Sofie Cerutti - 160 tekens (inclusief wit)
Het kruiswoordraadsel van de poëzie
door Jan Pollet

Als we de wijze woorden van grand old Borges nog altijd mogen geloven, dan is een van die typische ondernemingen waaraan veel beginnende dichters zich bezondigen: het vrije vers.
In hun jeugdige overmoed stellen debutanten zich maar al te graag voor dat de afschaffing van regels en vormvoorschriften de creativiteit alleen maar een boost kan geven. Rijmschema's, vierregelige strofen, ritmepatronen, vastgelegde klemtonen: het zijn de boosdoeners die de creatieve impuls in de kiem smoren.

Weg met de dwangsystematiek van de metriek! Opknopen die sonnetten en coupletten! Laat knetteren de rijmschema's der letteren! Gewapend met deze slogans begon menig onervaren dichtertje dapper aan een tocht door het 'Waste land' van de poëtische anarchie, waar geen enkel regeltje nog stokken in de creatieve wielen kon steken.
Ze kwamen allemaal, één voor één, van een kale reis terug, aldus Borges. En wel omdat de creativiteit, in tegenstelling tot wat je spontaan zou denken, niet gedijt in totale vrijheid.

Creativiteit vraagt, ja, smeekt om beperkingen en afbakeningen. Een voorafbepaalde grens kan het begin zijn van een fantastisch avontuur; een eindeloze vlakte daarentegen spoort aan tot dwalen en blijven dwalen om uiteindelijk nergens te arriveren. Niet dat we niet mogen dwalen, maar het doel van onze tocht is toch om ergens onze tenten op te slaan.
Trouwens, Borges was niet de eerste die het heil van strikte regels had begrepen. Mijn eigen grootvader zaliger lag elke avond met de voeten op het bureau zijn boeken te lezen onder de tegeltjesspreuk: 'In de beperkingen herkent men den meester', al dan niet slaand op het aantal arbeidsuren dat hij elke dag tegen zijn zin moest presteren. Toen het vervroegd pensioen in voege trad was hij de eerste om van deze nieuwe sociale maatregel dankbaar gebruik te maken. Nee, mijn grootvader had het nooit zo begrepen op kwantitieve benaderingen van het arbeidsfenomeen, tot grote wanhoop van mijn grootmoeder overigens die het schrikbeeld van een thuiszittende man eensklaps met 10 jaar vervroegd zag.
U ziet hoe oeverloos een tekst kan worden als er van geen beperkingen meer sprake is; ik had me eventjes voorgenomen om me volledig te laten gaan en zie: ik zit al bij mijn grootmoeder. Nu scheelt het maar een haar, of we zijn aanbeland bij de oorlog en de vliegtuigen en de kauwgom van de Canadese bevrijders.

Heerlijk: een grens, een opgelegd schema, een doel. Stel dat je aan een huis begint te bouwen zonder plan en tot het eind van je dagen verder bouwt zodat je op de duur zelfs je weg verliest in je eigen huis. Zoiets is het einde van de menselijkheid. Nee, we zijn klein, we hebben nood aan overzicht, we moeten iets meester kunnen. Hoe kleiner de afbakening hoe sterker, hoe gebalder het creatieve resultaat.
Misschien heeft ook Sofie Cerutti hieraan gedacht toen ze haar vormvast debuut maakte met 160 tekens (inclusief wit). Cerutti is namelijk de uitvindster van de nieuwe dichtvorm 160, gebaseerd op de maximale lengte van een sms'je: 160 tekens inclusief spaties. Zo'n strenge beperking is ongezien in de literatuur (de haiku komt misschien dicht in de buurt) en zou dus, Borges' en mijn redenering indachtig, tot krachtige creatieve resultaten moeten leiden. Helaas voor mij (en Borges): de 160 ontlokt geen pareltjes aan Cerutti's pen. Verliefdheid, eenzaamheid, kleine verdrietjes, communicatiestruikelblokjes, de inhoud neigt naar het puberale, de verwoording is nergens bijzonder.
Wie sms-taal-poëzie verwacht is bij Cerutti ook al aan het verkeerde adres. Nergens iets in de trant van 'w8t, zo bij je, ): xxx'. 160 tekens (inclusief) wit is dof, alledaags, onhip en sentimenteel-vals. Ik vraag me af of ze Petrarca destijds ook zo hebben verguisd toen hij met zijn eerste sonnetten kwam aanzetten?

De enige verdienste van Cerutti is haar site www.precies160.nl: je kan er je eigen 160 op kwijt en dat is echt leuk om eens te doen. Een aantal bekende namen hebben er trouwens al hun 160 op gepleegd, onder wie Vroman, Boog en Barnard, en met heel wat beter resultaat dan de uitvindster zelf. Oordeel zelf.


Mijn eigen pijn is
mij genoeg, dank
je. Bemoei jij je
met de jouwe en
niet te veel met
die van je
geliefden, hun
geliefden en dáár
dan weer de
geliefden van &c.

Sofie Cerutti

ik ontbeet
met de dood
ik bestelde wat
brood en thee
hij at
niet mee
helaas
maar
vertelde wat
over mij
hij zweeg
ik at
ik zat
hij stond
nu nog veeg
ik mijn mond

Leo Vroman

Links: een verdienstelijke poging; rechts: krachtig, integer, verrassend. Tóch!?

Een 160 is als een kruiswoordraadsel: leuk om zelf te doen, gezellig om met zijn twee te doen, maar slaapverwekkend om ze van een ander te lezen. En eenmaal alle 160 ingevuld wil je maar één ding: overgaan tot de orde van de dag.


Sofie Cerutti - 160 tekens (inclusief wit)
Meulenhoff, 2007; 46 blz.; € 15
ISBN 978-90-290-8047-7

Jan Pollet

Gepubliceerd in Meander, http://meandermagazine.net, op 17 maart 2008.
Deze tekst is te vinden op het adres: http://meandermagazine.net/t.php?txt=3844.
Overname van teksten is alleen toegestaan met toestemming van de auteur: Jan Pollet.