Gedichten

door Joris Miedema (1978)
Ophoepelen

je hoorde de stilte aan mijn vader knagen
net zo lang tot hij een gat werd
met verjaardagen moest je altijd
oppassen dat je niet in hem
stapte

je wist precies waar hij was
want als er ergens een deur
open stond dan tochtte hij

moeder had een hoepel om hem
heen gebonden
zodat we konden zien waar
hij niet meer was




Vermosselen


sinds een tijd verzorg ik mijn buurjongen
hij ligt al maanden in zijn bed
omdat hij zijn huis niet meer kan dragen

soms praten we over zijn toekomst
hij vertelt dat hij in zee wil gaan wonen
om uiteindelijk te vermosselen op de rotsen

hij zal dan wachten tot de golven
tegen zijn steen beuken
en hem als een zwarte roos uit het water tillen




In de sponning van het kozijn


aan de kapstok hangt mijn opa
je kunt de regen nog ruiken
in de zakken van zijn jas

de huiskamer is een oude foto
stilte
als dubbelzijdige tape
aan de wanden geplakt

de ramen zijn ingesmeerd met olie
zodat zijn starre blik eraf kan glijden
zijn verdriet blijft liggen
in de sponning van het kozijn