wordt gevormd door het ronddraaiend en opspringend
geruis van zeehorens en mensennachten,
Daalt de bloeiende mildheid van de sterren en van de
hemel en van de rest neer voor de helling, als een korf,
tot tegen ons gezicht, en maakt de afgrond bloesemgeurig
en blauw daaronder.
Rimbaud beschrijft hier een landschap met toeschouwers
en taferelen als in een visioen. Hij schetst het geheel
systematisch als een schilderij. Centraal in het middenpaneel
knielt de kring van witgeklede engelen, die in het gras
op de helling het Lam Gods vereren. Op een linkerpaneel
staan de ruiters op de rotsen. Op een rechterpaneel
bevinden zich voorttrekkende kluizenaars en pelgrims.
Op de bovenpanelen bevinden zich de ronde nissen en de
musicerende engelen, onderaan staan bloemen in het gras.
Het ontregelen van de zintuigen begint met grasvelden
van staal en smaragd, weiden vol vlammen en bloeiende
sterren. Hoewel dit een religieus tafereel is, is dat
in eerste oogopslag niet duidelijk te merken. Maar begeeft
men zich in de diepere lagen van het gedicht, dan doemen
de mystieke elementen langzaam op. Rimbaud beschrijft
engelen die ronddraaien in wollen gewaden: wol verwijst
indirect naar het Lam Gods, dat door middel van ronddraaien
centraal gesteld wordt. De pelgrims komen vanuit het oosten:
zij volgen de weg van vooruitgang. De hemel wordt herleid tot
gerucht van zeeschelpen en menselijke (lees: aardse) nachten.
Terwijl het wereldse gerucht stijgt, daalt het hemelse neer:
de sterren worden bloemen, de hemel wordt een afgrond.
Frans de Birk, 'Penseelstreken van de tijd - gedichten',
Uitgeverij Kanisjah, Wageningen, 2000, p. 30.
Arthur Rimbaud, 'Ik heb de zomerdageraad omarmd -
Tweeëntwintig liefdesgedichten en twee brieven',
vertaling Hilde Keteleer, samenstelling Peter Holvoet-Hanssen,
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 1999.
Arthur Rimbaud, 'Illuminations', vertaling Paul Claes,
Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1999.
Werner Tholen, 'Gekken & Dwazen: Arthur Rimbaud',
in: Opspraak - Literair tijdschrift, jrg 7, nr. 18,
december 2001, p. 15-16.
* Na het gereedkomen van dit artikel verscheen van
Graham Robb bij Bert Bakker Rimbaud. De biografie (561 blz., € 29,95)
Rimbaud Webring -
s.webring.com/hub?sid=&ring=gorimbaud&id=&list
Arthur Rimbaud: Illuminations in English -
www.mag4.net/Rimbaud/poesies/IlluminationsE.html