Drie gedichten van Martin Aart de Jong

 
Martin Aart de JongMartin Aart de Jong (Hellevoetsluis,1966) studeerde Engelse taal- en letterkunde in Leiden. Hij is dichter en bestuurslid van het Leids Dichtersgilde, waar hij als mede-organisator bij een breed scala aan literaire activiteiten betrokken is. Gedichten publiceerde hij eerder in Krakatau, Pomgedichten en in diverse verzamelbundels. Hij treedt regelmatig op met een multi-mediaal gezelschap onder de naam NV De Nieuwe Wanhoop en het muzikaal ondersteund dichterscollectief Hongerlief, maar ook als dichter draagt hij graag voor op verschillende slamfestivals en literaire podia. In 2011 haalde zijn gedicht ‘Ali Baba en de veertig rovers’ de top twintig van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. Afgelopen jaar volgde eveneens een top twintig notering voor zijn inzending ‘Status Quo’. In het dagelijks leven verricht hij verschillende werkzaamheden in de zorgsector en in de biologische detailhandel ‘om de wereld nog beter te maken’ en om zijn schrijfmateriaal te bekostigen. Het credo van deze dichter is: ‘Om te overleven moet je ademhalen, eten en drinken. Om te leven heb je poëzie nodig.’