Recensie van Laaglandse remedies. Gedichten - Peter van Lier

Talige remedies

Peter van Lier
Laaglandse remedies. Gedichten
Uitgever: Wereldbibliotheek
2016
ISBN 9789028426658
€ 19,99
58 blz.

Laaglandse remedies is de laatste bundel van Peter van Lier.

Op het achterplat staat dat hij laat zien ‘hoe vrij van vorm zijn poëzie’ is. Dat zegt op zich natuuurlijk helemaal niets, die vorm moet functioneel zijn en dat is hij bij Van Lier. Je kunt dat goed zien als je een eerdere versie van een gedicht vergelijkt met de definitieve.

Het eerste deel van de derde afdeling heet ‘Kwesties van kleur en toon. Uit de brieven van Vincent van Gogh’. Het zijn readymades die zoals bekend een andere werking krijgen als je ze uit hun context haalt. De eerste versie van ‘Antwerpen’, die in De Gids van 1 februari 2009 stond, luidde als volgt.

ANTWERPEN

is mooi van kleur en alleen om de motieven is ’t de moeite
waard;
langs de kaaien is het echt,

de schepen als hoofdzaak
met water en lucht,

een fijn grijs,

en in ’t algemeen vind ik het wel waar wat men van Antwerpen zegt,
dat de vrouwen er mooi zijn:

lichtere tonen in het vlees,
lila tonen in de kleren –

alsof ik tien jaar
cellulair

had gezeten. De verschillende entrepots en hangars aan de
kaaien zijn
erg mooi: een
ondoorgrondelijke warboel, grillig, eigenaardig –
desillusionerend. Doch – het is een goed oudhollands spreekwoord:
despereert

niet.

In Laaglandse remedies laat hij de linker kantlijn deels vallen en dat geeft een heel ander beeld:

ANTWERPEN

is mooi van kleur en alleen om de motieven is ’t al de moeite
waard;
langs de kaaien is het echt,

                                                 de schepen als hoofdzaak
                                                 met water en lucht,

een fijn grijs,

en in ’t algemeen vind ik het wel waar wat men van Antwerpen zegt,
dat de vrouwen er mooi zijn:

                                                      lichtere tonen in het vlees,
                                                      lila tonen in de kleren –

alsof ik tien jaar
cellulair

had gezeten. De verschillende entrepots en hangars aan de
                                                                                                              kaaien zijn
erg mooi: een
ondoorgrondelijke warboel, grillig, eigenaardig –
desillusionerend. Doch – het is een goed oudhollands spreekwoord:
despereert

                     niet.

Het is de vraag waarom Van Lier die vorm heeft gewijzigd. Wat is de functie van het toegevoegde wit? Als je beide versies hardop leest, hoor je een belangrijk verschil: de naar rechts verplaatste gedeelten krijgen een sterkere nadruk door de pauzes die je neemt. Je leest het wit als het ware mee. Het is ook een fysieke kwestie: door de oogbewegingen die je moet maken, is het vervolg niet steeds zichtbaar, waardoor dat als een verrassing komt.
Kijk je uitsluitend naar de bladspiegel, dan zie je die nadruk op die strofen bevestigd door hun isolement en daarmee komt die te liggen op de sfeer van het te maken schilderij. Makkelijk is die creatie niet, gezien de nadruk op ‘despereert’. De geïsoleerde positie van ‘niet’ lijkt op zijn minst twijfel uit te drukken, iets wat je in het proza van de brief niet zult terugvinden. Van Lier laat zien dat je louter door het gebruik van wit een interpretatie aan Van Goghs brief toe kunt voegen.

