Recensie van Het vuil van de schoonheid - Erik Bindervoet

De poëzie van een verbolgen Chinees

Erik Bindervoet
Het vuil van de schoonheid
Uitgever: De Harmonie
2015
ISBN 9789076174327
€ 15,90
96 blz.
 
Je moet het nooit doen. Je moet ze niet lezen eigenlijk: rugteksten. Ze vertellen zelden of nooit de waarheid over een boek. Ze zijn wervend bedoeld. Ze proberen je over te halen om een boek te kopen, een hoger doel hebben ze niet. Maar wat blijken ze vaak vermakelijk wanneer je een boek gelezen hebt.
Op de rug van de dichtbundel Het vuil van de schoonheid van Erik Bindervoet staat o.a.: ‘Onweerstaanbaar grappig, de Volkskrant’. Ik had dat tekstje natuurlijk al gelezen voordat ik de bundel opensloeg, en met een bepaalde verwachting begon te lezen. Maar toen ik de bundel uit had, had hooguit een flauwe glimlach mijn lippen gekruld. Nu is er de mogelijkheid dat ik geen gevoel voor humor heb, ofwel een totaal ander gevoel voor humor dan de Volkskrant-recensent. Waarschijnlijk het laatste. Ik had mij hoofdzakelijk geërgerd aan de keren dat Bindervoet probeerde anderen belachelijk te maken.
Ik zal er een paar voorbeelden van geven en daarmee tegelijkertijd een indruk van de bundel als geheel. In ‘Vrij naar’ schrijft Bindervoet:

Uit de cursus: Leren Omgaan Met Kritiek 1 (Vrij naar een nare Chinees (Han Shan))

Meneer Wang heeft de Buddingh’prijs gewonnen.
Hij vindt m’n ugly gedichten maar niks.

Hij zegt dat ik maar doorouwehoer tot ik een gedicht heb
En dat ik de juiste techniek ontbeer.

Hij noemt het existentieel-filosofisch getob
   op middelmatig niveau.
Zonder progressie of ontwikkeling.
Omdat ik gewoon maar zeg wat me voor de bek komt.

Ik lach om wat hij poëzie noemt: versjes
Van een blinde vink die lauwtjes de zon prijst.

Goed kunnen schrijven is geen verdienste voor een dichter, net zomin als goed kunnen timmeren dat is voor een timmerman. Maar sommige timmermannen zijn ware kunstenaars, evenals sommige dichters. Van die ambitie heeft Bindervoet geen last; daar staat hij boven, blijkt uit het volgende ‘gedicht':

Uit de cursus: Leren Omgaan Met Kritiek 2 (Ook vrij naar een Chinees (dezelfde nare Han Shan))

Meneer Jansz heeft de wereldcup gewonnen.
Hij vindt onze Bob Dylan vertalingen maar niks.
Verschrikkelijk zelfs.
Je kan duidelijk zien dat wij geen popmuzikanten zijn.

De juiste emotie ontbreekt.
Zegt hij.

Maar hij kan het weten: met zijn kleutermuziek
Heeft hij al menige gevoelige snaar geraakt.

Maar dat is niet waarom ik zo moet lachen:
De juiste emotie.

Welke kunstenaar heeft het ooit over
De juiste emotie?

Bob Dylan in elk geval niet.

Ironie? Vast. Ik zal het niet over de juiste emotie hebben, maar over de toon van deze gedichten; de verongelijktheid die ervan af straalt. Kom dichter/vertaler Bindervoet niet te na, want hij neemt wraak. En hij verkoopt het als poëzie. Nog slecht geschreven poëzie ook, al kreeg hij er een werkbeurs voor van het Nederlands Letterenfonds. Dát is niet waarom ik niet kan lachen, maar omdat hij het heeft over ‘versjes’ en ‘kleutermuziek’ maar blijkbaar niet in de gaten heeft hoe kinderachtig het is wat hij hier zelf onderneemt:

Uit de cursus: Leren Omgaan Met Kritiek 3 (Wederom vrij naar een Chinees (weer die vermaledijde Han Shan))

De immens populaire levensliedjeszanger Frank Boeijen
Heeft moeite
Met onze vertalingen
Van de Kronieken van Bob Dylan.

Die vindt hij dramatisch.
Het ritme is cruciaal, zegt hij.

