Recensie van Oorlogspaarden tot in de buitenwijken - Marwin Vos

Een tandwiel dat de machine bekijkt

Marwin Vos
Oorlogspaarden tot in de buitenwijken
Uitgever: Leesmagazijn
2015
ISBN 9789491717222
€ 18,95
116 blz.

Deze bundel is door drie continenten gereisd. Ik las hem in het vliegtuig naar Mexico City. Ik las hem in Vesuvio´s, het stamcafé van o.a. Kerouac. Ook in Italië kwam ik er maar niet achter: is het intellectualistische spielerei, geëngageerde poëzie of zijn het overpeinzingen over hedendaagse mythes?
De verzen putten uit het nieuws, de wetenschap, economie, astronomie en verhalen over overconsumptie… Na elk hoofdstuk worden de vrije verzen afgesloten met notities, die de eerdere gedichten van kanttekeningen voorzien. Omdat dit zelf bijna prozagedichten zijn, geven ze deze bundel een uniek karakter. Niet eerder las ik poëzie met met een dergelijke politieke, actuele toets. Het maakt de bundel niet makkelijk te duiden.

Marwin Vos brengt de verhalen in kaart die de ronde doen en zo infrastructuren vormen tussen mensen: mythes en meningen, angsten en hoop. Dit probeert zij in gedichten die ze kenschetst als drones. Deze onbemande luchtvaartuigen registreren objectief en onpersoonlijk en de verzen kunnen overkomen alsof ze vanuit dit perspectief geschreven zijn. Tot op grote hoogte weet ze hierover te schrijven, en soms verongelukt een drone in een troep vogels. Dit eerste gedicht behoort tot de verhalendste uit de bundel.

als in deze lente als een herfst
de prijzen schommelen
van een vat ruwe Brent-olie
en wij tussen hoop en vrees
in enig ander chilisalpeter
het onvoorspelbaar gedrag
in de vrije markten observeren
behaagt het ons het nieuws
van de volgende crisis
het volgend noodfonds
te negeren

Engagement – daar doe je niet te ingewikkeld over. Je maakt je zorgen over iets dat in de wereld gaande is – of niet – en vervolgens probeer je je daden daarop aan te passen. Ik las verzen die verwezen naar dobbernegers, natuurrampen, namen van economen. Na enkele gedichten had ik de neiging mijn schouders op te halen. Ik las dure woorden uit de krant, die over twee jaar anachronistisch blijken. Alsof je nu een bundel zou schrijven over breezersletjes die doorheen het gat in de ozon-laag jumpstylen om tegen de zure regen te vechten. Toch bleef ik doorlezen. De vragen die de bundel opriep, waren niet te negeren. Ik las iemand die zichzelf de vraag stelt of ze geëngageerd moet zijn, en zo ja, hoe?

In 2100 is het zeewater óf met 47 óf met 102 centimeter gestegen. De privatisering heeft ons geen gelukkigere consumenten gemaakt, want geeft keuzestress en heeft niet echt geleid tot financiële meevallers. Corporate structuren worden via handelsverdragen over landsgrenzen getrokken. De staat spekt de banken, maar naar ons pensioen kunnen we fluiten. De nationale verandervanbankweek kan op weinig animo rekenen, omdat de ‘duurzame’ banken dochterondernemingen zijn van financiële moguls. Bonussen belanden in dezelfde gouden broekzak. Tussen onze nieuwe spullen kijken we programma’s over hoe mensen zonder talent een klatergouden worst voor hun neus zien hangen. Elke binnenstad verkoopt eenheidsworst, en projectontwikkelaars slopen broedplaatsen om er leegstaande kantoorpanden voor in de plaats te zetten.

het is niet dat ik het mis
iets ertussen gestrooid

vouwstoel, rotspunt, pil – hoe het binnenkomt
en dat het telkens wat anders lijkt

brengen de instrumenten je dichterbij

rust in een congruente bedding
een kleine roes, een gestage stroom suiker

in vijftien jaar is de noordpool
ijsvrij, ondertussen nadenken

over militaire oefeningen
exploratieduiken, zeebodemautoriteit

een proces kan je niet aanraken

je beweegt snelwegen
en anderen passeren hierdoorheen.

