/ literair e-zine, sinds 1995
Home  DichtersDe DichterWereldpoëzieRecensiesInterviewsWedstrijdColofonBundelE-zineEerderKlassiekers

Meandermagazine per e-mail



Neem een abonnement op ons gratis e-zine per e-mail. Meer dan 5000 abonnees.

Zie: ezine.meandermagazine.net

(advertenties)







In de 168e aflevering van de Klassiekers een bespreking van Rien ne van plus van Menno Wigman
lees de Klassieker

Meander maakt gebruik van Wordpress 2.8 * Thema Meander versie 1.64 door Rob de Vos.
Verdere verspreiding van de op deze site opgenomen teksten is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).
Gedichten
> lees het bijbehorende interview

Niemandsland

Waar mijn ouders wonen, is het Liesbos nog een bos.
Hier, achter de rivieren, vlak
voordat de stad begint,
is het Liesbos een vlakte met rioolzuivering,
maneges en schrikkeldraad, verduisterd fietspad
onder dichtgeslibde snelweg, modder
op asfalt, ‘u verlaat nu onze gemeente,
tot ziens.’ Het ontbreken van lantaarnpalen.

Iedere geparkeerde auto beangstigt me, een beetje.
Mij als vrouw alleen, een bibberend
lichtje rood, een bibberend lichtje kleurloos.
Een motor huilt in de verte,
strijkt door mijn haren.

Witte koplampen staren in mijn ogen.
Natte vingerkootjes, koude enkels.
Wikkel me in een schimmelige deken,
een doordrenkt tapijt en niemand
vindt me hier. Tenminste voor een paar weken.

Rottende bladeren ademend,
aarde tussen mijn vingers, tussen mijn tanden,
mijn kousen vol slootwater,
mijn rok tegen mijn kin.
 




Verschil

het is augustus, samen liggen we op de planken van het dakterras,
omringd door vier glazen wanden.
we horen treinen vertrekken, stemmen uit ramen dwalen, een
allerlaatste auto remmen.
alleen de maan blijft over.

langzaam verlaat de hitte ons lijf.
stil blijf ik liggen op mijn rug en zie hoe sommige sterren
vallen als satellieten, als vliegtuigjes.
onder de huid voel je aan als staal. gehard, geoefend.
ik nestel me onder jouw ribben, kus en tel je knokkels.

je past in mijn heupen, en soms ben ik langer dan jij bent
en toch lijkt alles van mij nog klein.
je leert me bijten. van me af, naar jou toe.
je leert me hechten, wond voor wond.
je leert me mijzelf af te leren.

we blazen naar elkaar, slaan nieuwsgierig onze nagels uit
en slapen later weer neus tegen neus, hongerige vleeseters als we zijn.

het is augustus, ik heb het nog nooit zo koud gehad
je staat op, naakt tussen de vogels, de tuinen, de balkons, de kantoren
en zet voor mij koffie met melk.
 




Vada

Een huis is een
doorwaadbare plaats in de tijd.
Momenten worden wanden, worden ramen
en in hen ontrafelen,
bekleden zich mensen.

Mensen die zichzelf in stenen steken
hun schulden langzaam, heel langzaam aflossen
tot ooit een oorspronkelijke staat zich herstelt
terwijl buiten tuinen woekeren.
 

> lees het bijbehorende interview

Auteur: Saskia Waterman
Gepubliceerd op 8 maart 2008 in de rubriek Dichters Gedichten | | Stuur een reactie aan Saskia Waterman | pdf-bestand