Daarom móét je hem in het Engels lezen.
Maar misschien moeten we Franks liedjes

Ook eens omzetten naar het Engels
Om te zien wat ervan overblijft

Van dat schorre aftandse gesnotter
Uit een verkouden kanarie.

Ik wist niet dat Bindervoet samen met Henkes ook vertalingen van Nederlands naar Engels had gemaakt, maar hij schrijft het zelf: ‘Maar misschien moeten we Franks liedjes/ook eens omzetten naar het Engels’ (..) Erg veel zorg besteedde hij niet aan zijn tekst.

Om de dichter niet tekort te doen wil ik graag vermelden waarover hij schrijft. Veel over de stad, d.w.z. Amsterdam. Hij schrijft over de Beulingstraat, de Keizersgracht, de Brouwersgracht, het Westerpark, de Hofwijck, de Prinsenhofsteeg nummer vier, de Pijp, de Reguliersbreestraat, de Kerkstraat, de Oranje Vrijstaat, Het OLVG aan het Oosterpark, de Brouwersgracht bij nacht, hoek Sweelinckstraat, Albert Cuypmarkt, de lijnbaanbusbaan, de Leliegracht, hoek Prinsengracht, Jasmijngracht, enz.
Buiten al die namen, er volgen er nog vele, ook verzonnen namen als Pooiersgracht, Hoerengracht, Stoflonggracht, erg grappig allemaal, om niet te zeggen: geniaal bedacht. Soms gebeurt er zelfs wat in een van die straten:

(..)
Mannen zijn allemaal verschrikkelijke zielige klootzakken.
De dag van een enkeling kon niet meer stuk
Toen een hoer naar hem zwaaide
Op de Ruysdaelkade,
Niet wuivend of
Verwelkomend,
Maar alsof ze hem kietelde
In de lucht.
(..)

Bindervoet dicht ook over heel veel mensen:
Willem Holleeder, Roald Dahl, Tjitske (Jansen), Rutger Kopland, Julius Caesar, Beatrix, mevrouw Beerepoot, mevrouw Beentjes, Raspoetin, Mevr. Gras, Dhr. Bruinsma, Dhr. Van der Grift, – moet ik nog doorgaan? Ik ben pas halverwege blz. 14 van de bundel die, zoals je wel weet, begint op pagina zeven – Elton John, Jan Ritsema, Amparo Lopez Oviedo, Wendela, James Joyce, Bergkamp, Rijkaard, Seneca; ik ben al op blz. 29 van de 92 bladzijden die de bundel telt.
Meer dan namen worden die namen niet. Als wij niet al iets van ze wisten, dan kwamen we dankzij Bindervoet niets van zijn gasten te weten.

Onder al zijn figuranten kwam ik er één tegen die mij erg aan Bindervoet zelf deed denken: Wammes Waggel, één van de personages in Marten Toonders Bommelboeken, een gans die altijd vrolijk is, in voor een lolletje, totdat hij zijn zin niet krijgt of gedwarsboomd wordt, en dan nogal kinderachtig kan reageren. Voor mij is Bindervoet ‘de Wammes Waggel van de Nederlandse poëzie’.

Laat mij tot slot het titelgedicht citeren waarin de eerder genoemde Amparo Lopez Oviedeo, naast Bindervoet zelf, de hoofdrol speelt:

Het vuil van de schoonheid

We stonden in een oerwoud van afval.
Dood speelgoed. Lijken van poppen
Afgedekt door witte badhanddoeken.
Ik zoende haar op haar blote schouder.
Ze heette Amparo Lopez Oviedeo
En ze vond het mooi
Dat we na een busreisje van een week
Al zo vertrouwd met elkaar waren.
Perfecte Spaanse schone. Lange benen.
Zwart haar. Zwarte bikini.
Alleen haar bovengebit zat los.

‘Enigjes!’


***
Erik Bindervoet (1962) publiceerde zeven dichtbundels, waaronder Voor altijd voor het eerst(2008), Het spook van de vrijheid (2010) en De mond van de waarheid (2013).
Samen met Robbert-Jan Henkes schreef hij onder meer Waar wij voor zijn en tegen en Bloemsdag; zij verzorgden verder geprezen vertalingen van Finnegans Wake, Ulysses, Hamlet, Koning Lear en van de songteksten van The Beatles en Bob Dylan.