Poëzie kort. Drie bloemlezingen

 

Nieuw Groot Verzenboek – Jozef Deleu

Sinds 1976 verschenen er vele edities van het indrukwekkende Groot Verzenboek. De laatste editie, Nieuw Groot Verzenboek, is herzien en aanzienlijk uitgebreid. Deleu heeft veel plaats ingeruimd voor jonge dichters, tot in 2015 toe; alleen daarom al zouden liefhebbers van Komrij zich deze bloemlezing moeten aanschaffen. Het deed mij bijvoorbeeld plezier dat hij ‘Wasserette De Netezon’, uit het in 2015 verschenen debuut Kameleon van Charlotte van den Broeck (1991) heeft opgenomen. Het is te lang om hier in zijn geheel te citeren; daarom alleen de eerste regel, de derde strofe en de laatste regel:

Mijn moeder huilt wanneer ze wast.

( … )

Een wasmachine likt de wonden van de dag.
Je kan er namelijk alles in stoppen, wat niet in je hoofd past.
Onbeslapen lakens bijvoorbeeld.
Of de tabaksgeur in de jas van je grootvader met keelkanker.
Lang programma, zestig graden, reinigingsritueel.

( … )

Ik ben opgegroeid met zoutkringen in mijn kleren.

Het is opnieuw een thematische bundel over verschillende levensfasen. Iedere afdeling kent een chronologische opbouw die in Vlaanderen begint met Guido Gezelle en in Nederland met Gorter. Over de selectie van de gedichten zegt hij: ‘Al te hermetische poëzie is niet opgenomen, zelfs als het thema ervan dat zou hebben gerechtvaardigd. Deze bloemlezing richt zich namelijk niet alleen tot de kenners maar ook tot een zo groot mogelijk publiek. Tevens wil ze alle liefhebbers van gedichten een veelzijdig en evenwichtig beeld geven van onze moderne poëzie.’ Dat laatste bevreemdt me: het aanbod zou veelzijdiger en evenwichtiger zijn geweest als er wel een aantal hermetische gedichten was opgenomen. Bovendien neem je ‘het zo groot mogelijke publiek’ en de ‘liefhebbers’ niet serieus genoeg door ze weg te laten: je hoeft geen letterenstudie te hebben afgerond om hermetische poëzie te waarderen. En je kunt die gedichten overslaan als ze je niet aantrekken: er blijft genoeg over.
Deleu heeft bij de selectie van de gedichten strenge kwaliteitsnormen gehanteerd en dat maakt deze bundel zeer waardevol. Toch valt er op de selectie wel iets af te dingen. Zo nam hij maar twee gedichten op van Lucebert en twee van H.H. ter Balkt. Philip Hoorne gaf hij er echter drie en Toon Tellegen zes. Hier zijn de verhoudingen zoek.

Een vergelijking met de Dikke Komrij ligt natuurlijk voor de hand. Komrij hanteerde uitsluitend een chronologische indeling; als hij van een dichter meerdere gedichten selecteerde, kwamen die bij elkaar te staan. In een thematische indeling komt dat echter veel minder voor. Dat betekent dat je voortdurend moet schakelen tussen gedichten die onderling sterk van karakter kunnen verschillen en vaak alleen een losse inhoudelijke overeenkomst hebben. Daarvan krijg je gauw genoeg, net als wanneer je achterelkaar een stukje worst, een paar chipjes, een sinaasappel, een hap zuurkool, een dropje, een blokje kaas en een zuurstok eet.
Een belangrijker nadeel is dat je gedichten mogelijk tekort doet door ze in het kader van een thema te plaatsen. Andere aspecten – meer betekenissen, de vorm – kunnen daardoor onderbelicht raken.

Toch staat de bloemlezing op eenzame hoogte. Hij is ook bij uitstek geschikt om leerlingen in contact te brengen met poëzie; ongetwijfeld zal een aantal van hen dichters ontdekken van wie zij alles willen lezen.

***

Nieuw Groot Verzenboek. 600 gedichten over leven, liefde en dood. Samenstelling Jozef Deleu (2015). Lannoo/Meulenhoff, 692 blz. € 29,99

 

Ik weet niet welke weg je neemt – Arie Boomsma

Ik weet niet welke weg je neemt bevat Boomsma’s persoonlijke keuze uit de Nederlandstalige poëzie over de dood. De overgrote meerderheid van de gedichten is van na de Tweede Wereldoorlog; veel daarvan zijn bovendien tamelijk recent. De gedichten zijn alfabetisch geordend op de naam van de dichters, a-chronologisch dus. Dat is onoverzichtelijk en onnodig: die alfabetische volgorde vind je ook in het register.
In het woord vooraf schrijft Boomsma: ‘Ik weet niet wat er gebeurt met de doden. ( … ). Wat ik wel weet is dat bijna alle mogelijkheden, alle emoties, beelden, alle vormen van identificatie, in klinkende regels en indrukwekkende beelden voorbijkomen in dit boek ( … ) De gedichten in dit boek vind ik de mooiste in ons taalgebied.’
Klinkende regels en indrukwekkende beelden, de mooiste gedichten in ons taalgebied: hier zien we de man van de grote gebaren, de rondborstige Arie die we kennen. Potentiële poëzielezers die van zijn tv-programma’s houden trekt hij mogelijk over de streep.
Wat zouden trouwens die paar mogelijkheden zijn die niet voorkomen in de bloemlezing? Zou het om zelfspot kunnen gaan? Nee, die komt wel voor. Neem het ‘Grafschrift op zichzelf’ van Vondel: ‘Hier ligt Vondel, zonder rouw / Hij is gestorven van de kou’. Grafschriften van Gerrit van de Linde (De Schoolmeester) heeft Boomsma echter niet opgenomen, wat toch zeer voor de hand zou hebben gelegen: het zijn prachtige voorbeelden van een morbide, romantische humor. Zo heeft hij wel een gedicht van Poot zelf opgenomen, maar niet het onovertroffen ‘Hier ligt Poot: / Hy is dood’ van De Schoolmeester. Zou Arie dat onkies hebben gevonden? Spot met de dood van anderen? Maar al was Poot reeds lang daarvoor overleden, het gaat slechts om een figuurlijke doodverklaring: zelden heb ik zo’n effectieve afrekening gelezen met een dichter van een voorgaande generatie, maar die in de tijd van De Schoolmeester nog zeer populair was – ten onrechte, vond hij.
In deze thematische bundel met doodsgedichten zou zoiets echter waarschijnlijk niet zijn opgevallen – hier geldt hetzelfde bezwaar als ik noemde in de bespreking van het Nieuw Groot Verzenboek.

