De worsteling van de mens om zijn eigen weg te gaan

 

Dit jaar leverde de Turing gedichtenwedstrijd twee winnaars voor de hoofdprijs: De Vlaamse Ruth Lasters met het gedicht ‘Witlof’ en Laurens Hoevenaren uit Gelderland met ‘De zotte Charlotte’. Zijn tweede gedicht ‘Koningskinderen’ staat ook in de top tien.

Laurens HoevenarenVan harte gefeliciteerd! Een van de twee beste uit de 10.355 ingezonden gedichten is van jouw hand.
Voor mij betekent deze prijs een belangrijke erkenning en aanmoediging, een bevestiging om op het ingeslagen pad verder te gaan. Ik ben sinds twee jaar serieus bezig met het schrijven van gedichten. Van begin af aan heb ik meegedaan aan wedstrijden, poëzie en proza. Soms is er een thema dat je als kapstok kunt gebruiken en…. er is altijd een deadline. Omdat iedere jury de inzendingen anoniem beoordeelt, kon ik op basis van de waardering ook uitvinden hoe mijn gedichten door neutrale vreemden beoordeeld worden. Bovendien bouw je door eventuele nominaties en prijzen ook een ‘schrijf-c.v.’ op.

Intussen won je al meer prijzen dan we hier kunnen opsommen.
Wat eruit springt is de gedichtenwedstrijd de Scriptomanen (december 2014) waar ik de eerste èn tweede prijs won. Aan deze wedstrijd is een uitgeefcontract verbonden en inmiddels ben ik met de uitgever in overleg over mijn debuutbundel. Kort daarvoor (september 2014) stond ik op de eerste plaats bij de Baarnse Literatuurprijs.
Maar ook nominaties zijn voor mij belangrijk: tweemaal voor de Elly Blom poëzieprijs en voor de Hofvijverpoëzieprijs.

Heb je met proza ook zo’n succes?
Mijn column Van kaft tot kaft werd bijvoorbeeld door Wim Daniëls opgenomen in het jubileumboek ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Dikke van Dale, met daarin bijdragen van onder andere Ronald Giphart, Tommy Wierenga, Kristien Hemmerechts, Frits Spits en Bart Chabot (2014).

In andere interviews (video) vertelde je al iets over de inspiratiebron voor het onderwerp van het winnende gedicht, het droeve lot van de keizerin van Mexico, maar wat me interessant lijkt is de verbinding tussen jou en Charlotte. Zijn er raakvlakken ?
Dit gedicht gaat vooral over uitsluiting. Wie maatschappelijk niet geaccepteerd wordt -in haar geval door het krijgen van een onwettig kind-, valt ten prooi aan opsluiting en vergiftiging. Dat is van alle tijden. Denk bijvoorbeeld aan de recente vondst van stoffelijke resten van babys en jonge moeders in Ierland, maar ook aan de vele landen in Afrika waar homoseksualiteit -soms zelfs met de dood- bestraft wordt. En ten slotte is er ook nog een link met mijn werk als maatschappelijk werker, ook daar heb ik soms te maken met mensen die buiten de boot vallen.

Dus je literaire werk staat niet zo ver van je dagelijkse leven af als je in eerste instantie zou kunnen denken?
Ik ben geïnteresseerd in menselijke drijfveren. Een van mijn belangrijkste thema’s is: neem jezelf en anderen serieus, maar niet te serieus. Zie het betrekkelijke van jezelf en vind tegelijkertijd daarin het motief om iets te willen bijdragen.
Jarenlang heb ik samen met mijn partner onze tuin enkele weekenden per jaar opengesteld. Ik genoot er intens van als bezoekers uren ronddwaalden en me soms op dingen wezen die ik zelf niet had gezien. Soms overkomt me dat ook met gedichten, dat iemand een betekenis aanwijst die ik zelf nog niet met die ogen gezien had. Dat is misschien nog wel de belangrijkste parallel: onze tuin riep bij veel mensen een bepaalde emotie op, dat wil ik met mijn gedichten ook. Ik hoor regelmatig van lezers dat ze meteen allerlei beelden hebben bij mijn gedichten, beelden die direct met emotie verbonden zijn.

