Recensie van Niet vast te leggen - Joke Schrijvers

Intieme bezweringen


Zoals de eerste indruk bij kennismaking met iemand de doorslag geeft, is dat ook bij een dichtbundel meestal het geval.
In het eerste gedicht van deze bundel stuit de ik-figuur, waar eertijds een pad liep, op een hek dat een veld afsluit. Daar staat ze. Realiseert zich dat de hazen geen weet hebben van tralies, en dagdromen draven haar voeten voorbij, zigzaggend, deinend boven het gras.
Terwijl ik las, stond ik daar zelf, verstild, en realiseerde mij haar bewustzijn van innerlijke vrijheid, de vreugde waarmee zij alles waarnam, de versmelting van buiten- en binnenwereld, stilstand en beweging.

Mooi!, dacht ik, mooi! En bij het volgende gedicht, en bij het volgende. Het kon niet op. Zoveel goede gedichten, en toen gebeurde het: aan het einde van de lijvige bundel, bij het op één na laatste gedicht gingen mijn haren overeind. Het was lang geleden dat lezing van een gedicht dit tot gevolg had. ‘Toonzetting’ heet het.

Ik moest denken aan de foto van een putdeksel van Walker Evans waarover hij schreef: ‘[…] it is Baudelairian. I wish he was alive tot see it. The secret of photography is, the camera takes on the character and the personality of the handler. The mind works on the machine.’

De camera van Joke Schrijvers kijkt dikwijls het verleden in, maar zonder nostalgie. Regelmatig gebeurt hetzelfde als in het eerste gedicht. De ik figuur versmelt het verleden met het heden, zichzelf met de omringende (herinnerde) natuur. En hoe ! Nuchter. Subtiel. Fijnzinnig.
Er worden nogal wat plekken bezocht: Het land van Maas en Waal, Albigue, Schiermonnikoog, La Brenne, Besalú, Assen, de blauwe moskee, het Ankor complex in Cambodja, enz. Ze nam mij zo vanzelfsprekend mee, dat ik na lezing van de bundel het gevoel had op vakantie te zijn geweest, en hem opnieuw begon te lezen; bepaalde plekken wilde ik opnieuw zien. Andere sloeg ik over, die hadden minder indruk gemaakt. Niet altijd weet zij te verleiden, enkele gedichten zijn slechts beschrijving, bleven anekdote.
En er is veel kunst in haar gedichten, werk van Chagall, Giaccometti, Paul Citroen. Veel muziek die zij oproept:

Hier wordt noot tegen noot
uitgewerkt, onverminderd
zoals -

Het is de laatste zin van het gedicht ‘Afgebroken’, dat over het onvoltooide ‘Die Kunst der Fuge’ van J.S. Bach gaat, maar ook een zelfbewuste poëtica is.

Ik had mij eigenlijk voorgenomen om uit haar gedichten geen losse regels te citeren. Het is een genoegen de gedichten stuk voor stuk in hun geheel te lezen; ze zijn compact, solide, muzikaal. Eenvoudig, zonder simpel te worden. Bescheiden, met een natuurlijke diepgang en met in een groot aantal gedichten het zeldzame vermogen om te betoveren. Integer.

Laat ik tot slot een voorbeeld geven:

Vroeg in de ochtend

De halve maan vliesdun
tegen de hemel, zo luchtig
zaten we op het achtererf

Brandnetels staken uit de heg
het houten kippenschuurtje
opgelapt tot onderkomen

Kopwilgen fluisterden, ze bogen
hun toppen met de wind
meegaand op rechte stammen

Zo keken we en luisterden
gespreksflarden fijne draden
die om de ramen bleven hangen

Dit is een met liefde en vakvrouwschap geschreven debuut.

*****
Joke Schrijvers (1944) werd opgeleid tot cultureel antropoloog. Voor haar poëzie volgde zij (privé)lessen bij Jos Versteegen, Martin Reints en Elly de Waard. Zij participeert in verschillende schrijfgroepen en is sinds de oprichting eind jaren ’90 lid van het Leids Dichtersgilde. In 1999 won zij de 2e prijs bij de RABO Cultuurwedstrijd in Leiden. In dat jaar bracht zij ook haar eerste dichtbundel Onderhuids uit. Zij publiceerde verder in verschillende bloemlezingen en op de poëziesites van Krakatau en De Contrabas.