De dood als dagelijkse metgezel
Manuel Bandeira (1886-1968)
door August Willemsen
Manuel Bandeira (1886-1968) behoort samen met Carlos Drummond de Andrade (1902-1987) en João Cabral de Melo Neto (1920-2000) tot de 'grote drie' van de twintigste-eeuwse Braziliaanse poëzie. Hij werd geboren in Recife, de hoofdstad van de noordoostelijke staat Pernambuco, en zag zich in 1904 gedwongen door tuberculose een studie architectuur op te geven. Van 1913-1914 verbleef hij in een sanatorium in Zwitserland. Na terugkeer in Brazilië vestigde hij zich in Rio de Janeiro.
Manuel Bandeira (rechts) samen met Vinícius de Moraes
Na zijn eerste, laatromantische werk, begon hij in de jaren twintig, onder invloed van het Modernismo, vrije verzen te schrijven. In 1930 verscheen zijn vierde en misschien meest representatieve bundel,
Libertinagem (
Vrijbuiterij), waarin alle grote thema's worden aangegeven die in zijn latere werk zouden worden verdiept en gevarieerd.
Bandeira heeft nooit een geheim gemaakt van de tuberculose die zijn leven een andere wending gaf. Het thema van 'een leven dat had kunnen zijn en dat niet was' geeft uitdrukking aan een diep frustratiegevoel, van het besef van onbereikbaarheid van het verlangde, van de behoefte aan vlucht uit de als te eng ervaren werkelijkheid ('Gedicht van de steeg', 'Ik ga naar Pasárgada'). Dezelfde ziekte, die hem overigens niet belette zeer oud te worden, is ook verantwoordelijk voor het thema van de dood – maar een dood als dagelijkse metgezel. Dit is mede bepalend – jarenlang kon immers elk gedicht zijn laatste zijn - voor de toon van zijn oeuvre, die is zoals hij zich zijn laatste gedicht wenste: teder, sprekend 'van de eenvoudigste en minst nadrukkelijke dingen'.
Tot deze dingen behoort ook zijn kindertijd in Recife, die hij oproept in enkele onvergetelijke gedichten en die hem vaak brengt op het oude thema ubi sunt ('Waar zijn zij', etc.), zoals in 'In diepe slaap'. Deze aanwezigheid van de dood én de onbereikbaarheid van juist de meest alledaagse dingen - zwemmen, fietsen - hebben bij Bandeira geleid tot een intense aandacht voor dingen en details die zelden eerder onderwerp van poëzie waren geweest.
Getekend door Tsuguharu Foujita
Bandeira's onnadrukkelijke lyriek, noch sentimenteel noch verheven, is dankzij zijn feilloos maatgevoel en de afwezigheid van elke metafysica op het eerste gezicht 'gemakkelijk'. Zo dit hem heeft gemaakt tot de meest geliefde van Braziliës moderne dichters, zo bestaat anderzijds de neiging tot onderschatting. Het gevaar bestaat dat men 'eroverheen leest', dat men niet ziet hoeveel artistieke kunde deze verzen verbergen. De grote indruk, bijvoorbeeld, die uitgaat van 'In diepe slaap' is vooral toe te schrijven aan de constructie in twee delen met parallelle fragmenten, waardoor het verleden en de dood worden teruggehaald in het heden en in het leven. Dit gedicht, en veel van Bandeira's werk, laat zich lezen als een parafrase van Aldous Huxleys uitspraak 'Het verleden is nooit dood; het is niet eens verleden'.
Deze bedrieglijke eenvoud is Bandeira's meesterschap. Daardoor en doordat hij op deze wijze, zonder één moeilijk woord, uitdrukking gaf aan een aantal universele thema's, waarvoor men geen tuberculose gehad hoeft te hebben om ze te kunnen navoelen, is zijn werk onafhankelijk van stromingen en generaties en, tot nu toe, onaangetast door de corrosie van de tijd.
Lees ook
dit interview.
Gepubliceerd in Meander, http://meandermagazine.net, op 30 juni 2007.
Deze tekst is te vinden op het adres: http://meandermagazine.net/t.php?txt=3462.
Overname van teksten is alleen toegestaan met toestemming van de auteur: Sander de Vaan.