De kip is het ei

 

Merel van Slobbe (1992) won de Meander Dichtersprijs 2017.

Ha Merel, van harte gefeliciteerd met de mooie, integere gedichten die je de Meander Dichtersprijs opleverden. Ik ben één van de dertien juryleden die jou als nummer één benoemden. Net als een journalist na een heet gestreden voetbalwedstrijd wil ik uiteraard weten: wat ging er door je heen toen je hoorde dat je hebt gewonnen?
Ik was net wakker toen ik het hoorde, ik was havermoutpap aan het maken. Het nieuws kwam hierdoor extra onverwacht. Ik was natuurlijk erg blij. Het is heel leuk om de prijs te winnen, maar ook een fijn idee dat de mensen uit de jury de gedichten mooi vonden.

Hoe groot schatte je zelf je kansen in? Had je een lieveling onder de andere deelnemers?
Ik vind de andere twee dichters van de top drie, Marjon Zomer en Hester van Beers, allebei erg goed. Ik was al heel blij om met hen samen in de top drie te staan. Natuurlijk hoopte ik wel dat ik zou winnen, maar ik had er niet op gerekend.

Je studeerde zowel aan de Schrijversvakschool als ook filosofie. Wat kwam eerst, de liefde voor taal of de filosofie? Graag ook een antwoord in kip en ei metaforen.
Ik denk dat je die twee niet los van elkaar kunt zien. Taal en betekenis spelen een grote rol binnen filosofie en andersom zitten er vaak filosofische elementen in poëzie. Vanuit mijn studie ben ik veel bezig met taal, zo schrijf ik mijn scriptie over de manier waarop dichtkunst en filosofie zich tot de waarheid verhouden. Voor mij komt de liefde voor taal en de liefde voor filosofie dus een beetje op hetzelfde neer. De kip is het ei.

Ik denk dat ‘waarheid’ uitgedrukt in taal altijd de waarheid ‘volgens’ iemand is en nooit de waarheid op zich. Wat is volgens jou dan, los van taal en filosofie, de waarheid?
Ik weet niet of er zoiets bestaat als waarheid los van taal en filosofie. Volgens veel filosofen komt waarheid pas na de taal. In één van mijn gedichten (En dat je dan opnieuw) heb ik de regel: ‘Niets is waar genoeg om uit te maken.’ Ik weet eigenlijk zelf niet of ik daar achter sta, maar Ik denk in ieder geval dat de waarheid veel verschillende gedaantes kent. Daarom vind ik het ook zo’n interessant concept om mee bezig te zijn.

De filosofische toon van je gedichten valt op, al kan ik er niet de vinger op leggen van welk filosofisch gedachtengoed je woorden doordrongen zijn. Met welke filosoof dans je als je schrijft?
In mijn gedichten refereer ik niet aan specifieke filosofen of concrete theorieën. Ik merk eerder dat ik door mijn studie meer over bepaalde thema’s, zoals tijd of waarheid, nadenk. Dit uit zich vervolgens weer bij het schrijven van gedichten, maar in een geheel andere vorm. Vanuit de filosofie ga ik rationeel en analytisch met dit soort thema’s om en vanuit de poëzie juist vrij en associatief. Ik vind het heel leuk dat ik zo op twee heel verschillende manieren naar dezelfde concepten kan kijken.

Is er een auteur wiens werk jouw bijzonder heeft geraakt en beinvloedt?
Ik ben door veel verschillende mensen (en dingen) beïnvloed, ik vind het daarom lastig om één specifieke auteur aan te wijzen. Wel zijn er op dit moment een aantal jonge dichters wiens stijl me erg aanspreekt, zoals Marieke Rijneveld, Maarten van der Graaff, Charlotte van den Broeck en Lieke Marsman. Maar ik kan ook door hele andere dingen geïnspireerd worden, bijvoorbeeld door conversaties, muziek of foto’s.

In je gedichten lijkt de kindertijd wel een wereld op zichzelf die parallel aan de tegenwoordige tijd bestaat. Zo schrijf je: ‘Ik heb je kinderfoto’s op sterk water bewaard’ en ‘op sommige dagen raak ik nog steeds in elk winkelcentrum mijn moeder kwijt’. Put je bij het schrijven uit je eigen persoonlijke herinneringen?
Ik denk dat ik bijna altijd wel uit persoonlijke herinneringen put (misschien kun je ook niet anders), maar mijn gedichten gaan meestal niet over één specifieke dag of gebeurtenis. Ik gebruik dit soort situaties meer om woorden te kunnen geven aan een bepaald algemeen gevoel.

Had je als kind ook al zulke poëtische gedachten en schreef je ze soms ook op?
Misschien heeft ieder kind wel poëtische gedachten. Ik heb altijd veel geschreven, maar vroeger scheef ik wel op een heel andere manier dan dat ik nu doe. Toen ik jonger was schreef ik bijvoorbeeld veel vaker in rijm. Ik vond laatst toevallig een gedicht van vroeger terug. Het gaat over een meisje dat Suzanne heet en dat verliefd is op een konijn dat in haar keukenkastje woont.

Wat hoop je dat je gedichten met mensen doen?
Als ik schrijf ben ik daar niet echt mee bezig. Het schrijven is voor mij een heel persoonlijk proces en als ik er me er continu bewust van ben dat mensen het gaan lezen dan lukt het niet goed. Als het gedicht eenmaal af is vind ik het wel leuk als het iets met mensen doet. Op welke manier maakt dan eigenlijk niet eens heel veel uit. Soms halen mensen heel andere dingen uit mijn gedichten dan ik, maar dat vind ik niet erg. Het leuke aan poëzie (en eigenlijk alle kunst) vind ik juist dat het een hoeveelheid aan betekenissen op kan roepen.

Wat is en doet een Nijmeegse campusdichter en hoe ben je het geworden?
Als campusdichter schrijf je gedichten voor het universiteitsblad Vox en treed je op bij evenementen van de universiteit. Er wordt ieder jaar een campusdichterverkiezing aan de Radboud Universiteit georganiseerd, via die verkiezing ben ik campusdichter geworden.

Wat zijn je poëtische ambities en heeft het winnen van de prijs deze veranderd?
Ik wil graag een dichtbundel uitgeven. Verder wil ik blijven schrijven en mezelf zoveel mogelijk ontwikkelen. Het winnen van deze prijs heeft mijn poëtische ambities niet veranderd, maar het is wel motiverend.

Hoe belangrijk is literatuur volgens jou uiteindelijk voor respectievelijk mens en planeet?
Voor mij verschilt dat van moment tot moment. Soms denk ik dat literatuur het fundament van de wereld vormt, op andere dagen ben ik meer bezig met het belang van lekkere havermoutpap.