Laaglandse remedies is de titel van het eerste deel van de tweede afdeling. Dat deel is in 2006 eerder verschenen als afzonderlijke uitgave met foto’s van Bob Negryn – de titel knipoogt naar de Laaglandse hymnen van Ter Balkt. Waaruit bestaan die remedies? De gedichten gaan over het leven en de inrichting van Oostelijk Flevoland. Wat moeten ontwerpers met zo’n gebied? ‘Iets met de polder doen’ // makkelijk gezegd.’ Je zit met zijn allen in een vlak, winderig gebied, op de bodem van de voormalige Zuiderzee. ‘Dat ( … ) schept geen band – de remedie / is een stad te ontwerpen // kleinbehuisd.’ Dat mislukt in dit gedicht. De ontwerpers vielen voor de verleiding alles glad en wit te maken, totdat ook zij dat niet leuk meer vonden. En dan volgen de droog-humoristische regels: ‘late reactie van hen / die, / bij nacht, na het zien van een film ter ontspanning, / in hun zelfontworpen wijk nog wisten te // verdwalen.’
Laaglandse remedies is echter ook de titel van de hele bundel en die blijkt de betekenis te hebben van poëzie als remedie tegen onachtzaamheid, tegen het waarnemen van de werkelijkheid vanuit automatismen, waardoor veel je ontgaat. Die remedie zie je in de hele bundel. Het tweede deel van de laatste afdeling heeft bijvoorbeeld als titel: ‘Waarnemingsproject huismus’, een prachtige serie precieze waarnemingen, mooie beelden en verwarrende opmerkingen. Het eerste gedicht over deze ‘wegwaaivogeltjes’ is ‘Tjilpen’.

TJILPEN

als exclusief
voorrecht?

Laat de andere vogels maar fluiten, kelen kaal, maar juist
de mus in gewone doen maakt de buurt (is bekend).

                              Het gedrag van
                              cultuurvolgers,

van paren vlak
voor de deur tot het snaaien van nestmateriaal en voedsel
                                                                                              binnen

-liefst onder de kat vandaan-, missen we,
volgens de laatste gegevens,

merkbaar.

Een amusant gedicht, dat niet alleen over mussen gaat, maar ook over waarneming. Dat de mus in gewone doen de buurt karakter geeft, wordt als bekend verondersteld, maar mij doet deze mededeling nadenken en luisteren: klopt het wel?
Het gedicht is gebouwd op een tegenstelling: het bekende, wellicht het blijvende, tegenover iets wat ‘merkbaar’ wordt gemist: ‘Het gedrag van / cultuurvolgers’. Interessant is het woord ‘missen’, want dat kan verschillende dingen betekenen: het gedrag is er niet meer (waarom niet? Of is het alleen meeveranderd met onze eigen gedrag?), we merken het gedrag niet op, of we zien wel degelijk dat het is verdwenen en verlangen ernaar. Maar dan die gekke regel: ‘volgens de laatste gegevens’. Dat klinkt enigszins officieel, misschien was er sprake van een recent uitgevoerd onderzoek. Is dat niet vreemd? Hebben we een onderzoek nodig om op te merken dat er cultuurgedrag is verdwenen dat zich voor onze ogen afspeelde? Dat merk je zelf toch wel? Of ben je pas gaan opletten toen je kennis nam van die gegevens? Dat kan. Het is ook mogelijk dat de verteller het woord ‘we’ in algemene zin gebruikt: ‘Volgens de laatste gegevens missen wij stadsbewoners dat merkbaar’.

Van Lier is een dichter die in staat is je blik op de werkelijkheid te veranderen. Wie vergeet nog de regels waarin hij de kortstondige overname van een heg door ‘een levende bol’ mussen personifieert? Ik niet. Ze zijn prachtig: ‘huiverend // het gebladerte dat een compleet wereldbeeld in zich weet // afgebroken en opgebouwd // binnen een minuut.’

***

Peter van Lier (1960) kreeg voor zijn debuutbundel Miniem gebaar (1995) de Prijs van de Vlaamse Gids en voor Gegroet o … Gedichten (1998) de Jan Campertprijs. Laaglandse remedies is zijn zesde bundel.