***

Ik weet niet welke weg je neemt. Een persoonlijke keuze uit de Nederlandstalige poëzie over de dood. Samenstelling Arie Boomsma (2015). Prometheus, 232 blz. € 17,95

 

Gedichten die vrouwen aan het huilen maken – Isa Hoes

De titel Gedichten die vrouwen aan het huilen maken schept verwachtingen over de inhoud en die kloppen voor een groot deel ook. Ieder van de ’61 vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse vrouwen’ heeft een gedicht gekozen en legt uit waarom dat hen tot tranen heeft ontroerd. Zonder twijfel zullen de meeste lezers die ontboezemingen boeiender vinden dan de gedichten. Poëzie en human interest: het is een succesvolle formule, maar ook niet meer dan dat.
De bloemlezing is een vervolg op de succesvolle bloemlezing Gedichten die mannen aan het huilen maken, die op zijn beurt weer een navolging was van het Engelse Poems That Make Grown Men Cry.

Isa Hoes, ook een vooraanstaande vrouw, zet als samenstelster van deze bloemlezing de toon. Haar lievelingsgedicht is van moeder Teresa en ze heeft daar een goede reden voor: ‘het leven is niet altijd even makkelijk en soms gebeuren er dingen die zó groot zijn dat je het niet meer weet. En op zulke momenten is de helderheid van haar woorden troostend.’
Toch komen er enkele boeiende bijdragen in de bloemlezing voor. Elsbeth Etty koos ‘minnebrief aan onze gemartelde bruid indonesia’ van Lucebert. Zij heeft slechts driekwart bladzijde nodig om de lezer uit te leggen waarom zijn liefde voor Indonesië, tezamen met zijn verdriet en woede om de politionele acties, hem noodzaakten een nieuwe taal uit te vinden. De gebruikelijke taal voldeed niet meer, net als direct na de Tweede Wereldoorlog.
Ook Anne Vegter, Isabel Hoving en enkele anderen gaan in op de vorm, maar zij zijn uitzonderingen.
Een dieptepunt is de toelichting van Sonja Barend. Zij koos voor het gedicht ‘Ben Ali Libi’ van Willem Wilmink. Haar volledige tekst: ‘Er wonen veel Ben Ali Libi’s in mijn hoofd. Als ik het gedicht van Willem Wilmink lees, lopen de tranen – als ik ze niet tegenhoud – over mijn wangen. Achterstallig onderhoud van het verleden.’ Ik twijfel daar niet aan, maar het gedicht van Wilmink verdient meer aandacht – veel meer.
En Joyce Roodnat mag zich gelukkig prijzen dat de rekentoets nog geen deel uitmaakte van haar eindexamen; ze was gegarandeerd gezakt. Over ‘Op de dood van Sterre’ schrijft zij onder andere: ‘Constantijn Huygens schreef dit gedicht in 1638 nadat zijn vrouw Suzanna van Baerle stierf. Ruim zevenhonderd jaar later las ik het. Ik was 22 en voelde mijn tranen prikken.’ Ik ook – van het lachen.

***

Gedichten die vrouwen aan het huilen maken. 61 vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse vrouwen over poëzie die hen ontroert. Samenstelling Isa Hoes (2015). Prometheus, 208 blz. € 17,50

Toevoeging op 10 januari 2016

BLOEMLEZING BOOMSMA, REACTIE RINUS VOETEN

In deze recensie komt onvoldoende tot zijn recht dat Arie Boomsma niet alleen in zijn tv-programma’s, maar ook als bloemlezer alles verdedigt wat van waarde en weerloos is. Ik dank Rinus Voeten daarom hartelijk voor zijn aanvulling:

‘Boomsma nam in zijn bloemlezing een gedicht op van Pieter Boskma, het eerste gedicht uit de bundel Doodsbloei. Hij voegde er echter een strofe aan toe uit een gedicht van P.C. Boutens, n.l. de laatste strofe van: Goede dood wiens zuiver pijpen. Erger nog: In DWDD las hij het gedicht van Boskma voor inclusief de strofe van Boutens, alsof die strofe bij het gedicht van Boskma hoorde.

De uitzending van DWDD was op 2-11-2015 waarbij Adriaan van Dis met een gedicht reageerde op gedichten die Boomsma uit zijn bloemlezing voordroeg. Dit werd een ‘poëziebattle‘ genoemd.’
http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/348405