Jeanine Hoedemakers werkt aan negende bundel

Portretteren, onderzoeken en observeren

 
Jeanine Hoedemakers (Rosmalen, 1954) publiceerde sinds 1985 acht dichtbundels, waarvan de eerste zeven bij uitgeverij De Beuk in Amsterdam. Haar laatste bundel verscheen in 2007 bij ‘t schrijverke in Den Bosch. Sinds kort is ze hoofdredacteur van Vuursteen. 

Sinds 1 januari ben je hoofdredacteur van Vuursteen.  Waar staat dit tijdschrift voor?
Vuursteen is het langst bestaande tijdschrift in Europa dat gewijd is aan haiku. Het verschijnt sinds 1980 vier keer per jaar – in lente, zomer, herfst en winter. Het is een gezamenlijke uitgave van de Haiku Kring Nederland en zijn Vlaamse zusterorganisatie, Haikoe-centrum Vlaanderen. Daarnaast is er het weblog voor de Haiku Kring Nederland, om nieuwe leden te werven, maar ook om liefhebbers te stimuleren zich in de Japanse versvormen te verdiepen.

Je belangstelling ligt bij de haiku. De ingezonden gedichten zijn daarentegen niet bepaald kort te noemen. Welke dichtvorm spreekt je het meest aan? 
Het liefst schrijf ik in de vrije vorm. Daarnaast liggen ultrakorte vormen als haiku en senryu me erg goed. De vrije vorm omdat ik dan de ruimte heb om met taal te spelen en de vrijheid om te schrijven wat, hoe en waarover ik wil. De korte vorm omdat ik er ook een liefhebber van ben om met weinig woorden veel te zeggen. Soms vind ik het fijn om me over te geven aan bepaalde regels. Houvast geeft rust.

‘Stationair’ bevat een fraai portret van je vader. Staan je gedichten altijd dicht bij je eigen leven?
Ik schrijf over wat mijn belangstelling heeft, omdat ik het herken en erover kan schrijven of om al schrijvende te analyseren. Portretteren, onderzoeken en observeren, dat is ongeveer hoe ik schrijf.
Als twintiger had ik het een poos nodig om dingen van me af te schrijven; daaruit is mijn eerste bundel Onzichtbare tastbaarheid voortgevloeid. Toen al had ik geleerd dat het best over jezelf mag gaan, als het maar origineel verwoord en deelbaar is. Inmiddels ben ik een streng criticus en mijn muze laat niet met zich sollen. Is het te veel ‘gottegot, die Jeanine’, dan schrap ik het hele vers. Ik ben mijn eigen secretaresse, ervoor opgeleid om de fouten te halen uit wat ik dicteer en desgewenst mijn tekst te redigeren.
Mijn onderwerpen betreffen vaak gevoelens als onmacht, verdriet, eenzaamheid, de dood; geen van die gevoelens is alleen van mij. Ik gebruik mijn ervaringen natuurlijk wel en het is niet voor niets dat ik psychologie ben gaan studeren. De mens heeft mijn aandacht altijd al gehad. Wat mij daarnaast intrigeert zijn allerlei ontastbaarheden, zoals stilte, de tijd, de dood, het voelen van aanwezigheid van niet te definiëren entiteiten.

Zijn er ook andere kunstvormen die je beoefent?
Ja, ik fotografeer poppen. Dat doe ik op een speciale manier. Op mijn weblog kun je de categorie poppentuin aanklikken om een idee te krijgen. Ik speel met werkelijkheid en schijnwerkelijkheid en probeer emoties uit te drukken op een manier die ook terug te vinden is in mijn gedichten. En ik trek er met de camera op uit om vast te leggen wat me opvalt. Daarnaast teken ik niet onverdienstelijk, al staat dat op een erg laag pitje tegenwoordig. En ik speel piano.

Je hebt inmiddels al aardig wat bundels uitgegeven, voornamelijk bij uitgeverij De Beuk. Wat betekent het voor je om zichtbaar te zijn?
Ik vind het in elk geval een goede zaak dat mijn gedichten zijn uitgegeven. Waarom dat zo is kan ik niet goed uitleggen, ik heb die drive in me. Zonder onbescheiden te willen zijn, vind ik dat mijn gedichten het verdienen om te worden gelezen. Het gaat niet om mij maar om wat ik te zeggen heb. Dat ik bij De Beuk ben blijven hangen, is misschien niet verstandig geweest. Wim Simons zei altijd dat talent vanzelf boven komt drijven. Ik op mijn beurt zei dat ik tree voor tree omhoog wil klimmen om op een plek aan te komen waar ik kan blijven.

Wat gaan we binnenkort van Jeanine Hoedemakers horen?
Ik ben bezig met een negende bundel. Onvoorziene omstandigheden hebben me een poos in beslag genomen, maar het is toch echt de bedoeling dat deze bundel er komt. Ik hoop dat een uitgever me op de schouder zal tikken, net zoals dat bij Sierlijk vallen is gegaan. ‘Jeanine,’ zal die uitgever zeggen, ‘wordt het niet eens tijd voor een negende bundel?’ En ik zal ja zeggen, hoog tijd.

Zie ook http://jeaninehoedemakers.web-log.nl