Vos schrijft vaak in een vorstelijk meervoud, die de vraag oproept wie de ‘wij’ is, of wie de ‘wij’ zou kunnen zijn. Heeft ze het over Henk en Ingrid of anderhalve activist en een paardenkop? Of zijn het Thomas Möhlmann, en andere dichters, die het werk van Vos bewonderen? Ikzelf voelde me meer en meer aangesproken, ondanks de soms kromme zinnen en cursiveringen en het jargon. We moeten iets doen. Maar wat?

Vos is een tandwiel dat de machine bekijkt. Ze beschrijft enkele machinaties waarmee we de aarde consumeren. In die machine megasteden, prostitutie van kinderen, natuurrampen. De dichter legt veel aan de dag om overconsumptie door deze machine beschrijven maar cynisch wordt het nergens. Er is bewondering voor de Tao, de titel is ontleend uit Het boek van de Tao en innerlijke kracht van Lao Tzi.

Als de wereld de Tao heeft,
worden paarden alleen nog maar gehouden vanwege de mest.

Als de wereld geen Tao heeft
fokt men oorlogspaarden tot in de buitenwijken.

*

Geen zonde is groter dan te veel willen hebben.
Geen fout geeft meer verdriet dan te willen winnen.
Geen ramp is erger dan niet van ophouden weten.

De tevredenheid van degene die weet wat tevreden zijn is,
is blijvende tevredenheid.

Was het Hannnie Michaelis of Gerard Reve die zei dat het Hollandse volk een nieuwe wereldoorlog nodig heeft, om te zien dat er iets om hen heen gebeurt? Vos leert dat de oorlogspaarden ook in uw huiskamer staan. Ze blijven net zolang voor het televisiescherm staan tot u de vraagtekens wegkrijgt: hoe zit het met uw overgewicht, gescheiden afval, carrière, dromen van iPads, angst voor moslims?

In de continenten waar ik was, herkende ik niet iets dat voldeed aan Vos’ apodictische bundel. Ik vond Mexico Stad een geweldige mega-stad. De politiek buiten beschouwing latend, trof ik geen overconsumptie, en had ik het gevoel dat de paarden er voor de melk gehouden worden. Geen Apocalypse light, maar taco’s! San Francisco is net zo gericht op consumeren als op hippie idealen van vrijheid, gezond voedsel en lichaamsbeweging. In Italië heb ik altijd het idee dat Armaggedon net is geweest of elk moment kan uitbarsten.

De overconsumptie is een aspect van de processen in de machine. In die machine landen we op meteorieten. In die machine een groene paus. Een plofkipboycott. In die machine ontdekken we planeten die niet Aarde, maar Kepler heten. Voor als deze niet meer bestaat. In deze prachtige vormgegeven bundel van Leesmagazijn legt Marwin Vos iets bloot van haar worsteling met de vraag hoe haar engagement gestalte te geven. Ze spoort aan tot denken over de machine die we van de aarde maken. Ze vindt geen houdgreep, zet vraagtekens. Het belangrijkste vraagteken dat zij neerzet, is of we tevreden mogen blijven nu de polen zich [hebben] losgemaakt/van hun bevroren ijslichaam.

***
Dichter en kunstenaar Marwin Vos (1962) woont en werkt in Amsterdam. Bij BnM Uitgevers verscheen in 2006 de bundel Zij is niet vast, zij is veranderbaar
Gedichten en notities uit Oorlogspaarden tot in de buitenwijken verschenen eerder in nY, De Gids, Poëziekrant, Terras, DW B, hard//hoofd en op Samplonius.