Je komt uit het Gelderse deel van de Bible Belt. Heeft je jeugd na al die jaren nog invloed op je literaire werk van nu?
Natuurlijk is die binding er. Ik ben met prachtige taal opgevoed, de archaïsche taal van de Statenvertaling, verhalen uit Bijbelse en vaderlandse geschiedenis.
Voor zover je in mijn prille loopbaan al een hoofdthema kunt aanwijzen, is het toch vooral de worsteling van de mens om zijn eigen weg te gaan. Of dat niet te durven en voorgoed te blijven hangen in onvervulde dromen. Het raakt me als mensen hun dromen niet durven vormgeven. Dat balanceren tussen moed en angst fascineert me. Verder schuw ik soms de grote beelden niet, enige theatraliteit is me niet vreemd.

Op je site lees ik ‘Niets is nog gestold. Vorm en inhoud zijn nog niet uitgekristalliseerd en wat mij betreft blijft dat zo. Schrijven is jezelf en anderen verrassen. ‘
Maar waaraan kan ik ‘een echte Laurens Hoevenaren’ herkennen?

Ik schrijf niet zo snel over eigen zielenroerselen, ‘ik-jij gedichten’ kunnen me lang niet altijd bekoren. Mijn voorkeur ligt op dit moment toch bij een wat meer narratieve stijl, op een indirecte manier via een personage of een gebeurtenis een eigen emotie oproepen. Bij jezelf, en bij de lezer. Dat hoeft niet per se dezelfde emotie te zijn. Als dichter leer je mij vooral kennen via mijn gedichten, ook al lijken ze niet over mij te gaan. Het is als een mozaïek, ieder scherfje apart is maar een steentje, een kleur. Bij elkaar vormen ze een beeld.

Het andere gedicht dat de top tien bereikte, ‘Koningskinderen’ lijkt zoveel dichter op de huid. Welke van de twee was jou zelf het dierbaarst?
‘Koningskinderen’ is van een heel andere aard en stijl. Dat gaat vooral over het streven naar schoonheid, verbinding, heelheid, de waarde van dat ene moment. Die thematiek staat nog dichter bij me. Het is het streven naar vervulling, te worden wie je wil zijn, hoe kwetsbaar het ook is. Een van de mooiste zinnen van dit gedicht is voor mij: ‘Boven schijnt geheel beneden en onder gaat daaroverheen.’ Dat is een soort eeuwigheidsbesef, een cirkel waarin het voor altijd goed is. Maar je weet desondanks dat dit nooit lang kan duren. Ingmar Heytze, die mijn gedichten voorlas en besprak in ‘Met het oog op morgen’ zei over dit gedicht: ‘Je kan dit gedicht in drie woorden samenvatten: Stop de tijd.’ Ik heb, zoals bijna iedereen denk ik, wel iets met het thema vergankelijkheid.

Hoe ga je te werk? Schrijf je op bepaalde tijden, of alleen naar aanleiding van thema’s, of pas na twee glazen wijn, of ….
Schrijven doe ik wanneer de gelegenheid zich voordoet, en natuurlijk moet je die gelegenheid ook vooral zelf creëren. Thema’s kunnen me soms helpen, maar ook in de weg zitten. Soms is er een gebeurtenis of een flard van een zin. Zo hoorde ik op de radio een marathonloper zeggen: ‘Het lopen was te diep’. Hij klaagde over de modder. Zo’n uitspraak, dat is je reinste poëzie en voor mij de directe aanleiding tot een gedicht.

Wat is je literaire ambitie?
Mijn literaire ambitie is duidelijk gegroeid. Het winnen van de Turingprijs heeft me een grote stimulans gegeven. Ik wil ook graag op uitnodiging van bijvoorbeeld bibliotheken of leesclubs voordragen en over mijn werk vertellen. Rechtstreeks contact met je lezers, dat is geweldig. In mijn woonplaats Brummen is een zeer actieve club mensen die gerenommeerde dichters en schrijvers uitnodigt. Daar ga ik graag heen, je leert er heel veel van.
En ja, die eerste dichtbundel komt eraan. De titel wordt: Hoe ver is veilig hiervandaan? Ook ‘De zotte Charlotte’ en ‘Koningskinderen’ staan daar in.
In die bundel staat in bijna alle gedichten de zoektocht centraal naar veiligheid, verbinding en geborgenheid, niet het antwoord. Ik hoop nog lang te zoeken.

De winnende gedichten zijn te vinden op de site www.laurenshoevenaren.nl