Recensie van Manifest voor de poëzie - Philip Meersman

Een eigentijdse reliek

Philip Meersman
Manifest voor de poëzie
Uitgever: De Contrabas ,De Contrabas ,De Contrabas
2012
ISBN 9789079432639
€ 15,-
60 blz.

Zie ze gaan, een rijtje bruine gestalten gehuld in habijten. Zwijgend, dan weer stamelend, lopen ze over de Antwerpse keien. Mensen blijven staan, slaan ze gade. Het lijkt een processie zoals die in vroeger tijden wel passeerde.
Niets is minder waar. Want het zijn geen geestelijken of mystici. Wie goed kijkt, herkent dichter Philip Meersman (1971). En in zijn handen niet het Evangelieboek, maar zijn nieuwe felgekleurde dichtbundel Manifest voor de poëzie.

Meersman presenteerde zijn Manifest voor de poëzie op 7 oktober 2012 tijdens een ‘dadaïstische boekprocessie’ in Antwerpen. De bundel werd daarbij plechtig de stad rondgedragen, als een eigentijdse reliek. Het werk bevat Meersmans ‘geloofsbrieven’ met daarin zijn standpunten en ideeën over poëzie. Niet voor niets draagt het boek de titel Manifest voor de poëzie.
De dichter behandelt ‘grote’ thema’s als angst – met name voor de dood of voor oorlog -, de drang naar de vrede, naar God of het Heilige. De bundel bezoekt hoogten en diepten, gaat ‘van miserie tot geluk’, zoals een van de verzen kernachtig luidt. Het snijdt onderwerpen aan die ‘er toe doen’, in ieder geval voor Meersman en zijn beoogde lezers.

Tijdens de processie reciteerde Meersman bovendien het werk van zijn grote literaire Vlaamse voorbeelden als Guido Gezelle, Paul Van Ostayen, Tom Lanoye, Antoon van Wilderode, Hugo Claus en Herman De Coninck. Dat de dichter zich door hen heeft laten inspireren, is overduidelijk. Een voorbeeld.

‘k Heb veel geleerd, Pa !

‘k Heb veel geleerd vandaag, Pa !
Hoe te sterven bijvoorbeeld
waardig
meelijwekkend
gewelddadig
’t Was interessant
Maar wel griezelig
We hebben veel gelachen
Het werd ons voorgedaan
en daarna
was het onze beurt.
Heel leuk!

En mag ik nu een ijsje pa?

Het vers, en niet alleen dit, is grafisch sterk. Het ‘wit’ dat het gedicht omringt, de spreiding van de woorden over het papier, is veelzeggend. Wendingen, stiltemomenten worden op die manier duidelijk gemarkeerd. Maar de visuele vorm ondersteunt ook de inhoud van het gedicht. De ironie, de eenvoud en de over grenzen heen schrijdende metafysica zijn overweldigend en prachtig.

‘‘k Heb veel geleerd, Pa !’ vormt de opmaat naar een van de centrale verzen in Manifest voor de poëzie, ‘Num 14, 29′:

Num 14, 29

(Uit het boek “Numeri”: Hier in de woestijn zullen jullie lijken liggen, de lijken van
allen die ingeschreven zijn, allen van twintig jaar en ouder, niemand uitgezonderd,
omdat jullie je tegenover mij beklaagd hebben.)

Troepen roepen roepen ROEPEN
krijsend in de woestijn
goeie strijders tegen ’t kwaad
niet meer
niet weer
kwaad bloed
stroomt
– daar zijn ze weer –
ik kan niet meer
niet weer

ik wil ogen sluiten zonder
branden
bloeden
breken
makkers
maten
stukken
’t hoofd dat daarnet nog lachte
en chocolade at

ik wil geen chocolade meer
niet meer
niet weer

Het Oudtestamentische Bijbelboek Numeri vertelt over het joodse volk dat door God onder het juk van de farao is bevrijd, uit Egypte is geleid en op weg is naar het beloofde land Israël. Maar het duurt ze te lang, de inspanningen zijn te groot en het vertrouwen in God raakt zoek. Ze beklagen zich over hun lot en trekken Gods leiding in twijfel. Mozes ziet het geweeklaag van zijn mensen en vraagt God om recht en vergeving. God belooft het te geven, maar zweert dat Hij velen straffen zal voor hun ongehoorzaamheid: ze zullen 40 jaar in de woestijn ronddolen om te boeten voor de ontrouw, tot hun lichamen in de woestijn vergaan zijn.

De ‘ik’ in dit gedicht lijkt een personage van alle tijden en plaatsen. Hij kan niet meer, de (oorlogs)situatie heeft hem lamgeslagen, machteloosheid overheerst. En dan klinkt er een oerkreet. Een moderne Mozes is aan het woord, een stem die roept om recht. Maar die gerechtigheid komt niet. Nog niet. ‘Kwaad bloed blijft maar stromen.’ Schrijnend is het en het geheel wordt nog eens onderstreept door het ritme van het vers. De woorden dreunen en slaan in als raketten.

In het gedicht ‘Dichtbij’ overheerst een romantisch levensgevoel.

DICHTBIJ

lezen doe je met gretige ogen
je drinkt de woorden van het blad
absorbeert de letters in je geheugen
schikt ze
als een bruidsboeket
vliegend door de lucht

Het boeket denkt
aan de tijden van ongebondenheid
aan het frisgroen bloeien
aan de het eenzame buigen
met de wind mee

De wind lacht
glooiend in de ondergaande zon

Jij straalt
En ik
ik schrijf

En ook hier weer die aandacht voor verlies en teloorgang.

Manifest voor de poëzie wordt tenslotte besloten met een gregoriaans kyrië à la Meersman. Hier lijkt een priester, een mysticus aan het woord. Het ‘Kyrie eleison, Christe eleison, Kyrie eleison’ (Heer ontferm u over ons, Christus ontferm u over ons, Heer ontferm u over ons) mag dan wel niet letterlijk klinken, de lezer herkent de gelijkenis onmiddellijk.

Zie hem gaan, een bruine gestalte gehuld in een habijt. Zwijgend, dan weer stamelend, loopt hij over de Antwerpse keien. Mensen blijven staan, slaan hem gade. Het lijkt op een processie zoals die in vroeger tijden wel passeerde. Niets is minder waar. Want het is geen mysticus. Of misschien toch wel?


***
Philip Meersman (Sint-Niklaas, 1971) heeft al een behoorlijk aantal dichtbundels op zijn naam staan. Een deel van zijn werk is bovendien vertaald in het Bulgaars, Roemeens, Russisch, Spaans, Italiaans, Hebreeuws, Arabisch, Frans en Engels.
Meersman, die archeologie en kunstwetenschappen studeerde, heeft ook zijn sporen verdiend op het gebied van theater, poëzie en beeldende kunst. Hij is volgens eigen zeggen ‘voortdurend op zoek naar nieuwe kunstvormen en creatieve mensen’.